Vengeance – Power Of The Rock

Jaar van release: 2019

Label: Pseudonym Records 

De feestdagen breken aan het is tijd voor boxing day. Hier is pseudoniem records handig op in gesprongen en wel met de 9 cd Box van Vengeance in hun meest glansrijke periode van 1983 tot 1998. Als album van de maand dit keer geen nieuw studio materiaal van een band, maar een stukje pure nostalgie!! Evenals de cd box van Helloïse, die in 2016 werd uitgebracht een must have voor de Nederlandse hardrockfans. Onlangs werd er ook al boxset uitgebracht van Bodine. Misschien moeten nog maar even wachten op de volgende boxset, wat zou het toch geweldig zijn als we dan ook nog eens een boxset zouden krijgen met het ouvre van Adje Vandenberg.  Maar nu terug naar Vengeance.

Als we dan toch even in ons verleden graven, wat hadden die jongens van Vengeance toch ludieke band shirts. Met de uiterste originele slogan  “Do You Hate Hard Rock? Guess You Never Saw Vengeance”. Dit was in die tijd onder de Nederlandse bands het meeste verkochte hardrockshirt. Uit die eenvoudige tijd dat harde rock niet depressief, progressief of welke andere “-ief” dan ook hoefde te zijn, maar gewoon leuk was. Een tekst als “Playing with my pistol, I check the mood it’s in, I hope that it is loaded and ready for tonight” uit She’s The Woman is natuurlijk om meer dan één reden hilarisch. Die lol betekent echter niet dat Vengeance geen serieuze speler is geweest in het Nederlandse hardrocklandschap. In tegendeel zelfs!

In de vroege jaren tachtig hadden we een aantal mooie Nederlandse metal bands zoals Bodine, Martyr, Picture, Vandenberg, Highway Chile en Helloïse.En natuurlijk was er Vengeance!

Vengeance behoorde  in de laatste twee decennia tot de top van hardrockscene in Nederland en boekte ook buiten de landsgrenzen veel succes. Dat de band een plekje veroverde op een dergelijk prestigieus podium was niet meer dan terecht. Het waren de tijden dat hardrock en dan met name de ballads van hardrockbands volle aandacht kregen middels verzamel-cd’s en (in de zomer) een wekelijks programma op de landelijke radio. Die cd’s en programma’s werden volledig beheerst door Amerikaanse acts als Bon Jovi en een enkele Europese uitzondering als Scorpions en Europe. Slechts twee Nederlandse hardrockbands wisten zich hier structureel tussen te werken: Vandenberg en Vengeance. De positie van laatstgenoemde in het hardrockend Nederland van de jaren ‘80 van de vorige eeuw is dan ook niet te onderschatten.

Naast Arjen Anthony Lucassen die bij Vengeance zeer bepalend was voor de composities bestaat de band in die periode uit de volgende bandleden John Snels, Oscar Holleman, Jan Bijlsma, Jan Somer, Ian Parry, Peer Verschuren en Leon Goewie, dit heeft geresulteerd in zes albums met daarop stuk voor stuk tijdloze rocksongs.

 Verder is de box releases voorzien van klassiekers en zeldzaamheden. De HQ geremasterde originele mastertapes door de bandleden zelf. De box is gevuld met maar liefst negen schijven uit de periode 1983 tot 1998 en bevat  een mix van 510 minuten van geweldige rock en metal muziek. De band bestaat nog steeds, maar hun laatste albums zijn niet in van het niveau als je ze vergelijkt met deze boxset.  Na 1998 is eigenlijk alleen Leon Goewie nog de vaandeldrager van de band, wel moet gezegd worden dat in 2009 met Soul Collector nog een aardig album wordt weggezet. Wat we hier voorgeschoteld krijgen is Nederlandse hardrock op zijn best.  De eerste drie schijven zijn het bekende debuut ' Vengeance ', hun doorbraak album in Nederland en het buitenland. Met het album Vengeance begon het allemaal. Opener Down And Out laat meteen horen dat Vengeance in die tijd wist hoe rockmuziek moest klinken. Hier is duidelijk een jonge band te horen die nog zijn eigen stijl zoekt. Zo lijkt er voor intro en riffs van de overigens uitstekende opener Down And Out nadrukkelijk in de keuken van Whitesnake te zijn gekeken. Een lekker nummer is het niettemin, eentje waarin de klasse, diepte en het scherpe randje van de stem van zanger Leon Goewie meteen duidelijk worden. Ook AC/DC, Status Quo en Dio lijken een belangrijke inspiratie. We denken her en der zelfs wat snippers New Wave Of British Heavy Metal te horen (de breaks in Tonight, Tonight, de diverse vlammende gitaarsolo’s). Het is een gedachte die nog versterkt wordt doordat Goewie in zijn teksten met enige regelmaat het woord metal laat terugkomen. Niet alle nummers zijn echter zo pakkend als Down And Out, zodat het niet verbazend is dat een paar jaar later nauwelijks nog songs van dit debuut de live-set haalden. 

Het volgende album  ' We Have Ways To Make You Rock'. Staat mij  bij als de eerste echte kennismaking met Vengeance. She’s The Woman en vooral Power Of The Rock staan me bij als nummers die op de radio wel voor de nodige opschudding zorgde. De ster van Vengeance was rijzende en de naam was zeker gevestigd. Twee jaar later heeft de band al aanzienlijke stappen gemaakt. De kennelijk voor Vengeance niet zo moeilijke tweede plaat We Have Ways To Make You Rock klinkt aanmerkelijk beter en staat vol tijdloze hardrockmeezingers als She’s The Woman, de naamgever van deze box Power Of The Rock, May Heaven Strike Me DownLove Lies Bleeding en We Shall Rock. Waar de memorabele melodieën op het debuut mogelijk wat dun gezaaid waren, lijkt de band voor dit album een onuitputtelijke bron te hebben aangeboord. Dat ik de songs meer dan dertig jaar later nog woord voor woord kan meezingen zegt alles (inderdaad, ook dat ik een nerd ben ja!). Fraai is de ballad Only The Wind waarmee de band zich verzekerde van een plaats in eerder genoemde rockballadprogramma’s. Opvallend is dat de overigens vrij traditionele hardrockband hier het experiment niet schuwt. In Dreamworld horen we epische koorzang en het gevoelige intro van May Heaven Strike Me Down wordt aangezet met strijkers. Ja, die Goewie moet het wel heel bont hebben gemaakt bij zijn dame dat hij zo diep moet gaan. De remaster lijkt op deze schijf wel zijn werk te doen en we horen een helder rond geluid met ruimte voor zowel instrumenten, zang als achtergrondzang en een voorname plek voor de stuwende bas. Fraai!

Het derde ‘Take It Or Leave It’ dat een nog groter publiek bereikte omdat het nummer, Rock ' N Roll Shower ' het intro was van een populair Nederlands radio-metal&rock programma Vara 's vuurwerk met DJ Henk Westbroek. Het album ‘Take It Or Leave It’ kent een groot aantal composities die de tand des tijds goed hebben doorstaan.  De nummers ‘Take It Or Leave It’, ‘Rock’n Roll Shower’, ‘Take Me To The Limit’, ‘Women In The World’ en ‘Looks Of A Winner’ zijn tot de dag van vandaag heerlijk om naar te luisteren. Goed uitgebalanceerde hardrock met goede melodieën en het sterke stemgeluid van Leon Goewie. Take Me To The Limit nodigt op eenzelfde wijze uit tot een feestje. Sommige refreinen van andere songs missen echter goede hooks of zijn wat eenvoudig (Hear Me Out) waardoor het album als geheel toch iets minder scoort dan de heel knappe voorganger. Slecht of zelfs maar middelmatig wordt het nergens. Daarvoor zijn de riffs, het spel (dat gitaarwerk in het instrumentale Engines doet echt niet onder voor de grotere namen in het genre) en de zang simpelweg te sterk. Noemen we ten slotte nog even dat Goewie in Code Of Honour – met kinderkoor! – mogelijk zijn meest persoonlijke verhaal op tafel legt.

 Met het vierde album ‘Arabia’ kon niemand meer om Vengeance heen en zorgde ervoor dat op rockgebied Vengeance bovenaan de top stond in rocking Nederland.  Met ‘Arabia’ liet en laat Vengeance horen, dat zelfs het niveau van ‘Take It Or Leave It’ wist te ontstijgen. Titelnummer Arabia opende het album op een zeer professionele manier. Bluesy invloeden komen terug in ‘The Best Gunfighter In Town’ en ‘Bad Boy For Love’, waarin ze Rose Tattoo fraai coveren. Maar het prachtige ‘If Lovin’ You Is Wrong’ blijft onbetwist de compositie van Vengeance die mij het meest raakt. Een gevoelige ballad waarin melodie, gitaar en zang in een krachtig emotiespel precies de juiste snaar weet te raken. Of het komt doordat de band voor Arabia wel weer “gewoon” twee jaar de tijd nam weet ik niet, maar het vierde album is van begin tot eind ijzersterk en voor velen het hoogtepunt in het werk van Vengeance. De openingsriff van de titeltrack is wonderbaarlijk primordiaal en lanceert je gelijk naar de regio waar de plaat zijn naam aan ontleent. De riff hield zich dan ook gemakkelijk staande tussen het werk van Ayreon en Star One toen Arjen Lucassen hem in Star One Live On Earth nog eens inzette. Maar hoewel Lucassen inmiddels ongetwijfeld de grootste naam uit de line-up van Vengeance was (gevolgd door Oscar Holleman die inmiddels producties van onder meer Within Temptation en Krezip op zijn naam heeft staan), zetten ook de andere leden een uitstekende prestatie neer. Zang, ritmesectie en leads, het klopt allemaal in heerlijke tracks als Cry Of The Sirens met zijn staccato gezongen brug, het beestige Wallbanger en het feestelijke Just What My Doctor Ordered. Juist door de rockballad-rage eind jaren ’80 zal If Lovin’ You Is Wrong vermoedelijk de bekendste song zijn. Helemaal onterecht is dat niet want het is een fraaie sleper met internationale allure. De plaat klonk al goed toen hij in 1989 uitkwam en dat is nu niet anders. Voor de liefhebbers van jaren ’80-hardrock die wat verder willen en durven kijken dan Amerika en Groot-Brittannië is Arabia feitelijk een onmisbare plaat. Ondanks de progressievere koers van Vengeance op dit album, kwamen de eerste haarscheurtjes in de band. Op het moment dat John Snels en Leon Goewie om verschillende redenen vertrokken, was het einde van de band in zicht.

Hierna konden ze geen record deal vinden in Nederland,  zodoende kwam het album met Ian Parry op zang en Ernst van Ee op drums ' The Last of the Fallen Heroes '  alleen in Japan uit. Dat we inmiddels in het door grunge beheerste begin van de jaren ’90 zijn aanbeland zal daarbij zeker niet geholpen hebben, maar als je kritisch kijkt zou je ook kunnen zeggen dat de band met de goede maar meer gepolijst klinkende Parry iets van zijn eigen geluid had verloren. In 1992 werpt de band de handdoek in de ring. Toch zien de opnamen met Ian Parry het daglicht en wel op de oorspronkelijk alleen in Japan uitgegeven plaat Last Of The Fallen Heroes (1994). Het is de vijfde cd van deze box. In openingstrack Wings Of An Arrow zien we door de verheven zang, koorzang en de toetsen al meer dan een glimp van de richting die Lucassen met zijn Ayreon zou inslaan. Een interessant stukje geschiedenis is het op zijn minst. Refreinen van songs als Blood Money en Outta Control zijn ondanks toevoeging van een flinke dot toetsen echter eerder traditioneel te noemen en zijn ondanks alle goede bedoelingen (Blood Money) niet altijd even sterk. Met Trouble In Town en vooral Funky Little Lady lijkt de band wat aansluiting te zoeken bij Extreme, een band die zich in eerste instantie aardig staande hield tussen de Nirvana’s van deze wereld maar uiteindelijk ook commercieel het onderspit moest delven. Sterker zijn de fraaie ballad As The Last Teardrop Falls dat met zijn mooie samenzang vijf jaar eerder gemakkelijk de hitlijsten had veroverd, de lekkere stampers Hold On TightOutta My Head en Edge Of Time en One ‘O’ Nine. Met het album The Last Of The Fallen Heroes, met Ian Parry achter de microfoon,  is helemaal niets mis en de diversiteit aan composities bieden de luisteraar hier een mooi doorkijkje in de veelzijdigheid van het rockgenre.

Toch blijft het echte succes schijnbaar uit en het zal tot 1997 duren voordat Arjen Lucassen en Leon Goewie het album ‘Back From Flight 19’ uitbrengen.Het laatste studioalbum, Disc 6, in deze box is dan ook hun come-back album ‘Back From Flight 19’ (met Leon terug op zang). Openingstrack en single Planet Zilch opent de plaat sterk. Dat het Seattle-gebeuren niet volledig aan de heren voorbij is gegaan horen we in de machtige riff, terwijl we tegelijkertijd opnieuw een inzicht krijgen in de muzikale ontwikkeling van Lucassen naar meer epiek en grandeur. Sowieso is het gitaarwerk op dit album wat zwaarder en meer riffgericht. Zo scheurt Follow A Trend als Zakk Wylde in No More Tears, totdat de track in een afwisselend middenstuk een heus progfeest blijkt te zijn. Niet direct wat je verwacht van Vengeance, maar wel heel tof. Ook tracks als Dreamulator (met Beatlesque koortjes), het super heftige Dark Side Of The Brain en het lange Flight 19 klinken een stuk duisterder en progressiever dan het Vengeance van de jaren ’80, maar zijn aanzienlijk sterker dan The Last Of The Fallen Heroes

De andere drie schijven hebben de titel ' Power of the Rock 1,  2 en 3 en zijn verpakt met demo's, live-opnames en andere zeldzame, nooit eerder uitgebracht materiaal.

