Silent Call - Truth’s Redemption

Jaar van release: 2014

Label: Dust On The Tracks

Silent Call komt uit Stockholm en speelt progressieve hardrock in het straatje van Evergrey, Circus Maximus en Symphony X. Truth’s Redemption zit vol bombastische, opzwepende deuntjes.

Het Zweedse Silent Call bestaat al sinds 2006 en brengt nu, anno 2014, het derde studioalbum, ‘Truth’s Redemption’, uit. Met Andi Kravljaca achter de microfoon heeft deze band al een aantal aardige albums geproduceerd. Voor wie Kravljaca niet kent, hij heeft samen met het Zweedse Seventh Wonder, het debuutalbum ‘Become’ opgenomen. Daarnaast heeft hij zijn stem ook geleend aan een tweetal albums van het Britse Aon Zen. Sinds 2010 is hij actief met Silent Call.

Een heerlijk progressief meesterwerk. Alles overheersend en groots opgezet. Een episch album. Het is iets waar we vaak naar opzoek zijn in de progressieve hoek van de muziek. Vernieuwend, spannend en verrassend. Veel bands doen daar dan ook een gooi naar. Ze proberen een dergelijk “Magnum Opus” te schrijven. Maar hoe pakt dat uit bij het nieuwe album van Silent Call?
Waar de meeste progressieve bands proberen een groots en episch muziekstuk te produceren, zijn er maar een paar die het voor elkaar krijgen om daadwerkelijk het ultieme te bereiken. Misschien is het niet helemaal gelukt om tot de allergrootsten te behoren. Na twee albums op het Escape label, ziet dit album na vier jaar het levenslicht. Er is een poging gewaagd om een dergelijk resultaat te behalen, dat is wel duidelijk. Alleen hebben deze mannen te veel elementen in het album gepropt. Het is het typische resultaat van een poging tot iets groots.

Deze lange aanloop heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Het album heeft een betere productie, de nummers lopen lekkerder en zijn agressiever en tegelijkertijd melodieuzer dan het oudere werk.
Als aftrap wordt een intro ingezet dat aan filmmuziek doet denken. Wanneer ‘Nightmare’ dan als eerste echte song ten tonele verschijnt, vallen twee dingen extra op. De stevige riff en de hoge zang. Vocaal klinkt het grootste gedeelte van de plaat prima, maar helaas zijn er ook momenten dat het hoge geluid schel aandoet, waardoor de nummers minder prettig aanvoelen. De stevige riffs zetten meteen de toon voor het hele album, want het geheel is gewoonweg lekker stevig voor een progplaat. Verder is het een album van momenten. ‘First To Know’ is een heerlijk nummer, maar het refrein is dan weer van mindere kwaliteit. Ook ‘Evermore’ springt er positief uit. Een lekkere powerballad die veel beter uit de verf komt dat de matige afsluitende ballad ‘Our Last Goodby’.. Uiteindelijk is het toch een prima plaat geworden, maar waarschijnlijk had er nog meer ingezeten. Hopelijk kunnen deze mannen live wat potten breken en zo fans blijven vergaren. Dan krijgen we over een tijdje wel de beoogde topcompositie als resultaat te horen.
 



Teramaze - Esoteric Symbolism 

Jaar van Release: 2014

Label : Nightmare 

Het Australische Teramaze brengt met ‘Esoteric Symbolism’ alweer hun vierde album uit. De eerste twee albums (‘Doxology’ en ‘Tears To Dust’) kwamen in de jaren 90 uit, wat voor velen betekent zal hebben dat de kennismaking met dit viertal pas plaats zal hebben gevonden met ’Anhedonia’ (2012). 

Op ‘Esoteric Symbolism’ zijn eigenlijk alle sterke elementen van het vorige album aanwezig. De progressieve, technische elementen en toegankelijke melodieën en harmonieën zijn volop bewaard gebleven. Zet daarnaast de fraaie, melodieuze vocalen van Brett Rerekura en zij die de band kennen weten eigenlijk al dat dit album weer aangeschaft kan worden. Het album is, hoewel het in lijn ligt met het vorige werk, echter zeker geen argeloos vervolg. Het lichte tintje thrash van ‘Anhedonia’ is op ‘Esoteric Symbolism’ volledig buiten beeld verdwenen en het gitaarwerk nog is nadrukkelijker, gevarieerder en creatief aanwezig. Het geeft tracks als ‘Line Of Symmetry’, ‘The Divulgence Act’ en ‘Dust of Martyrs’ net even meer uitstraling. Maar wat misschien nog wel het meest bepalend voor het gehele album is, is dat het heldere geluid en het open karakter met recht geluidsbepalend zijn. Daarnaast is elke compositie in finesse en zeer afwisselend uitgewerkt. Dat de band moet bulken van de creativiteit en energie mag blijken uit het feit dat het nieuwe album dertien tracks beslaat, die in totaal maar liefst 78 minuten in beslag nemen. De tracks mogen dan gemiddeld een lengte van zes minuten kennen, ze weten stuk voor stuk te boeien. 

Voor liefhebbers van progressieve metal als Anubis Gate, Dream Theatre en Suspyre is dit een absolute must om te beluisteren.


The Dead Daisies – The Dead Daisies

Jaar van release: 2014

Label : Spitfire Records 

Australische rockband The Dead Daisies is geformeerd rond zanger en songwriter Jon Stevens (Noisework / INXS), die samen met gitarist David Lowy (Red Phoenix / Mink) tot de kern van de band vormen. Gedurende hun bestaan, hebben ze een verscheidenheid van verschillende muzikanten om een ​​back-up gevraagd, elke iteratie met behulp van een scala aan invloeden, met altijd de insteek de muzikale invloeden van eind 1970 / begin 1980. Hard rock vermengen met soul, blues.  Voor zowel ZZ Top en Aerosmith in Australië waren ze de openingsact. Ze ging  shows te spelen in het Verenigd Koninkrijk en Israël in 2013 en  door de successen werd Australië voor een tweede keer aangedaan. De band huidige line-up is voorzien met getalenteerde veteranen muzikanten, waaronder Richard Fortus (Guns N 'Roses / Psychedelic Furs), Marco Mendoza (Thin Lizzy / Whitesnake), Dizzy Reed (Guns N' Roses / Hookers & Blow) en op drums , eerste Dead Daisies lid John Tempesta (The Cult / Rob Zombie). Het geluid van de Madeliefjes bevat vooral elementen van de classic rock genre. Invloeden van Led Zeppelin, AC / DC en Aerosmith zijn duidelijk hoorbaar op het nummer: "It Is Gonna Take Time" en Slash's, soleerende gitaarwerk op "Lock N Load" heeft veel aantrekkingskracht. Het nummer "Washington" is neigt meer naar het pop-rock gevoel, in de trant van de Rolling Stones. Deze nummers zijn zeer aangenaam en prettig om naar te luisteren. "Yeah Yeah Yeah" vertoont een iets meer bluestrekjes, met een pittige bevalling die contrasteert met de ontroerende akoestische nummer als  "Yesterday", deze zou niet misstaan op een Hollywood-film soundtrack. De verscheidenheid aan The Dead Daisies wordt geïllustreerd op "Sign On The Wall", die het meest afwijkt  tot een het gros van de andere nummers op het album. De band kan verschillende stijlen combineren en dat hebben ze vakkundig onder de knie. Er is meer dan genoeg voor fans van classic rock. Stevens 'passie en liefde voor rock-n-roll is buitengewoon goed weergegeven. Zijn stem is een mix van soul, dynamiek en vol passie. De band en de muziek tonen genoeg potentie, nu is het maar weer de vraag bij deze bijeengebrachte “super”groepen, krijgt het een vervolg. De ingrediënten zijn aanwezig, nu het succes nog en geen ego problemen en dan kunnen we uitzien naar het vervolg.


Allen/Lande

Jaar van Release: 2014

Label: Frontiers

 Russel Allen (Symphony X) en Jorn Lande (ex-Masterplan) zijn inmiddels doorgewinterde zangers, die tot de top van de hedendaagse metalscene behoren. Deze twee giganten samen een album laten inzingen is dan ook telkens een schot in de roos. In 2005 waagden ze zich voor het eerst aan met "The Battle" onder leiding van de zweedse gitarist en componist Magnus Karlsson (Primal Fear, Last Tribe, Starbreaker).

 Het succes liet zich volgen door "The Revenge" (2007) en "The Showdown" (2010). Met "The Great Divide" is er nu de langverwachte opvolger van deze trilogie, waarmee gelijk een nieuw hoofdstuk wordt ingeluid. Het is dit keer niet Magnus Karlsson, maar Timo Tolkki (ex-Stratovarius), die zich ontfermdover het schrijven van de nummers, de productie en het inspelen van gitaar, bas en keyboards. Jami Huovinen (Ring of Fire) is ingezet voor het steady drumwerk. Tolkki heeft tien sterke tracks op tafel gelegd, die fris en toegankelijk klinken en waarin flink wat ruimte is ingeruimd voor smeuïge gitaarsolo's. De muzikale stijl is niet bijster origineel, maar als geheel klinkt het toch ontzettend lekker. Uiteraard zijn het Allen en Lande die er voor zorgen, dat de muziek tot grote hoogte wordt gestuwd. Met de rechtdoorzee opener "Come Dream With Me" zit de stemming er al goed in. Opvolger "Down From The Mountain" leunt iets meer tegen de metal aan en klinkt venijnig. Als vanouds halen de twee zangers vocaal het beste bij elkaar naar boven en klinken ze in elk nummer goed in balans. Met "In The Hands Of Time" wordt het tempo wat opgevoerd. "Lady Of Winter" is een mooie, slepende track en met "Dream About Tomorrow" heb je een meezinger van jewelste in handen. "Hymn To The Fallen" kent een luchtige aanloop, maar is wat mij betreft het hoogtepunt van het album en dient als opmaat voor de ruim zes minuten durende titeltrack, een slepende powerballad. Met "Reaching For The Stars" wordt nog even flink gerockt, waarna met de pianoballad "Bittersweet" mooi wordt afgesloten. Een aanrader voor fans van het melodieuze metalgenre.


Evergrey - Hymns For The Broken

Jaar van Release: 2014

Label : AFM Records


Nadat het vorige album ’Glorious Collison’ in 2011 uitkwam met een grotendeels nieuwe bezetting, werd zanger/gitarist/componist Tom Englund bij het idee aan een volgend album overmand door twijfels. Had het nog wel zin om verder te gaan met Evergrey? Drummer Hannes van Dahl was alweer vertrokken (naar Sabaton) en ook gitarist Marcus Jidell (dook op in Avatarium) leek niet meer van de partij. De oplossing lag echter in het verleden. Om enkele geplande concerten af te werken stemde vorige drummer Jonas Ekdahl toe om Evergrey uit de brand te helpen en hij bracht ook gitarist Henrik Danhage terug mee. Die verliet eveneens Evergrey in 2010, samen met Ekdahl. Tijdens de concerten beleefden de oude boezemvrienden echter zoveel plezier dat Englund er terug schik inkreeg en beide terugkomers blijvertjes bleken. Is dat geen mooi verhaal? Eens kijken tot wat dit muzikaal (en tekstueel) geleid heeft.


Tot een fantastisch album waarop de band gretig en hongerig klinkt, gemotiveerd door producent Jacob Hansen in de Hansen studio voor de finale mix. Natuurlijk weten we hoe emotioneel de zang van Englund klinkt en hoe hij, beter dan wie ook, zijn emoties over de strijd van het leven op alle fronten in gepassioneerde teksten kan gieten Het is niet anders op ‘Hymns For The Broken’ en dat zouden we ook niet willen. Henrik Danhage tovert vurige, vingervlugge solo’s uit de vingers, om in andere songs dan weer zijn instrument te laten huilen. Rikard Zander brengt zwevende toetsenlagen aan, maar ook prachtige pianomelodieën. En de ritmesectie, bestaande uit Johan Niemann en Jonas Ekdahl geeft er een ferme lap op en is bijzonder strak.

Het nieuwe uur Evergey start met een duistere intro en ‘King Of Errors’, samen door Patric Ullaeus vereeuwigd in een videoclip die werkelijk adembenemend is. Moet je zien! ‘King Of Errors’ is ook een kerntrack met een dynamische ritmiek die aanstekelijk is, de dramatische zang van Englund en een scheurende gitaarsolo. Snel raggend vervolgt ‘A New Dawn’ met krachtige zang, maar er is ook een piano intermezzo en een toffe gitaarsolo. Het berustende, beschouwende Evergrey wordt volop geïllustreerd door ‘Wake A Change’, terwijl het langere ‘Archaic Rage’ de kaart van de epiek trekt. Wat extra samples voegen meer drama toe. De meest opstandige track luistert naar de toepasselijke titel ‘Barricades’, terwijl het sensuele ‘Black Undertow’ diep graaft in duistere emoties en ontroert met een gevoelige solo, al er ook wel een vlotte passage ingebouwd. Catchiness geldt zeker voor het heavy, uptempo ‘The Fire’, maar daarna wordt volop gemikt op contemplatieve emoties met het aangrijpende titelnummer en de pianoballade ‘Missing You’. Het album besluit met twee lange, epische tracks. Smekende zangpartijen op afgemeten riffs tijdens ‘The Grand Collapse’ en het magnum opus van dit album ‘The Aftermath’ dat werkelijk alles overklast met zijn gitaarwerk à la Pink Floyd, gebroken zanglijnen en een symfonisch aureool. Kippenvel! ‘Hymns For The Broken’ toont Evergrey in optima forma met superieure klassensongs waarin geen enkel zwak moment te bespeuren is. Gelukkig hebben ze de handdoek niet in de ring gegooid! 


Work of Art - Framework

Jaar van release: 2014

Label: Frontiers 

In het zelfde genre komen Niva en Miss Behavior in dezelfde maand uit met prima albums, maar de landgenoten van Work of Art weten hun toch de loef af te steken. Songs, instrumentatie, zang en productie; alles klinkt net een stukje beter dan de concurrentie. Het is dan ook al weer het derde album, dat de Zweedse band aflevert en ook met dit derde album is weer niets aan kwaliteit ingeboet. De verwachting is hooggespannen na twee top AOR albums. De verwachtingen zijn hoog, maar Work of Art heeft met het album Framework weer een sterke troef in handen. De zomers aandoende mix van AOR en Westcoast sluit naadloos aan bij de twee eerdere releases. Het is een prestatie van formaat dat de band het hoge niveau gedurende de drie albums ogenschijnlijk zo gemakkelijke weet te handhaven. Liefhebbers van de eerste twee platen hebben er weer een pareltje bij, de paar verdwaalde AOR aanhangers die het eerdere werk hebben gemist moeten nu toeslaan. Het wachten op de release was het moeite waard, Robert Sall was ondertussen ook betrokken bij het project van W.E.T. (Work of Art, Eclipse en Talisman) waarbij leden van deze drie zweedse bands deel uitmaken. Liefhebbers die willen genieten van melodieuze rock, zoals die behoort te zijn, kunnen hun hart ophalen. Wanneer je de cd opzet zul je verbijsterd staan van het getoonde niveau. Alles is bijna tot in de perfectie uitgevoerd. Er is geen nummer dat je overslaat, het begint bij het openingsnummer Time to Let Go , het navolgende The Machine, en bijvoorbeeld The Turning Point, het is moeilijk een favoriet nummer uit te kiezen. Het is een meesterwerkje geworden vol met catchy melodie structuren, melodieuze gitaarriffs, maar ook het keyboardgeluid is niet overheersend, maar wel overwogen gebruikt. Maar ook de zang prestaties van Lars Saflund mogen er zijn. Mocht je toch twijfelen speur het You Tube kanaal af zoek naar Work Of Art en of W.E.T. en gun het een luisterbeurt.


Threshold - For The Journey

Jaar van release: 2014

Label: Nuclear Blast Records

Twee jaar geleden brachten de Britten van Threshold met March Of Progress een van hun sterkste platen ooit uit, hoewel sommige mensen progressie misten en naar hun idee meer van hetzelfde kregen. Hoe lekker dat ook mocht klinken. Met ‘Dead Reckoning’ - die de maximale score van 100 kreeg - en ‘March Of Progress’ nog vers in het geheugen komt Threshold nu alweer met een nieuw album. ‘For The Journey’ is eigenlijk ongelofelijk. Want waar de band op ‘March Of Progress’, weliswaar met oudgediende Damian Wilson op zang, net zo gedreven bleef, hoorde ik een kleine touch van gewenning. Maar de kwaliteit bleef zeer goed. Nu Wilson toch echt zijn plaats heeft verankerd, mede bewezen door geweldige live optredens, is ‘For The Journey’ toch een soort test. En de vlag kan gehesen worden want Threshold als collectief slaagt summa cum laude. Die kritieken zul je ongetwijfeld weer horen bij het nieuwe album For The Journey, want ten opzichte van de voorganger is het geluid eigenlijk nauwelijks veranderd. Wellicht dat het sommige mensen ook dit keer teleur zal stellen. Bij een nadere luisterbeurt wordt echter duidelijk dat Threshold nog vol zit met ambitie en energie, en dat zij het onderste uit de kan proberen te halen wat betreft hun huidige geluid.For The Journey is een stuk donkerder qua sfeer en wat betreft teksten meer naar binnen gericht dan March Of Progress. Niet dat de composities of arrangementen zo anders zijn dan voorgaande platen; de plaat kent wat meer mineurakkoorden en teksten die anders zijn dan bijvoorbeeld het politieke engagement uit het verleden.

 Zoals je kunt verwachten van een groep die al twintig jaar meedraait, is de productie dik in orde en krijgt elk instrument de ruimte die het verdient. Het enige minpuntje is nog altijd dat de piano-arrangementen te kunstmatig klinken en er niet gekozen is voor een echte piano.Ook de zang van Damian Wilson is weer schitterend, hoewel het live nog altijd net iets indrukwekkender is. Ogenschijnlijk zonder enige moeite, wisselt hij langgerekte uithalen af met mooie, ingetogen, bijna sprekende zanglijnen. Het zit allemaal even vol spanning en emotie.

Mindere songs zijn er ook op dit album niet te vinden en er zit veel variatie tussen de liederen. Vanaf de opener ‘Watchtower On The Moon’ is de aandacht gevangen en dat blijft zo. Ook nu weer is er gekozen voor een ruige, uptempo opener. Vervolgens worden trage ballads en het snellere, ruige werk met elkaar afgewisseld. Er is ook weer gekozen voor een nummer van episch formaat. The Box vertelt over het botsen van oude en nieuwe werelden en is doorspekt met geluidsfragmenten. Dit is het enige nummer van de plaat waar er veel ruimte is gelaten aan de instrumentalisten om hun kunsten te tonen. Ondanks spetterende gitaar- en keyboardsolo's blijft de song echter gecentreerd rond een zeer pakkend refrein.De band verzet zich tegen het progressieve label dat ze -vooral door de pers- opgespeld krijgen en dat is wellicht terecht, want die noemer is inmiddels besmet geraakt en heeft direct de bijklank van gecompliceerde muziek, eindeloze solo's, ingewikkelde thema's en meer van zulks. En wat Threshold is, valt in dit nummer te horen want alles komt aan bod; de power gitaren van Groom en Morten, de zware bas van Anderson, en ondersteunende maar sfeerbepalende keyboards van West en de retestratkke drums van James. Zó strak, zó energiek. ‘The Mystery Show’, één na laatste nummer is ook weer een hoogtepunt en eigenlijk kan ik weer geen zwak punt vinden. Als geen ander beheersen de heren van Threshold de kunst van het spelen met een melodie, variëren en experimenteren zonder daarbij het oog te verliezen voor een goede song. De composities en teksten van Threshold zijn rijk en dat zit hem vooral in een hoge mate van beheersing. Dit komt mooi tot uitdrukking in de afsluiter Siren Sky. De groep neemt de tijd voor een langgerekte spanningsboog die vervolgens heerlijk wordt opgelost met veel nuance en subtiliteit. Dit is een manier van muziek maken die perfect past bij het ingetogen introspectieve thema dat de groep met deze plaat wil benoemen.Threshold stelt met For The Journey wederom niet teleur. Het scheelt natuurlijk een hoop dat we, in tegenstelling tot voorganger March Of Progress, niet vijf jaar op een nieuwe plaat hebben moeten wachten en de verwachtingen daardoor misschien minder hoog zijn. Ondanks de kortere tijd tussen beide schijven, boet Threshold niet in aan kwaliteit en doet de groep een geslaagde poging het hoge niveau van eerdere albums vast te houden. 




