Halestorm - The Strange Case Of...

Jaar van Release: 2012

Label : Roadrunner Records

Het Amerikaanse Halestorm is bezig aan een opmars. Sinds de titelloze debuutplaat uit 2009, heeft de band rond zangeres/gitariste Lzzy Hale al heel wat getoerd met enkele grote namen. In 2010 fungeerde ze nog als openingsact van Disturbed en Papa Roach. En nog niet zo lang geleden hebben ze een tour met Shinedown erop zitten. Zal The Strange Case Of... ervoor zorgen dat Halestorm op eigen benen kan gaan staan?Het antwoord is: waarschijnlijk wel. Het lijkt me namelijk heel goed mogelijk dat ze (jonge) zieltjes gaan winnen met dit album. Net als op het debuut, staat dit album vol met lekkere moderne hardrocknummers, met een post-grunge tintje. Het album begint met het wel heel erg stevige Love Bites (So Do I). Lzzy schreeuwt er heerlijk op los, terwijl gitaristJoe Hottinger nog een goede solo laat horen. De volgende drie nummers gaan in die zelfde lijn door, aanstekelijk, en vooral heel erg rockend.Na die nummers neemt het rock gehalte sterk af, want het is tijd voor de onvermijdelijke ballade. Of beter gezegd ballads. In de vorm van Beautiful With YouIn Your Room, enBreak In krijgen we maar liefst drie softe nummers voor de kiezen. Dat doet de wenkbrauwen toch wel heel erg fronsen, want hoe komen ze erbij dat het een goed idee was om drie ballades achter elkaar te zetten? Niet dat de nummers slecht zijn, integendeel zelfs! Vooral het bloedmooie Beautiful With You is een ontzettend sterk nummer, waarop Lzzy laat horen dat ze ook heel erg mooi kan zingen. Desondanks was het een slecht idee, want de flow is er bijna helemaal uit. Het is tijd om het gaspedaal weer in te drukken.Dat heeft de band goed begrepen, en met het pakkende Rock Show wordt het tempo weer langzaam opgevoerd. Even tussendoor moet ik nog melden dat de teksten erg amusant zijn. Ze zijn zeer geschikt om mee te zingen, maar zijn ook grappig. De hilarische titel van You Call Me A Bitch Like It's A Bad Thing zegt genoeg. Vet nummer ook trouwens, een van de betere in het nog kleine oeuvre van Halestorm. Daarna is het tijd voor het bluesy American Boys. De nogal Amerikaans (duh) gerichte tekst doet me niet veel, maar de muziek die soms doet denken aan bands als Aerosmith is prima. Dan is het alweer tijd voor het laatste nummer. Here's To Us is een perfect nummer voor rond het kampvuur, en het geeft een erg goed gevoel. Ook zijn de teksten weer erg vermakelijk.Mijn eindoordeel is dan ook positief. Halestorm is eigenlijk het zoveelste Amerikaanse rockbandje, en zal voor sommigen dan ook te gelikt overkomen. Maar dat deert niets, want dit album staat vol met pakkende rocknummers. Ze nestelen allemaal (ook de ballads) gelijk in je hoofd, en nodigen uit tot meerdere luisterbeurten. Deze band heeft een mooie toekomst als het zo doorgaat.

 


Rival Sons - Head Down

Jaar van Release: 2012

Label : Earache 

De verwachtingen voor het nieuwe album van Rival Sons waren hooggespannen. De band leverde vorig jaar met Pressure & Time een geslaagd album af en gaf een rits wervelende optredens, maar de kenners vermoedden dat er meer in het vat zat. Die kenners zullen niet teleurgesteld zijn want Rival Sons maakt de verwachtingen waar en overtreft die meer dan eens. 


Head Down is in alle opzichten beter dan zijn voorganger; betere productie, betere instrumentatie, betere vocalen en vooral betere liedjes. De authentieke sfeer en energie zijn gebleven, maar gekoppeld aan meer uitgewerkte composities, interessante geluidsexperimenten en toch ook aanstekelijke ritmes. Zanger Ray Buchanan blijkt eens te meer een revelatie die het gat dat Joplin en Morrison achterlieten, moeiteloos kan vullen. Al vanaf albumopener Keep On Swinging is duidelijk dat de band niet lijdt onder het zware tourschema dat na het vorige album werd ingezet. De invloeden van de jaren zestig en zeventig zijn weer rijkelijk aanwezig op Wild Animal, Nava, Until The Sun Comes en tal van andere nummers, maar nergens klinkt het gedateerd of oubollig. Rival Sons is helemaal een band van dit moment net zoals bijvoorbeeld Black Keys. Hoogtepunt is het magnifieke Manifest Destiny Part I dat een opbouw kent als de beste Led Zeppelin nummers. Sterker nog, Rival Sons evenaart die band tijdens dit epos. De voorbije decennia zijn er tal van troonpretendenten geweest die aanspraak maakten op de vacante troon die Page & Plant en co. achterlieten, maar na The Tea Party uit Canada lijken we nu eindelijk een band te hebben die het roemruchte Engelse viertal gedurende vele jaren kan evenaren. Het gitaarwerk van Scott Holiday is fantastisch; hij schudt swingende riffs uit zijn mouw en excelleert tijdens afgewogen solo’s. Dit is zo’n album waarover twintig jaar later nog wordt gesproken en geschreven. 


Head Down is een rockalbum dat je simpelweg niet mag missen en rockliefhebbers zal aanspreken in alle leeftijdsklassen.Met het spelen van het nummer 'Keep On Swinging' tijdens de recente shows, het vrijgeven van onderstaande preview en het voortreffelijke 'Pressure And Time' heeft Rival Sons hele hoge verwachtingen geschapen. Een tipje van de sluier werd ook al een beetje opgelicht tijdens het interview dat we onlangs met de band hadden. Dat de band onvervalste rock maakt weten we ook van 'Pressure And Time'. Waar bij dat album vooral geleund werd op het geluid van de jaren zeventig, horen we op 'Head Down' ook jaren zestig invloeden terug.


Een interessant gegeven is dat de band bewust gebruik heeft gemaakt van veel apparatuur uit deze periode, simpelweg omdat dit het beste past bij de muziek op 'Head Down'. Op 'Until The Sun Comes' bijvoorbeeld, is de zang van Jay Buchanan zo dat deze in de jaren zestig opgenomen had kunnen zijn. Daarnaast wordt hier ook meer gebruik gemaakt van overdub op de zang, waardoor je ook hier weer moet denken aan de jaren zestig. Een andere track die er met kop en schouders bovenuit steekt is 'All The Way'. De tekst is niet al te serieus en gaat gepaard met wat muzikale truckjes van Scott Holliday, waarbij zijn kenmerkende combinatie van riffs en slides goed naar de voorgrond treedt. Andere hoogtepunten zijn het reeds live gespeelde 'Keep On Swinging', het up-tempo 'Wild Animal' en het beladen 'The Heist'. Anderzijds is ook het ingetogen 'Jordan' op het album te vinden. Op deze track is nogmaals eens duidelijk te horen hoe veelzijdig het stemgeluid van Jay is. 

Met 'Pressure And Time' heeft Rival Sons nog maar een jaar geleden een prima album afgeleverd. Met 'Head Down' heeft de band deze prestatie nog eens overtroffen door een fantastisch geluid, mede dankzij de apparatuur, de afwisseling waartoe de band in staat is in zowel zang als gitaar en wederom geweldige nummers.


Royal Hunt - 20th Anniversary

Jaar van Release: 2012

Label: Frontiers Records

De progressieve metal band Royal Hunt bestaat twintig jaar en dat heuglijke feit dient gevierd te worden moet Frontiers Records hebben gedacht, want in samenspraak met de band heeft men een pakket aan hits en zeldzame opnames samengebracht op drie CDs en een DVD. Op de eerste twee schijfjes vind je (in chronologische volgorde) de beste nummers van de Royal Hunt albums en dat bevestigt alleen maar dat deze Deense band in het verleden een aantal erg goede songs heeft neergepend. Het derde plaatje is voor de echte liefhebbers wel een stuk interessanter, want daar vind je wat zeldzamer materiaal en zelfs een speciaal voor deze release geschreven nieuw nummer getiteld 'Save Me'. Verder zijn er nog akoestische uitvoeringen van 'One By One', 'Bodyguard' en 'Restless' te vinden evenals 'Bad Luck' van de Japanse EP 'Clown In The Mirror', de instrumental 'Double Conversation' van de 'Far Away' EP, 'U-Turn' van de 'Intermission' EP, terwijl 'Sixth Sense' alleen als bonus-track op het studio-album 'X' te horen was. De afsluiter van de derde disc is 'The Day Is Dawning', een ballad met John West op leadzang. Het vierde schijfje in dit fraai vormgegeven pakket is een DVD, met daarop de twaalf video clips die de band ooit opgenomen heeft. Alles bij elkaar opgeteld is deze '20th Anniversary' inderdaad een erg mooi verjaardagskadootje, dat dient te worden gezegd.


Jimi Jamison - Never Too Late

Jaar van release: 2012
Label: Frontiers Records

Jimi Jamison kennen we natuurlijk allemaal van Survivor. Maar afgezien van deze superband heeft hij ook lang achtergrondzang gedaan bij acts als ZZ Top en Joe Walsh.Vol verwachting klopt mijn hartje, want zijn vorige solo-plaat, Crossroads Moment, was prima.Nu is dit niet zijn eerste solo-cd (als ik goed tel zijn vierde) maar een juweeltje is het wel! En gelukkig trapt hij niet (zoals vele voormalige topacts met nieuwe cd's) in de valkuil van middelmatigheid maar weet hij songs met een constante hoge kwaliteit af te leveren.

Sinds enige tijd is Jimi in contact met gitarist/songwriter Erik Mårtensson (en die kennen we van de band Eclipse) en samen hebben ze dit album bij elkaar geschreven. Op voorhand een goede combi, denk ik. Nu brengen zangers vaak albums uit met twee of drie goede nummers en de rest is slechts opvulling, maar dit album is hierop echt een uitzondering. Het resultaat is een stuk zwaarder dan het materiaal op Crossroads Moment, maar klinkt dankzij de licht hese strot van Jimi wel direct vertrouwd. Muzikaal, maar ook in de songtitels wordt er ongegeneerd teruggegrepen op de gouden dagen van Survivor uit het midden van de jaren '80. De balans tussen rockers en ballads slaat duidelijk naar de eerste categorie door en dat is wel zo fijn. Never Too Late doet bij tijd en wijle denken aan de nieuwere platen van Journey, maar bevat genoeg eigens om niet in de anonieme AOR-valkuil van gezapigheid te trappen Ik kan geen zwakke plek ontdekken tussen de 11 rockers en ballads (I Can't Turn Back en The Air I Breathe, echt geweldig). Mooi om te mogen constateren dat hij zijn eigen muziek trouw blijft, en zo te horen heeft hij ook Jim Peterik niet echt nodig om goede songs te maken. Wel een stapeltje Zweedse muzikanten, die hem hebben voorzien van prachtige en goed gemaakte muziek.

Ik denk dat er veel zangers op deze aardkloot rondlopen die zouden wensen dat ze nog zo'n goede stem hadden als Jamison, die alweer 61 jaar oud is.

Never Too Late is een ijzersterke AOR-plaat geworden die voor hetzelfde geld onder de Survivor-banier had kunnen worden uitgebracht. Ik heb het al meerdere malen op deze site verkondigd dit jaar, maar doe het nog maar eens. Frontiers Records heeft een ontzettend sterke lijst met releases op zijn conto staan in 2012. Ik denk alleen al aan de nieuwe albums van Hardline, Eclipse, Pride Of Lions, Asia en ook deze van Jimi Jamison kan moeiteloos worden opgenomen in de lijst. Voor liefhebbers van melodieuze rock kan het jaar 2012 niet meer stuk.


Threshold - March Of Progress

Jaar van release: 2012
Label:Nuclear Blast Records

Het zijn bewogen jaren geweest voor de Britse progmetalformatie Threshold. Vijf jaar heeft het maar liefst moeten duren voordat het Britse Threshold met de opvolger komt van het veelgeprezen Dead Reckoning. Kort na het uitkomen van hun vorige plaat in 2007 keerde voormalig topvocalist Damian Wilson terug om een flinke wereldtour te doen, en verleden jaar kwam plots Andrew McDermott die de zang op dat vorige album nog voor zijn rekening nam te overlijden. Anno 2012 is de band toe aan een frisse start waarbij Damian Wilson niet alleen mag touren, maar ook de nieuwe plaat March Of Progressheeft mogen inzingen. Hij lijkt hiermee weer echt zijn oude plekje te hebben ingenomen, want met alle respect voor de andere zangers die de band gekend heeft; Threshold zonder Damian Wilson is het toch net niet helemaal. De vraag die direct bij mij opkwam toen de band enige maanden geleden de albumtitel bekend maakte was of die daadwerkelijk de lading zou dekken. Threshold ken ik immers als een muzikale behoorlijk behoudende act waarbij de progressie slechts in de nuance zit.

March Of Progress ligt in het verlengde van voorganger Dead Reckoninguit 2007. Vanaf de eerste tonen van het machtige, en direct beste nummer van de plaat, Ashes is duidelijk dat Thresholdgeen millimeter is veranderd in de afgelopen vijf jaar. Het is lekker hard met veel oog voor mooie melodieën en progressieve rock.

Op March Of Progress doet Threshold datgene dat zij al vanaf midden jaren ’90 doen. Supermelodieuze metal met uitstekende zang zonder veel muzikaal gefreak. March Of Progressklinkt echter zo bekend in de oren dat ik mijzelf afvraag in hoeverre wij hier met nieuw werk hebben te maken of dat de band oude ideeën heeft hergebruikt. Ik geef de band voorlopig het voordeel van de twijfel.

Het vijftal balanceert heerlijk op die gouden rand tussen het harde en melodische in, met flink wat referenties naar de klassieke progressieve rockbands uit de jaren zeventig. Nergens krijgt een stijl de overhand, de groep pakt het beste uit diverse muzikale invloeden en maakt daar een mooi geheel van. Wilson zingt zoals we van hem gewend zijn bij diverse andere projecten als bijvoorbeeld Ayreon en Headspace de sterren van de hemel met beladen teksten, terwijl de kundige musici hem weergaloos weten te begeleiden. Aan ieder van hen wordt ruimte geboden om zijn kunsten te vertonen en dat doen ze dan ook met grote regelmaat. Zoals je van een groep die al ruim twintig jaar bestaat verwachten kunt, verstaan zij de essentie van dit type muziek, en die essentie is de juiste balans weten te vinden tussen overdadig gepiel met solo’s en oog houden voor de melodie.

Hoewel elk van de tien songs van March Of Progress een aangename ontdekkingsreis op zich is, ben ik vooral gecharmeerd van het klassiek opgebouwde The Hours met een spelletje van vraag en antwoord tussen zanger en band. Wellicht is het de simpele meeslepende barokke melodie of de kracht van de herhaling: het nummer pakt en laat niet meer los. En dat geldt eigenlijk voor deze hele plaat. March Of Progress klinkt als een klok, beslaat ruim 70 minuten (te lang!) en de tracks klokken gemiddeld ruim boven de vijf minuten, een sterk stukje muziek, maar eigenlijk kun je ook niet anders verwachten van een groep met zoveel collectieve ervaring. Threshold stelt anno 2012 niet teleur.


Dokken - Broken Bones

Jaar van release: 2012
Label: Frontiers

Dokken heeft met ‘Tooth And Nail’ (1984), ‘Under Lock And Key’ (1985) en ‘Back For The Attack’ (1987) een aantal echte melodieuze rock klassiekers uitgebracht. In de jaren negentig probeerde men zich een moderner geluid aan te meten en dat leverde niet echt een geweldig resultaat op, want de uit die jaren stammende platen ‘Dysfuntional’ (1995) en ‘Shadowlife’ (1997) behoren op zijn zachtst gezegd niet bepaald tot mijn favoriete Dokken-albums. Dan maar weer terug naar het oude, vertrouwde melodieuze geluid moet men gedacht hebben, maar helaas werd het niveau van de reeds eerder genoemde klassiekers nooit meer benaderd. 