Op Power Of The Rock 1 staan vooral demo versies van nummers die op de reguliere platen terecht zijn gekomen. Het geluid van de demo uit 1983 wordt geteisterd door wat ruis. De nummers van die demo zijn dan ook vooral leuk om eens gehoord te hebben en op te merken dat de band in het begin inderdaad stevig naar heavy metal neigde (Straight And Fair) en dat met name de zang en het gitaarwerk van meet af aan van hoog niveau waren. De live versie van Tonight, Tonight klinkt alweer een stuk beter, maar het geluid van de volgende opnames is af en toe wat modderig (overbelast). Opnieuw leuk om eens te horen, maar je zult toch vaker teruggrijpen naar de definitieve versies. Indien voorradig natuurlijk, want we horen ook wat nummers die nooit hun weg naar een album hebben gevonden, maar zeker muzikaal niet heel veel onder doen voor de songs die dat wel deden. Meer dan leuk om te horen zijn overigens de hele vroege versie van Only The Wind die nog heel andere teksten had en de cover van Crazy Horses (The Osmonds), ook al omdat het geluid van de opnamen steeds beter wordt.Het laatste nummer Death Ride To Glory is net als de eerste twee nummers van Power Of The Rock 2 opgenomen voor Countdown Café in 1986. Deze opnamen zijn al eens uitgebracht op de cd-uitgave van We Have Ways To Make You Rock en zouden dus al in je bezit kunnen zijn. Zo niet dan is dit een mooie kans want het was een prima optreden daar voor Veronica. Ook op de tweede “bonus-cd” is de geluidskwaliteit wat wisselend. Zo klinkt de demo 1 versie van Rock ’n Roll Shower eerder een rehearsal. Een song als Cry Of The Sirens daarentegen klinkt dan weer heel behoorlijk met een zeer gemotiveerd knallende Goewie. Leuk op deze schijf zijn verder met name de uitgebreide VARA’s Vuurwerk-jingles en Castles In The Air dat hier nog niet voorzien is van het klavecimbel-intro, maar meteen je voordeur intrapt. Op Power Of The Rock 3 klinken de demo nummers gewoon (soms meer dan) goed. De show wordt echter toch gestolen door de live versies van DreamworldTake It To The LimitRock ’n Roll Shower en May Heaven Strike Me Down en de daarop volgende studio nummers.

Met het luisteren naar deze muziek, komt het jeugdsentiment even weer terug. Op een fiets of trein naar concerten in de buurt.  Dynamo Open Air 1987 met als headliner Stryper, waarbij Vengeance toen voor mij nog onbekend als een van de eerste bands mocht optreden. Een onvergetelijk optreden met een geweldige frontman als Leon Goewie, die het publiek weet op te hitsen en mee te krijgen met een flinke dosis humor en clowneske bewegingen.  Erg melig optreden, maar prima te doen. Opvallende setlist ook met Kom van dat dak af (vanwege een stelletje onverlaten die op een dakje aan het springen waren en Liever Kips In M'n Bips Dan Gewone Leverworst. Ik neem aan dat de parodie op Kips leverworst de band geen problemen heeft opgeleverd, maar was wel legendarisch. De eerste biertjes en de eerste gitaarriffs. En we hebben het over serieuze riffs. We ontkomen niet aan nummers zoals ’She’s The Woman’, ‘Dreamworld’, ‘Take It Or Leave It’, ‘Rock ' n Roll Shower’ en ‘Take Me To The Limit’ om er een paar te noemen.En wat denk je van een van hun betere nummers naar mijn mening ‘Death Ride to Glory’, deze werd nooit uitgebracht op een album. Er is zoveel te genieten en te (her) ontdekken in deze boxset. Deze cd-box is de ultieme manier om de discografie van één van de meest respectabele hardrockgroepen in huis te halen en op de koop nog eens een fikse portie extra materiaal te verkrijgen. Na twee/drie decennia blijkt de muziek van Vengeance een tijdloos karakter te hebben en blijft het fijn om die oude albums nog te draaien.


Ray Alder – What The Water Wants

Jaar van release: 2019

Label: Inside Out Music

Als fervente fan van Fates Warning en Redemption, ontkom je er niet aan om het solo album van Ray Alder te beluisteren, de zanger van eerder genoemde bands. Ray Alder heeft zijn sporen al ruimschoots verdiend als zanger van onder meer de progressieve metal bands Fates Warning, Engine en Redemption. Het heeft lang geduurd eer Ray Alder deze solo-uitstap besloot te doen, maar het levert ons dan ook een weldoordacht album met prachtige melodieën op. Na 30 jaar vond hij het tijd voor zijn eerste solo-album onder eigen naam.

Eerder bracht hij al wel twee albums uit onder de naam Engine, wat hij toch meer band-producties vond. Maar wanneer bestempel je een album als ‘solo’-album? Want op deze cd, met als titel What The Water Wants, doet Alder niet meer dan wat hij altijd al doet: zingen.

Ray Alder is al jaren – sinds 1987(!) – de frontman en zanger van de Amerikaanse progressieve metal band Fates Warning, maar daarnaast stond hij ook aan de zijde van Nick Van Dyk om Redemption groot te maken. Sinds hij deze laatste band verlaten heeft – en hij daar heel adequaat vervangen is door Tom Englund van Evergrey – had hij meer tijd om eindelijk werk te maken van een eerste soloalbum.

 Muzikaal wordt hij bijgestaan door Mike Abdow, de tour-gitarist van Fates Warning.

In zijn nieuwe thuisland ontmoette hij gitarist Tony Hernando (mastermind Lords Of Black) en hij leverde drie songs aan voor Alder’s baby: ‘Shine’, ‘A Beautiful Lie’ en ‘Wait’. Deze songs behoren ook tot het heftigste materiaal dat op dit album prijkt, met vurige neoklassieke gitaarsolo’s en uptempo van aard. De tweede medecomponist is gitarist Mike Abdow, tourgitarist van Fates Warning en zijn aangeleverd materiaal is veel meer gesofistikeerd, met een duidelijke voorliefde voor zwevende gitaarsolo’s geënt in progressieve rock. Drummer Craig Anderson (Ignite) kwam eveneens aan boord en zo is dit een album met pittige contrasten geworden met als overkoepelend thema water.

Dat brengt mij bij het resultaat van de tien nummers met een totale speellengte van 46 minuten. De zangkwaliteiten van Ray Alder staan buiten kijf. Dat bevestigt hij nogmaals op deze cd en in het eerste nummer Lost, waarin hij het hele vocale spectrum laat passeren. Net als Lost zijn Crown Of Thorns en Some Days relatief rustige rocknummers. Ze geven Alder de ruimte zijn gevoelige kant te etaleren. Die ruimte wordt hem door zijn gelegenheids band ook geboden. Want wat zijn dat een klasbakken, wars van elke vorm van egotripperij of spierballenvertoon. Men musiceert volledig in het belang van het geheel, waarbij de uitstekende productie van deze cd alleen maar helpt.

De zanger schuwt dan ook geenszins sensitieve tracks als het gepolijste, popachtige ‘Crown Of Thorns’, het kalme ‘Some Days’ of het sfeervolle ‘Under Dark Skies’ waarbij we de link met A Perfect Circle (één van Alder’s favoriete bands) zeker weten te appreciëren. Opener ‘Lost’ doet ons dan weer zwaar aan Evergrey denken en daar is niets mis mee. Toch is het ook fijn dat er progressieve power metal tracks op dit album te vinden zijn, zodat afwisseling troef is.

Na deze rustige start wordt met Shine en A Beautiful Lie doorgeschakeld naar stevige kost. Hier komen Fates Warning en Redemption voorzichtig in het vizier. Ik schrijf bewust ‘voorzichtig’, want Ray Alder duikelt niet in de val zich hier voor te doen als frontman van deze bands. Hij blijft vooral zichzelf. Rustpunt van het album en misschien ook wel hoogtepunt is The Road, wat regelrecht uit Alder’s hart gezongen wordt. De goede opbouw van dit album illustreren Wait en What The Water Wanted, waar de albumtitel van is afgeleid. Beiden zijn solide en stevige hardrockers. The Killing Floor, met een onverwacht en vrij abrupt outro, is het slotakkoord van dit positief verrassende album.

Ray Alder stelde voorop dat hij andere muzikale paden dan voorheen wou bewandelen in zijn solocarrière, dus niet zomaar een doorslagje van Fates Warning of Redemption. Het raggende ‘What The Water Wanted’ swingt lekker en kan men ook onverbiddelijke toegankelijkheid aanmeten.

Dat Alder een bijzonder aangename stem heeft hoeven we niet meer te vermelden. Bovendien maakte men gebruik van de knowhow van de Italiaanse producer Simone Mularoni (DGM) om dit alles op passende wijze te mixen. Het heeft lang geduurd eer Ray Alder deze solo-uitstap besloot te doen, maar het levert ons dan ook een weldoordacht album met prachtige melodieën op.

 


Alter Bridge – Walk The Sky

Jaar van release: 2019

Label: Napalm Records 

Met de toevoeging van summiere nieuwe elementen weet Alter Bridge met ‘Walk The Sky’ een rijk geschakeerd album te bieden dat elke muziekliefhebber van doorleefde rock ook een aangenaam vertrouwd gevoel zal geven.

In meer dan vijftien jaar intensieve activiteit heeft Alter Bridge zich wereldwijd populair gemaakt bij zowel liefhebbers van hardrock, pure metalfans als aanhangers van post grunge. De unieke sound van de Amerikaanse band – met wereldzanger Myles Kennedy en gitaargenie Mark Tremonti als boegbeelden.

Dit Walk The Sky is alweer het zesde studioalbum en we weten inmiddels dan ook wel een beetje wat we kunnen verwachten. Kwaliteitshardrock met een metal inslag, afwisselend gitaarwerk van een redelijk briljante Mark Tremonti en foutloze zang van Myles Kennedy op een snaarstrakke ritmesectie. Bij mij is de vraag vooraf dan ook vooral of er op de plaat misschien ook uitschieters en verrassingen staan die de band naar een volgend niveau kunnen tillen.

 Nog meer geperfectioneerd door deze jarenlange ervaring. Geruggensteund door de ritmesectie, bestaande uit bassist Brian Marshall en drummer Scott Phillips, creëerden ze maar liefst veertien nieuwe, compacte songs als opvolger van ‘The Last Hero’ (2016). De band zelf heeft het bij het schrijven van de plaat in ieder geval eens over een andere boeg gegooid en getracht een echte bandplaat te maken. Waar op de vorige albums de ideeën door Tremonti en Kennedy afzonderlijk werden aangedragen en vervolgens met producer Michael “Elvis” Baskette tot songs werden uitgewerkt, is de volledige band nu met de ideeën aan de slag gegaan. Hoewel we dat (nu we het weten) her en der wel denken te kunnen horen, leidt dat echter muzikaal niet tot een grote breuk met het verleden. Sterker nog, de heren bestempelen de plaat als een terugblik op de carrière waarbij elementen van alle vorige releases samenkomen in nieuwe nummers.

 Het is direct duidelijk: Walk The Sky gaat niet uit de toon vallen bij de voorgaande vijf goede en soms zelfs sublieme voorgangers.

Het atmosferische, maar bezwerende ‘One Life’ is een sensitieve start, waarna de heavy gitaren losbarsten in de vertrouwde sound van ‘Wouldn’t You Rather’. Deze single is samen met het licht dramatische ‘Take The Crown’ en het energieke ‘Pay No Mind’ al voor de leeuwen gegooid als smaakmakers. Maar er valt nog veel meer te melden over dit nieuwe werkstuk van deze heren. Zo opent ‘Godspeed’ de deur naar smaakvolle toevoeging van jaren tachtig toetsen, maar dit wordt op zulk een kundige manier gedaan dat het nog op en top als Alter Bridge klinkt. Ook het sluipende ‘Indoctrination’ laat een nieuwe avontuurlijke sound horen met zware, laaggestemde gitaren die wat industrial aandoen en oosterse klanken. Het album vertoont sporen van de zoektocht naar innerlijke vrede in de teksten, maar kent toch uiteindelijk een opbeurend timbre. Dit horen we in ‘The Bitter End’ (hoe paradoxaal dit ook mag lijken met zo’n titel) en ‘Clear Horizon’. Het door Mark gezongen ‘Forever Falling’ houdt een stevig tempo aan, terwijl we in het bedachtzame ‘Walking On The Sky’ enige gelijkenissen met Stone Temple Pilots horen. De grande finale bestaat uit het epische, prachtige ‘Dying Light’ dat verlichting lijkt te brengen na het gevecht tegen je demonen.

 Met de toevoeging van summiere nieuwe elementen weet Alter Bridge met ‘Walk The Sky’ een rijk geschakeerd album te bieden dat elke muziekliefhebber van doorleefde rock ook een aangenaam vertrouwd gevoel zal geven.

 



VandenPlas – The Ghost Xperiment (Awakening)

Jaar van release: 2019

Label: Frontiers Records 

Het is de Duitse progrock act VandenPlas die met regelmaat een album op de markt brengt. De band uit Kaiserslautern doet al jaren mee en viert dit jaar hun 25ste jubileum. Ter ere van dit is de box The Epic Works met 11 cds uitgebracht. En ja, terwijl dit hun 9de album is. Dit album is het eerste deel van het concept en deel 2, Illumination verschijnt volgend jaar.

Vier jaar geleden bracht de Duitse progmetal band Vanden Plas het laatste studioalbum uit. Dat was Chronicles Of The Immortals Netherworld II. Afgelopen vier jaar moesten de fans het doen met The Seraphic Liveworks (2017) en de lijvige boxset The Epic Works 1991 – 2015 (2019).

 Vanden Plas staat al jaren voor kwaliteit. Aan alle aspecten van hun composities wordt met uiterste zorg aandacht besteed.

De bandleden zijn betrokken bij theaterprojecten en rock musicals als Jesus Christ Superstar, The Rocky Horror Show , Little Shop of Horrors , en Evita .