Mr. Big - The Stories We Could Tell

Jaar van release: 2014

Label: Frontiers Records

Wanneer je zo halverwege de veertig jaar bent dan ken je Mr. Big vooral van de nummers To Be With You en Just Take My Heart. De band, vernoemd naar het nummer van Bad Company kwam eind jaren '80 bijeen als zogenaamde 'supergroep'. Feitelijk waren het gewoon een aantal ervaren sessiemuzikanten aangevuld met een zeer getalenteerde gitarist (Paul Gilbert). Nadat het muzikale tij in de loop van de jaren '90 was gekeerd had de band enkel nog wat succes in Japan en stopte er tot een aantal jaar geleden zelfs helemaal mee.

Weer zo'n legende die via Frontiers de carrière voortzet. Vijf jaar geleden staken de heren de koppen (en instrumenten) weer bij elkaar.  In 2011 bracht Mr. Big in de originele bezetting het comeback album What If … uit. Dat nu zijn vervolg krijgt in de vorm van The Stories We Could Tell. Onvermoeibaar lijken ze, zanger Eric Martin, gitarist Paul Gilbert, bassist Billy Sheehan en drummer Pat Torpey. De bluesy rock van de band staat nog steeds als een huis, zo bewijst deze cd.

Verwacht geen grote veranderingen van Mr. BigThe Stories We Could Tell is zoals je mag verwachten. Prima nummers, de herkenbare zang van Eric Martin en de Beatles-adoratie van Gilbert die zich, in tegenstelling tot zijn shred partijen elders (Racer X), voornamelijk focust op herkenbare songstructuren die nog eens extra worden aangezet door de mooie samenzang. Liefhebbers van de eerste drie platen zullen tevreden zijn. Het ligt in lijn met datgene dat zij gewend zijn van de heren.

Wat meteen opvalt is dat het geluid puur overkomt. Weinig hoorbare overdubs, en hier en daar solo's zonder ondersteunende slagpartij. Dat de band nog steeds de bekende variatie aan de dag legt wordt evenzeer duidelijk. Rock, blues, meerstemmige koortjes, maar bovenal: melodie en onmiskenbare muzikale kwaliteit. Het is als een tv serie waar je na jaren afwezigheid zó weer kunt binnenvallen: er is weinig veranderd en het voelt vertrouwd.

De productie doet ook eer aan alle muzikanten wanneer Gotta Love The Ride het album opent. Helder, een goede mix, in sommige opzichten ook een beetje ouderwets en dat past wel bij de muziek. De muzikale discipline die Mr. Big altijd heeft gekenmerkt is nu ook weer het watermerk voor het nieuwe songmateriaal. In I Forget To Breathe bijvoorbeeld krijgt iedereen de ruimte om zijn ding te doen, en zelfs achter de gitaarsolo wordt er niets kunstmatig opgevuld. The Monster In Me is een heerlijke ouderwetse bluesstamper die begint met een scheurende Paul Gilbert, die goed in vorm is en af en toe de meest geweldige dingen uit zijn gitaar haalt.

Just Let Your Heart Decide is het relatieve rustpunt op deze cd maar dat neemt niet weg dat ik dit als een van de betere nummers beschouw. Niet alleen om het gevoel dat er in is gestopt maar ik krijg er gewoon kippenvel van. Als er ooit een kandidaat-opvolger is geweest voor de wereldhit To Be With You dan is het dit nummer wel. Ook het titelnummer bevestigt dat het vermogen om goede composities te schrijven nadrukkelijk aanwezig is.

Een gaaf album dat zeker onder oude fans en bluesrockliefhebbers gretig aftrek zal vinden. 


21 Octayne – Into The Open

Jaar van Release: 2014

Label: AFM 

Deze band debuteert met Into The Open, maar bestaat zeker niet uit groentjes. 21 Octayne herbergt muzikanten die hun sporen al hebben verdiend in de rock- en metalwereld. Bij Axxis, Paul Gilbert en Rhapsodyom precies te zijn. Verwacht overigens geen muziek die in het verlengde van die bands ligt. Into The Open staat voornamelijk vol riffgeoriënteerde metalrock zoals die aan de overkant van de grote plas wordt gemaakt.Vanaf het moment in 2008 dat gitarist Marco Wriedt (Axxis) drummer Alex Landenburg (Rhapsody, Mekong Delta, ex-Axxis) ontmoette bij de audities voor een nieuwe drummer voor Axxis, beseften ze beiden dat er een bepaalde chemie ontstond tussen hen. Alex heeft ondertussen Axxis al enige tijd verlaten, maar het uiteindelijke idee om samen een band te starten, bleef bestaan. Toen Alex bassist Andrew “Bullet” Lauer naar voren schoof en er uren was gejamd, was het alleen nog zoeken naar een geschikte zanger. Die werd gevonden in Hagen Grohe (Joe Perry Project).

Uiteindelijk heeft de diversiteit vanuit de jamsessies een rol gekregen op dit album waar we niet alleen verschillende invalshoeken waarnemen maar waar ook prima muziek gemaakt wordt.

Het resulteert in de eerste volledige cd Into The Open. Negen afwisselende tracks kent het album. De professionaliteit druipt er aan alle kanten vanaf. De songs zitten goed in elkaar, de band speelt strak en zanger Hagen Grohe heeft een prima strot. Dat er chemie in de lucht hangt wanneer de heren samen zijn, blijkt uit de negen nummers op de cd. Hoewel ik een lichte voorkeur heb ontwikkeld voor de eerste helft van de cd, bestaat de cd uit louter goede lekkere rocknummers. Openingsnummer She’s Killing Me grooved meteen met de deur in huis. Alles zit erop en eraan. Er is een lekker duidelijk drumgeluid, de zang van Hagen is goed en de baspartij ondersteund het stevige gitaarwerk van Marco. Het daaropvolgende Dear Friend barst van de emotie. Het nummer kent goede contrasten. De stukken met zang vertellen een duidelijk verhaal. De tussenstukken zijn stevig en goed zwaar aangezet. Het nummer gaat over een ‘vertrouwensbreuk’ in een vriendschap en het emotionele karakter is uitstekend neergezet. Turn The World is een nummer dat rechtstreeks naar menig rockradiostation naar voren geschoven dient te worden. De melodiezanglijn in het begin is als twee druppels water als Stone In Love van Journey. Hagen zingt als John Waite in de oude goede tijden. Bij elkaar genoeg ingrediënten voor een mainstream rocknummer. In Don’t Turn Away wordt je even helemaal door elkaar geschud met een heerlijk funky bas-intro dat uitbarst met de slide op de gitaar. Klinkt, evenals het vorige nummer lekker AOR. Het nummer kenmerkt zich door een stevige riff dwars door het nummer, met daarnaast genoeg ruimte voor de zangstukken. Het nummers klinkt voorspelbaar, maar daardoor ook goed herkenbaar. Kleine ritmeaccenten in Teddy Bear zorgen voor snelheid in het nummer. Accenten die we ook in The Heart (Save Me) tegenkomen. Verdere lekkere rock is te vinden in de nummers Me, Myself And I en Your Life. Titelnummer Into The Open is een powerballad waarin het wat hese stemgeluid van Hagen mooi naar voren komt. Marco krijgt daarbij goed de ruimte om zijn gitaar eens flink te laten ‘zingen’.

Into The Open gooit geen nieuwe deuren open, maar de combinatie van de vier heren zorgt, zoals gezegd, wel voor de nodige chemie die van de nummers afdruipt. Binnen de grenzen van het rockgenre is er genoeg variatie te vinden op de cd en is er ook voor een groter publiek genoeg  moois te vinden. Heerlijk. 21 Octayne is een van de verrassingen voor mij in dit metaljaar. Knap om zoveel stijlen te kunnen brengen in combinatie met soms zeer pakkende refreinen. Ik kan me goed voorstellen dat hier een redelijk breed publiek voor is, dat, net als de muziek van 21 Octayne, een mix zal zijn van jong en oud. Een lekker debuut. Liefhebbers van melodieuze rock met een metalen randje mogen Into The Open niet links laten liggen. 


Mother Road - Drive

Jaar van Release: 2014

Label : Road Songs Records

De naam Mother Road zal je waarschijnlijk nog niet zo bekend in de oren klinken, daar de band pas sinds 2011 is opgericht, maar in de line-up vinden we toch een paar behoorlijk bekende namen uit de scene. Zo heeft oprichter/gitarist Chris Lyne de laatste jaren enkele redelijk succesvolle platen uitgebracht met Soul Doctor, terwijl oprichter/zanger Keith Slack vooral bekend is vanwege zijn werk met de fantastische A.O.R.-band Steelhouse Lane en als zanger van de Michael Schenker Group. Deze twee heren besloten de handen ineen te slaan en een nieuwe band op te richten, wiens naam gebaseerd is op de fameuze “Route 66” snelweg, die in de volksmond ook wel Mother Road genoemd wordt. De line-up wordt gecompleteerd door keyboardspeler Alessandro Del Vecchio (die in bijna elke melodieuze rock band speelt tegenwoordig) en de ritme-sectie Frank Binke (bas) en Zacky Tsoukas (drums). 
Stilistisch gezien moet je de band plaatsen in het bluesy hard rock genre met de nodige seventies invloeden en die mix wordt op deze debuutplaat ‘Drive’ op een zeer smaakvolle manier gepresenteerd. Keith Slack is een geweldige zanger die zich in dit materiaal erg goed thuisvoelt en ook gitarist Chris Lyne laat zich niet onbetuigd in de prima songs. De riffs raken je tot in je ziel en ook als solo-gitarist toont Chris zich erg talentvol. Ster van de show is echter zanger Slack die het kwaliteitsniveau van de plaat tot grote hoogten trekt. Alle elf songs zijn buitengewoon sterk en deze consistentie is, tesamen met de uitzonderlijke klasse van Keith Slack, de grootste kracht van Mother Road. Tracks zoals ‘These Shoes’, ‘Drive Me Crazy’, ‘Out Of My Mind’, ‘Dangerous Highway’ en ‘Blue Eyes’ om er maar een paar te noemen bezorgen je bij tijd en wijlen het nodige kippevel en blinken uit door hun schijnbare eenvoud, maar hebben wel degelijk de nodige diepgang. Bij elke luisterbeurt wordt de plaat beter en ontdek je nieuwe elementen, wat een eigenschap is die kenmerkend is voor echt sterke albums. Voor mij is deze ‘Drive’ dan ook de grootste verrassing van deze maand, in positieve zin dan wel te verstaan! Kolere, wat een onwaarschijnlijk goed album!


Night Ranger – High road

   Jaar van Release: 2014

Label: Frontiers

De verwachtingen bij een nieuw album van Night Ranger zijn altijd hooggespannen  en niet zonder reden. Eigenlijk heeft de band sinds het geweldige debuut Dawn patrol (1982) nooit echt slechte platen gemaakt. Toch heeft de groep het hoge niveau van jaren 80 pareltjes als Midnight madness (1983), Big life (1987) en het al genoemde debuut nooit meer gehaald.

Maar dat zijn dan ook albums van uitzonderlijke kwaliteit. Het neemt namelijk niet weg dat o.a. 7 wishes (1985), Man in motion (1988), Seven (1998) en recenter werk als Hole in the sun (2007) enSomewhere in California (2011) eveneens dik in orde zijn. Typische kenmerken van Night Ranger zijn de catchy ‘feelgood’ songs in combinatie met geweldig gitaarwerk van Brad Gillis en Joel Hoekstra en de afwisselende leadzang van bassist Jack Blades en drummer Kelly Keagy. Op High road zijn al deze facetten wederom ruim vertegenwoordigd.

Met het album High Road levert Night Ranger schijnbaar met een achteloos gemak een prima plaat af. Night Ranger is simpelweg te goed om slechte albums te maken. De songs stralen spelplezier uit en het vakmanschap spat er zoals gewoonlijk weer vanaf. Puntje van kritiek is wel dat veel nummers dezelfde structuur hebben (met name de refreinen) waardoor het allemaal nogal op elkaar lijkt en er iets te weinig afwisseling is. Toch hebben de songs een hoog meezinggehalte en klinkt het allemaal als een klok.

Het titelnummer had zo op een van de eerste platen kunnen staan en is dan ook een van de hoogtepunten. Verder zijn Knock knock never stopRollin’ onI’m coming home en de rustpuntjes Don’t live here anymoreen Only for you only stuk voor stuk geweldig. High road is een perfecte plaat voor de zomermaanden. En wat zou het leuk zijn als de band eindelijk eens een Europese tour zou doen. Helaas heeft Night Ranger in Europa nooit de status gekregen die het in Amerika wel heeft waardoor een tour aan deze kant van de oceaan waarschijnlijk niet lucratief genoeg is. Deze elfde studioplaat is weer zo’n juweeltje, vol met lekkere feelgoodrock die volledig tot zijn recht komt tijdens een zomerse dag. De productie is weer om door een ringetje te halen en de afwisseling tussen de nummers zijn prima afgestemd. Tel daarbij de prima samenzang en het hoge meezinggehalte en je hebt een geweldige melodieuze rockplaat, waarmee de mannen van Night Ranger aangeven nog lang niet aan het eind van hun latijn te zijn. 



Unisonic - Light of Dawn 

Jaar van release: 2014

Label: EarMusic

In 2012 met het debuut album was het al duidelijk dat de collaboratie tussen Michael Kiske en Kai Hansen de eerste stappen richting top gezet had. Het hele grote succes bleef nog wat uit - het is dan ook geen Masterplan - maar dat zou slechts een kwestie van tijd zijn. Het tweede album is er nu, getiteld Light of Dawn. 

De tweede langspeler, ‘Light Of Dawn’, gaat na de intro in ieder geval erg sterk van start met ‘Your Time Has Come’ die wel iets teruggrijpt naar de “Keeper” sound. Snelle gitaren, dito drums en de typisch hoge zang van Kiske klinken erg vertrouwd en ik betrap mezelf erop dat mijn hoofd steeds sneller goedkeurend op en neer gaat. De daaropvolgende ‘Exeptional’ is een stuk langzamer, dromeriger en progressiever, maar mag er zeker weten. Gelukkig wordt het gaspedaal op ‘For The Kingdom’ (van de gelijknamige EP die eind mei verscheen) daarna weer verder ingedrukt. Op de daarop volgende nummers zet men voornamelijk de melodieuze hardrock en AOR van het debuut door, en alhoewel de muziek zeker niet verkeerd klinkt, kan ik niet spreken van echte hoogvliegers. De stevigere ‘Find Shelter’ en de stampende ‘Throne Of The Dawn’ vallen in de positieve zin op, terwijl de rest van de nummers – ondanks hun heerlijke typische 80s sfeer – niet meer dan redelijk, of zelfs matig zijn. Uiteraard zijn de songs goed gecomponeerd en valt en laat men op instrumentaal en vocaal gebied niets te wensen over, wat ook voor de geluidstechnische kant van het verhaal geldt. Helaas kunnen de songs over het algemeen de aandacht niet echt vasthouden, en zijn de langzamere nummers behoorlijk langdradig. De bovengenoemde uitschieters zijn daarnaast te voorspelbaar en te standaard om van echte hoogvliegers te kunnen spreken. Al met al is ‘Light Of Dawn’ een sterker album dan zijn voorganger, maar ook dit keer komt men niet verder dan een aardige melodieuze rock/power metal album.

Voor een pak heavy metalliefhebbers zal dit wellicht dé plaat van het jaar zijn. Begrijpelijk, omwille van vele redenen. Ten eerste zit hier een pak Helloween-nostalgie in, zowel de de pure powermetalfasen als van de tijd waarin ze trachtten met hardrock de hitlijsten te veroveren. Unisonic is dus niet alleen een evenwichtsoefening tussen heavy en dubbelbas-aangedreven powermetal, ook meezinger-(hard)rock-hymnes zoals Exceptional en Not Gonna Take Anymore zijn geen uitzonderingen, integendeel. Voor ieder wat dus, voor mij persoonlijk is dat vooral For The Kingdom (op zijn Stratovarius), waarvoor ook een EP verscheen in de aanloop tot dit album. De rest is me veelal te zoet en gezapig, al moet ik toegeven dat de kwaliteit niet te ontkennen valt. Unisonic is top.


Tesla – Simplicity

Jaar van Release: 2014

Label: Frontiers 

Vanaf het debuutalbum Mechanical resonance(1986) en de geweldige opvolger The great radio controversy (1989) was Tesla in die jaren een van mijn favoriete bands.  Alleen al de naam van het debuutalbum Mechanical Resonance laat de oude rockers opveren van hun stoel. Het zijn dan ook met name de oudere albums van Tesla die zorgden voor het grote succes. Onder andere The Great Radio Controversy en het akoestische Five Man Acoustical Jam staan nog in veel geheugens gegrift als klassiekers. Deze inmiddels 32-jarige band uit Sacramento, California belooft in alle toonaarden dat dit nieuwe album, na een hiaat van zes jaar, weer het ouderwetse Tesla gaat laten horen. De melodieuze hardrock van de band uit California met fantastisch gitaarwerk van Frank Hannon en Tommy Skeoch en de aparte maar fantastische stem van Jeff Keith sloeg bij mij in als een bom. Het resultaat is dat ik tot op de dag van vandaag een enorm zwak voor Tesla heb.

Ondanks het feit dat het niveau van de eerste twee platen daarna nooit meer gehaald wordt levert de groep met o.a. Psychotic supper (1991) en Bust a nut (1994) een aantal prima werkjes af. Toch valt Tesla niet lang na het uitkomen van Bust a nut uit elkaar en duurt het zes jaar voordat de mannen de koppen weer bij elkaar steken. Na het prima Into the now(2004) wordt Skeoch vervangen door Dave Rude en maakt de band o.a. het coveralbum Real to reel (2007) en het niet onaardige Forever more (2008). Het waren lekkere platen, niet meer en niet minder. Datzelfde geldt ook voor

Simplicity . Het album is weer een nieuw hoofdstuk in de lange geschiedenis van Tesla, waarmee Tesla naar eigen zeggen terugkeert naar de roots. Maar de vraag is na het veelvuldig beluisteren van dit nieuwe album of het nog wel zin heeft voor de band om nieuw werk uit te brengen. Veel van hun generatiegenoten die nog actief zijn halen bij lange na niet meer het niveau van vroeger en dat geldt  ook voor Tesla. Met Simplicity poogt het vijftal dus weer aan te haken bij het goudomrande geluid van vroeger en het laat daarbij niets aan het toeval over. Alle stijlelementen die Tesla maakten tot wat het is zijn rijkelijk vertegenwoordigd. Tot echt verheffende songs leidt het echter niet. We hebben het al eens eerder gehoord, maar dan in een andere vorm.

Het bijzondere is wel dat de groep op Skeoch na nog steeds in originele bezetting opereert en dat kunnen de meeste andere bands niet zeggen. Qua sound hebben de heren wel gelijk. Helaas blijft de kwaliteit van het songmateriaal misschien wat achter bij de hooggespannen verwachtingen.

De eerste seconden van het album zijn hoopgevend. MP3 heeft een intro dat je regelrecht terugbrengt naar 1986. Helaas is de rest van het nummer niet bijzonder. RicochetRise and fall en Honestly klinken wel lekker maar ook niet meer dan dat. De enige nummers waarin iets van de oude glorie te horen is zijn So divine .

Het honky-tonkende Cross My Heart is een aardig intermezzootje op weg naar het Eagles-achtige Burnout To Fade dat muzikaal gezien nog het meest om het lijf heeft op deze schijf. Dit lijkt de start van het rustigere gedeelte want Life Is A River is een rustige, Aerosmith-achtige ballad. Schijn bedriegt echter, want Sympathy staat bol van het gesoleer, en Time Bomb lijkt van alle nummers nog het meest op het oude Tesla. Wat opvalt  is dat de band in het (semi) akoestische aspect beter tot zijn recht komt, dan in het hardere werk. Daar is niets mis mee, want akoestisch en Tesla zijn goede vrienden. In mijn beleving kan echter enkel het gepassioneerde Life is a River zich meten met het allerbeste werk. Over het algemeen moet het album het doen met het predicaat verdienstelijk. Voor Tesla begrippen is dat te weinig. 