En datzelfde kan ook weer gezegd worden van Don’s nieuwste release ‘Broken Bones’. Openingsnummer ‘Empire’ is nog wel een spetterende rocker die me enigszins aan ‘Tooth And Nail’ doet denken, maar daarna zakt het niveau toch wel wat in. Kijk, ‘Broken Bones’ en ‘Best Of Me’ zijn best wel aardige nummers, maar kunnen in geen velden of wegen wedijveren met het oude materiaal van Dokken. Zou de afwezigheid van gitaargod George Lynch dan toch zo’n grote rol spelen? Eerlijk gezegd denk ik van wel, want daar waar je vroeger erg aanstekelijke riffs en de meest fantastische solo’s op je afgevuurd kreeg, daar krijgt huidig gitarist Jon Levin gewoonweg te weinig ruimte in het toch wel grotendeels middelmatige songmateriaal. Verder mist zanger Don Dokken zelf gewoonweg de power van weleer en mede hierdoor klinken songs zoals ‘For The Last Time’, ‘Blind’, ‘Today’ en ‘Victim Of The Crime’ te gewoontjes voor een band met de klasse en allure van Dokken. Is ‘Broken Bones’ een slechte plaat dan? Nee, dat nu ook weer niet want daar is het gebodene dan toch weer net iets te goed voor. Een ruime voldoende is dan ook zeker op zijn plaats voor de elfde studio-plaat van deze Amerikaanse melodieuze rock-formatie, maar diegenen die bekend zijn met de band’s klassiekers (en wie is dat niet?) zullen het met me eens zijn dat de gouden tijden van weleer definitief voltooid verleden tijd zijn.



Unisonic-Unisonic

Jaar van Relaese: 2012
Label: Ear Music

Unisonic - Unisonic Zanger Michael Kiske en gitarist Kai Hansen leverden, als leden van Helloween, eind jaren tachtig een grote bijdrage aan de twee meest populaire powermetalalbums aller tijden, Keeper Of The Seven Keys Part I (1987) en Part II (1988). Bij de aankondiging van een hernieuwde samenwerking van het duo maakte mijn hart dan ook een sprongetje. Zou de combinatie van het gouden stemgeluid van Kiske en de songwriterskwaliteiten van Hansen weer een meesterwerk opleveren? Wordt na een jarenlange, ononderbroken stroom aan middelmatige powermetal-cd's uit Duitsland en Scandinavië eindelijk weer eens iets bijzonders aan dit subgenre toegevoegd?

Het antwoord op de tweede vraag is een volmondig nee, om de simpele reden dat Unisonic geen powermetalproject is. Wie een vervolg op de originele Keeper Of The Seven Keys-albums verwacht, komt bij de eerste luisterbeurt bedrogen uit. Een vergelijking met Pink Bubbles Go Ape dringt zich op. Toen die plaat in 1991 verscheen, trokken wereldwijd duizenden Helloween-fans hun lange haren uit het hoofd. Na het vertrek van Kai Hansen bleek de Duitse formatie te breken met de stijl waarmee de groep in korte tijd groot was geworden. Ook ik was indertijd zwaar teleurgesteld over het ontbreken van de gewenste vliegensvlugge granaten en epische saga's en heb Pink Bubbles Go Ape menigmaal verketterd. 

Als ik die cd tegenwoordig weer eens opzet, dan blijkt het kwalitatief gezien echter een alleszins aangenaam plaatje te zijn. Geen klassieker, maar bij lange na niet zo slecht als menigeen beweert en ik zelf destijds dacht. Hetzelfde geldt anno 2012 voor de titelloze debuut-cd van Unisonic. Zolang je geen snelle powermetal verwacht en een bescheiden verwachtingspatroon hanteert, is het album goed verteerbaar. De aanwezigheid van Hansen blijkt een beperkte impact te hebben, want Unisonic borduurt grotendeels voort op de beide melodieuze hardrockplaten van Place Vendome, waarop Kiske ook al samenwerkte met de van Pink Cream 69 bekende bassist/songwriter Dennis Ward en drummer Kostas Zafiriou. Het vijfde lid van Unisonic is evenmin een onbekende, want gitarist Mandy Meyer liet zijn kunsten eerder horen bij o.a. Asia, Gotthard en Krokus. 

Eigenlijk is het debuut van Unisonic de logische optelsom van de vijf componenten, waarbij Kai Hansens powermetalhart vaak zijn meerdere moet erkennen in de aor- en hardrockwortels van zijn kompanen (inclusief Kiske, die na diens vertrek bij Helloween zijn metalverleden langdurig heeft verloochend). Toch voegt de Gamma Ray-leider wel degelijk iets toe, want Unisonic is net wat harder, meer metal, gevarieerder en spannender dan de (niet onaardige) Place Vendome-cd's. De beste voorbeelden zijn de onweerstaanbare up-tempo songs Unisonic en My Sanctuary. Jammer is wel dat die twee prijsnummers al op het begin dit jaar verschenen mini-album Ignition stonden. 

Als je Ignition in je bezit hebt, biedt Unisonic wellicht te weinig meerwaarde om de aankoop van deze langspeler te rechtvaardigen. Sowieso is de cd vooral een aanrader voor fans van de nog altijd fraaie vocalen van Michael Kiske en zal de gemiddelde metalfan hier niet voor warmlopen. Niet alleen vanwege de wat oubollige stijl, maar vooral omdat de meeste songs te voorspelbaar en onopvallend zijn. Zolang Unisonic een excuus biedt aan Kiske en Hansen om weer samen het podium op te kruipen en oude Helloween-krakers te spelen, dan heeft de groep desalniettemin mijn zegen en hoop ik dat ze nog een tijdje doorgaan.


Pride of Lions - Immortal

Jaar van release: 2012
Label: Frontiers Records

AOR-fans opgelet! Album nummer vier van Pride Of Lions zal op de markt verschijnen. De band van Jim Peterik die hij startte nadat een doorstart zonder gedoe van Survivor niet tot de mogelijkheden behoorde is terug aan het front. Met het meer dan uitstekende debuut in mijn achterhoofd en de compositorische talenten van Peterik ben ik er maar eens lekker voor gaan zitten.

En ook Immortal is weer een album volgens het boekje. Peterik heeft weer een aantal gloedvolle songs bij elkaar gepend. Dat kan je aan hem als co-auteur van “Songwriting for Dummies” wel overlaten. Zonder uitzondering zitten de nummers perfect in elkaar. Ondanks dat Peterik de afgelopen jaren al medewerking verleende aan het meest recente solo-album van Jimi Jamison (ex-Survivor) en het Kimball/Jamison-album heeft hij nog genoeg lekkers voor de vierde van Pride Of Lions bewaard.

Immortal opent sterk met het titelnummer. De twee opvolgende tracks zijn degelijk, maar niet erg spannend. Met Shine On en Everything That Money Can’t Buy (wel erg gelikt) lijkt de plaat iets te veel de ballad-kant op te gaan. Als in Coin Of The Realm dan een knipoog naar Eye Of The Tiger wordt gedaan is de band wat mij betreft weer op het goede spoor. Vanaf Vital Signs dat zijn oorsprong vindt in de jaren ’80 ten tijde van het gelijknamige Survivor-album is het volle bak smullen geblazen. Het tempo gaat omhoog, de gitaren zijn prominent aanwezig en het tempo gaat op standje “euforisch”. Met Are You The Same Girl komt er nog één keer een ballad voorbij die om te watertanden is. Afsluiter Ask Me Yesterday doet erg aan Home Of The Brave van Toto denken, maar dat geeft niets. Het is een prima uitsmijter.

Dikke aanrader voor de liefhebber van melodieuze rock. Frontiers Records heeft dit jaar al een aantal knallers gebracht en wellicht zal er nog aankomen. Begin november verschijnt namelijk het nieuwe album van Jimi Jamison. Tot die tijd is Immortal een meer dan aangename luisterervaring.


Hess - Living In Yesterday

Jaar van release: 2012
Label: Frontiers Records

Enige tijd terug stopten de heren van de Canadese melodische rockband Harem Scarem ermee, maar dat betekende duidelijk niet dat zanger Harry Hess het voor bekeken hield. Een man met vele talenten en die ook duidelijk in behoorlijk wat landen al opgenomen heeft en dus ook meer faam achter zijn naam heeft. De Canadese zanger Harry Hess is natuurlijk voornamelijk bekend geworden als frontman van de band Harem Scarem, die met het in 1991 uitgekomen debuut ‘Harem Scarem’ en vooral met het in 1993 gereleaste album ‘Mood Swings’ een aantal echte A.O.R.-pareltjes heeft uitgebracht. Daarna werd de kwaliteit van de uitgebrachte platen wat minder en ging men later zelfs onder de naam Rubber wat meer de poprock kant op. Anno 2012 is Harry weer terug aan het muzikale front met zijn tweede solo-album ‘Living In Yesterday’, na in 2003 al het zeker niet onaardige ‘Just Another Day’ op de markt gebracht te hebben. 

Interessant is echter dat Harry voor deze nieuwe solo-plaat de handen weer ineen heeft geslagen met Harem Scarem gitarist Pete Lesperance, waardoor het “gitaar-gehalte” een stuk hoger is uitgevallen en de oude, vertrouwde Harem Scarem sound weer wat meer naar voren komt. Verder wordt meneer Hess nog bijgestaan door een aantal gerenommeerde namen zoals Creighton Doane (Harem Scarem), Darren Smith (ook al Harem Scarem), Marcie Free (Unruly Child, Signal), Howie Simon (Talisman) en Tommy Denander (onder andere Radioactive) om er maar een paar te noemen. Levert dit alles dan een echt wereldschokkende plaat op? Nou, dat ook weer niet direct, maar ik vind deze ‘Living In Yesterday’ wel een stuk sterker dan Harry’s eerste solo-album. Alle tien aanwezige nummers zijn erg degelijk en met het door Fredrik Bergh (Street Talk) meegepende ‘I Live For You’, de ballad ‘It’s Over’ en de catchy A.O.R.-songs ‘Don’t Leave Me’ en ‘I Don’t Wanna Want You’ hebben we een aantal tracks die de middelmaat ruim ontstijgen. Het niveau van de genoemde Harem Scarem platen wordt natuurlijk nergens gehaald, maar dat neemt niet weg dat de melodieuze rock liefhebber zeker uit de voeten zal kunnen met deze ‘Living In Yesterday’.

Het project Hess breekt uiteraard niet met hetgeen we gewoon zijn van deze man. Enorm melodieuze en zachtaardige rock komt op het publiek af in een vorm die me doet denken aan heel wat moderne rock voor het grotere publiek, maar eveneens aan de stijl van boegbeelden uit het verleden zoals Bryan Adams en Jon Bon Jovi. Spelen met gevoelens hoort daar uiteraard bij en met It’s Over wordt die warme, emotionele stijl nog wat meer in de verf gezet. Misschien wat te melig voor het merendeel van de luisteraars hier, maar dat betekent zeker niet dat kwaliteit ontbreekt bij deze Canadees. Het betere van de man komt naar voren bij Nothing Lasts Forever, waarbij hij een leuke impuls aanbrengt in het nummer en het erg catchy doet klinken.

Iets waar je voor moet zijn en wellicht zijn dat type mensen op deze webstek de grote afwezigen. Toch best een interessante plaat voor als het even allemaal wat gevoeliger en melodieuzer kan en mag. Harry Hess laat met Living In Yesterday zonder twijfel voor de liefhebbers van commerciële rock een sterke indruk na.


Eclipse - Bleed And Scream

Jaar van release: 2012
Label: Frontiers Records 

Vier jaar geleden verraste Eclipse uit Zweden mij volledig met hun aanstekelijke album Are You Ready To Rock. Eigenlijk schandalig dat het dan vier jaar moet duren voordat de opvolger op de plank komt te liggen, maar zanger Erik Mårtensson had het te druk met het schrijven van nummers voor anderen en een aantal projecten waarmee hij zich bezighield. Wat intact is gebleven is de bezetting van de band en dat mag tegenwoordig een prestatie genoemd worden. 

Sinds het laatste album uit is gekomen heeft de band ook daadwerkelijk als voorprogramma gefungeerd bij onder andere Deep Purple maar ik moet zeggen dat ik van een verdere tour hier in ons kikkerland weinig heb meegekregen, en als ik dit album na een aantal draaibeurten heb laten bezinken kan ik niet anders zeggen dan dat dit eigenlijk belachelijk is. Het aanstekelijke, melodieuze van het vorige album is niet verdwenen. Nog steeds klinkt het allemaal retestrak en haast ouderwets aanstekelijk, en de parallellen met bijvoorbeeld (het oudere werk van) Hardline en Fair Warning zijn zó aan te wijzen. 

Erik Mårtensson heeft een dijk van een stem, en met het lekkere gitaarwerk van Magnus Henriksson (die in sommige slagpartijen veel lijkt op Chris Impellitteri) is absoluut niets mis. De power die van het album afspat (zoals bij de titelsong en A Bitter Taste) is regelrecht fantastisch. Dit keer geloof ik de bio waarin de bandleden aangeven dat ze het vorige album wilden overtreffen. Daar draagt de prima productie overigens ook aan bij.

De conclusie is eigenlijk vrij simpel: als je van stevige ouderwetse hardrock houdt dan moet je Eclipse gewoon in huis halen. Wat een geweldenaars! Kopen die plaat!


Rush - Clockwork Angels

Jaar van Release: 2012
Label: Roadrunner Records 

De rotoren van Rush roteren nog altijd op volle toeren. Op ‘Clockwork Angels’ misschien zelfs als nooit tevoren. Want de symbiose tussen catchy melodieën en avontuurlijk spel lijkt bijna volmaakt. Tel daarbij de - voor Rush-begrippen - soms snoeiend harde, maar altijd rake riffs op en je weet dat dit album zich met klassiekers als ‘A Farewell To Kings’ uit 1977 en ‘Moving Pictures’ uit 1981 kan meten. Een boude bewering. Het is ook bijna ongelooflijk dat een band bij een twintigste (!) album nog zo fris, energiek en gedreven kan klinken. Qua sound en songstructuren ligt dit album in het verlengde van ‘Snakes & Arrows’, maar de basloopjes van Geddy Lee ronken, Neil Pearts smaakvolle drumfills blijven ongeëvenaard en Alex Lifeson bijt zich vast in mooie gitaarpartijen en een solo als een nummer daarom vraagt. Het refrein van ”The Wreckers“ en de brug van ”Halo Effect“ laten de meest melodieuze kanten van Rush horen, en riffs in nummers als ”Carnies“ en ”Seven Cities Of Gold“ doen denken aan Black Sabbath van weleer, maar dan met een moderne sound.

Want ook op dat gebied spreekt de ervaring van deze progrockhelden mee. Het concept achter ‘Clockwork Angels’ is gebaseerd op een stroming die ‘steampunk’ heet, een wat meer romantische tegenhanger van ‘cyberpunk’. Het gaat over de toekomst zoals die in het verleden werd gezien en duikt in verhalen die zich afspelen in een tijd dat stoomkracht, uurwerken en alchemie de primaire krachtbronnen zijn. Dat biedt de luisteraar die met de teksten (geschreven door Peart) op schoot zit te luisteren extra diepgang. Afsluiter ”The Garden“, opgenomen met een orkest, is een optelsom van alles dat Rush zo intrigerend maakt: symfonische pracht, felle basriffjes, dromerig toetsenwerk, een geweldige gitaarsolo en steady drums. Alles goed gedoseerd en met een goede flow. Maar eigenlijk draait elk nummer als een klok. Deze mannen zijn nog lang niet uitgespeeld en geven alle jongere progrockgroepen een lesje in effectiviteit, melodieën en eenheid.


Circus Maximus - Nine

Jaar van Release: 2012
Label: Frontiers Records  

In 2005 werd de Noorse progressieve formatie Circus Maximus bejubeld om het debuutalbum ‘The 1st Chapter’ en ook de opvolger, het conceptuele ‘Isolate’ uit 2007 viel bijzonder goed in de smaak. Haast om de gang er in te houden had de band kennelijk niet, want pas vijf jaar later komt Circus Maximus met een nieuwe CD. Toch beviel de muziek van deze veel minder bekende band, underdog zo je wilt, mij veel beter dan ik had verwacht. De voornaamste oorzaak was de zang denk ik, melodieus en technisch hoogstaand, maar vol emotie en nergens gekunsteld. Ook de prachtige melodieën, soms bijna pop-achtig maar soms ook dreigend en vol spanning in combinatie met de virtuositeit van toetsenist en gitarist, en de verwerking daarvan in lange (Mout of Madness) of korte (Sane No More) meesterwerken gaven Circus Maximus wat mij betreft iets extra’s. 