In 2004 werd door Andy Kuntz een ambitieus soloproject onder de naam Abydos gestart . Dit is  min of meer ook een rockmusical.

Op 31 maart 2006 bracht de band een concept album, getiteld Christus 0  uit. Gebaseerd op Alexandre Dumas, père 's boek De graaf van Monte Cristo . In april 2008 is het album in Duitsland op het toneelpodia uitgevoerd; De podium productie werd uitgeroepen tot Christo - Die Rockoper .

De laatste twee releases Chronicles Of The Immortals - Netherworld (Path One) en Netherworld II zijn gebaseerd op Die Chronik der Unsterblichen door fantasie auteur Wolfgang Hohlbein. Beide albums zijn afgeleid van het theaterstuk Blutnacht .

Het is dan ook verrassend, dat ze wederom met een conceptalbum komen wederom in een twee luik.

Op dit eerste deel de Awakening valt op dat er minder plaats is voor bombast en gelaagdheid en kiest de band voor een directere aanpak. Niets mis mee maar de band weet dan ook niet al te veel te verrassen.

Het concept is gebaseerd op een paranormaal experiment. De hoofdpersoon in het verhaal is Gideon Grace, gespeeld door frontman Andy Kuntz. Deze hoofdpersoon vecht tegen de meedogenloze schaduwen van The House Of Rain. Door immens verdriet na de dood van zijn geliefde Ivy, is Gideons pijn ook de drijvende kracht in een oorlog met zijn demonen. In boeken uit de bibliotheek van een Duitse school voor metafysica leest hij over geheime leraren en parapsychologische experimenten. Die vormen een belangrijke basis van waaruit hij vecht tegen de wezens van de duisternis.

Met een bijna 8 minuten durende ‘Cold December Night’ start het verhaal over de geesten en het leven van hiernamaals. De band staat bekend als een soort Duitse Dream Theater al speelde men hiervoor als support act voor deze progrockband. Nu staat VandenPlas op eigen benen de hoofdact op vele festivals in Europa te spelen. Met de gedachte dat hun helden en Rush in hun muziek verwerkt is valt het nummer ‘The Phantoms’ op zijn plek. Het doet erg denken aan de oude progrock act.

Met de bewering, dat deze band andere acts zou naspelen, doen we deze heren tekort. De pianostukken die opgebouwd worden naar een bombastische climax is hun wel toevertrouwd en tevens ook in van hun kenmerken. Het wordt alleen wat lastig dat dit bij iedere nummer gebeurd waardoor de diversiteit van de songs in geding komt. ‘Fall From the Skies’ mag dan 9 minuten duren, het blijft een herhaling van de songs ‘Three Ghost’ en ‘Devil’s Poetry’ die eerder voorbij zijn gekomen.

We wachten af hoe het verhaal van de Fallen Angels afloopt. Het is nog steeds een stuk beter dan het gros van de bands, die zich in het genre probeert staande te houden, maar had zelf gehoopt, dat ze de lijn zouden oppikken van hun fantastische album Christ O.

The Ghost Xperiment lijkt aanvankelijk een routinematig Vanden Plas album. Naarmate het album vordert ging de muziek mij meer raken. 


Black Star Riders - Another State Of Grace

Jaar van release: 2019

Label: Nuclear Blast Records

Another State Of Grace is alweer het vierde album van Black Star Riders, de formatie die tot 2013 eigenlijk nog gewoon Thin Lizzy heette. Met die band wordt af en toe nog opgetreden, maar voor zanger en gitarist Ricky Warwick draait het tegenwoordig allemaal om Black Star Riders. Het gaat goed met de Black Star Riders. Na drie meer dan prima albums heeft de band rond Ricky Warwick en Scott Gorham hun contract met Nuclear Blast verlengd.

Het lijkt nog als de dag van gisteren dat de bandleden van de toenmalige versie van Thin Lizzy verder zijn gegaan onder de naam Black Star Riders, zodat ze nieuwe muziek konden gaan maken. In 2013 verscheen het debuut All Hell Breaks Lose, dus dat is toch alweer zes jaar geleden. Bovendien zit de band totaal niet stil en zijn er inmiddels al vier albums ingeblikt, waaronder het nieuwe Another State Of Grace. Met dit werktempo zou het zomaar kunnen dat de 68-jarige Scott Gorham met Black Star Riders het aantal albums gaat halen dat hij met Thin Lizzy heeft gemaakt, namelijk negen.

Daar waar de discografie van Thin Lizzy uit een aantal missers bestaat, zoals bijvoorbeeld Chinatown (1980) en Shades Of A Blue Orphanage (1972), is dat bij Black Star Riders niet het geval. Natuurlijk heeft Thin Lizzy veel meer albums gemaakt, maar tot nu toe is het plaatwerk van Black Star Riders behoorlijk consistent in kwaliteit. En die is bij alle drie voorgangers van Another State Of Grace hoog. Het zijn stuk voor stuk aanraders voor liefhebbers van moderne classic rock en degenen die Thin Lizzy een warm hart toedragen. Maar in plaats van een kopie van die formatie te zijn, is Black Star Riders een op zichzelf staande band met een eigen geluid.

Voordat Black Star Riders de studio indook voor Another State Of Grace, gaf gitarist Damon Johnson te kennen ermee te stoppen. Samen met zanger en gitarist Ricky Warwick was hij verantwoordelijk voor de meeste songs, dus het was spannend of het hoge niveau op het nieuwe album vastgehouden kon worden. Dat is gelukkig wel het geval. Nieuwkomer Christian Martucci, ook gitarist bij Stone Sour, blijkt ook een neus te hebben voor goede songs. Daarnaast hebben bassist Robbie Crane en Scott Gorham een grotere bijdrage geleverd.

De titeltrack Another State Of Grace is als single uitgebracht en laat horen dat er niets is veranderd aan de formule. Het is een herkenbare, energieke song vol met Ierse invloeden. Ain’t The End Of The World is nog zo’n nummer met fijne Thin Lizzy-referenties, terwijl Underneath The Afterglow en Standing In The Line Of Fire ook zonder die invloeden sterke rocksongs zijn. Warwick lucht zijn hart in het emotionele Why Do You Love Your Guns?, een vraag die de hele wereld stelt aan de Verenigde Staten na de zoveelste schietpartij.

De band heeft dit album overigens opgenomen onder leiding van Jay Ruston in de Sphere Studios in Burbank in Californië. Ruston werkte in het verleden onder andere met Stone Sour, Anthrax en Uriah Heep en heeft dit album een moderne doch authentieke sound gegeven. Authentiek is overigens wel een kernwoord want de hardrock van Black Star Riders kun je zo wel beschouwen. Klassieke songformules die tijdloos zijn en een nostalgische sfeer uitademen. Stuk voor stuk allemaal pluspunten. En wat ik eigenlijk het belangrijkste vind, is dat Black Star Riders het juk van Thin Lizzy nu echt afgeschud hebben. Je kon die tendens al horen op de vorige albums. Stukje bij beetje kreeg de band een eigen gezicht. Uiteraard hoor je zeker wel invloeden van Thin Lizzy waaruit Black Star Riders is ontstaan. Het ligt er alleen niet meer duimendik bovenop zoals op het debuut nog wel het geval was.

Voor de liefhebbers van degelijke hardrock, die goed geschreven is en catchy klinkt en mooie zanglijnen heeft met betekenisvolle teksten, mag dit album niet in de collectie ontbreken. Een dikke vette aanrader.

 


Soleil Moon – Warrior

Jaar van release: 2019

Label: Frontiers

In de categorie van de guilty pleasures, had ik dit jaar nog geen AOR album toegevoegd aan de collectie. In de jaren 80 tot begin jaren negentig, was dit genre vooral in Amerika niet van de buis af te slaan (MTV). Met topbands als Boston, Bad English, Journey, Foreigner en onder andere Def Leppard kwam de rockscene goed voor de dag. In de jaren negentig kwam hier het verval. Daarna sneeuwde het genre wat onder, er werden nog wel goede albums gemaakt door diverse bands, maar kregen niet meer de airplay en verdwijnt het langzaam meer naar de achtergrond. Ook in de Aardschok kom je dan weinig goede recensies tegen van AOR artiesten, zo nu en dan komt er dan wat voorbij. Zo ging het in de  ook met Soleil Moon. Toch een paar luisterbeurtjes wagen, daarna een stukje historie opzoeken op het internet en het begin van de recensie  is ontstaan.

Het begint eind jaren negentig, wanneer Larry King (jazz) pianist John Blasucci elkaar ontmoeten. Hierna weten de heren een muzikale voorkeuren samen te smelten en schrijven ze samen hun eerste nummers. Het resultaat is de band Soleil Moon. Als zanger van de melodic rockact Human Factor weet King met Blasucci songs om te vormen tot AOR songs dat in de lijn ligt van Styx. Na de grote lovende kritieken die Soleil Moon verzamelde met de release van hun eerste twee albums, 'Worlds Apart' (1999) en 'On the Way To Everything' (2011), kwam de band in 2018 opnieuw samen om een ​​nieuw album te maken. Geboren als een samenwerking tussen zanger Larry King (Michael Thompson Band) en toetsenist John Blasucci (Dennis DeYoung), is Soleil Moon een persoonlijke uitlaatklep geworden voor schrijver / producer King.

Het is ook niet helemaal verwonderlijk dat Blasucci bij Dennis DeYoung (Styx) opduikt. Inmiddels zijn we 10 jaar later en het derde album van King en Blasucci is nu daar.

Wederom weten de heren prachtige luchtige rocksongs te maken. Songs als ‘Here For You’,  ‘Just So You Know’ en de knuffelballad ‘Halfway To Knowhere’ brengen niets nieuws, maar zijn allen zeker pakkend. Soms bombastisch en dan weer klein intiem. Alles is goed en mooi gezongen en soms wat te klef voor de gemiddelde hardrocker.

 Persoonlijke verhalen zorgen voor betekenisvollere liedjes waar anderen hopelijk zich mee kunnen identificeren. Elk nummer neemt een reis die zijn eigen vignet van ruimte en tijd heeft en een filmpje in je hoofd creëert. Larry King hoopt dat mensen naar het verhaal gaan luisteren en het gaan beleven. John Blasucci, Khari Parker, Alan Berliant, Chris Siebold, Lee Sklar, Vinnie Colaiuta, Joie Scott, Opal Staples, Mike Harvey, Kelly Keagy, Jeff Morrow, Cheryl Wilson, Craig Bauer, Jeff Breakey en, natuurlijk, Michael Thompson hebben meegeholpen om de songs vorm te geven.  Als een speciale traktatie bevat het album het nummer ''72 Camaro', dat werd uitgegeven als een Michael Thompson Band single in afwachting van de prestaties van die band op het Frontiers Rock Festival in Milaan in 2018. Legt King uit: “Michael en ik werken vaak samen aan verschillende projecten en toen we besloten om het MTB-record te doen, begonnen we allebei te schrijven. ''72 Camaro' was een nummer over mijn eerste auto en was heel persoonlijk voor me. Het was mijn verhaal. Tegen de tijd dat het MTB-album 'Love And Beyond' klaar was, hadden we elkaar wederzijds

besloot dat omdat dit mijn verhaal was, het beter geschikt zou zijn voor het Soleil Moon-record.

Laat je niet in de luren leggen door de hoes, het is het een heerlijke plaat in de serie van de AOR sound.


Teramaze - Are We Soldiers

Jaar van release: 2019

Label : Mascot Label Group

Teramaze is een Australische progressieve rock band, afkomstig uit Melbourne, die in de jaren negentig al aan de weg timmerde en albums uitbracht, het in 2006 voor gezien hield en in 2012 terugkeerde met het album `Anhedonia`. Het muzikale labeltje dat de platenmaatschappij er destijds op plakte, thrash metal, was in 2012 al dubieus maar heeft de band inmiddels mijlenver ver achter zich gelaten. Snelheid of vingervlugheid spelen geen rol bij het Australische vijftal. Goed gestructureerde melodielijnen en harmonie, geavanceerde arrangementen, melodieuze vocalen en een open karakter nemen een hoofdrol in. En op het nieuwe album `Are We Soldiers` is dat niet anders.

Metal in het straatje van Darkwater, Dream Theater en Seventh Wonder. Hun vorige plaat Her Halo was alvast een meesterwerk, dat zeer verslavend werkte en moeilijk te overtreffen viel.

Ze combineren progressieve metal met krachtige gitaarakkoorden, ingewikkelde tempowisselingen, opzwepende melodieën en poprefreinen. Het technisch niveau ligt hoog, maar de muziek klinkt niet pretentieus. Naast het thrashy gitaarwerk en de symfonische ondertoon, is het vooral de melancholie die hen doet opvallen.

Net als op het eerdere werk, `Esoteric Symbolism` (2014) of `Her Halo` (2015), worden de tracks daarbij tot in finesse ingekleurd. De tien tracks kennen een totale speelduur van zeventig minuten. Het album is daardoor vrij lang, met een gemiddelde van bijna zeven minuten per song. De hardere lijn en grotere aaneenschakeling van complexe passages, gaat deels ten koste van de melodie, waardoor de songs in eerste instantie minder vlot in het gehoor klinken. De vorige plaat was een stuk toegankelijker en er waren dan ook heel wat luisterbeurten nodig om dit opus op zijn waarde te kunnen beoordelen.

 De twee singles en het tweede deel van het twaalf minuten lange Depopulate sprongen er bovenuit. Weight of Humanity handelt over de druk die we ervaren in ons leven en wat we beschouwen als waarheid en leugen.

met vijfenhalve minuut is opener `Fight or Flight` de kortste track en afsluiter `Depopulate` met zijn bijna twaalfminuten het langste. In vergelijking met `Her Halo` heeft de band iets aan toegankelijkheid gewonnen; dat heeft zeker van doen met de terugkeer van zanger Brett Rerekura op het oude nest. Zijn vocalen zijn net even melodieuzer en gevoeliger aangesneden en maken tracks als `From Saviour to Assassin`, `Orwellian Times` en `Weight of Humanity` absolute melodieuze pareltjes. Een muzikale vergelijking vind je nog steeds in bijvoorbeeld Anubis Gate of een wat rauwere versie van landgenoten Caligula`s Horse.

