Seventh Wonder - Mercy Falls

Jaar van release: 2008
Label: Lion Music

Er komen vandaag de dag veel albums op de markt. De hoeveelheid is gigantisch. En laten we eerlijk zijn, een groot gedeelte van het aanbod is volstrekt overbodig. Toch zijn er af en toe van die cd´s waarvan je kan zeggen, ja, dit is het gewoon. Deze plaat is volkomen perfect. Nu heeft dat vooral te maken met smaak, maar bij deze nieuwe cd van Seventh Wonder kan ik er eigenlijk niet omheen.

Voorganger Waiting in the Wings was al een geweldenaar in het genre. Ongeacht alle prachtplaten van Circus Maximus en Pagan's Mind, geen enkele band heeft de moderne progressieve power metal zo goed in de vingers als Seventh Wonder. Mercy Falls is een plaat die de band in één keer laat promoveren naar de allerhoogste progressieve eredivisie. Een hoogte die men mag delen met bands als Queensrÿche, Fates Warning en de oude Dream Theater. Deze plaat is namelijk echt grandioos. Een conceptalbum in de stijl van Operation: Mindcrime (ook met samples en acteurs), maar dan tegelijkertijd met zoveel meer kleuren. AOR invloeden, hard rock, progressieve metal, power metal, alles zit erin. En Seventh Wonder heeft Tommy Karevik, een magistrale zanger, die de meest fantastische zanglijnen ten gehore brengt. Het verhaal is bovendien geweldig uitgewerkt, een facet dat alleen maar meer bijdraagt aan de perfectie van deze cd.

Muzikaal is deze cd met geen pen te beschrijven. De gitaren (riffs en solo's) zijn van een ongekende schoonheid en het toetsenwerk is werkelijk adembenemend. Ik kan eigenlijk wel zeggen dat ik nog nooit een band heb gehoord die zo soepel omspringt met beide ingrediënten en zulke fabelachtig mooie melodieuze stukken ten gehore brengt. Nummers aanwijzen? Doe niet zo gek zeg, deze plaat is één schitterend geheel. Een geheel dat bol staat van de ijzersterke composities, of dat nu magistrale ballads zijn of stampende complexe metalnummers, dat maakt geen bal uit. Een topproductie maakt dat geheel nog verder af.

Minpunten zijn er niet. Wellicht is deze plaat zelfs een mijlpaal binnen het progressieve genre. Ik ga het ook niet meer uitstellen. Ik weet dat ik mijn geloofwaardigheid op het spel zet met deze lofrede, maar echt, kopen die schijf. Honderd volledig verdiende punten voor de plaat van het jaar en misschien wel de komende jaren. Dit is een album om te beleven, metershoog kippenvel gegarandeerd!




Shinedown - The Sound Of Madness 

Jaar van release: 2008
Label: 
Atlantic
 

Shinedown is een Amerikaans viertal dat in het thuisland met de single '45' en de albums 'Leave A Whisper' (2004) en 'Us And Them' (2005) zichzelf op de kaart zette. In Europa wil het nog niet zo vlotten met de bekendheid van de band. Gaat het derde album 'The Sound Of Madness' hier misschien verandering inbrengen? 

De muziek die Shinedown maakt bestaat uit een flinke laag post grunge vermengd met een enorme dosis rock. Hoewel het altijd lastig blijft om muzikale parallellen te trekken en er zomaar wat namen naast te leggen komen bands als Alter Bridge, Three Days Grace, Breaking Benjamin en een vleugje Disturbed naar voren. Het album opent met het stuwende en krachtige 'Devour' en het wat rauwere 'Sound Of Madness', waarna de band in een wat lagere versnelling veel meer ruimte laat voor meer gevoel. Naast de wat rauwere nummers - die met totaal een stuk of vier helaas net even te weinig aanwezig zijn - kent het album ook veel rustigere nummers en radiogevoelige ballads als het zeer fraaie 'The Crow & The Butterfly' of het fragiele 'Call Me'. En hoe gelaagd de arrangementen ook moge zijn (let op de strijkers in 'Second Change'), de band weet de indruk te wekken dat alles zeer eenvoudig en toegankelijk in elkaar steekt. In 'Breaking Inside' - dat erg veel weg heeft van Nickelback - kent het album ook een track die minder aansprekend is. Zanger Brent Smith weet, ongeacht welke stijl de nadruk heeft in een nummer, veel gevoel in alle nummers te leggen en legt een zeer sterke indruk meer. Mocht je overigens de limited edition van dit album op de kop kunnen tikken, laat dat dan niet achterwege; het bevat drie extra nummers. 

Shinedown legt met 'The Sound Of Madness' de lat binnen het genre erg hoog en komt met een album dat indruk maakt. Maar of dat genoeg is om vaste voet aan Europese grond te krijgen?

 


China Blue - Twilight of Destiny

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Journey fans opgelet. Na het verschijnen van ‘Revelation’ dit jaar is er opnieuw een plaat uitgekomen die het melodic rock genre alle eer aan doet, en ook deze keer betreft het een album van een band die al in de jaren 80 al actief was. In tegenstelling tot Journey zijn de activiteiten van China Blue echter nooit serieus van de grond gekomen. Sterker nog, ze hebben nog maar ÈÈn plaat op hun naam staan, en dat is 'Twilight Of Destiny'. Vreemd genoeg is dit de debuutschijf van deze band, en dat vraagt natuurlijk om wat uitleg.
Wat wil het geval? De grondlegger van China Blue, keyboardman Erik Ragno, begon met schrijver Tom Gasbarro laat in de jaren 80 aan de plaat te werken, maar op de een of andere reden bleken andere uitdagingen in het muzikale leven belangrijker en kwam het hele project in de wachtkamer terecht. Totdat Erik, die verder nauwelijks enige bekendheid geniet als je niet echt tot de insiders behoort, de oude tapes op een mooie dag ergens in 2008 aan een goede vriend liet horen. Dat was niet aan dovemansoren gericht en deze kennis liet, danig onder de indruk, weten dat het toch echt tijd was dat er eens wat mee zou worden gedaan. Zo gezegd zo gedaan, de tapes werden afgestoft, er werd wat nieuw spul bij geschreven en 'Twilight Of Destiny' was (weder)geboren.
Met Tony Mills (TNT) achter de microfoon en Josh Ramos (The Storm) op gitaar, Zane Petersen (drums) en Doug Odell (bass) is het China Blue gelukt om een uiterst professioneel en lekker klinkend melodic rock album te produceren. Logischerwijs heeft het album een sterke jaren 80 sfeer, maar het klinkt daarnaast modern en volwassen en heeft feitelijk geen zwakke plekken. Het album opent sterk met het hitgevoelige 'What Do You Need But Love' en ook de volgende drie tracks klinken erg goed. Daarna lijkt de plaat wat aan tempo te verliezen en is er meer ruimte voor ballads ('Don't Be A Stranger') en komen er meer progressieve passages ('Passions') voor. Het mooie en rustige 'Lost' en het pittige 'Take Me As I Am' verzorgen een lekker einde van de plaat. Het enige smetje is de uitsmijter 'A Last Goodbye' een instrumentaal niemendalletje wat het feest besluit. Maar echte schade kan deze track niet meer doen want de plaat staat verder als een huis.
'Twilight Of Destiny' is samengevat een absolute aanrader voor de fans van bands als Journey en REO Speedwagon. Gezien de kwaliteit van het gebodene is het te hopen dat China Blue nog meer van dit soort werk in de wachtkamer heeft zitten. Ik ben in ieder geval blij dat toch nog iemand daar zo nu en dan een kijkje neemt.



Dokken - Lightning Strikes Again

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Album nummer 10 inmiddels, voor de oudjes van Dokken, die sinds begin van de tachtiger jaren naam en faam hebben gemaakt. Niet in het minst door de gouden combinatie Don Dokken en George Lynch; laatstgenoemde was al door Reb Beach en John Norum vervangen, en dit is het tweede Dokken album voor de huidige gitarist, Jon Levin.

De hooggespannen verwachtingen voor dit album lagen op het niveau van "het gaat lijken op de kwaliteit van Under Lock And Key, wat nog altijd de status "legendarisch" heeft. Die verwachting wordt voor een groot gedeelte ingelost.
Als zanger heeft ook Don Dokken last van de voortschrijdende tijd, het is allemaal niet meer zo fel en overtuigend als vroeger. Ik moet zeggen dat gitarist (en advocaat) Jon Levin, die na zo'n imposant rijtje gitaristen een lastige taak had, me verrast. Goede gitarist, misschien niet altijd even origineel in zijn spel, maar ik hoor een gezonde mix van Lynch, Zakk Wylde en een brok eigen inbreng.

Voor wat betreft het songmateriaal zal ik niet al te veel in details gaan treden, maar feit is dat dit album voldoende kwaliteit heeft om te spreken van een geslaagd album, met lekker rockers zoals Disease en Point Of No Return en af en toe een ballad (zoals het zoete How I Miss Your Smile) en wat rustigere passages. De akoestische set die ze eind vorig jaar op de planken brachten bleek ook al een gouden greep voor de Dokken fans, en ik denk dat dit album wederom een polonaise aan nieuwe fans zal veroorzaken die inhaken bij de oudere fans van het eerste uur.



Jimi Jamison - Crossroads Moment

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Als ik de naam van de Amerikaanse rockzanger Jimi Jamison hoor moet ik altijd direct aan Survivor denken, ondanks het feit dat hij daar in feite al ruim vijftien jaar weg is en aanvankelijk ook bij Target en Cobra mooie dingen heeft laten horen. In 2006 was hij nog wel onderdeel van een Survivor reünie die leidde tot het zeer acceptabele 'Reach', maar omdat Survivor veel grote hits scoorde met hem achter de microfoon zal hij onwillekeurig altijd met Survivor worden geassocieerd. Maar dat is bepaald geen schande, integendeel, want het waren mooie tijden met die band en zijn stemgeluid was, en is blijkt nu, nog steeds van grote klasse. Nu was ik zowel Survivor als Jamison eigenlijk een beetje uit het oog verloren hoewel ik met enige regelmaat een van de laatste albums van Survivor, het uit 1988 stammende 'Too Hot Too Sleep' nog wel eens uit de kast trek. En dan vooral omdat daar een van de beste AOR tunes uit de historie, het geweldige 'Desperate Dreams' op staat. Maar goed we gaan het nu niet over Survivor hebben, maar over de tweede soloplaat van Jamison genaamd 'Crossroads Moments'. Zijn eerste soloavontuur dateert al weer van 1991 en verscheen onder de naam 'When Love Comes Down'.
Onderhand mogen er dan weliswaar vele jaren zijn verstreken, het wordt nadat de cd tray de schijf heeft opgeslokt meteen duidelijk dat er gelukkig weinig is veranderd. Jamison weet namelijk met deze release de AOR spijker weer vol op zijn kop te slaan, iets wat wat natuurlijk geen verassing is, want als iemand weet hoe je zo'n plaat moet maken is hij het wel. Dit is gewoon Amerikaanse AOR van de bovenste plank. Dus heerlijk melodieus, bepaald radiovriendelijk, vakbekwaam geproduceerd en met een perfecte balans tussen de mid tempo rockers en de rock ballads. Bij veel platen zijn er altijd wel nummers die eruit springen, maar dat is hier niet het geval omdat ze simpelweg allemaal erg lekker in het gehoor liggen en het verschil tussen hard en zacht niet zo groot is. Ook de echte ballads 'Bittersweet', 'Lost' en 'As Is' weten te overtuigen en passen er perfect tussen.
De sound van de plaat heeft griezelig veel weg van die van Survivor in zijn beste dagen inclusief de volop aanwezige jaren 80 keyboards (met name op 'Crossroads Moments' en 'Friends We Never Met'). De verklaring daarvoor is snel gevonden, want niemand minder dan voormalig Survivor gitarist Jim Peterik heeft aan deze plaat zijn medewerking verleend. En niet alleen als schrijver van de nummers en met zijn tengels op gitaar, ook heeft hij de plaat samen met Larry Millas (Pride of Lions) geproduceerd. En als je weet dat nou net de Survivor platen waar hij mede aan het roer stond op mij de meeste indruk hebben gemaakt, dan is het wel duidelijk dat ook deze schijf kwalitatief niets te kort komt. Het lekkere gitaar geörienteerde 'Battersea' opent het bal en het niveau zakt gedurende de rest van de plaat geen moment. Wat ook helpt is het feit dat de nummers allemaal ruim over de vier minuten lopen wat ervoor zorgt dat ze lekker in balans zijn en de muzikanten volop de kans krijgen om zich te onderscheiden. Als toegift komen op de laatste track 'When Rock Was King' ook illustere stemgenoten als Joe Lynn Turner en Dave Bickler (Jamison's voorganger bij Survivor) voorbij. Kortom, het is gewoon erg plezierig wat Jamison tot ons laat komen.
Het valt me altijd op dat je naar zangers van het kaliber Jamison gerust een hele plaat kunt luisteren zonder dat hun stemgeluid gaat vervelen. En dat is in dit geval maar goed ook, want maar liefst veertien nummers en bijna 70 minuten duurt het feest dat 'Crossroads Moments' heet. Daarna tijd voor wat anders? Welnee, je krijgt de neiging om gewoon weer op de play knop te drukken en er gewoon nog een keer naar te luisteren. Kortom, slecht nieuws voor de ware AOR fans want het wordt, niettegenstaande de financieel barre tijden, toch een kwestie van portemonnee trekken.



Ramos Hugo - The Dream

Jaar van release: 2008

Label: Frontiers

Ramos/Hugo is een samenwerkingsproject tussen melodic rock grootheden Josh Ramos en Hugo Valenti. Josh Ramos was onder andere gitarist in de bands The Storm en Two Fires en is tegenwoordig actief in de band Hardline. The Dream is de opvolger van Ramos' eerste solo-album Living In The Light. Voor zijn nieuwe album was hij op zoek naar een goede gastzanger en kwam uit bij Hugo, voormalig zanger van Open Skyz en Valentine en tegenwoordig solo-artiest.

Dat de keuze voor Valenti zeker geen verkeerde was, is te horen op The Dream. Ramos' geweldige gitaarspel en het fluwelen keeltje van Hugo vormen een perfecte combinatie. Van opener You're Not Alone tot en met de afsluitende ballad I Can Take You staat het album als een huis en verveelt het geen moment. Natuurlijk staat het album vol met radio friendly rock clichés (de riffs, de teksten, de ballads), maar storend is dit absoluut niet. Hugo's stemgeluid doet denken aan dat van voormalig Journey frontman Steve Perry en komt vooral goed uit in ballads als I Don't Want To Say Goodbye, In The City en afsluiter I Can Take You. Toch is het vooral Josh Ramos' gitaarspel (en dan met name zijn solo's) die de songs naar een hoger niveau tillen.

The Dream luistert lekker weg en is een album waar AOR fans absoluut van zullen genieten. Het duo Ramos/Hugo mag trots zijn op hun zeer geslaagde samenwerking, hopelijk horen we in de toekomst meer van deze heren.