Na beluistering van ‘Nine’ wordt duidelijk dat het een geslaagd rijpingsproces is geweest. De nieuwe plaat is qua stijl niet veel anders (ironisch genoeg zoals bijna altijd bij deze soort “progressieve” metal). Dit betekent voor Circus Maximus horden enthousiaste fans, zo valt al af te lezen aan de eerste reacties op allerlei internetpagina’s. Ik ben echter nog even sceptisch. De nieuwe nummers zijn goed opgebouwd en voorzien van lekkere hooks en muzikaal vakmanschap, waarin het melodieuze aspect en een wat hardere benadering mooi op elkaar zijn afgestemd. Duidelijk is ook dat de band voor een meer verfijnde sound heeft gekozen en technische, complexe hoogstandjes ditmaal achterwege laat. Het progressieve element zit er zeker nog in, maar de nieuwe nummers zijn toch een stuk toegankelijker gearrangeerd, met melodieën die lekker in het gehoor liggen. Dat laatste is ook een verdienste van de uitstekende zanger Michael Eriksen, die vorig jaar met zijn solo-uitstapje The Magnificent een meer commercieel geluid liet horen.  Aan de fantastische opener Architect of Fortune, een ruim tien minuten durende tentoonstelling van alle kwaliteiten van Circus Maximus, zal het niet liggen. Luister maar eens naar ”Reach Within“ (waarop de prachtige zang overigens wel goed tot zijn recht komt), dat ook nog eens aangenaam en atmosferisch begint. Vet, complex en groovy daarentegen is ”Namaste“ en ook ”Used“ heeft zijn heftige momenten. Eigenlijk bevat elk nummer wel de contrasten tussen melodieus en hard, met als belangrijke schakel het sublieme gitaarwerk van Mats Haugen. Circus Maximus levert met ‘Nine’ een fraai staaltje muzikaal vakmanschap en compositorisch talent af.  Het is zo jammer dat de band keer op keer (op de vorige albums ook al) laat zien zo goed de kunst van het schrijven van een nummer van meer dan acht minuten te beheersen, en dan vervolgens haar albums volgooit met traditioneel opgebouwde songs (hier wellicht nog sterker dan het supercheesy Arrival of Love op Isolate), die soms zelfs doen denken aan powerballads. Een nummer als Game of Life een prachtig refrein heeft en weer een ander nummer een geweldige climax kent doet daar maar weinig aan af. Het onderscheidt de band misschien van de bands die hun nummers soms onnodig uitbouwen (Seventh WonderSymphony X en wat mij betreft ook Dream Theater), maar Circus Maximus is nu juist wel goed in het schrijven van lange nummers!

Het eerste nummer en de laatste twee nummers (9:04 en 10:18 minuten, respectievelijk) zijn geweldige muziekstukken, de term ‘progressief’ waardig. De zes nummers daar tussenin hebben allemaal hun momenten, maar als “song” is geen van allen zo sterk als een Sin of een A Darkened Mind (de openingstracks van de eerste twee albums). De sterke momenten worden te snel ingeperkt door de structuur die om onbekende reden deze plaat ervan weerhoudt een échte stap vooruit te zijn. Een slechte plaat kan ik Nine desondanks niet noemen, integendeel, maar één ding is voor mij duidelijk: deze band zit nog niet op de top van haar kunnen.


Shinedown - Amaryllis

Jaar van Release: 2012
Label: Roadrunner Records

Tussen de eerste twee albums zaten twee jaar. Vervolgens had Shinedown drie jaar nodig om een nieuw album te maken. En daarna vier jaar. Volgens dit patroon kunnen we dus over vijf jaar pas de opvolger van ‘Amaryllis’ tegemoet zien. Wellicht valt het allemaal mee. Hoe het ook uitpakt, Shinedown heeft in elk geval een album afgeleverd waar we jaren zoet mee kunnen zijn. De kracht van de Amerikaanse band lag altijd al in de enorme variatie van het songmateriaal. Het vorige album The Sound Of Madness betekende voor Shinedown de echte doorbraak in thuisland Verenigde Staten, maar ook in Europa kwam de band daarmee goed in beeld. De band heeft sinds de release van dat album uitvoerig getourd, waardoor we bijna vier jaar hebben moeten wachten op het nieuwe album Amaryllis. Het ene moment probeerde de band te overdonderen met spijkerharde rock. Het volgende werd de luisteraar ingepakt met een ballad waarin pathos niet geschuwd werd. Tussen die uitersten beweegt ook ‘Amaryllis’.

De band is voor dit album niet afgeweken van het ingeslagen pad. Amaryllis voelt echt aan als een logisch vervolg op The Sound Of Madness, en heeft nog altijd het typisch Amerikaanse rockgeluid. Alle elementen die het vorige album sterk maakten zijn nog altijd in spel. Lekkere nummers met catchy hooks en goede zang, afgewisseld met enkele mooie rustige nummers. Wederom hakt de opener er gelijk goed in, met het felle Adrenaline, wat een mooi contrast vormt met de prachtige, sfeervolle afsluiter Through The Ghost. Daar tussenin zitten ook nog wat pareltjes, bijvoorbeeld het harde, catchy Enemies, is pittiger, maar ook hier domineren akoestische gitaren en zware orkestraties. Mooi trouwens, hoe Brent Smith hier zingt. De frontman is sowieso de held van de band. En dit album. Het is zijn heldere, gepassioneerde zang die zorgt dat de songs op ‘Amaryllis’ me werkelijk bij de strot grijpen. of het mooie titelnummer. Een beetje een misser is toch wel de eerste single Bully, met z'n wat zeikerige refrein. De boodschap mag dan duidelijk zijn, toch had dit nummer beter gekund. En dat zeikerige hebben toch meer nummers last van.

Vervolgens wordt echt de koers naar rustiger wateren gezet. Het titelnummer is een ballad waarin alle registers opengetrokken worden.  Op het vervolg van het album pakt de band gelukkig wel weer een paar keer stevig uit, zoals in ”Nowhere Kids“. In dat laatste zit een flinke brok kritiek op de hedendaagse maatschappij verpakt. Ondanks deze uitbarstingen is het idyllisch getitelde ‘Amaryllis’ een album waarop Shinedown overduidelijk kiest voor melodie, voor songs en voor heldere, herkenbare zang. Het meest afgetekende voorbeeld daarvan is ”I’ll Follow You Down“ dat tijdens concerten voor een zee van aanstekers zal zorgen. Toch zorgt een mooi geplaatste gitaarsolo dat het allemaal net niet te zoet wordt. ‘Amaryllis’ is een plaat van een band die zich binnenstebuiten keert, zonder voorbehoud. Persoonlijke teksten, dramatische refreinen, zwaar aangezette akkoorden. Die overtuiging maakt de muziek onweerstaanbaar, ook dankzij de kwaliteit van de songs. Hopelijk hoeven we niet al te lang te wachten op een opvolger. Mocht het toch vijf jaar worden, is dat met ‘Amaryllis’ op de plank absoluut geen drama.

Bassist Eric Bass en gitarist Zach Myers ontbraken misschien op de vorige cd, toch is het niet te merken. Het gitaarspel ligt namelijk ook in het verlengde van de vorige cd, alleen heeft het misschien net iets minder pit. De solo's klinken echter zeer in orde, evenals de productie. Shinedown heeft er goed aan gedaan om weer met Rob Cavallo en Dough McKean te werken, want het geluid staat als een huis en is kraakhelder. Misschien is het omdat het vorige album al van zulke hoge kwaliteit was, maar Amaryllis haalt het toch net niet bij The Sound Of Madness. Het album is op zich dik in orde, maar het mist net dat beetje extra dat z'n voorganger wel heeft. 


Europe - Bag of Bones

Jaar van Release: 2012 
Label: Ear Music

Europe is jeugdsentiment, want wie is er niet vertrouwd met de wereldhit ‘The Final Countdown’?  Toch is het helemaal verkeerd om de Zweedse band (enkel) daarop vast te pinnen, want zij hebben veel meer in petto. Zet je vooroordelen over hun imago in het verleden aan de kant en geniet van deze eerlijke muziek van een stel muzikanten met kennis van het verleden, maar ook voeling met het heden. 
Er pleit veel voor Europe.  De band teert niet op de hits die het in de jaren tachtig scoorde, maar brengt op gezette tijden nieuwe albums uit. De Zweedse formatie rond zanger Joey Tempest mat zich voor de tweede jeugd, die met een comeback in 1999 begon, bovendien een nieuw, gespierd geluid aan. Getuige hun eerste studio album ‘Start From The Dark’ in 2004, na de wederopstanding, hebben ze ons al een paar keren aangenaam weten te verrassen. Sinds deze reünie is gitarist John Norum terug van de partij en dat maakt toch wel een verschil: het materiaal is ruwer en meer gitaar georiënteerd. Dit gaat zelfs in stijgende lijn. Konden we voorganger ‘Last Look At Eden’ (2009) nog enigszins betichten van een brede, veelgelaagde productie, dan gaat dit niet langer op voor ‘Bag Of Bones’. Werkelijk een (snoep)zak met gestripte songs is dit, mede ontstaan door de opnametechnieken van producer Kevin Shirley (waar men traditiegetrouw nog nooit mee gewerkt had). Voor het eerst sinds lang is dit album opgenomen – in de Atlantis Studio in Stockholm, waar ook de laatste Opeth vrucht groeide – terwijl alle muzikanten van in het begin samen aanwezig waren. Geen wonder dat dit dan ook vuurwerk geeft, met schitterende gitaarsolo’s, een Joey Tempest die soms evenveel gevoel in zijn zang legt als Robert Plant en songs met een perfecte balans tussen herkenbaarheid en verrassing. ‘Bag Of Bones’ laat ook nog eens horen dat Europe anno 2012 nog altijd een bevlogen, geïnspireerde band is. 
Ik geef eerlijk toe dat ik bijna omver viel van verbazing toen ik ‘Bag Of Bones’ de eerste keer hoorde. Was dit Europe? Zo fel en vurig? Zo heavy? Weg met de gepolijste, Amerikaanse popdeuntjes. Leve de vintage Europese hardrock! Want zoals ‘Riches To Rags’ uit de startblokken schiet, daar lusten we wel pap van. Goede zang, scheurende gitaarsolo… lekker. De eerste single/video is ‘Not Supposed To Sing The Blues’ heeft ook mijn hart gestolen. De semi-autobiografische tekst is interessant op een reflectieve wijze, muzikaal hoor ik er meteen een ‘Kashmir’-achtig stuk in. Wanneer ik één band moet noemen waar ik meermaals aan moet denken bij ‘Bag Of Bones’, dan is dat Led Zeppelin. Dat steekt ook fel de kop op tijdens het akoestische ‘Drink And A Smile’ verderop, een grappig zijsprongetje over het plezier om dronken te worden. Eveneens een voltreffer is ‘Firebox’. Met zijn oosterse invloeden – hoor ik daar een sitar? – en boeiende, instrumentale passage is dit weer net iets anders. John Norum is altijd een gitarist geweest, sterk beïnvloed door blues. Vanzelfsprekend speelt gevoel en emotie dan ook een belangrijke rol in zijn spel, meer dan virtuoos vertoon. Dat merk je ook in de solo’s die in bijna elk nummer opduiken, naast kundig klinken ze ook hartelijk. Het streepje slide gitaar aan het begin van het titelnummer liet hij echter over aan Joe Bonamassa, een man waar producer Kevin Shirley ook al mee gewerkt heeft. Sterke zang trouwens in dat titelnummer, welk evenals het ontroerende ‘My Woman My Friend’ ingetogen aanvangt, om later aan kracht te winnen met harde gitaren. ‘Demon Head’, ‘Mercy You, Mercy Me’ en het tijdens de vorige tournee al live gespeelde ‘Doghouse’ zijn robuuste rockers waarin Europe stevig van leer trekt, maar afgesloten wordt er met de power-ballad ‘Bring It All Home’. Al met al is het een album geworden die worden gedomineerd door de volgende ingredienten:  bluesy, classic hardrock, die sterk beïnvloed is door de grote rockbands uit de jaren zeventig. Zo is het titelnummer een gepassioneerde song die op een album van Free of Bad Company had kunnen staan. ”Demon Head“ is ook al zo’n degelijke, tijdloze rocksong. Kortom, er is weinig af te dingen op wat Europe op ‘Bag Of Bones’ laat horen. Hoewel? Met het omarmen van een volwassen sound heeft de band tegelijkertijd afscheid genomen van de catchy liedjes waar het ooit groot mee werd. En er zijn momenten op ‘Bag Of Bones’ dat een heavy reïncarnatie van ”The Final Countdown“ Of ”Superstitious“ het album net iets extra’s zou geven. 


H.E.A.T - Adress The Nation

Jaar van Release: 2012 
Label:
 Ear Music

In Denemarken won de ruige rocker Oliver Weers de talentenjacht X-Factor met een overtuigend ”The Show Must Go On“ van Queen. Inmiddels heeft hij al twee prima hardrockplaten achter zijn naam staan. De jonge Zweed Erik Grönwall deed bij Idols iets soortgelijks. Hij blies iedereen weg met Iron Maidens ”Run To The Hills“ en Skid Rows ”18 And Life“ \u2013 kijk de video’s maar op YouTube. Dat was in 2009, net voordat H.E.A.T zijn zanger zag vertrekken. Grönwall had hippe popliedjes kunnen gaan maken en makkelijk hits kunnen scoren, maar trad toe tot de AOR-formatie. Visueel levert het een vermakelijk contrast op; de vijf langharige rockers en dat gelikte ventje. De zanger heeft een heser stemgeluid dan zijn voorganger, maar de rekkracht van zijn stembanden is er niet minder om. In combinatie met het muzikale vakmanschap van de vijf instrumentalisten vormt het een smaakvol geheel. De eerste twee platen bewezen al dat H.E.A.T hot is, en ‘Address The Nation’ zet die sterke lijn voort. De melodieuze en energieke rocksongs ”Breaking The Silence“ en ”Falling Down“ doen niet onder voor het oudere werk en worden afgewisseld met een stadionmeezinger als ”The One And Only“. Of neem afsluiter ”Downtown“, dat imponeert met ingetogen en onderhuids bruisend spel. De aalgladde popsong ”In And Out Of Trouble“ laat bovendien horen dat de heren meer kunnen dan alleen rocken. Het mag duidelijk zijn dat ‘Address The Nation’ een veelzijdig album is. Absolute topper van de plaat is eerste single ”Living On The Run“, nu al een klassieker. Eerlijk gezegd was naar mijn mening voormalig zanger Kenny Leckremo wel een ijzersterk pluspunt die net het verschil maakte binnen een overwegend bovengemiddelde melodieuze hardrock band. Direct na de eerste luisterbeurt kan ik alleen maar concluderen dat de band nog beter is geworden en de individuele muzikanten weer gegroeid zijn (wat een schitterend solo werk, fills, en aanvulling op elkaar!). Zelfs de zang voelt direct passend en pakkend; Erik Gronwall doet misschien niet direct zijn voorganger vergeten, maar doet ook zeker niet voor hem onder. Voor de mensen die het nog niet wisten; H.E.A.T. is een absolute aanrader voor liefhebbers van kwalitatieve melodieuze hardrock in de lijn van Giant, Foreigner, Thunder, Toto en Journey en vele andere toppers in het genre. Dit nieuwste album is daar zeker geen uitzondering op. 
 Met zulke songs is de jacht op een podiumplek officieel geopend. AOR-liefhebbers kunnen blind toehappen.