Rival Sons - Great Western Valkyrie

Jaar van Release: 2014

Label : Earache

Rival Sons’ nieuwe album ‘Great Western Valkyrie’ is wederom een spetterend album geworden, wie had gedacht dat Rival Sons het eveneens fantastische ’Head Down’ zou evenaren, laat staan overtreffen! De riffs zijn fantastisch rock ‘n’ roll gecombineerd met slides voor het blues gevoel; zanger Jay haalt nog meer uit zijn stem, waardoor hij nu een nog groter bereik heeft en schiet ogenschijnlijk eenvoudig van hoog naar laag met hier een daar gevoelige uithalen. De vier man sterke formatie maakt voor dit album veelvoudig gebruik van een toetsenist. In het verleden werd dat al eens gedaan, maar op ‘Great Western Valkyrie’ gaat de band een paar stappen verder, onder andere doordat Ikey Owens (The Mars Volta, Jack White) regelmatig aanschuift. Van alle bands die zich de afgelopen jaren gretig op de jaren zeventig stortten, is Rival Sons een van de allerbesten. Hoewel de invloed van de band er altijd dik bovenop lagen, waren de songs meestal beter als bij de concurrentie. De band blijkt met het album de toch al hooggespannen verwachting ruimschoots te overtreffen. En opnieuw is dat dankzij de geweldige composities.

 Het belangrijkste element op het album is echter drummer Micheal Miley, of kortweg Miley, zoals de bandleden hem noemen. We spraken Miley vlak voordat bassist Robin Everhart de band verliet. Dat vertrek en de vervanging van Robin door Dave Beste (Maroon 5, Rocco Deluca) heeft een geweldige uitwerking gehad op Miley. Zijn drumspel is krachtig, gevarieerd en heeft veel hooks. Wie hem laatst in Nijmegen zag spelen, heeft kunnen zien dat hij zelf ook zichtbaar geniet van de hernieuwde ritmesectie.

Dat hierdoor de nummers alle van hoge kwaliteit zijn, is duidelijk. De variatie in het spel sluit aan op de variatie in de teksten van songs. Zo zijn ‘Electric Man’ en ‘Rich And The Poor’ seksueel beladen, ‘Good Things’ behandelt de moeilijke momenten in het leven, terwijl ‘Good Luck’ weer over een gebroken relatie gaat. Op ‘Destination On Course’ kan Scott weer los met zijn psychedelische spel à la ‘Manifest Destiny’ van ‘Head Down’, terwijl op ‘Belle Starr’ het briljante spel van Miley het best hoorbaar is. ‘Where I’ve Been’ is juist een gevoelige ballad over een meisje dat vind dat ze het niet verdiend om liefde te ontvangen door haar duistere verleden. Krachtige single ‘Open My Eyes’ gaat over onzekerheid, alhoewel van onzekerheid nergens sprake lijkt bij deze band die alles uit de kast trekt om een geweldig album af te leveren. En laten we eerlijk zijn, wat ze doen, doen ze verdomd goed!

Ik kan eigenlijk niet vaak genoeg benadrukken hoe ontzettend goed dit album is. Dit vierde album laat ook een zelfverzekerde band horen. Alles klinkt rauw en direkt. Vooral de gitaren knarsen en kraken. Geen compromissen, zoveel is wel duidelijk. En het meest indrukwekkende nummer sluit het album af: Destination On Course, een ballad waarin Buchanan de uitersten van zijn bereik opzoekt, inclusief falsetstem en bijgestaan door een koor. Het album laat horen hoe geweldig een authentieke hardrock en blues kan klinken.


Kirk – Masquerade

Jaar van Release: 2014

Label : Mausoleum Records  

Kirk was voor mij een nobele onbekende, maar mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld door Denis Ward. Naast bassist bij Pink Cream 69 en Unisonic, is hij de laatste jaren de producer van diverse bands. Zijn naam als producer op dit album, betekende voor mij zoveel als een kwaliteitslabel.

Deze Zwitserse band werd opgericht in de tweede helft van de jaren negentig en bracht het debuut The Final Dance uit in 2003. Toen drummer Vito Cecere om gezondheidsredenen de band moest verlaten en menig bandlid er nevenprojecten op na ging houden, besloot men een pauze in te lassen. Doordat verschillende bandleden actief waren in diverse zijprojecten, werd de activiteit van Kirk ‘on hold’ gezet. Kirk heeft een lange pauze genomen, maar is nu terug met een beresterk tweede album Masquerade dat bulkt van aangename melodieuze metal. De Zwitserse band werd al in de tweede helft van de jaren negentig opgericht en bracht het debuutalbum The Final Dance uit in 2003. Dat was behoorlijk succesvol, zelfs tot in Japan toe. De band kon door Europa toeren in het kielzog van bands als Doro, Pink Cream 69, Axxis en landgenoten Shakra. 

Zanger Thomi Rauch zette zijn joker in op Decent Disaster en gitarist Sammy Lasagni werd het meest succesvol, want hij bracht drie albums uit met het gekende Godiva. Pas in 2010 volgde een renie. De nieuwe drummer werd Philipp Eichenberger (ook actief in Legenda Aurea). Het nieuwe album werd opgenomen met klassenproducer Dennis Ward (hij werkte al samen met Kirk voor het debuut) en ook deze Zwitsers vertonen een grote Dit gezelschap speelt melodieuze metal, met zowel AOR als progressieve elementen; variëteit troef. Je hebt lichtvoetige hardrock in de trend van Asia, zoals in het vlotte en radiovriendelijke Nothing Else but Lies, maar soms ook hardere power metal, luister maar naar het Hammerfall-achtige Fight or Die Music; of meer progressief gelaagd, vergelijkbaar met DGM inTragedy.vakbekwaamheid.  De muziek is zoals gezegd melodieus, maar best te omschrijven als progressieve power metal.

Daarbij staat de song centraal, getuige de enorme aanstekelijkheid en toegankelijkheid van de elf composities. Bovendien verstaat Kirk de kunst om ons te verzekeren dat ze heer en meester zijn op hun instrumenten, zonder dat dit in overdadig vertoon of complexiteit verzandt. Ik moest denken aan Queensryche en Kamelot, maar vooral aan de frisheid van Voyager, de Australirs die hun progressiviteit ook altijd verpakken in aanstekelijke deunen. De muziek is stevig, met soliede arrangementen en fijne refreinen, met – uiteraard – een kristalhelder geluid. Zanger Thomi Rauch is één van de sterren met zijn krachtige weelderige zang. De andere vedette is gitarist Sammy Lasagni(Godiva) die bij het soleren de noten vaak lang aanhoudt en mij daardoor doet denken aan Dave Meniketti van Y&T. Hoogtepunten op dit werkstuk zijn de opzwepende opener Devil’s Claw, het gedreven, maar donkere Eternity en het geweldige ‘progy’ Fallen Angel. Deze gasten weten hoe ze sterke, pakkende songs moeten schrijven en dit album is dan ook een aanrader voor elke serieuze melodieuze rockfan.

Met Devils Claw heeft de band een heftige binnenkomer. De stompende rock wordt opgesmukt door toetsen, de zuivere zang krijgt later een echo en de strakheid wordt ondersteund door een sierlijke gitaarsolo van Sammy Lasagni. Het vlotte Supersonic Speed bewijst de kunst van catchy songs te schrijven, terwijl de gevoelige zang in Masquerade me voor het eerst aan Geoff Tate doet denken. De achtergrondkoortjes zijn charmant, maar er wordt ook even flink van jetje gegeven op een manier die eigen is aan Dream Theater. Virtuoze solomomenten voor toetsen (Bruno Berger) en gitaar. Het begin van Eternity is balladesque, met veel emoties in de zang, maar later wordt het toch weer wilder, maar super catchy. De muziek van Kirk heeft iets speels, waardoor de stompende ritmes en het opzwepende refrein van het kordate Fight Or Die er alleen maar beter op wordt. Drummer Philipp Eichenberger zet een krachtige prestatie neer, zijn accenten vallen meer dan eens op, zoals in Tragedy en Nothing Else But Lies dat zelfs een AOR refrein herbergt. Snel en vlot vertoont Time verwantschap aan Helloween, iets dat we misschien aan producer Dennis Ward kunnen toeschrijven en ook in Face In The Crowd een gemerkte invloed is. Dit alles wordt knap verfraaid door zwevende synths op de achtergrond. The End Of The Universe is een van de hoogtepunten met een compleet scala: gevoelige emotionele zang plus solos op gitaar en synthesizer. Om dat heerlijk rockend af te sluiten met scheurende solos in Fallen Angel. Ze hebben er lang over gedaan, maar dit is een album van hoge kwaliteit!


 

H.E.A.T. - Tearing Down The Walls

Jaar van Release: 2014

Label : V2 Records 

Als je met een debuut album als dat van H.E.A.T. op de proppen komt, is dat natuurlijk geweldig. Aan de andere kant worden de verwachtingen van de opvolger(s) echter ook torenhoog. Ondergetekende was direct helemaal ingepakt door de kwalitatief onwaarschijnlijk hoogstaande AOR van deze Zweden. De navolgende twee albums waren eigenlijk weer bovengemiddeld goed, maar konden wellicht door het gemis van het verrassingseffect en de inmiddels erg hoog liggende lat, in mijn ogen niet meer zo overdonderend scoren.  Soms ben je gewoon heel blij dat een bandje dan eindelijk weer een album uitbrengt. Dit geldt voor mij bij de Zweedse band H.E.A.T na wat verschuivingen in de bandsamenstelling is de band nu terug met hu nieuwe plaat “Tearing Down The Walls”.De (glam)rockband leverde eerder al de topplaten “H.E.A.T”, “Freedom Rock” en “Address The Nation”. Waarvan de eerste nog met de “oude” zanger Kenny Leckremo.

Zelfs de personeelswissel met de nieuwe zanger Eric Grönwall, die mogelijk nog beter is dan zijn voorganger, kon in mijn ogen nog niet de overtreffende trap zijn.
Met het nieuwste album Tearing Down The Walls schijnen de jongens de titel daadwerkelijk kracht bij te willen zetten; dit is bij vlagen behoorlijk heftig voor AOR begrippen. De productie heeft de gruizigheid ook in deze passages nog net binnen de kaders van de AOR grenzen kunnen houden, maar ik kan me zo voorstellen dat er echte stukken puur vuurwerk in de live uitvoeringen van enkele nummers zitten. Het vierde album begint waar de band was gebleven. Gewoon met een vette intro en daarna flink knallen met rock vocalen en een fijne gitaren en synthesizers klanken.
De nummers op het album zijn weer heerlijk om mee te zingen, niet te moeilijke teksten. Zoals je van een Rock&Roll band verwacht. 

 Als luisteraar kun je die onderliggende lading dwars door de publieksvriendelijke productie heen voelen. Die productie heeft (wederom) een bijzonder goede balans gevonden tussen muziek met ballen en melodie, helderheid en overzicht. Zowel tussen de nummers als in de nummers zelf is gezorgd voor heel veel variatie en toch is dit album beslist een hechte eenheid met zeer gedegen en mooi materiaal.

Point of No Return is ook meteen de langste track op het album
A Shot at Redemption is lekker catchy zoals het hele album wel is terwijl Inferno en lekker oeh-oeh-oeh meezing stukje erin heeft zitten, dat wordt weer veel fun tijdens de show.

The Wreckoning begint lekker duister met wat onweer en is de intro van Tearing Down The Walls, de titeltrack van het album, die met een akoestisch gitaartje en de stem van zanger Erik Grönwall. Een geweldige nieuwe single lijkt mij zo!Met Mannequin Show zijn we alweer op de helft van het album, de drums slaan rustig en de gitaren schreeuwen zachtjes er bovenuit. Een vrij rustige track op het album maar desondanks zeker niet minder.

We Will Never Die begint meteen wat harder en heeft weer een heerlijk ritme te pakken om op mee te knikken. De cleane vocalen zijn heerlijk en pakken je meteen weer. Ook de samenzang van de heren is mooi in balans en verveelt niet. Heerlijke gitaarsolo van Eric Rivers in deze track ook weer. Het gaat erg goed met de band en hebben wellicht met deze langspeler hun beste product ooit afgeleverd, zeker na hun debut plaat.Emergency begint ook weer met een fijne gitaarsolo, waarna drummer Crash een fijn beat meegeeft. Ik blijf het herhalen maar de hoge klanken van de zanger blijven me verbazen en blijven fijn zuiver.

Overall gezien is de plaat lekker strak ingespeeld, fijne ritmes en coole zangstukken.
All The Nights is een fijne ballade, die hoort er ook gewoon bij. Jona Tee, de toetsenist, levert hier samen met de zanger een geweldige track mee af.Eye for an Eye gaat de band weer lekker in het glamrock ritme verder en kunnen we weer fijn meezingen met de geweldige tekst Eye for an Eye. De soms wat simpele ritmes en teksten zorgen er wel voor dat iedereen mee kan gaan doen tijdens de live shows. De band zou zomaar nog eens heel groot kunnen worden in Europa en Amerika.

Enemy In Me en Laughing At Tomorrow zijn de sluitstukken van alweer de vierde plaat van de band.
Zeer goede afsluiters van “ Tearing Down the Walls” en daarmee zetten ze zich opnieuw op de kaart.
Het album is een must-have voor de (glam)rock liefhebbers en ze bewijzen dat er een nieuw bloed klaarstaat om de gevestigde generatie op te volgen. Kleine kanttekening is dat er na het heerlijke toetje Eye For An Eye en Enemy In Me geindigd wordt met het vrij zoutloze Laughing At Tomorrow. Buiten deze kleine voetnoot moet ik concluderen dat dit gewoon een erg goed album is, waarbij de mix van een onderhuids venijn en super melodieus geweldig samensmelten.



 Overland - Epic

Jaar van Release: 2014

Label : Escape Music 

FM-zanger Steve Overland is al sinds jaar en dag n van mijn favoriete melodieuze rockzangers. Steve Overland is vooral bekend als de frontman van de absolute klasse band FM. Die albums zitten in de verzameling van elke AOR fan. De beide albums “Indiscreet” en “Tough It Out” zijn absolute meesterwerkjes in het genre. Naast FM was Steve ook de drijvende kracht achter The Ladder en Shadowman. In 2008 en 2009 bracht hij al eerder solowerk onder zijn naam uit. Met deze “Epic” levert hij daarmee nieuw solowerk af.

 Ook als solo-artiest is hij zeker niet onverdienstelijk bezig en met name zijn tweede solo-plaat, het uit 2009 stammende 'Diamond Dealer', was een absolute kraker. Bijna vijf jaar na die release is Steve terug als solo-artiest en heeft hij, naast een tweetal platen met zijn band FM ('Rockville I' en 'Rockville II'), nu zijn langverwachte derde solo-album op de markt gebracht getiteld 'Epic'. Deze specifieke release is alleen al interessant vanwege het feit dat Steve op deze CD de samenwerking is aangegaan met de A.O.R.-gitarist- en producer bij uitstek Mike Slamer, terwijl ook Mike's Seventh Key bandmaatje Billy Greer de nodige achtergrondvocalen heeft verzorgd. En het dient te worden gezegd dat deze samenwerking een wederom spectaculaire A.O.R.-plaat heeft opgeleverd. 
De plaat opent met het supergladde 'Radio Radio' en dat is nu niet echt het nummer dat ik gekozen zou hebben om de plaat mee te openen. Zoals de titel al doet vermoeden is de opener “Radio Radio” een uiterst radiovriendelijk AOR deuntje met de warme stem van Steve, catchy riffs en duidelijk aanwezige toetsen. Wie al vroeger werk van Mr. Overland heeft gehoord (FM, The Ladder, …) weet dat zijn songs allen van hoge kwaliteit zijn op gebied van de zang (uiteraard), maar ook de instrumentatie laat hoog vakmanschap horen. Maar met deze release vind ik persoonlijk dat de nummers niet genoeg blijven hangen! De tracks hebben te leiden onder het AOR syndroom. De weinige variatie in de nochtans uitstekende composities is daar verantwoordelijk voor. Iets wat het genre meermaals verweten wordt (al dan niet terecht).

Vele melodieuze rockbands zouden blij zijn met het kwaliteitsniveau van dit nummer, maar als je de gehele 'Epic' plaat beluisterd is dit niet bepaald het beste wat Steve te bieden heeft. Nee, dan is het navolgende 'If Looks Could Kill' al een heel stuk beter, terwijl ook songs als 'Stranded', 'Down Comes The Night', 'So This Is Love', 'Wild' en afsluiter 'The End Of The Road' tot de vele hoogtepunten van dit album behoren. Zoals gewoonlijk zingt Steve de sterren van de hemel en komen de heerlijke gitaarpartijen, de fantastische harmony zang en de bijzonder fraaie melodie-lijnen door de uitstekende productie optimaal tot hun recht. Het dient wel te worden gezegd dat het enige luisterbeurten vergt voordat het materiaal zijn schoonheid daadwerkelijk prijsgeeft, maar als je die investering hebt gedaan moet je tot de conclusie komen dat Steve Overland met deze 'Epic' andermaal een top-product heeft afgeleverd. Niet tegenstaande deze kanttekening is er geen enkel minder nummer te bespeuren in deze collectie. “Rags To Riches” scoort wat hoger op de rockmeter en laat zich hierdoor ook opmerken! Natuurlijk geldt dit ook voor “Rock Me”, wat met zo’n titel in de lijn van de verwachtingen lag. Wonderwel wordt deze trend doorgezet voor de resterende nummers. Let vooral op de vrolijke – duidelijk door TOTO geïnspireerde – toetsen gedurende “So This Is Love”. De derde soloplaat van Steve is opnieuw een collectie van 12 kwaliteitsvolle tracks met die ongelooflijke stem van de man zelf op de voorgrond. Wie vorig werk van Steve goed vindt, kan dit album blind aanschaffen. De liefhebbers van de smooth AOR zullen hier ook een vette kluif aan hebben. Misschien dat de plaat voor de meer melodieuzere rock georiënteerde liefhebber wat te zacht uitvalt!



 

Vanden Plas - Chronicles of the Immortal – Netherworld Path 1

Jaar van Release : 2014

Label : Frontiers Records

Suddenly, he finds himself between the fronts of two worlds. Arcade beings of the enemy legion seize possession of him. Telling tales of Godly temptation, lost love, the forgotten souls of children and of a key to the way out of the Netherworld.

Zo begint Chronicles Of The Immortals Netherworld Path 1. Het is een citaat uit de gelijknamige, twaalfdelige boekenreeks van Wolfgang Hohlbein die samen met zijn manager Dieter Winkler en zanger Andy Kuntz het verhaal achter deze plaat hebben geschreven. Nadat Hohlbeins boekenserie al in het theater een succes was onder de naam Bloodnight, met, jawel, Andy Kuntz in de hoofdrol en de rest van Vanden Plas in de orkestbak, zijn ze om de tafel gaan zitten om deze theatervoorstelling om te toveren in een cd. Verhaaltechnisch zit het dus wel snor met deze mannen en omdat Vanden Plas al een aantal jaren sterke platen uitbrengt, mogen we verwachten dat ze weer met een prima nieuwe cd komen.  Het Duitse equivalent van Dream Theater.

De Duitsers van het Progressieve Metalinstituut Vanden Plas timmeren al een tijdje aan de weg. Sinds hun debuut ‘Colour Temple’, dit jaar 20 jaar geleden uitgebracht, is het succes van de band alleen in stijgende lijn geëvolueerd en dat merk je ook aan hun muziek. Album na album slagen ze erin om hun oorspronkelijke sound te behouden met telkens subtiele wijzigingen, waardoor het toch nog vernieuwend klinkt en waarbij dat de stem van zanger Andy Kuntz het geluid van de band typeert. Wat ook opvalt aan de band is dat de line-up doorheen de jaren steeds hetzelfde is gebleven. Dit komt doordat ze zich niet enkel en alleen met de band bezighouden, maar ook hun muzikaal ei kwijt kunnen in verschillende theaterproducties. Een paar voorbeelden zijn de dvd’s en muziekcd’s van ‘Ludus Danielis’, een bewerking van een oude liturgische muziekstuk naar een moderne rockyversie met behoud van de oorspronkelijke (latijnse) teksten. Verder zijn ook ‘Christ O’ en ‘Abydos’ zeker het vermelden waard. Deze drie producties werden door de band zelf tot stand gebracht. Daarnaast hebben ze ook hun medewerking verleend aan tal van andere producties in het Pfalztheater in Kaiserslautern. Hierdoor blijft er maar weinig tijd over om effectief te gaan touren. Het is om die reden dat je de band maar weinig aan het werk zal zien.