Whitesnake - Good To Be Bad 

Jaar van release: 2008
Label: Steamhammer/SPV

Dave Mustain, Jeff Waters, Dani Filth en David Coverdale hebben ogenschijnlijk niet zo veel met elkaar te maken, maar behalve het feit dat ze allen hun ding doen in het hardere muziekgebeuren hebben ze nog één ding gemeen: ze zijn de enige constante factor gebleken in de band die ze zelf hebben opgericht. Op bijna elk album wat er uitkwam van respectievelijk Megadeth, Annihilator, Cradle Of Filth of Whitesnake was er wel sprake van een bezettingswissel, maar of nou Jantje, Pietje of Klaasje werd aangenomen voor de vrijgekomen plaats, het veranderde nagenoeg niets aan het totaalplaatje. Daarvoor was en is de rol van de constante factor namelijk veel te groot, om nog maar te zwijgen over het feit dat zij de band runnen en niemand anders.
Dat kan af en toe lastig zijn, want als niemand de grote baas durft tegen te spreken loop je het risico dat je wel eens matige platen gaat afleveren. Vooral Megadeth heeft daar een tijdje last van gehad. Een ander risico is dat je voor eeuwig hetzelfde geluid zal maken, en daar komen slechts weinig bands mee weg. Whitesnake, oftewel David Coverdale, is één van die weinigen die zich dat kan permitteren. Dart heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat er tegenwoordig maar weinig studioplaten onder deze naam uitkomen, dus als meneer als een creatieve bui heeft vinden de fans alles best, en ik eigenlijk ook.
Whitesnake is een band met twee gezichten, grofweg van elkaar te scheiden zo rond 1985. De platen die voor die tijd uitkwamen waren zwaar op blues leunende hardrock, terwijl na die tijd het roer, voor hun doen, radicaal omging en de muziek tegen metal aan zat te schurken, wat je kon horen op de succesvolle platen ‘1987’ en ‘Slip Of The Tongue’. Nu is er tussen die tijd en het heden verder maar weinig gebeurt op het release front. Behoudens een halve solo-plaat uit 1997 (‘Restless Heart’) en wat verzamelaars kwam er niet veel bijzonders uit, en het leek erop dat David alvast aan het oefenen was voor zijn pensioen. Na het succes echter van de vorig jaar verschenen live DVD ‘Live... In The Shadow Of The Blues’ (opgenomen gedurende de even zo succesvolle tour) begon het toch weer te kriebelen, met als tastbaar resultaat de nieuwe CD ‘Good To Be Bad’.
Ik ga je verder niet vermoeien met de namen van zijn huidige bandmaatjes en het feit dat ze allemaal wel een nootje of drie kunnen spelen, want dat geloof je toch zeker zelf ook wel. De man die vroeger illustere namen als Cozy Powell, John Lord, Steve Vai en Adje Vandenberg in zijn band had zitten weet echt wel wat hij aan vakmanschap moet inhuren. En zo klinkt de plaat dan ook. Gemaakt door vakmensen, die weten hoe je een vet nummer schrijft, die weten wat het is om in dienst van dat nummer te spelen, en waar er veel ruimte is voor vocale en gitaristische hoogstandjes. Wat zegt U? Zoals op de al reeds genoemde platen ‘1987’ en ‘Slip Of The Tongue’? Inderdaad, als je toch een vergelijking moet maken kom je daar wel uit ja, edoch meen ik ook iets van het geluid van eind jaren 70 te bespeuren. Kortom, hier en daar wat up-tempo spul, een ballad of twee en verder opgevuld met lekker doorbeukende klassieke hardrock in een prima passende 2007 productie. Verplichte kost voor alle Whitesnake liefhebbers dus, maar ook voor een ieder die dit soort muziek een warm hart toedraagt.



Work Of Art - Artwork 

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Op dit moment ben ik bezig om de laatste eindjes aan elkaar te knopen inzake het artwork dat ik voor de nieuwe Belgische AOR sensatie Frozen Rain mag verzorgen. Ik ben nu reeds enkele jaren in dat project verwikkeld en door deze job heb ik mogen meemaken hoe het is voor een artiest om tot een release van een plaat te komen. De man achter Frozen Rain, Kurt Vereecke werd door de jaren een van mijn beste vrienden en samen wachten we er nu op dat ‘onze’ schijf uiteindelijk uit de fabriek zal rollen. Omdat eind februari al een fantastische gelijkwaardige AOR schijf zou uitkomen, die van het Zweedse Work of Art, onderwerp van deze recensie, besloten wij om onze release nog eventjes uit te stellen. Op die manier kan de plaat die ik nu recenseer eventjes inwerken op de AOR fan en een tijd later zal het onze beurt zijn om deze melodieuze vrienden te verwennen. Door mijn vriend Kurt leerde ik de band Work of Art kennen door zijn maatje Robert Säll, gitarist van deze Zweedse sensatie. Hun muziek leerde ik kennen door rond te neuzen op hun Myspace website. Toen ik het demonummer ‘Why Do I’ beluisterde, wist ik dat de tijd rijp was om AOR terug te laten keren in deze tijd.
Als ik terug kijk in mijn geschiedenis, kan ik nog als de dag van gisteren herinneren hoe ik vroeger genoot van al die prachtige melodieuze platen die er op ons losgelaten werden. Mijn collectie staat nog altijd bol met platen van grote jongens zoals Toto, Survivor, Journey en Kansas, maar ook de wat minder bekende juweeltjes van groepen zoals FM, Strangeways, Boulevard, Signal etc. staan nog steeds te pronken op mijn schapjes en worden nog regelmaat uit de rij getrokken voor een luistersessie. Toentertijd was ik nogal treurig toen ik merkte dat dit genre muziek langzaam aan het doodbloeden was. Het grote publiek liet deze prachtige vorm van muziek massaal liggen en het was alleen ons insiders die de groepen nog een beetje op de been hielden. Ik wist op een gegeven moment ook niet meer of AOR muziek ooit weer terug zou keren en of de mannen achter die muziek nog trek hadden om moeite te doen om een nieuwe plaat op te nemen. Dankzij een label zoals Frontiers werden uiteindelijk heel wat van de grotere namen die ik boven al noemde weer getekend en sinds enkele jaren staan die groepen weer volop hun best te doen om iets nieuws op te nemen en op tour te gaan.
Maar de detectives van Frontiers gingen verder dan dat, ze vonden ook nieuwe bands en muzikanten en ook sommige van hen kregen de kans om onder de vlag van dit Italiaans label een schijfje te mogen opnemen. Dankzij de nogal bekende drummer Daniel Flores (Mind’s Eye en trouwens ook Frozen Rain) werden de Italiaanse platenbazen in contact gebracht met Work of Art. Zo gauw ik te horen kreeg dat WOA een plaat ging opnemen bij Frontiers reserveerde ik de promo bij mijn hoofdredacteur. De dag dat deze schijf uiteindelijk in mijn brievenbus gedeponeerd werd was zo vroeg in het jaar al snel een van de, hopelijk, nog vele hoogtepunten die dit jaar nog mag brengen. Want niet alleen de schijf van WOA zat in dat pakketje maar ook de promo van de nieuwe soloschijf van mijn idool Steve Lukather. Die recensie zul je ook ergens op onze prachtige website kunnen terugvinden. Mensen die mij kennen, weten (misschien tot vervelens toe) dat ik een supergrote fan ben van Lukather’s bandje Toto. En als ik je zeg dat de debuut schijf van Work of Art, die ze voor het gemak maar eventjes ‘Artwork’ hebben genoemd vol zit met invloeden van mijn lievelingsgroep Toto, en niet alleen dat maar dat de kwaliteit van de Zweden ook nog eens heel dicht in de buurt van hun Amerikaanse voorbeeld kan komen, dan weet je ook waarom ik zo hoog lig te strooien met mijn waarderingspuntjes. Als je bekend bent met platen zoals ‘The Seventh One’ en ‘Isolation’ van Toto en ik je zeg dat je de muziek van WOA in die richting moet zoeken dan zou ik als echte AOR fan niet twijfelen om deze schijf zo gauw mogelijk in huis te halen.



Pleasure Dome - For Your Personal Amusement

Jaar van release: 2008
Label: Escape

Ted Poley is geen onbekende naam in de melodieuze rock scène. In het verleden heeft hij zijn sporen al verdiend als frontman van de band Danger Danger, deze formatie was in jaren tachtig verantwoordelijk voor een aantal commerciële krakers zoals ‘Bang Bang’ en ‘Naughty Naughty’. Ook Charlie Calv en Ed Avila zijn geen onbekende in het genre, zij waren mede verantwoordelijk voor de debuut CD van Shotgun Symphony. Nu zijn deze krachten gebundeld in Pleasure Dome.
Het eerste wat opvalt is de werkelijk afzichtelijke hoes. Hoe krijg je zoiets lelijks bij elkaar verzonnen? Maar goed, de CD begint met een mooi opbouwende intro, wat aan het einde van de CD als outro afgemaakt wordt. Na de wat simpele melodieuze rocker ‘Trapped’ gaat de CD verder met het naar Dare (ten tijde van ‘Blood From Stone’) neigende ‘One And Only’. Ook de gevoelige ballad wordt niet geschuwd, ‘Praying For A Miracle’ is daar een goed voorbeeld van. Positief zijn ook te noemen ‘Always Tomorrow, wat een typische AOR rocker genoemd mag worden, en het tweeluik ‘Seems Like A Dream’, wat een Asia achtig instrumentaal voorspel is voor het verpletterende ‘I Won’t Cry’. Wat een geweldige semi ballad is dat! Aan de andere kant hebben we helaas ook de typische simpele rock deuntjes zoals die vanuit het verleden wel kennen, ‘The Aura That Surrounds You’ en ‘Love Is A Game’ zijn daar goede voorbeelden van.
Ik heb me even verdiept in de achtergrond van deze band, maar het vreemde feit doet zich voor dat je van deze band niet veel informatie vind. Wel heb ik een MySpace pagina gevonden van de heer Ted Poley zelf, maar daar zie je niets over deze release.(Red: er bestaat wel een webside, zie link). Wel heb ik gelezen dat er in een forum gerefereerd wordt aan het feit dat hij Pleasure Dome echt als tussendoortje beschouwd. En dat vind ik eigenlijk ook, het is een redelijke plaat maar niet meer dan dat. Melodieuze rock fans echter die Danger Danger en stevige AOR goed kunnen pruimen zullen zich hier waarschijnlijk geen buil aan vallen.



From The Inside - Visions

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

In 2004 wist Danny Vaughn de melodieuze rockwereld behoorlijk te verrassen met de debuutplaat van zijn project From The Inside, een door Frontiers opgezet samenwerkingsverband met Fabrizio Grossi. Die plaat werd zowel door de pers als de fans zeer positief gewaardeerd, inclusief ondergetekende. Toen Danny begin 2007 onder zijn eigen naam de eveneens prima ‘Traveller’ plaat uitbracht, dacht ik persoonlijk dat From The Inside inderdaad gedoemd was een eenmalig project te blijven. Gelukkig blijkt dat niet zo te zijn en is er nu met deze ‘Visions’ een waardige opvolger verschenen.
Er zijn wel een aantal wijzigingen doorgevoerd voor deze tweede From The Inside plaat. Natuurlijk is Fabrizio Grossi nog steeds van de partij, maar wordt Danny nu muzikaal bijgestaan door House Of Lords gitarist Jimi Bell, keyboard speler Eric Ragno en drummer Peter Lobo. Verder bevat de CD meer eigen materiaal, want maar liefst zes nummers zijn van de hand van het trio Vaughn/Grossi/Ragno. Van de overige zes aanwezige nummers zijn er vijf neergepend door het duo Tom en James Martin (die reeds materiaal hebben verzorgd voor onder andere House Of Lords, Ted Poley en Khymera om er maar een paar te noemen) en komt ‘Love Is No Stranger’ uit de koker van Joey Carbone. Met maar liefst drie ballads (het eerder genoemde ‘Love Is No Stranger’, ‘If It’s Not Love’ en ‘One More Night In Heaven’) worden the romantici onder ons rijkelijk bedeeld, maar ik moet zeggen dat dit absoluut niet storend is. Sterker nog, persoonlijk ben ik van mening dat de stem van Danny het best tot zijn recht komt tijdens deze ballads. De overige negen nummers zijn voornamelijk mid-tempo melodieuze rock nummers met veel aandacht voor de aanstekelijke refreinen en hiervan maken vooral ‘Making Waves’ en het titelnummer ‘Visions’ de nodige indruk. Buiten de fantastische vocale bijdrage van Danny Vaughn is er nog een persoon die de show steelt en dat is gitarist Jimi Bell, die met zijn geweldige solo-werk laat zien dat hij een zeer talentvolle gitarist is en die hierdoor tevens de plaat wat meer ballen geeft. Ik hoop van harte dat dit From The Inside project zich in de toekomst ook zal gaan wagen aan een derde plaat, want dit soort kwaliteitsmuziek is aan mij wel besteedt.



Voodoo Circle - Voodoo Circle

Jaar van release: 2008
Label: AFM Records

Voodoo Circle is de nieuwe band van de Duitse gitarist Alex Beyrodt, die in het verleden onder andere actief is geweest in Silent Force en The Sygnet. Stilistisch gezien kun je Voodoo Circle ook wel vergelijken met een Silent Force, want de melodieuze metal die beide bands produceren vertoont behoorlijk wat overeenkomsten. Wel ben ik van mening dat het song materiaal van Voodoo Circle een stuk beter is en veel frisser klinkt.
De elf nummers die je voorgeschoteld krijgt (als je de digipack versie aanschaft krijg je er nog twee bonus nummertjes bij) zijn dan ook zeer de moeite van het beluisteren waard en met name ‘Desperate Heart’, ‘Master Of Illusion’ en ‘Enter My World Of Darkness’ kunnen mij zeer bekoren. Gitarist en song writer Alex Beyrodt kan zich enorm goed uitleven in het Voodoo Circle song materiaal, maar hij is niet de enige die een erg goede indruk achterlaat. Zo levert ook zanger David Readman (Pink Cream 69) een zeer positieve bijdrage aan het geheel middels zijn krachtige en loepzuivere zangpartijen. De band wordt overigens gecompleteerd door bassist Mat Sinner (Primal Fear, Sinner), drummer Mel Gaynor (Simple Minds) en keyboard-speler Jimmy Kresic, wat aangeeft dat we het hier niet met een stelletje amateurs te maken hebben. Verder hebben Dougie White (Rainbow, Cornerstone, Malmsteen), Rudi Sarzo (Ozzy Osbourne, Dio, Whitesnake), Richard Andersson (Majestic, Space Odyssey) en Norifumi Shima (Concerto Moon) een gastrol vervuld. Ik moet zeggen dat ik zeer aangenaam verrast was en nog steeds ben door hetgeen Voodoo Circle op deze gelijknamige debuut-CD laat horen. Mensen die Rainbow en Dio als hun favorieten hebben en die kicken op prima gitaarwerk moeten dit zeker eens gaan beluisteren.



