Vega - Kiss Of Life

Jaar van release: 2010
Label: Frontiers

Vega is het nieuwe samenwerkingsverband tussen ex-Kick zanger Nick Workman en het zeer succesvolle en gerepecteerde songwriters-duo Tom en James Martin (die onder andere nummers hebben geschreven voor House Of Lords, Khymera, Ted Poley en Sunstorm om er maar een paar te noemen). De gebroeders Martin ontmoetten Nick voor het eerst toen Kick als support act van Thunder door Engeland toerde en hebben vanaf dat moment altijd de wens gehad om ooit nog eens samen te werken. Dat is dan nu uiteindelijk bewerkstelligd en met de hulp van drummer Dan Chantrey zijn een twaalftal prima melodieuze rock nummers opgenomen, die nu onder de titel ‘Kiss Of Life’ op de markt gebracht worden.
Nick Workman is gewoon een erg goede zanger die een prima vocale invulling geeft aan het bij vlagen excellente song materiaal. Niet alleen als songwriter maar ook als gitarist levert Tom Martin een erg positieve bijdrage aan het geheel middels de nodige catchy riffs en inventieve solos. Zoals we het bij de gebroeders Martin wel gewend zijn, zit het met het song materiaal wel goed en is het vanaf de eerste tot en met de laatste seconde puur genieten geblazen. Vooral het titelnummer ‘Kiss Of Life’, ‘One Of A Kind’, de ballad ‘Too Young For Wings’ en ‘Stay With Me’ kunnen we erg bekoren, maar de rest is zeker niet veel minder. Ik ben benieuwd hoelang Frontiers het vol kan houden om goede nieuwe A.O.R.-bands te vinden. Er lijkt gewoon geen eind aan te komen, want ook dit Vega is weer een act om terdege rekening mee te gaan houden in de toekomst. Prima plaatje!
 


Allen/Lande – The showdown

Jaar van release: 2010
Label: Frontiers

Na The battle en The revenge is The Showdown het derde wapenfeit van de samenwerking tussen hardrock/metal zangers Jorn Lande (Jorn, Masterplan) en Russel Allen (Symphony X).

Je weet met dit tweetal van tevoren al wat je te wachten staat. Stevige hardrock met een lichte metal inslag, een goed verzorgde sound en uiteraard prima vocale prestaties. Want zingen kunnen de heren natuurlijk wel. Het enige nadeel is dat alle albums op elkaar lijken. Een euvel waarmee Lande met zijn solo albums ook te kampen heeft. Het maakt dus niet zoveel uit welke cd je in de kast hebt staan.

Toch is The showdown wel iets beter dan zijn voorganger. Op The revenge bleven de nummers niet echt hangen en ontbrak de juiste vonk. Gelukkig is die vonk op dit nieuwe album wel weer te horen en daarmee ligt The Showdown meer in het verlengde van het uitstekende eerste album. De nummers liggen dan ook meer in het verlengde van progressieve melodieuze metal. Het is dan ook verwonderlijk dat deze goddelijke "voices of rock"harmonieus samengaan in een zee van mooie melodieën en virtuoos gitaarspel.

"Judgement day", "Bloodlines", "We will rise again", "The guardian" en "Eternity" zijn gewoon uitstekende catchy songs en de wisselwerking tussen Allen en Lande qua zang staat als een huis. Fans van beide heren en aanverwante bands kunnen met The Showdown hun lol weer op. Ach, of het nu heavy metal, progmetal of melodieuze metal is, Allen en Lande draaien hun hand er niet voor om en dat maakt "The Showdown" tot een prachplaat. 


Seventh Wonder - The Great Escape

Jaar van release: 2010
Label: Lion Music 

Wanneer er een nieuwe cd van Seventh Wonder verschijnt, is het feest. Waiting In The Wings en vooral Mercy Falls waren immers magnifieke meesterwerken. Progressief, innovatief, melodieus en toch ontzettend toegankelijk. Ik sta dan ook nog steeds vierkant achter mijn keuze om Mercy Falls destijds honderd punten toe te kennen. The Great Escape is de jongste telg in de discografie van de Zweedse band en mijn verwachtingen waren dan ook zelden zo hooggespannen.

Doorgaans valt een plaat bij zulke hoge verwachtingen tegen. Om eerlijk te zijn, dat gold in het begin ook voor The Great Escape. Het eerste vrijgegeven nummer Alley Cat was al geen hoogvlieger en de plaat deed toch vooral heel erg vaak denken aan stukken van vorige albums. Eigenlijk is die mening na meerdere luisterbeurten niet echt veranderd, ware het niet dat de cd wel stukje bij beetje is gaan groeien. Nog steeds vind ik het album een gedeeltelijke herhalingsoefening van een band die een beetje vastgeroest lijkt te zijn. Aan de andere kant is stilstand bij zo'n geweldige sound natuurlijk niet zo'n probleem, maar toch vertoont mijn waardering momenteel wat scheurtjes. Klein wellicht, maar ze zijn er.

Vooropgesteld, als je de vorige drie albums van Seventh Wonder kan waarderen, dan is dit nieuwe plaatwerk een absolute aanrader. Tracks als Wiseman en Long Way Home zitten weer bomvol prachtige melodieën, waanzinnig goede zang (Tommy Karevik blijft één van de beste zangers in het genre) en spectaculair instrumentaal vuurwerk. Toch mist er bij de eerste zes nummers iets en dat is die drang naar innovatie. Het progressieve karakter heeft plaatsgemaakt voor veilige power metalpassages en de riffs en loopjes doen sterk denken aan vorige platen. In de massale refreinen klinkt de band regelmatig als een technische Sonata Arctica en dankzij vrij overbodige keyboardsolo's schurkt de band af en toe tegen die uitgemolken melodieuze metalsound aan, zoals die een aantal jaren geleden zo vaak gefabriceerd werd. Het wordt allemaal vakkundig uitgevoerd en er zijn heus een hoop mooie momenten te vinden, maar het geeft niet de enorme dosis kippenvel die de band in het verleden wist te veroorzaken.

Gelukkig heeft Seventh Wonder iets in huis waardoor ze alle kritiek in één klap goed maken en dat is het zevende nummer. Het slotstuk van de plaat is het maar liefst dertig minuten durende titelnummer. Een epos van de zuiverste orde, een waar meesterwerk. Nummers van een dusdanige monsterlengte zijn in het genre niet nieuw, maar de wijze waarop het werkstuk is uitgewerkt is dat wel. Seventh Wonder is er namelijk in geslaagd om er een echt nummer van te maken. Natuurlijk duiken er passages op die niet al te veel met elkaar te maken hebben, maar door herhaling en terugkerende thema's, valt The Great Escape toch te betitelen als een song en niet als een aan elkaar geplakte warboel aan riffs en structuren. Die uitwerking is zo ongelofelijk knap en briljant gedaan, dat ik bij iedere draaibeurt de licht negatieve bijsmaak van sommige andere songs ogenblikkelijk vergeet. Bovendien zet Tommy Karevik hier een prestatie neer die van een buitenaardse schoonheid is.

Na Mercy Falls is The Great Escape misschien niet de perfecte opvolger geworden, maar dankzij een aantal goede songs en het weergaloze titelnummer is het zeker wel een waardig vervolg. Ik hoop alleen wel dat Seventh Wonder de volgende keer iets steviger van leer durft te trekken. Er mankeert niets aan melodie, maar door de toegenomen AOR invloeden wordt het soms wel erg lief en zachtaardig. Daarnaast zou het leuk zijn als ze het vooruitstrevende karakter een hele plaat vasthouden en niet enkel reserveren voor één nummer. Ongeacht de kritische noten is dit wel weer één van de toppers van 2010, waar fans ongetwijfeld dik tevreden mee zullen zijn.


Star One - Victim Of The Modern Age

Jaar van release: 2010
Label: InsideOut Music

Het heeft maar liefst acht jaar moeten duren, maar na lang wachten vond Arjen Lucassen dat het dan toch tijd was voor een vervolg op het uiterst succesvolle Space Metal uit 2002. Net zoals op dit eerste album worden we weer getrakteerd op metal met zowel muzikaal als tekstueel een futuristisch karakter. Wederom heeft Lucassen dit keer gekozen voor scifi films en een serie, maar dit keer draait het om verhalen met een post-apocalyptisch karakter. De algehele sfeer op het album is dan ook een stuk duisterder dan op het vorige.

Lucassen heeft de succesformule van het eerste album constant gehouden met dezelfde vocalisten en grotendeels dezelfde instrumentalisten. Zangers Damien Wilson, Russel Allen, Floor Jansen en Dan Swanö, allemaal zijn ze weer van de partij. Op de bonus cd worden ze bijgestaan door Tony Martin, Mike Anderson en Rodney Blaze. Ed Warby drumt wederom, Joost van den Broek neemt veel van het keyboard-werk voor zijn rekening, Peter Vink op bas, Gary Wehrkamp verzorgt een berg aan gitaarsolo’s en natuurlijk speelt Arjen Lucassen zelf ook het nodige in. Een bonte verzameling muzikanten die bijna onlosmakelijk verbonden zijn met de projecten van Arjen Lucassen.

Victim Of The Modern Age biedt de luisteraar de kwaliteit die we van Lucassen gewend zijn geraakt. Sterke songs die het beste uit de verschillende solisten weten te halen. Het klinkt dan ook allemaal fantastisch in de oren, die negen metalsongs die flink doorspekt zijn met keyboardgeluiden. Echter raken de songs me toch wat minder dan die van Space Metal. Veel herhaling in sommige liederen en wat minder pakkende melodieën zijn daar de oorzaak van. Met name 24 Hours blijft een nummer waar ik maar niet in kan komen.

Gelukkig biedt dit album genoeg ander moois om te ontdekken. Neem bijvoorbeeld het door Planet Of The Apes geïnspireerde Human See, Human Do waarin het heldere stemgeluid van Damien Wilson de ontredderde mens verbeeldt en hij het opneemt tegen de boosaardige apen die op geweldige wijze worden vertolkt door de andere solisten. Daarnaast het ijzersterke Cassandra Complex met een glansrol voor het keyboard.

Het blijft knap hoe Lucassen zijn eigen geluid weet te behouden, maar toch iedere keer weer iets nieuws weet te vinden, zo ook op dit album weer. Zelfs met die paar lichte minpunten blijft Victim Of The Modern Age staan als een huis. Nu maar hopen dat Lucassen net zoals na het vorige Star One-album ook nu de mogelijkheid kan vinden om deze muziek live ten gehore te brengen!


Darkwater - Where Stories End

Jaar van release: 2010
Label: 
Ulterium records

Luister je naar Darkwater, dan had dat net zo goed een willekeurige andere progmetalband kunnen zijn. Dit is zo'n cd die ik na jaren aankocht na het beluisteren op Spotify  en voor referenties zou je eens kunnen kijken onder de S van Symphony X, de D van Dream Theater of bijvoorbeeld de E van Evergrey. Die kant gaat het wel een beetje op. Daarmee is dan meteen gezegd dat het met de instrumenthantering wel snor zit. Gelet op de strijkers, toetsen, gelaagde zang. Er valt verder op deze plaat niet veel aan te merken, misschien dat het véél te gelikt geproduceerd is.

 Net als bijvoorbeeld Seventh Wonder, Cloudscape en Andromeda haalt de band de inspiratie bij de gevestigde namen binnen de Prog Metal en doet vervolgens haar best daar een eigen draai aan te geven. Darkwater kiest voor een laagdrempelige aanpak met veel toetsenwerk op de voorgrond en een soepele zanger. De nummers zijn toegankelijk en dat is ook wel eens lekker.

Een zeer commercieel en eigentijds uitje van Darkwater. Darkwater's tweede album, Where Stories End , toont een band met echte beheersing van hun materiaal, resulterend in negen goed in elkaar gestoken nummers, die fans van de stijl zeker eens moeten beluisteren.

Opener "Breathe" en het volgende nummer van acht minuten "Why I Bleed" zijn perfecte voorbeelden van Seventh Wonder's, lichte maar uitdagende kijk op het genre, terwijl closer "Walls Of Deception" en het aanstekelijke "In The Blink Of An Eye" hadden op het album Waiting In The Wings niet hadden misstaan. De aanpak van Darkwater is meer simplistisch dan die van Seventh Wonder, meer gecentreerd op het cleane geluid van zanger Henrik Bath. De nummers zijn allemaal catchy en vrij somber, ondanks de popachtige zanglijnen. Met nummers als "Into The Cold" en het vrij uitstekende "Queen Of The Night" zijn de toppers van het album.

 Toch een goed album, wanneer Darkwater meer originaliteit in de strijd gooit en hiermee hun eigen herkenbaarheid toevoegt, kan dit tot hopelijk iets moois opbloeien voor album nummer drie.


James LaBrie - Static Impulse

Jaar van release: 2010
Label: InsideOut Music

De zanger van Dream Theater brengt zo nu en dan eens een soloalbum uit. James LaBrie probeerde het eens onder de naam Mullmuzzler, maar in 2005 bracht hij Elements Of Persuasion onder zijn eigen naam uit. Wel werkt hij steevast samen met keyboardspeler Matt Guillory. Zijn soloalbums zou je kunnen omschrijven als compactere versies van Dream Theater. Die vergelijking gaat echter niet op bij de nieuwe cd Static Impulse. Het blijft heavy en licht progressief, maar zo agressief en snel hebben we het niet eerder gehoord bij zowel James solo als Dream Theater.

Matt Guillory (tevens co-songwriter, maar vooral toetsenist en zeker geen gitarist) had zin in een lekker agressieve plaat en James LaBrie vond dat prima. Hij blijkt namelijk ook graag naar bands als Lamb Of God en Disturbed te luisteren. Het eindresultaat klinkt echter niet Amerikaans, maar gaat eerder richting Scandinavische metal zoals Soilwork en In Flames. Het wordt door het songwritersduo dan ook omschreven als Gotenburg metal. Wie had dat ooit gedacht van James LaBrie?

Naast de overbekende zuivere zangstrot van James horen we zo af en toe ook het gegrom van drummer Peter Wildoer (bekend van Darkane). De eindmix is gedaan door Jens Bogren in Zweden, die bijvoorbeeld ook Opeth heeft gedaan. Het is duidelijk, niets is aan het toeval overgelaten om de knaller te maken die James voor ogen had. Kwalitatief klinkt het songmateriaal als een klok. Het is een heuse achtbaanrit geworden. Wellicht dat daarom bewust het fragiele Coming Home voor het laatst is bewaard. De fans van bovengenoemde bands moeten Static Impulse zeker eens een luisterbeurt geven. Net als de fans van James LaBrie, want voor hen zou het zou wel eens te hard kunnen zijn.