Tyketto - Dig In Deep

Jaar van Release: 2012 
Label:
 Frontiers

Het valt niet mee als je als succesvolle band eind jaren 80, begin jaren 90 door de opkomst van de grunge het loodje legt. Dit overkwam vele talentvolle bands, waaronder Tyketto. Op het debuutalbumu werd nog met het nummer Forever Young een bescheiden hit geschoord. Slechts twee succesvolle cd's hadden de heren uitgebracht: Don't Come Easy en Strength In Numbers, waarna in 1995 nog zonder veel succes het album Shine werd uitgebracht met Steve Augeri als zanger.  Maar toen was het muzikale rocklandschap al dusdanig veranderd dat de band niet veel anders restte dan de handdoek te werpen. Trends komen en gaan, bloed kruipt waar het niet gaan kan en anno 2012 is Tyketto, na eerdere reünie-optredens, terug met nieuw plaatwerk in originele line-up! Zoals zovele bands uit die periode verrees Tyketto een paar jaar geleden uit zijn as en speelde succesvol op een aantal festivals, waarna het heilige vuur weer ontbrandde.

Men maakte de afspraak dat de muziek voor een nieuwe plaat geschreven moest worden door zanger Danny Vaughn, gitarist Brooke St. James en drummer Michael Clayton en het moest dicht tegen de roots van de band liggen in muzikaal opzicht. Nou, daar zijn de heren glansrijk in geslaagd. Voor mij ligt de nieuwe cd, die één brok kwaliteitsmuziek herbergt, hardrock met een flinke scheut blues en gevoel voor melodie.

Dig In Deep sluit naadloos aan bij de stijl van de eerste twee platen. Faithless, de opener is heavy (voor Tyketto-begrippen dan) en melodieus. Direct is duidelijk dat de sterkste troefkaart van de band, Vaughn, nog niets aan kracht heeft ingeboet. Wat een strot heeft die man toch. Uit duizenden herkenbaar. Wat ook nog aanwezig is zijn de sterke, op akoestische gitaren gebaseerde, songs van Brooke St. James. De bluesy feel die op Shine node werd gemist is weer terug van weggeweest.

 Het opnameproces werd een waar feest. De demo's vlogen over en weer en deden herinneren aan vervlogen tijden van met name Strength In Numbers. Opener Faithless is lekker fel en mooi opgebouwd, met een wederom sterke zang van Danny Vaughn die meerstemmig is opgenomen en zeer beheerst klinkt. Jammer dat St. James in The Fight Left In Me het intro gebruikt voor een Yngwie-imitatie. Dat moet je aan Yngwie overlaten als je dat niet kunt. Daar waar Dig In Deep en bijvoorbeeld Let This One Slide er weer lekker op los rocken à la Thunder (waar Tyketto anno nu toch veel raakvlakken mee heeft), eindigt de cd akoestisch met This Is How We Say Goodbye.

Ondanks dat Dig In Deep qua geluid, songs en gevoel in de buurt komt bij het debuut en opvolger Strength In Numbers ontbreekt naar mijn smaak op deze nieuwe boreling het onweerstaanbare jongehonden-gevoel van de eerste plaat. Oké, Dig In Deep is over de gehele linie consistent en zakt nergens in, maar het geheel is toch wat aan de brave en veilige kant, zeker als  de band lekker rockt zoals in Faithless, The Fight Left In Me, Sound Off en Let This Side On,dan zit ik op het puntje van mijn stoel. En had dit album alle ingredienten om over een paar jaar als klassieker te worden bestempeld, maar wie weet.

 Maar dat gebeurt naar mijn smaak net iets te weinig op Dig In Deep. Het accent ligt echter vooral op wat voortkabbelende nummers met afwisselend akoestische en elektrische passages. Hierin sijpelen invloeden van blues, southern rock en een vleugje country door en neigen meer naar het werk van de band van Vaughn. Het titelnummer dan, toch een visitekaartje van een plaat. Het betreft hier een stevige rechttoe rechtaan rock'n rollachtige song.

Desalniettemin schat ik in dat Tyketto-liefhebbers in hun nopjes zullen zijn met Dig In Deep. Liefhebbers van het een aantal jaar geleden ter ziele gegane Thunder die in The Union, het nieuwe vehikel van Thunder-gitarist Luke Morley, de combinatie van fraaie zang en bluesy rock missen zouden Dig In Deep zeker een kans moeten geven. 

Conclussie moet zijn na meerdere luisterbeurten, dit smaakt toch ernstig naar meer. Hopelijk gaan de heren op tournee, maar vooralsnog lees ik daar niks over. Voor Tyketto en Thunder-fans verplichte kost.


Jeff Scott Soto - Damage Control

Jaar van Release: 2012 
Label:
 Frontiers

Het jongste album van superzanger Jeff Scott Soto is weer een parel, die geregen kan worden aan een ketting van een paar dozijn albums waar de man zijn stembanden aan geleend heeft. We noemen (slechts) een paar samenwerkingsverbanden: Yngwie Malmsteen, Takara, Talisman, Trans Siberian Orchestra, de film Rockstar en Queen fanclubdagen (met de drie overgebleven bandleden). Op zijn website wordt het hele verhaal uitgebreid verteld. Melodic (hard)rock fans die NIET alle albums van/met JSS kennen worden uitgenodigd dat verhaal te gaan lezen en nog meer ‘fijne platen’ te gaan ontdekken! 
‘Damage Control’ biedt oude en nieuwe fans van JSS en van melodic hardrock naast de kenmerkende en zeer sterke vocalen, mooie uitgesponnen composities, fraai gitaarwerk en een cleane productie. Anders dan op zijn vorige soloplaat ‘Beautiful Mess’ zitten er op ‘Damage Control’ geen funky uitstapjes. Dit is weer een terugkeer naar het vertrouwde classic (melodic) hardrock/AOR nest. 

 Ik krijg nooit genoeg van dit soort klasse hardrock en kan dit album in twee alinea’s onmogelijk volledig recht doen. Dit album is van voor tot achter zwaar genietbaar en er staat geen vullertje op. In een bijna 30-jarige carriëre is Damage control pas het vijfde solo album van zanger Jeff Scott Soto. Niet dat hij al die jaren verder niets gedaan heeft want er zijn weinig zangers die zo actief zijn als Soto.

Naast zijn solo activiteiten is hij te horen op meer dan 60 albums van bands en projecten waaraan hij meegewerkt heeft. Ooit begonnen als zanger bij Yngwie Malmsteen en later frontman van o.a. Talisman, Soul SirkUS en niet te vergeten Journey waar hij na anderhalf jaar hard werken op een niet zo nette manier aan de kant werdt geschoven. Soto revancheerde zich vervolgens middels het geweldige W.E.T. album (2009) waarop hij liet horen dat hij wel degelijk had kunnen slagen bij Journey.

Damage control is een lekkere rockplaat geworden. Weliswaar niet van W.E.T. niveau maar daar had ik ook geen rekening mee gehouden. Soto voelt zich in ieder geval als een vis in het water. Slechte nummers staan er niet op maar daarentegen ook geen nummers waar je stijl van achterover slaat. Vooral de eerste helft klinkt lekker met Give a little love, Damage control en Look inside your heart. Het probleem is echter dat je het na 5 nummers wel gehoord hebt. Onderling verschillen de songs namelijk niet zoveel en had iets meer afwisseling het album alleen maar goed gedaan omdat uitstekende songs als How to love again en Afterworld nu niet zo opvallen.

Maar al met al is dit een prima album waar de vele Soto fans blij mee zullen zijn. Zijn stem is nog altijd uitzonderlijk goed en het spelplezier is zoals gewoonlijk in volle mate aanwezig. Damage control is in ieder geval een van Soto’s beste solo albums.


Vengeance - Crystal Eye

Jaar van release: 2012
Label: SPV / Steamhammer Records

Nadat hardrockminnend Nederland vorig jaar werd opgeschrikt door het overlijden van gitarist Jan Somers was het de vraag òf en hóe Vengeance de draad weer zou kunnen oppakken. Maar Leon Goewie zou Leon Goewie niet zijn als hij daar niet wat op zou vinden. Hij bouwde een goede band op met zijn medemuzikanten van Chris Slade's Steel Circle en wist hen te verleiden om als band achter hem te fungeren voor een nieuw Vengeance-album. 

En dan hebben we het over niet misselijke namen: Chris Slade (onder andere ex-AC/DC), Chris Glen (Michael Schenker Group) en Kerri Kelli (ex-Alice Cooper) vulden het muzikale veld op om samen met Leon een nieuw album in de markt te zetten. Onder de productionele leiding van Michael Voss werd het 30-jarig jubileumalbum opgenomen, en het artwork kon niet anders zijn dan van de hand van Jan Somers.De muziek is afkomstig van onder andere Bonfire's Hans Ziller en Chris Lausmann, maar ook Tony Martin (ex-Black Sabbath) en Arjen Lucassen droegen hun compositorische steentje bij. De teksten zijn overwegend geschreven door Michael Voss en Leon Goewie. Me And You opent het album lekker fel, waarBad To The Bone voor mijn gevoel nog het meest van het oude Vengeance in zich heeft. Maar je kunt niet heen om het feit dat ook deze band evolueert, en dat is aan de overige nummers goed te horen.

Het klinkt allemaal wat moderner, wat frisser, en als Vengeance-fan van het eerste uur is het soms moeilijk om het muzikale verleden los te laten, of geen vergelijkingen te maken. Het is iets minder party, iets serieuzere rock wat de klok slaat. En jawel, daar is de ballad weer. Dit keer (zelfs twee maal) van de hand van producer Michael Voss, waar Leon zich op Promise Me en Missing weer van de gevoelige kant laat horen. Ik moet zeggen dat de tweede me erg bevalt, waar de eerste me totaal niet kan boeien. Titelnummer Crystal Eye is op dit album de vreemde eend in de bijt. Zeer herkenbaar door de Ayreoneske sound (met overigens subliem gitaarwerk van Kerri Kelly) zorgt dit nummer voor de nodige mystiek.ja, de afsluiter Jan's End Piece zal menig fan tot minimaal een traan roeren. Wanneer de band op tour gaat, zal Timo Somers (die ook te horen is op Crystal Eye en Promise Me) de gitaarpartijen voor zijn rekening gaan nemen, samen met een nog nader aan te trekken gitarist. Zeker is al wel dat Chris Slade achter de drumkit zal plaatsnemen. Dat zal, verwacht ik, wel voor het nodige vuurwerk gaan zorgen. Met ruim 44 minuten op de klok had dit vuurwerk voor mij iets langer mogen duren. 


Sunstorm - Emotional Fire

Jaar van Release: 2012 
Label: Frontiers

Emotional Fire is alweer het derde album van Sunstorm, na het gelijknamige debuut uit 2006 en opvolger ‘House Of Dreams’ uit 2009 is deze ‘Emotional Fire’ alweer het derde teken van leven van de rondom zanger Joe Lynn Turner geformeerde band. Op de eerste twee platen was voornamelijk materiaal te vinden wat de heer Turner zelf had geschreven, hetzij voor hemzelf hetzij voor andere artiesten, maar voor deze nieuwe plaat werd er besloten om de inspiratie te halen uit de talloze sessies die Joe als achtergrondzanger in de loop der jaren heeft gedaan. Dit nieuwste album is een hele waslijst aan bands waar Joe Lynn Turner deel van uitmaakt, en zoals we van de vocalist mogen verwachten worden we ook op deze elpee getrakteerd op een dosis klassieke hardrocksongs waarmee een brug geslagen wordt tussen de jaren tachtig en het heden. Het resultaat is een plaat die even degelijk is als voorspelbaar.

Op Emotional Fire levert de band elf songs die volledig volgens het boekje geschreven zijn. Meezingbaar, hier en daar met een beetje te weinig kloten, maar oer- en oerdegelijk, wat natuurlijk te wijten is aan het nog steeds prima stemgeluid van Turner, maar ook aan het puike gitaarspel van de heren Reitenauer en Ward, de door laatstgenoemde productie, die van een wat voorspelbare plaat nog een heel behoorlijke weet te maken. Emotional Fire is dan ook een plaat die, zodra de aandacht iets verslapt, het ene oor in en het andere weer uit gaat, maar nergens storend is. Hoogvliegers staan er niet op, maar slecht is het ook geenszins.

  Zo vinden we dan ook bijvoorbeeld songs als ‘Gina’ (van Michael Bolton’s geweldige A.O.R.-plaat ‘The Hunger’) en titelnummer ‘Emotional Fire’ (van het Cher album ‘Heart Of Stone’) en een ander Cher cover 'You Wouldn't Know Love' terug, waarop Joe toendertijd te horen was als achtergrondzanger. Verder vinden we voornamelijk materiaal terug van song-writers zoals Soren Kronkvist (Crash The System, Issa), Tom en James Martin (Vega, Sunstorm, Khymera) en Daniel Palmqvist (Xorigin, The Murder Of My Sweet) en dan weet je dat het met de kwaliteit van de aanwezige nummers wel goed zit. Main man Turner levert altijd een prima vocale prestatie, de instrumentatie is erg goed en ook het door Frontiers huisproducer Dennis Ward verzorgde geluid is kristalhelder, dus wat wil je nog meer zou ik zeggen?. De plaat kent weinig verrassingen, maar staat gewoon vol met heerlijke en prima uitgevoerde melodieuze rock, niks meer en niks minder!

Liefhebbers van Turner en het melodieuze hardrockgeluid waar deze man nog altijd in grossiert kunnen Sunstorm’s derde zonder twijfel aanschaffen. Voor de rest is er misschien te weinig nieuws onder de zon. 


Borealis - Fall From Grace

Jaar van Release: 2011

Label : Lion 

Het debuut van deze Canadese band, 'World Of Silence' uit 2008 viel mij absoluut niet tegen, maar de melodieuze power metal in het straatje Labyrinth, Kamelot, Evergrey en consorten viel niet echt op door het gebrek aan een eigen smoel en de simpele, voorspelbare karakter van de muziek. Lion Music merkte de band echter wel op en besloot ze een kans te geven. Gelukkig maar, want een dikke tweeënhalf jaar na het debuut ligt de opvolger voor mijn neus en ik moet zeggen dat het een heerlijk plaatje is geworden. 

Melodieuze power metal met een progressief randje is nog altijd de hoofdingrediënt, maar men heeft de zaken net iets steviger aangepakt. Daar waar men op de eerste elpee net iets te voorzichtig en terughoudend klonk, klinken de nieuwe songs veel spontaner, meer gemeend en daarmee veel overtuigender. Er is duidelijk veel tijd gestoken in het componeren en de arrangementen. De nummers klinken veel beter doordacht dan voorheen en bevatten vele verschillende lagen, zodat elk luisterbeurt voor nieuwe ontdekkingen zorgt. In tegenstelling tot het debuut verveelt 'Fall From Grace' dan ook geen moment. De fantastische productie van Tomas Johansson (Panic Room Studios, o.a. bekend van Scar Symmetry en Warrior Soul) is bovendien erg krachtig en heeft ervoor gezorgd dat de details niet onopgemerkt zijn blijven. Hierdoor komt de muziek nog beter tot zijn recht. Dankzij de stevigere aanpak en de intensiteit die men tegenwoordig uitstraalt, doet het album mij enigszins denken aan Lanfear's prachtige debuut 'The Art Effect'. Wat ook extra opvalt is de zang van Matt Manirelli. De beste man heeft zich enorm ontwikkeld en mijn god wat heeft hij een prachtige prestatie afgeleverd. Op het debuut viel het mij nauwelijks op, maar zijn stem lijkt aardig op Jeff Scott Soto en heeft dezelfde kracht, emotie en overtuiging. 

Met 'Fall From Grace' heeft Borealis een enorme stap vooruit gezet en een ijzersterke en zeer divers werkje afgeleverd. Hiermee kan men zich wat mij betreft gelijk aan de top van de huidige power metal genre rekenen. Fans van progressieve power metal kunnen dit album met een gerust hart in huis halen.


Beggars & Thieves - We Are Brokenhearted

Jaar van release: 2011
Label: 
Frontiers

Het verhaal van Beggars & Thieves gaat al terug tot het jaartal 1989 toen zanger Louie Merlino en gitarist Ronnie Mancuso de band oprichtten.  Eenmaal tot leven gekomen, ging het snel met Beggars & Thieves, Toen waren het gouden tijden voor dit soort bands. Het kon dan ook niet op. De groep werkte samen met songschrijver Desmond Child (Bon Jovi, Aerosmith, Kiss) en het was Ahmet Ertegun zelf die hen binnenhaalde bij zijn Atlantic Records. In 1991 verscheen hun debuut en in AOR kringen werd het een instant classic want reeds in 1990 werd het zeer ondergewaardeerde gelijknamige debuut uitgebracht bij het grote Atlantic en werd men opgenomen door Q-Prime management. Ze konden echter geen slechter moment hebben uitgekozen om dit soort muziek wereldkundig te maken, want begin jaren negentig sloeg de grunge-golf ongenadig hard toe. Er verscheen in 1997 nog wel een tweede album getiteld 'Look What You Create' en zelf een derde plaat in 1999 getiteld 'The Grey Album'. Het momentum was echter totaal verdwenen en Beggars & Thieves raakte helaas in de vergetelheid.