White Lion - Return Of The Pride

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Er heeft al heel wat discussie plaatsgevonden omtrent het feit of Mike Tramp deze plaat onder de naam van White Lion zou moeten uitbrengen of dat hij dit als zijn volgende solo-release zou moeten marketen. Ik voel er persoonlijk weinig voor om hier nog veel woorden aan te wijden: feit is en blijft dat er een nieuwe White Lion plaat op de markt verschijnt, zo’n zeventien jaar na ‘Mane Attraction’ uit 1991. Om de link naar het verleden nog maar wat te versterken is hij ook nog eens ‘Return Of The Pride’ getiteld, en een duidelijkere referentie naar de zeer succesvolle tweede CD uit 1987 kun je niet verzinnen.
Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die vinden dat White Lion zonder gitarist Vito Bratta geen bestaansrecht heeft, maar op basis van het materiaal op ‘Return Of The Pride’ waag ik dat ernstig te betwijfelen. Ik heb de heer Bratta in ieder geval geen moment gemist, de nieuwe gitarist Jamie Low heeft die opengevallen positie zeer adequaat ingevuld moet ik zeggen. De elf aanwezige nummers zijn allen zeer goed en variëren van lange epische tracks (opener ‘Sangre De Cristo’ en ‘ Battle At Little Big Horn’) tot het kortere meer commercieel getinte werk zoals ‘Dream’, ‘Set Me Free’ en de mooie ballad ‘Never Let You Go’. Mike Tramp zingt zoals in zijn beste jaren en de meeste nummers worden voorzien van lekker fris gitaarwerk van de reeds eerder genoemde Jamie Low. Het is een beetje alsof de tijd stil is blijven staan, want deze ‘Return Of The Pride’ sluit naadloos aan op het eerder genoemde ‘Mane Attraction’. Het is daarom te hopen dat dit niet een eenmalige actie van de heer Tramp blijkt te zijn en dat we niet weer zo’n lange periode hoeven te wachten op een mogelijke opvolger. Een zeer geslaagd come-back album!



Kings Of Leon – Only By The Night

 Jaar van release: 2008
Label: Sony

 Van vuig southern rock 'n roll-bandje tot volbloed rocksterren. Kings Of Leon uit de Amerikaanse zuidelijke staat Tennessee heeft die stap in vijf jaar en vier albums tijd definitief gemaakt. Die belofte was er altijd al, op basis van rauw debuut Youth & Young Manhood (southern Strokes werden de Kings genoemd), kaal rockende opvolger A-Ha Shake Heartbreak en gevarieerder derde plaat Because Of The Times. Des te opmerkelijker is het dat de drie broers en neef Followill de ware wereldwijde doorbraak nu gaan beleven op basis van wat hun zwakste album tot dusver is: Only By The Night. Hebben de stadionallures het maken van echt beklijvende, stevige liedjes in de weg gestaan?

Het begin van Only By The Night is nog ontzettend sterk. Er is geen ontkomen aan de eerste acht sterke minuten, dankzij de slepende opener Closer. Het is een liedje verpakt in een drone, waarin laag op laag wordt gestapeld, tot een fraaie climax met een enorm groots en vol geluid. Met Crawl presenteert Kings Of Leon meteen de stevigste track van de plaat, met een ritmiek en zwaar vervormde distortionbas die nota bene Rage Against The Machine in herinnering roept, een goed nijdige gitaarsolo en de harde zinsnede 'the crucified USA'.

Helaas is de toon hiermee niet gezet en gaat het rap bergafwaarts. Single Sex On Fire is begrijpelijkerwijs een flinke, toegankelijke rockhit, maar blijft ook na al die draaibeurten op de radio lang niet zo vurig en sexy als de titel suggereert. Bij Use Somebody komen opeens de wat opzichtige stadionrock-allures bovendrijven; het lijkt geschreven met massa's mensen voor de neus in het hoofd. Ook al is dit nog best een beklijvend liedje, het veel keuriger jasje - zeg maar een colbertje - staat de band minder goed.De versleten naar bier, rook, seks en zonde stinkende jackies ten tijde van debuut Youth & Young Manhood A-Ha Shake Heartbreak pasten veel lekkerder, maar zijn de rest van de plaat jammerlijk bij het grof vuil gezet. Dat ook voorman Caleb Followill fris gekapt opeens veel mooier probeert te zingen, is best jammer. Z'n stem is nog steeds karakteristiek genoeg, maar de vuige sneer is zo goed als verdwenen.

De koek is na Use Somebody echt zo goed als op, met een hele reeks midtempo tot langzame songs achter elkaar. Knallers als Charmer (Because Of The Times) of The Bucket (A-ha Shake Heartbreak) ontbreken. De nieuwe liedjes van Kings Of Leon nieuwe stijl beklijven amper en halen nog niet halverwege alle opgebouwde vaart uit de plaat. Nog erger: ook het venijn, de pit, ware opwinding of beklijvende melodieën die Kings of Leon voorheen kenmerkten lijken zorgvuldig uit de nummers weggepoetst.Want wat moeten we een stuurloos geval vol oeverloos gitaargepiel als Manhattan of de ronduit saaie composities Revelry, Notion of het zelfs zeurende I Want You? De kerstklokken in 17, nog zo'n traag nummer, doen zelfs het glazuur van je tanden brokkelen, zelfs al gaat het hier nog n's over de verleidingen van een veel te jonge dame. Slechts aan het einde horen we nog een opleving dankzij donderend drumwerk van Nathan Followill in Be Somebody.

Dankzij het grootsere rockgeluid in het eerste deel van Only By The Night en die joekel van een hit die Sex On Fire nu al is (megahit op 3FM), gaat deze vierde Kings Of Leon-plaat ongetwijfeld de grote doorbraak bewerkstelligen. Maar weten alle radiozenders en nieuwe liefhebbers die de Kings nu plotseling omarmen wat ze hiervoor hebben gedaan? Wat zonde dus dat de doorbraak met hun nogal kleurloze, minst eigenzinnige en daarmee veruit zwakste rockplaat moet gebeuren, waarop we een langzaam induttende rockband horen.



Journey - Revelation

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Een dag na het overweldigende optreden van de band op Arrow Classic Rock viel de promo van hun nieuwe plaat ‘Revelation’ bij mij in de brievenbus en na een eerste luisterbeurt is hij niet meer uit mijn CD-speler geweest.

De CD-single ‘Never Walk Away’/’After All These Years’ had hoge verwachtingen opgeroepen, maar die zijn dan ook zeker ingelost met deze plaat! In totaal zijn er twaalf nummers te vinden op ‘Revelation’ (waarvan er één de Europese bonus-track is in de vorm van ‘Let It Take You Back’) en alle twaalf nummers zijn juweeltjes geworden. Alle nummers zijn geschreven door de geoliede tandem Cain/Schon, behalve de re-make van het openings-nummer van ‘Generations’ getiteld ‘Faith In The Heartland’ dat geschreven is door Augeri/Cain/Schon. Hoogtepunten zijn er mijns inziens genoeg te vinden op de plaat en buiten de single nummers ‘Never Walk Away’ en ‘After All These Years’ bevallen met name ‘Like A Sunshower’, het krachtige ‘Change For The Better’ en de power ballade ‘Turn Down The World Tonight’ me het beste. Nieuwkomer Pineda zingt de sterren van de hemel (behalve op het instrumentale nummer ‘The Journey (Revelation)’ natuurlijk!) en de productie, verzorgd door oudgediende Kevin Shirley, is werkelijk fantastisch. Journey laat op ‘Revelation’ horen dat men nog steeds tot de absolute A.O.R.-top behoort en dat is een prestatie op zich na zoveel jaar. Als je een echte Journey liefhebber bent, zou ik proberen de Amerikaanse versie van ‘Revelation’ aan te schaffen daar hij daar als een 3-disc versie is uitgebracht (het ‘Revelation’ album, een disc met elf opnieuw opgenomen Journey klassiekers en een live-DVD die afgelopen februari is opgenomen). Verplichte aanschaf, zonder meer!



Honeymoon Suite - Clifton Hill

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers

Honeymoon Suite is een Canadese band die vooral in de jaren tachtig nogal furore maakte met hun melodieuze pop/rock albums en vooral ‘The Big Prize’ uit 1985 wordt door menigeen gezien als een klassieker in het genre. Na het uit 1991 stammende ‘Monsters Under The Bed’ en de live-plaat ’13 Live’ uit 1995 werd het angstvallig stil rondom dit getalenteerde combo. De stilte werd in 2002 verbroken door het matige ‘Dreamland’, een plaat waarop het heilige vuur ietwat verdwenen leek te zijn. In 2007 kwam de originele line-up weer bij elkaar om te toeren en dat beviel dusdanig goed dat men besloot om een nieuwe plaat op te nemen en amper een jaar later ligt die in de winkels onder de naam ‘Clifton Hill’.
De naam van het album is een overduidelijke verwijzing naar het verleden, want het is de naam van de locatie waar de band zo’n vijfentwintig jaar geleden is geformeerd. Verder heeft men ook producer Tom Treumuth weer ingehuurd, net zoals voor de debuutplaat uit 1984. Verwacht echter niet dat men helemaal is teruggekeerd naar de sound van de eighties, want ‘Clifton Hill’ klinkt veel eigentijdser en zeker ook een stuk heavier dan de Honeymoon Suite uit die periode, wat mijn inziens alleen maar ten goede is. Opener ‘She Ain’t Alright’ geeft alvast een goede indicatie van wat je kunt verwachten: een lekkere gitaar-rocker met een radio-vriendelijk refrein. Verder kunnen zeker het heavy ‘Riffola’ en de prima ballad ‘Ordinary’ mijn goedkeuring verkrijgen. Ook nummers als "Tired O'  Waitin" en "The House". Het tweede gedeelte van de plaat zakt qua niveau wat in, maar buiten het misschien het minste nummer ‘Sunday Morning’ is het nog zeer zeker als bovengemiddeld te bestempelen. Wie op zoek gaat naar het oude HS, zal zicht meer vinden in de albums ‘The Big Prize’ of ‘Racing After Midnight’, maar is na het zeer matige ‘Dreamland’ is dit voor de meer heavy AOR liefhebbers een aanrader.

 


Alliance - Road To Heaven

Jaar van release: 2008
Label: Escape

Ongeveer tien jaar geleden kocht ik het debuutplaatje van Alliance, een zogenaamde supergroep met Robert Berry (GTR, Hush, Ambrosia), Gary Pihl (Boston, Sammy Hagar), David Lauser (Sammy Hagar) and Alan ‘Fitz’ Fitzgerald (Nightranger). Toen ik de recensies over die plaat las dacht ik dat die schijf een ‘moet hebben’ release was. Ik herinner me ook nog dat toen ik het cd’tje in de speler gooide en beluisterde dat ik nogal teleurgesteld was. De schijf deed mij helemaal niet dat wat beloofd werd in de recensies. Ik weet niet wat het precies was maar ik miste duidelijk de schoonheid en relaxte van een echte klassieke AOR schijf. Nou, tien jaar later, heb ik diezelfde plaat nog eens uit de stof gehaald om hem te kunnen vergelijken met het zojuist uitgekomen ‘Road To Heaven’. Ik wou namelijk even onderzoeken of de vier heren met al hun overduidelijke talenten en ervaring de boel in een voor mij beter te accepteren richting hadden gestuurd.
Jammer genoeg word ik wederom diep teleurgesteld met wat deze mannen voor ons op het schijfje hebben geperst. Nog altijd moet ik ver zoeken naar het geluid wat ik mag verwachten van een groepje kerels uit de melodieuze muzikale hoek. De saaie composities laten mij geen moment met een open mond van verwondering achter. Roberts stem heeft veel weg van Dan Huff van Giant, wat natuurlijk heel mooi is, maar daar stopt dan gelijk ook weer de gelijkenis. De muziek van Alliance heeft meer een soort recht toe recht aan rock ’n roll stijl over zich wat mij niet zo bevalt. Van deze supermuzikanten verwachtte ik toch zeker iets spannender muziek met fijn afgeronde randjes en melodie. Ja, supermuzikanten zijn het zeker maar op de een of andere manier zijn ze niet in staat om een mooie nieuwe en frisse compositie in elkaar te flansen. Misschien moeten ze voor dat gedeelte van hun muziek een buitenstaander in huren die niet met dertien in een dozijn geschreven deuntjes op de proppen komt. Het gedeelte van deze nieuwe plaat wat mij wel bevalt is het ontwerp van de albumhoes maar ja, die zal me niet vaak meer onder ogen komen want deze promo zal in mijn “nooit meer te beluisteren’ doos terechtkomen.



Tiles - Fly Paper 

Jaar van release: 2008
Label: Inside Out

En zo duurde het vier jaar voor er weer eens een nieuw Tiles album verscheen. Best lang, je zult maar fan zijn van deze Amerikaanse prog rockers. Maar tevens weet je wel dat er dan gesleuteld wordt aan een nieuw album en dat valt eigenlijk nooit tegen. Zoals veel prog metal bands altijd vergeleken zullen worden met Dream Theater zo is er bij Tiles eigenlijk ook altijd een legendarische band die als referentiekader dient en dat is Rush. De wat latere versie van de band dan. En de band lijkt dat helemaal niets uit te maken want Rush producer Terry Date er wederom bij betrokken deze keer. Sterker nog, op het nummer ‘Sacred And Mundane’ komt Rush gitarist Alex Lifeson zelf nota bene even meedoen! Ook het artwork heeft dat Rush gevoel maar om nou te zeggen dat Tiles een kopie is van die band, nee dat gaat te ver.
Zelf noemen ze ook bands als Jethro Tull, Iron Maiden en Queensrÿche als invloeden en dat vind ik goed gekozen namen, het klopt wel. Er is deze keer wel gekozen voor een iets minder ‘epische’ aanpak, met kortere nummers die het gevoel van de band op dit moment beter weergeven. Zanger Paul Rarick heeft weliswaar niet de speciale stem om Tiles meteen onmiskenbaar herkenbaar te maken maar de geoefende luisteraar zal toch wel richting Tiles denken bij het horen van de muziek. Lekker vlotte technische prog rock met aandacht voor het hele plaatje. Afwisselend en daarmee leuk en vermakelijk. En kent-u-haar-nog Alannah Myles doet overigens ook nog even een bakkie mee in ‘Back And Forth’, een onverwachte keuze. Niet een spetterend album maar dat past ook niet bij de identiteit van de band op de een of andere manier. Ben je fan van de latere Rush? ‘Fly Paper’ toevoegen aan je collectie is dan mijn advies.