My Favorite Scar - My Favorite Scar

Jaar van Release: 2010
Label: Universal Music Group 

Is namelijk een CD geworden die helemaal aansluit bij waar de EP al een voorbode van was. Elf nummers die laten horen dat dit één Nederlands meest veelbelovende bands is, met de potentie, de klasse en de uitstraling om ook internationaal potten te breken.
Dark rock, dat is de muzikale term die op de band wordt geplakt. Dat betekent dat we nummers met veel sfeer, met harde gitaren, met fraai uitgewerkte solo –en harmony zang te horen krijgen. Een verzorgd product derhalve. Elf nummers die allemaal af zijn. Ze zijn niet allemaal van hetzelfde (hoge) niveau, maar slechte songs zitten er ook niet bij. Puristen zullen misschien gaan zeiken dat de band vooral een studioband is, die live de nodige tapes laat meelopen om het CD geluid ook live te kunnen produceren. Maar daar geef ik nou eens helemaal geen zak om. Dit album klinkt gewoon vet. Een uitgebalanceerde CD. Ik hoor Tool (opener ‘Liberty Is Dead’), Alice in Chains (‘My Favorite Scar’, met fraaie, persoonlijke tekst) lekkere heavy beukers (‘Save Me’) en wat rustige tracks (het nieuwe ‘This Poison Love’). Van de live optredens wisten we al dat de band ‘Love Like Blood’ van Killing Joke speelt en The Cult’s ‘Rain’. Deze laatste is nu ook op deze schijf terug te vinden in een fraaie versie, die zowel recht doet aan het origineel maar ook een eigen interpretatie (vooral de zang) van My Favorite Scar heeft gekregen. ‘Lost’ is typisch zo’n nummer wat vooral door de sfeer indruk maakt, wat ook geldt voor het afsluitende ‘Lie To Me’. Ik ga niks meer vertellen over een drummer die ooit deel uitmaakte van Within Temptation, daar doe ik de band tekort mee. Nee, zanger Jay, de gitaristen Evan en Dan (lekkere riffs heren!), bassist Pat (solide en sober) en drummer Stephen vormen een band waar we trots op mogen zijn.


Unruly Child - Worlds Collide
Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

 Wie had er ooit nog gehad een nieuw album van Unruly Child te mogen verwelkomen? Zeg nou eerlijk, niemand toch! Soms blijkt het onverwachte toch waargemaakt te kunnen worden, want met deze ‘Worlds Collide’ wordt dan toch uiteindelijk het vierde studio-album van dit melodieuze rock gezelschap op de markt gebracht. En nog wel in de originele bezetting van het debuut-album, dus met gitarist Bruce Gowdy, keyboard-speler Guy Allison, bassist Larry Antonino, drummer Jay Schellen en zangeres Marcie Free (die op het debuut en voor de geslachtsverandering nog gewoon Mark Free heette).

De geslachtsverandering van laatstgenoemde heeft zeker geen invloed gehad op het stemgeluid, zoals overigens ook al duidelijk was op de in 1995 uitgebrachte solo-plaat ‘Tormented’, want Marcie zingt zoals we van hem…uuuhhh…haar gewend zijn!
‘World Collide’ is stilistisch gezien erg nauw verwant met de debuutplaat, maar dan met een wat modernere sound. Dat wordt al meteen duidelijk wanneer opener ‘Show Me The Money’ de plaat aftrapt, een nummer met een lekkere groove maar waarin in mijn beleving de songtitel wel erg vaak herhaalt wordt. Het navolgende ‘Insane’ is mijns inziens een stuk beter en mag zich samen met titelnummer ‘When Worlds Collide’, de ballad ‘Tell Another Lie’, mijn persoonlijke favoriet ‘Love Is Blind’ (met een zeer aanstekelijke melodielijn) en ‘Neverland’ tot de beste tracks van het album rekenen. Het moge duidelijk zijn dat Unruly Child nog steeds een band is om terdege rekening mee te houden in het melodieuze rock genre en ik hoop dat ook van harte dat ze hun voornemen om deze plaat ook live te gaan promoten daadwerkelijk gaan waarmaken! Welkom terug, jongens!


Two Fires - Burning Bright

Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

 Wereldzanger Kevin Chalfant heeft gedurende zijn lange carriere al menig geweldig album afgeleverd, allereerst met de band 707 (‘Mega Force’ uit 1982), daarna met Steel Breeze (‘Heart On The Line’ uit 1984), The Storm (het gelijknamige debuut uit 1991 en ‘The Eye Of The Storm’ uit 1996), The Vu (‘Phoenix Rising’ uit 2000) en ten slotte met Two Fires (het debuut ‘Two Fires’ uit 2000 en de opvolger ‘Ignition’ uit 2002). Daarna werd het echter angstvallig stil omtrent de heer Chalfant, buiten zijn bijdrage aan het Shooting Star-album ‘Circles’ in 2006. Nu is er echter weer een nieuwe Two Fires plaat ingeblikt getiteld ‘Burning Bright’, die er wederom absoluut mag zijn.
Kevin heeft zich ditmaal laten ondersteunen door zijn live-band om het groepsgevoel wat meer te benadrukken en de elf aanwezige nummers zijn stuk voor stuk lekker wegluisterende melodieuze rock-tracks met (natuurlijk) een zeer goed op dreef zijnde zanger en prima gitaarwerk. Luister maar eens naar het door Neal Schon (Journey) en Gregg Rolie (ex-Journey) meegeschreven ‘Some Things Are Better Left Unsaid’, de vlotte openers ‘Is It Any Wonder’ (waar binnenkort een video clips voor opgenomen gaat worden) en ‘Lost In The Song’, de ballads ‘Shattered Without You’ en ‘All For One’ of het prima titelnummer ‘Burning Bright’, die het zeker goed zullen doen bij de fans van het genre. Het is maar weer goed dat meneer Chalfants zijn zangcarriere weer opgepakt heeft, want hij is en blijft een fantastische A.O.R.-zanger! We worden de laatste maanden echt verwend met schitterende A.O.R.-platen en ook ‘Burning Bright’ van Two Fires past daar naadloos in!


Alter Bridge – AB III

Jaar van Release: 2010
Label: Roadrunner

Even leek het erop dat Alter Bridge het kind van de rekening zou worden. Met de succesvolle reünietour van Creed en de soloalbum plannen van Myles Kennedy zag de toekomst er voor Alter Bridge fans er op het oog somber uit. Gelukkig blijkt niets minder waar want met AB III levert de band gewoon hun beste album tot nu toe af.

En dat is best opmerkelijk omdat het debuut One day remains en opvolger Blackbird al niet bepaald misselijke albums zijn. AB III is echter de perfecte combinatie tussen beide voorgangers. De hartstochtelijke refreinen en melodieën waar One day remains vol van staat (en op Blackbird toch wel een beetje gemist werden) zijn op AB III weer in ere hersteld. De combinatie van die melodieën met de vette gitaarriffs van Mark Tremonti en de magnifieke sound van het album is verbluffend. Voeg daar ook nog eens de fenomenale stem van Kennedy aan toe en je hebt simpelweg een wereldplaat.

De veertien songs op dit album zijn stuk voor stuk ijzersterk. Zwakke momenten zijn er niet te vinden. Opener Slip to the void (geweldig intro) en de single Isolation zetten direct de toon maar het album barst pas echt los vanaf het prachtige Ghost of days gone by. Daarna vliegen de machtige gitaarriffs, catchy refreinen en melodieën je om de oren met in de hoofdrol Kennedy die gewoon laat horen de beste rockzanger van dit moment te zijn. Het ene nummer is nog mooier dan het andere en hebben allen een hoog meezing gehalte waardoor ze het live goed zullen doen.

Eigenlijk is AB III een groot hoogtepunt waardoor het moeilijk is een favoriet nummer te kiezen. Still remains, Wonderful life, Show me a sign, Breathe again, Coeur D’Alene, Life must go on en het wonderschone Words darker than their wings zijn allen pareltjes. 


Kiske /Somerville - Kiske /Somerville

 Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

Projecten zijn vaak mooie gelegenheden voor muzikanten om buiten hun eigen band met iets anders bezig te zijn. Muzikaal levert dat soms onverwachte resultaten op. De eeuwige ‘ex Helloween zanger’ Michael Kiske en de vooral als ‘Simone Simons stand-in’ Amanda Somerville bedachten dat hun beider carrière wel een boost kon gebruiken en zo bedachten zij een project dat eigenlijk niets anders doen dan de stijlen waar ze mee bekend zijn geworden combineren maar dan in een wat lichtere aanpak. Misschien in het geval van Kiske wat minder op snelheid gericht en meer op de toegankelijkere sound, maar daardoor komt zijn opvallend beter geworden stem beter uit de verf. Somerville heeft die warme sound die erg aangenaam in de oren klinkt en deze hele CD met deze twee op zang is prima in de opzet geslaagd. Heavy maar melodieus, direct maar ook sfeervol en romantisch. Het lijkt weliswaar wat teveel van het goede, maar er is aan te wennen aan de continue duet zang. De twee Primal Fear mannen Mat Sinner en Magnus Karlsson leidde de muzikale richting en kregen daarbij hulp van onze eigen Sander Gommans (ex After Forever en HDK). Ik hoop van harte dat dit album met open armen ontvangen zal worden want in tegenstelling tot veel van de tegenwoordige samenwerkingsprojecten zou het uitvoeren van dit album live best haalbaar kunnen zijn lijkt mij.


First Signal – First Signal

Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

First Signal is het nieuwe studioproject van voormalig Harem Scarem zanger Harry Hess en producer/bassist Dennis Ward(o.a. Pink cream 69/Place Vendome). Het doel van deze samenwerking? Volgens eigen zeggen om terug te keren naar de oude sound van Harem Scarem en dan met name de sound van het geweldige album Mood swings, dat nog steeds wordt beschouwd als het ultieme Harem Scarem album.  Opzich is het best vreemd dat je stopt met een band en vervolgens probeert om via een ander project de sound van die band te doen herleven. De vraag is natuurlijk, zijn Hess en Ward daarin geslaagd? 

Het antwoord is ja en nee. Met het karakterestieke stemgeluid van Hess klinken de nummers al snel als Harem Scarem. In dat opzicht klinkt het allemaal wel vertrouwd. Het verschil met bijvoorbeeld Mood swings is echter dat het niveau qua songmateriaal bij First Signal gewoon minder is. Slecht is het allerminst maar echt bijzonder is het ook zeker niet. Het klinkt allemaal net iets te gewoontjes en dat is iets wat je van Harem Scarem ten tijde van Mood swings zeker niet kon zeggen.

Toch zijn er kosten noch moeite gespaard om er iets speciaals van te maken. Zo hebben diverse bekende songschrijvers hun bijdrage geleverd. Wat te denken van Erik Martensson(W.E.T./Eclipse) en Robert Sall(W.E.T./Work of Art). Vooral de invloeden van W.E.T. zijn duidelijk hoorbaar. Luister maar eens naar When you believe en Crazy waarin Hess zelfs klinkt als Jeff Scott Soto. Uitstekende nummers die niet hadden misstaan op het geweldige W.E.T. album.

First Signal is wel een album dat groeit na diverse luisterbeurten. Er is dan ook weinig mis met songs als This city, Part of me en Feels like love this time.  


Terry Brock – Diamond blue

Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

Zanger/gitarist Terry Brock is een druk baasje. Eerder dit jaar was hij al te horen als nieuwe zanger op het album Promise land van het heropgerichte Giant. Tevens heeft hij zijn oude band Strangeways nieuw leven ingeblazen waarmee hij momenteel de laatste hand legt aan een nieuw album dat later dit jaar zal verschijnen. En tussendoor heeft hij ook nog eens tijd gevonden om aan zijn tweede soloalbum Diamond blue te werken.

En Diamond blue mag er wezen. Maar dat kan eigenlijk ook niet anders als je weet dan niemand minder dan gitarist/producer Mike Slamer(Streets/Steelhouse Lane/Seventh Key) mede verantwoordelijk is voor het songmateriaal en de productie. De “Slamer sound” druipt er vanaf en dat is een goed teken want de naam Slamer staat altijd garant voor kwaliteit. Melodieuze (hard)rock/AOR, catchy songs en fantastisch gitaarwerk. Dat geldt dus ook voor Diamond blue.

Het album begint overdonderend met het geweldige titelnummer. Catchy, heerlijk gitaarwerk van Slamer en Brock die de sterren van de hemel zingt. De toon is direct gezet al moet ik er wel bij zeggen dat dit misschien wel het beste nummer van het album is. Toch blijft er genoeg te genieten over want er staan eigenlijk geen slechte nummers op. Andere juweeltjes zijn It’s you, The rain, Broken en het te gekke Face in the crowd.

Diamond blue haalt weliswaar niet het niveau van Slamer’s album Nowhere land (waarop Brock de vocalen verzorgde) maar het neemt niet weg dat dit tot nu toe een van de beste albums is van 2010. Voor liefhebbers van melodieuze rock is Diamond blue een absolute aanrader en voor fans van Brock en Slamer uiteraard verplichte kost. 


Iron Maiden - The Final Frontier 

Jaar van Release: 2010
Label: EMI Music

 Iron Maiden is nog steeds mateloos populair en trekt over de gehele wereld nog steeds volle hallen. De band heeft haar strepen inmiddels verdiend en houdt zich, mede door de heldendaden die in de jaren tachtig op muzikaal gebied neergezet zijn, nog altijd fier staande aan de absolute top van de metalwereld. De release van een nieuwe plaat van de band is dan doorgaans ook een gebeurtenis die ook maar een enkele metalhead kan ontgaan en bij The Final Frontier is dat niet anders. Meningen blijven echter verdeeld over het Maiden van 2010. Dat de band inmiddels mijlenver verwijderd is van de rappe heavy metal van medio jaren tachtig moge inmiddels duidelijk zijn en op The Final Frontier worden, geheel volgens verwachting, geen bijzonder afwijkende paden ingeslagen. Na A Matter Of Life And Death is The Final Frontier echter wel weer een kleine stap terug van het meer progressieve, moeilijker te bevatten werk wat op die plaat te horen was om, ongeacht de lengte van de meeste songs op dit bijna tachtig minuten durende monster, weer een iets rechtlijniger Iron Maiden te laten horen.

Hoewel, gedurende de eerste minuten van opener Satellite 15... The Final Frontier zou je dat misschien nog niet denken. De plaat begint namelijk met een voor Maiden-begrippen ontypisch intro vol bijgeluiden, electronica en vervormde zang en gitaar. Het is een intro wat misschien beter gepast had op een solo-plaat van Bruce Dickinson. Halverwege het iets te lange en ook niet te skippen intro gaat The Final Frontier echter pas echt van start met het titelnummer, de typische openingssong volgens het boekje. Het blijkt, zo zonder de bijgeluiden van de videoclip, een heel behoorlijke rocker te zijn. Hier en daar misschien met wat teveel herhaling in het refrein, maar zeker niet slecht. Het huppelende El Dorado blijkt zich ook te ontpoppen tot een behoorlijk strakke rock-/metalsong en Mother Of Mercy is van hetzelfde laken een pak.Het eerste hoogtepunt op The Final Frontier is het mid-tempo Coming Home, wat als half-ballade niet misstaan zou hebben op een Dickinson-album, terwijl de band op het verrassende The Alchemist een song presenteert met een anno 2010 verrassend tempo, een overdaad aan dubbel gitaarwerk en een behoorlijk aan Flash Of The Blade herinnerende songstructuur. De heren zijn het kennelijk nog niet verleerd. Isle Of Avalon weet me na ruim een week echter nog steeds niet te pakken door de extreme lengte (bijna tien minuten) van wat in principe een door een te lang en repetitief instrumentaal middenstuk opgerekte standaard-song is. Het is ook daar waar Starblind enigszins de mist in gaat met een te drukke, volle instrumentatie en het wat uitgerekte gevoel. Slechte songs zijn het niet, maar met een paar minuten per stuk minder zouden ze beter tot hun recht komen.