Hun laatste wapenfeit dateert al van vier jaar geleden met het goed ontvangen ‘The Seraphic Clockwork’ en Vanden Plas staat klaar met een nieuwe cd genaamd ‘Chronicles Of The Immortals: Netherworld’. Een dubbele conceptplaat gebaseerd op de verhalen van de Duitse auteur Wolfgang Hohlbeim .Aan alle kanten verneem je dat Vanden Plas een schat aan ervaring in zich heeft. Of het nu gaat om het uitstekende spel, het degelijke songmateriaal of de op bepaalde momenten behoorlijk aanzwellende bombast. Het past allemaal precies. Natuurlijk, het Dream Theater-juk hangt zo nu en dan nog om de schouders (Godmaker heeft een riff die A Change Of Seasons van de NewYorkers volgens mij ook bevat), maar dat kan niet opwegen tegen het gedoseerde songmateriaal.

Chronicles of the Immortals - Netherworld (Path 1) is op voorhand geen allemansvriendje. Het conceptalbum dat ook nog eens over twee albums is verspreid doet op het eerste gehoor wat fragmentarisch aan. Een dodelijk cliché (maar clichés zijn altijd waar): pas na meerdere luisterbeurten vallen de puzzelstukjes in elkaar en geeft de plaat pas zijn geheimen prijs. En blijkt Chronicles of the Immortals - Netherworld (Path 1) aanzienlijk cohorenter dan op het eerste gehoor.

Zoals we gewend zijn van de Duitsers klinkt het nieuwe plaatwerk als een klok. Ondanks dat er de nodige instrumentale uitspattingen en "grootse" momenten in de muziek zitten, zit alles hoorbaar op zijn plek. De stem van Andy Kuntz kan een struikelblok zijn voor instappers, liefhebbers van Vanden Plas koesteren deze plaat en wachten in spanning op het tweede gedeelte van dit kunstwerk.

Het album begint met een beklijvende intro dat in de letterlijke zin van het woord wordt gebruikt, het vormt een gesproken inleiding op het conceptalbum. “Vision One” bevat een diepe stem die op een mysterieuze wijze het verhaal inleidt, waarop zanger Andy Kuntz dan voor het eerst zijn vocale range mag tentoonspreiden, het is het eerste liedje en vormt meteen al een eerste hoogtepunt. Het zet ook de toon voor de rest van het album. “Vision One” wordt logischerwijze gevolgd door “Vision Two: The Black Knight”, die wordt gekenmerkt door een hoog muzikale gehalte, waar dat de band zo voor gekend is, met de nodige tempowisselingen en ingetogenere gedeeltes, zodat het toch interessant blijft om naartoe te blijven luisteren.

Daarna krijgen we “Vision Three: Godmaker” voorgeschoteld, waar een muziekvideo voor geschoten werd. “Vision Four: Misery Affection Prelude”bevat een ware primeur voor Vanden Plas. Voor het eerst zingt Andy een duet samen met zangeres Julia Steingass. De stemmen passen goed bij elkaar en het wordt gevolgd door een ingetogen stuk in “Vision Five: A Ghosts Requiem”, waarbij dat er een solostuk voor de zangeres is gereserveerd en er is zelfs sprake van een waar koor, in navolging van hun werk in het Pfalztheater. De cd gaat zo hele tijd door en sluit met een magistraal einde af in de “Vision 10: Inside”. Een sterke intro die het verhaal perfect inleidt en een magistrale afsluiter, dit is Vanden Plas ten voeten uit!


Doorheen de cd is er eigenlijk nooit een zwak moment te horen. Alles past bij elkaar, elk liedje sluit perfect aan bij het vorige. De band ziet het groots en wil dit ook op het album uitdrukken, met uitstekende arrangementen voor de keyboard en het koor legt daar nog meer de nadruk op. Ondergetekende is zeer benieuwd naar hoe ze dit live gaan brengen en kan haast niet wachten op het vervolg van deze heerlijke plaat van een band waarin de muzikale genialiteit er gewoon vanaf drupt.

Aan alle kanten verneem je dat Vanden Plas een schat aan ervaring in zich heeft. Of het nu gaat om het uitstekende spel, het degelijke songmateriaal of de op bepaalde momenten behoorlijk aanzwellende bombast. Het past allemaal precies. Natuurlijk, het Dream Theater-juk hangt zo nu en dan nog om de schouders (Godmaker heeft een riff die A Change Of Seasons van de NewYorkers volgens mij ook bevat), maar dat kan niet opwegen tegen het gedoseerde songmateriaal.

Chronicles of the Immortals - Netherworld (Path 1) is op voorhand geen allemansvriendje. Het conceptalbum dat ook nog eens over twee albums is verspreid doet op het eerste gehoor wat fragmentarisch aan. Een dodelijk cliché (maar clichés zijn altijd waar): pas na meerdere luisterbeurten vallen de puzzelstukjes in elkaar en geeft de plaat pas zijn geheimen prijs. En blijkt Chronicles of the Immortals - Netherworld (Path 1) aanzienlijk cohorenter dan op het eerste gehoor.

Zoals we gewend zijn van de Duitsers klinkt het nieuwe plaatwerk als een klok. Ondanks dat er de nodige instrumentale uitspattingen en "grootse" momenten in de muziek zitten, zit alles hoorbaar op zijn plek. De stem van Andy Kuntz kan een struikelblok zijn voor instappers, liefhebbers van Vanden Plas koesteren deze plaat en wachten in spanning op het tweede gedeelte van dit kunstwerk.



W.E.T. - One Live - In Stockholm

Jaar van Release : 2014

Label : Frontiers Records 

Op 17 januari 2013 speelde de melodieuze rockformatie W.E.T. een exclusieve show in de Debaser Club in Stockholm om de release van hun tweede album 'Rise Up' enigszins luister bij te zetten. Dit optreden werd (gelukkig) opgenomen en is nu onder de titel 'One Live - In Stockholm' zowel als CD en als DVD verkrijgbaar. De kern van de band bestaat uit Robert Sall (de W van Work Of Art), Erik Martensson (de E van Eclipse) en Jeff Scott Soto (de T van Talisman) en werd op deze avond aangevuld door Magnus Henrikson op gitaar, Robban Back op drums en Andreas Passmark op basgitaar. De melodic rock band staat garant voor een portie American rock waarbij je waar voor je geld krijgt.

Zanger Jeff Scott Soto heeft inmiddels een aardige reputatie als solo artiest en als gast zanger draagt hij graag een steentje bij. Hij is op allerlei albums te vinden en verving moeiteloos Steve Augeri bij Journey. De voormalige zanger van Ingwie Malmsteen koos uiteindelijk voor een solocarriere. W.E.T. is voor hem dan ook een bijbaantje.


Dit is een registratie van het eerste optreden van de Rise Up Tour. Na het titelloze debuut album kreeg Rise Up ook lovende kritieken. Op dit album staan dan ook veel nummers van beide albums.   

Waar Soto bij andere live-albums steevast covers in de set opneemt, komt bij dit album vrijwel alles van de W.E.T.-discografie van twee albums. Van elk van de bands waar W.E.T. naar vernoemd is (Work Of Art, Eclipse en Talisman) 

Er worden een aantal schitterende W.E.T. songs ten gehoren gebracht, zoals bijvoorbeeld de geweldige opener 'Walk Away', de ballad 'Love Heals', de aan Marcel Jacob opgedragen ballad 'Comes Down Like Rain' en 'Broken Wings' om er maar een paar te noemen. Naast origineel W.E.T.-materiaal werd er ook geput uit het oevre van Work Of Art ('The Great Fall', gezongen door gastzanger Lars Safsund), Eclipse ('Bleed & Scream, gezongen door Erik Martensson) en Talisman (de songs 'I'll Be Waiting' en 'Mysterious') en dat werd, getuige de reacties van het goed opgekomen publiek, zeer gewaardeerd.   Een absolute must voor iedere A.O.R. en melodieuze rockliefhebber!


Live albums kunnen soms wat naar uitpakken als het gaat om een goede mix. Daar is hier niets van te merken. Het is levendig zoals het in de zaal ook heeft moeten klinken. Heerlijke rocksongs met refreintjes en koortjes. Naast dat het concert 2 cd schijfjes bevat zijn er 2 nieuwe nummers aan toegevoegd. De zangkwaliteiten van Jeff komen in “Poison” beter tot zijn recht en met “Bigger Then The Both of Us” wordt er een juweeltje weergegeven.


Door deze studio nummers wordt het helder dat de band meer mogelijkheden kent in de studio en daardoor beter uit de verf komt.


House Of Lords - Precious Metal

Jaar van Release : 2014

Label : Frontiers Records

De laatste twee House Of Lords studio-platen 'Cartesian Dreams' (uit 2009) en 'Big Money' (uit 2011) waren beiden, geheel volgens de beste House Of Lords traditie, uitstekende melodieuze rock-platen vol met de bombastische arena rock die deze klasse-band zo kenmerkt. In 2013 vond zanger/bandleider James Christian het dan weer eens tijd om zijn derde solo-CD 'Lay In All On Me' uit te brengen en dus had ik zo snel nog geen nieuwe plaat van House Of Lords verwacht. Gelukkig zit het met de arbeid-ethos van de heer Christian wel goed, want nauwelijks een half jaar na zijn solo-CD heeft het inmiddels negende studio-album van James zijn band het levenslicht gezien.Vol verwachting gleed deze schijf in de cd speler. In de afgelopen tien jaar heb ik vol belangstelling de wederopstanding van deze band van nabij gevolgd, nadat James Christian en (andere) consorten in de vorige eeuw een aantal fantastische platen had afgeleverd. Met nameCartesian Dreams was in mijn beleving een wereldplaat. Al weer drie jaar geleden verscheen het prima Big Money en nog niet zo lang geleden bracht James Christian na lange tijd weer eens een prima soloalbum uit, dus het werd hoog tijd voor een nieuw House of Lords album.

Het is het wachten dubbel en dwars waard geweest. Houde Of Lords moet het hebben van gave riffs, veel melodie, meerstemmige zang en power. En dat is in ruime mate aanwezig op deze terecht als "precious" betitelde cd. Vanaf het begin vlamt de band als vanouds met Battle waarvoor ook een clip opgenomen is. Ook I'm Breakin Free is een geweldig beukend nummer dat het live prima zal doen, met een in uitstekende vorm verkerende gitarist Jimi Bell. Dat Christian nog steeds een enorm bereik en een prachtig timbre heeft bewijst het rustige Live Every Day (Like It's Your Last).


Het titelnummer is een rasechte ballad waarbij vele aanstekers de lucht in kunnen. Wat een stem heeft James Christian toch, en wat speelt de band hier prachtig ingetogen! Maar dan, het water in, voor een stukje ouderwets pompende hardrock in Swimmin' With The Sharks waarin de versnelling weer in de gewenste stand is gezet. Echtgenote Robin Beck (aanwezig in de backing vocals) heeft een mooie gastrol in het slependeEnemy Mine dat een commercieel klinkende melodie heeft, waarna men in Action de groove terugbrengt met weer fantastische harmonieuze zang en een geweldige solo van Jimi Bell.


Afsluiter You Might Just Save My Life is een typisch Amerikaans radio-georiënteerd hardrocknummer en als de band nog een videoclip zou moeten opnemen zou ik dit nummer nemen.
Ik vind dit een van de betere House Of Lords albums uit deze eeuw en de band verdient een veel grotere bekendheid en aanhang. De kwaliteit van alle muzikanten is ver boven het gemiddelde en het songmateriaal is weer heerlijk ouderwets.


De karakteristieke kwaliteiten van de band, zijnde de gave riffs, de prima melodie-lijnen, de geweldige (meerstemmige) zang en de frisse en inventieve gitaarsolos zijn wederom in ruime mate aanwezig en de liefhebber van kwalitatief hoogstaande melodieuze hard rock zal zeer tevreden zijn na het beluisteren van deze 'Precious Metal'. Over het algemeen heb ik de indruk dat deze nieuwe plaat wat heavier en minder catchy is dan beide voorgangers en dat gaat ietwat ten koste van de aanstekelijkheid van het materiaal, maar de een zal dat zeer waarderen terwijl de ander hier wat meer moeite mee zal hebben. Over persoonlijke smaak valt natuurlijk niet te twisten en ik moet dan ook eerlijk zeggen dat voor mij 'Precious Metal' zeker niet het niveau haalt van 'Cartesian Dreams', maar met songs als het snelle 'Epic', de ballad 'Precious Metal', de heerlijke mid-tempo beukers 'I'm Breaking Free', 'Swimming With The Sharks' en het slepende 'Enemy Mine' (met een gastrol van echtenote Robin Beck) bewijst House Of Lords andermaal dat men nog steeds tot de absolute top in het melodieuze rock genre behoort.


Vandenberg’s Moonkings – Moonkings

Jaar van Release : 2014

Label : Mascot Records

Na zestien jaar muzikale stilte is er eindelijk weer een geluid van Adje Vandenberg. Zestien jaar geen muziek, wel schilderen en het (mede) grootbrengen van dochter Mickey, zo kunnen we het heel grofweg samenvatten. Nu, februari 2014, debuteert zijn nieuwe band MoonKings met het titelloze debuutalbum, volgens Adje de beste plaat die hij ooit maakte. Het blijft toch altijd erg prettig als je zo af en toe eens aangenaam verrast wordt! Zeg nou zelf, iedereen was er toch van overtuigd dat onze vaderlandse gitaargod Adje Vandenberg zijn gitaar definitief had opgeborgen en dat hij zich vol overgave blijvend had gewijd aan de schilderkunst? Nou ja, hij wilde nog wel eens de buhne opstappen wanneer zijn voormalige werkgever David Coverdale met zijn Whitesnake de Benelux-contreien aandeed, maar verder bleef het op muzikaal vlak toch angstvallig stil rondom de voormalige Whitesnake, Manic Eden en Vandenberg-gitarist. Maar na zijn vertrek uit de Britse supergroep is hij dan eindelijk terug aan het metal firnament! Achteraf gezien is de pauze wat langer uitgevallen dan oorspronkelijk gepland door de grote belangstelling voor zijn schilderkunst alsmede de geboorte van zijn dochter Mickey. De trigger van Adje's terugkeer in de muziekscene vond plaats in 2011, toen hij het verzoek kreeg om ter gelegenheid van het landskampioenschap van voetbalvereniging FC Twente een lied te schrijven. Dat werd het nummer 'A Number One' en er waren de nodige muzikanten nodig om deze song vast te leggen in de studio. Allereerst werd de zoektocht naar een zanger ondernomen en Adje herinnerde zich een zanger die in Tilburg in het voorprogramma van Whitesnake de nodige indruk op hem had gemaakt. De goede man in kwestie, zijnde Jan Hoving, werd opgespoord en zowel op muzikaal als persoonlijk vlak was er een klik. 'A Number One' werd ingezongen en daarna werd er een ritme-sectie gezocht om het nummer ook live te kunnen gaan vertolken. Als drummer werd Mart Nijen-Es binnengehaald en kort daarna werd Mart's maatje Sem Christoffel als bassist gerecruiteerd. Dit viertal speelde 'A Number One' tijdens de huldiging van FC Twente alsmede tijdens de uitreiking van de gouden schoen aan FC Twente speler Theo Janssen. Adje was dusdanig onder de indruk van de kwaliteiten van zijn mede-muzikanten dat hij met hen de oefenruimte indook om de nodige nummers te gaan schrijven. Een aantal schrijfsessies later had hij voldoende songs om deze debuutplaat 'Moonkings' op te gaan nemen en daar werd in september van 2013 een begin mee gemaakt.

Met ‘jonge honden’ Jan Hoving (zang), Mart Nijen-es (drums) en Sem Christoffel (bas) ging Adje aan het werk in de Wisseloord Studio’s, waar ooit het album van Teaser (Adjes eerste eigen band) werd opgenomen. Na een eerste vluchtige beluistering vraag je je verwonderd af of je naar een nieuw Whitesnake album hebt geluisterd, een aantal nummers zou niet misstaan op een album van die band. Ook het stemgeluid van Jan Hoving doet erg denken aan dat van David Coverdale. Het album begint met Lust And Lies’en laat direct horen welke richting de band op wil gaan. Lekkere stevige rock, een flinke portie gitaar en hier en daar een lekker in het gehoor liggend koortje. Maar hiermee doe ik het album tekort. Het is recht toe recht aan rock, zonder opsmuk. Dus geen extra gitaarpartij achter de solo’s, want, zoals Adje zegt ‘het moet wel ademen’.  Lust And Lies begint met een gitaar intro, waarna de drums het tempo snel opvoeren. Dit tempo blijft er dan ook in, tot de laatste noot. Een heerlijke opener, en dan weet je dat er nog 12 nummers volgen. ‘Sweet temptation, a celebration of lust and lies.  Good Thing doet het iets rustiger aan, met een refrein dat ergens achter in je hoofd te pas ten te onpas zijn hoofd om de hoek steekt.  Breathing gaat over het willen bereiken van doelen, ook al ben je alleen, je kan doelen bereiken, zolang je maar blijft ademen. Never stop believing you can do everything.  Line Of Fire  is vergelijkbaar met Good Thing, ook hier blijft het refrein hangen. Out Of Reach is een ballad, geweldig gezongen door Jan, die laat horen dat hij ook het rustige werk aan kan. Een mooie, klassieke, ballad.  Hierna wordt het tempo weer flink opgevoerd met Feel It en Leave This Town. Nothing Touches is een eerbetoon aan alle andere rock artiesten, zoals Van Halen en Jimi Hendrix. Een stevige drum intro als opener, waarna het nummer versnelt, Get your car on the highway, put your pedal to the metal….turn op your radio.  Een nummer waarbij het gaspedaal zeker wat dieper ingetrapt gaat worden in de auto. Het laatste nummer van de CD is Sailing Ships, een nummer uit de Whitesnake tijd van Adje. En hij vond David Coverdale bereid om de nieuwe, verbeterde versie in te zingen.  Vandenberg's Moonkings speelt klassieke hardrock met de nodige blues en seventies invloeden en doet dat op een bijzonder smaakvolle manier. Uniek zijn is uiteraard moeilijk vandaag de dag, alles wat ooit in die kast zat is er al uitgehaald, maar als verwijzing meen ik o.m. Led Zeppelin, Whitesnake, AC/DC, Aerosmith, Bad Company, en  het Britse Thunder te horen.


Within Temptation – Hydra

Jaar van Release : 2014

Label: BMG

Within Temptation, de band rondom Sharon den Adel en haar mannen is terug met hun zesde album genaamd Hydra. Dat deze band alles uit de kast heeft getrokken voor dit nieuwe album is duidelijk. Kosten nog moeite zijn gespaard gebleven. Een aantal niet de minste gast artiesten werden erbij betrokken. Gasten die te vinden zijn op het album zijn Howard Jones, Xzibit, Tarja en Dave Pirner. In de bijgevoegde bio is te vinden dat de band niet houd van het simpel herhalen van oude successen. Vandaar ook de naam Hydra. Ze Hebben het beste uit hun muziek gehaald. Voor het album verscheen kwam de clip al uit wat bij het nummer Paradise hoort. Snel daarna volgde het nummer Dangerous met de bijbehorende clip. Deze nummers lieten al een mooi staaltje werk horen van het nieuwe album. Volgens de band is Hydra een album wat zijn inspiratie haalt uit de grote dingen in het leven en de wereld zoals die vandaag de dag is. Het is donker en ijzersterk. Hydra laat nog wel de symfonische elementen horen maar het is wel veel sneller en zwaarder dan The Unforgiving. Het gaat in verschillende richtingen en laat een compleet andere kant van ons horen. Of de band dit waar kan maken maakt me nieuwsgierig.

Het album steekt af met het nummer Let Us Burn. Duidelijk is te horen dat de band zeker niet de oude ingeslagen weg is blijven bewandelen. De band heeft zijn weg naar zijn oudere roots weer een beetje weten te vinden zonder de herkenbare sound van Within niet te vergeten. Bombastisch, pakkend  en makkelijk te luisteren zijn hier de kernwoorden.

Verder met het tweede nummer Dangerous waar gelijk de eerste gast zijn intrede maakt. Niemand minder dan Howard Jones (Killswitch Engage) mag samen met Sharon laten horen wat zij in hun mars hebben. Een lekker up tempo nummer wat het live zeker live goed zal gaan doen. Volgens de band is dit het snelste nummer wat ze ooit hebben geschreven en dat kan ik alleen maar beamen. Ook voor mij is dit één van de toppers.