Khymera - The Greatest Wonder

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Wat oorspronkelijk als een project begon, begint nu zo langzamerhand toch op een echte band te lijken want met ‘The Greatest Wonder’ is het geesteskind van keyboardspeler Daniele Liverani (Genius) al toe aan zijn derde release. Nadat Steve Walsh (Kansas) na de overigens zeer geslaagde debuutplaat afhaakte, werd zijn plaats zeer verrassend en adequaat ingevuld door Pink Cream 69 bassist Dennis Ward, die aantoonde over een behoorlijk aangenaam stemgeluid te beschikken. Ook op de derde plaat is de heer Ward weer van de partij en laat hij zich weer van zijn beste kant zien, al moet worden gezegd dat hij door het veelal mid-tempo materiaal niet echt uitgedaagd wordt.
Dit eenzijdigheid van dit song materiaal, voor het grootste gedeelte geschreven door de broers Tom and James Martin, die ook aan materiaal voor onder andere House Of Lords hebben gewerkt, is ook mijn enige puntje van kritiek op deze voor de rest prima A.O.R.-plaat. De twaalf nummers (plus kort intro) zijn voorzien van een zeer volwassen geluid en klinken als een klok, maar bevatten te weinig variatie om van een echte topper in het genre te spreken. Alle ingrediënten zijn in ruime mate aanwezig: de ondersteunende keyboard-partijen, de lekkere gitaarloopjes, het prima zangwerk en de vele flitsende solo’s van gitarist van dienst Tommy Ermolli, maar doordat de nummers allemaal in (bijna) hetzelfde tempo gespeeld worden wordt het nergens echt spannend. Verder zijn alle scherpe kantjes er door de wat gladde productie afgeslepen en heb je na verloop van tijd meer het gevoel dat je naar een CD met achtergrondmuziek aan het luisteren bent dan naar een echt spectaculaire A.O.R.-release. Het voornoemde neemt echter niet weg dat ‘The Greatest Wonder’ zeker een erg goede plaat is geworden, die de meeste A.O.R.-liefhebbers zeker zal aanspreken. Voor mijn gevoel had er echter nog veel meer ingezeten.



 Overland - Breakaway

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Overland kan komen over aan u als een nieuwe naam aan het  AOR front, maar als ik je vertel dat de man in kwestie niemand minder is dan Steve Overland, ben ik zeker dat je zult beseffen dat we spreken over de zanger die bands als Wildlife en FM vertegenwoordigde, voordat hij opschoof naar zijn  huidige besluit voor zijn solo-projecten,  zoals The Ladder en Shadowman (met Steve Morris).

Wat we hier hebben is Steve's debuut solo uitje, waarbij hij hulp kreeg van Anders Rydholm... Ja,geen onbekende in het Zweedse rock circuit, namelijk de man achter Grand Illusion.  Rydholm componeerde de muziek voor "Break Away", terwijl Overland de teksten schreef en het resultaat is een album vol van hoogstaande kwaliteit, eenvoudig in het gehoorliggende AOR nummers, die ons laten genieten van Steve's typische vocale zangcapaciteiten. Naast Rydholm (g, k, b), die ook het album produceerde, kenmerkt de line-up ook andere bekende musici zoals Ol af Trampe op gitaar en Gregg Bissonette op drums. Met deze gastmuzikanten, zijn we bijna verzekerd van een goede basis van de nummers, zoals gebruikelijk. Luisteren tips: "Alive and Kickin", "Like A River" (beste nummer van het album), "Look Into Your Eyes", "Rescue Me" en "Until Forever Comes", een ballade die het album in mooie stijl sluit.



 Eclipse - Are You Ready To Rock

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

Eclipse is terug met hun derde release getiteld 'Are You Ready To Rock'. Nu ben ik altijd wel 'ready to rock', maar deze titel wekt toch enige bevreemding omdat juist dit Zweedse gezelschap tot voor kort meer in de melodic hoek moest worden gezocht. Hun eersteling 'The Truth & A Little More' die in 2001 verscheen was namelijk een melodic, bijna pop-achtige plaat die evengoed behoorlijk positief werd ontvangen. Zo positief zelfs, dat het grote Frontiers Records zich over de heren ontfermde en hen in staat stelde om in 2003 'Second To None' uit te brengen. Ook deze plaat mocht zich, ondanks een iets pittiger inslag, in een prettige belangstelling verheugen.
Na enige luisterbeurten kunnen we niet echt spreken van een trendbreuk, want de melodie is niet geheel uit de muziek verdwenen. Maar van een aanzienlijke koerswijziging is toch wel sprake, want 'Are You Ready To Rock' klinkt een tandje rockier dan zijn voorgangers. We zouden het aan de band zelf moeten vragen wat de reden van deze wijziging is, maar het is een feit dat het rock geörienteerde publiek groter in aantal is dan het meer melodieuze. En het zal niet voor het eerst zijn dat een platenlabel zijn onderdanen vriendelijk doch nadrukkelijk wijs op dit soort feiten bij het concipiëren van een nieuwe plaat. Maar daarover later meer.
Eclipse is eigenlijk een duo. De band is opgericht in 1999 door Erik Martensson en Magnus Henriksson en heeft voor hun albums tot nu toe steeds met wisselende muzikanten gewerkt. Dat leidde soms tot de nodige interne strubbelingen en het heeft dan ook vijf jaar geduurd voordat de boys met een nieuwe schijf voor de dag konden komen. Maar nu is het dan zover en ik moet zeggen dat de plaat me uitstekend bevalt. De nummers hebben allemaal een lekker fris geluid, waarbij Erik en Magnus als gitaarduo ijzersterk voor de dag komen en daar veel bonuspunten mee scoren. De heren weten ondanks de onmiskenbare NWBHM invloeden een eigen en gevarieerd geluid tot stand te brengen. Ook al is de melodie in de nummers niet meer zo prominent aanwezig als op hun eerdere werk, verdwenen is hij zeker niet en het zijn met name de refreinen die weinig moeite hebben om de weg naar de trommelvliezen te vinden. De muziek zit prima in elkaar en klinkt simpelweg goed en volwassen.
De plaat trapt af met het lekkere 'Breaking My Heart Again' en meteen valt op dat het tempo wat hoger is en de riffs wat pittiger zijn. De tweede track 'Hometown Calling' doet me bij vlagen aan Judas Priest denken, het nummer komt als een bulldozer over je heen en de solo loopt als een trein. 'Million Miles Away', 'To Mend A Broken Heart' en '2 Souls' hebben een wat melodieuzere inslag. De rest van de tracks zijn steviger, meer klassieke heavy metal, waarbij met name het speedy 'Under The Gun' er wat mij betreft uit springt met indrukwekkend gitaarwerk en een heerlijke solo.
Eclipse heeft met 'Are You Ready To Rock' een geslaagde mix gevonden tussen melodic rock, AOR en heavy metal waarbij de nadruk op de laatste ligt. Dus aan het eind van de rit klopt die albumtitel toch wel. Als het de bedoeling van Frontiers is geweest om Eclipse uit de tent te lokken dan is ze dat aardig gelukt. Want niet alleen wordt de Italiaans leren handschoen opgepakt, hij wordt vervolgens gevuld met Zweeds ijs keihard terug gegooid op het buro van de labelmanager. Met op het etiket in hoofdletters de vraag “Bedoel je dit?”. En ik kan u verzekeren, zowel de labelmanager als de luisteraar zullen in koor JA! roepen.



House Of Lords - Come To My Kingdom

Jaar van release: 2008
Label: Frontiers Records

 Deze nieuwe House Of Lords plaat brengt een beetje hetzelfde gevoel bij me teweeg als Khymera’s ‘The Greatest Wonder’ van een aantal weken geleden. Wanneer je er voor de eerste keer naar luistert denk je echt met een wereldplaat te maken te hebben, die ongetwijfeld hoog in je jaarlijstje zal gaan eindigen. Dat gevoel gaat echter langzaam wegebben naarmate je de CD meer en meer keren aan je CD-speler toevertrouwd. Het is allemaal wel behoorlijk op safe gespeeld en de nummers hebben allemaal wel een erg hoog meezing-gehalte. Ook zijn de vocalen in een aantal tracks gedubbeld en zijn alle ruwe kantjes er wel afgeschaafd zodat het allemaal wel erg glad klinkt.
Dat gezegd hebbende, wil ik niet beweren dat ‘Come To My Kingdom’ een slechte plaat is, verre van dat zelfs! Hij heeft alleen niet de impact op mij die zijn voorganger ‘World Upside Down’ wel had. Na een bombastisch intro met de ingewikkelde titel ‘Purgatorio Overture No. 2’ wordt het titelnummer aan je gepresenteerd, één van de stevigere nummers van de plaat maar in mijn optiek niet bepaald één van de betere. Die rol is eerder weggelegd voor ‘I Don’t Wanna Wait All Night’, de uitstekende ballads ‘Another Day From Heaven’ (die in een akoestische versie ook als Europese bonustrack op de plaat te vinden is) en ‘The Dream’, ‘I Believe’ en ‘One Touch’. Gitarist Jimi Bell, over wie ik tijdens de recensie van ‘World Upside Down’ ook al zo positief was, onderscheidt zich opnieuw in positieve zin middels een aantal prima melodieuze gitaarsolos. Natuurlijk is er met de zangkwaliteiten van James Christian zelf ook weinig mis en krijg je met veertien nummers veel waar voor je geld.
Deze ‘Come To My Kingdom’ zal dan ook zeker wel in mijn jaarlijkse top-lijstje eindigen, maar waarschijnlijk niet zo hoog als zijn voorganger ‘World Upside Down’. Daar is het allemaal net wat te weinig spectaculair voor.



Eden's Curse - The Second Coming

Jaar van release: 2008
Label: AFM Records

Na het uitkomen van het debuut, heeft Eden's Curse niet de kans gehad om op tournee te gaan. Vandaar dat na een jaar alweer de opvolger klaar ligt van deze melodieuze rock en metal-band. Bassist en songwriter Paul Logue zegt dat hij zo creatief is, dat hij dagelijks nummers uit zijn mouw schud alsof het niks is. Ik kan al verklappen dat zijn nummers op The Second Coming redelijk inwisselbaar zijn. Dus ja, zo kan ik ook wel creatief bezig zijn. De afwerking van het geheel is wat de cd toch lekker laat klinken. De productie van Dennis Ward is gewoonweg schitterend. Alle instrumenten zijn perfect in balans en details zijn goed hoorbaar. Ook zijn de muzikanten erg goed, iets waar je niet omheen kan. Paul heeft dus het geluk dat hij omringt is met mensen die weten wat ze doen.

Echt veel verschil zit er niet tussen het prima debuut en deze nieuwe cd. Wederom is The Second Coming een prima album geworden dat voer voor de melodieuze hardrock en metalfan is. Maar met twaalf nummers die dus inwisselbaar zijn, is het een te langdradig album geworden dat helaas niet tot het einde kan boeien. Track nummer 10 Raven's Revenge is verreweg het beste nummer, met zijn lekker dreunende sound en vlotte tempo. Maar daarna had het voor mij wel voorbij mogen zijn. Kwalitatief is het allemaal dik in orde, maar voorlopig hebben we nu wel genoeg muziek van Eden's Curse. Laat ze nu maar lekker de live-podia onveilig maken, want het staat vast dat ze gaan toeren in 2009.



Silent Call - Creations From A Chosen Path

Jaar van release: 2008
Label: Escape

 Ik hield m’n hart een beetje vast toen ik deze CD bekeek en op het eerste gezicht beoordeelde, zonder nog maar één noot gehoord te hebben. Ik verwachtte namelijk de zoveelste Dream Theater / Fates Warning-achtige prog metal band, waar er al zovéél van zijn inmiddels. Maar gelukkig nam de muziek al snel wraak op mijn vooroordeel want Silent Call wist me zeer aangenaam te verrassen met hun frisse, melodieuze en vlotte prog metal die nergens té complex wordt.
Silent Call kiest er bewust voor om nummers te schrijven die blijven hangen en dat is een goede eigenschap vind ik. Zanger Andi Kraijaca, die voorheen in Seventh Wonder zong, een andere veelbelovende Zweedse prog metal band, houdt de aandacht vast met zijn heldere stem, melodielijnen en complete prestatie. De nummers duren gemiddeld een minuut of vijf en dat houdt de variatie hoog. Veel gitaar, veel keyboards, allemaal smaakvol geserveerd. Als extraatje komen twee inmiddels invloedrijke Zweedse muzikanten ook even meedoen; Göran Edman (Yngwie Malmsteen, Brazen Abott, Karmakanic) zingt ook zijn sterren van de hemel en Mind’s Eye drummer Daniel Flores (de Mike Portnoy van Zweden -net zo’n bezig baasje als MP) trommelt ook even een partijtje mee. Mooi debuut van een band met perspectief.  



Jorn - Dukebox

Jaar van release: 2008
Label: AFM Records

De Noorse zanger Jorn Lande heeft de afgelopen jaren zijn reputatie als één van de meest veelzijdige en krachtigste heavy metal zangers meer dan waargemaakt middels platen met Masterplan, Beyond Twilight, A.R.K. en Millenium alsmede door een groot aantal solo-releases. Platenmaatschappij AFM Records vond het derhalve wel tijd worden om een compilatie-album van “The Duke” uit te gaan brengen en die is er dan nu onder de zeer toepasselijke titel ‘Dukebox’ verschenen.
Buiten de laatste nieuwe plaat ‘Spirit Black’ zijn zowat alle solo-platen van Jorn Lande op deze verzamelaar vertegenwoordigd en kunnen we genieten van een zeer geslaagde bloemlezing van ’s mans totale oevre. Nummers als ‘Tungur Knivur’, ‘We Brought The Angels Down’ en ‘Lonely Are The Brave’ zijn gewoon erg goede heavy metal tracks en zo zijn er nog wel wat meer te vinden op deze zestien songs tellende verzamelaar. Liefhebbers van Jorn zullen zijn albums al wel in de kast hebben staan, maar voor iemand die kennis wil maken met de muziek van deze sympathieke Noor is ‘Dukebox’ wellicht een goed begin.



H.E.A.T. - H.E.A.T.

Jaar van release: 2008
Label: Stormvox

Volledig en absoluut onaangetast door elke vorm van hedendaagse invloed, behalve misschien stijgende productiewaarden, hebben het Zweedse H.E.A.T.  met succes de jaren tachtig op dit, hun gelijknamige debuutalbum gestalte weten te geven.

Uitgebracht op de Peter Stormare Stormvox label, heeft 'H.E.A.T.' het repertoire van  Survivor, Night Ranger, Journey opgeslokt,   met ballads en dynamische melodische rock.

Terwijl vele fans van het genre AOR de laatste jaren wat naar achtergrond is gedrukt vanwege de opkomst van grunge in de jaren negentig, grijpt deze band juist terug naar de jaren 80.

Elke track is stevig gebouwd, dus vooral gitaar gedreven. Afgewisseld met rustige ballads. Al met al melodieuze rockplaat, die heden ten dage niet misstaat. Niet bijster orgineel maar in Zweden bewijst men de laatste jaren steeds maar weer dat daar een uitstekende rockcultuur heerst en waardoor vele nieuwe bands een kans krijgen. Geen vraag, dit is een uitstekende debuut, waardoor H.E.A.T.  een band is om naar uit te kijken.  