Gelukkig maakt de band heel erg veel goed met de afsluitende drie klappers. Weliswaar eveneens lange, epische songs, maar songs die gelukkig beter weten te boeien. Vooral het stomende, kolkende en vol tempowisselingen zittende The Talisman weet te imponeren en ontpopt zich met gemakt tot één van de betere songs die de heren er sinds de reünie uit hebben weten te persen, terwijl ook bij The Man Who Would Be King het tempo er lekker in zit. Afgesloten wordt er met het lange, melodieuze en indrukwekkende epos When The Wild Wind Blows, een afsluiter in het verlengde van The Legacy en The Thin Line Between Love And Hate.

Is The Final Frontier een sterkere plaat geworden dan A Matter Of Life And Death? Inmiddels is het behoorlijk duidelijk dat het er vanaf hangt aan welke kant van het verhaal je staat. Waar de voorganger mij persoonlijk nog steeds van begin tot eind (en als integraal geheel) weet te boeien en de tijd tijdens het luisteren voorbij vliegt is The Final Frontier een plaat geworden waar ik persoonlijk meer de neiging heb er bepaalde songs uit te pikken. Een extreme kwestie van smaak zoals dat bij de laatste paar platen van de band toch al het geval was. Qua productie is er in ieder geval de nodige vooruitgang geboekt en het zestal laat zonder twijfel tien songs lang horen ook anno 2010 nog relevant te zijn. Met iets minder prog-invloeden en een wat meer volbloed Maiden-geluid is dit een plaat geworden die weer wat makkelijker in het gehoor ligt. Hoe dan ook moet The Final Frontier iedereen kunnen aanspreken die het gros van het werk na de reünie kon waarderen en de plaat herbergt weer een paar enorme hoogtepunten. Dit maal echter ook wat (kleine) minpuntjes. 


FM - Metropolis

Jaar van Release: 2010
Label: AOR Heaven

  De band "FM" bestaat al sinds 1984 en bracht elf albums tot nu toe. Nu moet ik eerlijk zijn, Ik heb alleen twee albums in mijn CD-collectie en de laatste keer dat ik naar hen geluisterd is een lange, lange tijd geleden. Maar nu dat ik het gloednieuwe album van de Britse band te beluisteren kreeg, was ik toch wederom aangenaam verrast. Ik moet zeggen dat deze jongens het nog steeds niet zijn verleerd. Ik kan van alles vertellen over dit album maar mijn tip is beluister de nieuwe cd van FM, vooral de eerste 3 nummers zijn van zeer hoog AOR niveau. 

Dus met dat gezegd kan ik nu je iets vertellen over "Metropolis". Als ik luister naar de schijf zijn er wat heavier ingredienten te beluisteren, dus  vertrouwd en toch zit er genoeg variatie in het zijn geen recht toe recht aan nummers. Metropolis heeft een beetje van alles. Ik zal mezelf duidelijk maken. Een nummer als "Hollow" klinkt net als Gotthard op er "Homerun" album. "Flamingo Road" begint met een ACDC gitaarriff, nadat deze riff het liedje instroomt, lijkt het net een nummer dat Whitesnake of Thunder kon hebben opgenomen. De instrumentale titelnummer "Metropool" is geen De bluesy "The Extra Mile"  kon wellicht ook een lied van de Eagles/Don Henley zijn geweest. Al met al geen slechte bands om mee vergeleken te worden.

De stem van Steve Overland overheerst  prachtig op de cd. Zijn er op "Metropolis" ook tracks die  typisch FM zijn. Ja hoor nummers als Over You , Bring Back Yesterday  en "Flamingo Road". Een van de vele hoogtepunten op de disc is het nummer "I Ain't The One". Dit is een up tempo rocknummer. Het is zeker mijn favoriete nummer van het album.
FM schreef ook met "Days Gone By" een vervolg op de Nickelback "Rockstar". Grappige teksten met een pakkende nanananana die reeds kunnen worden gehoord in het intro.

FM maakte een perfecte album met "Metropolis" …

 


Vanden Plas - The Seraphonic Clockwork

Jaar van Release: 2010
Label: Frontiers

 The Seraphic Clockwork is de opvolger van het succesvolle album Christ O uit 2006. In die tussenliggende vier jaar heeft de band echter niet stil gezeten. Zo hebben de heren in eigen land (Duitsland) hard gewerkt aan niet minder dan vijf musicals. Daar dit nogal veel tijd in beslag nam kon er ook niet uitgebreid getourd worden en werden er alleen een aantal grote festivals aangedaan.

Vanden Plas zorgt met hun progressieve rock altijd voor kwaliteit. Slechte albums maken ze eigenlijk niet. Het enige “probleem” van de band is dat alle albums veel op elkaar lijken. Als je een album hebt gehoord dan weet je ook hoe alle andere albums klinken. Er zit min of meer geen groei in en dat is jammer. Een vergelijkbare band als Dream Theater bijvoorbeeld blijft zich ontwikkelen en komt iedere keer met iets nieuws. Vanden Plas dus niet maar zoals gezegd, ze bieden wel iedere keer kwaliteit en dat is ook een prestatie.

Toch was ik persoonlijk was ik niet zo gecharmeerd van Christ O en gelukkig klinkt The Seraphic Clockwork dan ook een tikkie toegankelijker. Nog steeds staan de krachtige gitaarriffs van Stephan Lill en de zweverige zang van Andy Kuntz centraal. Ook zijn een aantal refreinen weer prachtig in elkaar gezet zoals in het mooie Scar of an angel. Misschien wel het beste nummer op dit album. Maar ook Holes in the sky, The final murder en het bijna dertien minuten durende On my way to Jerusalem zijn prima songs. Toch blijft het gevoel dat je het allemaal al een keer hebt gehoord. De echte fans zullen er echter niet om malen. Die hebben er weer een prima Vanden Plas album bij. 


Bad Habit - Timeless

 Jaar van Release: 2010
Label: AOR Heaven

Het uit Zweden afkomstige Bad Habit is reeds aan de weg aan het timmeren vanaf 1986 en hebben tot nu toe een achttal albums uitgebracht, waarvan hun laatste, het in januari 2009 verschenen Above and Beyond

mij bijzonder kon bekoren. Deze ‘Timeless’ is een verzamel-album met een speelduur van ruim een uur waarop veertien songs van hun studio-albums alsmede een tweetal nieuwe nummers te vinden zijn (beiden openers ‘Turning Water Into Wine’ en ‘Rock This Town’).  Moet je ‘Timeless’ dan aanschaffen voor de twee nieuwe nummers?  Degene die nog niets van Bad Habit in huis heeft kan deze CD met een gerust hart aanschaffen, de twee niet eerder uitgebrachte nummers halen niet de klasse bij de rest van de nummers. Als dit een indicatie is voor de nieuwe richting die de band in gaat slaan, houd ik mijn hart vast! De veertien eerder uitgebrachte songs zijn gelukkig wel gewoon erg goed te noemen, waarbij het opvalt dat men slechts drie nummers van hun mijns inziens beste plaat ‘Adult Orientation’ heeft meegenomen. Maar ja, gelukkig waren de albums ‘Young And Innocent’, ‘After Hours’, ‘Revolution’ en het eerder genoemde ‘Above And Beyond’ ook zeker de moeite waard. Concluderend kunnen we dus stellen dat de plaat wel lekker wegluistert, maar zeker niets toevoegt aan het genre en eigenlijk dus een beetje een overbodige release is. 


H.E.A.T. - Freedom Rock

Jaar van Release: 2010
Label: Stormvox Records

Al jarenlang lijkt Zweden het land te zijn waar de beste melodieuze hardrock/AOR vandaan komt. Ieder jaar verschijnen er wel een aantal top albums waar je als liefhebber van dit genre niet omheen kunt. H.E.A.T. is ook zo’n band. Freedom Rock is de opvolger van het geweldige album H.E.A.T. uit 2008.

En met dit nieuwste wapenfeit bewijzen de heren dat het vorige album geen toevalstreffer was al moet ik er wel direct bij zeggen dat Freedom Rock als geheel van iets minder hoog niveau is. Neemt niet weg dat fans van bands als Brother Firetribe, Treat en Danger Danger hun lol op kunnen met de aanstekelijke melodieën en catchy refreinen die je om de oren vliegen.

Opmerkelijk is echter wel dat het ondanks het hoge meezing gehalte en die aanstekelijke melodieën toch een album is geworden die meerdere luisterbeurten nodig heeft om op waarde geschat te kunnen worden. Maar dat is misschien ook wel de kracht van H.E.A.T. Songs als We’re gonna make it to the end, het fantastische Black night, I can’t look the other way, het prachtige Everybody wants to be someone en Who will stop the rain blijken gewoon pareltjes te zijn. Er staan ook een aantal missers op (o.a. Beg beg beg) maar een kniesoor die daar op let. Goede songs, een prima productie en de uitstekende vocalen van zanger Kenny Leckremo maken Freedom Rock tot een heerlijke zomerplaat. 


Drive She Said - Dreams Will Come

Jaar van Release: 2010
Label: AOR Heaven

Ze zijn een tijdje buiten beeld geweest, de heren van Drive, She Said. Hun laatste teken van leven samen dateert alweer uit 2003 toen ‘Real Life’ het daglicht zag. Een aantal weken geleden dook er weer eens iets nieuws van Fritsch en Mangold op: het nieuwe album ‘Dreams Will Come’, ingeblikt met behulp van sessiemuzikant John Bivona.
Nu heb ik het wel oven eer nieuw album, maar eigenlijk is het natuurlijk een verzamelaar. De meeste van de songs op deze zeventien tracks tellende cd kennen we al: het is het bekende en betere werk van de mannen. Opnieuw is het genieten van tijdloze oude songs zoals de Touch cover ‘Don’t ‘You Know’, ‘Hold On’ van het debuut en ‘Fools Game’, welke geschreven werd door Mangold en ook te vinden is op het titelloze album uit 1983 van Michael Bolton (een echte AOR klassieker). Ook te vinden op ‘Dreams Will Come’ zijn het knallende ‘Driving Wheel’ en het mooie ‘Maybe It’s Love’, met een uit zijn tenen zingende Al Fritsch. Nog veel interessanter voor de fans echter is dat de band twee spiksplinternieuwe nummers opgenomen heeft, te weten ‘Dreams Will Come’ en het lekkere ‘Try To Let You Go (Fuk U Up)’, met in dat laatste nummer een hartverscheurend duet tussen Mangold en Fritsch. Ondanks het feit dat de meeste nummers inmiddels stokoud zijn klinkt de muziek zeker nog niet gedateerd en het materiaal kan zo mee in de stroom van hedendaagse releases.
Of deze hernieuwde kennismaking met Drive, She Said een goede reden is om tot aanschaf over te gaan is aan de potentiële koper. Mocht je de band nog niet kennen dan is dit een verantwoorde aankoop, maar heb je alles al in de kast staan - en je wilt niet de volle mep betalen voor slechts twee nieuwe nummers - dan kan je deze release rustig laten liggen.  


Masterplan - Time To Be King

Jaar van release: 2010
Label: AFM Records

In 2003 kwam het prachtige debuut van Masterplan uit. Het was een album met een verfrissende kijk op het power metal-genre. Helaas werd dat niveau nooit meer geëvenaard. Het opvolgende Aeronautics was weliswaar ook dik in orde, maar bevatte toch wat minder knappe songs dan het debuut. Daarna volgde MkII dat helaas meer richting standaard power metal ging. Nog steeds goed spul, maar het verfrissende was er af. Ook had men in Mike DiMeo een zanger die niet kon tippen aan de meester zelf, Jorn Lande. Dat laatste euvel is inmiddels weer verholpen, want zoals bekend is Jorn Lande weer teruggekeerd. En met Time To Be King herleven hierdoor de tijden van het debuut meer dan ooit.Tijdens de luistersessie in Kerkrade werd al duidelijk dat Time To Be King een geslaagd album zou worden. Na meerdere malen de eindversie beluisterd te hebben, ben ik blij dat ik toen gelijk had. Dit is een typisch Masterplan-album geworden met nummers die echt áf klinken. Het geluid is fenomenaal, de nummers ademen door de open productie en elk detail is goed te horen. Vooral de keyboard-arrangementen komen er dit keer erg goed van af. Natuurlijk overheerst het gitaarspel van Roland Grapow weer, maar het geluid van zijn instrument is erg helder gehouden. Dit doet de samenhang tussen de rest van de muzikanten alleen maar ten goede.Voor de omschrijving van de nummers verwijs ik je naar de luistersessie (vind het verslag tussen de columns). Wel is het in deze review zeker het vermelden waard dat de nummers onderling zeer divers zijn. Genoeg snelle krakers en rustige, langzame, maar ook agressieve momenten. De balans is goed gevonden. Noemenswaardig zijn het stampende en catchy Fiddle Of Time, het knap in elkaar stekende Time To Be King en het zeer emotionele The Dark Road. Deze laatste heeft veel weg van een Whitesnake-ballade, iets wat me tijdens de luistersessie niet was opgevallen. Prachtig ingezongen door Jorn, misschien wel het mooiste moment van het album.Tja, Jorn... één van de eisen bij zijn terugkeer was dat er wat meer rekening met de mogelijkheden van zijn stem gehouden diende te worden. Om zijn stembanden te sparen moest er minder gekrijst worden. Maar eerlijk gezegd valt het me niet op dat hij zich nu meer inhoudt. Integendeel, hij zingt doodnormaal de sterren van de hemel en doet me meerdere malen verbazen. Wat een genot toch om zijn stem samen met de sterke muziek van Masterplan te horen. De band is terug met een album dat zich kan meten met het debuut. Die wordt niet evenaard, want daarvoor was de impact van destijds te groot. Dat doet er niet toe, Time To Be King is verplichte aanschaf! 


Giant – Promise land

Jaar van release: 2010
Label: Frontiers

Het is alweer ruim twintig jaar geleden dat Giant’s debuutalbum Last of the runaways uitkwam. Een album dat nog steeds wordt gezien als een klassieker in het melodieuze hardrock genre. Ook opvolger Time to burn uit 1991 mocht er zijn. Giant draaide toen voornamelijk rondom de broers Dann (zang/gitaar) en David Huff (drums). En met Alan Pasqua op keyboards en Mike Brignardello op bas leek er een gouden toekomst weggelegd voor de band.