`Are We Soldiers` is een logisch vervolg en ligt volledig in lijn met het eerdere werk van Teramaze.

Samenvattend: Progressieve metal met goed gestructureerde melodielijnen met geweldige solo’s, strakke riffs, complexe songstructuren en hemelse vocalen. Wanneer je van progressievere, melodieuze metal houdt, zweert bij opzwepende melodielijnen, dan kun je aan `Are We Soldiers` je hart ophalen.

 


Sweet Oblivion - Sweet Oblivion

Jaar van release: 2019

Label: Frontiers

Ex-Queensrÿche zanger Geoff Tate heeft er een nieuw project bij. Naast onder meer Operation: Mindcrime en Avantasia zal de legendarische zanger nu te horen zijn op Sweet Oblivion. Dat album zal vanaf 14 juni verkrijgbaar zijn via Frontiers Music Srl. Tate krijgt het gezelschap van o.m. gitarist Simone Mularoni van de Italiaanse progmetalband DGM.

Geoff Tate wordt door menigeen nog steeds gezien als een van de meest toonaangevende zangers in het metal genre en gebaseerd op hetgeen hij indertijd met Queensryche heeft neergezet valt daar wel wat voor te zeggen. Vanaf de begin jaren tachtig, toen nog opererend onder de naam Myth, tot aan zijn vertrek in 2012 is hij de zanger en frontman geweest van dit metal instituut, waarmee hij een aantal klassiekers in het genre heeft afgeleverd. Met name de EP `Queen Of The Reich` (uit 1983), de full-length debuutplaat `The Warning` (uit 1984) en `Operation: Mindcrime` (uit 1988). Na zijn vertrek uit Queensryche heeft Geoff met zijn nieuwe band Operation: Mindcrime een drietal concept-platen uitgebracht, maar die waren veel te experimenteel van aard en konden we totaal niet boeien.

Het is in het verleden dikwijls voorgevallen en je kan er gif op innemen dat het in de toekomst nog van dat zal zijn. Een bekende en succesvolle act ziet hun zanger, om wat voor reden, vertrekken en die gaat dan zijn eigen weg. In enkele zeldzame gevallen groeit dat uit tot iets dat minstens even succesvol wordt, zie Ozzy Osbourne en Ronnie James Dio, maar in het algemeen is het een reality check. Plots worden uitverkochte Sportpaleizen overal ter wereld half gevulde zweterige clubs of, erger nog, achterafzaaltjes van cafés in iets wat amper een provincie stad kan worden genoemd. Ik vraag me af wat dat met een artiest doet. Neem nu Geoff Tate. De man had met Queensrÿche de wereld eind jaren tachtig en begin negentig helemaal aan zijn voeten. Hij had het ultieme conceptalbum gemaakt met ‘Opertation Mindcrime’ en kwam daarna op de proppen met het al even straffe ‘Empire’. Later liep het mis en eindigde de mooie samenwerking in een juridische veldslag. Ondertussen ligt dat alles achter ons. Queensrÿche staat weer op de rails, al is dat op een zijspoor, maar Tate bevindt zich toch in een nog kleiner stationnetje waar ’s morgens in de vroegte amper drie wagentjes netjes op een rij staan. Hij heeft zijn hele ‘Operation Mindcrime’ saga ondertussen zo uitgemolken dat het bijna zielig wordt. Zijn eigen materiaal is nog steeds dik in orde, alleen slaat het niet aan. Hij moet blijven teruggrijpen naar dat ongelooflijke succesverhaal. Nu wil men opnieuw een nieuwe weg inslaan.

 Met behulp van het Italiaanse label en enkele muzikanten uit dat land is er deze Sweet Oblivion gekomen. De opdracht was simpel. Schrijf enkele originele songs die naadloos aansluiten bij de sound en feel van de eerste twee Queensrÿche platen, ‘The Warning’ en ‘Rage For Order’. Iets waar die Italianen met vlag en wimpel in zijn geslaagd. Dit is een puike cd geworden vol pakkende gitaren en een sfeerschepping die inderdaad perfect aansluit bij de begindagen van Geoffs succes. Zijn stem blendt perfect met de muzikale brouwsels.

Middels dit gelijknamige debuutalbum laten ze ons kennismaken met hetgeen waar Sweet Oblivion voor staat en gelukkig kan ik concluderen dat dit een heel stuk beter is dan wat Geoff met Operation: Mindcrime op de markt gebracht heeft. De tien nummers die dit debuutalbum te bieden heeft doen me erg denken aan de beginperiode van Queensryche, ten eerste natuurlijk vanwege het unieke stemgeluid van Geoff zelf maar ook zeker vanwege de opbouw en structuur van het songmateriaal, al dient daar meteen bij gezegd te worden dat dit hoge niveau (nog) nergens gehaald wordt.

Dat neemt niet weg dat er een behoorlijk aantal interessante nummers op deze plaat te vinden zijn, want met name opener `True Colors`, `Behind Your Eyes`, `My Last Story` en titelnummer `Sweet Oblivion` laten horen waar de band toe in staat is. Ondanks het feit dat Geoff de hoge noten niet meer zo gemakkelijk weet te halen als vroeger kwijt hij zich erg goed van zijn vocale taak, terwijl met name gitarist Mularoni in positieve zin opvalt met zijn flitsende gitaarspel. Er zijn nog wel de nodige verbeterpuntjes aan te wijzen, want ik ben niet erg kapot van de ballad `Disconnect` terwijl nummers zoals `Transition`, `The Deceiver` en `Seek The Light` te veel dezelfde aanpak kennen om echt onderscheidend te zijn.

 Het doet zelf de vraag rijzen of Geoff het professionele drama in zijn leven ondertussen heeft verwerkt. Zou de man zijn verdiende centen niet goed belegd hebben? Daar twijfel ik aan. Is het dan allemaal uit liefde voor de muziek dat hij dit doet? Ik geef hem het voordeel van de twijfel. Zijn stem is nog steeds top, de hoge noten worden moeiteloos gehaald. Hopelijk droomt hij niet meer van uitverkochte arena’s en doet hij wat hij eigenlijk al had moeten doen na het einde van het Queensrÿche verhaal: genieten.

Hopelijk kan hij die progressie doortrekken op een mogelijke volgende release, want feit blijft dat hij nog steeds een goede zanger is die zich in Sweet Oblivion omringd heeft door een aantal zeer capabele muzikanten. `Sweet Oblivion` is dan ook een erg verdienstelijk debuutalbum geworden en de band heeft mijns inziens zeker de potentie om nog verder door te groeien.

 


SOTO - Origami

Jaar van Release : 2019

Label : Inside Out Music

Jeff Scott Soto brak door bij het solodebuut in 1984 van Yngwie Malmsteen. Malmsteen zelf schijnt dat geen prestatie te vinden, maar volgens mij was dat debuut van Malmsteen zonder Soto ook niet zo goed geweest. Soto heeft na dat album niet meer zonder werk gezeten en heeft in al die jaren op vele tientallen platen gezongen, als gastzanger, als ingehuurde kracht voor een album of als echt bandlid.

Jeff Scott Soto, lange tijd het boegbeeld van hard rock vlaggenschip Talisman, heeft vele gezichten. Naast zijn melodic / AOR kant kent de man ook een ruiger kantje. Met SOTO toont hij zich van zijn zwaardere kant. Zijn typische zang is ook hier terug dominerend.  Met tientallen albums op zijn palmares schrijft hij met deze Origami er nog eentje bij. Talisman, Eyes, Takara, Axel Rudi Pell, W.E.T., Journey... de reeks bands waar de Amerikaanse zanger Jeff Scott Soto zijn stem aan heeft verleend, is enorm. Daarnaast maakt Jeff tijd om met de regelmaat van de klok met een soloalbum te komen. Een aantal jaren geleden kwam hij met songs op de proppen die behoorlijk heavy waren. Zijn solowerk bestaat vooral uit melodieuze rock. Dus besloot Soto om nóg een band in het leven te roepen om zijn metal-honger te kunnen stillen. Die groep heet SOTO, waarmee in 2015 Inside The Vertigo en in 2016 Divak werden uitgebracht.

 Nieuw in de line-up is bassist Tony Dickinson, die ook de productie van het album voor zijn rekening nam. Voor de rest gekende gezichten: gitarist Jorge Salan, BJ op gitaar en keys, drummer Edu Cominato en natuurlijk Jeff Scott Soto zelf. Inmiddels zijn we aanbeland in 2019 en ziet eindelijk het derde album, genaamd Origami, het levenslicht. Gelukkig maar, want de eerste platen van SOTO bevatten beide moderne metal van een hoge klasse. Tegenwoordig heeft Jeff er nog een andere metalband bij: de succesvolle progmetalformatie Sons Of Apollo. Die band verschilt echter genoeg van de muziek die SOTO maakt. Jeff kan in beide formaties prima zijn metal-ei kwijt en doet dat dan ook. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het tweede Sons Of Apollo-album in volle gang. Tot die tijd kunnen we ons vermaken met Origami.

Op de plaat staan negen nieuwe tracks die wederom knallende, moderne metalproducties zijn. Track nummer tien is de prima Michael Jackson-cover Give In To Me, die een stevige behandeling heeft gekregen. Daarnaast is Torn het enige rustpunt op het album. Met een donker sfeertje, dat wel. Zoetsappig werk komen we hier niet tegen. Dat bewaart Soto ongetwijfeld voor zijn soloalbums.

Al vanaf Hypermania, de opener van het album, is het duidelijk dat dit een band is die speelt en geen solozanger met muzikanten. Het thrashy nummer is melodieus en agressief terzelfdertijd en kent enkele sterke progressieve riffs. Ook de titeltrack Origami kent die eigenschappen. Jeff weet zijn mannetje te staan in dit onstuimig gezelschap. Zijn ruwe vocalen zorgen voor een krachtige start.

Het contrast tussen ruig en integer vinden we terug in BeLie. Het nummer scheurt traag en zwaar op gang en plots komt een oase van rust tussen de beukende mokerslagen.

Veel gitaargeweld in het tempo variërende World Gone Colder en het zware Detonate, die onder een vuur van bass en drum een duister gevoel geven. Deze laatste werd trouwens nog door David Z. ingespeeld vlak voor zijn tragisch ongeval.

In Torn vinden we trekken van Jeff’s AOR kant terug. Even iets rustiger dus al is een ballad niet het juiste woord met die exploderende schurende gitaren.

Even, zeg wel, want Dance With The Devil is terug een zwaar en druk nummer die je geen seconde rust gunt. Heavy metal onder een spervuur van bassdrum. Zalig nummer!

Het groovy AfterGlow beukt zich vooruit en een hyperactieve snarenplukker maakt van de gelegenheid gebruik om tussen de funky melodie eventjes verfrissing te brengen.

Na de ritme- en gemoedsschommelingen in Vanity Lane sluit Jeff en zijn bende al met de epische ballad Give In To Me. Het nummer start rustig en ingetogen, maar crescendo gaat de kracht in de lucht. Een laatste keer ruige vocalen die met vinnig gitaarwerk in de clinch gaan, het is een perfect slot.

Samenvattend: Veel songs, zoals Detonate en HyperMania, zijn vooral pakkend en melodieus. Voor het echt brute gitaarwerk moet je bij het opgefokte titelnummer en Dance With The Devil zijn. Het meest opvallende nummer is AfterGlow, een funky metalsong waarin trompetten de gitaarriffs volgen. Een geinig experimentje dat ervoor zorgt dat het album van begin tot einde onderhoudend blijft.

In Origami worden melodieuze vocale harmonieën met harde arrangementen, zoals distortie en heavy metal riffs met donkere passages, over een tiental ijzersterke nummers uitgesmeerd en door elkaar verstrengeld tot magie. Tientallen jaren ervaring kun je gewoonweg niet wegsteken.

Het is enerzijds een zwaar maar vlot album en dat zal grotendeels aan de muzikaliteit en de vocale capaciteiten te danken zijn.SOTO is muzikaal duidelijk anders dan het solowerk van Jeff Scott Soto. Toch blijft hij als zanger de bekende paden wandelen. Op Origami zingt hij niet opeens agressief, maar horen we de zuivere rockstem zoals we die van hem kennen. Fans van zijn melodieuze rockbands kunnen daarom rustig Origami een kans geven. Origami houdt het niveau van de vorige albums vast, dus de echte SOTO-fan heeft er een puik werkstuk bij.

  


Lance King-ReProgram

Jaar van Release : 2019

Label : Nightmare

Lance King is een Amerikaanse vocalist en songschrijver met een reeds lange muzikale carrière. We pikken er een paar uit om je een beeld te geven: Gemini (1985-1993), Balance Of Power (1997-2003) en Pyramaze (2003-2007). Deze bands hebben allen een iets gemeen: ze stonden, of zijn nog steeds, bekend als melodic en progressive power metal bands. Een muzikaal gegeven dat eigenlijk als een rode draad door zijn carrière heen loopt. Dit is op het album “Reprogram” onder eigen naam niet anders want ook deze release volgt dit pad. Het album wordt op zijn eigen label Nightmare uitgebracht, vandaar dat wij Europeanen de cd moeten importeren, gelukkig zijn er in Nederland nog platenzaken voor de echte liefhebber van rockmuziek. Zoals Popeye in Hengelo, die zonder moeite deze voor je besteld en in zijn kleine winkeltje een stortvloed aan cd’s en lp’s heeft. Daarnaast straalt Johan als een echte muziekliefhebber en kenner, waar kom je dat nog tegen.