. Ondertussen bleven de core leden, zanger Louie Merlino en gitarist Ronnie Mancuso, operationeel bij diverse ander muzikale projecten die zich vooral in de commerciële sector afspeelden, iets wat in de VS heel lucratief is. Louie en Ronnie bleven echter samen nummers schrijven en nu het muzikale klimaat een stuk beter is voor dit soort bands heeft Frontiers Records hun de gelegenheid geboden om met 'We Are The Brokenhearted' de welverdiende tweede kans te pakken. De nieuwe Beggars & Thieves plaat bevat een tiental erg mooie luisterliedjes, waarbij met name het aangename stemgeluid van Louie Merlino een zeer goede indruk achterlaat. Zoals gezegd aangename luisterliedjes dus en het nadeel hiervan is dat het wel lekker wegluistert maar met in het begin zeker geen overrompelende indruk achter laat. Het gevaar bestaat dat 'We Are The Brokenhearted' hierdoor een beetje genegeerd gaat worden door het grote publiek en dat zou zeker jammer zijn, want met name het titelnummer, 'We Come Undone', 'Stranded' en 'Never Gonna See You Again' zijn erg fraaie staaltjes van A.O.R./pop rock. Nu Beggars & Thieves die tweede kans van Frontiers heeft gekregen zou het sneu zijn dat ook deze nieuwe plaat 'We Are The Brokenhearted' zwaar ondergewaardeerd zou worden. Ik zal die fout in ieder geval niet meer maken. 

 Ondertussen hebben beide heren Beggars & Thieves nieuw leven ingeblazen en op deze gloed nieuwe cd schotelen ze om 10 songs voor van een bijzonder hoog en vooral tijdloos niveau. Deze cd had makkelijk in 1998, 2005 of 2014 kunnen uitkomen. Dan nog kan je niet anders dan vaststellen dat dit pure klasse is. IJzersterke composities gebracht met uitmuntend vakmanschap. Voor de jongere generatie misschien een beetje oubollig en weinig spannend maar dat mag je niet afschrikken. Dit is gewoon een heel prima plaat en iets zegt mij dat deze band er ook live volledig staat. Dit zijn klasbakken en verdienen daarom respect.

 


Mecca - Undeniable

Jaar van Release: 2011
Label:
Frontiers 

Al in 2002 verscheen het gelijknamige debuut van deze rondom Joe Vana geformeerde band en dat debuut wist nogal wat los te maken in de melodieuze rock scene. Joe’s toenmalige samenwerking met Jim Peterik leverde solide en bij tijd en wijlen erg goede A.O.R.-songs op en dat zorgde er dan ook voor dat ‘Mecca’, zeker ook vanwege de zang van klasbak Fergie Frederikson, erg lekker wegluisterde. In 2005 werd er al begonnen met het werk aan de opvolger, maar die bleef maar uit. Ik had eigenlijk ook al de hoop enigszins opgegeven om ooit nog een tweede Mecca plaat te mogen zien, maar ruim negen jaar na het debuut is het dan toch eindelijk zover met deze ‘Undeniable’.
Er zijn ten opzicht van het veelgeprezen debuut wel een aantal substantiele dingen gewijzigd. Zo is Jim Peterik niet meer van de partij als song writer en velen hadden gedacht dat dit een behoorlijke negatieve impact op het geheel zou hebben, maar dat is gelukkig niet waar gebleken. Toegegeven, de plaat is anders, maar zeker niet slechter dan het debuut uit 2002. Verder heeft Joe ervoor gekozen om geen gebruik meer te maken van een gastzanger, maar zelf maar gewoon alle nummers in te zingen en ook dat is hem prima afgegaan moet ik zeggen.

De bevalling van ‘Undeniable’ is erg zwaar geweest, maar het kindje mag er wezen! Opener ‘Perfect World’ geeft meteen een goede indicatie van wat je op ‘Undeniable’ kunt verwachten: lekker in het gehoor liggende A.O.R. met de nodige Westcoast en pop invloeden, meezingbare refreinen, prima zangpartijen en heerlijke gitaarsolo’s. Dat klinkt letterlijk als muziek in de oren voor de liefhebber zou ik bijna zeggen! Naast ‘ Perfect World staat er echter nog wel wat meer moois op deze tweede Mecca-CD, zoals ‘ 10 Life’, mijn persoonlijke favoriet ‘Did It For Love’ en titeltrack ‘Undeniable’ om er maar een paar te noemen, maar eigenlijk is er geen enkel zwak nummer op ‘Undeniable’ te vinden. Een kleine waarschuwing is wel op zijn plaats: erg heavy wordt het allemaal niet, dus echte metalheads moeten hier zeker niet bij in de buurt komen, maar liefhebbers van gedegen A.O.R./Westcoast weten weer waar ze hun geld aan kunnen spenderen.


The Magnificent - The Magnificent

Jaar van Release: 2011
Label: Frontiers

Het kan natuurlijk behoorlijk arrogant overkomen als je je nieuwe band “The Magnificent” noemt en je kunt dan natuurlijk ongenadig hard op je bek gaan. Laat ik meteen maar melden dat dit zeker niet het geval is bij deze debuutplaat, want ‘The Magnificent’ is een zeer overtuigende melodieuze rockplaat geworden. Dat is niet zo verbazendwekkend als je gaat kijken wie er verantwoordelijk zijn voor dit plaatje, want van een samenwerking tussen de sterke Circus Maximus zanger Michael Eriksen en de frivole Leverage gitarist Torsti Spoof mag je wel het een en ander verwachten.
Beide heren worden bijzonder vakkundig ondersteunt door een aantal zeer ervaren rotten uit de Finse muziekscene en dat maakt deze ‘The Magnificent’ een bijzonder aangename luisterervaring. De nummers zijn zonder uitzondering van een hoog niveau en ook dat is nauwelijks verbazingwekkend te noemen als je weet dat leden van onder andere Brother Firetribe, Circus Maximus, Urban Tale en Leverage hieraan hebben meegewerkt. Er is dus helemaal niets mis met het aanwezige song materiaal (vooral de ballade ‘You Are My Angel’ is fantastisch) en het is vooral het frisse gitaarwerk van Spoof dat erg tot de verbeelding spreekt want hij strooit lustig rond met lekkere riffs en de meest fantastische solos. Als je een liefhebber bent van kwalitatief hoogstaande melodieus getinte klassieke hardrock, heb je met deze debuutplaat van The Magnificent een absolute winnaar te pakken. En er is dus absoluut geen sprake van misplaatste arrogantie hier…


Riverdogs - World Gone Mad 

Jaar van Release: 2011
Label: Melodic Rock Records

Op dit punt is het waarschijnlijk niet als een verrassing dat een inactieve klassieke band weer bij elkaar.Dit jaar alleen al heeft gezien reünie / comeback albums van Black n 'Blue, King Kobra en Unruly Child het leven gezien. Maar een nieuwe release van de over het hoofd gezien melodieuze rockband Riverdogs kwam als een verrassing. De band kwam sterk met hun titelloze debuut in1990, maar kort na de release vertrok gitarist en producer Vivian Campbell, om toe te treden tot Def Leppard en vervolgens de alternatieve rock vloedgolf trof het hele melodieuze rock landschap. De band met als producer Campbell heeft een aantal studiowerken in 2003 opgenomen, maar de opnames zag nooit het licht  tot op de van vandaag, met de release van World Gone Mad.


Met slechts acht nummers. World Gone Mad is een vrij kort album, maar op dit punt zullen de  Riverdogs fans waarschijnlijk niet ontevreden zijn. . Het album omvat de 2003 studio nummers, die onlangs werden geremixed en geactualiseerd, evenals een paar nieuwe nummers en een pittige live versie van de Badfinger nimmendal 'No Matter What. Muzikaal, de nummers op World Gone Mad hebben het niveaus van  wat je zou verwachten van een band in deze fase in hun carrière.


De late jaren '80 zijn al lang voorbij, en de jongens zijn ouder en wijzer, dus de meer bombastische elementen van het vroegere  Riverdogs geluid terug te hebben gekozen, waardoor een zeer gepolijste, soulful, gitaar-gedreven melodieuze rock sound is ontstaan. Campbell's gitaarwerk is elegant en subtiel, maar net zo indrukwekkend als altijd, en Lamothe's zang brengen een extra dimensie aan de nummers.


Als een fan van Riverdogs, zul je dit album niet wilt missen. Ondanks zijn relatief korte lengte, is het nog steeds verdomd goed, om eindelijk wat nieuwe Riverdogs materiaal horen. Met een beetje geluk, kan dit de aanleiding zijn voor de vonk die leidt tot toekomstige projecten van de band.


Arena - The Seventh Degree Of Separation

Jaar van Release: 2011
Label: Verglas

Al een paar keer vroeg ik me af waar Arena toch gebleven was. Deze Engelse prog rock band kwam tot een aantal jaar geleden regelmatig wel met een nieuw album aan, en hoewel er honderden andere bands ieder jaar met een plaatje uitkomen mistte ik het bericht van een ‘verse’ Arena wel. Een goed teken, dat betekent dat je gemist wordt als je er even niet bent dus. Welnu, Arena is eindelijk terug, met een nieuw album en een nieuwe zanger, Paul Manzi genaamd. Dat is voor deze band een goede zet, want door zijn wat krachtiger stem komt er meer expressie in het geheel en omdat dit zevende album een plaat met een verhaal is draagt dat ook extra bij aan de feestvreugde.
Manzi is ook de zanger in de band van Oliver Wakeman, maar heeft met de plek achter de microfoon van Arena een wat groter publiek te pakken. Dat Clive Nolan, Mick Pointer, John Mitchell en John Jowitt (weer terug!) gelouterde namen in prog zijn weet ieder wel, maar dan weer te beginnen aan een nieuw album… is ervaring alleen genoeg? Ja, driewerf ja, want al is ‘The Seventh Degree Of Separation’ qua thema en vormgeving - fenomenaal overigens - vrij donker (het verhaal gaat over het laatste uur in iemands leven en het eerste uur in de dood) muzikaal staat Arena weer als een huis en zo pikt men moeiteloos de draad weer op sinds het laatste studio album ‘Pepper’s Ghost’ uit 2005. Met een leuke en net zo verzorgde DVD laat het vijftal ook zien dat er weer volop leven in de brouwerij en inmiddels heeft de band ook al weer verschillende live podia gezien. Een zeer geslaagde comeback dus, petje af… als ik er een zou dragen.


Evanescence - Evanescence

Jaar van Release: 2011
Label: EMI

Het heeft al een tijdje geduurd voordat Evanescence weer eens iets van zich liet horen. Om precies te zijn het is al zo'n vijf jaar geleden sinds hun vorige album op de planken lag. Ondanks de grote populariteit, wilde de band niet elk jaar materiaal schrijven en daarbij elk jaar een nieuw album uitbrengen. Het self-called album zal de derde in de discografie van de band zijn, hun officiële debuutalbum 'Fallen' (2003) werd een grote sensatie in de muzikale wereld en maakte van Amy Lee een van de bekendste zangeressen. Kort voor de release van de tweede album verliet de mede-oprichter en de ideoloog van de band Ben Moody EVANESCENCE. Maar dit had weinig weerslag op het succes en dit kon niet voorkomen dat de band na de release van hun tweede werk ' The Open Door ',  werd omgezet in platina in slechts een maand.
Het album is over het algemeen hard, sterk en krachtig. In de achterliggende periode heeft de band zichzelf een spiegel voor gehouden. En hebben geprobeerd hun geluid opnieuw uit te vinden en toevoegingen met nieuwe experimenten, maar tegelijkertijd hebben ze de sound bewaart, dat Evanescence zo herkenbaar maakt. Het album wordt geopend met "What You Want". Samen met "Made Of Stone", "The Change" en "Sick", deze nummers vertegenwoordigen de  unieke stijl van EVANESCENCE. Aan de andere kant zijn er ballades zoals "Swimming Home" en "Lost in Paradise" die in de regel de meest succesvolle nummers zullen zijn bij het grote publiek.
Hoewel de  muzikanten al in 2009 hun instrumenten ter hand  pakten  in de studio met Steve Lillwhite, beroemd voor het produceren van U2, Peter Gabriel en Siouxsie & the Banshees. Maar het werkte niet en ze besloten om opnieuw te beginnen met Nick Raskulinecz, die naar hardere muziek, als Foo Fighters, Deftones  en Alice Cooper neigt.  Maar EVANESCENCE beheert haar vakmanschap  zeer goed en ze zullen hun trouwe fans niet teleurstellen noch hun muzikale critici. Het heeft al te lang sinds het laatste album, maar het is de moeite waard. 


Symphony X - Iconoclast

Jaar van Release: 2011
Label: Roadrunner Records

Naast het wachten op de nieuwste Dream Theater release, konden de progressive metalliefhebbers zichzelf het afgelopen jaar ook verheugen op een nieuw album van Amerikaanse metalgiganten Symphony X. Zou het nieuwe album Iconoclast de hardere richting, die de band vanaf The Oddysey is ingeslagen, voortzetten of krijgen we een terugkeer naar het meer majestueuze geluid van Twilight In Olympus of V: The New Mythology Suite. Liefhebbers van laatstgenoemde albums kunnen weer een traan laten, terwijl de fans van de laatste twee albums in hun handen kunnen wrijven: Symphony X is terug en harder dan ooit!

Net als bij Paradise Lost het geval was, is Iconoclast niet zozeer een conceptalbum, maar eerder een verzameling songs met een zelfde onderwerp. Ditmaal staat technofobie als thema centraal, wat vanzelfsprekend ontaardt in duistere en stevige songs. Het album is iets minder rifgeoriënteerd dan zijn voorganger, maar qua zang absoluut de overtreffende trap in hardheid. Allen blijft nog steeds een van de beste zangers die we in het metalgenre aan kunnen treffen, al zullen de liefhebbers van het meer zoetgevooisde werk hier mogelijk moeilijk aan hun trekken komen. Op een thrasherig nummer als Heretic switcht hij wel perfect tussen melodieuze zanglijnen en een lage, tegen een grunt aan hangende strot, waardoor de sceptici in ieder geval met gemak kunnen horen hoe veelzijdig hij is.

De songs lijken in eerste instantie net niet zo aanstekelijk als op Paradise Lost het geval was, toch duurt het niet lang voor de luisteraar om bevangen te raken door de melodielijnen en hakkende gitaarpartijen. De toetsen zitten nog steeds een stuk minder hoorbaar in de mix, al hebben ze op een meer melodieus nummer als Children Of A Faceless God tijdens het refrein een belangrijke ondersteunende rol. Nee, het blijven uiteindelijk toch de voortrazende ritmesectie en immer imposante solo’s en gitaarrifs van Michael Romeo die muzikaal het grootste gedeelte van de aandacht opeisen. Laatstgenoemde lijkt overigens iets ingetogener te werk te gaan qua solo’s en zich meer te richten op het songmateriaal zelf. Dit lukt buitengewoon goed, helemaal als je bedenkt dat de gemiddelde lengte van de nummers boven de zes minuten ligt, maar toch veel korter en compacter klinken.

Ondanks al het metalgeweld blijf ik Symphony X toch het beste vinden als ze uitblinken met een ballad. Op het vorige album hadden we de prachtige titeltrack al, die voor mij met gemak het niveau van een Accolade of Communion And The Oracle haalde. Iconoclast overtreft wat mij betreft echter met gemak voorgenoemde nummers met het werkelijk weergaloze When All Is Lost. Allen laat zich hier van zijn beste en gevoeligste kant horen, terwijl Michael Pinnella ook eindelijk de mogelijkheid krijgt zich uit te leven op de piano en het orgel. Gedurende negen minuten krijgen we een fantastische combinatie van een krachtige power ballad met jaren ’70 progrock, prachtige akoestische gitaarpartijen en een weergaloze solo die me deed verbazen dat Romeo zelfs met enkele noten je gemoed in vuur en vlam kan zetten (om vervolgens de versnelling omhoog te gooien en me bijna in een fijne shock achter te laten). Ware klasse die de fans, die liever hadden dat Symphony X nog steeds neoklassieke metal produceerde, met gemak kan overtuigen het album alsnog aan te schaffen.