VINDICTIV -Vindictiv

Jaar van release: 2008 

Label: Escape Music

Richard Andersson,Benny Jansson, Kharma, Nikolo Kotzev, Madison, Yngwie Malmsteen, John Norum, Reingold, Snake Charmer, Street Talk, Time Requiem, Xsavior. Enig idee welke overeenkomst hiermee wordt bedoeld? Het is enerzijds dat het Zweedse bands zijn en Göran Edman, een van Zwedens beste vocalisten ooit!
Een andere band die u aan de bovengenoemde lijst toevoegen kunt is Vindictiv, dat werd opgericht door de Zweedse gitarist Stefan Lindholm ongeveer vier jaar geleden. Gelet op de geschreven nummers, was de eerste muzikant hij gevraagd om toe te treden, keyboarder Pontus Larsson. Samen werkten ze een aantal Lindholm nummers uit en in 2005 werd een Demo opgenomen met de hulp van zanger Tommy Karevik (Seventh Wonder) en gitarist Johan Larsson. Zweden Rock Magazine publiceerde een prachtig artikel, maar dat mocht niet baten Karevik en Larsson houden het al vroeg tijdig voor gezien. Stefan Lindholm nam vervolgens contact op met gerespecteerde zanger Göran Edman, die zag wel brood in de nummers en beloofde om de nummers in te zingen. De laatste twee die zich bij de toch al indrukwekkende line-up voegden, waren bassist Nalle Pahlsson en drummer Mikael Wikman.

Geproduceerd door Stefan Lindholm en gemixt door Göran Elmquist, is dit een indrukwekkend debuutalbum van deze Zweedse band die alles biedt wat een fan van melodisch hardrock kan wensen. Zweden stond altijd al bekend voor het produceren van uitstekende bands in vele genres en deze Vindictiv is daar geen uitzondering op in het Zweedse pack. Göran Edman maakt indruk op mij, met zijn prachtige stem, maar ik wil ook graag wijzen op de uitstekende prestaties van alle andere bandleden. Petje af voor de solide ritmesectie voor de gitaarpartijen van bandleider Lindholm en de ongelooflijke keyboard invulling van Larsson. Backing vocals en productie zijn ook verzorgd tot in de puntjes. Tel dit alles bij elkaar op en je komt tot een gevarieerde plaat. Aanbevolen voor een iedereen die zoekt naar een album, dat melodische rock en neo-classical metal op een prachtige manier weet te mixen. 

 


Dream Theater - Systematic Chaos

Jaar van release: 2007
Label: Roadrunner Records 

Twee jaar na Octavarium en op een ander platenlabel is Dream Theater terug met hun negende studioalbum Systematic Chaos. Dream Theater heeft nog nooit teleurgesteld. Dit negende album vormt daar geen uitzondering op. Met een leger aan gastmuzikanten en hun welbekende muzikale capriolen trakteren zij de luisteraar weer op zeventig minuten uitdagende progressieve metal.Het album opent bombastisch met het instrumentale geweld zoals we dat van Dream Theater gewend zijn. Het eerste deel van het tweedelige In The Presence of Enemies bevat alle elementen waar Dream Theater door dejaren heen groot mee is geworden. Weinig verrassend, maar wel zo lekker. Datzelfde geldt voor het rustigere Forsaken. Ook het einde van het album is in traditionele stijl met The Ministry of Lost Souls en het tweede deel van In The Presence of Enemies.

Verrassender zijn de vier nummers in het midden van Systematic Chaos. Constant Motion laat horen hoe een progressieve thrashmetalband klinkt. In één woord geweldig. Misschien hebben ze de smaak te pakken gekregen na het coveren van Metallica’s Master of Puppets tijdens een van hun vorige tournees. Datzelfde geldt voor The Dark Eternal Night; een muzikaal gevecht tussen goed en kwaad. Deze twee nummers vormen wellicht Dream Theater op hun bruutst tot nu toe met veelvuldig gebruik van tweede stemmen naast die van James LaBrie wat de tegenstelling die geprobeerd wordt uit te beelden nog versterkt. Erg geslaagd, maar The Dark Eternal Night zal misschien wennen zijn voor de mensen die een wat rustigere Dream Theater gewend zijn.

Na dit harde werk krijgt de luisteraar een beetje rust met het ingetogen Repentance wat het meest recente deel vormt uit een serie nummers over het twaalf stappen plan van de Anonieme Alcoholisten. Dit nummer valt nog meer op vanwege de vele gastmuzikanten, namelijk Mikael Akerfeldt, Jon Anderson, David Ellefson, Daniel Gildenlow, Steve Hogarth, Chris Jericho, Neal Morse, Joe Satriani, Corey Taylor, Steve Vai en Steve Wilson. Hoewel een aantal hem gezegde instrumentalisten zijn, lenen zij alleen hun stem aan dit nummer wat het erg sfeervol maakt met een enigszins cliché einde.

Bij vorige albums werd er al gespeculeerd over invloeden van Muse waarbij nog enige discussie mogelijk was over het wel of niet aanwezig zijn daarvan. Voor sommigen wellicht een domper, voor anderen een zegen, maar op Systematic Chaos kun je er niet meer omheen. Prophets of War klinkt als Muse. Het nummer dat handelt over de oorlog in Irak met teksten van James LaBrie heeft diezelfde bombastische dramatiek van die andere bekende band. Uiteraard in een Dream Theater jasje. Persoonlijk vind ik het erg geslaagd, en komt de stem van LaBrie enorm tot zijn recht bij dit type muziek, iets meer dan bij de uithalen die hij soms niet of met moeite lijkt te halen (en dan vooral live). De luisteraar moet voor zichzelf maar uitmaken of hij van een Dream Theater Muse-relatie houdt. Minder is echter de tweede stem die tegen het einde opdoemt. Compleet ‘over the top’ waardoor het enigszins zielig overkomt, en eigenlijk het nette opgebouwde nummer tegen het einde wat flauwer maakt.Dream Theater’s nieuwste creatie Systematic Chaos is na Train of Thought en Octavarium eigenlijk weer het eerset studioalbum van deze heren dat me van begin tot einde weet te interesseren. Vol afwisseling, nieuwe invloeden, maar toch de welbekende Dream Theater trucjes geeft dit album de fans waar ze nooit genoeg van zullen krijgen, en zijn tegelijkertijd een opener naar nieuwe jongere luisteraars, die misschien uitgedaagd zullen worden tot het luisteren van Dream Theater na bijvoorbeeld het brute Constant Motion of de variëteit aan Muse-invloeden uit Prophets of War.



Frederiksen - Denander - Baptism By Fire

Jaar van release: 2007 
Label: Frontiers Records

Elk album waar studiomuzikant Tommy Denander muziek voor schreef, haalde op dit e-zine een ruime voldoende. En dat zijn behoorlijk wat platen, want elk jaar komen er een handvol albums uit waarbij zijn bijdrage vrij groot is. En omdat Tommy een obsessie heeft voor A.O.R. bevatten al die albums lekker klinkende 80’s styled melodieuze rock. Deze keer schreef, produceerde en speelde hij de gitaarlijnen, toetsenpartijen en basstukken in voor het album Baptism By Fire. Hij deed dat voor vergeten zanger Fergie Frederikson, die een blauwe maandag zong bij Toto en ook albums van Trillion en LeRoux inzong, die graag een comeback wilde maken. Hoewel dit ook album weer 100 % exact meer van het zelfde is, zal elke genrefan weer een uur genieten van deze schitterende muziek. De songs zitten professioneel in elkaar, het wordt nergens te flauw of zoetsappig, de uitvoering is vlekkeloos (super gitaarsolo’s weer) en Fergie bezit nog steeds een lekkere strot.



Circus Maximus - Isolate

Jaar van release: 2007 
Label: Frontiers Records

 "Houdt het dan nooit op?" roept Carice van Houten in de film 'Zwartboek'. Dat denk ik ook wel eens wanneer er een nieuwe Dream Theater/Queensryche adept een nieuw album uitbrengt. Maar soms, heel soms kan zo'n album je toch nog wel verrassen terwijl de invloeden er zo dik bovenop liggen en Circus Maximus heeft zo'n album gemaakt en het heet 'Isolate'. Het geluid komt bekend voor, de metal invloeden zijn net als bij Dream Theater wat verzwaard, zanger Michael Eriksen vliegt net zo hoog als LaBrie en de andere instrumentalisten spelen alsof ze auditie staan te doen voor een plek in diezelfde band. Gedreven, scherp en gelukkig blijven de nummers origineel genoeg om voorbij die vergelijking te komen. Het is wel frappant hoezeer de opening van 'Sane No More' lijkt op de opening van 'Systematic Chaos', Maar het gaat hier slechts om een paar seconden. Kan ook niet anders dan toeval zijn denk ik. Het mag duidelijk zijn dat Dream Theater fans niet hoeven te aarzelen, Symphony X fans ook niet maar ook menig ander prog metal liefhebber zal zich prima kunnen vermaken met 'Isolate', de nummers 'Zero', 'Mouth Of Madness' en 'Abyss' justificeren de aanschaf alleen al. Dream Theater heeft er een nieuwe support act bij denk ik, ik hoop dat die automatische vergelijking bij het derde album wat minder verplicht zal zijn. Puik plaatje! 



Danny Vaughn - Traveller

Jaar van release: 2007 
Label: Frontiers Records

Het uitbrengen van een ware klassieker in een bepaald genre, in dit geval Tyketto’s debuut-album ‘Don’t Come Easy’, is voor een artiest vaak zowel een zegen als een vloek. Een zegen, omdat dit er voor zorgt dat je in één klap op de kaart gezet wordt en je gebombardeerd wordt tot de volgende nieuwe belofte. Een vloek, omdat elke plaat die je hierna uitbrengt altijd vergeleken zal blijven worden met die ene klassieker en bij voorbaat niet dat niveau zal evenaren, laat staan overtreffen.
Ook Danny Vaughn zal met dit probleem moeten leren leven, maar getuige hetgeen hij hier met zijn nieuwe band op ‘Traveller’ laat horen kan hij er goed mee omgaan. Voor de eerste keer in zijn carrière heeft hij twee gitaristen in zijn band en dat is te horen ook. De nummers zijn voor het overgrote gedeelte wat steviger dan hetgeen hij op de laatste platen heeft laten horen en dat bevalt me prima. Vooral de eerste vier tracks van de CD zijn echt uitstekende melodieuze rock nummers met lekker stevig gitaarwerk en de geweldige, unieke stem van Danny. In eerste instantie had ik zo mijn twijfels toen ik in opener ‘Miracle Days’ een doedelzak hoorde tijdens het intro, maar het blijkt te werken. Als Danny in staat was geweest om dit hoge niveau verder door te trekken, dan had hij alle criticasters de mond volledig gesnoerd. Helaas zakt het niveau behoorlijk in tijdens het simpele niemendalletje ‘That’s What She Said’, dat wat mij betreft wel achterwege gelaten had kunnen worden. Gelukkig valt er hierna nog genoeg te genieten, want met name ‘Lifted’ en het lange Led Zeppelin-achtige ‘Death Of the Tiger’ (met een heerlijk catchy refrein) zijn prima rock songs. Het valt op dat de band geweldig op dreef is tijdens het stevigere werk, terwijl de acoustische rustpuntjes (‘Think Of Me In The Fall’ en ‘Better By Far’) niet bepaald het kippevel-gevoel creëren.
Desalniettemin is Danny er in geslaagd een prima come-back te maken en ik hoop dat hij dit nu eens een keer door kan zetten. Aan zijn stem zal het niet liggen, want hij blijft mijns inziens één van de betere zangers in het genre. Oh ja, voor ik het vergeet: bezoek ook even de website want daar kun je dertien niet eerder uitgebrachte tracks (inclusief cover artwork) downloaden die tezamen de plaat ‘Danny Vaughn Rarities’ vormen.



The Ladder - Sacred

 Jaar van release: 2007
Label: Escape



Deze schijf heeft alles wat een heavy metal fan mag verwachten van zijn muzikale keuze. Dit album is snel, heavy en gemeen. Allereerst hoor je Alex Beyrodt allerlei hoogstandjes met zijn snareninstrument uithalen. Ik heb het dan over ijzersterke riffs, ritmes en solo's. Ik durf dan ook gerust te beweren dat deze Alex die vroeger ook in bands zoals Sinner, The Sygnet en Wild Axes speelde aan de top van de Duitse wehrmacht, uh gitaarmacht behoort. Ook aanwezig is de strakke drummer Andre Hilgers die zojuist de drumstoel van Mike Terrana bij Rage heeft overgenomen. Verder zien we bassist Jurgen Steinmetz een perfect ritme en een lekker groove neerzetten en toetsenist Torsten Rohre de overgebleven gaatjes dicht plamuren met zijn mooie toetsgeluidjes. Het belangrijkste echter vind ik de zanger, dat is D.C Cooper, een vocalist die ik al vereer sinds hij deel uitmaakte van Royal Hunt. Nog sterker, toen hij die band verliet verloor ik ook mijn interesse in deze Deense band. Gelukkig kwam deze zanger daarna sterk terug met een eigen soloplaat, gastoptredens bij diverse projecten en uiteindelijk als zanger van het Duitse Silent Force. Deze relatie duurt nu al zo'n zeven jaar en hij de nieuwe cd van deze groep is alweer de vierde in een rij. Omdat het 'geschreeuw' van D.C nogal doet denken aan het stemgeluid van Rob Halford en ook de stijl muziek een hoop doet denken aan die van Judas Priest lijkt het me veilig om te zeggen dat Silent Force eigenlijk een moderne versie van Judas Priest is. Dus Priest fans kunnen gerust eens naar de platenzaak wandelen om deze nieuwe schijf van de 'Stille Kracht' eens uit te checken. 

Een hoogtepunt op een plaat met alleen hoogtepunten aan te wijzen is eigenlijk best wel moeilijk maar als je mijn een geweer tegen het hoofd zou zetten en mij zou dwingen tot een uitspraak dan zou ik het laatste nummer van deze schijf willen noemen. Ik heb het dan over het snelste deuntje 'Picture Of A Shadow'. Zo wil ik mijn metal hebben en niet anders!

 



White Wolf - Victim Of The Spotlight 

Jaar van release: 2007
Label: Escape 

Na ruim twintig jaar afwezigheid vond de Canadese melodieuze hardrock-band White Wolf het weer eens tijd om ons te verblijden met een nieuwe plaat. De band die in de jaren tachtig middels ˜Standing Alone" (1984) en ˜Endangered Species" (1986) twee redelijk succesvolle albums had uitgebracht is onder aanvoering van zanger Don Wolf en gitarist Cam MacLeod weer bijeen gekomen en dat heeft geresulteerd in het zeer smaakvolle ˜Victim Of The Spotlight". Na het uiteenvallen van White Wolf heeft Don Wolf nog een bijdrage geleverd aan de bands Point Of Power en Project X, maar die beide projecten zijn toch wel redelijk geruisloos aan ons voorbijgegaan.
Khalil Turk van Escape Music was eigenlijk de initiatiefnemer tot deze wederopstanding, want hij was het die het idee tot een reunie aan Don Wolf voorlegde. Een telefoontje naar Cam MacLeod was voldoende op zijn participatie te verkrijgen en dat heeft geleid tot een prima plaat. Het door Blackmore geinspireerde gitaarwerk van MacLeod is om te smullen en ook de zang van Don Wolf doet de jaren tachtig weer herleven. Die combinatie levert een aantal excellente nummers op en opener ˜Victim Of The Spotlight", ˜America", ˜One More Lie" en ˜Dreams Are Forever" zijn daar enkele voorbeelden van. De zuivere productie van Escape huis-producer Martin Kronlund draagt ook een steentje bij tot het luisterplezier van deze plaat. Natuurlijk zal de doelgroep van White Wolf heden ten dage niet al te groot meer zijn, maar ik hoop toch dat deze reunie niet slechts tot een album beperkt zal blijven.