Dat de band niet vies is van experimenteren laten ze horen met And We RunXzibit, jawel, de rapper, mag zijn steentje bijdragen. Om eerlijk te zijn was ik wat cynisch over deze samenwerking en heeft het een aantal luistersessies gekost om dit nummer te gaan waarderen. Of het veel toegevoegde waarde heeft deze samenwerking, dat mag je zelf gaan bepalen. Duidelijk is wel dat de band deze samenwerking erg kan appreciëren. Gewaagd, jezeker!

De samenwerking waar de menig symfonische metal liefhebber op zat te wachten is eindelijk hier. Twee killer queens samen in één nummer! Paradise is in samenwerking met Tarja (Ex Nightwish) een briljant nummer geworden. De stemmen van Sharon en Tarja smelten mooi samen en laat het beste horen van beide dames. Een nummer wat je bij de strot grijpt en je ook in zijn macht houd. De prachtige uithalen van Tarja, vlijmscherpe gitaarriffs,…. Ik hou er wel van!Met Edge Of The World doet de band het wat rustiger aan. Geen up tempo geweld maar wel Sharon die subtiel bijgestaan wordt door haar mannen.Een tandje wordt weer bijgezet met het nummer Silver Moonlight. Hier mogen we ook weer grunts horen zoals we dat van Within gewend waren uit hun tijden van weleer. Wat mij betreft mogen deze weer wat vaker uit de kast getrokken worden.Covered By Roses is de meezinger van het album. Met een beetje de stijl van The Unforgiving is dit een heerlijk nummer. Niet complex, ligt lekker in het oor. Dog Days begin rustig en is een stuk minder up tempo dan Coverd by Roses. Het weeg ook een stuk minder zwaar. Een fijne adempauze in het album. Tell Me Why zal voor veel mensen die dierbaren hebben verloren zeer herkenbaar zijn. Het onbegrip, de woede en de onmacht zijn duidelijk te voelen in dit nummer. Ook hier horen we weer grunts die het nummer nog meer kracht geeft. Het laatste nummer op het album is Whole World is Watching. Ook van dit nummer samen met Dave Pirner( Soul Asylum) was al een video clip te vinden. Een heerlijke ballad is het resultaat van deze samenwerking.


Coldspell - Frozen Paradise

Jaar van Release : 2013

Label : Escape Music 

 Sommige dingen veranderen nooit. Een gezegde dat van toepassing is op de muziek van het Zweedse Coldspell. Met Frozen Paradise is de melodieuze metal band rondom gitarist en bandleider Michael Larsson alweer toe aan haar derde studiorelease. En evenals op voorganger "Out From The Cold" uit 2011 is ook deze nieuwe plaat gevuld met kwalitatief hoogstaande melodieuze hardrock. Ondanks het feit dat de eerste twee albums niet hebben gezorgd voor een doorbraak naar het grote publiek (waar de muziek van het vijftal zich toch wel voor leent) houdt de band dus vast aan haar principes. Dat valt te waarderen.Nog steeds komen namen op als Whitesnake, Yngwie Malmsteen, Pretty Maids en Europe als je luistert naar het materiaal van Coldspell. De zang van Niclas Swedentorp is nog iets beter geworden dan voorheen; qua klankkleur en techniek gaat hij steeds meer richting Joey Tempest en dat bedoel ik als een compliment. De riffs en solos van Larsson klinken nog steeds puur en verzorgd. Het songmateriaal is misschien ook wel een tikkeltje beter geworden dan op de twee voorgangers. Iets meer een eigen geluid en vooral een paar mooie, slepende tracks (Life To Live, Legacy). Niet alle nummers zijn even goed (Alive) en ik mis  een paar goede uptempo krakers, maar over de breedte weet dit uitstekende geproduceerde album zeker te overtuigen. Ik zou bij god niet weten waarom Coldspell zich met dit album wel op de kaart weet te zetten, maar de aanhouder wint.


Royal Hunt - A Life To Die For

Label : Frontiers Records

Jaar van Release : 2013

Royal Hunt is al jaren een gevestigde naam in het prog rock sigment. De band heeft in Nederland echter nooit potten kunnen breken, maar hoort naar mijn idee bij de absolute top van de hard-rock, en (prog)metal wereld. 

Het is een plezierig album geworden, maar ik moet helaas vaststellen dat de glorie dagen van albums als The Mission, Eye Witness en Collision Course hier mee niet zijn terug gekomen. Wel is de band er in geslaagd weer terug te gaan naar het geluid van Paradox, de muziek is echt heel herkenbaar. De eerste drie songs zijn aardig, maar weinig enerverend, en soms zelfs zeikerig. Ja, echt. Pas bij One Minute Left To Live veer ik op. Trotse melodien gedragen door de prima zang van Cooper schudden me wakker uit de gezapigheid van de eerste songs. De lijn van meer amusant materiaal wordt gelukkig doorgetrokken tot aan A Life To Die For, wat een prachtige, terechte afsluiter is waarin Cooper laat zien waarom hij teruggevraagd is. 

Ik kan niet zeggen dat de band met A Life To Die For laat zien dat ze het heilige vuur weer gevonden hebben, maar toch is dit een zeer behoorlijk metalalbum geworden wat blijft groeien als je het meerdere kansen geeft. Dhr. Andersen heeft weer een aantal sterke nummers geschreven en Cooper heeft ze zeer vakkundig ingezongen, vol met oprechte betrokkenheid.



Cayne-Cayen

Jaar van Release: 2013

Label: Graviton

Claudio Leo is een van de belangrijkste namen van de gothic / rock scene in Milaan en in Italië. Helaas op 17 januari 2013 kwam hij te overlijden; een ongeneeslijke ziekte nam hem weg uit dit leven.Cayne debuteerde in 2002 met een zeer goed album, maar na dat album volgde er niets meer. De band kwam terug in 2012 met de single "Addicted"   bestaande uit vier nummers. Hierna werd het tijd voor een volledig album  En inderdaad Claudio heeft een heel geweldig album achtergelaten.Het album is hier en daar een meesterwerk geworden, dat heel moeilijk te definiëren is. In de nummers hebben een basis van het best van de jaren 80 hardrock. Daarnaast aspecten van  moderne metal en gothic rock, natuurlijk vanuit het Lacuna Coil verleden en aangevuld met keltische geluiden, doormiddel van viool.

De nummers: "Waiting" is pure gothic rock, gekenmerkt door een zeer prachtige melodie die het resultaat is van hun invloeden vanuit Lacuna Coil. Giordano toont zijn ongelooflijke stembereik; geweldig timbre."Do not Tell Me" is een andere geweldig nummer.Wat vooral opvalt  is de geweldige teksten, die zijn geschreven door de band. De aandacht die wordt geschonken aan de arrangementen die dit album aantrekkelijk maken voor de moderne metalfans, pure rockers en gothic zielen.

De single "Together As One" is een nummer met een geweldige en onvergetelijke melodie. De gitaren ondersteunen de geweldige melodie en Giordano bevestigt zijn zangkwaliteit. Het nummer is dan ook op You Tube te bewonderen. het nummer "King of Nothing" feat. Jeff Water (Annihlator) ook hier stoomt de band door met oerdegelijke rock / metal met melodie en passie!

“Little Witch” stond ook al op de EP en  is een mooi opzwepend (hard) rock nummer.

"Deliverance" is een ongelooflijke mix tussen 80's street metal en modern geluid. Maar men keert altijd weer terug naar een sterke melodielijn.

"Addicted" is puur modern metal vermengd met jaren 80 invloeden, toont aan dat de diverse kanten van de rockmuziek worden gezocht. Stampend ritme vermengd met nodige melodie.

Gelukkig vindt het goede pad weer met "My Damnation" is meer een mix tussen rock & metal. Zeker het luisteren waard, wederom een nummer met melodie. Daarnaast beschikt het  nummer over een paar geweldige gitaar riffs.

"Through The Ashes"   is weer een triest nummer dat wordt gekenmerkt door een geweldige gitaararpeggio en het geweldige arrangement dat de intentie heeft om een ​​bepaald soort emotie vrij te maken. Met meer progressieve invloeden.

In "Black Liberation" grijpt men terug naar een 80's metal nummer maar dan op de wijze van Cayne. Hun onmiskenbare stijl is gemengd met klassieke oude metal. Wederom bevat dit nummer een  geweldige gitaarsolo.

"Evidence" is misschien wel een vreemde eend in de bijt. En kan mij dan ook het minst bekoren. Jammer!

 Het album wordt afgesloten met het nummer  "Like the stars" , waarin Giordano de romantische kant van zijn stem laat horen, terwijl de twee gitaren een magisch duel aangaan. Al met al een zeer goed album, die meer aandacht verdient. Voor de liefhebbers van hardrock/metal met vioolbombast echt een aanrader.



Scorpion Child - Scorpion Child 

Jaar van Release: 2013

Label : Nuclear Blast 

Nuclear Blast begint zich aardig te profileren als label waar classic rock hoog in het vaandel staat. Orchid, Free Fall, Witchcraft, Graveyard en Kadavar zijn een aantal namen waarvan we de afgelopen jaren albums hebben kunnen horen die via het gerenommeerde Duitse label werden uitgebracht.

De vijfmansformatie Scorpion Child uit Austin, Texas wordt van alle kanten gebombardeerd als de Led Zeppelin van deze eeuw, onder aanvoering van zanger Aryn Jonathan Black, die naast duidelijk herkenbare invloeden van Robert Plant ook iets wegheeft van Steve Marriott. Bij toeval kwam dit kwintet elkaar tegen tijdens diverse jam sessions en deelden een gezamenlijke passie voor de zeventiger jaren, maar de muzikale achtergrond van de heren varieerde van thrash tot bluesrock. Scorpion Child  bestaat sinds 2006 en de heren hebben zich in eerste instantie gefocust op het schrijven van goede liedjes en vooral veel live spelen. Uiteindelijk zijn ze naar Nashville gegaan om het debuut te schrijven dat ze hebben opgenomen met producer Chris “Frenchie” Smith, die in het verleden met bands als Jet en The Answer gewerkt heeft. Het zelfgetitelde debuut mag er dan ook zijn. Classic rock, blues, krautrock, southern rock en psychedelische rock vormen de invloeden van Scorpion Child.

Het resultaat is een bundeling van heavy psychedelische tracks die inderdaad zwaar leunen op de muzikale erfenis van Led Zeppelin. Het openingsnummer Kings Highway is hier het bewijs van, waar Polygon Of Eyes met een tekstuele knipoog naar de draken van Dio verwijst met tevens een muzikale knipoog naar Black Sabbath. Maar naarmate het album vordert wordt mijn interesse niet hernieuwd gewekt. De band blijft trouw aan het ingezette pad en weet dit bijna het hele album vol te houden.


Zonder echte uitschieters heeft deze band het voor elkaar gekregen om inmiddels een omvangrijk publiek voor zich te winnen. Ze zullen echter diverser moeten gaan worden in het schrijven van hun songs, om hiermee ergens ook een stuk originaliteit neer te kunnen zetten. Men blijft hangen in de (over?-)waardering voor Led Zeppelin, maar de band kan echt wel meer. Alleen Antioch heeft me even wakker kunnen schudden en dat is wat mij betreft niet genoeg voor een uitstekend rapportcijfer. 

Binnen het genre vind ik ze zelfs een enorme aanwinst omdat je niet overduidelijk kunt horen bij wie ze de ideeën geleend hebben. Het is zelfs zo goed dat ik met de volgende stelling zou willen afsluiten: “De jaren 70 gaven ons Led Zeppelin. In de jaren 90 hadden we The Black Crowes. In 2013 voegt Scorpion Child een nieuw hoofdstuk toe aan het erfgoed van geweldige op blues gebaseerde heavy rock!”


Seventh Key - I Will Survive

Jaar van Release: 2013

Label: Frontiers Records 

Seventh Key is een melodieuze rockband die is opgericht door twee grote namen uit het genre: gitarist Mike Slamer (die we kennen van bands als City Boy en Streets maar die aan ontelbare platen zijn medewerking heeft verleend) en bassist/zanger Billy Greer die we natuurlijk kennen van Kansas. Met I Will Survive is de band toe aan haar derde studio release, de eerste sinds 2004. Tussendoor nam de band nog wel een live DVD op en speelde men een keer op een Duits festival. Het lange wachten wordt beloond want Seventh Key levert een dijk van een melodieuze rockplaat af.


Eigenlijk had ik ook niets anders verwacht. Wanneer mensen als Greer en Slamer verantwoordelijk zijn voor de muziek zit dat wel goed. De mannen hebben hun strepen wel verdiend. Natuurlijk horen we de nodige invloeden van Kansas (Lay It On The Line, Sea Of Dreams, inclusief vioolspel!) maar dat stoort geen moment. Integendeel. De composities zitten zeer goed in elkaar en de heren hebben een perfect balans gevonden tussen een moderne heavy rock en old school AOR. De riffs zijn lekker en catchy, de zang van Greer overtuigt op alle fronten en in de refreinen krijgt hij assistentie van een paar achtergrondzangers, waaronder niemand minder dan Terry Brock (Strangeways)! 

Het Italiaanse Frontiers-label heeft er een handje van om AOR-bands die al lang niet meer actief zijn te verleiden tot nieuw plaatwerk. Vaak leidt dat tot bijzonder prettige resultaten. I Will Survive van Seventh Keyis daar een fraai voorbeeld van. De band waar Mike Slamer van Streetsen Billy Greer van Kansas begin van deze eeuw twee prima platen mee maakte is tot leven gewekt en brengt een prima AOR-schijf met progressieve en moderne invloeden.


Muzikaal hoor ik invloeden van Kansas' laatste studioplaat Somewhere To Elsewhere, maar voornamelijk pompeuze jaren '80 acts als Saga, World Trade en vooral House Of LordsI Will Survive klinkt daarentegen voor genrebegrippen bereheavy en modern. Elf nummers lang weten de routiniers te boeien met stevig drums, heldere zang, prima gitaarwerk en uitstekend songmateriaal.Uiteraard ontbreken de gebruikelijke ballads niet. I See You There is een voorbeeld daarvan. Seventh Key verstaat echter de kunst om een dergelijk nummer niet te laten verzanden in zoete meligheid. Kansas-invloeden (met een fraaie rol voor de violist van die band, David Ragsdale) in Sea Of Dreams weten de honger naar een nieuwe Kansas-plaat enigszins te stillen. Album nummer drie van Seventh Key is meer dan geslaagd. Een prima plaat met eigen smoelwerk voorzien van een kraakheldere productie. 


Altijd fijn om weer eens zon fijne AOR plaat van hoog niveau te horen. Liefhebbers weten genoeg.


James Christian - Lay It All On Me

Jaar van Release: 2013
Label : Frontiers Records

Door de jaren heen heeft James Christian zichzelf meer dan bewezen als een prima vocalist, schrijver en producer. Zijn eerste solo-album Rude Awakening uit 1994 staat nog vers in mijn geheugen, en pas in 2004 kwam daar Meet The Manachteraan. Wat betreft de tijdlijn van solo releases is hij aan de vroege kant met dit nieuwe album, waarop hij samen met onder andere gitarist Tommy Denander, oudgediende schrijfmaat Jeff Kent en House Of Lords gitarist Jimi Bell verantwoordelijk is voor deze elf tracks tellende schijf. Het heeft weer bijna tien jaar geduurd voordat deze 'Lay It All On Me' dan eindelijk het levenslicht zag, maar het is de moeite van het lange wachten weer waard geweest. James' derde solo-plaat herbergt een elftal prima melodieuze rock-tracks, waarvan met name openings- en titelnummer 'Lay It All On Me', de ballads ' Believe In Me' en 'Let It Shine' en de stevige rockers 'Don't Come Near Me' en 'Shot In The Dark' me prima bevallen.

 Zijn solomateriaal wijkt in die zin af van wat hij met en voor 'zijn' House of Lords schrijft dat de songs wat zoeter en moderner zijn maar geenszins vervelend. Af en toe komt er wat venijn in de nummers (zoals in bijvoorbeeld Sacred Heart en Don't Come Near Me, die meer neigen naar de Lords) maar zelfs zonder veel venijn is de melodic rock van Christian prima te pruimen.

Ook een Let It Shine (ik stel mezelf voor in een Amerikaanse auto op de een snelweg in, pak 'm beet, Wyoming) zou zó op de Amerikaanse radio gedraaid kunnen worden en op zo'n manier kun je kilometers vreten op de highways. Sincerely Yours is ook zo'n nummer dat de radioplaylists zou kunnen gaan veroveren. Dat zie ik bij de muziek van House Of Lords (op een enkele uitzondering na) niet snel gebeuren.

James Christian maakt zijn reputatie waar en levert met Lay It All On Me een prima cd af die overigens opgenomen werd in zijn eigen studio in Florida. Ik vraag me af of dit solomateriaal ooit live gespeeld gaat worden. Iedereen die Amerikaanse radiorock met een rauw randje lekker vindt, dan wel de stem van meneer Christian, kan deze cd blindelings gaan aanschaffen.

 Dat wil niet zeggen dat de rest van het materiaal niet goed is, want het gehele album is van een consistente hoge kwaliteit. James bewijst eens te meer een groot zanger te zijn die met zijn unieke stemgeluid de songs mooi inkleurt. Met 'Lay It All On Me' sluit Christian een moeilijke periode prima af, want nadat hij de ziekte kanker en een daarop volgende depressie heeft overwonnen, bewijst hij ook op het muzikale front nog zeker mee te tellen. Grappig dat zijn vrouw Robin Beck ook in deze maand haar nieuwe CD 'Underneath' presenteert. 


Eden's Curse - Symphony Of Sin

Jaar van release: 2013

Label: AFM Records


Eden's Curse vorige werkstuk Trinity was dat wel degelijk één van de betere melodische metal-releases van 2011. De band, toen nog rondom zanger Michael Eden, scoorde elders hoge ogen met een plaat die schurkte tegen het “gouden” Queensryche-geluid van eind jaren '80. Zelfs de over de gehele plaat aanwezige gastvocalen van James LaBrie (Dream Theater) hadden meerwaarde.

Helaas bleek de line-up van het internationale gezelschap niet stabiel. Eden verliet zijn "vervloeking" en zijn Italiaanse opvolger hield het niet langer dan één tournee vol. Anno 2013 kent de band wederom een nieuwe vocalist en is er ook een nieuwe toetsenist aan de line-up toegevoegd. Om maar direct met de deur in huis te vallen: het nieuwe Symphony Of Sin lijkt amper op het voorgaande album. Interessant hierbij is dat Symphony Of Sin wel degelijk een sterke plaat is geworden.

Het eerste dat in het gehoor springt is de nieuwe zanger Nikola Mijic die hoorbaar beïnvloed is door zangers als Joe Lynn Turner, Joe Gioeli (Axel Rudi Pell, Hardline) en in mindere mate Steve Augeri (luister maar eens naar de zanglijnen in Unbreakable). Gevolg hiervan is dat de muziek op Symphony Of Sin behoorlijk naar de AOR neigt. Wist Eden's Curse op Trinity al blijk te geven van het produceren van een goede song, het nieuwe album staat er vol mee. Naast sterke songs zijn de sterke gitaarsolo's van Thorsten Koehne gebleven. Met de al eerder gememoreerde songs en de prima zang is dit het voornaamste element dat Eden's Curse tot een ijzersterke act maakt.

Eden's Curse heeft de rommelingen binnen de line-up prima verwerkt en heeft hier en daar het accent wat meer richting de jaren '80 AOR gelegd. Voorzien van een degelijke productie is Symphony Of Sin echter een kind van zijn tijd. Heel veel sterke releases zijn er dit jaar nog niet geweest op het melodieuze rock-vlak. Het kan dan ook niet anders dan dat Symphony Of Sin hoog in de jaarlijstjes van de liefhebber zal eindigen.