Na al eerder op albums van Pyramaze, Avian, Ilium etc.. te hebben ingezongen werd het tijd voor een opvolger van het schitterende "A Moment In Chiros".  Voor wie niet zo bekend mocht zijn met Lance zijn zang kwaliteiten, de man beschikt over een krachtige zeer mooie melodieuze stem. Hij kreeg op "ReProgram" hulp van collega muzikanten uit melodieuze progressieve metalbands. Zo werkten en schreven onder andere Kim Olesen (Anubis Gate), Markus Sigfridsson (Darkwater) en Rich Hinks (Annihilator / Aeon Zen) mee. Maar er zijn nog meer gastmuzikanten te bespeuren, op gitaar Mathias Eklundh (Freak Kitchen), achter de drumkit Morten Sorensen (Anubis Gate/ Pyramaze), op de keys Fred Columbo van Spheric Universe Experience en op de bas treffen we ene Jakob Riis. Aan de namen en de bands te zien krijg je ook al een beetje een idee welke genre je kunt verwachten.

Het eindresultaat zijn dit keer twaalf nummers waar kracht en melodie hand in hand gaan met de nodige wendingen in tempo en ritme. Ongeacht de lyrische, artistieke en spirituele bedoeling, muzikaal gezien hebben we hier één knaller van een album.

Muzikaal zit alles knap elkaar: goed opgebouwde songs worden vakkundig gebracht met klaterende drumpatronen, pulserende basslijnen, stevige riffs die allen samen voor de solide basis zorgen. Voeg daar dan de melodieuze gitaarsolo’s en de krachtige, soepele vocalen aan toe en ‘ReProgram’ van Lance King mag je gerust naast de albums van de eerder genoemde bands leggen: het zal allerminst uit de toon vallen. De refreinen zijn melodieus en aanstekelijk, terwijl ze nog steeds een aantal onderwerpen behandelen als moraliteit, identiteit in een steeds veranderende wereld, persoonlijke verantwoordelijkheid, eerbied voor jezelf en voor anderen. Geen licht materiaal dus, en verantwoord en geloofwaardig neergezet in de context van dit album.

"Limitless" is eerst single van ReProgram. Het is een van de beste nummers op het album (hoewel, eerlijk gezegd, ze zijn allemaal vrij solide) en is een geweldige samenvatting van wat de luisteraar kan verwachten op het album. "Pointing Fingers" doet denken aan Dream Theater uit het Octavarium- tijdperk. En hoewel elk nummer verrassend goed is op dit album, is het laatste hoogtepunt dat het vermelden waard is het afsluitende tien minuten durende epische nummer 'A Mind at War'.

 Twaalf tracks probeert Lance King je aandacht vast te houden. Iets waarin hij misschien niet altijd volledig in slaagt en niet van begin tot eind altijd weten te overtuigen.

 Zelf omschrijft  de brave man het als Celestial metal. Ondanks dat alles, ontkom je er niet aan een vergelijk te maken met zijn vorige solo album. Terwijl het album bestempeld mag worden als hoogstaand, zit er toch een verschil met zijn eerste album, dat ook al goede kritieken had. We mogen gerust stellen dat 'ReProgram' iets progressiever is. Lance zelf zingt zoals we van hem gewend zijn de sterren van de hemel. Voor de prima productie tekenden Lance zelf in samenwerking met Jacob Hansen.

 Toegegeven, ik kende het werk van Lance King met Pyramaze niet, in de aardschok bij het lezen van de recensies viel de naam voor het eerst op. Aangezien het genre dat beschreven werd in mijn straatje lag, ga je luisteren en je meer verdiepen in de muzikant Lance King. Ik had niet naar het eerste soloalbum van Lance King, "A Moment in Chiros," geluisterd tot ik mij verdiepte in de opvolger, "ReProgram." Uitstekende songwriting en muzikaal vakmanschap, en respectabele productie, gecombineerd met een originele benadering. Gesmeed tot een fusie van genres. "ReProgram" heeft veel cross-over potentie om veel fans van prog, power en metal te behagen.

  


Hedfuzy - Waves

Jaar van Release : 2019

Label : Hostile Media

Hedfuzy is een progressieve rock band uit Limerick, Ierland die sinds 2015 bestaat en al een debuutalbum heeft uitgebracht onder dezelfde naam. Eigenlijk draait het project om multi-instrumentalist Pat Byrne die na bijna twintig jaar in Celtic Fusion te hebben gespeeld een nieuw project is gestart. Samen met kameraden was het eerste album snel een feit, maar Byrne ging in 2018 in zee met andere, vaste, bandleden. Ierse prog-rockers Hedfuzy zullen hun tweede album, Waves op 1 februari 2019 uitbrengen. Met deze opvolger verzamelde Pat echter een volledige bezetting, waaronder Keith McCoy op drums, Jaime Callaghan op zang en PJ O'Connell op gitaar die uiteindelijk zouden leiden tot de voltooiing van het album Waves. Echter in Nederland zullen we nog moeten wachten tot mei voor dat het album hier te koop wordt aangeboden. Op You Tube is de video “The Boy Who Killed The Man” al te horen vanaf Januari en gelukkig voor de mensen met spotify is het album medio maart daar ook al te vinden.

De band maakt muziek die ergens tussen power en progressieve metal, daarnaast wordt dit afgewisseld met classic hardrock. Simpele maar opzwepende partijen worden afgewisseld met wat complexere partijen. Hierdoor is het een zeer afwisselend album geworden en zal het niet voor ieder kamp de juiste genoeg doening hebben. Maar muziekliefhebbers van zowel het progressievere werk en pure hardrock zullen dit schijfje wel weten te waarderen.

 Misschien is het contrast tussen de simpelere partijen en de complexere partijen wel erg groot is, er zijn vrij lange passages die vrij recht-door-zee zijn gespeeld en dan krijg je ineens een kort, wat complexer, stukje. Wat betreft de muziekprestaties van de band kun je zeggen instrumentaal valt er weinig op te merken, de muzikanten lijken prima hun instrument te beheersen. De zang van Jaime Callaghan is in principe best wel goed maar zijn melodielijnen zijn niet overal even sterk, luister bijvoorbeeld naar The Boy Who Killed The Man waar zijn zang wat dissonant klinkt (het schuurt een beetje). De drums van Keith McCoy zijn vooral strak en hadden van mij een klein tandje zachter in de mix gemogen, zeker gezien diens partijen niet bijzonder opmerkelijk zijn. De basgitaarpartijen van Byrne vallen eigenlijk niet zo op, en staan vooral in dienst van het nummer en lijken vooral de drums te ondersteunen, hier was het beter geweest om hier en daar buiten de lijntjes te kleuren.

 Als ik het bovenstaande nog even terug lees dan lijkt het toch minder positief, maar dit is totaal niet de bedoeling, toch is Waves echt geen slecht album maar je hebt het gevoel dat er nog meer in had gezeten, ze zijn goed gestart. En misschien zijn we wel te kritisch op de nieuwe bandjes en leggen we ze wel te snel onder het vergrootglas. Eigenlijk is alles op het album best wel in orde en is het een band met potentie en is het niveau van het album ruim boven het gemiddelde van wat we de laatste maanden krijgen voorgeschoteld.

Laten we het zo samenvatten, het is een geweldige mix van muzikanten die duidelijk een goed samenspel bieden. Omdat ze een breed scala aan genres in hun stijl laten zien, zou het me niet verbazen dat veel rockers dit album toch naast zich neerleggen, vanwege een niet uitgesproken genre. Kortom andere bandvoorkeuren of invloeden delen, maar toch is dit zeer gedurft en heeft het mij over de streep getrokken, na diverse luisterbeurten. En komen we tot de conclusie, dat de heren een zeer verfijnde release hebben uitgebracht.  


The End Machine – The End Machine

Jaar van Release : 2019

Label : Frontiers

Het wachten is voorbij, de band die oorspronkelijk bekend stond als Super Stroke , zal hun langverwachte album uitbrengen op 22 maart via Frontiers. De band veranderde de naam in  The End Machine, dit is tevens de titel van het nieuwe album.

The End Machine is een American rock act die zijn sporen ruimschoots heeft verdient. Of is het een superband die hun debuut album nu lanceert? Wanneer we de bandleden Jeff Pilson (bas), George Lynch (gitaar) en Mick Brown (drums) op de hoes zien staan, kunnen we hierop uit maken dat dit de legendarische bezetting van de band Dokken is zonder Don Dokken.

En, zonder te veel te blijven of te negatief te zijn, zullen we gewoon zeggen dat Don Dokken niet geweldig klonk op de live-opnames. Maar de rest van de band - Lynch , Pilson en Brown - klonk mogelijk beter dan tijdens de Back for The Attack- dagen. En hoewel het leuk was om een ​​oprechte poging tot een fatsoenlijke reünie te zien, smeekte het helaas alleen maar de vraag hoe de band kon klinken met een andere (en helaas, meer capabele) hoofdvocalist. En nogmaals het lijkt erop dat dit verhaal  hiermee lijkt te zijn begonnen. Volgens de bandleden moeten we dit zo niet zien.

George Lynch is tekenend voor het moderne muziekleven en de spil achter dit project. Zijn band Lynch Mob bestaat met tusssenpozen sinds 1989 en is een waar doorgangshuis (de teller staat inmiddels op 30 muzikanten) omdat agenda’s niet altijd te combineren zijn. Dat hij die muzikanten niet gewoon beu is, blijkt uit het feit dat je door de jaren heen in zijn vele kortdurende projecten juist weer dezelfde namen ziet langskomen.

The End Machine is zo’n project en daar zijn de namen volstrekt bekend: drummer Mick Brown en Jeff Pilson zaten met Lynch in Dokken, in T&N én in Lynch Mob, Robert Mason is nu zanger van Warrant maar zat ook ooit in Lynch Mob. Het spreekt dan ook voor zich dat er heel wat overeenkomsten te vinden zijn met Dokken en Lynch Mob. Het draait allemaal om goed in het gehoor liggende hardrock, met smakelijke hooks en riffs en met refreinen die gelijk blijven hangen, zonder dat het nu meteen ‘Dokken met een andere zanger’ wordt. De laatste jaren lijkt hij echter meer geïnspireerd dan ooit, wellicht doordat hij de afgelopen jaren ook projecten deed met heel andere muzikanten, zoals in Shadow Train, KXM en Ultraphonix.

Bassist Pilson produceert vele acts en neemt tevens plaats in de band Foreigner. Lynch weet met Stryper zanger Michael Sweet en zijn band Lynch Mob al goede albums te maken en Brown weet zijn kit bij Ted Nugent te bespelen. Onderling heeft men veel contact en speelt men op elkaars album. Nu met  zanger Robert Mason is de rocksound nog even herkenbaar als bij Dokken. De invloed van Don is er even niet en geeft misschien de ruimte voor alle bandleden. Misschien is het een reunie waar Don niet aan mee wil werken, hoe dan ook is dit een wereldband die er mag zijn!

Dit album werd voortgebracht door verschillende schrijfsessies tussen Pilson en Lynch.  Met Mick Brown in de ritmesectie is dit een stukje vertrouwde chemie. Robert Mason sprong aan boord en droeg bij om mee te schrijven van een aantal nummer.  Zo kwam uiteindelijk dit album met elf nummers tot stand.

De eerste klanken van ‘Leap of Faith’ bevestigen direct de hooggespannen verwachtingen. Met Hold Me Down horen we Mason de zang produceren die doet denken aan Don Dokken.

Elk nummer is goed tot uitstekend, met nauwelijks een greintje vet om weg te trimmen. En er zijn meer  vocale hoogstandjes. Robert Mason laat zien dat hij tevens over een stem beschikt met rauwe emotie, zelfvertrouwen en krankzinnige vocale controle.

Nummer drie is wellicht mijn eerste favoriet op het album. Het nummer heet "No Game" en het bleef bij me meteen na de eerste luisterbeurt. Het openingsgedeelte met gitaar heeft wat weg vane een AC / DC- gevoel. De toon van de gitaar en het gevoel tijdens het numer neemt je mee naar dat Lynch Mob periode uit 1992.

'Bulletproof' is een langzamer nummer voorzien met een heerlijke bas groove. Het snelste nummer op het album is 'Ride It'. Het is een straight-ahead-rocker waarmee Lynch een van zijn vlammende solo’s laat horen.

Het soulvolle "Burn The Truth" bevat een akoestische gitaarintro voordat hij wordt vergezeld door de ritmesectie. een van de twee langste nummers op het album van meer dan zes minuten, heeft een woestijngetinte akoestische vibe.

"Hard Road" heeft een gave gitaarriff en een catchy refrein. De aanpak is meer simplistisch en is het kortste nummer van de elf met een looptijd van vier minuten.

De nummers zijn voorzien van een stevige songtekst, niet gevuld met trieste 'stoere jongens'-teksten of slecht afgewezen liefdesliedjes, en Pilson is maar al te graag in harmonie met Mason, zoals te zien in de videoclip voor ' Alive Today ', De eerste single van het album.

De refreinen zijn bombastisch en enorm, en zo pakkend, met een geweldige melodie. "Line of Division" klinkt als een lang verloren juweel met Winger invloeden.

Het langste nummer, dat bijna zeven minuten duurt, is 'Sleeping Voices'. Het is waarschijnlijk het best te omschrijven als power ballad.

Het laatste nummer "Life Is Love Is Music" voelt ongecompliceerd aan en laat eenvrolijke melodie horen, een goede keuze en eindigt het album met een opbeurende gevoel.

Laten we de ritmesectie ook nog even benoemen,overal laten Pilson en good old' "Wild" Mick Brown ons zien waarom ze een van de beste ritmesecties van de rockscène van de jaren '80 waren en dat ze alleen met de tijd zijn verbeterd.

Is The End Machine nu een album dat opvallend veel verschilt van Dokken en Lynch Mob? Nou nee, daarvoor moet je eerder bij de hiervoor genoemde projecten zijn. Dit is eighties hardrock met een moderne en strakke productie. Maar omdat de vier heren elk meer dan gemiddelde kwaliteiten en ervaring hebben levert het wel degelijk een meer dan gemiddeld album op. Een prima aanwinst in het toch al niet misselijke oeuvre van Lynch.