Desondanks kostte het me een hoop tijd en moeite om te bepalen of Iconoclast als album beter is dan Paradise Lost. Mijn uiteindelijke oordeel is dan toch een ‘nee’, al moet ik hier meteen bij zeggen dat het ook niet slechter is dan zijn voorganger. Dit album is iets minder aanstekelijk, maar bevat daarentegen wel enkele fantastisch uitgewerkte songs, waar het vorige album misschien net iets meer mainstream klonk en daardoor een groter publiek zou kunnen trekken. Is het echter een goed album? Ja, het is een fantastisch album. 


Evergrey - Glorious Collision

  Jaar van Release: 2011
Label: SPV / Steamhammer Records

Evergrey staat al jaren garant voor kwaliteit en met Glorious Collision is dat dus absoluut niet anders. De nummers klinken volwassen, zijn stuk voor stuk uitstekend uitgewerkt en weten regelmatig de juiste gevoelige snaar te raken. Bovendien werkt dit album door zijn 'hooks' en zanglijnen ontzettend verslavend, waardoor de kans groot is dat Glorious Collision bij iedere luisterbeurt iets verder groeit. Hoewel het jaar dus nog vroeg is, levert Evergrey de eerste serieuze kanshebber voor de eindejaarslijsten aan.

Hoewel het Zweedse Evergrey oogt als een goed geoliede machine die al jarenlang geweldige albums aflevert, heeft het de laatste jaren flink gerommeld in de line-up. Het gevolg is dat de band vorig jaar maar liefst drie leden zag vertrekken, waarbij de aftocht van oudgediende Henrik Danhage op papier de grootste klap is. Maar goed, als de nood het hoogst is, is de redding nabij. De twee resterende leden – gelukkig betreft het de weergaloze zanger/gitarist Tom S Englund en de sympathieke toetsenist Rik Zander – lieten zich niet kennen en componeerden zomaar liefst dertien ontzagwekkende tracks met alle bekende en geliefde Evergrey ingrediënten in overvloed aanwezig.

De bijzonder stevige, dynamische riffs van ‘Leave It Behind You’ en ‘You’ geven ons genoeg heftigheid om van een hervonden gretigheid te spreken, terwijl ik over de stem van Tom met plezier lyrisch ga doen, maar laten we onze superlatieven beperken tot: smekend, melodramatisch en intens. Gevoelig in de aangrijpende ballads ‘The Phantom Letters’, ‘Free’ en het laatste nummer. Anderzijds krachtig temidden van pompend gitaarwerk in ‘Frozen’ en aanstekelijk in de toegankelijke refreinen. Want men pleegt Evergrey een progressief kleedje te passen, maar ze zijn meer dan dat. Het pianospel van Rik bijvoorbeeld: bijzonder effectief om zachte passages met beschouwende zang in te kleuren, maar nergens dringt de man zich op door uitgebreide keyboardescapades. Het enige dat in de buurt van een solospot komt is de solo halverwege ‘The Disease’. En de gitaarsolo’s… Nieuwe kracht Marcus Jidell krijgt genoeg ruimte om prachtige solo’s te plaatsen, maar ze zijn meestal bondig en passend in “het liedje”. Een geval apart is de single ‘Wrong’. Daarin komt Evergrey toch wel verrassend uit de hoek, zeker wanneer je ook de clip bekijkt.

De composities zijn wat uitdagender dan op voorganger Torn (overigens nog steeds een uitstekende plaat), maar de Zweden verloochenen geen moment hun eigen stijl.
Er was genoeg stof om van zich af te schrijven. En Evergrey is natuurlijk het beste – met enige pathos van Englund voorop – in het omzetten van probleemsituaties in het leven naar aangrijpende teksten, bekroond met melodieuze maar pittige muziek. Daar zijn ze op ‘Glorious Collision’ meer dan ooit in geslaagd. 


Chickenfoot – Chickenfoot III

Jaar van Release: 2011
Label: Inside Out Music
 


Na het succes van het debuut kon een opvolger niet uitblijven natuurlijk. En schrik niet, Chickenfoot III is gewoon het tweede album van de “supergroep”. Je hebt dus niks gemist.Chickenfoot (Sammy Hagar, Joe Satriani, Michael Anthony, Chad Smith) gaat met dit tweede album verder waar het debuut ophield. Verwacht dus geen nieuwe ontwikkelingen of koerswijzigingen. De heren doen waar ze goed in zijn. Recht-toe-recht-aan hardrock waar het spelplezier vanaf spat.

Net als het debuut lijken veel nummers ontstaan te zijn door middel van jamsessies waardoor ook dit album zeer spontaan overkomt. Geen oeverloos gepiel dus maar nummers gebaseerd op vrij eenvoudige gitaarriffs (die overigens wel zeer smaakvol worden gespeeld door meestergitarist Satriani) waarop de gehele band zich lekker kan uitleven. Luister maar naar Up next, Big foot, Last temptation en het groovende Alright alright waarin zelfs invloeden van Montrose te horen zijn. Naast Satriani is het uiteraard Hagar die met zijn stem en persoonlijkheid een grote invloed is voor de sound van Chickenfoot.Het zijn vooral de afwijkende nummers die de meeste indruk maken. Come closer bijvoorbeeld waarin Hagar excelleert of het aanstekelijke Different devil dat in de toekomst prima zou kunnen fungeren als single. Ook de ballad Something going wrong is van hoog niveau en een mooie afsluiter van dit album. Niet alle nummers zijn even geslaagd (o.a. Three and a half letters) maar Chickenfoot III is een album waar de meeste fans wel raad mee weten.Toch maakt deze band de meeste indruk op het podium.


Redemption – This Mortal Coil

Jaar van Release: 2011
Label: Inside Out Music
 

Ik moet zeggen dat het even duurde voordat ik This Mortal Coil goed ging waarderen. De eerste keer dat ik de complete cd mocht beluisteren, was ik niet erg onder de indruk. Ik miste onder andere wat power in de stem van Ray Alder. De laatste dagen lijkt de cd echter vergroeid te zijn met menig muziekapparaat in mijn buurt. De elf nummers op de cd zijn wellicht een gevolg of reflectie van de afgelopen periode. Bij oprichter en gitarist Nick van Dyk werd de diagnose kanker gesteld en hoewel Redemption bewust geen conceptalbum wilde maken over kanker lijkt het zijn weerklank toch te krijgen in de nummers. This Mortal Coil lijkt zowel tekstueel als muzikaal de bekroning van de strijd die de gitarist momenteel afsluit. Het is een donkere plaat waarop dood en leven thematische rollen spelen. Qua geluid is de muziek een stuk agressiever en directer dan het magistrale Snowfall On Judgment Day. De bijtende gitaarriffs van Van Dyk en Bernie Versailles (onder andere Agent Steel) hakken er flink op los en ook Alder bedient zich menigmaal van een agressieve tong.

Naast de cdtitel This Mortal Coil vinden we ook verwijzingen in No Tickets To The Funeral, Stronger Than Death en Departure Of The Pale Horse. Ook de teksten in Let It Rain, wash away the poison geven een verwijzing. Maar nu de muziek. Kenmerkend voor de nummers is, na enige keren beluisteren, de toegankelijkheid. De eerste twee nummers zijn echt een opwarmertje voordat No Tickets To The Funeral begint. Een heftig up tempo begin waarna Ray Alder zijn zang inzet. En hoewel ik in eerste instantie wat power misten, blijkt zijn stem prima te passen binnen de muziek van Redemption. Noonday Devil is eveneens een nummer waar de spetters vanaf springen. En dat allemaal in de stijl van progressieve rock. Redemption kiest dus bewust voor een stevigere koers, maar dat heeft eigenlijk geen invloed gehad op het vooruitstrevende karakter van de composities. Hoewel complexiteit geen doel op zich is, kennen de songs toch weer voldoende interessante wendingen en technische hoogstandjes om een lange tijd te blijven boeien. Compacte nummers worden sterk afgewisseld met langere (en progressieve) werkstukken, waarbij vooral het daverende Dreams From The Pit zeer positief opvalt. Het is een grillige compositie vol hoogstaand gitaarwerk, subtiele toetsen, prikkelende ritmiek en zeer goede zanglijnen. In alle nummers krijgt de gitaar ruim baan in de grooves en fabuleuze solo’s. Naast de gitaar is er ook genoeg plaats voor de keyboards. In Begin Again komt dit samenspel tussen gitaar en keyboards prominent naar voren in een “dans der instrumenten”. Heerlijk om dit samenspel te horen. Mijn progressieve hart gaat tenslotte harder kloppen van nummers als Let It Rain, Focus en Perfect. De emotie, kracht en tempowisselingen zijn in deze nummers van ongekende kwaliteit. Ik ben echt benieuwd welke cd uiteindelijk This Mortal Coil uit mijn cd-speler en hoofd krijgt.

Redemption laat horen dat je met sterke songwriting, pakkende zanglijnen en flitsende (doch functionele) instrumentale actie een heel stuk vooruitstrevender uit de hoek kan komen. Geen nodeloos gepiel of ellenlang neoklasssiek geneuzel, maar een berg sterke songs die per luisterbeurt meer gaan leven. Nu maar hopen dat Van Dyk de stijgende lijn in zijn eigen leven vast weet te houden, zowel voor hem persoonlijk als de toekomst van Redemption, want ondanks de geweldige kwaliteit is deze groep volgens mij tot nog mooiere dingen in staat.


House Of Lords – Big Money

Jaar van Release: 2011
Label: Frontiers

Aan het eind van de jaren tachtig werden ze naar voren geschoven door Gene Simmons van Kiss. Toen een veelbelovende band en met bijvoorbeeld hun cd Sahara maakten ze de verwachtingen ook ruimschoots waar. Sindsdien is het een beetje halen en brengen geweest met de band en de line-up. Al decennia lang vermaken de House Of Lords de AOR-liefhebbers met aanstekelijke melodieën, gebaseerd op sterke gitaarriffs en ondersteunende keyboardpartijen. En, natuurlijk niet te vergeten, de doorleefde rockstem van James Christian. Met name vanwege de laatste twee sterke albums, Come To My Kingdom en Cartesian Dreams, maakte de band furore in de wereld van de melodic rock. Kan men de euforie vasthouden met Big Money, waarop vriend Mark Baker weer meeschreef aan de nummers? 

Van de originele bezetting is alleen James Christian over. De zang- en schrijverskwaliteiten (samen met componist en vriend Mark Baker)zijn hierdoor wat gewaarborgd. Jimi Bell (gitaar) en BJ Zampa (drums) zijn echter ook alweer tien jaar bij de band en met Chris McCarvill op bass is House Of Lords terug. Worden we nu verrast op Big Money? Nee, dat is in geen geval het punt. House Of Lords maakt gewoon rockmuziek volgens het basisrecept voor een lekker nummer. Hierdoor schurkt het wel eens naar wat vergelijkbare bands. De opening van Someday When zou een Def Leppardnummer kunnen zijn en in Searchin’ zou je wat David Coverdale kunnen herkennen. Waarbij in Someday When de samenzang ook heerlijk klinkt. Voor mij niet storend en de nummers zijn zeker geen kopieën. Verder is House Of Lords heel goed in staat om een groot publiek te trekken door de variatie in nummers. Titelnummer Big Money (waarin een voorzichtig politiek statement wordt neergezet) en slotnummer Blood kennen een lekker herkenbare riff die door de groove dwars door het nummer heen stoot en daarmee de basis legt voor een portie lekkere rock. Daarnaast zou de cd niet compleet zijn door een mierzoete ballad. The Next Time I Hold You is zo’n prachtig product, compleet met strijkers op de achtergrond. Daarnaast nummers met een kop en een staart met een duidelijk couplet en meezingrefrein. Titels als Living In A Dream World en Run For Your Life laten regelmatig ongevraagd mijn stembanden in alle hoedanigheid trillen. Hologram is op de cd voor mij het enige minpuntje. Naast de andere nummers is het een niemendalletje dat goed opgebouwd is, maar wat gedateerd en simpel overkomt. House Of Lords heeft met Big Money gewoon een fraai schijfje op de markt gezet en zijn nog niet uitgespeeld. Dat bewijzen ze hier wel. Geen verrassingen, maar een cd die binnen het genre een plaatsje verdient.


Dream Theater - A Dramatic Turn Of Events

Jaar van Release: 2011
Label: Roadrunner Records

Dream Theater, de band die laatste tijd erg veel in het nieuws is geweest in verband met het vertrek van Portnoy en de nieuwste telg van de Dream Theater familie, drummer Mike Mangini. Degenen die op Bospop zijn geweest, hebben al kunnen constateren dat de heer Mangini een waardig vervanger is.

De nieuwste release van de band is getiteld A Dramatic Turn Of Events, de 3e release op het Roadrunner Records label. Het is alweer het elfde studio album van deze progressive metal masters. De band is er wederom in geslaagd om een bepaalde sfeer op het album te leggen. Was Octavarium meer gericht naar Pink Floyd, Systematic Chaos en Train of Thought snoeihard en Black Clouds & Silver Linings melodieus progressive metal album; A Dramatic Turn Of Events heeft een melancholische sfeer. Deze wordt in belangrijke mate bepaald door Jordan Rudess en zijn bombastische keyboards. Het orkestrale geluid is voor Dream Theater een dimensie dat zij niet vaak hebben toegepast. De keyboards zijn overheersend maar wel overduidelijk aanwezig. Het merendeel van de songs zijn voor LaBrie uitstekend, hij hoeft niet tot het uiterste te gaan hetgeen zijn zangprestaties ten positieve beïnvloedt. Ook zijn er meer rustige nummers in tegenstelling tot de stevigere albums van de band.Ondanks de wat melancholische sfeer zitten er genoeg overheerlijke Dream Theater elementen in: uitgebalanceerde nummers met mooie melodieën afgewisseld met progressive vuurwerk, super solo’s, lange instrumentale passages, geweldige fundering van bas- en drumwerk en beheerste zang. Het album begint akoestisch om na anderhalve minuut bombastisch zijn weg te vervolgen met de keyboards van Rudess. Al snel volgen de progressive en stuwende riffs van Petrucci en het stevige fundament (Myung – bas en Mangini – drums). Later voegt LaBrie zijn zang toe en het geluid van Dream Theater is weer overduidelijk. Het nummer heeft korte instrumentale stukken en een bombastisch einde. Build Me Up, Break Me Down is een mix tussen de bombastische keyboards, zeer heavy riffs, agressieve stukken waarbij LaBrie lekker kan schreeuwen. Het nummer heeft een (te) lang outro met keyboardsound.

Lost Not Forgotten, het heavy Bridges In The Sky en progressieve Breaking All Illusions (super solo van Petrucci) zijn minder bombastisch en kennen progressieve stukken om je vingers bij af te likken en een lang instrumentaal deel waarbij Rudess en Petrucci hun instrumentbeheersing ten gehore brengen, deze is wederom van hoge klasse. Met This Is The Life heeft de band een wereldballad, de akoestische ballads Far From Heaven en Beneath The Surface zijn mooi maar heel rustig.

A Dramatic Turn Of Events is minder heavy dan verschillende voorgaande albums, maar ademt een melancholische sfeer die niet eerder op albums stond. Deze sfeer is eerder door andere groepen uitgevoerd, Dream Theater kopiëert deze niet maar voegt het toe om vervolgens een typisch Dream Theater album te maken. Niet iedereen zal het goed kunnen waarderen, maar de heren hebben echter met A Dramatic Turn Of Events weer en dijk van een album gemaakt dat aan de collectie van Dream Theater mag worden toegevoegd. Het is even wennen, maar wederom van grote klasse!