Stryper - No More Hell To Pay

Jaar van Release: 2013
Label: Frontiers 

Toen ik,  midden jaren 80 gebeten werd door het heavy metal virus begon er voor mij een ontdekkingstocht. Vooral in die eerste jaren leerde ik groepen en vooral ook genres kennen binnen het zware spectrum van wat mijn geliefkoosde muziek zou worden. Dio, Iron Maiden, en uiteraard ook Deep Purple behoorde al snel tot mijn favorieten. Radioprogramma’s, zoals Vara's vuurwerk, Countdown cafe en bladen als Aardschok en Bottomline hielpen me een heel eind op weg. Uiteraard trokken ook dingen die een beetje niet zo cool waren mijn aandacht. Zoals white metal acts. Bands die zowaar een christelijke boodschap in hun creaties sterk onder de aandacht brachten. De pioniers in dat segment waren Stryper, Petra en White Heart. ‘To Hell With The Devil’ is 30 jaar na datum dat wat het eigenlijk altijd al geweest is: een classic. Het was alleen helemaal fout om dat toen luidkeels rond te bazuinen. Steevast getooid in zwart en gele outfit wisten de jongens, onderleiding van frontman Michael Sweet, een hele resem sterke platen aan hun cv toe te voegen. Nadat Stryper uit elkaar viel in de jaren 90, pakte de band in het begin van de 21e eeuw weer de draad op en begon weer te touren en vervolgens ook weer albums op te nemen. Niet meer van het kaliber van hun eerste 3 werkjes maar toch. Vandaag is er ‘No More Hell To Pay’. Die albumtitel en songs als ‘Marching Into Battle’, ‘Water Into Wine’ en ‘Jesus Is Just Alright’ laten er geen twijfel over bestaan: de boodschap is nog steeds dezelfde. Vandaag de dag voel ik me er echter niet meer zo door aangevallen. Ik hoor fraaie nummers en een zanger die na al die jaren nog steeds heel hoog op de toonlader kan klimmen met zijn stembereik. Het zal dan toch niet aan die te krappe zwart/gele spandex gelegen hebben, back in the days. Het album haalt misschien niet het niveau van "Soldiers Under Command" of "To Hell With The Devil" , maar  het is wel een mooi voorbeeld van hoe stevige rock altijd knalt, ongeacht de boodschap die wordt verkondigd. Op dit album gaat de groep meer terug naar de roots en neigt het meer naar metal dan rock. Het nieuwe album van de legendarische metal band Stryper zal vanaf 5 november in de winkels liggen. De band is een van de grootste christelijke rock bands allertijden. Stryper begon in 1984 en maakten in de jaren 80 legendarische albums als Soldiers Under Command, To Hell With The Devil en In God We Trust en de hit singles Calling On You, Free en Honestly die allen veel airplay kregen zowel op de radio als bij MTV. 

De band is actiever dan ooit. Zo bracht de band eerder dit jaar al het album Second Coming uit. Het album bevat oude klassiekers die opnieuw zijn opgenomen, aangevuld met twee nieuwe nummers. No More Hell To Pay is Stryper’s achtste ‘gewone’ studio album. Het album werd geproduceerd door de frontman/gitarist Michael Sweet en bevat wellicht het hardste materiaal dat Stryper ooit heeft opgenomen. “Het nieuwe Stryper album No More Hell To Pay is eigenlijk het album wat we hadden moeten opnemen als opvolger van To Hell With The Devil,” zegt Sweet. “Elke song heeft een ‘hooky gitaar riff’. Alles is opgenomen in mineur stemming, dus alles klinkt dat donkerder en wat ruiger. Het is zeker ons hardste album tot nu toe en ik denk dat mensen verrast zullen zijn door het resultaat. Er zullen minder poppy songs op staan als Calling On You en meer zoals To Hell With The Devil.”

 


Place Vendome - Thunder In The Distance

Jaar van Release: 2013
Label: Frontiers 

Om de 4 jaar schijnt het weer tijd te zijn dat Michael Kiske, een release afleverd onder de naam Place Vendome. Dit is dan het 3e studio album dat deze ex-Helloween frontman afleverd.  Net als op Place Vendome (2005) en Streets Of Fire (2009) is het melodieuze rock wat de klok slaat. Kiske heeft het zelf over AOR, maar de tracks kennen hier en daar net even een zwaarder randje. Een flinke lijst aan namen hebben Kiske en Dennis Ward geholpen en tracks aangeleverd: Magnus Karlsson (Primal Fear), Timo Tolkki (ex-Stratovarius), Alessandro Del Vecchio (Hardline), Roberto Tiranti en Andrea Cantarelli (Labyrinth, A Perfect Day), Tommy Denander (Radioactive), Sren Kronqvist (Sunstorm, Issa) en Brett Jones. De samenwerking betaalt zich uit in dertien melodieuze rock tracks en daarmee sluit dit Thunder In the Distance aan bij de eerdere albums. Zonder andere tracks tekort te doen, springen vooral Talk To Me, It Cant Rain Forever, Fragile Ground (met sfeerrijke keyboards en een fraaie gitaarsolo), Hold Your Love, Break Out en titelnummer Thunder In the Distance eruit. Hoewel voor velen Place Vendome het project van Michael Kiske zal zijn, gaan er meer mensen achter schuil. Dirk Bruinenberg heeft de drumstokken overgenomen van Kosta Zafiriou, Gunter Werno kom je tegen achter het keyboard en Uwe Reitenauer doet het gitaarwerk. En met hun uitvoering is absoluut niets mis. Maar laat ik vooral Dennis Ward niet vergeten die, naast zijn bijdrage op basgitaar, als producent en medecomponist enorm bepalend is voor het geluid van Place Vendome. Het neemt echter niet weg dat voor mij de dragende kracht van Place Vendome toch vooral de fraaie zang van Kiske is. Daar waar bij andere zangers in de loop der jaren de sleet erop gekomen is, kan dit Kiske onmogelijk verweten worden. Zijn vocalen zijn nog steeds zeldzaam mooi. Het zorgt er zelfs voor dat het gevoel dat de songwriting voor een paar tracks toch wel erg herkenbaar is, Place Vendome vergeven wordt. De liefhebbers zullen zich waarschijnlijk laven aan de herkenbaarheid en er geen enkel probleem mee hebben. Thunder In The Distance is meer dan slechts een mager tussendoortje dat vlotjes in elkaar geklapt is. Het album is, ondanks een kanttekening hier en daar, erg vermakelijk en weet goed te boeien. Zulke tussendoortjes wil ik wel vaker voorbij horen komen. 


Vengeance - Piece of Cake

Jaar van Release: 2013
Label: Steamhammer

Mijn verwachting was hooggespannen na de release van het albumCrystal Eye in 2012, dat vanwege extern aangeleverd songmateriaal toch wel enigszins verrassend was. Wederom onder productionele leiding van Michael Voss toog de band naar de KidPoolstudio in Greven om Piece Of Cake op te nemen. De in maart vorig jaar verschenen voorganger Crystal Eye was niet echt een Vengeance-plaat te noemen, maar meer een Leon Goewie And Guests album, daar de Vengeance zanger voor die CD uit de brand geholpen werd door een aantal gastmuzikanten die met hem in de AC/DC coverband Chris Slade Steel Circle speelden. Anno 2013 is Vengeance echter weer een echte band en vinden we naast Leon Goewie op zang de gitaristen Timo Somers en Leon Sibum, bassist Barend Courbois en drummer Hans In t Zand in de line-up. Het blijft een beetje een vreemde gewaarwording om de zoon van de overleden gitarist Jan Somers als vervanger in de band te hebben, maar na deze nieuwe plaat Piece Of Cake beluisterd te hebben stap je daar vrij snel overheen. Het album bevat een tiental prima nieuwe nummers en een mijns inziens beetje overbodig intro Raintime Preload dat niet echt veel toevoegt. Dat doen songs zoals bijvoorbeeld Back To Square One, Raintime, World Arena en Goodbye Mother Sky echter wel, zonder overigens de illusie te willen wekken dat de rest van de plaat hiervoor onder doet. Leon Goewie is en blijft n van de beste zangers van de lage landen en Timo Somers laat horen een meer dan adequate vervanger van zijn helaas veel te vroeg overleden vader te zijn. De magie van de allereerste platen zal in mijn beleving nooit meer terugkeren, maar dat Vengeance anno 2013 nog bestaansrecht heeft moge meer dan duidelijk zijn.De bio beloofde veel; zo zou het songmateriaal "old school Vengeance met een modern sausje" zijn en "met aanstekelijke refreinen", aldus Timo Somers, als leadgitarist vervanger van zijn veel te vroeg overleden vader Jan.


Nu ben ik al sinds een jaar of 30 fan van Vengeance, maar deze belofte wordt helaas niet waargemaakt. Het songmateriaal ademt in geen enkel opzicht de stijl en sfeer van de gloriedagen. Dat mag je van een band die zich in een evolutie bevindt misschien ook niet verwachten, maar de naam Vengeance staat sinds jaren borg voor melodieuze partyhardrock, en de fans verwachten nu eenmaal herkenbaarheid. Herkenbaarheid die overigens in de line-up aanwezig is, want zowel bassist Barend Courbois als drummer Hans In 'T Zandt zijn op deze cd terug te vinden.


Het album kent wat mij betreft geen uitschieters. Het zijn stuk voor stuk aardige composities, maar in tegenstelling tot de glorietijd zijn er geen nummers die echt blijven hangen. Als het gaat om de muzikale prestaties dan valt in (zeer) positieve zin het spel van Timo Somers op. Deze zeer getalenteerde jongen, tevens gitarist bij Delain, krijgt het op zo'n jonge leeftijd voor elkaar om de nummers echt te dragen. 


The Winery Dogs - The Winery Dogs

Jaar van Release: 2013
Label: Loud & Proud/Suburban

Wanneer je wereldmuzikanten als Mike Portnoy (drums, ex-Dream Theater), Billy Sheehan (bas, Mr.Big, Steve Vai) en Richie Kotzen (gitaar, Mr. Big en Poison) samen laat komen in het trio The Winery Dogs, dan weet je dat het muzikaal gezien wel goed zit. Inderdaad, alwéér een nieuwe groep van Mike Portnoy, die vanwege al die drukte zijn drumkruk bij Adrenaline Mob heeft verlaten. Alle drie de muzikanten nemen weliswaar om de beurt de zang voor hun rekening, maar het is de verbazingwekkend goed zingende Kotzen die het leeuwendeel ervan voor zijn rekening neemt. Portnoyfans zijn al niet de meest genuanceerde die er te vinden zijn, en als Portnoy bij wijze van sport hun tweets vol superlatieven retweet wordt het al snel overkill. Adrenaline Mob bleek uiteindelijk in de praktijk niet het magnifieke werk wat het leek te gaan worden en na een vrij teleurstellende covers-ep, Coverta, verliet Portnoy zijn zelf samengestelde speeltje weer, blijkbaar omdat The Winery Dogs het nieuwe speeltje was. Aanvankelijk was Thin Lizzy's John Sykes voorzien als gitarist, maar die werd in een vroeg stadium vervangen door Richie Kotzen (ex-Mr. Big). ADHD-bassist Billy Sheehan (Mr. Big) was er net als Portnoy vanaf het begin bij.  Vette rock in een powertrio met een bluesy gitarist met veel soul in zijn stem. Uitstekend dus, maar jammer genoeg precies de optelsom van de drie uitstekende muzikanten die de heren al waren. Wil dat zeggen dat The Winery Dogs niet goed is dan? Integendeel, tracks als "Elevate", "Desire" en "Time Machine" kun je van harte mee te brullen. De zeurende honden maken klassieke rock waarin de muziek van hun grote helden overduidelijk doorklinkt. Zo hoor je Led Zeppelin in „Elevate” en „Not Hope­less”, Jimi Hendrix in „The Other Side” en „Six Feet Deeper” en andere grootheden van de jaren zestig en zeventig. In de moderne, open productie, waarin elk lid ruimte heeft om te excelleren, hoor je ook Alice In Chains-invloeden („We Are One” en „Time Machi­ne”). Met The Winery Dogs heeft Portnoy het handvat waarmee hij zijn liefde voor The Beatles kan uiten, naast de Ringo Starr-tatoeage die al jaren op zijn been prijkt.


Fates Warning - Darkness In A Different Light

Jaar van release: 2013
Label: Inside Out

Sinds de oprichting in 1982 mag Fates Warning zien een van de meest toonaangevende en innovatieve progressieve metalbands noemen. Het laatste tiende studio album "FWX"dateert alweer uit 2004. In de jaren daarna betrad Fates Warning slechts enkele malen het podium en de resterende tijd staken de bandleden hun tijd in andere bands zoals OSI, Engine en Redemption.  Alleen drummer Mark Zonder liet weten definitief de band te gaan verlaten. Dat dit voor Fates Warning een behoorlijke aderlating is staat buiten kijf. Zonder bezit immers een bijzonder eigenzinnige manier van drummen die de band zo typeert. Op "Darkness In A Different Light" mag drummer Bobby Jarzombek dit gat gaan opvullen, overigens is Jarzombek geen onbekende van de band, de afgelopen was hij meerdere malen te bewonderen bij Arch/Matheos en Fates Warning. Daarnaast heeft Jarzombek al een behoorlijke indrukwekkende carriëre achter de rug en heeft hij bands als Halford, Sebastian Bach en Riot op zijn cv staan. Na het beluisteren van de cd enkele malen kunnen we stellen, dat hij als vervanger van Zonder dit uitstekend heeft opgepakt. Zijn drumstijl is krachtig en stabiel, maar ook avontuurlijker dan zijn voorganger. Naast het feit dat gitarist Jim Matheos, zanger Ray Alder en bassist Joey Vera nog altijd de harde kern vormen, is Frank Aresti ook weer terug gekeerd op het oude nest. Zijn laatste studio album met Fates Warning was "Inside Out" uit 1994. Maar ook Aresti vertegenwoordigde de band de afgelopen jaren al bij de live optredens, dus daarom eigenlijk ook al geen verrassing meer. Compositorisch zit het naar negen jaar nog wel snor met de heren.  Met wederom de uitstekende zangprestaties van Ray Alder, die zich de laatste jaren ook al met Redemption laat zien een van de betere zangers te zijn in het genre. "Darkness In A Different Light" is een ijzersterk progressieve metal-cd geworden, goed geproduceerd door Matheos zelf. Daar waar "FWX" keyboards, samplers en sequensers liet horen, worden dit keer geen digitale foefjes ingezet. Het stevige gitaarwerk bepaalt de koers en de band gaat wat dat betreft back to the roots. Opener "One Thousand Fires" klinkt energiek en gedreven en ook een track als "I am" valt in dezelfde categorie. Zo heeft "Firefly"een robuust karakter met een doeltreffend refrein en ook met  "Into The Black" weet Fates Warning je op een geheel eigen wijze bij de kladden te grijpen. De rust- en sfeermomenten worden gecreeërd met het ontroerende en klein gehouden "Falling" en werkelijk adembenemend is het nummer "Lighthouse". Het opvallende lange en dynamische "And Yet It Moves" sluit dit geweldige album af. Deze oude vos is zijn muzikale streken nog lang niet verleerd.


Alterbridge - Fortress

Jaar van release: 2013
Label: Roadrunner

Lui achterover leunen en van het succes genieten is er niet bij voor Mark Tremonti. De afgelopen jaren moest hij al zijn tijd verdelen over Alter Bridge en het opnieuw opgerichte Creed. De gitarist bracht bovendien een eerste soloplaat uit, die hij ondersteunde met een tournee. Ondertussen toerde zanger Myles Kennedy de wereld rond als lid van de entourage van Slash. ‘Fortress’ bewijst dat al die drukte vooralsnog geen wissel trekt op de muziek van de Amerikaanse rockband. Het album laat een inmiddels volledig uitgekristalliseerd geluid horen, dat nog altijd balanceert tussen rock en metal. De plaat staat opnieuw vol goed in het gehoor liggende songs, zoals „Cry Of Achilles”, de eerste single „Addicted To Pain”, „The Uninvited” en het titelnummer. Opnieuw is er een vanzelfsprekende hoofdrol voor de zwaar aangezette akkoorden en functionele solo’s van Tremonti, die overigens ook als zanger figureert in „Water Rising”. Het laatste zetje dat hij voor die stap nodig had, kreeg hij wellicht dankzij het succes van zijn soloplaat. De andere prominent aanwezige is natuurlijk Myles Kennedy die op het hele album laat horen een van de beste zangers van deze tijd te zijn. De muziek van Alter Bridge is groots, meeslepend en dramatisch. De zanger zorgt echter dat het een heel album lang geloofwaardig blijft. Het wordt eigenlijk heel mooi uitgebeeld op de platenhoes. Het album heet ‘Fortress’, maar op de foto staat een gammel schuurtje. Op het eerste gezicht klinkt Alter Bridge vooral groots en stoer. Wie naar de teksten en de muziek luistert, zal ontdekken dat dit maar één kant van de band is. 



Black Star Riders - All Hell Breaks Loose

Jaar van release: 2013

Label: Nuclear Blast Records


Queen, The Doors, Alice in Chains. Het zijn allen bands die een doorstart hebben gemaakt met een nieuwe zanger nadat hun charismatische zanger is overleden. Dat is ook het geval bij Thin Lizzy. Zanger/bassist en boegbeeld van de band Phil Lynott overleed in 1986. Het is een moeilijk te volgen verhaal geworden wat betreft Thin Lizzy en Black Star Riders. Ik probeer het kort uit te leggen. Daarmee overlijdt voor een groot deel van de fans ook Thin Lizzy, want Lizzy zonder Phil kan nu eenmaal niet. In 1996 trekt oud gitarist John Sykes de stoute schoenen aan en gaat weer optreden met de band waar ook Scott Gorham, Brian Downey en Darren Wharton als oud Thin Lizzy leden deel van uitmaken. Thin Lizzy blijft al die jaren actief in het live circuit al is het met wisselende samenstellingen en eigenlijk alleen Scott Gorham als constante factor. Sindsdien zijn er verschillende live-samenstellingen van de band geweest. De meest recente versie bestaat uit langstzittend lid Scott Gorham op gitaar, zanger Ricky Warwick (voormalig The Almighty), gitarist Damon Johnson (Alice Cooper), bassist Marco Mendoza en drummer Jimmy DeGrasso (Megadeth). Uit respect voor Lynott brengt de Thin Lizzy versie uit 2013 de nieuwe plaat getiteld All Hell Breaks Loose uit onder een andere bandnaam: Black Star Riders.


Buiten Scott Gorham heeft niemand van Black Star Riders ooit deel uitgemaakt van Thin Lizzy. Tot voor een half jaar geleden trad deze band nog op onder de naam Thin Lizzy, maar deed dat wel met Brain Downey op drums en Darren Wharton op toetsen die wel deel uit maakten van de legendarische Ierse act onder leiding van Phil Lynott. Downey is anno 2013 vervangen door Jimmy DeGrasso (ex-Y&T, Megadeth) en de toetsen worden op All Hell Breaks Loose niet ingevuld. Gorham en zijn kornuiten hebben er dan ook meer dan verstandig aan gedaan om dit album niet onder de vlag van Thin Lizzy uit te brengen.Ondanks dat deze muziek onder een andere naam dan oorspronkelijk bedoeld was wordt uitgebracht draagt het onmiskenbaar het Thin Lizzy-stempel. De Keltische invloeden, het twin-gitaarwerk, de zanglijnen van Warwick en zelfs in de teksten wordt nu en dan zelfs letterlijk leentjebuur gespeeld bij de meester zelf. Is dat erg? Integendeel, All Hell Breaks Loose is, een prima rockalbum geworden.Nu de muziek. Vrijwel direct in de plaat krijg je als luisteraar de herkenbare Thin Lizzy aspecten te horen. Eerste single Bound For Glory is van alle songs wel het meest typerend Lizzy met alle klassieke elementen die de band in jaren zeventig zo mateloos populair maakten. Duo gitaarpartijen, een pakkend refrein en typerende Thin Lizzy teksten. Op Kingdom Of The Lost zijn ook de Ierse folk invloeden weer te horen. Iets wat vrij opmerkelijk is, omdat Warwick als Noord-Ier in een band met Amerikanen het enige bandlid is dat nog enige connectie met Ierland heeft. Ook op songs als Hey JudasBefore The War en Someday Salvation komt de overbekende sound van Lizzy naar voren. Eigenlijk is het enige nummer dat daar een beetje van afwijkt afsluiter Blues Ain't So Bad, dat meer de kant op gaat van The Almighty.Minpuntje van het album is dat Warwick op dit album wel iets te veel probeert de zangstijl van Lynott probeert na te bootsen. Daardoor krijg je wel meer het Thin Lizzy-gevoel, maar aan de andere kant krijg je er als luisteraar toch een wat ongemakkelijk gevoel bij. Hierdoor komt het ook af en toe iets te geforceerd over. Zeker gezien het feit dat Warwick naast een goede tekstenschrijver ook eigenlijk een uitstekende zanger is, met een eigen stijl.Je kunt je vraagtekens zetten bij de hele voorgeschiedenis van de Black Star Riders en uren gaan debatteren of deze band het recht heeft live de naam Thin Lizzy te dragen. Feit is dat er met All Hell Breaks Loose een prima rockplaat is afgeleverd. Alles is exact volgens het Thin Lizzy-recept uitgevoerd. Het zal zeker geen klassiek album worden als Jailbreak, Bad Reputation of Black Rose, maar Black Star Riders zet hier uitstekend de Thin Lizzy-sfeer neer met alle bekende ingrediënten. De nieuwe nummers zullen het bovendien live zeker niet slecht doen naast de overbekende klassiekers. Een aanrader, ook voor de wat meer sceptische Lizzy-fans.