Kortom de band kan gerust op pad met hun oude Dokken songs. Nieuwe songs als ‘No Game’, ‘Burn the Truth’  en ‘Alive Today’ doen denken aan het top album ‘Under Lock and Key’.  Nu zijn de songs allemaal in een nieuw 2020 jasje en in de stijl van de 90’s waar men groot in is geworden. Een must have voor de rockliefhebbers.


Queensrÿche – The Verdict

Jaar van Release : 2019

Label : Century Media/Sony Music

Lang nadat gitaarheld Jimi Hendrix er geboren werd en lang voor de stad het mekka werd van de opkomende grungeboom, werd het Amerikaanse Seattle automatisch geassocieerd met Queensrÿche. Vanaf 1984 kende de band grote successen met o.a. The Warning, Rage For Order, Operation:Mindcrime en Empire. Meer dan dertig miljoen albums werden verkocht van deze verrukkelijke progressieve heavy metal band. De keerzijde van de medaille heeft de pers in latere jaren breed uitgesmeerd, maar met zanger Todd La Torre (Crimson Glory) heeft de band een tweede (of derde) jeugd ontdekt. 

Het heeft weinig zin om nostalgisch te blijven en de nummers te vergelijken met de albums uit de glorieperiode. Queensrÿche is geëvolueerd en zal daardoor nooit nog een nieuwe Warning of Operation Mindcrime maken. Toen al leek geen album op het vorige en ondertussen zijn er heel wat personeelswisselingen de revue gepasseerd.

We kennen allemaal het verhaal van hoe Queensrÿche en zanger Geoff Tate in 2012 op onvriendelijke wijze uit elkaar gingen. Sindsdien zijn er twee kampen actief waarbij het kamp dat de naam Queensrÿche mag dragen nu aan haar derde album toe is. Van de oorspronkelijke line-up zijn nu alleen Eddie Jackson en Michael Wilton nog over. Parker Lundgren is ondertussen ook een soort van oudgediende en Todd LaTorre is de enthousiaste nieuweling die zich als een vis in het water voelt binnen deze gelederen.

Het grootste verlies was niet Geoff Tate, maar wel gitarist Chris DeGarmo, de beste songsmid, die memorabele nummers op zijn naam heeft staan. Sindsdien zijn ze minder baanbrekend en succesrijk. Gelukkig heeft Michael Wilton ook een groot aandeel aan auteursrechten en is het straf dat hij er vrijwel alleen in slaagt om de identiteit te bewaren.

Hoewel ik goed te spreken was over Condition Hüman, het vorige album van Queensrÿche, ben ik zeer benieuwd welke kant Queensrÿche opzal gaan. We kregen natuurlijk al wat voorgeschoteld de afgelopen maanden en dat komt vooral door de singles Man the Machine en Dark Reverie. Hierin hoor je toch deels het oude Queensrÿche invloeden, met een mix van Crimson Glory. En dit is niet natuurlijk ook niet zo vreemd, wanneer je leest dat Todd La Torre (ex-Crimson Glory) zich op dit album meer met het schrijven van nummers heeft bezig gehouden dan voorheen.  

Een spiksplinternieuw album van Queensrÿche is nog steeds iets om naar uit te kijken.Het is alweer het 15e studio album van de band die op dit album opereert in de volgende samenstelling: zanger Todd La Torre, gitaristen Michael Wilton en Parker Lundgren en bassist Eddie Jackson.

 The Verdict’ is het derde album van deze legende sinds de komst van drummer Todd La Torre. Ho, wacht even, hij was toch die ‘nieuwe’ zanger? Jazeker, maar op dit album heeft de beste man ook doodleuk de drums ingespeeld. Zou Queensrÿche het ontbreken van weer één van de oudgedienden, Scott Rockenfeld, kunnen opvangen en een sterk album kunnen afleveren?

Je wist misschien al dat Casey Grillo van Kamelot op de drumkruk van oerlid Scott Rockenfield zat tijdens de laatste toer omdat laatstgenoemde vanwege de geboorte van zijn zoon niet wilde toeren, maar dat Rockenfield nu ook op het album ontbreekt en Queensrÿche volgens de bio uit nog slechts vier man bestaat, geeft te denken. Gelukkig is La Torre een steengoede drummer met meer ervaring dan je zou denken en weet hij inmiddels prima wat wel en niet bij de band past. We vergeten dat Todd reeds dertig jaren een onderlegd drummer is en ondertussen de Queensrÿche-stijl ademt. Hij was dan ook te verkiezen boven live-interim Casey Grillo (Kamelot) en hij heeft Scott geïmiteerd, rekening houdend met zijn typische nuances, zoals hij ook Geoff Tate heeft doen vergeten. Je hoort vooral het verschil in snellere passages, waar Scott gewoonlijk meer flitst en gevarieerder is in zijn trommelkeuzes, terwijl Todd het soberder houdt. Vermoedelijk werd wel hetzelfde drumstel gebruikt, want de sound is vrijwel identiek, met dank aan producer Zeuss.

‘The Verdict’ doet dan ook zeker niet onder voor zijn twee voorgangers. Vraag me echter wat de beste songs zijn van die albums en ik zou ze niet uit het blote hoofd kunnen opnoemen. Dat was in de begindagen van de band wel anders. En daar wringt het dan ook een beetje. Wat je voorgeschoteld krijgt is heerlijke muziek, duidelijk herkenbaar als ‘de oude’ Queensrÿche, maar eerlijk is eerlijk: de magie en de eeuwigheidswaarde van de eerste vijf albums ontbreekt. La Torre heeft weliswaar hetzelfde bereik als de jonge Geoff Tate, maar mist de pure emotie die Tate in de nummers kon leggen. Ook bezit niemand van de huidige lineup de songwriterfinesse van oud-gitarist Chris DeGarmo. Of laat ik me nu te zeer meeslepen door het verleden? Pleur je alle sentimenten en verwachtingen echter uit het raam, dan houd je een prima album over met vooral een heel sterke tweede helft. Aan de hand van de singles kon al worden opgemaakt dat de band op The Verdict de wat duistere sound van het vorige album zou doorzetten. Albumopener Blood of the Levant bevestigt dat vermoeden. Het is een lekker up-tempo nummer dat ideaal is om een album mee te openen en je in de juiste stemming krijgt voor de rest van de songs. Overrompelend vanaf het begin, dat is de beste omschrijving van Blood Of The Levant. Meteen vanaf de eerste tonen wordt je overspoeld door een grote golf van muzikaal geweld. De gitaristen vechten met de bas en drum om de snelste melodielijnen lijkt het. Het is alsof een stel jonge honden losgelaten is in de studio, het nummer klinkt fris en enthousiast. Bassist Jackson geeft ook toe dat de inbreng van de twee nieuwkomers, La Torre en Lundgren, zeker voor nieuwe inspiratie heeft gezorgd. De leden hebben totale vrijheid voor het schrijven en opnemen van nummers.

 Man the Machine trekt dat gevoel nog even door. Man The Machine is één van de singles die voor aandacht moest zorgen. Stevige riffs, snel gitaarwerk en hoge vocalen vormen in dit nummer een mooie combi.

 En dan komen we bij het nummer Light-Years. Dit nummer is een wat trager nummer dat leunt op donkere, trage gitaarlijnen. Light-Years ademt Fates Warning, zelfs de diepe zang gelijkt op Ray Alder en de riff vertoont gelijkenissen met I Am van Darkness in a Different Light. Het treft dus dat beide bands tezamen de Amerikaanse tournee doen.

Zij die Scott missen, dienen goed te luisteren naar het geïnspireerd trommelwerk op Inside Out. Deze song combineert het uptempo van NM156 met de spirit van Warning. In het nummer Inside Out gaat het tempo af en toe flink omlaag waarna de rustige partijen weer aanleiding geven tot een interventie van de gitaristen.

Het jachtige Propaganda Fashion rockt je van de sokken en de zang met een sloom/langzaam tintje.

We treffen met Dark Reverie nog wel een nummer dat zeker het benoemen waard is, maar het kostte een tijdje voordat de klasse van dat nummer tot mij doordrong. In eerste instantie wist ik niet goed wat ik hiermee aan moest. Telkens als het een bepaalde richting op leek te gaan, gebeurde juist iets anders en leek het nummer te verzanden in een herhaling van zetten. Ik durf het nummer nu wel in het rijtje klassieke ballads van Queensrÿche te zetten. Dark Reverie is een soort Silent Lucidity, maar dan met ballen. Een sfeervolle semi-powerballade, met in de finale heerlijk tweestemmige gitaren.

Het intro en de ingehouden, ritmische drums van Bent nemen je terug naar het album Rage for Order. Een donkere, progressieve track, met typisch harmonisch gitaarwerk. In Launder The Consience trekt de band alle registers open. Passioneel gezongen, vol tempowisselingen, breaks en twinsolo’s, smaakvol afgerond met een stemmige piano, annex full band-outro.

Op dit derde album komt de nieuwe line-up tot volle ontplooiing, met hun beste werk tot op heden. De muziek heeft misschien wat meer tijd nodig om te bezinken omdat er meer vlees aan zit, maar de composities en het spel zijn top. Ze trekken de progressieve lijn van vorig album door, met meer diepgang, vernuft en afwisseling.

Met driekwartier aan muziek is dit album opnieuw aan de korte kant.

De tien nummers op dit album geven de band weer de glans van weleer terug. Na een periode met onrust heeft de band zich langzaam toegewerkt naar het niveau uit de beginjaren toen er naam gemaakt werkt. Dit album is weer ouderwets genieten.

 


Darkwater – Human

Jaar van Release : 2019

Label : Ulterium Records

Eens in de zoveel tijd brengt het Zweedse Darkwater een nieuw album uit. De in 2003 geformeerde melodieuze progressieve metal band lanceerde in 2007 haar debuutalbum The Earth To Witness. De exposure leverde optredens op in Europa en de Verenigde Staten. Nadat Pain Of Salvation-basgitarist Simon Andersson tot de band was toegetreden volgde in 2010 het album Where Stories End. Optredens werden geboekt op ProgPower USA, ProgPower Europe en het Brainstorm Festival. Daarna bleef het lange tijd angstvallig stil.

Gelukkig leidt uitstel niet altijd tot afstel en is Where Stories End (2010) niet het einde van Darkwater. Het geduld van de fans is flink op de proef gesteld, maar wordt beloond met zesenzeventig minuten nieuwe muziek. Human heet de nieuwe collectie songs die over jou en mij gaat. Over de leuke en minder leuke dingen in ons leven. Zo keerde kanker terug bij bassist Simon Andersson, maar heeft hij zijn baspartijen wel gewoon ingespeeld. “One last try to feel alive”, zingt Henrik Båth dan ook. Geniet van het leven zolang je kunt.

Deze derde full-length is een werkstuk van jewelste. Niet alleen vanwege de speelduur, maar er gebeurt enorm veel in de omvangrijke en dynamische composities. Er komen elementen van het debuutalbum Calling The Earth To Witness (2007) terug, zoals in het tweeluik Alive te horen is, maar er zijn ook referenties in Insomnia en Turning Pages aan het tweede album Where Stories End. Liefhebbers van Evergrey, Seventh Wonder, Symphony X, Circus Maximus, Shadow Gallery, Dream Theater en Kamelot vinden hier beslist wat van hun gading.

De stilte werd in december van 2018 doorbroken met de aankondiging van het derde album Human, wat op 1 maart 2019 officieel verschijnt. En ook nog eens in dezelfde bezetting van  Henrik Båth (zang), Markus Sigfridsson (gitaar), Simon Andersson (basgitaar), Magnus Holmberg (toetsen) en Tobias Enbert (drums).

Darkwater wordt vaak vergeleken met bovengenoemde bands. Daar is lastig een speld tussen te krijgen wanneer je de muziek van deze bands oppervlakkig met elkaar vergelijkt. Maar een goed luisteraar, zoals ik, zal na beluistering van Human opvallen dat Darkwater een groei heeft doorgemaakt. Waar eerder genoemde referenties in mijn beleving stil zijn blijven staan in hun ontwikkeling en wellicht hun plafond al hebben bereikt, legt Darkwater de lat met gemak een stuk hoger. En gaat daar ook overheen.

De Zweden hebben een mooie balans gevonden tussen power en melodie en tussen houvast (middels catchy refreinen) en uitdaging (gelaagde partijen en technische passages).

Op dit 78-minuten klokkende album staan tien nummers met een speelduur van zes tot bijna twaalf minuten. Daarmee stellen ze hun fans en de liefhebbers van melodieuze progressieve metal niet teleur. In vergelijking met het voorgaande album zijn nummers melodieuzer, veelal steviger maar zeker nog toegankelijker dan dat ze al waren. Men slaagt er in om de complexe muziek simpel te laten klinken. Wellicht komt dat door het overvloedige gebruik van synthesizers.

De eerste vier nummers zijn relatief toegankelijk. A New Beginning is een energieke opener, maar ondanks dat het hoofdthema steeds terugkomt in een wisseling van zeven achtste en een vierkwartsmaat, loopt de track niet over de hele lengte even lekker. Het krachtige In Front Of You daarentegen is één van de hoogtepunten met zijn gave, heavy riff, ijzersterke refrein en mooie samenkomst van de verschillende bijdragen. Dit is Darkwater op zijn sterkst. De muzikanten stuwen elkaar tot grootse hoogte. Ook het tweedelige Alive scoort veel punten. Met name het tweede deel.

De epic Reflection Of A Mind is een keerpunt. Er zit meer diepte in de arrangementen en er zijn meer proggy elementen in verwerkt. Met name het filmische toetsenwerk van Magnus Holmberg valt in positieve zin op. Zijn partijen sluiten mooi aan op de gitaarpartijen. Deze avontuurlijke en filmische track van twaalf minuten, die als één van de highlights geldt, heeft veel te bieden. Wat te denken van de tegendraadse ritmiek, de baslijnen, de instrumentale passages en de orkestraties? Een zeer knappe compositie. Daarnaast Turning Pages. Niet zonder toeval uitschieters boven het toch al hoge niveau. Maar ook de zang van Henrik Båth is werkelijk om in te lijsten. Ik was al een groot fan van deze man, die in mijn beleving sterk wordt onderschat. Een standbeeld is te veel eer, een eervolle vermelding daarentegen wel op zijn plaats.