Het liep echter anders. Pasqua hield het na Time to burn al snel voor gezien waardoor niet lang daarna werd besloten de band dan maar op te doeken. Dann Huff richtte zich op het produceren en zou daar behoorlijk succesvol mee worden. (o.a. Shania Twain en Megadeth)  Toch komen de mannen in 2001 weer bij elkaar wat resulteert in het album III. Het blijkt voor Dann Huff echter onmogelijk om zich full-time te richten op Giant. In overleg met Dann besluiten broer David en Brignardello met Giant door te willen gaan. Na een lange zoektocht vinden ze in zanger Terry Brock (Strangeways) de juiste vervanger voor Dann en wordt John Roth (Winger) de nieuwe gitarist. Dan Huff blijft echter wel zeer betrokken bij de band want een groot deel van de songs op dit nieuwe album zijn mede afkomstig van hem. Ook speelt hij lead gitaar op diverse tracks.

De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen, ze kunnen jammer genoeg de prestatie van de eerste twee cd's niet geheel evenaren. Het goede gitaarspel van Roth en de prima solo’s van Huff tillen de songs niet alle nummers naar een hoger niveau.  Opmerkelijk is ook de prestatie van Brock. Een geweldige zanger die vreemd genoeg op dit album totaal niet de indruk maakt, zoals op zijn voorgaande projecten. Songs als Believer, Promise land, Never surrender, Prisoner of love, Through my eyes en I’ll wait for you zijn de beste nummers van dit album. Als je Brock in volle glorie wil horen luister dan maar eens naar het album Nowhere land van gitarist Mike Slamer uit 2006. Een wereld van verschil.


Aspera - Ripples 

Jaar van Release: 2010  
Label: InsideOutMusic

Het uit Noorwegen afkomstige Aspera is een nieuwe band in het melodieuze prog rock wereldje. En afgaande op hun debuutalbum Ripples kunnen we met recht spreken van een aanwinst. Aspera is niet alleen een nieuwe band maar ook een zeer jonge band. De gemiddelde leeftijd is amper 20 jaar! Aan de sound is het echter niet te horen want de band klinkt zeer volwassen en lijkt nu al een eigen geluid te hebben.

Natuurlijk zijn er veel invloeden te horen van andere bands uit het genre (o.a. Dream Theater, Threshold) maar al die invloeden zijn keurig samen gekneed tot een mooi geheel waarin ook de eigen inbreng van de band prima tot uiting komt. Tevens zit er veel afwisseling in de songs. Het ene moment zijn ze melodieus en catchy en daarna weer heavy en aggressief. In dit genre is het altijd moeilijk om de luisteraar van begin tot eind te kunnen boeien maar de “jochies” van Aspera zijn daar goed in geslaagd.

Het album begint al direct met een van de hoogtepunten in de vorm van het titelnummer. Vooral het refrein is van kippevel niveau. Maar ook Do I dare?, Between black & white (met ruim 8 minuten het langste nummer), Traces inside (geweldige gitaarsolo) en afsluiter The purpose zijn stuk voor stuk klasse nummers. Maar eigenlijk doe ik de andere songs daarmee tekort want er staat geen slecht nummer op Ripples.

Een sterk punt van Aspera is de eenheid als band. Er is geen sprake van egotripperij in de vorm van lange gitaarsolo’s of allerlei technische hoogstandjes. De songs staan centraal op dit album en daarin zijn ze prima geslaagd. Het is te hopen dat het niet bij dit album blijft want Aspera is een band met potentie waar we in de toekomst nog veel plezier aan kunnen beleven. Een uitstekend debuut! 


Savatage-Still The Orchestra Plays (Greatest Hits vol.1 & 2)

Jaar van Release: 2010
Label: Edel Company

Het is zover! Na wat halve verzamelaars en live opnamen, is er na bijna dertig jaar eindelijk een compleet overzicht verschenen van de Amerikaanse heavy metal formatie Savatage. Hun rijke historie is sinds deze maand te verkrijgen als dubbel cd. Op Still The Orchestra Plays (Greatest Hits vol.1 & 2) staan maar liefst 23 klassiekers uit het oeuvre van deze inmiddels legendarische band uit Florida.

Savatage werd eind jaren '70 opgericht door de broers Jon en Criss Oliva. De band heette toen nog Avatar, maar omdat er destijds al een band bestond met die naam, werd het debuutalbum 'Sirens' uit 1983 onder de nieuw verkozen naam uitgebracht. Aan het leven van gitaarvirtuoos Criss werd in 1993 abrupt een einde gemaakt door een dronken automobilist. Onder meer Alex Skolnick (o.a. Testament) en inmiddels Al Pitrelli (o.a. Alice Cooper) werden zijn opvolgers. De band had toen reeds zanger Zachary Stevens in dienst genomen. Dit had te maken met het feit dat Jon zich wat op de achtergrond had begeven en zich voornamelijk met de songwriting was gaan bezighouden. Rond die tijd werden de albums ook progressiever en werden de conceptalbums vervangen door ware rockopera's, zoals 'Streets' uit 1991. Deze verandering werd Jon door de fans van het eerste uur niet altijd in dank afgenomen, maar er werd tegelijkertijd ook weer nieuw publiek aangeboord. Jon ging zijn drang naar het bombastische uiteindelijk onder meer verwerken in projecten van producer Paul O'Neill onder de naam Trans-Siberian Orchestra, waarop ook andere leden van Savatage te horen zijn. Na het laatste studio album van Savatage 'Poets and Madmen' uit 2001, ging Jon verder met Jon Oliva's Pain, en bestaat er een groot vermoeden onder fans dat die band de blijvende voortzetting is van Savatage. Dit werd onlangs weer bevestigd, toen de andere leden en ex-zanger Stevens bekend maakten om met leden van Metal Church de nieuwe band Machines Of Grace te beginnen.

Over de kwaliteiten van de band valt weinig te discussiëren, over de samenstelling van deze verzamelaar wellicht wel. Het is duidelijk dat het ongetwijfeld met rechten van verschillende platenmaatschappijen heeft te maken. Zo zijn de eerste twee, met heerlijke speedmetalriffs overgoten, albums onderbelicht, behalve de song 'Out On The Streets', maar dat is een latere akoestische versie. Verder vind je ook geen nummers terug van 'Fight For The Rock' uit 1986. De verder chronologisch opgebouwde verzamelaar vangt aan met de titeltracks van twee fameuze albums, 'Power Of The Night' (1985) en 'Hall Of The Mountain King (1987), gevolgd door '24 Hours' en 'Legions', eveneens twee sterke tracks van het laatst genoemde album.

Na drie heerlijke songs van het album 'Gutter Ballet' volgen er evenveel van 'Streets'. Bij die laatste drie, opmerkelijk genoeg, geen 'Jesus Saves' en 'Agony and Ecstasy', nummers die wel voor eerdere verzamel/live albums werden gekozen. Gelukkig horen we wel 'Chance' van 'Handful of Rain'. Dat nummer laat goed horen dat de band rond die periode met meerstemmige zang experimenteerden à la Queen in de jaren '70. Wanneer ook de tweede cd het einde nadert, komen met name de epossen van de laatste studioalbums voorbij, zoals het ruim tien minuten durende 'Morphine Child'. Die laatste nummers geven duidelijk aan dat de band de hard rock en speedmetal van weleer reeds lange tijd achter zich heeft gelaten, en gekwalificeerd moet worden binnen de progressieve en symfonische metal.

Tot slot nog iets extra's, namelijk drie akoestische songs die nog niet eerder werden uitgebracht. Die zijn best aardig, maar de echte fan zal waarschijnlijk proberen de limited edition in de wacht te slepen. Daar zit een dvd bij, waarop de beelden van de eerder op cd en video verschenen 'Japan Live' uit 1994 eindelijk digitaal te zien zijn.

Hoewel niet een geheel compleet overzicht van hun werk, en soms wat opmerkelijke keuzes, laat deze verzamel-cd wel goed horen welke klasse de muzikanten bezitten, en hoe goed de songs in elkaar steken. Het blijven stuk voor stuk geweldige nummers, zeer technisch en zonder oeverloos gepiel. De muziek van Savatage blijkt vooral tijdloos te zijn, vaak het handelsmerk van goede muziek. 

 


Silent Call - Greed
Jaar van Release: 2010  
Label: Escape Music

 Silent Call is nog een groentje. De Zweedse band bracht eerder Creations form a Chosen Path uit, een niet onbehoorlijk album waar de band een pot melodieuze metal voorziet van een fikse prog-injectie. Op het kersverse Greed weten de heren zich met gemak te overtreffen.

Greed is zo’n plaat waar in de basis alles aan klopt. Een zanger die zich raad weet en zich niet overdreven de hoogte in forceert (zoals een James LaBrie dat bijvoorbeeld nog wel eens wil doen) en gewoon een prettig stemgeluid heeft, een adequate ritmesectie en een gitarist die van wanten weet en zich niet verliest in ellenlange solo’s. Tel daarbij op dat de band redelijk compacte songs weet te schrijven die bij meerdere luisterbeurten zeker blijven hangen en je hebt een prima band te pakken. Ook bij de twee langere tracks Dream Tomorrow en Falling From Grace weet de band zonder enig probleem te blijven boeien met hun als een kruisbestuiving van Dream Theater en Fates Warning klinkende muziek en daarmee is Greed van de vlotte opener Every Day tot de slotakkoorden van het mooie Clavain’ Tale zonder uitzondering ijzersterk.

De liefhebber van melodieuze, licht progressieve metal doen er goed aan deze Zweedse band eens aan een luisterbeurt te onderwerpen. Greed is een uitstekende tweede plaat geworden en als de heren op deze voet verder gaan hebben we er met een aantal jaren een grootheid in het genre bij. Zeer warm aanbevolen! 


Overland - Diamond Dealer

Jaar van Release: 2009  
Label: Escape Music

Steve Overland is in mijn beleving al sinds jaar en dag de beste melodieuze rock zanger uit het Verenigd Koninkrijk. Dat begon al in de begin jaren tachtig, toen hij actief was in de band Wildlife, maar Steve is natuurlijk het meest bekend geworden door het fantastische materiaal wat hij met FM heeft opgenomen. Nadat FM ophield te bestaan is Steve betrokken geweest bij een aantal verschillende inititiatieven. Zo werkt hij samen met Heartland-gitarist Steve Morris in Shadowman (met wie hij reeds drie album heeft ingeblikt), heeft hij een tweetal platen uitgebracht met The Ladder en is hij ook nog actief in Overland, zijn solo-project.
Steve’s eerste solo-album ‘Break Away’ was niet echt een A.O.R.-album te noemen, maar dat is deze ‘Diamond Dealer’ zeker wel! Voor deze tweede solo-plaat werd Steve gekoppeld aan gitarist Tor Talle en gezamenlijk hebben ze gedurende zo’n twaalf maanden gewerkt aan de twaalf nummers die je op dit album aantreft. Als je ‘Diamond Dealer’ zo eens beluisterd, wordt het meteen duidelijk dat dit duo elkaar perfect aanvoelt, want de neergepende nummers zijn gewoonweg schitterend. Natuurlijk is dat grotendeels te danken aan de fantastische zang van meneer Overland zelf, maar ook beide gitaristen Martin Kronlund (die ook verantwoordelijk was voor het kristalheldere geluid van de CD) en de reeds eerder genoemde Tor Talle krijgen ruimschoot de gelegenheid om hun kunnen te etaleren in de zeer pakkende songs.
Echt alle twaalf songs zijn het beluisteren meer dan waard, maar als ik dan toch mijn favorieten van ‘Diamond Dealer’ moet benoemen zijn dat ‘You Lift Me Up’, het zeer fraai opgebouwde ‘Brave New World’, het stevige ‘Rise’, de ballad ‘Hearts Don’t Lie’ en ‘Bring Me Water’, maar het gehele album straalt gewoon kwaliteit en professionaliteit uit. Steve Overland wordt vaak genoemd als de zanger met de meeste passie in zijn stem en dat statement wordt op ‘Diamond Dealer’ alleen maar bevestigd!


Spin Gallery - Embrace

Jaar van Release: 2009  
Label: InsideOutMusic

Spin Gallery is het geestes kind van singer/songwriter Kristoffer Lagerstrom en kwam met haar debuut album 'Standing Tall' in 2004. Overigens een heel mooi debuut, drie vocalisten werden gebruikt.  Bovendien was Tommy Denander niet alleen verantwoordelijk voor de productie, maar was hij ook actief als bas gitarist, toetsenist en gitarist. De muziek van Spin Gallery werd gezien als een mix van Mr. Mister, Toto en Giant, waar de link naar de eerste genoemde band waarschijnlijk werd versterkt door het feit dat Mr. Mister zanger Richard Page het lied 'Waiting In mijn dromen' had geschreven.

Spin Gallery bestaat in 2009 uit  het duo Tommy Denander en Kristoffer Lagerstrom en met de hulp van enkele bekende namen in de muziek wereld, werd het tweede album 'Embrace' werd opgenomen. De CD bevat een dozijn goede composities, die echter niet zeer heavy zijn. Spin Gallery is, dan ook meer te vinden in de pop rock genre dan in de melodische hard rock genre.  De mierzoet vocals van Kristoffer Lagerstrom zijn natuurlijk erg goed en de duetten die hij doet met Dan Reed (op 'You Do The Things You Do') en Robin Beck (op "Just A moment ary waarom") zijn zeer de moeite waard.

Zoals gezegd zijn de songs gewoon geweldig (met name titel nummer 'Embrace', de reeds genoemde "Just A moment ary why', Blood in my Veins" en afsluit ende track"The End"). Met weinig verrassingen is dit een solide Westcoast/AOR album geworden. 