Dream Theater - Dream Theater

Jaar van release: 2013
Label: Roadrunner

 Het album "Dream Theater" zet je meteen al op het verkeerde been. Want bij een driedelig instrumentaal openingsnummer verwacht je - helemaal van een band als Dream Theater - geen nummer van onder de drie minuten. Opgenomen met een heus orkest vlieg je van een spervuur aan staccatoriffs en bombastische Symphony X-achtige symfonieën door „Sleep Paralysis”, „Night Terrors” en „Lucid Dream” heen, die een samenhangend geheel vormen. „The Enemy Inside” legt met een technische openingsriff vervolgens het vuur aan je schenen. Het refrein is echter opvallend ingetogen en catchy. „The Looking Glass” valt vooral op omdat de invloed van Rush nog nooit zo duidelijk in een Dream Theater-nummer te horen was. Het refrein is groots en meeslepend en de algemene vibe behoorlijk positief. Op tweederde van het nummer volgt er een breakdown en neemt John Myung met zijn bas een hoofdrol op zich, waarna Petrucci al snel komt invallen met een mooie, meezingbare gitaarsolo. „Enigma Machine” is het eerste instrumentale DT-nummer sinds „Stream Of Consciousness” van ‘Train Of Thought’ (2004) en is opgebouwd rond een thema dat aan een spionagefilm doet denken. Van alle instrumentale nummers die Dream Theater heeft geschreven lijkt deze nog het meest op „Erotomania”, afkomstig van ‘Awake’ (1994). Het wordt op een zevensnarige gitaar gespeeld die moest klinken als een aanvallende Tyrannosaurus Rex. De brug op tweederde van het nummer komt vrij onverwachts invallen en zorgt voor een mysterieuze wending, waarna de band vervolgens terugkeert naar het hoofdthema. Het is opvallend dat juist de ballad „The Bigger Picture” een van de langste nummers van het album is. Na een puntig begin met zware gitaarakkoorden, zweverige synthesizerklanken en uptempo drumwerk nemen zanger James LaBrie en toetsenist Jordan Rudess de hoofdrol op zich, terwijl Petrucci op de achtergrond uiterst subtiel spel laat horen. Via een oplopende melodie wordt het krachtige refrein ingezet, waarna de elektrische gitaar een grotere rol gaat spelen. In het midden laat Petrucci zich van zijn meest smaakvolle kant horen, met een gedubbelde gitaarsolo in de stijl van „Goodnight Kiss” (‘Six Degrees Of Inner Turbulence’) en „These Walls” (‘Octavarium’). Na de solo volgt een sectie waarbij oplopende en afbouwende progressies elkaar afwisselen. Uiteindelijk resulteren die in een Queen-achtig loopje (inclusief harmoniserend effect). Na een korte adempauze staan Rudess en zijn subtiele pianospel in de spotlights. Dan trapt Petrucci een Rush-achtige rockriff in en zorgt drummer Mike Mangini met een pulserende drumpartij voor een meeklapmoment en LaBrie voor een meezingmoment. „Behind The Veil” begint met een mysterieus intro van Rudess, dat wordt opgevolgd door heuse headbangriffs die je meevoeren naar een mooi melodieus refrein. De kracht van dit nummer ligt echter met name in de sterke zanglijnen van LaBrie en de geweldige riff die je onder het tweede couplet en het outro hoort. „Surrender To Reason” heeft net als „The Looking Glass” een hoog Rush-gehalte. We horen Petrucci op een twaalfsnarige, akoestische gitaar en Rudess trekt voor de verandering eens wat orgelgeluiden uit zijn keyboard. Het refrein is wederom erg pakkend, maar het instrumentale gedeelte valt het meest op. We horen enkel bas, drums en een totaal uit de band springende Petrucci die improvisatorisch te werk gaat en tijdens een warrige solo flink aan zijn whammybar trekt. „Along For The Ride” is een positief klinkend nummer, dat qua sound en sfeer in het verlengde ligt van „Beneath The Surface”, het slotnummer van ‘A Dramatic Turn Of Events’. Vooral het geluid dat Rudess voor zijn keyboardsolo gebruikt moet voor de fan zeer herkenbaar zijn. Bassist John Myung is hier - en eigenlijk op de hele plaat - lekker duidelijk in de mix gezet en zorgt daarmee voor de nodige dynamiek. „Illumination Theory” is het prijsnummer. Een epische afsluiter die uit vijf delen bestaat. Het opent met grootse akkoorden, ondersteund door strijkers. Je wordt vervolgens door een energieke rockriff mee in een stroomversnelling getrokken, waarbij Mike Mangini uiterst smaakvol en stuwend drumwerk laat horen. Na een opbouwend instrumentaal intermezzo tovert Rudess wat geluidseffecten uit zijn synthesizer en volgt er een orkestrale passage die niet zou misstaan onder een film. Na dit rustmoment - wederom opgenomen met een echt orkest - komt de band invallen met een geweldige rockriff, waarna de gitaar- en keyboardsolo’s over en weer vliegen. De climax is van grootse proporties en bevat zeer krachtige melodieën. Extra mooi is de samenzang van LaBrie en (op de achtergrond) Petrucci, die overgaat in een zeer vernuftige gitaarsolo, eentje die in het verlengde ligt van „Octavarium”. Als je denkt dat het nummer is afgelopen volgt er na een korte stilte nog een alternatief einde. Hier horen we Rudess achter de piano en laat Petrucci zijn gitaar huilen met aanzwellende tonen; een hemels uitblaasmoment na een wervelwind aan indrukken waaruit je maar één conclusie kunt trekken: Dream Theater is terug op zijn oude niveau!


Queensrÿche - Queensrÿche

Jaar van release: 2013
Label: Century Media Records

Alsof de laatste tien jaar van Queensrÿche voor veel fans nog niet teleurstellend genoeg was, zijn er nu ook nog eens twee versies van de band uit Seattle. Na persoonlijke conflicten en juridisch getouwtrek hebben we twee varianten: één met zanger van het eerste uur Geoff Tate, de ander met de resterende oorspronkelijke bandleden. Beide formaties strijden om de titel van de ‘ware Queensrÿche', maar leveren ook een achterhoedegevecht om het teleurstellende afgelopen decennia uit de (gedeelde) bandgeschiedenis te wissen.

Eind april jongsleden kwam Frequency Unkown uit, de eerste plaat van de Queensrÿche-variant onder leiding van Geoff Tate. Een redelijk album: geen uitschieters, maar ook geen missers. Nu is het tijd voor de nieuwe plaat van de band die voor velen de echte Queensrÿche is: de variant met oudgedienden Eddie Jackson (basgitaar), Michael Wilton (gitaar), Scott Rockenfield (drums), bijgestaan door nieuweling Parker Lundgren (gitaar) en Todd La Torre (zang; ex-Crimson Glory). Deze ¾ deel van de oorspronkelijke formatie accentueren hun claim op de bandnaam nog maar eens door het nieuwe album Queensrÿche te noemen.

Om maar direct met de deur in huis te vallen: dit album biedt waar de fans jaren naar hebben gehunkerd. Elementen die ontiegelijk lang gemist werden, - zoals stralende gitaarharmonien, finesse, riff georinteerde songs, ijzersterke melodien en een intrigerende sfeer - keren volop terug op 'Queensryche'. De komst van La Torre heeft ervoor gezorgd dat de ogenschijnlijke beknelling van de afgelopen jaren plaats heeft gemaakt voor een creatieve bloei, waarbinnen alle bandleden de ruimte kregen om mee te denken en bij te dragen (en zo geschiedde) en de band teruggrijpt naar het geluid van de succesjaren. Het hernieuwde enthousiasme kent zijn weerslag in alle tracks op het album. De composities klinken zoveel frisser, genspireerder en gevarieerder: helemaal als je het afzet tegenover het veelal saaie werk dat de afgelopen jaren werd uitgebracht. Zonder ook maar een moment de muziek van de gloriejaren te kopiren, hangt er over het album een zweem van 'Rage For Order' en 'Empire'. Wellicht dat dit niet alleen te maken heeft met de hoge kwaliteit van de composities maar ook met de terugkeer van producer Jimbo Barton (die ook verantwoordelijk was voor 'Operation: Mindcrime' en 'Empire') die het album een vol en helder geluid gegeven heeft. 

Volgens vele fans en critici is Queensrÿche een terugkeer naar het oude progressieve US Metal geluid waar de band groot mee is geworden. Klopt dat? De korte instrumentale intro X2 doet dat wel vermoeden. We horen duistere, digitale geluidseffecten die doen denken aan de opmaat van het legendarische N M156, een sciencefictionachtig nummer uit de begindagen van Queensrÿche. Maar dan begint Where Dreams Go To Die. Een melodieus en progressief klinkend nummer. Best goed, maar het herbergt zeker niet de mystieke spontaniteit van de begindagen van de band uit Seattle. Daar klinken de zanglijnen van La Torre in de coupletten en refreinen te poppy voor.

IJzersterke refreinen ('In This Light', 'Fallout'), tempowisselingen en progressieve inslag ('Spore'), gevoelige vocalen ('A World Without', 'Open Road') en een vlot tempo en een zwaarder karakter ('Vindication', Don't Look Back') komen allemaal voorbij. Het is verheugend om te horen dat Rockenfield op dit album weer de ruimte heeft gekregen om met zijn progressieve, creatieve drumpatronen en precisie zijn stempel te drukken ('Spore', 'Redemption', 'Vindication') en dat het gitaarwerk samenhangender klinkt, meer afwisseling bevat en er met meer bezieling wordt gespeeld. Wat bovenal opvalt is dat het album als een geheel klinkt, en niet als een verzameling losse tracks.
La Torre heeft geen gemakkelijke taak om de goede vocalen van Tate (uit het verleden) te doen vergeten, maar de manier waarop hij het doet, is ronduit fraai. Hij klinkt af en toe als een jonge Tate, voegt veel gevoel toe ('Spore', 'In This Light', het prachtige refrein van 'Vindication', 'Open Road') maar met iets meer agressie in zijn stem. Tja, als zoveel moois zo onverwacht uit de hoge hoed tevoorschijn komt, kan ik zelfs leven met een veel te korte speelduur van 35 minuten.Gelukkig maakt het spetterende authentieke gitaarwerk van Wilton veel goed. Zijn herkenbare solo’s doen ons vaak beseffen dat we naar een Queensrÿche-album luisteren en niet naar een album van een redelijke progressieve powermetalband met mainstreamaspiraties. Want bij nummers als het softeSporeIn This LightA World Without en Open Road krijg je helaas dikwijls die indruk. Het zijn het type zwaarmoedige poprefreinen die veel Dream Theater-klonen gebruiken om een groter publiek aan zich te binden. Geen slechte nummers, maar ze vertonen wat betreft kwaliteit en sfeer weinig verschillen met de recente composities van concurrent Tate.

Nee, het zijn de snellere, rockende nummers dieQueensrÿche boven Tate’s Frequency Unknown doet uitsteken. RedemptionVindicationDon’t Look Back en Fallout. Ze zijn pakkend en spontaan. Bijzonder verfrissend om de band na jaren weer zo te horen. De speelvreugde spat er vanaf. De Tate-La Torre-wissel was een goede zet. De nieuwe vocalist klinkt op album overigens helemaal niet als een kopie van Tate. Het stemgeluid van La Torre doet ook vaak denken aan dat van Lance King, van progressieve bands als Balance Of Power, Avian en Pyramaze. Met deze uptempo composities klinkt Queensrÿche ook wel als dit soort bands. Niet raar, gezien de band uit Seattle altijd een fameuze inspiratiebron is geweest voor progressieve (power-) metalbands.

Met het vertrek van Tate en de komst van La Torre lijken Wilton, Rockenfield en Jackson een verjongingskuur te zijn ondergaan. Het kwaliteitsverschil met Frequency Unknown is niet bijzonder groot. Maar als je naar een band wilt luisteren die weer passievol, enthousiast en simpelweg relevant klinkt ben je bij deze Queensrÿche aan het juiste adres!

 


Masterplan - Novum Initium

Jaar van Release : 2013
Label : AFM Records

Toen een kleine drie jaar terug de Noorse zanger Jorn Lande zich weer bij het Duitse power metal gezelschap Masterplan had gevoegd om de plaat 'Time To Be King' in te zingen, werd dat over het algemeen als zeer positief ervaren. Niets blijkt echter zo veranderlijk te zijn als Jorn Lande, want net na de release van dat, overigens prima, album werd het ineens weer angstvallig stil rondom de band. Bij de presentatie van de nieuwe CD, zeer toepasselijk getiteld 'Novum Initum', bleek ineens dat Jorn geen deel meer uitmaakte van Masterplan, maar dat hij vervangen was door Rick Altzi, die voorheen zijn stembanden gebruikt heeft in bands als Thunderstone en At Vance. De line-up wijzingen zijn echter niet beperkt gebleven tot de zangpositie, maar anno 2013 heeft Masterplan ook een compleet nieuwe ritme-sectie, bestaande uit Martin Skaroupka (Cradle Of Filth) op drums en Jari Kainulainen (Stratovarius) op bas. 


Toch hebben al deze wijzigingen niet echt een negatieve impact gehad op het kwaliteitsniveau van 'Novum Initum', want ook op deze inmiddels vijfde full-length is het song materiaal en de uitvoering ervan dik in orde. Natuurlijk, het stemgeluid van Rick Altzi is even wennen en hij is zeker geen Jorn Lande, maar hij kwijt zich gewoonweg prima van zijn taak op dit album. Verder zijn nummers als de single 'Keep Your Dream Alive', 'Black Night Of Magic', 'No Escape' en het lange titelnummer 'Novum Initum' gewoon erg sterke tracks die de Masterplan-fans zonder twijfel aan zullen spreken. Daar de gehele plaat een erg hoog en consistent kwaliteitsniveau vertoont kun je deze Masterplan-release dan ook blind aan je collectie toevoegen. Ik heb Jorn Lande in ieder geval niet echt gemist.


Shotgun Revolution - Shotgun Revolution

Jaar van Release: 2013
Label : Target

Dit collectief zei me niets. Het is een Deense band die zijn tweede album uitbrengt en van haar noch pluimen kende omwille van het feit dat ze hardrock brengen. Wie luistert er nu nog naar hardrock? Je weet wel. Het Deense Target Records gaf hen deze kans. Dit album heeft al een paar keer zijn speeltijd gehad, voordat ik aan mijn schrijfsel begin.

Opnieuw moet ik toegeven zonder al teveel tegenzin naar deze plaat geluisterd te hebben. Wel, deze Deense landgenoten hebben eenzelfde soort songwriting als Pretty Maids, die smaakt naar meer. In dit geval is het een hardrockversie die meer richting Amerika-stijl Warrant/Def Leppard opgaat. Soms wat ballen, veel melodische vrouwvriendelijke meezingrefreinen en niet al teveel inhoud.  Ik kan niet iets specifieks noemen wat me pakt, maar dit moet zo'n geval van precies de juiste keuzes in arrangeren en productie zijn (door jongens die duidelijk echt muziek kunnen maken natuurlijk; zie alternatieve versie van een nummer in de YouTube link). Direct vanaf het begin is het niet spectaculair, maar absoluut prettig en pakkend, en op een vreemde manier is dat nog zo na meerdere draaibeurten. In de begeleidende info worden bands als Guns 'n' Roses, AC/DC, Buckcherry en Foo Fighters aangehaald als referentie materiaal. Shotgun Revolution weet inderdaad steeds erg leuke combinaties te maken zoals sleazy glam rock met stuwende gitaar a la Zakk Wylde, bijna verwijfd klinkende koortjes afwisselen met testosteron oerkreten of poppy talkbox (Bon Jovi) gitaar afwisselen met staccato heftige en smerige riffs, die weer gevolgd worden door een regelrecht meeblr refrein met puntige hooks. Deze jongens verstaan de kunst van het uitbuiten van individuele kwaliteiten en weten alles zeer uitgekiend te proportioneren en afwisselend te arrangeren; aanradertje!



Withem - The Point Of You

Jaar van Release: 2013
Label : Sensory


Uit het hoge noorden van Noorwegen komt Withem aan met hun album ‘The Point Of You’. Een leuk bedachte titel, en gelukkig niet zo’n vreselijke samenvoeging van twee begrippen dat dan een nieuw woord moet zijn. De mix van progressieve en power metal ligt lekker in het gehoor maar voegt, misschien qua originaliteit op het eerste gehoor, niet zoveel toe aan het immense prog spectrum. Natuurlijk wordt er fabuleus gemusiceerd en zanger Ole Aleksander Wagenius is zeker één van de betere vocalisten in dit vak, al is zijn klankkleur niet uniek. Aan de andere kant echter gaat er op deze plaat niks mis en dan heb je dus gewoon meer dan een hele ruime voldoende te pakken. Dream Theater, Fates Warning en Symphony X fans zullen het met me eens zijn. Ze voegen geen nieuwe elementen toe aan het genre, maar met kwaliteit en muzikale vakmanschap, komt het Noorse viertal toch ver. Wellicht wordt er voor nieuw komers in het genre de lat ook wel te hoog gelegd. Wanneer we de negen nummers beluisteren, kom je tot de conclussie dat er eigenlijk geen zwakke broeder opstaat en dat plaat in dat opzich wel erg save is. Hopelijk wordt dit meegenomen in een toekomstig reales. 


The Poodles - Tour De Force

Jaar van Release: 2013
Label: Frontiers 

 The Poodles werden opgericht in de herfst van 2005 en zes maanden later namen ze deel aan de Zweedse tak van het Eurovisiesongfestival. Dit zorgde voor de doorbraak in eigen land. Hun debuutalbum “Metal Will Stand Tall” werd kort daarna uitgebracht. Hun tweede album “Sweet Trade” bevestigde hun status en hun aanhang werd steeds groter. In 2009 werd “Clash Of The Elements” hun volgende product dat op de mensheid werd losgelaten. Na een live album en een vierde plaat komen ze nu aandraven met hun vijfde langspeler. “Tour De Force”. 

Het album start alvast krachtig met pompende riffs en melodieuze gitaren er bovenop. Samuel zet het refrein volledig naar zijn hand met zijn typisch stemgeluid. “Misery Love Company” bezorgt het album alvast een flitsende start. “Shut Up!” gaat zelfs nog wat verder met een flitsende intro en een leuke gitaaruitspatting. Het nummer doet me denken aan Winger met een kort Van Halen riedeltje als extra. Naast het aanstekelijke gitaartje is de bas ook duidelijk hoorbaar in het metalsprookje “Happily Ever After”. De gitaar heeft duidelijk terrein gewonnen op deze nieuwe schijf van de schoothondjes. “Viva Democracy” wordt volledig gedragen door de supervette gitaarriff (die mij zelfs een beetje doet denken aan Marilyn Manson). Dit bevestigt nogmaals de stelling dat een ‘simpele’ riff een steengoede song kan maken. In “Going Down” weerklinken zelfs wat sleaze invloeden. Toegegeven, ik heb altijd wel een zwak gehad voor deze band, maar ik moet zeggen dat het gitaarwerk me enorm aanspreekt. Al dit fraais wordt begeleid met een diepe bas en af en toe een streepje toetsen. Mede door de cello bevat de ballade “Leaving The Past Behind” een hoog Eurovisiesongfestival gehalte. Indien alle inzendingen dit niveau konden halen, zou dat een melodieus rock feestje worden! Eerste single “40 Days And 40 Nights” is catchy as hell en kent een geluid dat meer refereert naar hun vroegere releases! In “Kings & Fools” zijn zelfs flarden te herkennen van Southern rock. Het lijkt erop dat deze huisdieren hun status van brave schoothondjes willen afschudden. Ze slagen daarin met grootste onderscheiding! Luister vooral naar de verrassende break! Die wordt verlengd met een heerlijke melodieuze solo. De rest van de nummers volgen allen dezelfde weg als hierboven reeds werd neergepend. Het album wordt afgesloten in hun moedertaal! “En För Alla För En” is een track gezongen in hun moedertaal, waar alle goede elementen van The Poodles worden samengebracht. Een supercatchy refrein, aanstekelijke gitaren, een stevige ritmesectie en dit alles besprenkeld met de mooie vocalen van Samuel. Een sterke aanrader dit album voor alle melodieuze rock fans, want Poodles liefhebbers schaffen dit album toch blindelings aan! 