 Datzelfde geldt voor het atmosferische The Journey, dat op vocaal gebied variatie biedt en prima soleerwerk van gitarist Markus Sigfridsson bevat. Zo eindigt het album sterk met het krachtige Burdens (dat ook een paar semi-akoestische passages bevat). Ook het swingende Light Of Dawn, met naast uitstekend toetsenwerk van Magnus Holmberg ook veel ruimte voor bassist Simon, scoort een meer dan een dikke voldoende.

De nummers op Human zijn over het algemeen lang, kennen veel breaks en tempowisselingen. Toch verliest men zichzelf nergens in complexiteit of ingewikkeld gedoe. De muziek ligt gewoon makkelijk in het gehoor en heeft een natuurlijke flow.

En klinkt daarmee ook eerlijk. Wat mij betreft nog een verschil met Seventh Wonder en vooral Circus Maximus. De vaak oorstrelende gitaar- en toetsen solo’s zijn functioneel en komen exact op het juiste moment. Wat betreft timing zit dat ook goed.

Human is melodieuze progressieve metal van de bovenste plank. Het zal voor de Zweden een helse klus worden om deze schijf te overtreffen. Maar daar ligt tegelijk de uitdaging, waarvan we over een paar jaar de uitkomst zullen weten. Ik kan niet wachten.

Behalve lofzang is er ook een kritische kanttekening. Binnen de composities zit je soms op het puntje van je stoel (het begin van Alive), maar zakt het adrenalineniveau vervolgens (vanwege het iets te generieke refrein), om vervolgens weer te stijgen dankzij de instrumentatie. Soms valt het kwintet uit Borås met betrekking tot zowel de instrumentatie als de vocalen terug op ideeën die we al eens eerder hebben gehoord of té safe zijn. Daarbij komt dat de heldere mix en productie, die weliswaar verbeterd zijn ten opzichte van de eerste twee albums, erg netjes zijn en er daardoor minder ruimte bieden aan de emotionele factor. Misschien zit daar dan nog de verbetering in.

 


Dream Theater – Distance Over Time

Jaar van Release : 2019

Label : inside out music

Progressieve metal van de hoogste kwaliteit, het nieuwe album van Dream Theater is hier. Na de musicalmetal van ‘The Astonishing’ uit 2016 keert het droomtheater weer terug naar de basis. The Astonishing dat in januari 2016 het levenslicht zag, ging Dream Theater op tournee met een mammoetproductie die de fans in twee kampen verdeelde. Net zoals bij het album waren er voor- en tegenstanders. Vervolgens werd er getoerd om het doorbraakalbum Images And Words (1992) te herdenken en misschien is het wel tijdens deze retrospectieve dat de muzikanten nood kregen aan een terugkeer naar wat wilder en toegankelijker materiaal. Distance Over Time heeft in ieder geval gelukkig terug een heavy inborst.

Het is alweer het veertiende album van deze band waarvan eerdere album hoge ogen gooiden. Albums die hoog scoorden in de hitlijsten, platina en gouden awards, een opname in de Long Island Music Hall of Fame in 2010, hier komen superlatieven tekort. Distance Over Time is het eerste album voor een nieuw label, en voor het eerst in twintig jaar hebben de bandleden vier maanden bij elkaar in één pand geleefd tijdens het schrijven en opnemen van een album. Dit week af van eerdere processen waar de bandleden elkaar in de studio zagen en daar dan de nummers doornamen.

 De heren van Dream Theater hebben de koppen bij elkaar gestoken om met een album naar buiten te komen dat een teamprestatie en speelplezier toont. Maar liefst vier maanden (waarvan één gezamenlijk) verbleven ze in een schuur die fungeerde als oefenruimte en studio. In achttien dagen schreef het kwintet de songs die op Distance Over Time (let op de d en de t in de titel) terecht zijn gekomen.

Het jammen heeft solide songmateriaal opgeleverd, dat deels teruggrijpt op het verleden. Af en toe herinneren de ideeën aan de tijden van vooral Awake, Train Of Thought, Octavarium of Dream Theater. Het album pakt een stuk steviger uit dan The Astonishing (2016) en ademt veel meer. Verwacht dus heavy riffs, maar tevens is er veel ruimte voor melodie. De nummers zijn uiteraard van een technisch hoog niveau zoals je mag verwachten van de Amerikanen, maar ze zijn opmerkelijk compact, toegankelijk en blijven gefocust op het liedje zelf, dus zonder te ontaarden in egostreling, al gaan de muzikanten in Pale Blue Dot nog even los..

 Gitarist John Petrucci vertelt dat er geen afleiding van buitenaf was terwijl ze bij de Yonderbarn Studios verbleven. De bandleden waren op elkaar aangewezen, er werd voor elkaar gekookt en er was genoeg vermaak tussen de schrijfsessies door. Eigenlijk was het ideaal, het was mooi weer en het is iets bijzonders dat je als band samen kunt jammen, samen schrijven en samen bourbon drinken. Zanger James LaBrie vergelijkt het vrolijk met een zomerkamp.

Het organische geluid is op conto te schrijven van gitarist John Petrucci die ook als producer optrad, maar ook de mix van Ben Grosse en de mastering door Tom Baker zorgen voor een globaal vette sound. De band woonde vier maanden samen in de Yonderbarn studio. Ik ben er zeker van dat ze terug dichter bij elkaar staan en daar vloeit een humaner geluid uit. De afstand tussen band en publiek, die The Astonishing toch wel schiep, is verdwenen en de teksten, hoewel geen concept, gunnen je een kijk in het hart van de vijf muzikanten. De productie en mix zijn helder en krachtig. Eindelijk zijn de baspartijen van John Myung weer eens goed te horen op een Dream Theater-album. Toch is het John Petrucci die veelal de smaakmaker is op Distance Over Time met onder meer zijn riffs in Paralyzed en Fall Into The Light en solo’s in Paralyzed. Het geluid van zijn gitaren (hij pakt ook regelmatig zijn zevensnarige instrument erbij) is prachtig, zoals blijkt uit het zeer overtuigende middelste deel van Fall Into The Light met akoestische partijen en epische, harmonieuze twinleads. Ook de melodieuze solosecties in Barstool Warrior en het overtuigende At Wit’s End springen eruit, alsmede het soleerwerk in het proggy S2N.

En LaBrie? Zijn bijdragen komen het beste uit de verf in bijvoorbeeld Paralyzed, Barstool Warrior, At Wit’s End en de ballad Out Of Reach. Het is jammer dat er gesleuteld en gedubd is met betrekking tot bepaalde partijen, met name in de hogere regionen. Het is dan ook niet over de hele lengte een genot om naar hem te luisteren. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie. Die is solide, maar je gaat er niet altijd van op het puntje van je stoel zitten. Zoek je uitdaging? Er zijn weinig technische interludes en als ze er al zijn, duren ze niet lang. De langste en de meest uitdagende vind je in het slotstuk Pale Blue Dot, samen met S2N en At Wit's End één van de hoogtepunten van deze release en tevens één van de favorieten van Rudess.

 ‘Distance Over Time’ is namelijk een album dat qua songwriting en sfeer veel beter aansluit bij eerder werk dan de voorganger. Dat Dream Theater een keer iets anders wilde proberen, is dapper en begrijpelijk, maar ‘The Astonishing’ was het gewoon niet helemaal. Dit nieuwe album laat een vertrouwd geluid horen. De complexiteit uit de begindagen is door de wat strammere vingers en armen van de mannen (verval moest afgeschaft worden!) wat minder aanwezig, maar de klasse druipt er nog aan alle kanten vanaf. Vooral ook omdat Dream Theater de song altijd centraal heeft staan.

 Het nieuwe album begint met het snoeiharde Untethered Angel, rake droge klappen van drummer Mike Mangini doorkruisen het gitaargeweld van Petrucci die werkelijk adembenemende partijen speelt op dit podium. Hij geeft hier een geweldige orgel-en-gitaarpartij weer met toetsenist Jordan Rudess.

 Het volgende „Paralyzed” en zijn sterke is een makkelijk in het gehoor liggend nummer zonder al te veel poespas. De raggende riffs van Paralyzed krijgen eveneens gezelschap van sterke zangmelodieën en een mooie, melodieuze gitaarsolo.

  Met „Fall Into The Light” dat hierop volgt, gooit DT er een schepje bovenop. Dit nummer is met z’n snelle riffjes en vele tempowisselingen het eerste hoogtepunt van ‘Distance Over Time’. Op dat moment heeft John Petrucci alweer ruimschoots laten horen wat een geweldige sologitarist hij toch is. Virtuoos maar altijd met een ongekend oor voor melodie en met een heerlijke souplesse, na de nodige heftigheid is er een sensitief intermezzo met tokkelende gitaren die uitmonden in een gevoelige gitaarsolo, vooraleer over te gaan in een driftige toetsenparade.

 Het vierde nummer „Barstool Warrior” is voor de mainstream, misschien nog wel het meest aantrekkelijk vanwege het hoog inhaken-en-meezingengehalte.

 Als vervolgens de riff van „Room 137” erin knalt, ben je meteen weer wakker. Room 137 is het eerste nummer dat Mangini voor de band geschreven heeft, De gelijkenis met de hoofdriff van Nava­rone’s „Lonely Nights” is trouwens opmerkelijk.

 Ben je fan van de meer technische kant van Dream Theater, dan kom je richting het einde steeds meer aan je trekken tijdens het prachtige „S2N”. S2N (Signal to Noise) is een nummer waar bassist John Myung zijn signatuur aan gegeven heeft, met een flinke basopener en een aantal groovy bassolo’s.

Het lange „At Wit’s End” met zijn merkwaardige fade-out/fade-in/fade-out-einde. At Wit’s End is de aanklacht tegen geweld tegen vrouwen. Het is een intens beeld van de naweeën van misbruik dat geschetst wordt in het nummer.

Out Of Reach is een ballad waar LaBrie de teksten voor schreef, het is een rustpunt in de verzameling snoeiharde, muzikaal overweldigende nummers. Er komt met het hele album een enorme muur van geluid op je af met onnavolgbare patronen bekleed met harde drumslagen en gierend gitaarwerk waarna alles bij elkaar komt in Blue Pale Dot.

De absolute uitschieter is echter „Pale Blue Dot”, waarin de band ouderwets tekeergaat en waarop Jordan Rudess en Petrucci samen sprintjes trekken alsof het 1992 is. Dit nummer refereert naar het gelijknamige boek van Carl Sagan, waarin een beschouwing wordt gegeven over de aarde ten opzichte van het onmetelijk grote universum. Een reflectie op de nietigheid van de mensheid en onze verantwoordelijkheid om meer vriendelijk met elkaar en met moeder aarde (vanuit de ruimte een vage blauwe stip) om te gaan. Muzikaal is Pale Blue Dot ook het hoogtepunt van dit album met fantastische riffs, uitdagende duels tussen gitaar en toetsen, langere instrumentale stukken met complexe structuren en imposante drum- en baslijnen.

Distance Over Time keert weer een beetje terug naar de band uit de beginperiode. De composities zijn sterk en doorregen met onverwachte wendingen in melodie en volume. Als het album afgelopen is, wil je als luisteraar maar één ding: nog een keer luisteren!

Want het mag wel duidelijk zijn dat er, ondanks het menselijke karakter van deze schijf, op een bovenmenselijke manier gemusiceerd wordt.


Last In Line - II

Jaar van Release : 2019

Label : Frontiers Records

Na het overlijden van Ronnie James Dio waren er diverse bands die – met muzikanten uit verschillende Dio-bezettingen – met zijn materiaal op tournee gingen. Dio Disciples – de enige met bemoeienis van Dio’s weduwe Wendy – speelt nog steeds covers, Last In Line besloot gaandeweg eigen materiaal te gaan spelen en kwam in 2016 met het album Heavy Crown.

Na nog geen maand voor de release overleed bassist Jimmy Bain. Daardoor zijn er nu nog twee Dio-leden actief in Last In Line: gitarist Vivian Campbell (Def Leppard) en drummer Vinny Appice. Voor liveoptredens werd Phil Soussan (o.a. Ozzy Osbourne) opgetrommeld om de plek van Jimmy Bain in te nemen. Wat mij betreft werd op het debuut de show gestolen door zanger Andrew Freeman (Lynch Mob en recentelijk Devil’s Hand met Mike Slamer). Een klassieke bluesy hardrockzanger die tot mijn grote vreugde niet probeerde Ronnie James Dio te imiteren.

Last In Line werd een paar jaar geleden opgericht door drie leden uit de klassieke Dio lineup ten tijde van de eerste albums ‘Holy Diver’ en natuurlijk ‘Last In Line’ en niet te vergeten ‘Sacred Heart’, hierna nam Vivian Campbell als eerste afscheid van Dio als gitarist. Deze zal helaas nooit meer terugkeren naar Dio.  Jimmy Bain daarintegen speelt nog op 3 studio albums meer namelijk ‘Dream Evil’, ‘Magica’ en ‘Killing The Dragon’, daarnaast is zijn bijdrage te vinden op het live album ‘Intermission’.  Ook Vinny Appice speelt nog mee op 3 studio albums te weten: ‘Dream Evil’, ‘Strange Highway’ en ‘Angry Machines’, daarnaast is zijn bijdrage te vinden op het live album ‘Intermission’ en ‘Inferno – Last in Live’. Appice is later nog wel herenigd met Ronnie James Dio in the band Heaven And Hell, of te wel het Black Sabbath van de Dio era.