Alter Bridge - Blackbird

 Jaar van release: 2007 
Label: Unversal Music Group

 Bent u ook zo iemand die af en toe reikhalzend uitkijkt naar een album waar louter goede songs op staan? Het afgelopen jaar stelde een aantal bands die normaliter garant staan voor kwalitatief hoogwaardige albums behoorlijk teleur. Het laatste Q.O.T.S.A. album, ‘Era Vulgaris’, heeft weliswaar zijn momenten maar kan over de gehele linie toch niet echt overtuigen. Die andere grootheid in het smeden van goede heavy rocksongs, meneer Dave Grohl, lijkt zijn laatste Foo Fighters album vooral gevuld te hebben met een hoop left-overs en neuzelnummers met uitzondering van single ‘The Pretender’. Nee, tot dusverre kwam, naar mijn bescheiden mening, alleen het ondergewaardeerde Clutch met ‘From Beale Street To Oblivion’ op de proppen meteen album vol hoogwaardige kwaliteitssongs.
Gelukkig is er nu het nieuwe album van Alter Bridge dat gelukkig wel alle verwachtingen inlost. Okay, laten we het niet meer hebben over het Creed verleden van drie van de vier bandleden. Dat is passé. Alter Bridge is namelijk een band die wèl thuishoort in een heavy e-zine of magazine. Ten eerste heeft dit gezelschap uit Orlando (Florida) een sound die qua heavyness niet onderdoet voor het betere Metallica werk. Was op het sterke debuut album ‘One Day Remains’ uit 2004 nog alleen gitaarvirtuoos Mark Tremonti verantwoordelijk voor het fantastische gitaarwerk, op Blackbird heeft ook zanger Myles Kennedy de gitaar omgehangen. En ja, ook hij blijkt een begenadigd gitarist te zijn wat blijkt uit de wijze waarop hij het modernere metalgeluid van Tremonti weet aan te vullen met zijn spel dat rechtstreeks uit de 70’s lijkt te komen. Nu de naam van Kennedy toch gevallen is. Deze man beschikt over verreweg de beste rock/metal strot die ik in jaren gehoord heb. Luister naar de furieuze opener ‘Ties That Bind’ , en verbaas je over de power en het verbazingwekkende bereik van deze geweldenaar.
Maar niet alleen het gitaarwerk en de vocale prestaties zijn van sublieme kwaliteit. Bassist Brian Marshall en drummer Scott Phillips vormen een geweldig ritmetandem en weten alle clichés te vermijden waardoor Alter Bridge nergens tot een standaard stadion rock-act verwordt, zelfs niet tijdens de ballad ‘Watch Over You’ of de single ‘Rise Today’. Complexe drumfills met intelligente dubbele bass partijen en tegendraadse, zware baslijnen zijn zelfs in de meest ingetogen nummers niet van de lucht. Met al deze ingrediënten weet de band bovendien het ene geweldige nummer na het andere in elkaar te sleutelen met als absolute hoogtepunt het aan een overleden vriend opgedragen Blackbird: een episch dat werkelijk net zo goed is als het beste van Rainbow, UFO of Thin Lizzy.
Kortom, als de heavy sound van Metallica je lief is, de songs van Soundgarden of Pearl Jam tot je favorieten behoren, de vocale prestaties van Geoff Tate in zijn beste jaren je kunnen bekoren, het theatrale van Savatage en de ingetogen complexiteit van de laatste Rush albums aan je besteed is, dan moet je dit album gewoon aanschaffen.



Within Temptation - The Heart Of Everything

Jaar van release: 2007
Label: Sony/BMG

Na de "Stille Kracht", waarmee Within Temptation muzikaal tot grote hoogte was gestegen en met hitsinglesucces (waarbij de vergelijking met Evanescence al voorzichtig werd gemaakt) raakvlakken met de popscene had behouden, komt de band met de lang verwachte opvolger.

Dit keer geen centraal thema, maar op zich staande nummers, ieder met een eigen sound en eigen karakter. Ook hier een hitsingle (da's echt niet verkeerd hoor, zonder centen maak je niet lang muziek), in de vorm van een duet (What have you done) met Life Of Agony-voorman Keith Caputo. De gelegenheid zal zich voorgedaan hebben maar voor mij had het duet niet gehoeven omdat het weinig toevoegt. Wederom is het hier de opening track (The Howling) die mij meer bekoort dan de eerste single.

Muzikaal gezien is dit album toch, ondanks het zeer herkenbare WT geluid, een heel ander album dan The Silent Force; niet alleen zijn de keyboards wat verder naar de achtergrond gegaan, de gitaarpartijen hebben een prominentere rol gekregen (zelfs akoestische!), en ook Stephen van Haestregt krijgt volop ruimte (o.a. door minder gebruik van technische snufjes) om te laten horen dat hij tot Neerlands beste drummers behoort. Ook de stem van Sharon Den Adel wordt anders gebruikt dan voorheen; meer variatie, meer verschillende emoties en daarmee krijgt de band toch een wat ander geluid.

De composities zijn ook weer anders dan anders, vind ik; waar The Silent Force minimaal 2 lekker in het gehoor liggende hits kende, is dat "catchy" een stuk minder geworden en heeft het plaatsgemaakt voor een voor mijn gevoel wat behoudender, Amerikaanser geluid. Niet gek dat de band daarmee haar pijlen overduidelijk richt op het veroveren van de Amerikaanse markt, waar een grote maar nog sluimerende schare fans ongeduldig zit te wachten totdat de podia worden gepijnigd met deze Nederlandse bombastische, symphonische rock. Want het is nu toch wel tijd dat we dat gothic-label er maar eens afhalen.Voor de verandering doorloop ik het songmateriaal, dat wederom van hoge kwaliteit is, maar niet, dat is aan de fans en de kopers van deze schijf, die overigens wat leuke extra's op het schijfje zullen aantreffen. Amerika gaat straks plat, wij waren het al. En terecht. 



Masterplan - Mk. II

Jaar van release: 2007
Label: AFM Records

Met Mk. II zijn we aangekomen bij het derde album van dit internationale gezelschap, maar de band heeft wel een transformatie ondergaan. Vorig jaar verlieten zanger Jorn Lande en drummer Uli Kusch de band, waarna Masterplan bandleider en (ex-Helloween gitarist) Roland Grapow met frisse bandleden een nieuwe start maakte. Vandaar de titel Mk. II, het is de tweede incarnatie van Masterplan. In de meeste gevallen levert een verandering van zanger ook een aanzienlijke verandering in geluid op, omdat de stem erg dominant aanwezig is. In (inmiddels ex-)Riot zanger Mike DiMeo heeft Masterplan echter een uitstekende vervanger gevonden voor Lande, want het verschil in stemgeluid is niet zo heel groot. Als je niet weet dat de band een nieuwe zanger heeft valt het verschil in eerste instantie misschien niet eens op. In tweede instantie misschien wel, want DiMeo heeft een iets minder bluesy stem dan Lande, en een Amerikaans accent. DiMeo heeft, net als Lande, een uitstekende heavy metal keel, die zonder moeite veel aankan.

Naast een nieuwe zanger heeft de band ook een nieuwe drummer. Oprichter Uli Kusch verliet vorig jaar de band, omdat hij geen progressie zag. Helaas had hij wel gelijk, want elk nummer op Mk. II klinkt alsof het op een van de vorige platen had kunnen staan. Dit is niet per sé negatief, want Grapow en co schrijven nog wel altijd goede powermetalsongs, en met nieuwe drummer Mike Terrana (ex-Rage) zit er wederom een geweldige kerel achter de drumkit. Het spannende van Masterplan mag er wel een beetje van af zijn, de nummers zitten wel degelijk in elkaar, en zijn voorzien van een lekker volle productie. Jammer alleen dat er een zeiknummer als Lost And Gone op staat, maar gelukkig wordt dat wel gecompenseerd door de lekkere opener (als je de intro niet meetelt) Warriors Cry, of het heerlijke I'm Gonna Win. Weinig vernieuwend, maar toch goed, en met een prachtig geluid, is deze nieuwe Masterplan schijf toch goed te pruimen.



Porcupine Tree - Fear of a Blank Planet

Jaar van release: 2007
Label: Roadrunner Records

Één van de meest veelzijdige progressieve rock bands is terug met een nieuwe plaat. Op het Roadrunner label nog wel en tevens met een aantal gastmuzikanten waar je U tegen zegt. Steven Wilson pakt weer groots uit, zoals we inmiddels wel gewend zijn van de excentrieke Engelsman.

Ooit begonnen als eenmansband en inmiddels uitgegroeid tot een volledige band. Zat men qua stijl in het begin nog meer in de psychedelische Pink Floyd hoek , vandaag de dag rockt de band harder dan ooit.
Het vorige album Deadwing bevatte immers al regelmatig wat metal elementen en de lange symfonische passages leken enigszins overboord te zijn gezet.
Op Fear of a Blank Planet heeft men een uitstekende balans weten te scheppen. Zowel de rockende elementen keren terug, als ook de zweverige lange instrumentale passages. Het titelnummer is daar al gelijk een goed voorbeeld van. Op volstrekt natuurlijk wijze wisselt men van stevige passages naar haast minimalistische sfeerstukken waarin de hoofdrol is weggelegd voor licht symfonische keyboardklanken en kalm voortkabbelende gitaarpartijen. Deze contrasten keren op het gehele album meerdere malen terug.

Opvallend is dat de franje er steeds meer lijkt af te gaan. De rock stukken klinken steeds ruwer en de melodieuze passages hebben meer soberheid meegekregen. Dankzij de gevoelige zangstem van heer Wilson krijgt de muziek een zeer breekbaar karakter.
Hoogtepunt van het album, waar al deze elementen op sublieme wijze samenkomen is toch wel het lange Anesthetize. Heerlijke melodielijnen, spannend haast improviserend gitaarspel en als klap op de vuurpijl nog een heerlijke laid back solo van Rush gitarist Alex Lifeson.

Afwisseling troef dus op deze plaat. Fans die bang waren dat het complexe geluid uit het verleden volledig zou verdwijnen, kunnen gerust zijn. Zowel voor de liefhebbers van de oude psychedelische werken als de liefhebbers van meer toegankelijke albums als In Absentia is er wel wat op te vinden. De band heeft met de overstap naar Roadrunner de ziel niet verkocht aan de popduivel en is juist in staat geweest zich nog veelzijdiger te ontwikkelen. Bij elke liefhebber van moderne progressieve rock hoort dit album gewoon in de kast te staan. Meesterlijk werkstuk van een sympathieke band.



Cornerstone - Two Tales Of One Tomorrow

Jaar van release: 2007
Label: Massacre

Het totale oeuvre van Cornerstone zou eigenlijk beperkt moeten zijn gebleven tot het debuut album ‘Arrival’, want zowel Steen Mogensen als Dougie White hadden het idee dat dit een eenmalig project zou zijn. Gelukkig voor de melodieuze rock-liefhebber bracht ‘Arrival’ zoveel positieve reacties teweeg dat beide heren besloten er een echte band van te maken en zo kunnen we zeven jaar na het debuutalbum genieten van hun reeds vierde studio-plaat ‘Two Tales Of One Tomorrow’.
Genieten, dat is zeer zeker het juiste woord, want beide heren zijn er weer in geslaagd om een tiental schitterende composities neer te pennen die goed zijn voor bijna een vol uur muziek. Stijltechnisch bevindt de band zich (nog steeds) in de Black Sabbath, Deep Purple en vooral Rainbow regionen en dat levert de nodige avontuurlijke instrumentale passages op met flitsende keyboard- en gitaarsolo’s.
De zang van Dougie White is weer ijzersterk en meneer Malmsteen mag zich in de handen wrijven dat hij deze zanger in zijn band gehaald heeft. Hoewel alle nummers de moeite meer dan waard zijn, zijn wat wij betreft opener ‘Misery’ en titeltrack ‘Two Tales Of One Tomorrow net iets sterker dan de rest. Het moet echter worden gezegd dat, waar je vroeger duidelijk uitschieters op de Cornerstone platen kon aanwijzen, men er ditmaal in geslaagd is op de plaat een consistent (zeer) hoog niveau te geven. Voor de liefhebber van het melodieuze spul kan deze maand toch al niet kapot met de nieuwe platen van Danny Vaughn en Pride Of Lions, maar ik zou je toch zeker ook aanraden om deze Cornerstone aan te schaffen. Werkelijk een pracht plaat!



Ride The Sky - New Protection

Jaar van release: 2007
Label: Nuclear Blast

Begin 2006 ontmoette drummer Uli Kusch (ex-Gamma Ray, ex-Helloween en ex-Masterplan) zanger Bjarn Jansson (Tears Of Anger) en de heren wisselden wat muzikale ideetjes uit. En van het een kwam het ander: met drie ervaren muzikanten erbij (Benny Jansson (Tears of Anger) op gitaar, Kaspar Dahlqvist (Dionysus/Stormwind) voor de keyboards en Mathias Garnas (XsavioR) op bas) was Ride The Sky geboren. Mag de naam van de band wellicht nog een belletje doen rinkelen naar het muzikale bandverleden van een  van de bands waar Uli in speelde, de muziek op ˜New Protection" is zeker geen greep terug op de tijden van weleer.
Ride The Sky heeft niet voor een power metal sound gekozen met recht-voor-zijn-raap arrangementen, een hoog tempo en strakke riffs. Er is flink veel ruimte voor AOR en progressieve elementen en mede daardoor ademt de hele cd een behoorlijk Masterplan gevoel uit. Er is een flinke rol weggelegd voor de keyboards, het tempo wordt in het midden bereik gehouden, de vocalen zijn gevarieerd en de refreinen die gebruikt worden blijven uren in je hoofd rondgalmen. Het resultaat? Zeer toegankelijke, aanstekelijke, frisse, melodieuze power metal. De composities zijn gedegen en zitten vol soepele melodielijnen; verwacht echter geen vernieuwende zaken want deze cd ligt volledig in de lijn van de vorige band van Kusch. Sterker nog; hier en daar blijven de nummers te lang in hetzelfde tempo en sfeertje hangen waardoor de spanning snel weg ebt. In nummers als ˜Black Cloud", ˜Endless" en ˜Heaven Only Know" slaat het deja vu gevoel toe. En dat is een schril contrast met de sterkere nummers als ˜A Smile From Heaven" Eyes", "New Protection", ˜Silent War" (toevalligerwijs de eerste nummers van de cd?) en ˜Far Beyond The Stars".
Met dit moderne geluid weet Ride The Sky een debuut album neer te zetten dat mij weliswaar niet veel doet maar liefhebbers van bands als bijvoorbeeld Masterplan, Dream Theater en Kamelot zeker zal aanspreken. Al bestaat ook de kans dat je deze cd teveel op Masterplan vindt lijken en je liever een cd van hen in je cd speler gegooid.