Hun vorige schijf “Performacrazy” vond ik persoonlijk een sterke schijf. Maar deze “Tour De Force” is een klasse beter! Vooral het gitaarwerk is meer avontuurlijker en meer gevarieerd! De zijsprongen naar andere genres zoals sleaze en southern rock vind ik persoonlijk uiterst geslaagd en de plaat klinkt in zijn totaal harder en minder gepolijst. Ik ben benieuwd of de band dit ook op het podium kan waarmaken! Misschien kunnen we dit later in het jaar eens testen, maar voorlopig hebben we een vette kluif (om in de hondentaal te blijven) aan deze nieuwe zilveren schijf!


FM - Rockville

Jaar van Release: 2013
Label: Eagle
 

Eén van de beste melodieuze rockbands van de jaren 80 is zonder twijfel het Engelse FM. De band werd opgericht door de oud Samson leden Pete Jupp (drums) en Merv Goldsworthy (bass) maar werd vervolgens vooral de band van de broertjes Overland: zanger Steve en gitarist Chris. Steve Overland was met zijn uit duizenden herkenbare stem zeer bepalend voor het totaalgeluid van de band. De groep bracht een aantal fijne AOR-platen op de markt maar besloot midden jaren 90 het bijltje er toch bij neer te gooien. We kwamen Steve Overland vervolgens nog tegen in andere bands als The Ladder (weergaloos goed overigens) en ook de andere bandleden lieten zich niet onbetuigd in de muziekscene. Maar elke keer werd hen weer gevraagd hoe het nou zat met FM. Uiteindelijk gaf de band in 2007 voor het eerst in twaalf jaar een live optreden om in 2010 genadeloos vet terug te keren met 'Metropolis', één van de beste melodieuze rockalbums van de laatste jaren. En nu brengt de band dus weer een nieuw album uit, 'Rockville'.Ik heb de melodieuze rockers van FM altijd vergeleken met hun landgenoten van Thunder. Degelijke, behoorlijke traditionele rockacts, die het vooral van hun uitstekende zangers moeten hebben. Waar Danny Bowes bij Thunder de pannen van het dak zingt doet Steve Overland dat bij het minder blues en meer AOR-georiënteerde FM. Liefhebbers van degelijke, makkelijk in het gehoor liggende rock kunnen hun hart dan ook ophalen aan Rockville.

Voor een band is het toch wel erg prettig dat je een man als Steve Overland achter de microfoon hebt staan. Die man weet mijn zijn geweldige stem van een absoluut zeiknummer nog een fatsoenlijk nummer te maken. Dat is knap. Maar gelukkig beschikt de band ook over goede songschrijvers, want zeiknummers kom ik gelukkig niet tegen. Het album opent fraai met het aan Def Leppard herinnerende 'Tough Love' en 'Crave' is opgebouwd rondom een aanstekelijke riff en fantastische zanglijnen van Overland. Om modern te klinken heeft men de fout gemaakt om her en der wat samples in de muziek te verwerken. Totaal overbodig. een nummer als My Love Bleeds is een instant-skippertje. Het zijn slechts hinderlijke misstapjes op een voor het overige erg sterk album.

Ook de koortjes in de refreinen zijn weer prima verzorgd; luister maar eens naar 'Show Me The Way' en 'Better Late Than Never' en je krijgt echt goede zin en een soort van zomergevoel. Net als een oude diesel wordt het naar het einde toe steeds beter. De uitstekende ballad The Story Of My Life wordt door Overland uitmuntend gebracht en is daarmee één van de kroonjuwelen van Rockville.Crosstown Train en het afsluitende High Cost Of Loving doen het eveneens goed.

 Een meer dan degelijk album van deze AOR-veteranen. Laat deel 2 maar komen! 


Kingdom Come - Outlier

Jaar van Release: 2013
Label: SPV/Steamhammer 

Met blijdschap kwam de boodschap dat Lenny Wolf met een nieuwe cd van Kingdom Come zou komen. Het is immers alweer bijna vier jaar geleden dat de vorige studiocd Magnified uitkwam. In de tussentijd zijn we nog wel zoet gehouden met de cd Rendered Waters waarop oude nummers (inclusief een nummer van de band Stone Fury waar Lenny Wolf leadzanger van was) van een nieuw jasje voorzien waren, maar nieuw materiaal liet nog even op zich wachten. Vanaf de titelloze grammofoonplaat uit 1988 ben ik gefascineerd door het onmiskenbare stemgeluid van Lenny. En in zijn dertigjarige carrière weten niet alleen zijn stem, maar ook zijn composities mij te boeien.

Outlier is daarop gelukkig geen uitzondering. Achttien maanden heeft Lenny erover gedaan om het materiaal te schrijven en geheel zelf op te nemen in zijn eigen studio. Daarbij voor de gitaarsolo’s bijgestaan door oudgediende (sinds 2004) Eric Förster. De tien nummers op de cd zijn divers van aard, maar vormen een prachtig geheel. Stevige rock vinden we in God Does Not Sing Our Song, Running High Distortion, Such A Shame en The Trap Is Alive. Ook Let The Silence Talk kent een hoog rockgehalte. De groove in het nummer is aanstekelijk en zou, ook volgens Lenny zelf niet misstaan op de cd In Your Face. Eric Förster mag zeker in dit nummer wel wat extra aandacht krijgen voor zijn bijdrage aan het geheel. De overige nummers wil ik graag scharen onder wat ik ‘slowmetal’ zou willen noemen. Niet de zwaarmoedige metal die we kennen uit de doommetal of blackmetal, maar langzame, pittige en frisse (!) metal. De wat lijzige zang past perfect in onder andere Holy Curtain, Skip The Cover And Feel en Don’t Want You To Wait. Lenny slaat daarmee een brug met het verleden naar het heden, maar begrenst zichzelf absoluut niet. Hij schrijft nummers vanuit zijn behoefte(n) en als componist van deze tijd weet hij ook elektronische invloeden te vermengen met zijn karakteristieke geluid. In Rough Ride Ralleye weet hij zo zijn vizier naar de toekomst te richten, zonder zijn eigen geluid daarbij los te laten. Ook slotnummer When Colors Break The Grey valt misschien wat buiten het geplaveide pad naar het Kingdom. Het klinkt echter heel fris, heel eigentijds en toch heel ‘Wolfachtig’. Daarmee misschien ook het meest toegankelijke nummer voor een groter publiek.

Outlier is daarmee een prachtig nieuw hoofdstuk in het verhaal dat Kingdom Come heet. De nummers zijn krachtig. Lenny klinkt als vanouds en het geheel maakt van elk nummer een melancholische, powervol krachtstukje. Voor mij is Outlier de bevestiging van de kwaliteiten van onze oosterbuur Lenny Wolf en daarmee een vaste aankoop voor Kingdom Come-fans. 


W.E.T. - Rise Up

Jaar van Release:  2013
Label: Frontiers  

 Rise up is de opvolger van het sensationele debuutalbum uit 2009 van W.E.T., het samenwerkingsverband tussen Robert Sall (Work of Art), Erik Martensson (Eclipse) en zanger Jeff Scott Soto (Talisman). De eerste letters van de genoemde bands vormen de naam W.E.T. en staat garant voor kwalitatief hoogstaande melodieuze hardrock. Met deze nieuwe plaat gaan de heren verder waar het debuut ophield.

Muzikaal is Rise up wederom een mooie combinatie van vooral Work of Art en Eclipse maar lijkt ook Journey weer voor de nodige inspiratie gezorgd te hebben. Met het eerste album maakte Soto een lange neus richting Journey die hem kort daarvoor op niet al te nette wijze aan de kant hadden geschoven. Nog nooit zong hij zo goed en leek hij zich meer dan ooit te willen bewijzen. Ook op deze nieuwe plaat voelt Soto zich als een vis in het water.

Het nadeel van zo’n geweldig debuut is dat de verrassing er bij het tweede album wel enigszins vanaf is omdat je weet wat er gaat komen. Met Rise up is dat niet anders en in dat opzicht maakt het niet zo’n verpletterende indruk als die eerste plaat. En eerlijk gezegd hebben de nummers over het algemeen ook niet datzelfde hoge niveau. Maar dat zijn eigenlijk de enige kritische noten want ondanks alles zijn er maar weinig bands in het genre die kwalitatief zo goed zijn.

Catchy songs met een kop en een staart, uitstekend gitaarwerk, Soto’s heerlijke stem en een prima productie maken Rise up tot een album die op voorhand bij veel melodieuze rockers ongetwijfeld hoog zal eindigen in de jaarlijstjes van 2013. Nummers als Walk away, Learn to live again, The moment, Broken wings en Still unbroken laten weinig te wensen over. Het zou toch leuk zijn als de heren eens een aantal optredens in Europa zouden doen! 


HEAVEN’S BASEMENT - Filthy Empire

Jaar van Release: 2013
Label: Red Bull/EMI 

 Eens in de zoveel tijd staat er een band op die alles in zich heeft om een grote naam te worden. Heaven’s Basement is er zo een. Niet omdat het Britse kwartet het wiel opnieuw uitvindt, maar des te meer omdat het de essentie van rock-’n-roll in de vingers heeft. Hoewel de groep jong is en met ‘Filthy Empire’ zijn debuut maakt, is de voorgeschiedenis imponerend. Er werden al toers ondernomen met Papa Roach, Buckcherry, Black Stone Cherry, Tesla en Shinedown. Het Download-festival ontplofte, en sindsdien vertelt Alter Bridge’s Myles Kennedy iedereen die het maar wil horen dat Heaven’s Basement een geweldige liveband is. De heren leggen schijnbaar dezelfde overrompelende energie in een show als Sebastian Bach dat ooit deed bij Skid Row. Sommige mensen zagen ze al, want ze stonden recentelijk met Halestorm en Seether op de Nederlandse podia. ‘Filthy Empire’ is een bevlogen debuut, wat overigens niet verwonderlijk is met een platenlabel als Red Bull. De jonge-hondenrock doet het meest denken aan andere moderne Engelse rockbands, zoals The Treatment en Furyon. Of bijvoorbeeld het Amerikaanse The Damned Things, het hobbyproject van leden van Anthrax, Fall Out Boy en Every Time I Die. Heaven’s Basement klinkt minstens zo spontaan en ongedwongen, maar is een slag beter. Luister eens naar de verpulverende energie in ”Fire, Fire“. Ook de rechttoe rechtaan headbangers ”Welcome Home“ en ”I’m Electric“ hebben verslavende hooks en worden explosief uitgevoerd. Ze hebben de potentie elke zaal in een kolkende massa om te toveren. Ook ”Nothing Left To Lose“ en ”When The Lights Go Out In London“, die een tandje terugschakelen, beroepen zich op dezelfde ingrediënten. Ze bevatten aanstekelijke songstructuren, lekker gitaarwerk en een excellerende zanger. Deze Aaron Buchanan is met zijn rauwe, rekbare stembanden een ware geweldenaar. De overtuigingskracht zit ’m wellicht in de naam, want hij brengt voor moderne hardrock teweeg wat Jay Buchanan van Rival Sons - geen familie - doet voor de seventiesrevival. ‘Filthy Empire’ is zo’n debuut waarmee een band het zichzelf lastig maakt om het in een later stadium te evenaren. Ga Heaven’s Basement in een kleine dampende zaal zien nu het nog kan. Het album verschijnt trouwens pas op 1 februari. 


JOLLY - The Audio Guide To Happiness (Part 2)

Jaar van Release: 2013
Label: Inside Out Music/EMI 

Het New Yorkse kwartet Jolly leverde begin 2011 het overweldigende album ‘The Audio Guide To Happiness (Part 1)’ af. Deel twee van deze geluidsbelevenis stond al enige tijd in de planning, maar orkaan Sandy gooide roet in het eten. Ik kan me voorstellen dat je wat ‘happiness’ kunt gebruiken, wanneer huis en haard door orkaan Sandy compleet verwoest is. De Audio Guide was gelukkig niet aanwezig toen Sandy huis kwam houden en zodoende kon part II gelukkig gewoon worden uitgebracht. Part II is een vervolg op …..juist part I, maar kan (hoewel dit in het intro wordt afgeraden) ook beluisterd worden als losstaande cd. Ook dit schijfje staat vol met binaurale tonen/beats die je, met koptelefoon op, in een gelukkiger gemoedstoestand brengen zonder high te worden.Maar dit is allemaal bijzaak. Het gaat om de muziek die deze band uit Amerika maakt en dat is niet altijd even makkelijk te omschrijven. Dat ze als voorprogramma dienen tijdens de komende tour van Riverside is misschien genoeg om in een bepaalde richting te denken en een nummer As Heard On Tape past ook absoluut in die sfeer. Ingetogen, meeslepend, maar met de nodige krachtige tussenstukken weet dit nummer ook zonder binaurale tonen wat teweeg te brengen.

Uiteindelijk is ‘The Audio Guide To Happiness (Part 2)’ er toch nog gekomen. Voor liefhebbers van muzikaal avontuur is het absoluut weer smullen geblazen. Overigens maakt Jolly ook op deze schijf weer gebruik van binaurale tonen om de luisteraar naar een gelukkigere gemoedstoestand te brengen. Na een bijna mediterend intro (”Guidance Three“) brandt de band los met de behoorlijk zware maar geweldige track ”Firewell“. Het nummer start dan ook met een stevig intro met een drumritme dat net buiten de tel valt en op die specifieke manier iets extra’s geeft aan het nummer. De stem is wat op de achtergrond geproduceerd. Later in het nummer maken we kennis met een goede muzikale chaos met fraaie growls in een kakafonie van muziek in een loodzwaar ritme. Hier krijg je progmetal van subliem niveau te horen. Het navolgende ”You Against The World“ klinkt daarentegen heel open, bijna radiovriendelijk en het zijdezachte stemgeluid van gitarist Anadale werkt hypnotiserend. De muzikale finesse op dit album is indrukwekkend en van het begin tot het eind wordt een zeer hoog niveau vastgehouden.

In Aqualand And The 7 Suns is de sfeer een stuk soberder met een minimalistisch stukje muziek in het intro. De sfeer in het nummer heeft wat weg van de prachtige cd van Temple Of The Dog. In Dust Nation Bleak komen diverse stijlen en sferen tezamen in één nummer. Het nummer kent psychoagressieve tot hypnomediterende stukken. De zangstukken kunnen wat langdradig overkomen, maar zijn tevens bijna mediterend. Het eveneens sobere Golden Divide volgt. Een eenvoudige drum met zang, aangevuld met een tweede stem en een akoestische gitaar. Het nummer is vrij herkenbaar en klinkt al gauw vertrouwd. Dan is het tijd voor Guidance Four; het intermezzo en de volgende les in onze reis naar geluk. Met Lucky komt er meteen wat meer tempo wat een vervolg krijgt in While We Slept in Burning Shades. Een lekker poprock nummer. Een prettige deun dat ik verheugd aanhoor en wat niet al te complex is. Eén van de mooiste nummers volgt daarna: Despite The Shell. Terwijl het nummer zich vertraagd lijkt af te spelen in mijn gehoor, krijgt het een enorme diepgang door de zangerige zangstem terwijl drum- en gitaarpartijen in een wervelwind rond het episch centrum hun kracht tentoonstellen. Het nummer is krachtig, divers en heeft vooral een onaantastbare spanning waardoor het niet mogelijk is om het nummer voortijdig af te breken.As Heard On Tape en The Grand Utopia beëindigen deze bijzondere cd die me na één keer luisteren nieuwsgierig heeft gemaakt en die na meerdere keren luisteren steeds wat van zijn geheimen prijsgeeft. En het werkt want uiteindelijk kan ik een glimlach niet onderdrukken wanneer de LOI-dame aan het eind weet te vertellen: So, Now You’re Happy!!! De gemoedstoestanden op ‘The Audio Guide To Happiness (Part 2)’ wiegen heen en weer tussen dromerige sferen (”Aqualand And The 7 Suns“, ”Golden Divide“) en woelige rauwe muziekstukken (”Dust Nation Bleak“). Trippy beats en coole (spacey) geluidseffecten smelten alles vakkundig samen en dragen bij aan een avontuurlijke sfeer. Het positieve ”Lucky“ heeft een opmerkelijke Mike Patton-flair en het meeslepende ”Despite The Shell“ mag een van de hoogtepunten genoemd worden. ”As Heard On Tape“ klinkt werkelijk bloedmooi en brengt je tot een ultiem geluksgevoel, waarvan je nog uitgebreid kunt nagenieten tijdens de grote finale ”The Grand Utopia“. Ik kan niet anders dan concluderen dat de twaalf tracks puik zijn gearrangeerd en uitgevoerd en klinken als een klok. ‘The Audio Guide To Happiness (Part 2)’ is verplichte kost voor de (prog)rockliefhebber. 


Kingcrow - In Crescendo

Jaar van Release : 2013
Label : Sensory 

Sinds het tweede album 'Insider' (2004) hebben wij Kingcrow op de voet gevolgd. Wij zijn dan ook verheugd om te kunnen melden dat de Italiaanse progressieve metal/rock band sinds het uitkomen van 'Phlegethon' in 2010 veel zieltjes heeft kunnen winnen tijdens enkele prominente tours. In 2011 gingen zij de baan op met Redemption en hielden ook halt in Baarlo tijdens ProgPower Europe. In 2012 toerden ze met Jon Oliva's Pain en vlogen naar de VS voor ProgPower in Atlanta. Onze verwachtingen voor het nieuwe, vijfde studioalbum 'In Crescendo' waren dan ook weer erg hoog gespannen, maar we kunnen al melden dat het een knaller van jewelste geworden is. 
Kingcrow heeft van in den beginne een herkenbaar geluid. Hun instrumentale virtuositeit blijkt uit het materiaal, maar dringt zich nooit op als kunstjes zonder handen. Neen, zij schrijven daarbij toegankelijk songs die blijven hangen, met uit het leven gegrepen onderwerpen. Ook nu is dit ondergebracht in een overkoepelend concept. In feite klopt alles aan 'In Crescendo' en is het gewoon een album dat je in één ruk moet beluisteren en telkens nieuwe details in ontdekken. 'Right Before' en 'This Ain't Another Love Song' zijn meteen aanstekelijke songs met groovende riffs, prachtige solo's (soms gevoelig, soms wild) en excellente zang van Diego Marchesi. In 'The Hatch' gunt de band zich wat meer instrumentale vrijheid, wat resulteert in wervelende passages met zwevende synths die me een beetje aan Porcupine Tree doen denken. De hortende passage met fluisterstem mondt uit in een mooie gitaarsolo. Gitaristen Diego Cafolla en Ivan Nastasi zijn weer in grote vorm op dit album! Het breekbare 'Morning Rain' blijft lang introvert, maar werkt zich uiteindelijk toe naar een grandioze climax. Het vlotte ritme van 'The Drowning Line' is even luchtiger, maar weet zich via een passage met hogere zang ook naar een wilder festijn toe te werken. Dan zijn de krabbelende gitaarornamenten wel een beetje in de trant van Dream Theater. Maar de band weet bovenal een eigen identiteit te manifesteren. Let bijvoorbeeld op het glissando Pink Floydiaanse gitaarwerk in 'The Glass Fortress' of de beklijvende opbouw (van rust naar onrust, zo kan je het samenvatten) in 'Summer '97' dat een prachtige reflectie biedt op vervlogen tijden. Met de nodige weemoed doorweven, weet men dit steeds uniek te presenteren. Tijdens het elf minuten durende titelnummer komen alle sterke eigenschappen van deze eminente band nog eens aan de beurt, zodat je daarna even verbluft achterblijft. Onder de indruk en tegelijkertijd aangegrepen door de schoonheid van 'In Crescendo'! Geen wonder dat Kingcrow meteen een uitnodiging van Pain Of Salvation heeft gekregen voor een Amerikaanse tournee. Hopelijk zien we hen later dit jaar ook in Europa toeren voor dit album.