  En het is volgend jaar al echt tien jaar geleden dat de grote meester zelf zijn laatste adem uitblies! Gelukkig is zijn muzikale erfgoed in goede handen bij Appice en Campbell. De opvolger van Bain is trouwens Phil Soussan geworden. Samen met zanger Andrew Freeman trekt de band het hoge niveau door van het debuut.

Het heeft uiteindelijk drie jaar geduurd tot de opvolger verscheen, getiteld II. Last In Line gaat door waar het op Heavy Crown mee begon. Vanaf de eerste tonen van „Black Out The Sun” tot de wegstervende solo’s in het slotnummer „The Light” is het genieten, met Freeman als excellerend boegbeeld.

Meestal mid-tempo, een paar keer wat sneller (Year Of The Gun, Electrified), een enkele trage beuker (Blackout The Sun) (hallo „Shame On The Night”!)

 Vivian Campbell is een gitarist die zijn stijl bijelkaar raapte bij gitaristen waar hij mee speelde (vraag maar aan Adje van den Berg) en die daardoor geen heel herkenbaar eigen geluid heeft, ook op II niet. Toch rijgt hij bij Last In Line de smakelijke riffs en solo’s weer aan elkaar. Ja, het is een beetje Dio, een beetje Whitesnake, een beetje Def Leppard (maar dan heavy), maar vooral klopt het heel erg. De hooks en riffs zijn er (dat loopje in Gods And Tyrants!), Appice en Soussain bewegen mee met melodie en het ritme en geven het een lekker ouderwetse feel. Niks ProTools, niks AutoTune, niks kleine stukjes aan elkaar plakken, het klinkt als een band.

Daarbij kan een vergelijking met Dream Child, die andere band met ex-Dio- en ex-Ozzy-bandleden, niet uitblijven. Waar Dream Child op het vorig jaar verschenen debuut de nadruk legde op de zwaardere kant van Dio, laat Last In Line een luchtiger en opener geluid horen. En waar Dream Child met Diego Valdez een zanger heeft die als het kleine broertje van Ronnie James klinkt, geven Appice en Campbell hun zanger alle ruimte om zichzelf te zijn. Juist die authenticiteit geeft Last In Line een kleine voorsprong. De muziek op ‘II’ is echter onmiskenbaar als die van Dio: het logge drumwerk van Appice is direct herkenbaar en Campbell strooit nog steeds met heerlijke riffs en smaakvolle solo’s.

De productie was weer in handen van Jeff Pilson (Dokken) en dat is er ook zo een die in zijn producties liever het organische van een band laat horen, in plaats van met de laatste stilistische of audiotechnische modes mee te gaan. Tegelijkertijd heeft hij ook gezorgd voor prachtige details, zoals het heerlijke basgeluid aan het begin van False Flag.

Dat ouderwetse geluid komt ook terug in de zang van Andrew Freeman. Luister maar eens naar die schreeuw aan het begin van Year Of The Gun. Hoeveel zangers hoor je dat tegenwoordig nog doen? Dat soort magistrale schreeuwzang is vaker te horen op dit album en daarmee laat hij een heel andere kant horen dan het al even indrukwekkende gegalm op Devil’s Hand. De band klinkt sowieso veel meer als een klassieke bluesy hardrockband uit de jaren zeventig en tachtig dan de meesten, maar het stemgeluid van Andrew Freeman maakt het helemaal af. Is het origineel? Niet echt, maar wel goed en doordacht.

Van alle bandjes waar ex-Dio-leden weer samenwerkten – en dat zijn er nogal wat, zoals Dream Child – blijf ik Last In Line de leukste vinden. En uiteindelijk is een nieuwe band toch leuker dan een tributeband of bands die al dertig jaar uitsluitend op dezelfde songs teren. Last In Line maakt de belofte van het eerste album volledig waar.



Evergrey – The Atlantic

Jaar van Relaese : 2019

Label : AFM Records 

Evergrey heeft altijd een nog veel grotere status verdiend dan wat hen ten deel valt. Weliswaar heeft de band in haar lange bestaan soms woelige wateren doorzwommen, maar de laatste albums vertonen een gerevitaliseerde band.

Met het album Hymns For The Broken maakte Evergrey in 2014 een soort van doorstart door. Met de terugkeer van gitarist Henrik Danhage en drummer Jonas Ekdahl leek de spirit van weleer weer terug te zijn en was de vlam van Evergrey weer ontstoken. Een vlam die sindsdien niet meer uit is gegaan. Sterker nog, de Evergreyvlam is alleen maar feller gaan branden. Het album The Storm Within uit 2016 was zelfs het meest succesvolle album van Evergrey sinds de oprichting van de band. (Met daarop 2 daverende tracks in duet met onze eigen en Nightwish-zangeres Floor Jansen, respectievelijk de songs ‘In Orbit’ en ‘Disconnect’.) Brengt de Zweedse Progressive Metal band Evergrey eind januari hun elfde studio album ‘The Atlantic’ uit. 

Na Hymns For The Broken (2014) en The Storm Within (2016) is dit het derde deel van een trilogie over de avonturen in het leven, wat grotendeels neerkomt op een kijk op de goede en slechte kanten van alle relaties die je aangaat. Het leven is een reis over de oceaan naar onbestemde horizonten, vandaar de titel The Atlantic. Het thema water komt dan ook veelvuldig voor. Met ‘The Atlantic’ heeft Evergrey niet alleen weer een topalbum afgeleverd, maar ook een van hun meest afwisselendste.

Het vervolg van het avontuur start met een bijna acht minuten durend epos dat luistert naar de naam A Silent Arc. Het is een ijzersterke opener van het album. Het heeft alle ingrediënten in zich van een compositie van hoog niveau. Het spel tussen kracht en rust is perfect uitgebalanceerd en op alle fronten wordt hier gewerkt aan spanningsopbouw, kracht en souplesse. Het drumwerk van Jonas is goed stevig naar voren gezet en Henrik weet iedere noot met precisie te plaatsen in het geheel terwijl toetsenist Johan Niemann de ruimtes ertussen benut om zijn keyboardgeluid naar voren te schuiven.

Net bijgekomen van dit juweel start de band Weightless. Het zwaardere karakter dat het album in zich heeft, barst los. Weightless heeft een sterke powerriff in de basis en ook hier wordt dit ondersteund door een duidelijk hoorbaar en prettig drumgeluid. Zoals we gewend zijn van Evergrey zorgt het stemgeluid van Tom S. Englund voor de nodige emotie en de balans in de compositie. Heerlijk is de progressieve inslag die naar het einde toe wordt ingezet. Dat komt trouwens ook mooi terug in A Secret Atlantis. Deze composities kan zich qua karakter enigszins meten aan Weightless. Johan soleert er flink op los in een samenspel met de gitaarsolo van Henrik en het stemgeluid van Tom is zo vol emotie neergezet dat het bijna voelbaar is in mijn complete borststreek. En alles is daarbij gebouwd op een stevige zware groove.

Zwaar maar minder snel volgt Evergrey de stroom in All I Have dat zwaar leunt op een donkere deken van kracht. Het is niet het enige rustpunt op The Atlantic. Zo’n wonderschone ballad zoals op The Storm Within zit er dit keer niet in, maar met Departure komt Evergrey toch in de buurt. Het intro is vrij langzaam ingezet met in de hoofdrol de piano en de basgitaar. De compositie ontwikkelt zich als een rustig baken in de oceaan van metal en kan rustig een ballad genoemd te worden met een hoofdrol voor Tom die begeleid wordt door een akoestisch gitaargeluid of piano.

Het atmosferische intermezzo The Tidal opent de weg naar End Of Silence met typische verhalende zang en vertrouwde charme. Want Tom is heel het album in grote vorm met zijn smachtende verzuchtingen, waarin wanhoop omgezet wordt in triomf. Of toch niet? En elke song heeft een moment supréme wanneer Henrik zijn hart laat spreken in weergaloze heavy gitaarsolo.

Verderop blijkt Currents uitstekend te passen in het totaalbeeld en het plaatje van het Evergreygeluid en heeft alle kenmerkende elementen in zich. De compositie krijgt naar het einde toe een wat episch karakter waarbij het accent ligt op het gitaargeluid dat op de achtergrond door de keyboards/zang van een decor wordt voorzien. In The Beacon is het vooral Johan Niemann die de aandacht naar zich trekt in de onderliggende muziekbasis. Ook hier ligt het tempo wat laag, maar heeft het die onderhuidse spanning waarmee Evergrey overtuigt.

 Met This Ocean zet Evergrey alle zeilen nog even bij en wordt er flink vaart gemaakt. This Ocean sluit hiermee een album af dat in het verlengde ligt van de eerdere twee albums. Sterk, groovend, krachtig en mede door het stemgeluid van Tom heel aansprekend.

De band heeft de afgelopen jaren veel getoured en ook veel festivals gedaan en dat hoor je duidelijk terug in de sound.

Het is duidelijk dat de band veel inspiratie heeft opgedaan door goed te luisteren naar Metalcore, Doom en Symfonische Gothic Metal bands. Uitstekend hoe de band deze sound heeft verwerkt in hun eigen stijl en muziek. ‘The Atlantic’ is daardoor een prima album met een sterke song – en soundkwaliteit en wat mij betreft het beste Evergrey album tot nu toe.


Inglorious – Ride To Nowhere

Jaar van Relaese : 2019

Label : Frontiers Records

Door Classic Rock Magazine werd Inglorious vorig jaar in eigen land uitgeroepen tot 'the future of British rock', nadat de band met het tweede album ''II'' op nummer 1 binnenkwam in de UK Rock Charts. Ook buiten Engeland maakte de bluesy hardrock formatie al goede sier, met name door internationale tours met bands als Steel Panther, The Dead Daisies, The Winery Dogs, Last In Line en Whitesnake. Door deze laatste band werd Inglorious en met name zanger Nathan James zwaar beinvloed, net als twee an

ere 'iconic rock and roll bands from the 1970's': Deep Purple en Led Zeppelin. Vorig jaar speelde de band nog voor een uitzinnige menigte op het Graspop festival en nu tonen deze Britten hun magistrale 'classic rock' kunsten op hun derde album ''Ride To Nowhere''.

Het opnemen van een album is pas het halve werk. Meteen daarna volgen de promotie en de bijbehorende tournee. Bij Inglorious gaat dat met horten en stoten.

Dit derde album van de Britse hardrockbelofte had natuurlijk een feestje moeten worden. Maar voor de release pakte zowel de beide gitaristen en bassist hun biezen.

Na het vorige album II vertrok al gitarist Wil Taylor. Met het album Ride To Nowhere is zijn opvolger Drew Love zijn  beoogde plaatsvervanger, maar deze is bij de band  maar voor een korte periode. Het album is nog niet opgenomen en Drew Love had de band alweer verlaten, samen met gitarist Andreas Eriksson en bassist Colin Parkinson. Het was aan zanger Nathan James om de negatieve publiciteit op te vangen. En die was er. Genuanceerd als fans kunnen zijn – *kuch* – kreeg James de volle laag, terwijl er tal van redenen kunnen zijn voor het vertrek van bandleden. James en drummer Phil Beaver hebben inmiddels een nieuwe band om zich heen verzameld, maar ze moeten nog wel op tournee met het nieuwe materiaal dat nog door de oude band is geschreven en ingespeeld.

Vertrokken bandleden of niet, Nathan James is nog steeds het volstrekte middelpunt. Hij heeft nogal wat muzikale naamgenoten, maar deze heeft ervaring bij Uli Jon Roth en Trans-Siberian Orchestra en in de categorie bluesy hardrock zijn er niet veel betere zangers te vinden. Hij is duidelijk beïnvloed door zangers als David Coverdale en Glenn Hughes zonder een kopie neer te zetten. Integendeel, hij is echt herkenbaar.

 De songs zijn degelijk, hoewel het refreintje-coupletje-refreintje is, met veel ruimte voor Nathan James’ uithalen. Gitarist Wil Taylor vertrok omdat hij meer grungy muziek wilde maken (volgende week komt het debuut van zijn band Deever uit) en het is wel logisch dat daar geen ruimte voor was in Inglorious. De band mag dan spreken van een duidelijke verandering in de sound, ik hoor het niet, zeker niet op de eerste helft van het album. De productie is weer door de band en net als de vorige keer is de mix gedaan door Kevin Shirley (vaste producer van Joe Bonamassa) en laten we wel zijn: de stem van Nathan James is veelzijdig, maar in de bluesy hardrock is het galmen wat de klok slaat. Daar past een bepaald soort song bij en dat is precies wat je hier krijgt. Perfect uitgevoerd met het geluid helemaal in balans, dat wel.

En toch… De band is meer dan competent, maar een Doug Aldrich, Paul Gilbert of Nuno Bettencourt zit er niet tussen. Het duurt daarom tot halverwege tot de band zich een beetje uit het keurslijf van de formulerock weet te worstelen. I Don’t Know You is een prachtige powerballad, waarop de soulkant in James’ stem naar voren komt. Ook het titelnummer is erg fraai en laat een kant horen die op de eerste helft van het album vrijwel ontbreekt. De afsluiter, het akoestische Glory Days is een pareltje. De bonustrack is een pianoversie van I Don’t Know You, met een zangeres erbij, die het een randje Trans-Siberian Orchestra geeft.

De belofte van het debuut maken ze ook op Ride To Nowhere niet helemaal waar, omdat ze pas op de tweede helft van het album de gebaande paden durven te verlaten. Laten we hopen dat de nieuwe band, met de pas 19-jarige Braziliaanse gitarist Danny Dela Cruz, daarop kan voortbouwen. Samenvattend het gitaarwerk heeft een prominentere rol gekregen en heeft daarmee een wat steviger geluid gekregen. Tekstueel gezien hebben deze een persoonlijker karakter dan voorheen. De nummers staan als het bekende huis. De enorme succes factor bij Inglorious blijft zanger Nathan James. Ride To Nowhere stijgt zonder meer weer boven de middelmaat in dit genre uit, maar van grote stappen vooruit is nog geen sprake. En dat had ik eigenlijk wel een beetje verwacht.