Heaven and Hell - The Devil You Know

Jaar van release: 2009
Label: Roadrunner Records

 Het vierde studio album van Dio, Iommi en Butler en het derde met Vinny Appice erbij, komt uit onder de naam Heaven and Hell, naar het eerste album dat Black Sabbath met Dio opnam. Om verder geen verwarring met het ook nog bij tijd en wijle met Ozzy Osbourne actieve metal instituut te creëren )en om gezeur met Frau Osbourne te voorkomen) koos men een paar jaar geleden deze vlag te voeren. In eerste instantie was een nieuw album niet in de planning maar na het grote succes van de verzamelaar ‘The Dio Years’, ‘Live In Radio City Music Hall’ op CD en DVD en ‘The Rules Of Hell’ (box set) zou het simpelweg stom zijn om niet door te gaan. De metal wereld heeft nog steeds deze bands nodig dus. Als baken, als vaandeldragers. Zolang de heren in goede gezondheid verkeren kúnnen ze ook nog gewoon goed mee.
En aan creativiteit ontbreekt het zeker niet getuige dat nieuwe album ‘The Devil You Know’. Loodzwaar en gezegend met een massief en kolossaal geluid trekken tien nummers aan je voorbij en hoewel niet al het materiaal even sterk is mogen we hier toch wel degelijk spreken van een geslaagde comeback. Luister eens naar ‘Atom And Evil’, het spannende ‘Bible Black’ en de up tempo stampers ‘Eating The Cannibals’ en ‘Neverwhere’. Ronnie James Dio in topvorm, Geezer Butler met zijn loden bastapijt, Vinny Appice beukende drums maar bovenal de meester zelf; Tony Iommi… zijn riffs klonken nooit eerder zó godvergeten heavy in een album produktie. Die muur van geluid die zich opricht, bijna ontroerend hoe hij elke keer maar weer de ene riff na de andere door zijn zes snaren stuurt. Adel verplicht mensen, al heeft ‘The Devil You Know’ misschien even tijd nodig vanwege een in mijn ogen en oren onhandige nummervolgorde (de wat snellere nummer staan wat verder weg), toch schijnt al snel de ware hand van de meester door. Zeer benieuwd wat er de komende maanden op de verschillende festivals te genieten is tijdens de Heaven And Hell optredens.
 


Dream Theater - Black Clouds and Silver Linings

Jaar van release: 2009
Label: Roadrunner Records

Na Systematic Chaos uit 2007 is Black Clouds and Silver Linings het tiende studioalbum van de Amerikaanse progressieve metalband die eigenlijk al geen introductie meer behoeft. Zes nieuwe nummers, waarvan twee onder de tien minuten, brengen zij ons met deze nieuwste schijf. Letterlijk een achtbaan van muziek en emoties, want buiten de muzikale capriolen die zij ook op dit nieuwe album weer uithalen, staat het bomvol teksten met een behoorlijk persoonlijk lading.Uiteraard opent het allemaal weer groots en bombastisch met A Nightmare to Remember. Direct doet het denken aan het dubbelalbum Six Degrees of Inner Turbulence en dat gevoel wordt alleen maar sterker naarmate Black Clouds and Silver Linings vordert. Het is een mooi gebalanceerd geheel waarbij de ruwe metalmomenten mooi worden afgewisseld met wat lichter progressief werk met een duidelijke symfonische inslag. De diverse nummers lijken minder in elkaar over te lopen dan bij eerdere albums het geval was. Elke song is eerder een op zichzelf staande miniatuur met een duidelijk begin en eind. Na het epische A Nightmare to Remember volgt bijvoorbeeld A Rite of Passage wat compleet anders is van klankkleur dan zijn voorganger met snoeiharde metalriffs en een groovy bass.

Het meest emotionele moment op dit album is tekstueel ongetwijfeld The Best of Times wat handelt over het verlies van Portnoy’s vader. De song zit geweldig in elkaar met een mini-overtüre, een spetterende opening en vervolgens een ijzersterk thema, helaas verwordt deze geweldige song naar het einde toe net een beetje te zoet met een flink uitgerekte gitaarsolo rondom het hoofdthema.

Afgesloten wordt er met het twintig minuten durende The Count of Tuscany wat weer een typisch nummer is waarin alle registers worden opengetrokken voor de virtuoze kunsten van elk van deze topmusici. Interessant is het sterke jaren zeventig symfonische rock karakter van deze afsluiter, maar meer nog een prachtige afsluitende melancholieke melodie die gedragen wordt door de stem van James LaBrie. Over zijn stem is altijd veel te doen geweest, en live heb ik hem er ook nog wel eens naast horen zitten, maar in de laatste vijf minuten van The Count of Tuscany weet hij perfectie aardig goed te benaderen.

Het nieuwste album van Dream Theater is weer een juweeltje, maar klinkt aan de andere kant ook extreem bekend in de oren. Het is een beproefd recept waar zes nieuwe creaties uit zijn voortgevloeid. Muzikale avonturen waar fans ongetwijfeld weer even mee vooruit kunnen. Stiekem dus niets nieuws onder de zon op dit Black Clouds and Silver Linings, maar wel weer ongelooflijk lekker. 


Chickenfoot - Chickenfoot
Jaar van Release: 2009
Label: Ear Music

Wat hebben kippenpootjes, zeer hete chilipepers en vier gelouterde rocksterren met elkaar te maken? Op het eerste gezicht weinig, maar in dit specifieke geval alles. Chickenfoot is nieuwe band bestaande uit niemand minder dan twee oud-leden van Van Halen, namelijk zanger Sammy Hagar en Micheal Anthony op bas, aangevuld met Chad Smith (Red Hot Chilli Peppers, Glenn Hughes) en gitaarvirtuoos Joe Satriani. De groep is ontstaan vanuit de gedachte om heerlijke pot onvervalste hardrock te maken zonder al te veel pretenties. Naar verluid hadden de heren erg veel lol tijdens de opnames. De vrucht van deze samenwerking draagt dezelfde naam als de band.

De heren kippenpootjes leveren met het gelijknamige album een prima visitekaartje af. Er komt pakweg zo'n dertig jaar aan rockhistorie voorbij verpakt in elf zeer pakkende nummers. Nou zou je verwachten dat Chickenfoot een oubollige nostalgietrip is naar de hoogtijdagen van Monstrose (70'er jaren) van Van Halen (jaren '80), maar dankzij het smaakvolle gitaarwerk van Joe Satriani en de moderne productie klinkt het verrassend actueel. De maestro speelt voornamelijk in dienst van de nummers, maar op de momenten dat hij los gaat weet je waarom hij één van de beste gitaristen ter wereld is. Ook de overige leden zijn in prima vorm. Ondanks de vele jaren dat Sammy Hagar actief is als zanger heeft zijn stem nog niets aan kracht ingeboet. Ook de ritmesectie, bestaande uit Chad Smit op drums en Micheal Anthony op bas, levert een solide en bij vlagen verrassend funky fundering af. Tekstueel heeft het allemaal weinig om het lijf, maar dat past ook prima bij dit soort pretentieloze hardrock. Luistertips: Soap On A Rope, Sexy Little Thing, Oh Yeah, Down The Drain en My Kinda Girl.

Hagar en co. hebben met Chickenfoot een smeuïge plaat vol met klassieke hardrock afgeleverd, zonder daarbij een seconde oubollig te klinken. Dit is de ideale soundtrack voor de zomer. Deze samenwerking smaakt naar meer, veel meer! 


Delain - April Rain 

Jaar van release: 2009
Label: Roadrunner Records

 Nou, daar is ie dan, de belangrijke tweede plaat. ‘Lucidity’ schopte het tot nr. 1 in mijn jaarlijst van 2006 dus u begrijpt, beste lezer, dat ik meer dan benieuwd was naar Delains’ tweede. Deze keer geheel als bestaand collectief opgenomen, de band zoals die al veel heeft opgetreden dus en dat heeft zeker een positieve invloed gehad.
Vanaf het eerste nummer en de eerste minuut zelfs hoorde ik al dat het geluid van Delain behouden is gebleven. Men is niet terug gevallen naar de middenmoot van onderling inwisselbare bands. Nee, ‘April Rain’ maakt meteen indruk met het gelijknamige nummer dat na een mooi intro er lekker inbeukt. Doorspekt met een volle en bombastische sound maken de vier mannen en hun dame duidelijk dat Delain voor 100% een band is geworden die, logisch gezien Martijn Westerholts’ achtergrond, in het kielzog van Within Temptation nog grote dingen gaat meemaken. De algehele sound is wat directer en harder geworden en daardoor vallen de rustigere en melodieuzere nummers beter op. Charlotte Wessels’ stem lijkt zekerder geworden, de vrijheid die ze nu kreeg heeft ze met beide handen aangepakt en gelukkig is ze niet gezwicht voor opera-achtige zang zoals er al veel genre genoten dat doen. De gasten zijn er nog maar een paar; van Nightwish mocht Marko Hietala nog wel op twee nummers meedoen en op cello strijkt Maria Ahn van het Ahn Trio op wat nummers mee voor wat meer ‘echte’ sfeer. En zo maakt Delain de belofte van 2006 meer dan waar. Mijn voorlopige favoriete nummers: ‘April Rain’, ‘Virtue And Vice’(met gitarist Ronald Landa als George Oosthoek sound a like, héél goed!) en ‘Start Swimming’ (met wat Led Zeppelin invloeden). En nu hup, weer het podium op!


Green Day- 21st Century Breakdown

Jaar van release: 2009
Label: Warner

Green Day werd in 2004 door critici en publiek naar voren geschoven als een van de meest urgente rockbands van het moment. Wat wil je ook, na een verpletterende cd als American Idiot, die een brug sloeg tussen alternatieve punkrock en poprock? Je zult maar moeten voortborduren op dat succes; veel bands zouden bij het idee alleen al in hun schulp kruipen. Green Day niet, die groep legt de lat gewoon wat hoger en komt met een ambitieus conceptalbum, dat uit drie verschillende delen bestaat en achttien songs behelst. Als vanouds trekt de band weer flink van leer tegen manipulatie door geloof, politiek, media; eigenlijk alle soorten autoriteit. Tot zover niets nieuws onder de zon, maar Green Day bewijst maar weer dat het koning is in het schrijven van prettige punkrocksongs, die stuk voor stuk hitpotentie hebben. Deze liedjes gaan we veel op de radio horen. 



Porcupine Tree - The Incident

Jaar van release:  2009
Label: Roadrunner Records

  Wat valt er nog te vertellen over Porcupine Tree? Misschien dat de band één van de beste progressieve rockgroepen ooit is? Wellicht dat mastermind Steven Wilson een waar excentriek genie is? Of toch dat de band zich van degelijke Pink Floyd kloon heeft ontwikkeld naar een relevante progparel? Ik kan heel wat superlatieven en kunstige omschrijvingen aanslepen om de prachtige muziek van deze mannen te beschrijven. Dergelijke woorden zijn echter pure tijdsverspilling, zowel voor mij als voor iedere lezer van deze recensie. Waarom? Het antwoord is simpel, de Britten hebben zichzelf namelijk wederom overtroffen.

The Incident is een dubbelalbum waar de emotie, progressie en grandeur vanaf spat. De plaat is opgebouwd rond een zorgvuldige thematiek, waarin weemoed en nostalgie een belangrijke rol spelen. Vanaf noot één is het genieten geblazen met het majestueuze titelnummer, dat maar liefst vijfenvijftig minuten in beslag neemt. Deze monstertrack is opgedeeld in veertien hoofdstukken, om het de luisteraar iets eenvoudiger te maken. Het is echter een doodzonde om dan maar fragmenten eruit te pikken, want dit nummer moet je gewoon volledig ervaren in alle kolossale grootsheid. Wil je het melodieus en gevoelig, of liever hard en rauw? De toon wordt al gelijk gezet in het prachtige The Blind House, of wat te denken van het mooi gearrangeerde Time Flies. Het ene moment razen verbazend stevige riffs uit de speakers en het volgende moment zingt Wilson met minimale ondersteuning de sterren van de hemel. Het materiaal doet vooral sterk denken aan Deadwing en In Absentia, albums waarop de balans tussen melancholisch en stevig ook perfect was.

De band schenkt ons op het tweede cdtje nog een paar nummers die echter geen van allen kunnen tippen aan het bakbeest op de eerste cd. Natuurlijk is het Blackfield-achtige Black Dahlia prachtig en ook het robuuste Remember Me Lover zal weinig fans teleurstellen, maar de kracht van deze plaat schuilt werkelijk in het magistrale titelnummer. Is er dan helemaal niets negatiefs te melden naast deze lofrede? Recensenten horen toch kritisch te zijn? Ik heb het met alle macht geprobeerd, maar de prachtige progressieve muziek op dit album is zo waanzinnig goed gecomponeerd en uitgevoerd, dat ik mijn vingers daar helemaal niet aan wil branden. Klik nu voor één keer in je leven deze website weg en ga als de sodemieter naar de platenboer, want elke minuut dat je The Incident niet in huis hebt is er één teveel. 


Mind Key - Pulse For A Graveheart

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers

Mind Key gaat op hun nieuwe album met flinke vaart van start in het eerste nummer "Sunset Highway", en laat daarin meteen horen waar ze voor staan, neigt naar de begin jaren negentig geluid van Dream Theater. En dat is niets meer en niets minder dan krachtige nummers met een progressieve toets met het gevoel van de hoogtijdagen van de Amerikaanse stadionrock. De nieuwe zanger heeft een ontzettend krachtige strot die liefhebbers van Jorn Lande zeker zal kunnen bekoren, dit is een enorme vooruitgang. Het tweede nummer "The Seventh Seal" is een mix van progressief en AOR. Met "Citizen Of Greed" trekt men weer stevig van leer. "Crusted Memories" begint met een piano intro, maar wordt snel bijgestaan door stevig bas en drumwerk, een geweldige semi ballad. Met "Dead Fame Hunter" nemen ze wat gas terug, hoewel de basdrum anders doet vermoeden. "Ventotene" is een instrumentaal niemendalletje, hadden ze wat mij betreft kunnen weglaten. Het nummer "Graveheart" sluit qua muziek weer aan bij het openingsnummer, maar net iets minder sterk. Het achtste nummer "Eye Of A Stranger" ligt in het verlengde van zijn voorganger, maar met meer tempowisselingen. Het iets meer dan 9 minuten tellende "Now Until Forever" begint met een piano intro, dat langzaam overloopt in een gitaaroverture, na een kleine 2 minuten wordt het tempo op gevoerd, maar zodra de zang invalt wordt het tempo weer wat gedrukt, het nummer biedt genoeg variatie om niet te vervelen. Wanneer we echter bij het laatste nummer aankomen, dat een  zoete ballade is, blijkt zijn stem minder geschikt voor het softere werk maar met de flinke rasp die erin zit echt vraagt om rockend werk. Gelukkig wordt het wat goed gemaakt met een smaakvolle toevoeging van goed gearrangeerde strijkers.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor de hele plaat: de band wil graag teruggrijpen naar een bepaalde stijl hardrock die uitblonk in formulewerk, en dat heeft zijn effect op de nummers. Gelukkig weten ze er de nodige progressieve ingrediënten doorheen te gooien waardoor de nummers genoeg vermaak te bieden hebben. Een nadeel van al deze ingrediënten is dan weer wel dat het regelmatig uitmondt in een nogal drukke productie. Een beetje meer ademruimte zou soms geen kwaad kunnen (de kunst van het weglaten). Wat niet onvermeld mag blijven is dat er ook drie gastmuzikanten voorbij komen in de vorm van Derek Sherinian die een toetsensolo toevoegt, Tom Englund van die een duet aangaat met de zanger, en Reb Beach die een nummer voorziet van extra gitaarvuurwerk. Vooral de bijdrage van Reb Beach mag er zijn en tilt het betreffende nummer naar een heel ander niveau, niet in de laatste plaats doordat dit nummer nu juist wel meer ademruimte biedt.