Symphony X - Paradise Lost

Jaar van release: 2007
Label: InsideOut Music

Bij het schrijven van deze review hinkte ik steeds op twee gedachtes: 1)Wat een knaller heeft Symphony X afgeleverd! en 2)Hier gaat niet iedereen blij mee zijn… De band brengt zoals altijd kwaliteit door middel van ijzersterke songs, prachtige melodieën en uitstekende zangpartijen, maar levert hierbij wel een flinke portie van het symfonische element in. Is dit een zegen of een vloek? Oordeel zelf zou ik zeggen. Na een episch aandoend intro Oculus Ex Inferni gaat de band meteen harder en duisterder dan ooit van start door middel van nummers als Set The World On Fire, Domination en Serpent's Kiss. Russel Allen zoekt de hogere regionen slechts sporadisch op en gebruikt zijn stem vooral voor een lagere en krachtigere vorm van zingen, terwijl Michael Romeo een behoorlijk, bijna Nevermore-achtige, hoevelheid groove heeft toegevoegd. Met het wegdrukken van de toetsen naar de achtergrond kunnen we daarnaast stellen dat een groot gedeelte van de symfonische invloeden verdwenen zijn. Nu ben ik altijd een groot liefhebber geweest van de epische sound die de band ten tijde van albums als The Divine Wings Of Tragedy en Twilight In Olympus en kan dan ook prima begrijpen als mensen teleurgesteld zijn in de nieuwe richting die de band opgaat op Paradise Lost, maar moet ik ook eerlijk toegeven dat het zware karakter van dit album me juist zeer aanspreekt. Het absolute hoogtepunt van het album zit hem echter in de melancholische (en symfonische) ballad Paradise Lost, waar de tekst en zang prachtig tot een geheel versmelten. Ook de andere ballad, The Sacrifice, is een rustpunt op het verder, bijzonder zware album dat meer ‘power’ dan ‘prog’ metal te noemen is. Misschien dat het duistere en stevige karakter te wijten is aan het onderwerp, namelijk het gelijknamige epische gedicht van John Milton, over de rebellie van Satan tegen God en de Zondeval van de mensheid. Symphony X is er in dat opzichte uitermate goed in geslaagd het thema in bijpassende muziek om te zetten; vooral het afsluitende Revelation (Divus Pennae Ex Tragoedia) (wat met een speelduur van 9 minuten het langste nummer van het album is) geeft het duistere lot en de tragedie van het verloren Paradijs goed weer.

Dit album zal echter ook een hoop liefhebbers van de symfonische, softere Symphony X wegjagen. De orkestraties zijn weinig aanwezig en slechts af en toe op de achtergrond goed hoorbaar, terwijl de rauwere zang ook een hoop mensen zal doen fronsen. Ik ben echter van mening dat Paradise Lost nog steeds een prima Symphony X album is dat ondanks de hardere sound meer dan geslaagd is.



Eden's Curse - Eden's Curse

Jaar van release: 2007
Label: AFM Records

Basgitarist Paul Logue (Cry Havoc) en zanger Michael Eden kwamen in januari 2006 bij elkaar om honderden uren te discuseren en creatief te zijn alvorens ze een plan van aanpak zouden gaan maken over de nieuw te vormen band. Ze wisten zeker dat ze samen een onstopbare kracht zouden vormen met muziek die grenzen zou overschrijden en mensen aan het denken zouden zetten! Nee, dit zijn niet mijn woorden na het horen van het de van Eden’s Curse, maar zo begint het promopraatje op de cd. Een band die met stevige hardrock waar we wel meer van hebben, zal wel eens eventjes de wereld gaan veranderen. Ja, tuuuuurlijk! Na zoveel hoogspraak jeukten mijn handen om dit album af te kraken. Maar dit debuut is een verdomd goede plaat geworden en daar kan ik simpelweg niet omheen. Niks baanbrekends of zo, maar gewoon zeer goed uitgevoerde hardrock met een stel bekwame muzikanten. De heldere productie is in handen van Dennis Ward. En de nummers mogen er zijn. Judgement Day begint vel met vele gitaarsoli, Eye Of The World is een goede meezinger en Stronger Than The Flame is als mid-tempo beuker een lekker riff-georienteerd nummer. Met The Fallen King krijgen we een episch nummertje voorgeschoteld en er staan een paar leuke ballades op de cd.

Er is dus weinig mis op dit debuut van Eden’s Curse. Alles klopt wel aardig en er zingt een goede zanger. Alleen komen er in de songstructuren weinig tot geen verrassingen voor. Je weet wat je kan verwachten en dat is op zich ook goed. Maar om nog op het begin terug te komen, deze muziek zal zeker weten geen grenzen overschrijden en mensen aan het denken zetten. Eden’s Curse is gewoon een goede band voor de liefhebber van stevige en goed uitgevoerde heavy rock.



Threshold - The Ravages of Time - The Best Of

Jaar van release: 2007
Label: InsideOut Music

Threshold is terecht de bekendste progrock/metal band van het Verenigd Koninkrijk. Na acht volledige studioalbums, enkele live-registraties en wat cd’s die enkel via internet te verkrijgen zijn, vond hun vorige platenmaatschappij InsideOut Music met toestemming van de band het tijd om eens een overzicht op de markt te brengen. En het is een mooie dubbel cd geworden die garant staat voor ruim 140 minuten muziek en in het cd-boekje staan netjes, naast een lang voorwoord en leuke foto’s, alle teksten afgedrukt. Op de eerste cd komen enkel de latere productieve jaren (2001 tot 2007) aan bod met zanger Andrew "Mac" McDermott. Deze songs klinken lekker modern en de songkeuze is in orde. De oudere jaren (1993 tot 1999) herleven op de tweede cd. Op dit schijfje kan je duidelijk de evolutie merken van een progressieve en experimenterede progrock band tot een band die met kortere en vlottere songgericht materiaal komt aanzetten. Er komen ook drie zangers langs, namelijk onze Mac, maar ook Damian Wilson en Glynn Morgan.

Dit overzicht is uitermate geschikt voor muziekfans die nog niet vertrouwd zijn met de muziek van Threshold, want de echte fan heeft deze reguliere songs al. Er staat niets op dat niet op een album stond, enkel komen er van drie songs ‘radio edits’ langs. Maar dat zijn gewoon ingekorte versies van lange songs die afbreuk doen aan de originele versies. Nu zanger Mac dit jaar, na tien jaar trouwe dienst, er onverwacht mee stopte, zijn we vooral benieuwd hoe Threshold zich zal ontwikkelen. Ex-zanger Damian Wilson voorzag de vocalen op de laatste tour en de toekomst zal uitwijzen of hij op het volgende Threshold album te horen zal zijn.



Pagan's Mind - God's Equation

Jaar van release: 2007
Label: Limb Music Products

De dokter heeft bij mij vastgesteld dat ik al enkele jaren leid aan ‘powermetaalmoeheid’. Het genre dat ik vroeger vaak beluisterde, wist de laatste tijd enkel allergische reacties en kotsneigingen op te wekken. Bij de meeste bands zag ik halverwege dat ik hun album luisterde al tegen de tweede helft op. Maar de dokter vertelde mij dat dat niet aan mij ligt, maar aan de kwaliteit (of het totale gebrek ervan) van het gros van de power metal releases van de laatste jaren. Als remedie kreeg ik geen vaag medicijn, maar het nieuwe Pagan’s Mind album God’s Equation dat ik dagelijks twee keer moest consumeren.

En ik ben genezen! Wat is power metal toch een heerlijk genre. Zeker op de Pagan’s Mind wijze. Het begint al met een uitstekende droge productie, lekkere harde ritmische riffs (fuck Freedom Call deuntjes!), zanger Nils K. Rue die zijn stem in alle bochten wringt zonder maar één keer uit te slippen, subtiele toetspartijen, progressieve instrumentale intermezzo’s, mooie refreinen en fraaie gelaagde songs. En met afwijkende songs als Alien Kamikaze en de verrassende David Bowie cover Hallo Spaceboy komen er ook genoeg verrassingen langs. God’s Equation is over het algemeen weer een stap voorwaarts tegenover de eerste drie albums en zo hoort het ook. Bands moeten progressie blijven maken. Dat er maar meer zulke progressive power metal pareltjes geboren mogen worden!



Allen - Lande - The Revenge

Jaar van release: 2007
Label: Frontiers Records

Voorganger The Battle was een mellodieuze rock/metal plaat van formaat. Dat is inmiddels bekend. De samenkomst van de aanwezige twee superzangers Russel Allen en Jorn Lande bleek een gouden greep. The Revenge is de tweede uiting van deze samenwerking en samen met multi instrumentalist Magnus Karlsson is men wederom geslaagd in het maken van een prima plaat.Het album bevat 12 nummers en de zangtaken lijken wat meer verdeeld dan op de voorganger. Zo hebben beide zangers nu elk 3 songs waarin ze alleen hun kunsten vertonen en de 6 overige songs zijn ouderwets sterke duetten.
De plaat opent met het titelnummer dat gelijk al vertrouwd aanvoelt. Kenmerkende piano partijen gaan over in een lekkere hard rock kraker waarin beide zangers maar weer eens bewijzen dat ze tot de top behoren.
Het hoge niveau wordt continue vast gehouden en men beleeft tussendoor hoogtepunten zoals in het sterke folk beïnvloede Wake Up Call wat met heerlijke zware riffs weet te overtuigen.

De hele plaat is consistent en uitgebalanceerd. Zowel sterke ballads (Master of Sorrow) als heerlijke metalsongs ( het symfonisch aangezette Who Can You Trust) maken de dienst uit en van onderlinge vijandigheid lijkt nergens sprake. Evenals The Battle is de titel van het album dus wederom wat misplaatst, aangezien er geen greintje jaloezie of haat aanwezig is.
Wat we wel hebben is een prima geproduceerde melodieuze metal cd met goede composities, twee wereldzangers en genoeg instrumentaal spektakel. De plaat laat niet echt vernieuwingen horen ten opzichte van de voorganger, maar het blijft gewoon genieten met deze gouden strotten. Een absolute aanrader voor de fans van beide heren en goede melodieuze hard rock in het algemeen.



Pride Of Lions - The Roaring Of Dreams

Jaar van release: 2007
Label: Frontiers Records

Alweer het derde album van Pride Of Lions gleed onlangs de brievenbus in. Sinds Jim Peterik deze band oprichtte werd de band enorm gehyped. Zelf noemt de band dit het “make or break” album, en met een rijke historie en een koffer vol succes hebben Jim en company hard gewerkt aan teksten, en de opzet was om een commerciëler album te maken dan de voorgaande twee. De productie is zeer helder, en zanger Toby Hitchcock is een waardige vocalist voor deze band, die uiteraard sterk aan Survivor doet denken. Dat commerciëlere is de band gelukt., Uitschieters op de plaat zijn, Love’s Eternal Flame, Turnaroud een duet tussen broer en zus Hitchcock, Book of Life en Language of the Heart..  Begrijp me goed: het songmateriaal, de teksten, de productie en niet te vergeten het muzikale kunnen van Pride Of Lions staat naast de twee vorige schijfen buiten kijf, maar er had meer ingezeten.  De AOR liefhebber kan deze met een gerust hart aanschaffen.

Rush zit al een hele tijd in het vak. Sinds 1974 brengt de groep rond zanger / bassist Geddy Lee met grote regelmaat platen op de markt. Wat je niet van de mannen kunt zeggen is dat ze een aantal miskleunen in hun discografie hebben zitten. Natuurlijk is het ene album beter (”Moving Pictures” en “Hemispheres”) dan de andere (”Roll The Bones” en “Presto”) maar als je van de wall of sound van het powertrio houdt, dan is de kans op een miskoop bij Rush erg klein.



Rush - Snakes & Arrows

Jaar van release: 2007
Label: Atlantic Records

Een Rush plaat loopt vrijwel altijd volgens hetzelfde stramien. De teksten komen voor rekening van super drummer Neil Peart en de muzikale omlijsting is altijd in de goede handen van Geddy Lee en Gitarist Alex Lifeson. Inspiratie voor de teksten haalde Peart, zoals vaker, uit zijn lange motorritten door het Noord-Amerikaanse / Canadese landschap. De gemeenschappelijke boodschap voor het album is ‘vertrouwen’. De muziek die Rush brengt is op zich ook wel enigszins hetzelfde zoals we gewend zijn. Typische power-rock nummers die mede door het hoge stemgeluid van Lee erg herkenbaar zijn, een aantal instrumentaaltjes (op “Snakes & Arrows” drie om precies te zijn) en een aantal wat rustiger aandoende nummers zonder overigens kwijlerig te worden, want voor grote tranentrekkers hoef je immers niet bij Rush aan te kloppen.

We krijgen er maar liefst dertien voor onze kiezen. De opvallendste van dit dozijn plus één is het instrumentale nummer Hope. Dit nummer komt geheel op naam van Lerxst Lifeson (wat een soort van schuilnaam is van Alex Lifeson). Op dit bijna folk- /country-achtige nummer is enkel de akoestische gitaar van Lifeson te horen. Een aanpak zoals je die zelden ziet van Rush, maar een zeer fraai alternatief van de door velen – ook door mij! – zo bewonderde energieke powerrock. De wat directe en hardere koers van “A Vapor Trails” is weer verlaten voor een makkelijker in het gehoor liggende geluid zonder overigens commercieel te klinken. Ook producer Nick Raskulinecz (o.a. Foo Fighters) heeft “Snakes & Arrows” een wat warmer geluid gegeven dan de gortdroge productie welke op “Vapor Trails” te horen was. Natuurlijk zijn de stevige kanten van Rush ook op deze plaat weer ruimschoots aanwezig, maar het wordt niet zo gezocht als op de voorganger van “Snakes & Arrows”. Je kan de plaat meer vergelijken met de jaren ‘90 plaat “Counterparts”.

Over de muziek heb ik niet zo veel te klagen, al is het redelijk rustige Faithless niet echt een pareltje. De grootste tegenvaller is toch wel de hoes. De door yoga-goeroe Harish Johari getekende hoes onder de naam “The Leela Of Self-Knowledge” welke dan weer hoort bij het door Johari geschreven boek “Yoga Of Snakes And Arrows” (dan weet u ook gelijk waar de albumtitel vandaan komt) is niet bepaald fraai te noemen. Als je deze tekening vergelijkt met alle foto’s en het design van illustrator Hugh Syme die je in het boekje tegenkomt, dan hadden de heren wel wat fraaiers op de voorkant kunnen plaatsen. Uiteraard heeft het werk van de in 1999 overleden Harish Johari een diepere betekenis voor de heren, dus deze keuze valt ook wel te begrijpen.