Work Of Art - In Progress

Jaar van Release: 2011
Label: Frontiers

Met het uit 2008 stammende ‘Artwork’ wist de Zweedse band Work Of Art al de nodige indruk te maken, maar deze tweede plaat ‘In Progress’ is toch wel een hele vooruitgang vergeleken met het debuut. De songs zijn een stuk beter en uitgebalanceerder, waardoor de plaat als geheel een stuk consistenter klinkt. Verder lijkt het drietal Lars Safsund, Robert Sall en Herman Furin nog beter op elkaar ingespeeld te zijn, waardoor ‘In Progress’ wel een erg goede A.O.R.-release is geworden.

Het muzikale vakmanschap spat ervan af, gitarist Robert Sall kan zich bij tijd en wijlen lekker uitleven in het frisse song materiaal en zanger Lars Safsund blijkt gewoon een klasbak van de eerste orde te zijn. Vanaf het eerste nummer ‘The Rain’ tot en met de laatste noten van afsluiter ‘One Step Away’ is duidelijk dat je met een bijzonder goed album te maken hebt.

De twaalf nummers van de plaat zijn overduidelijk beinvloed door de betere bands in het genre, zoals Toto, Giant en Journey en zijn doorspekt met de nodige Westcoast invloeden. Als A.O.R. en Westcoast tot je favoriete genres behoren, dan weet je dat je niet om deze ‘In Progress’ van Work Of Art heen kunt.


Toby Hitchcock – Mercury’s down

Jaar van Release: 2011
Label: Frontiers

Zanger Toby Hitchcock is vooral bekend van de albums die hij met Pride of Lions gemaakt heeft. Nu deze band een rustpauze heeft ingelast zag Hitchcock zijn kans schoon om een soloalbum te maken. En hij doet dat niet onverdienstelijk want Mercury’s down is een verdomd aardig plaatje geworden.

Over de zangkwaliteiten van Hitchcock hoeven we het niet te hebben. Hij is gezegend met een geweldige strot en is misschien wel een van de betere melodieuze hardrock/AOR zangers van dit moment. Hij heeft dit album echter niet alleen gemaakt. Songschrijver en producer Erik Martensson (Eclipse/W.E.T.) is verantwoordelijk voor het songmateriaal en de productie. En dat niet alleen, hij heeft tevens alle instrumenten ingespeeld!! Een veelzijdig typje dus die Martensson.

Maar hoe bewonderenswaardig dit ook is, het kan ook een nadeel zijn als je alles zelf doet. Alle songs op dit album zijn stuk voor stuk geweldig maar veel van die nummers lijken wel op elkaar waardoor het al snel een eentonige bedoening wordt. En dat is jammer want zoals gezegd, er staat geen slecht nummer op maar iets meer afwisseling had het album alleen maar ten goede gekomen. Toch is dat het enige puntje van kritiek want Mercury’s down is verder gewoon een klasse album.

Liefhebbers van W.E.T. kunnen dit album blind aanschaffen want veel songs liggen in het verlengde van die geweldige plaat en Mercury’s down lijkt af en toe dan ook wel op een W.E.T. deel 2. Met This is the moment, Strong enough en het prachtige How to stop opent het album ijzersterk. Het niveau blijft ook daarna hoog met One day I’ll stop loving you, Just say goodbye en I should have said als uitschieters.

Muzikaal is het allemaal prima verzorgd en ook de productie is uitstekend. Met Mercury’s down hebben de AOR fans er in ieder geval weer een topper bij die het goed gaat doen in de jaarlijstjes aan het eind van het jaar.


Queensrÿche - Dedicated To Chaos

Jaar van Release: 2011
Label: Roadrunner

Dit jaar viert Queensryche hun 30ste verjaardag in de business en daarom verschijnt in de zomer van 2011 het nieuwe album ‘Dedicated to Chaos’ via Roadrunner Records/Loud & Proud. De band -bestaande uit Geoff Tate, Michael Wilton, Eddie Jackson, Scott Rockenfield en Parker Lundgren- plant op dit moment een tour ter ondersteuning van het nieuwe opus.“Modern life moves fast,” aldus frontman Geoff Tate over het album. “Plug into the rhythm of the now with our 12th studio album, Dedicated to Chaos. It’s a clash and slash of musical experimentation anchored by the pulse of digital code.” Hij geeft de luisteraars nog wel een suggestie mee:: “Enjoy – headphones are a must.”

Queensrÿche’s album ‘Operation: Mindcrime’ uit 1988 is een wereldwijd gerespecteerd classic conceptalbum over rock, wraak en vergelding en geldt als een van de belangrijkste albums binnen het genre. Het album ‘Empire‘ uit 1990 bracht zelfs een #1 single voort; de voor een Grammy genomineerde ballad ‘Silent Lucidity‘, die de band op de Grammy’s van 1992 met een orkest live ten gehore bracht.

In 2006 bracht de band ‘Operation Mindcrime II‘ uit, een waardige opvolger van het origineel. De band tourde met een show waarin ze beide albums integraal speelde; ‘Operation Mindcrime‘ en ‘Operation Mindcrime II‘. De laatste show werd opgenomen in The Moore Theater in Seattle in oktober van dat jaar en de ‘Mindcrime at The Moore‘ dubbel CD/DVD release kwam binnen op #1 in de Billboard’s Top Music DVD Chart en bereikte de gouden status.

De band viert dit jaar haar 30e verjaardag en ‘Dedicated to Chaos‘ is de start van een nieuw hoofdstuk in Queensrÿche’s imposante geschiedenis die de fans absoluut niet willen missen!

Queensrÿche heeft het altijd lastig gehad met z'n fans. Niet alleen omdat de band na het vertrek van Chris DeGarmo een aantal belabberde albums heeft afgeleverd, maar ook omdat ze altijd meer experimenteerden dan veel fans prettig vonden. 'Het is geen metal' was dan meestal voldoende argumentatie. Als dan boegbeeld Geoff Tate de publiciteit slecht aanpakt, is er geen redden meer aan. Hij joeg fans op de kast door dance- en hiphopelementen aan te kondigen en verklaarde niet veel later: 'Rock is pretty much dead'. Don't shit where you eat, meneer Tate. Het is des te jammerder omdat de laatste drie albums Take Cover, American Soldier en Dedicated To Chaos, hoewel zeer verschillend, alledrie erg goed zijn. Echt Prikkie, met hiphopelementen? Nou, dat valt erg mee. "Wot We Do" gaat daarin het verst en is nog bepaald geen Snoop Dogg. Ja, er zijn drumpatronen te ontwaren die iets dance-achtigs hebben ("Bad For You", met een Oosters aandoend gitaarloopje), maar ook in het verleden was Scott Rockenfield daarmee aan het experimenteren. Dedicated To Chaos is absoluut geen metal, het is eerder te classificeren als mainstream rock, zoals Empire en Hear In The Now Frontier. Maar dat heeft de heren er niet van weerhouden een reeks heerlijke songs op cd te zetten. Single "Get Started" is wat dat betreft een goede graadmeter. Een strakke en compacte rocksong. Dat is inderdaad iets heel anders dan metalbombast, maar echt geen enorme koerswijziging voor Queensrÿche. Althans, geen voor Queensrÿche ongebruikelijke koerswijziging. Ben je alleen geïnteresseerd in hun metalwerk, dan kun je dit album gerust overslaan. Maar wanneer je zoals ik hun experimenteerdrift kunt waarderen, dan zou je dit zo maar eens een reuze spannend album kunnen vinden. Ga dan meteen voor de special edition, met vier extra songs en een andere trackvolgorde. 


Journey - Eclipse

Jaar van Release: 2011
Label: Frontiers Records

Bij een nieuw album van Journey zijn de verwachtingen altijd hooggespannen. En terecht want de band staat altijd garant voor kwaliteit. Met Eclipse is dat niet anders.De AOR-goden van weleer zijn wederom terug met nieuw plaatwerk. Het is de tweede met de Youtube-ontdekking Arnel Pineda achter de microfoon en de veertiende van Journey in totaal. Eclipse roept alleen al door de hoes herinneringen op aan de goede oude tijd van begin jaren '80. Destijds was de band een mega-act in met name Amerika en had Journey de onbetwiste koning der zwoele rockzangers in de gelederen: Steve Perry. Perry heeft zich na een mislukte reünie in 1996 niet meer beschikbaar willen stellen voor Journey en sindsdien passeren de Perry-klonen de revue. Na Steve Augeri, Jeff Scott Soto sla ik even over wegens het niet opnemen met de band, is het dan nu al twee albums de beurt aan Arnel Pineda om Perry te doen vergeten. 

Vanaf het moment dat Pineda de band kwam versterken lijkt Journey aan een tweede jeugd bezig te zijn. Niet alleen omdat hij qua stem grote gelijkenissen vertoond met originele zanger Steve Perry maar ook omdat het album Revelation (2008) en ook de daaropvolgende tour grote indruk maakte. Integenstelling tot Revelation heeft Eclipse echter wel wat meer luisterbeurten nodig. Het nieuwe album is iets minder catchy en voor Journey begrippen nogal aan de stevige kant. 

Dat laatste is echter geen enkel probleem want zoals gezegd, de kwaliteit druipt er vanaf. En dat veel nummers niet direct op hun plek vallen is ook niet erg want dat is gewoon een kwestie van vaak luisteren. En dat is zeker geen straf. Eclipse opent geweldig met City of hope, Edge of the moment en Chain of love waarin Journey rockt met gitarist Neal Schön in de hoofdrol. Schön tovert de lekkerste gitaarriffs uit zijn Les Paul en zijn solo’s zijn zoals altijd een genot om naar te luisteren. Ook drummer Deen Castronovo ramt er weer lekker op los maar doet dat wel uiterst smaakvol.

 Chain Of Love wordt gedragen door een voor Journey-begrippen vette riff van Neil Schon, die op dit album de smaakmaker is.  Met Resonate herpakt de band zich. Een melancholisch nummer met een sterke gitaarsolo. De plaat krijgt vervolgens in de vorm van de wel geslaagde ballad To Whom It May Concern en de luchtige rocker Someone weer een boost. Afsluiter Venus is een instrumentaaltje dat niet veel toegevoegde waarde heeft wat mij betreft.

Andere hoogtepunten zijn Anything is possible en het prachtige Tantra. Eigenlijk is het enige dat ontbreekt een ballad van het niveau After all these years van het Revelation album. Toch is het duidelijk te horen dat er veel tijd besteed is aan Eclipse. Het album klinkt werkelijk als een klok en alles is tot in de puntjes verzorgd. Pineda (ontdekt via Youtube) blijkt na Steve Augeri en Jeff Scott Soto de (enige) juiste zanger voor Journey te zijn. Eclipse kan zich net als Revelation makkelijk meten met klassieke Journey albums als Frontiers en Escape.

  


Lost in Thought - Opus Arise

Jaar van Release: 2011  
Label: Inner Wound 

Opgericht in 2007 door gitarist David Grey en bassist Simon Pike, na een zoektocht worden de overige bandleden gevonden n.l.:  Nate Loosemore (v), Greg Baker (k) en Chris Billingham (d). Hoewel Opus Arise het debuut van het vijftal uit Wales is, klinkt het zeer volwassen. In de biografie wordt de band vergeleken Threshold en Pagan's Mind, ik wil daar graag Dream Theater en Vanden Plas aan toevoegen. Zanger Nate Loosemore klinkt namelijk vaak als James LaBrie, en qua opbouw hebben de nummers raakvlakken met eerder genoemde Duitse progressievelingen. Progmetalfans kunnen uit hun dak gaan bij nummers als "Etenity" en "Seek To Find". Het muzikale vakmanschap straalt van een track als "Assimulate, Destroy" af.  Groot en indrukwekkende zijn eerder twee woorden die ik gebruik voor dit debuut.

De band bezit zowel compositorisch als muzikaal kwaliteiten, dit kon wel eens een veelbelovende band worden voor de toekomst. Als enig puntje van kritiek kan je aanvoeren dat het niet bijster orgineel is. Maar de Progmetalfans hebben er weer een band bij.


The Poodles - Performocracy

Jaar van Release: 2011  
Label: Frontiers Records

Het nieuwe, vierde, album van The Poodles heet ‘Performocracy’ en kan gezien worden als een logisch vervolg op het vorige album ‘Clash Of The Elements’. The Poodles raakten in 2008 gitarist Pontus Norgren kwijt aan Hammerfall en als vervanger werd Henrik Bergqvist binnengehaald. ‘Toevallig’ klonk het derde album ‘Clash Of The Elements’ toegankelijker dan hun twee voorgaande schijven ‘Metal Will Stand Tall’ en ‘Sweet Trade’. De muziek schoof van glam metal à la Mötley Crüe meer richting melodieuze hardrock en de band toonde aan gegroeid te zijn, volwassen geworden heet dat. De dertien nummers op ‘Perfomocracy’ trekken die lijn door en mede door de productie van Mats Valentin en mix van Tobias Lindell (Europe, Hardcore Superstar, Mustasch) klinkt de schijf als de bekende klok!
Liedjes schrijven is een vak, en dat vak hebben de heren van The Poodles nu toch wel goed onder de knie hoor. Nog meer dan op het vorige album hebben de bandleden hun best gedaan op het schrijven van goede nummers. De arrangementen zijn zeer goed verzorgd, er is veel aandacht besteed aan het inkleuren van de nummers en het algehele geluid is zuiver. Er wordt gebruikt gemaakt van elektronische geluiden (‘Until Our Kingdom Falls’, ‘Father To A Son’ of ‘Vampire’s Call’) en ook wordt hier en daar geëxperimenteerd met vervormde zang zoals in (‘I Believe In You’, het hijgen in ‘Vampire’s Call’ of de ‘voiceover’ in ‘Into The Quiet Night’).
‘Performocracy’ (wat een combinatie is van de woorden ‘Performance’ en ‘Democracy’ en zoiets betekent als ‘de kracht van optreden’ of ‘heers door spelen’) opent sprankelend met ‘I Want It All’, een midtempo nummer dat een ietwat Oosters begin kent, vlot drumwerk, meerstemmig refrein waardoor het groots aandoet en frivool gitaarwerk van Bergqvist. Wat direct opvalt is dat dit album een wat donker, zwaarder geluid heeft wat mede bepaald wordt door de lager gestemde gitaren. ‘Until Our Kingdom Falls’ komt grommend aanrollen en ontpopt zich dan tot een vrolijk uptempo nummer terwijl ‘Father To A Son’ wordt gedragen door een heavy riff, een vrolijk meezingbaar refrein kent en tegen het eind een fraaie rustige passage beleeft.
Als het vervormde (distortion) gitaargeluid aanzwelt voor ‘I Believe In You’ moet ik even aan ‘Warmachine’ van KISS denken. Het nummer buigt echter snel om tot een traag, krachtig nummer met wederom een sterk meerstemmig refrein, en de terugkerende ‘Warmachine’ achtige riff. De eerste single is ‘Cuts Like A Knife’ dat zich na een piano intro ontwikkelt tot een sterk, theatraal nummer dat verhaalt over een verbroken relatie, en waarin zanger Jakob Samuel zich lekker laat gaan. ‘As Time Is Passing’, dat met een akoestische gitaar opent, is de enig echte (power) ballad en zo hoor je ze niet veel meer. Denk aan een stijl à la Cinderella en/of Guns & Roses. Het navolgende ‘Love Is All’ opent met een stukje speech (Dr. M.L. King?) en door het gitaar’getokkel’ plus klagende zang van Samuel krijgt dit nummer een U2 gevoel. Wees niet bevreesd, het is en blijft een op en top Poodles nummer! ‘Your Time Is Now’ is misschien wel het stevigste nummer op ‘Performocracy’ en raakt je in je onderbuik door het pulserende drumwerk. Het dreigende donkere gitaargeluid in ‘Action!’ is zo laag dat je het in je maag voelt grommen en de solo doet er nog een schepje bovenop. Jakob zingt hier ook lager dan hij ooit gedaan heeft. Vervolgens huilen de wolven voor ‘Vampire’s Call’ dat weer meer tempo kent en wat aan het oudere Poodles werk herinnert. Het album wordt afgesloten met het mooie, epische ‘Into The Quiet Night’.
Zoals gezegd trekken The Poodles de lijn die werd ingezet met ‘Clash Of The Elements’ door op ‘Performocracy’. Het klinkt minder spetterend en uitbundig, minder glam, minder metal. De sound is behoudend, degelijk, maar dat maakt de schijf niet minder interessant. Het is juist zo’n album dat je vaker moet beluisteren waarbij je dan steeds meer gaat ontdekken. Het mooie, soms gevoelige, gitaarspel van Henrik Bergqvist, het vette drumgeluid van Christian Lundqvist, de stuwende bas van Pontus Egberg en de meer dan prima zang van boegbeeld Jakob Samuel. Maar ook alle andere instrumenten, geluiden en effecten die de nummers interessant maken. Al met al is het dus een heel mooi album geworden, soms pisch en met een ontzettend goede productie en dito geluid. Anders maar toch onmiskenbaar Poodles.