Daughtry – Leave This Town

Jaar van release: 2009
Label: 
RCA Records

Het tweede album van de band, Leave This Town, werd uitgebracht in juli 2009. Het album kwam binnen op #1 in de 'Billboard 200'-hitlijst. Dit maakte het dus dat hun tweede album ook meteen hun tweede #1 album was in de Verenigde Staten. Er zijn ongeveer 1,5 miljoen exemplaren van dat album over de toonbank gegaan. En ook dit album werd platinum. De eerste single van het album, ''No Surprise'', werd Daughtry's vijfde top-20 hit in de 'Billboard Hot 100'. Chris Daughtry heeft het goed gedaan na Idols. De man die als vierde is geëindigd bij de 5e editie van American Idol breekt net als andere Idols Kelly Clarkson, Jordin Sparks, en David Cook, ook buiten Amerika door. Na een goede maar enigszins overgeproduceerde eerste cd die self-titled was, is het nu tijd om een nieuw pad in te slaan. Daughtry is ruiger, harder en heeft er zin in. Hoe klinkt zijn nieuwste plaat Leave This Town?
You Don’t Belong is het eerste nummer op dit twaalfnummerig album. Meteen is de toon gezet met een mysterieus gitaarloopje, gevolgd door een fade-in van een pittige drum. Als het hoogtepunt van dit is bereikt knalt het goed. Zowel de verzen als de refreinen klinken zeer goed en zijn verre van een straf om naar te luisteren. Waar dit ook het geval is, is Open Your Eyes. Zachte gitaren in de verzen, lekker ruig in de refreinen, waar zelfs een elektrisch orgel in te horen is. De uithalen aan het einde van de refreinen zijn zeer verslavend; je gaat ze na verloop van tijd ook meebrullen. Een ander zeer goede track op dit album is het kleine pareltje Life After You. Rustige intro, aangename Daughtry-vocalen en een sfeer die heerlijk voelt. Hoewel het begin tamelijk rustig is, breken de gitaren met enige distortion in het refrein los. Niet op een ‘gewelddadige’ wijze, maar nog steeds op een prettige en aangename manier, zoals het ook in de rest van het nummer past. Qua tekst en instrumentalen is dit toch een van de nummers die je na het beluisteren van het hele album nog een keer aanzet.
Alle twaalf de nummers hebben lekker veel pit, waardoor je niet zo snel indut. Maar toch zitten er nummers bij die niet allemaal even goed zijn. Learn My Lesson mist de snelheid die op andere nummers wel zo goed is aangehouden. Het kan allemaal net iets vlugger dan wat je nu voorgeschoteld krijgt. Ook het nummer Call Your Name is een track net iets buiten de gehele toon van de plaat valt. Er is, naast dat er gewoon geen pit of opbouw in het nummer zit, weinig verband met de rest van het album. 
Waar kun je Daughtry mee vergelijken? Dit is toch een van de vragen die je je afvraagt tijdens het beluisteren van het album. Er zijn aardig wat verbanden te leggen met de bekende bands die op de Amerikaanse rocklijsten staan. Denk aan bijvoorbeeld Nickelback en Live. De vergelijking met Nickelback blijkt achteraf nog helemaal niet zo vreemd te zijn. Frontman Chad Kroeger heeft bij het tweede en vierde nummer van Daughtrys album zelfs meegeholpen met schrijven. In een bepaald licht lijkt Daughtry dus meer een dertien-in-een-dozijn artiest dan een vernieuwing, maar niets is minder waar. Wat Daughtry toch anders maakt dan andere artiesten in de lijst is dat hij wel met rock komt in plaats van gare poprock. Weliswaar klinkt het een beetje poppy, maar dat zijn mogelijk enige nasputteringen van Idols. De kans kan bestaan dat we Daughtry ooit nog ruiger gaan horen. Hij gaf zelf ooit al eens aan dat hij veel naar Creed heeft geluisterd, een van zijn idoolbands. Mocht Daughtry ooit meer gaan lijken op de stem van Chris Stapp (zanger van Creed), dan kunnen we nog zeer veel verwachten.
De stem van Daughtry is zeer fijn om naar te luisteren. Het is een ware verademing om een winnaar van een zangshow eens goed te horen zingen. Waar wij het moeten doen met onder andere Popstarswinaars RED!, Raffaëla Paton, Lisa en nog vele namen die na een tijd weer verdwijnen (behalve de talentvolle Boris), houdt Daughtry als Amerikaanse winnaar een poot tussen de deur van vergetelheid. Waarom? Zijn stem is sterk, de band die Daughtry om zich heen heeft klinkt strak en niet te vergeten; hij heeft de ‘spunk’ die Jim bijvoorbeeld mist. Hij is een blijvertje in de muziekscène. Gelukkig maar.


Shadow Gallery - Digital Ghosts

Jaar van release: 2009
Label: InsideOut Music

Het verhaal van Shadow Gallery is bekend. De progressievemetalband verloor vorig jaar plotseling zanger Mike Baker door een hartaanval. Zoiets is natuurlijk ontzettend tragisch voor familie, vrienden en bandleden, maar ook voor het geluid van de groep, want Baker drukte met zijn doorleefde stem lange tijd een flinke stempel op de muziek. Ik heb me dan ook afgevraagd of het verstandig was voor Shadow Gallery om onder deze naam door te gaan, maar achteraf gezien blijkt die keuze absoluut de juiste te zijn.

Digital Ghosts is namelijk één van de sterkste platen die de Amerikaanse band tot nu toe uitbracht. De tragiek van het verlies druipt er vanaf, maar men is niet bij de pakken neer gaan zitten. Mastermind Gary Wehrkamp en de overige leden verdienen daarvoor veel respect, maar een groot deel van dat respect gaat ook naar nieuwe zanger Brian Ashland. Het is onmogelijk om Baker te vervangen, dus is er voor verandering gekozen. Ashland neigt met zijn loepzuivere strot meer naar de klassieke US prog/power metalzangers als Geoff Tate (Queensrÿche) en Ray Alder (Fates Warning) en hij voegt daar nog een flinke dosis eigen personality aan toe. Alsof zijn glansrol al niet genoeg is duikt in het schitterende Strong ook nog de stem van Ralf Scheepers (Primal Fear) op. Aan vocale afwisseling is zeker geen gebrek.

De nieuwe cd is vooral een stuk zwaarder beladen dan Room V en haast vanzelfsprekend is er gekozen voor een vrij donkere toonzetting. Dat betekent niet dat er enkel getreurd wordt, want hoewel een kraker als Pain zeer duister gekleurd is, duiken er in een compositie als With Honor ook lichtpuntjes op. Deze opener behoort gelijk tot de hoogtepunten van het album, vanwege de sublieme wisselwerking tussen zwartgallige gitaarriffs en progressieve structuren die meer atmosferisch van aard zijn. Shadow Gallery heeft nog altijd de gave om complexe nummers toch vrij toegankelijke te laten klinken door te spelen met wonderschone melodielijnen en pakkende zangpartijen. Muzikaal gezien valt er geen speld tussen te krijgen en het is alsof Mike de bandleden tijdens de opnames heeft aangespoord om tot nog grotere hoogten te stijgen.

De prachtige productie, het stemmige artwork en de schitterende melodieën; al deze elementen zorgen ervoor dat Digital Ghosts een plaat is die je als liefhebber van progressieve rock en metal gewoon niet kunt negeren. Het vakmanschap is groots en de emotionele lading is nog zoveel grootser. Met recht één van de sterkste albums van dit jaar en absoluut een schitterend eerbetoon aan de veel te vroeg gestorven zanger. 


Redemption - Snowfall On Judgment Day

Jaar van release: 2009
Label: InsideOut Music

Godzijdank hebben we Redemption nog!Zo luidde mijn eerste uitspraak nadat ik de nieuwe cd van deze Amerikanen voor het eerst had beluisterd. Zolang Fates Warning niet al teveel doet (hoewel ze nu weer plannen hebben voor een nieuwe cd) kunnen we in ieder geval via deze weg nog genieten van Ray Alder. En hoe! Net toen ik dacht dat ik met de nieuwe schijf van Porcupine Tree wel de cd van het jaar in handen had, krijg ik dit op mijn bordje. Het spijt me, Steven Wilson en trawanten, maar Snowfall On Judgment Day is de onbetwiste cd van het jaar voor mij.

Redemption was natuurlijk altijd al zeer bedreven in het maken van progressieve metal (met wat traditionele power metalinvloeden), maar de band heeft al het eerdere werk zojuist driedubbeldik overtroffen met dit meesterwerk. De cd is werkelijk niet uit mijn stereo te krijgen, zo ongelofelijk goed is deze plaat. De band doet namelijk wél wat Dream Theater niet doet en dat is een enorme lading emotie in de muziek stoppen. Deze band klinkt niet alsof men dagelijks naar het werk gaat en de heren proberen al helemaal niet hun nummers zo vol mogelijk te proppen. De prachtige open productie zegt wat dat betreft genoeg, want elk detail is glashelder te horen. De bandleden verkiezen het liedje boven de mathematiek en dat leidt tot tien briljante composities. Zeer avontuurlijke en progressief aangeklede nummers waarmee iedere luisteraar zich ook na duizend draaibeurten niet zal vervelen.

Het avontuur begint al bij de magnifieke opener. Peel is een nummer dat van alle kanten klopt. De riffs zijn moddervet, de zang is hemels en de gitaar- en toetsensolo's zijn van een ongekend hoog niveau. Schitterend is de wijze waarop Alder zijn karakteristieke stem inzet, want verdorie, wat kan die man toch geweldig zingen. De melodieën zijn vrijwel continu een lust voor het verwende oor en elk woord komt met zoveel passie en gevoel uit zijn strot, dat ik er soms oprecht van kan janken. Het zeer stevige Leviathan Rising is ook al zo'n kraker met werkelijk fenomenaal gitaarwerk van Bernie Versailles en Nick van Dyk. Dat is altijd al wat deze band zo geweldig heeft gemaakt. Aan de ene kant snoepen de mannen lustig van allerlei progressieve en technische foefjes, maar al die muzikale krachtpatserij wordt wel subliem gecombineerd met waanzinnige (power/thrash)riffs en toegankelijke momenten.

Ik kan nog vele pagina's vullen met allerlei redenen waarom deze plaat tot de beste releases van 2009 behoort, maar dat moet elke zichzelf respecterende muziekliefhebber eigenlijk lekker zelf gaan uitvinden. Redemption bewijst in ieder geval tot de absolute top van de progressieve metalsector te behoren. Een heerlijke plaat met enkel uitschieters, daar kunnen veel methodisch ingestelde progbands nog wat van leren. Ik ben dan ook benieuwd of Fates Warning na dit geweld nog een potje kan breken. We gaan het zien. 


Queensrÿche - American Soldier

Jaar van release: 2009
Label: Rhino Entertainment

 Na een paar platen die ver beneden peil waren, en een maar matige opvolger voor wat velen beschouwen als een van de beste conceptalbums ooit, komt Queensrÿche nu met een album vol oorlogsverhalen. Wie nu een album vol lekker agressieve nummers vol dood en verderf verwacht komt bedrogen uit. Het zijn de verhalen van echte soldaten die centraal staan.Muzikaal gezien is het album het beste te vergelijken met Promised Land, en de tragere, deprimerende nummers van de albums erna. Het album ademt een erg donkere, melancholische sfeer uit, doordat de niet al te harde nummers de boventoon voeren. Die sfeer wordt versterkt door de thema's in de nummers. Liefhebbers van vurig gitaarwerk komen helaas niet vaak aan hun trekken, al staan er toch nog wel een paar erg lekkere gitaarsolo's op het album.Gastrollen genoeg op het album, want in bijna elk nummer zijn samples te horen van de gesprekken die frontman Geoff Tate voerde met soldaten. De verhalen die zij vertelden over wat ze meemaakten vormen de onderwerpen van de nummers. In Unafraid, wat toch wel een van de hoogtepunten van het album is, nemen deze samples zelfs de plaats in van de normale coupletten, en komt Tate alleen aan bod in het refrein. Ook Tate's eigen dochter Emily doet mee, in het nummer Home Again. Ze klinkt precies zoals je zou verwachten van een kind van 10, dus verwacht geen nachtegaaltje. Toch heeft het nummer wel zo z'n charme, aangezien het samenspel perfect bij het thema van het nummer past.Het enige probleem dat ik met American Soldier heb is dat het toch net teveel van het goede is. Sommige tracks klinken wat zeikerig in de oren, en Geoff Tate klinkt bekakter dan voorheen, wat soms toch wel wat storend is. De productie is overigens dik in orde. Het geluid is kraakhelder. Al met al is American Soldier toch een erg goed album, al heeft het wellicht wel wat luisterbeurten nodig voordat het kwartje valt.


Vindictiv - Ground Zero

Jaar van release: 2009
Label: Escape

De Vindictiv debuut album van vorig jaar sprak mij ook al aan. Het is  een prachtige mix van melodische hardrock en neo-classical metal en het goede nieuws is dat de follow-up, "Ground Zero", minstens zo indrukwekkend is.
Wat mijn aandacht trok, is dat niet alle elf nummers Göran Edman worden gezongen. Hij neemt er 7 voor zijn rekening en liet de vier anderen voor Mark Boals ("Venom") en Oliver Hartmann ("Reach Out", "I'm Back Home" en "The Sacrifice").  Vooral het gitaarwerk van Stefan Lindholm springt eruit. Het is duidelijk dat hij werd beïnvloed door Yngwie Malmsteen, maar geeft daaraan zijn eigen slag. Ook vermeldenswaardig is het keyboardspel  van Pontus Larsson. Met name de kwaliteit van de (vrij lange) nummers die op het album aanwezig zijn en tevens de totale productie, kan ik alleen maar concluderen dat Vindictiv geen eendagsvlieg is . "Ground Zero" is een uitstekende melodieuze/progressive metal product . Uitschieters op dit album zijn: Groud Zero, Martha's song, Reach out, Back Home en The Sacrifice. Al met al weer een goed Scandinavisch produkt.


W.E.T. – Wet

Jaar van Release: 2009
Label: Frontiers

W.E.T. is een samenwerkingsverband tussen Robert Säll van Work of Art, Erik Martensson van Eclipse en zanger Jeff Scott Soto van Talisman. Soto kennen we natuurlijk niet alleen van Talisman maar ook van zijn solo albums en zijn werk met Axel Rudi Pell en Yngwie Malmsteen. Bij zijn laatste werkgever Journey leek er een gouden toekomst voor hem weggelegd. Helaas liep het voor Soto anders en werd hij op een niet bepaald chique manier ontslagen. Een uitleg voor zijn ontslag heeft hij tot op de dag van vandaag niet gehad.
Met W.E.T. neemt hij in ieder geval revanche met misschien wel zijn beste vocale prestatie tot nu toe. Zijn stem klinkt minder rauw en veel melodieuzer dan voorheen. Dat komt echter ook door de geweldige songs die de samenwerking met Säll en Martensson heeft opgeleverd. Twaalf fantastische melodieuze hardrocksongs van zeer hoog niveau. Bovendien krijgen we op sommige momenten ook een idee hoe Journey geklonken zou hebben met Soto want de gelijkenissen met Journey zijn talrijk. Soms zijn het alleen korte stukjes, zoals de eerste tonen van opener Invincible, en in het geval van afsluiter If I fall zelfs een heel nummer. If I fall klinkt meer als Journey dan Journey zelf, inclusief de gitaarsolo. En aangezien dit nummer misschien wel het hoogtepunt van de cd is, is het ook zeker niet bedoeld als kritiek maar gewoon een constatering.