Eden’s Curse - Trinity

Jaar van Release: 2011  
Label: AFM Records

Een typische nieuw samengestelde heavy metal-band. Internationaal, opgeklommen via andere bands tot het moment dat men het nodig achtte zelf een band te vormen. Ondertussen is het derde studioalbum en de band heeft een vrij sterke fanbasis opgebouwd die ze staat op te wachten. De band maakt zeer aanstekelijke melodieuze metal, met prima zang van Michael Eden en lekker frivool gitaarwerk van Thorsten Koehne. Net als het voorgaande materiaal is men bij Eden's Curse Dream Theater/Shadow Gallery-getrouw gebleven. Ook al blijft het bij traditionele melodieuze heavy metal/hardrock, met durft hier en daar wel een Dream Theater-arrangement uit de kast halen en vooral zanger Michael Eden haalt in de hogere noten-regionen het LaBrie-timbre binnen waardoor de associatie met die andere band onvermijdelijk is.
Meest in het oog springende voorbeelden hiervan zijn ‘Holy Man’ (waarin Dream Theater zanger James Labrie ook op te horen is), de ballad ‘Guardian Angel’, het stevige ‘Can’t Fool The Devil’ en het ietwat episch getinte ‘Jerusalem Sleeps’. Men heeft in de vorm van ‘Rock And Roll Children’ ook een (Dio-)cover opgenomen en ik moet zeggen dat deze versie van Eden’s Curse mijn goedkeuring wel kan wegdragen, al moet ik er natuurlijk meteen aan toevoegen dat het gewoonweg onmogelijk is om enigszins in de buurt te komen van de performance van Ronnie James Dio. Mijn collega-Lords Eddy en Wim beloonden de eerste twee platen van dit internationale gezelschap met respectievelijk 91 en 80 punten en ik kan na beluistering van ‘Trinity’ wel begrijpen waarom men Eden’s Curse weet te waarderen. Ook deze derde release is gewoon een prima melodieus metal plaatje geworden die zijn weg naar de fans wel zal weten te vinden.


Within Temptation - The Unforgiving

Jaar van release: 2011
Label: Sony Music

Within Temptation is een perfect voorbeeld van een band die zowel creatief als toegankelijk (of commercieel, wat je wilt) kan klinken. De Nederlanders zorgden sinds de doorbraak met Mother Earthvoor een tweesplitsing in metalland, waarbij de sound door het ene kamp in de armen werd gesloten en waarbij de andere groep al het naderhand verschenen materiaal rechtstreeks richting afvalbak verwees. Dat is ieders goed recht, maar wanneer iemand zich niet druk maakt over commercieel succes, dan kun je er niet onderuit dat Within Temptation gewoon een geweldige band is die volgzame clubjes als Delain en Kingfisher Sky mijlenver voor blijft.

The Unforgivinggooit in dat opzicht alleen maar meer olie op het vuur. Ongegeneerd snoept de band uit oeuvres van jaren tachtig popbands en men laat zich zelfs verleiden tot keyboardlijnen en ritmes die meer thuishoren in de dancesector. Dat is misschien vloeken in de kerk voor menig liefhebber, maar die houding zou echt zonde zijn. Deze nieuwe schijf is namelijk steengoed en veel te indrukwekkend om lacherig de draak mee te steken. De combinatie van rockende gitaren, orkestrale bombast en de majestueuze zang van Sharon Den Adel knalt namelijk overtuigender dan ooit de speakers uit. Persoonlijk vind ik het alleen maar mooi dat de band metalvreemde invloeden in de sound pompt. Deze elementen werken absoluut verrijkend en maken van Within Temptation zeker geen ordinaire popband.

Het meest overdonderend is toch die fantastische zang. Deze zangeres weet precies wat ze wel en niet kan en laat voor het eerst de klassieke invloeden volledig achterwege. Veelzijdig en zuiver zingt ze gedurende de gehele plaat de sterren van de hemel. Daar stopt het overigens niet, want de nummers zijn zonder overdrijven allemaal heel erg sterk. Goed, de grootse productie helpt ook wel mee aan de toegankelijkheid van het materiaal, maar met een productie maak je niet zulke verslavende melodieën, gave zanglijnen en gitaarsolo's. Dat laatste is opmerkelijk, want ondanks alle koren, keyboards en orkestrale arrangementen, scheurt men er af en toe heerlijk melodieus op los. In de basis is Within Temptation dan ook nog gewoon een metalband, zij het aangevuld met heel veel extra elementen. Het poppy refrein en de pompende danceritmes in Sinéad werken bijvoorbeeld net zo goed als de akoestische accenten in het dramatische Lost.

Als stoere metalhead heb ik mijn uiterste best gedaan om nog ergens over te mekkeren, maar het is me niet gelukt. Songs als Shot In The Dark en de hit Faster zitten gewoon heel erg goed in elkaar en blijken ook nog eens dagen lang in je kop rond te blijven zingen. Het zijn puntgave rocksongs met talloze hooks, prachtige melodielijnen en weergaloze zangstukken. Eigenlijk precies wat we verwachten van een goede plaat. Dat is The Unforgivingdan ook geworden. Geen zwakke momenten, een mooi concept en in de vorm van een dvd vind je nog wat leuke filmische aanvullingen op een aantal songs.

Within Temptation gaat ongetwijfeld weer dik scoren bij de talloze fans die de band inmiddels heeft, maar dat is op basis van deze jongste telg zeer terecht. Geen geforceerde knipogen naar emotieloze schreeuwbands of modieuze bieberkapsels, maar simpelweg een sterke en uitstekend uitgewerkte cd die garant staat voor tonnen luisterplezier. Scoor in ieder geval de versie met dvd, want in tegenstelling tot veel extra discs, vormt dit schijfje wel een waardevolle toevoeging die de nummers alleen maar meer (visuele) kracht bij zet. Er is tevens een comic verschenen met als leidraad het concept van deze plaat en daar verschijnen de komende tijd vervolgen op. Wellicht dat men daar een beetje doorschiet, maar gezien de geboden kwaliteit mogen we niet klagen. Zo zien en horen we dat graag. 


Whitesnake - Forevermore

Jaar van Release: 2011  
Label: Frontiers

Ik was dan ook bijzonder verheugd toen in 2008 de prima reunie-plaat ‘Good To Be Bad’ verscheen en het doet me wederom bijzonder veel deugd om te constateren dat dit geen eenmalige reunie-release betrof, daar er nu met ‘Forevermore’ een erg sterke opvolger is verschenen. Het schrijversduo Doug Aldrich/David Coverdale heeft een dertiental over het algemeen erg sterke nummers geschreven, die de liefhebber van bluesy, doch stevige hardrock zeker zal aanspreken.
De plaat begint ronduit spectaculair met de twee erg sterke groovy openers ‘Steal Your Heart Away’ en (vooral) ‘All Out Of Luck’, waarbij het refrein van laatstgenoemde niet meer uit je kop te krijgen is na enkele luisterbeurten. Dat het navolgende ‘Love Will Set You Free’ als single is gekozen zal niemand verbazen, want dit nummer is voorzien van een lekker commercieel sausje zonder dat dit overigens geforceerd of storend overkomt. Na deze drie uitstekende nummers zakt het erg hoge niveau enigszins in, maar ook ‘Easier Said Than Done’, ‘Tell Me How’, ‘I Need You (Shine A Light)’, ‘One Of These Days’, ‘Love And Treat Me Right’, ‘Dogs In The Streets’ (dat me wel wat aan de good-old ‘Slip Of The Tongue’-dagen doet denken), ‘Fare Thee Well’, ‘Whipping Boy Blues’ en ‘My Evil Ways’ zullen de liefhebber van seventies en eighties hardrock met een eigentijdse produktie zeker aanspreken. Het beste heeft men dan weer voor het laatst bewaard, want het titelnummer ‘Forevermore’ dat akoestisch begint en halverwege omslaat in een heavy rocker, behoort tesamen met de drie openingsnummers zeker tot het beste wat Whitesnake anno 2011 te bieden heeft.
Het song materiaal op ‘Forevermore’ is dik in orde, de gitaartandem Doug Aldrich / Reb Beach is gewoonweg fantastisch en krijgt ruimschoots de gelegenheid om dat te etaleren, terwijl ook de stem van meneer Coverdale de tand des tijds zeker doorstaan heeft. 


Mr. Big – What if…

Jaar van Release: 2011  
Label: Frontiers

Na de succesvolle reünietoer en het daarvan afkomstige live album Back to Budokan kon een nieuw studio album eigenlijk niet uitblijven. En gelukkig maar want What if… is een weergaloze plaat geworden.

Het bijzondere aan de reünie van Mr. Big is dat het ook daadwerkelijk een reünie is. Niet een of twee originele leden die met een aantal vervangers de gloriedagen van weleer proberen te herleven. Nee, met zanger Eric Martin, gitarist Paul Gilbert, Bassist Billy Sheehan en drummer Pat Torpey draait Mr. Big op volle sterkte.

En terecht want zoals gezegd is What if… (het eerste studioalbum in 14 jaar) indrukwekkend. De band klinkt nog net zo vitaal en inspiratievol als op de eerste twee albums Mr. Big (1989) en Lean into it (1991). Met Gilbert en Sheehan heeft de band twee van de meest gerespecteerde (en beste) muzikanten in de gelederen en in combinatie met Torpey en de geweldige stem van Martin staat er echt iets bijzonders.

Undertow, American beauty, Stranger in my life en Nobody takes the blame maken de eerste helft van What if… niet te versmaden. Niet alle songs zijn van hetzelfde hoge niveau maar over het geheel gezien klinkt de band als herboren. Nummers als As far as I can see, I won’t get in my way en Unforgiven gaan er eveneens in als koek. Ondanks de kwaliteiten van Sheehan en Martin is Gilbert toch de grote smaakmaker van de band. Met zijn unieke sound en bij tijd en wijle onnavolgbare spel steelt hij de show.

Fans van Mr. Big kunnen gerust zijn maar ik denk zelfs dat de heren met What if… een nieuwe generatie fans kunnen aanspreken.

What if… is met recht BIG! 


Royal Hunt - Show Me How To Live

Jaar van Release: 2011
Label : Frontiers Records 

Royal Hunt is met deze 'Show Me How To Live' al aan hun elfde studio-album toe en heeft in het verleden al de nodige prima platen uitgebracht. Vooral het uit 1997 stammende 'Paradox' is mijns insziens een klassieker in het progressieve getinte metalgenre en eigenlijk hebben ze dat niveau nooit meer kunnen evenaren. 'Paradox' werd natuurlijk ingeblikt met de Amerikaanse zanger DC Cooper en begin 2011 werd er door Andre Andersen opnieuw contact opgenomen om te kijken of de samenwerking weer hernieuwd kon worden. En, getuige het feit dat meneer Cooper weer deelgenoot is van Royal Hunt, zo te zien hebben beide heren een goed gesprek gehad. 

Betekent dit nu dat 'Show Me How To Live' door de inbreng van DC Cooper de oude tijden weer doet herleven? Nou, dat kan ik toch niet helemaal bevestigen, want ondanks het feit dat de plaat bij een eerste luisterbeurt de nodige indruk maakt wordt het erg hoge niveau van 'Paradox' in geen velden of wegen gehaald. Dat ligt zeker niet aan de muzikanten, want hun spel is ronduit indrukwekkend. Dat ligt zeker ook niet aan de vocale prestatie van DC Cooper, want hij laat overduidelijk horen dat hij en hij alleen de juiste zanger is voor Royal Hunt. Het "probleem zit hem in het song material dat zowel qua kwantiteit als qua kwaliteit geen onuitwisbare indruk achterlaat. Wellicht was het beter geweest om nog wat extra nummers te schrijven want slechts zeven tracks is wel wat karig naar hedendaagse maatstaven. En als dat het kwaliteitsniveau ook enigszins tegenvalt (naar Royal Hunt-begrippen dan!), dan moge het duidelijk zijn dat deze 'Show Me How To Live' niet de "triumphant return van DC Cooper is die het had kunnen zijn. Wellicht dat, indien men wat meer voorbereidingstijd neemt, de volgende plaat dat wel gaat worden, maar nu is 'Show Me How To Live' in mijn optiek toch een beetje een gemiste kans.


Coldspell – Out from the cold

Jaar van Release: 2011
Label: Escape Music

In 2009 maakte het Zweedse Coldspell enorme indruk met het debuutalbum Infinite Stargaze. Een geweldig hardrockalbum dat nog regelmatig rondjes draait in mijn cd speler. De vette sound, de machtige gitaarriffs en het hoge meezinggehalte maakte Infinite Stargaze tot een van de beste albums van dat jaar.

Exact twee jaar later is er dan eindelijk een opvolger in de vorm van Out in the cold. En fans kunnen gerust zijn want dit nieuwe werkje ligt volledig in de lijn der verwachtingen. Ik moet er wel direct bij zeggen dat het hoge niveau van Infinite Stargaze niet gehaald wordt. Zo’n album maak je ook eigenlijk maar een keer. Ondanks dat is Out from the cold gewoon verplichte kost voor liefhebbers van melodieuze hardrock. Met zanger Niklas Swedentorp, gitarist Michael Larssen en Matti Eklund op keyboards is de basis van de band nog steeds in tact. Bassist Anders Lindmark en drummer Perra Johanson zijn weliswaar nieuw in de band, de sound heeft het echter niet veranderd.

Het album opent ijzersterk met het geweldige Heroes dat verder gaat waar Infinite Stargaze ophield. Verder zijn Run for your life, Six feet under, Seven wonders, Heading for tomorrow en het titelnummer eveneens niet te versmaden. Hoogtepunten zijn echter het schitterende The king en het eveneens geweldige Fate waarin Swedentorp zeer overtuigend klinkt.

Het grote verschil met het debuutalbum is dat Out from the cold meerdere luisterbeurten nodig heeft om op waarde geschat te worden. Infinite Stargaze pakte je direct bij de strot. De songs op dit nieuwe album zijn iets minder catchy waardoor je niet direct overstag gaat. Toch blijkt vaak dat albums die langere tijd nodig hebben om te groeien de tand des tijds beter doorstaan. Of dat met Out from the cold ook het geval is zal de toekomst uitwijzen. In ieder geval hebben de fans van Coldspell én de melodieuze hardrockers onder ons er weer een uitstekend album bij. Nu maar eens wachten op een Europese tour! 


Stryper – The Covering

Jaar van Release: 2011
Label: BIG 3 Records

De christelijke rockers van Stryper laten door middel van deze cover-CD horen waar zij hun muzikale invloeden vandaan hebben gehaald. En dat is opmerkelijk genoeg bij verschillende bands die jaren geleden in Amerika nog in de beklaagdenbank stonden wegens vermeende satanische teksten en onder vuur lagen van allerlei christelijke extremisten. "The Covering" is wat mij betreft een van de betere coveralbums van de laatste jaren; de vette produktie knalt werkelijk je speakers uit! Missers staan er dan ook niet op, louter wervelend uitgevoerde klassiekers, te weten "Blackout" (Scorpions), "Heaven and Hell" (Black Sabbath), "Carry on Wayward Son" (Kansas), "Over the Mountain" (Ozzy Osbourne), "Highway Star" (Deep Purple) met meer gitaren dan het origineel, "The Trooper" (Iron Maiden), Van Halen's "On Fire", "Lights Out" (UFO), "Shout it Out Loud" (Kiss), "Breaking The Law" (Judas Priest) en "Immigrant Song" (Led Zeppelin), waarna het besluit met het eigen nummer "God".  Dit zou je niet verwachten op een cover cd, hoewel het geen slecht nummer is. Een aanrader dus.