De overige tien songs die tussen Invincible en If I fall in staan zijn eveneens stuk voor stuk pareltjes. Zo is One love een heerlijk rockende meezinger en één van de meest catchy songs die ik in lange tijd gehoord heb. “Catchy” is eigenlijk de beste beschrijving voor het gehele album want iedere song heeft een geweldig refrein en een aanstekelijke melodie. Draai de volumeknop maar op 10 bij nummers als Brothers in arms, Running from the heartache, I’ll be there, Damage is done, Just go en My everything, en je begrijpt wat ik bedoel. My everything doet me trouwens heel erg aan Bad English denken.

Twee andere hoogtepunten zijn de ballads Come down like rain en One day at a time met Soto op zijn allerbest. Kan me niet herinneren hem ooit zo goed te hebben horen zingen. Onnodig te zeggen dat het album ook geweldig geproduceerd is. De sound staat als een huis. En daarmee is de conclusie heel simpel……..cd van het jaar???


Guilt Machine - On This Perfect Day

Jaar van release: 2009
Label: Mascot Records

Het afgelopen decennium heeft Arjen Lucassen vooral furore gemaakt met zijn symfonische metalproject Ayreon, waarmee hij de nodige albums van internationale klasse op ons heeft los gelaten. Veel van die albums kenmerkten zich door muzikale bombast, rijke composities en een breed scala aan gastmusici. Lucassen heeft echter ook een andere, meer introverte en rustige kant, die minder vaak in zijn muziek naar voren komt. In 2001 kregen we in de vorm van Ambeon al iets van die kant te zien, maar pas met het vorig jaar verschenen On This Perfect Day lijkt het erop dat Lucassen zich écht bloot durft te geven.

Dat doet hij overigens niet onder de vertrouwde noemer van Ayreon (momenteel op een laag pitje), maar met zijn nieuw opgerichte band Guilt Machine. On This Perfect Day is – zeker in vergelijking met alle pracht en praal van Ayreon – een verrassend sober en eenvoudig album geworden, met een donkere en heerlijk psychedelische ondertoon. Niet iedere liefhebber van Ayreon zal hier dus direct mee uit de voeten kunnen. Wie naar muzikale vergelijkingen zoekt, komt namelijk eerder uit bij bands als Pink Floyd en de statige neoprog van I.Q. dan bij Lucassen’s eerdere werk.

Qua kwaliteit doet On This Perfect Day gelukkig nauwelijks onder voor de rest van Lucassen’s oeuvre. De zes lange nummers (het merendeel klokt rond de tien minuten) ontvouwen zich langzaam – haast plechtig – en zijn bijzonder subtiel opgebouwd. Bovendien zorgen de toegevoegde effecten en samples voor een intrigerende extra laag in de muziek. Ook de teksten (die met verve worden gezongen door de relatief onbekende Jasper Steverlinck) zijn een stuk persoonlijker dan we van Lucassen zijn gewend, en dat komt de muziek absoluut ten goede. Met name de afsluitende nummers Over en Perfection? komen daardoor bijzonder intens over. De overige vier nummers doen daar echter nauwelijks voor onder en vooral opener Twisted Coil is van een bijzonder hoog niveau.

On This Perfect Day is een verrassend album geworden dat enige tijd en inspanning van de luisteraar vraagt om zich te laten doorgronden. Wie het album echter vaker draait, zal al snel ontdekken hoe sterk dit album is, juist in al zijn subtiliteit. Het laat een verfrissende kant van Lucassen horen waarvan ik hoop dat het meer is dan een eenmalig experiment. Daarvoor is Guilt Machine namelijk te goed. Verplichte kost voor de liefhebbers van donkere, psychedelische progrock.


Europe – Last look at Eden

Jaar van Release: 2009
Label: Ear Music

Last look at Eden is alweer het derde album van Europe sinds het geweldige comeback album Start from the dark uit 2004.

Op Start from the dark klonk de band ook daadwerkelijk als herboren met een moderne sound maar nog steeds zeer melodieus waardoor een deel van het originele Europe geluid er nog volop in zat. Dat originele geluid was op opvolger Secret society ver te zoeken. Het is prima om met de tijd mee te gaan maar het is jammer als dat ten koste gaat van het karakteristieke bandgeluid.

Last look at Eden klinkt een stuk toegankelijker dan zijn voorganger. Ook laat John Norum horen dat hij nog steed een benadigd gitarist is, op menig nummer zijn er  interessante gitaarloopjes te beluisteren. Wel moet ik zeggen dat het titelnummer er dit maal met kop en schouders boven uitsteekt. .

Opvallend is ook dat een aantal songs een jaren zeventig sound hebben. Natuurlijk niet raar omdat de bandleden zijn beïnvloed door bands uit die tijd, maar eigenlijk zou het passender zijn als het jaren tachtig geluid er wat meer in had gezeten. Daar is Europe groot mee geworden maar daar is totaal niets meer van terug te horen. Al met al een uitstekend Europe album, ondankt bovengenoemde puntjes. De muzikale kwaliteiten houden dit album boven het gemiddelde.


Lynch Mob - Smoke And Mirrors

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers Records

Zo he, Lynch Mob.... dat die nog eens terug zou komen, zeg! De band waarmee George Lynch het probeerde te maken na zijn succesvolle periode bij Dokken. Na twee albums in de begin jaren '90 ging George echter toch maar weer terug naar Dokken... om in '98 weer terug te vallen op Lynch Mob. Helaas kwam de goed in het gehoor liggende hardrock niet terug en werd er geëxperimenteerd met rap en zo. Weer ging de band uit elkaar, maar kwam toch terug in 2003 om een cd te maken met her-opgenomen Dokken- en Lynch Mob-nummers. Daarna volgde nog een live-dvd om vervolgens nogmaals ermee te stoppen. Niet voorgoed, want inmiddels is het vuur voor de zoveelste keer gaan branden en is er een album met gloednieuw materiaal uit.

Dit keer is de band, eindelijk, teruggegaan naar de sound van het debuut Wicked Sentation. Daar gaat George Lynch zo ver in, dat de zanger van het eerste uur Oni Logan erbij is gehaald. Zolang zat hij toentertijd niet eens in de band, aangezien hij tijdens de eerste tournee alweer de band verliet. Hopen dat het er nu niet van gaat komen, want hij zingt zeer behoorlijk alle tunes aan elkaar. De cd Smoke And Mirrors klinkt daardoor lekker authentiek en staat bol van de klassieke hardrock.

Het meest kenmerkende van Smoke And Mirrors is de grote diversiteit tussen de nummers. Luister maar naar het rockende 21st Century Man of het swingende Madly Backwards. Maar ook funk (Let The Music Be Your Master) en southern rock (Smoke And Mirrors) komt voorbij. Er zit ook wat lichter spul op als Lucky Man en Before I Close My Eyes, waar ik zo mijn bedenkingen bij heb. Ik vind ze niet zo passen bij iemand als George Lynch, de macho gitaarmeester. Toch zijn de nummers aardig consistent over de gehele linie, zonder echte hoogvliegers. Een geslaagde comeback van Lynch Mob met een cd die ze eigenlijk na Wicked Sensation hadden moeten maken.


House Of Lords - Cartesian Dreams

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers Records

Come To My Kingdom was een van mijn favoriete cd's afgelopen jaar. Een sterke, melodieuze comeback van een band die haar naam en faam mondjesmaat heeft verdiend, maar een zeer degelijke plaat afleverde met aanstekelijke hardrock. Boegbeeld James Christian, niet vies van wat sideprojecten (Moonstone), spendeerde de afgelopen maanden als kluizenaar in zijn home studio en verzorgde de mix en productie van de opvolger, die na de zomer het levenslicht zal zien en dat evenement zal worden gevolgd door een tournee.

Wederom slaagt Christian er (met band) in om een homogene, degelijke cd uit te brengen met wederom aanstekelijke en iets heaviër hardrock dan op de voorganger. Ook de actualiteit (Desert Rain met een heuse passage van de immer populaire George W. Bush over de oorlog in Irak) wordt niet vergeten. Tegelijkertijd staan er ook mierzoete en qua tekst clichématige nummers op het album (Bangin) maar ook weer een heerlijke ballad (Sweet September) met een net-niet orgastische solo van gitarist Jimi Bell, wiens gitaargeluid meer en meer op dat van Tony Iommi gaat lijken.De samenwerking met Mark Baker, met wie Christian al schreef voor Demons Down heeft zijn vruchten afgeworpen. De rock is meer de boventoon gaan voeren, en zal daarmee naar mijn verwachting een nog iets breder publiek aanspreken. De mix is ook iets rauwer dan op het vorige album, wat erg gepolijst klonk.


Stryper - Murder By Pride

Jaar van release: 2009
Label: BIG 3 Records

Stryper zette hun eerste stappen met hun debuut EP, The Yellow And Black Attack in 1984, sinds die tijd hebben ze meer dan 8 miljoen records verkocht. 

 Het laatste album van de band, Murder By Pride, is een verzameling van liedjes die naar het oorspronkelijke geluid van de band terugkeren. Michael Sweet's citaat is alles zeggend dat, "dat gehoor is gegeven aan de wensen van de fans met opmerkingen als"meer gitaren,' 'meer solo's' en "meer schreeuwen," Ik besloot deze suggesties in gedachten te houden met die gedachte zijn de nummers geschreven. Het was belangrijk voor mij om te proberen het vroegere geluid terug te krijgen van Stryper maar op hetzelfde moment, moet het vandaag de dag ook nog relevant blijven. Het is zeker niet eenvoudig om te doen, maar als ik luister naar Murder By Pride, ik denk dat het aardig is gelukt. 
De eerste single van het album, "Peace of Mind" is een cover van het lied van de 70 's band Boston. Stryper-bandlid Michael Sweet werkt ook als lid aan een tournee met hen. Boston gitarist Tom Scholz soleert ook op het nummer. 
Highlight tracks van Murder By trots voor mij zijn track-1, "Eclipse of the Sun ," een iets meer dan vier minuten durend lied, met snelle drum beats, verschillende gitaartempo wisselingen. Ook dit album van Stryper bevat een piano ballad.  De track "Alive", een mooie ballad met een vleugje power. Andere sterke nummers zijn: Het titelnummer Murder by Pride, The Plan en I believe.
Dit is een echt sterk release met sterk gitaarspel, zang die doordrenkt is met passie en drum erk dat zowel snel en agressief is! Murder By Pride moet het Stryper gevoel weer aanwakkeren, zowel bij de oude als wel de nieuwe fans.

 Ter ondersteuning van het nieuwe album en ter gelegenheid van het 25 jaar bestaan van de band. Is er een, '25th Anniversary Tour," gepland, die zal beginnen in september en zal ongeveer een 50 tal steden in de Verenigde Staten aandoen, voordat de band de oversteek maakt naar het internationale podium. 


Anubis Gate - The Detached

Jaar van release: 2009
Label: Locomotive Music


Tjee, ben ik blij dat ik deze CD aan het begin van de maand kreeg, zodat 'ie wat op me in kon werken! Nu zit het ding in mijn systeem en voelt heerlijk comfortabel aan wanneer ik ernaar luister. Hoe anders was het toen ik 'm z'n eerste rondjes liet draaien. Een raar amalgaam van progressieve power metal niet gespeend van een dosis heaviness gecombineerd met electronische patronen en exotische invloeden. Koppel dat aan catchy refreinen afgewisseld met waarlijk progressieve structuren en dit is een geval apart. Hetgeen dat me openstelde voor de plaat was het verhaal op dit album. Dit is gebouwd rond het idee dat tijd van dezelfde categorie is als ruimte en materie, en volgt een mens (een 'detached' (ontkoppelde, niet gedetacheerde dus)) die de tijd manipulerend zoals je een voorwerp verplaatst zijn leven leidt. De onderwerpen die aangesneden worden aan de hand van dit concept komen in de nummers zeer uitgebreid en uitgewerkt aan de orde: dit is één van die zeldzame concept CD's waarvan het concept echt een ontzettende meerwaarde geeft en je een behoorlijke lading ter contemplatie biedt!
Na gegrepen te zijn geweest door het concept, begon de ingenieuziteit van de muziek zich aan mij te openbaren. Elk nummer is een klein verhaal op zich, en wanneer de hoofdpersoon zich in een middeleeuws klooster bevindt, hoor je ook een monnikenkoor de revue passeren binnen de muziek. En zo is het met alle nummers: de band brengt het verhaal niet alleen met tekst, maar krijgt het voor elkaar om een compositie te bouwen rond de stijl die past bij de plaats en tijd van het verhaal. En toch blijft er ook nog steeds diezelfde identiteit in elk nummer rondwaren, welke natuurlijk de representatie van de hoofdpersoon is. Nou, als dat niet een conceptuele verwerkelijking is voor een band om divers te klinken zonder een herkenbaar eigen geluid te verloochenen…Ik kan en wil graag veel meer over dit plaatje zeggen van een band die me heeft overdonderd met hun sterke vooruitgang, maar ik denk echt dat je dit pareltje daadwerkelijk moet aanschaffen (het verhaal is van grote meerwaarde) en jezelf in het concept moet werpen dat je wellicht met frisse blik naar je verstokte werkelijkheidsopvattingen laat terugblikken.
 


Sunstorm - House Of Dreams 

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers

In september van 2006 verscheen de eerste gelijknamige CD van Sunstorm, een gelegenheidsproject ontsproten aan het brein van Frontiers baas Seragino Perugino. Hij kwam in aanraking met wat opnamen van de tweede, nog niet uitgebrachte, solo-plaat van zanger Joe Lynn Turner en was dusdanig onder de indruk van het gebodene dat hij de heer Turner benaderde om hier iets mee te gaan doen. Met behulp van muzikanten zoals Dennis Ward, Chris Schmidt, Uwe Reitenauer en Jochen Weyer werden de oude opnames weer nieuwe leven ingeblazen en een pracht van een A.O.R.-plaat was het gevolg.
Nauwelijks drie jaar later blijkt Sunstorm dan toch meer op een band te gaan lijken dan op een project, want met deze ‘House Of Dreams’ wordt er een zeer gewaardeerd tweede album uitgebracht. Dennis Ward (bas), Uwe Reitenauer (gitaar) en Chris Schmidt (drums) zijn opnieuw van de partij, terwijl in Thorsten Koehne (gitaar) en Gunter Werno (keyboards) nieuwe muzikanten toegevoegd zijn. Het concept is nog steeds hetzelfde: Joe is weer in zijn archieven gedoken en heeft daar weer een aantal zeer fraaie songs uit weten te halen.
Zo is daar bijvoorbeeld het up-tempo ‘I Found Love’, wat voor mij zeker één van de betere nummers van het album is. Een aantal andere nummers uit de oude doos klinken wat bekender in de oren: ‘Save A Place In Your Heart’ was in 1988 reeds opgenomen door Only Child, het door Joe meegeschreven ‘Walk On’ kunnen we vinden op ‘Freight Train Heart’ van Jimmy Barnes, terwijl we ‘Forever Now’ al kennen van Terry Brock’s solo-album ‘Back To Eden’. Alle drie de nummers klinken in de nieuwe uitvoering prima, al moet worden gezegd dat ‘Walk On’ het absoluut moet afleggen tegen de versie van Jimmy Barnes. Jim Peterik heeft in de vorm van ‘Tears On The Pages’ (mooie semi-ballad), ‘Say You Will’ (een niet echt overtuigende ballad) en ‘Gutters Of Gold’ (lekkere up-tempo eighties hard rock) ook een belangrijke bijdrage geleverd. De rest van het prima A.O.R.-materiaal is aangedragen door de broers Tom en James Martin, die we reeds kennen van de prima nummers die ze voor House Of Lords en Khymera hebben geschreven.
Over het algemeen is het song materiaal dus erg goed te noemen, de vocalen van Joe Lynn Turner zijn (zoals eigenlijk altijd) top en de door Dennis Ward verzorgde productie zorgt er voor dat het geheel klinkt als een klok. Het moge dus duidelijk zijn dat deze voortzetting van Sunstorm door ondergetekende zeer gewaardeerd wordt en dat de A.O.R.-liefhebber zijn zuurverdiende euro’s weer kan gaan uitgeven…


Hardline - Leaving The End Open

 Jaar van release: 2009
Label: Frontiers

  De Amerikaanse band Hardline bracht in 1992 hun debuutplaat ‘Double Eclipse’ uit, mijns inziens nog altijd één van de beste melodieuze hardrockplaten die ooit zijn uitgebracht. Alle nummers waren om van te smullen en de vocale inbreng van Johnny Gioeli van er één van uitzonderlijke klasse. Natuurlijk waren de begin jaren negentig nu niet de meest ideale tijd om een melodieuze hardrockplaat aan de man de brengen en spoedig na de release werd er nagenoeg niets meer vernomen omtrent deze zeer talentvolle band. De stilte werd een tiental jaar later, in 2002 om precies te zijn, doorbroken toen de band zijn tweede CD uitbracht, simpelweg getiteld ‘II’. Wereldgitarist Neal Schon (Journey) was er inmiddels niet meer bij en hij was vervangen door Josh Ramos, bekend van onder andere The Storm en Two Fires. Het song writer’s talent van Schon werd klaarblijkelijk duidelijk gemist, want de songs van ‘II’ zijn toch stuk voor stuk van een aanzienlijk minder niveau dat hetgeen er op de debuutplaat te horen was.
Met ‘Leaving The End Open’ is er na zo’n zeven jaar weer een nieuw studio-album verschenen. Ik moet echter eerlijk bekennen dat de compositorische kwaliteiten ook op dit album niet worden gehaald. De elf composities zijn, een enkele uitzondering daargelaten, goed tot matig. Het agressieve element en de frisheid wat de debuutplaat zo uitzonderlijk goed maakte is vrijwel verdwenen.
Met ‘Voices’ opent de plaat en klinkt wat modern voor Hardline-begrippen. Het volgende ‘Falling Free’ is een aardig nummer, maar ook niet meer dan dat. Het eerste echt aansprekende nummer dat je te horen krijgt is het balladesque ‘Start Again’ met een refrein dat je na beluistering niet meer uit je kop kunt krijgen. Het niveau daalt dan meteen weer met ‘Pieces Of Puzzles’ en het erg rustige ‘Bittersweet’ zorgt er voor dat je bijna in slaap sukkelt. Het wat hardere ‘She Sleeps In Madness’ zorgt er voor dat dit net niet gebeurt, maar is zeker ook geen compositie die me enorm aanspreekt. Nummers die boven het gemiddelde uitsteken zijn, de erg goede piano-ballad ‘In This Moment’ (met fantastisch lead vocalen van Johnny Gioeili) en het titelnummer ‘Leaving The End Open’. Natuurlijk is de zang van Johnny Gioeli nog steeds erg goed en op de prestaties van de instrumentalisten valt ook weinig aan te merken, maar het niveau van de composities is gewoon niet goed genoeg om van een echt goede plaat te kunnen spreken.   


Coldspell - Infinite Stargaze 

Jaar van release: 2009
Label: Escape 

Het is wederom een rockband uit Zweden. De heren zijn al een aantal jaren samen, maar dit is hun eerste volledige album van deze getalenteerde formatie.  Infinite Stargaze gaat van start met "Keep On Believin ', een track met een gigantische geluid. 'Solid Ground' is een zwaardere nummer met een dringende vibe, 'Mad Ravin'' is nog harder. Eye Of The Storm' heeft een episch gevoel met nummers als de Whitesnake 'Still Of The Night". Een modern geluid met het fineer van de jaren 70-80. 'Nacht Falls' is een ballade, met een subliem koor en prachtig structuur. Misschien wel het beste nummer op het album.  'Fade Away', gaat op het andere uiteinde van de schaal. Greed is een nummer, wat niet zou misstaan op een cd van  Giant of Europa . Surrounded en Shot Down zijn gemiddelde nummers, maar wat is gemiddeld op dit album.  De band weet een goede mix neer te zetten van melodie en de heavy riffs. Een goed voorbeeld hiervan is de afsluiter van het album  het titelnummer Infinite Stargazer, voor mij een van de favorieten, met de melodie van Rainbow en de power van Megadeth.

 Toen ik voor het eerst de CD hoorde, was ik onder de indruk van de kwaliteit en het geluid van de  nummers. Met elke luisterbeurt, komt er weer iets nieuws naar voren en prikkelt dit de zintuigen. Daardoor klinkt het album beter en beter.  Het is een lange tijd geleden dat er een heavy melodisch rock ablum met dit niveau en kwaliteit is uitgebracht. 

 


Places Of Power - Now Is The Hour

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers 

Places Of Power is het samenwerkingsverband tussen wereldzanger Philip Bardowell (Magdalen, Unruly Child) en één van de meest getalenteerde A.O.R.-songwriters Bruce Turgon (Shadow King, Lou Gramm). Het moge dan ook geen verrassing zijn dat het debuut van deze band/dit project getiteld ‘Now Is The Hour’ een knaller van een A.O.R.-plaat is geworden. Zowel Phil Bardowell als Bruce Turgon hadden in 2005 al een zeer acceptabele solo-plaat afgeleverd op het Frontiers label, maar die kunnen beide toch zeker niet tippen aan deze Places Of Power CD.
‘Now Is The Hour’ bevat een twaalftal geweldige A.O.R.-composities, waarbij het frisse gitaarspel van Bruce Turgon, de virtuoze gitaarsolo’s van Scott McKinstry en de fantastische vocalen van Phil Bardowell de belangrijkste ingrediënten zijn. Ondanks het feit dat alle nummers mijn goedkeuring kunnen wegdragen, ben ik vooral gecharmeerd geraakt van de zeer catchy openers ‘In Your Wildest Dream’ (ook als video-clip toegevoegd op de plaat), ‘Make Me Believe’, de ballad ‘I Live For You’ en afsluiter ‘Places Of Power. Er is erg veel aandacht besteed aan de arrangementen, de keyboard-partijen en de perfecte productie (door wie anders dan Dennis Ward!), en met name dat laatste aspect zorgt ervoor dat Bardowell’s vocalen erg goed uit de verf komen. ‘Now Is The Hour’ is in ieder geval verreweg de beste plaat die ik deze maand heb mogen beluisteren en, ondanks het feit dat 2009 nog maar net begonnen is, een zeer waarschijnlijk kandidaat voor mijn jaarlijstje!


Place Vendome - Streets Of Fire

Jaar van release: 2009
Label: Frontiers 

Place Vendome is het samenwerkingsverband tussen Pink Cream 69 leden Dennis Ward (bas), Kosta Zafiriou (drums), Uwe Reitenauer (gitaar), Vandenplas-keyboardspeler Gunther Werno en ex-Helloween zanger Michael Kiske, die ondanks zijn voornemen om geen heavy metal meer te maken dit toch (gelukkig) naast zich neer heeft gelegd. In 2005 verscheen het zeer gesmaakte debuut-album en men heeft daar bijna vier jaar later een vervolg aan gegeven middels deze ‘Streets Of Fire’. En ook deze tweede Place Vendome plaat weet te overtuigen!
Place Vendome koppelt op een zeer fraaie wijze melodie aan heaviness en dat levert de nodige memorabele moment op. Het titelnummer opent prima en toont meteen de kracht van Place Vendome. De melodieuze riffs zijn om je vingers bij af te likken, het ondersteunende keyboardspel kleurt de nummers mooi en en Michael Kiske laat horen dat hij het zingen zeker nog niet verleert is. Ook het volgende ‘My Guardian Angel’, waar ook een video clip van geschoten is, is een schot in de roos. Dat geldt zeker ook voor ‘Follow Me’, ‘Valerie’ en ‘Changes’, maar eigenlijk is de gehele plaat gewoon erg sterk. Ik hoop dan ook echt dat Michael Kiske zijn oorspronkelijk voornemen gewoon blijft negeren, want het zou jammer zijn dat deze prima band het hierbij zou laten. Wat mij betreft, zeker één van de beste platen van deze maand!
 


Vengeance - Soul Collector

Jaar van release: 2009
Label: Metal Heaven 

De come-back CD ‘Back In The Ring’ uit 2006 werd al erg goed ontvangen en ook de live-plaat ‘Same, Same...But Different’ uit 2007 mocht er wezen. Het lijkt erop dat Vengeance hun terugkeer aan het metal front echt serieus gaat nemen, want ook deze nieuweling ‘Soul Collector’ bevat het nodige song materiaal wat zeer zeker de moeite waard is.
Dat geldt nog niet zo zeer voor opener ‘Cross In The Rain’, ondanks de prima, stampende gitaarriff. Het is echter het niet zo vlot lopende refrein dat de kwaliteit van het nummer naar beneden haalt. Het volgende, sleazy ‘Wait Until The Sun Goes Down’ kan me veel meer bekoren en wordt gekenmerkt door een prima groove. Het doet me wat denken aan de betere Guns ‘N’ Roses nummers, maar dan met een zanger die wel kan zingen! De gitaarpartijen van vader en zoon Jan en Timo Somers zijn sprankelend en zanger Leon Goewie zingt als in zijn beste dagen (wellicht moeten die nog komen!). Wat mij betreft zeker één van de beste nummers van de plaat en deze song zal live zeker een garantie zijn voor een mooi feestje. Ook het zeer swingende titelnummer weet te overtuigen, vooral dankzij de wederom prima basis-riff die me wel heel erg aan Megadeth doet denken. Van de overige acht nummers die geboden worden vallen vooral ‘Samurai’ (hallo ‘Arabia’!), het fraai gezongen ‘What The Hell’, het schitterende ‘I Never Felt That Way Before’ en het zeer groovy ‘So Many Times’ op, maar ik moet er meteen bij zeggen dat de rest van het materiaal er niet veel voor onder doet. Dat geldt na enige luisterbeurten ook voor de semi-akoestische afsluiter ‘Lean On Me’, waar ik wat twijfels bij had toen ik het voor de eerste keer hoorde.
Vengeance bewijst met ‘Soul Collector’ nogmaals dat ze nog steeds tot de top metal bands van de lage landen horen. Met zowel Highway Chile, Picture als Vengeance weer helemaal terug, lijkt het wel of de jaren tachtig weer gaan terugkeren. Soms kan het leven echt mooi zijn...


Robert Berry - The Dividing Line

 Jaar van release: 2009
Label: Frontiers

Robert Berry is een van die multi-artiesten die ondanks zijn relatief lage naamsbekendheid toch al jaren meeloopt in het Amerikaanse rock wereldje en zo nu en dan op de proppen komt met een soloplaat. Hij mag dan zelf niet al te bekend zijn, het lijstje namen met wie hij in het verleden heeft samengewerkt in diverse bands en projecten is niet misselijk. Wat te denken van Carl Palmer, Keith Emerson, Steve Howe en Sammy Hagar? Ook is hij verbonden geweest aan bands als GTR en Ambrosia. Kortom, bij het laden van de CD kan een zeker verwachtingspatroon niet worden onderdrukt. En daar blijkt na een paar luisterbeurten ook geen enkele reden voor te zijn, want de plaat overtuigt vanaf het begin.
'The Dividing Line' is de derde soloplaat van Berry en zijn eerste voor Frontiers Records. Wat opvalt is dat er maar liefst veertien jaar tussen zijn laatste soloplaten zit, want de destijds goed ontvangen voorganger van 'The Dividing Line' genaamd 'Pilgrimage To A Point' kwam uit in 1994. Maar van enige slijtage is geen sprake, integendeel. Wat meteen opvalt is dat Berry alles aan deze plaat zelf heeft gedaan. Zowel het schrijfwerk en de productie alsmede het inspelen van alle instrumenten en de vocalen. Weliswaar heeft hij wat incidentele hulp gehad van David Lauser en Gary Pihl, maar toch. En ondanks bovenstaande weet hij de plaat een fris en volwassen geluid mee te geven. Knap.
Gezien zijn achtergrond is het niet vreemd dat de plaat vooral een AOR/melodic rock karakter heeft. Op veel momenten doet de plaat me denken aan een band als Asia. Er komen namelijk lekker veel progressieve stukken voor ('Can't Let Go') en Berry schroomt niet om veel variatie in de nummers te gooien. Maar de AOR/rock stijl overheerst toch de hele plaat. Hoogtepunten zijn het prachtige 'Young Hearts' en het meeslepende 'Listen To The People'. Zijn stem klinkt overtuigend, de gitaren komen goed voor de dag en de toetsen geven precies de juiste bijdrage. Ook komt met regelmaat een Hammond orgel om de hoek kijken ('I Gave You The Best Of Me') wat de plaat een lekkere extra dimensie geeft. De fraaie ballad 'Faith' zorgt ervoor dat het hele plaatje compleet is.
Kortom, een bijzonder lekkere AOR plaat van een man die wat mij betreft wel wat meer bekendheid verdient. Maar goed, als hij doorgaat met het produceren van dit soort albums gaat daar echt wel een keer verandering in komen. Als hij tenminste niet weer veetien jaar wacht met een opvolger.