En weer een album van Rush die aan alle kwaliteitsvoorwaarden voldoet. Het zal de drie mannen geen extra fans opleveren, maar al die duizenden fans die ze al hadden kunnen weer met een gerust hart richting de plaatselijke platenzaak. De achttiende studioplaat van Rush is namelijk wederom voorzien van het Rush kwaliteitskeurmerk.



Redemption - The Origins Of Ruin

Jaar van release: 2007
Label: InsideOut Music

Nade eerste twee albums van deze Amerikaanse progmetal groep, is het de beurt voor de derde cd The Origins Of Ruin.  Is er maar een conclusie mogelijk dat we te maken hebbne met een topband. Ook gitarist / componist / toetsenist Nicolas van Dyk is een onbekende voor mij, maar met zijn prestatie op dit album heeft hij zich in mijn geheugen gegrift. Dit beste heerschap heeft in zijn eentje al de songs geschreven, tovert de ene na de andere fantastische riff uit zijn handen, komt met enkele verbluffende gitaarsolo’s aanzetten en verlucht de songs ook met excellent pianospel. Dat echt talent altijd wel opgemerkt wordt, bewijst dat hij met Redemption een contract kon tekenen bij InsideOut en dat hij enkele bekende namen kon aantrekken om in zijn band te spelen. Zo staat Fates Warning zanger Ray Alder achter de microfoon, speelt Bernie Versailles van Angel Steel tweede gitaar en kennen we drummer Chris Quirante van Prymary. Het titelnummer is verrassend genoeg een korte ballade, maar voor de rest levert Redemption ons een vette kluif progmetal af. De songs zijn bij vlagen complex, maar door gebruik te maken van eenvoudige en pakkende refreinen ben je toch snel vertrouwd met het materiaal en leer je de details van de songs ook sneller kennen. The Origins Of Ruin is een afwisselende, gelaagde, tot in de micropuntjes verzorgd album geworden dat elke fan van het genre met plezier zal ontdekken. 



Threshold - Dead Reckoning

Jaar van release: 2007
Label: Nuclear Blast Records

Deze Engelse progressieve metalband heeft inmiddels al een meer dan aardige discografie uitgebouwd. Het contract met het uitstekende progressieve rocklabel InsideOut was afgelopen en Threshold debuteert nu verrassend bij het grote metallabel Nuclear Blast. Hoewel verrassend? Threshold heeft altijd de kunst verstaan om relatief korte en pakkende songs te schrijven en enkel binnen de kader van een song muzikale tierelantijntjes te integreren. En dat maakt dat Threshold door een meer mainstream metal/rock liefhebber zal gesmaakt worden, maar dat ook de meer naar uitdagingen zoekende progrocker aan zijn trekken zal komen bij deze Britten. In dat opzicht zwemt deze groep in net hetzelfde vaarwater als Evergrey.

Het nieuwe album Dead Reckoning begint zeer levendig met Slipstream. Bij deze lekker stuwende muzikale omlijsting voelt zanger Mac zich als een vis in het water en weet hij nog meer dan vroeger te overtuigen met zijn prachtige melodieuze zanglijnen. Tel daarbij een verrassende gastbijdrage van Dan Swanö die een stukje grunt (hij doet dit tijdens Elusive nog eens vlekkeloos over) en je komt tot de conclusie dat dit achtste Threshold album toch allesbehalve bloedloos is.

Alle acht navolgende songs zijn even prachtig en ik ken weinig bands die zoveel melodie in hun sound kunnen integreren zonder maar één seconde melig te klinken. Dead Reckoning is bloedmooi en nu moet ik de digipak ook te pakken zien krijgen want daarop prijkt zowaar een cover van Supermassive Black Halo van Muse.

 



House Of Lords - Live In The UK

Jaar van release: 2007
Label: Frontiers Records
Hoewel House Of Lords ten volle gesteund werd door Gene Simmons van Kiss en de opnamebudgetten het nationaal bruto inkomen van Mauritius overschreden, is deze Amerikaanse rockband in de jaren ’80 nooit doorgebroken. In 1992 stopten ze ermee, maar inmiddels zijn ze alweer zes jaar opnieuw actief. Met dit eerste officiële live-album proberen ze weer in de aandacht te komen.
En de wat massalere aandacht zal hopelijk komen, wantLive In The UK laat een uitstekend House Of Lords concert horen. De sound doet nog het meest denken aan de commerciëlere periode van Whitesnake, maar ook de geestdrift van L.A. Guns is soms hoorbaar. Er passeert materiaal van elk House Of Lords album en de uitvoeringen zijn schitterend.
Er is wel duidelijk ‘gesjoemeld’ aan deze livesongs en het concertgevoel wordt nergens bereikt. Dit is eigenlijk gewoon een fraaie best-of en een ideaal begin voor diegene die bij het lezen van deze bandnaam enkel aan Engelse politiek denkt. Tip: luister eens naar Pleasure Palace waar zanger James Christian meneer Coverdale naar huis zingt.
 



GPS - Window To The Soul

Jaar van release: 2006
Label: InsideOut Music 

Hoewel de bandnaam doet denken aan het welbekende sattelietsysteem, staan de letters GPS in dit geval voor Govan, Payne en Schellen. Deze drie muzikanten waren eerder dan wel sessie als vast betrokken bij de welbekende symfo band Asia. Mastermind van Asia Geoff Downes besloot echter de relatie met de vroegere bandleden van de band te vernieuwen en dus kon John Payne zijn vaste broodheer gedag zeggen.Uiteraard is hij niet bij de pakken neer gaan zitten en heeft samen met de boven genoemde heren de nieuwe band GPS gevormd. Om de line-up te completeren leverde ook Spock's Beard toetsenist Ryo Okumoto een bijdrage. De heren hebben een aantal zeer sterke nummers geschreven en op dit debuut gezet.
De stijl neigt dankzij de kenmerkende vocalen van Payne al redelijk richting het stadiongeluid van Asia, maar er is meer. De stevige rock heeft voornamelijk invloeden mee gekregen uit de symfo en hier en daar komen ook enkele progressieve uitstapjes om de hoek kijken. Voor dat laatste is vooral Okumoto verantwoordelijk, want hij strooit wellustig met Moog en hammond geluiden.Op het album staan 10 nummers die allemaal heerlijk wegluisteren. De instrumentbeheersing is natuurlijk perfect, maar dat was ook wel te verwachten bij dergelijke rasmuzikanten. Govan laat hier beter dan ooit horen waar hij toe in staat is, terwijl hij op het laatste Asia album nogal ondergesneeuwd dreigde te raken. Drummer Jay Schellen zorgt hier en daar voor pakkende ritmes en grooves. Vul dat aan met de mooie melodieën en het gevarieerde zangwerk en het feest is compleet.De productie is uiteraard van goede kwaliteit en al met al mag er worden gesproken van een lekkere release. Zo goed als de Asia plaat Aura wil ik het niet noemen, maar men laat absoluut horen dat men ook vanuit de rock-gerichte benadering sterke songs kan afleveren. Voor de fans van de latere Asia en in het algemeen symfonische rock is dit natuurlijk verplichte aanschaf. Goede plaat.



Iron Maiden - A Matter Of Life And Death

Jaar van release: 2006
Label: EMI Records

Iron Maiden had de makkelijke weg kunnen kiezen, door een album te maken met een aantal simpele, goed in het gehoor liggende korte rockers, een paar langere en wat complexere nummers, en een aantal fillers. Dan hadden ze alsnog een album wat net zo te beoordelen is als de laatste twee platen, Brave New World en Dance Of Death. Maar nee, de Britten kiezen voor hun veertiende studioalbum de moeilijke weg, en ondanks dat het album A Matter Of Life And Death heet, is die titel niet op Iron Maiden van toepassing. Ze zijn springlevend, en niets wijst er met dit album op dat dat gaat veranderen.

Zoals gezegd, ze kozen de moeilijk weg. A Matter Of Life And Death is het langste Iron Maiden album ooit geworden, met tien nummers waarvan de gemiddelde lengte boven de zeven minuten ligt. Slechts drie nummers zijn als "kort" te bestempelen, waaronder de snelle opener Different World, wat op het eerste gehoor een kopie lijkt van Wildest Dreams, maar bij het refrein gelukkig een verfrissende wending neemt. Een andere korte is Out Of The Shadows, wat sterk aan het veertien jaar oudere Wasting Love doet denken, qua tempo, melodie en gitaargeluid. Deze twee nummers zijn de meest toegankelijke van het stel.

Minder toegankelijk zijn de vele lange nummers. Op het eerste gehoor trekken ze je namelijk niet direct naar binnen, want het ontbreekt vaak aan catchy stukken, en net als ze lekker op dreef zijn volgt er een onverwachtse tempowisseling. Bij een tweede luisterbeurt vallen echter al vele dingen op hun plaats, en begint de schittering in de diamant te komen. Diverse nummers op het album lijden aan het Sign Of The Cross-syndroom: lang nummer met rustige intro, en een outro waarin de muziek van de intro weer terugkomt. Hierdoor krijgen de nummers al snel een zelfde opzet, en ga je vlug "o nee, alweer zo'n nummer" denken. Niet overal komt de lengte ten goede. Bij een paar nummers voegt het niet echt iets toe, helaas. Dat de heren ouder worden en nu de progrock invloeden uit hun jeugd meer laten doorschijnen is wel te merken, overigens, want sommige stukken hebben een lekkere jaren 70 "feel", zoals de prachtige afsluiter The Legacy. Naast de vele gitaarsolo's komen her en der de traditionele galopperende riffs om de hoek kijken, wat bij Maiden altijd een genot is om te horen. Ook wat zwaardere riffs zoals we die meer van de solo-albums van Bruce Dickinson kennen duiken op, in bijvoorbeeld Brighter Than A Thousand Suns. Dickinson gebruikt z'n stem deze keer ook iets diverser als op de vorige albums, wat hij op z'n solomateriaal ook al meer deed. Meestal klinkt hij overigens als vanouds goed, maar toch komt het hier en daar wat geforceerd over, wat op Dance Of Death soms ook al het geval was. Begint de tand des tijds toch aan hem te knagen?

Het vorige album behandelde de 1e wereldoorlog, in Paschendale. Nu gaan ze door met WO2, en gaat over de invasie van Normandië, oftewel D-Day, in The Longest Day, en ook These Colours Don't Run heeft oorlog als thema, maar vanuit een heel ander perspectief. Ondanks deze nummers en de "Panzer Division Maiden" cover (waarop Eddie eens niet alle aandacht trekt) worden ook nog andere thema's behandeld, die overigens ook niet allemaal even vrolijk zijn.



Alibi - Misdemeanours

 Jaar van release: 2006
Label: Escape Music

 Gitarist Vince O”Regan draait al een tijdje mee in de melodieuze muzieksector in Engeland. Hij was onder andere de medeoprichter van het lekkere bandje genaamd Pulse die de afgelopen jaren twee prachtige schijven op ons los hadden gelaten. Zijn grote break kwam in het jaar 2000 toen hij de kans kreeg om in de tourband van Magnum’s Bob Catley te schitteren. Vervolgens speelde hij een leuk nootje mee op de soloplaat van deze Catley genaamd ‘When Empires Burn’ en zodoende kreeg hij ook de erkenning van de schrijvende pers aan zijn zijde. Zanger Rick Chase is ook al geen onbekende in de scène, hij speelde onder andere met groepen zoals Mama’s Boys, Graffiti en meest recent nog met Double Cross. Ook toerde hij zij aan zij met grote namen zoals Gary Moore, Styx en Status Quo. Nu hebben deze Rick en Vince hun handen in elkaar geslagen en komen ze op de proppen met hun nieuwe band genaamd Alibi. Onder die naam hebben ze zojuist hun debuut ‘Misdemeanours’ aan het publiek voorgesteld.
Met de kwaliteiten van deze beide mannen, het schitterende gitaarspel van Vince en de mooi stem van Rick (die nog wel eens met die van Freddie Mercury en Paul Rodgers wordt vergeleken), hebben beide een mooie melodieuze plaat in elkaar gedraaid waarop enkele nummers als een echt juweeltje beschouwd kunnen worden. Naast hen hebben ze dan ook nog eens gitarist AJ Mills, bassist Andy Mills en drummer James Wright aan hun zijde. DE schijf is een prima mix tussen krachtige rocksongs en mooie ballades en vormen een mooi cadeau voor de AOR fans die al dat prachtigs missen wat ze in de jaren tachtig voorgeschoteld kregen. Twee nummers horen dan ook echt in de AOR Hall Of Fame van die tijd thuis en dat zijn allereerst ‘Masquerade’ en vooral ‘No Reason’. Luister gewoon eens naar die solo in dat nummer en je zult ongetwijfeld kippenvel krijgen. Daar ben ik zeker van! Als alle nummers op dit album zo goed als bovenstaande twee waren dan had het AOR genre weer een klassieker bij kunnen schrijven. Alle nummers zijn goed, begrijp me niet verkeerd maar kunnen net niet tippen aan de twee uitverkorene. Al met al hebben we hier weer een prachtplaat om te beluisteren en zullen de dromen van vele melodieuze fans weer eens uit zijn gekomen.



Europe - Secret Society

Jaar van release: 2006 
Label: Sanctuary Records 

Wie tien jaar geleden durfde beweren dat 80’s hardrockband Europe ooit nog eens een modern klinkende rockplaat vol met uitstekende songs zou afleveren, werd opgesloten in de dichtstbijzijnde psychiatrische instelling. Maar kijk eens aan, met de opvolger van de toch op veilig gespeelde comebackplaat Start From The Dark hebben ze dit zowaar toch gedaan. Secret Society is namelijk een heerlijke en eigentijdse hardrockplaat die op schitterende wijze 70’s en 80’s invloeden aanpast aan de tijdsgeest van het nieuwe millenium. Dus geen songs als Rock The Night, Carrie en The Final Countdown, maar melodieuze groovy rocksongs.

Het album opent voortreffelijk met het titelnummer en de eerste single Always The Pretenders, maar blijft boeiend tot de laatste tonen van het langere Devil Sings The Blues. De heldere productie, het geweldige gitaarwerk van John Norum, de ‘nieuwe’ stem van Joey Tempest en het gelukkig ontbreken van ‘foute’ bombastische lagen toetsenpartijen geeft Europe een heel nieuw gezicht. Sommige zoetsappige refreinen verwijzen nog kort naar het verleden, maar voor de rest is Secret Society een groot vernieuwingproject. En dat pakt zowaar even goed uit als de geweldige comeback die James Bond onlangs maakte in het grimmige Casino Royale. Kortom: Mission Accomplished! Met onderscheiding.



Vengeance - Back In The Ring 

Jaar van release: 2006
Label: MTM Music

Toen ik een poosje geleden in gesprek was met zanger Leon Goewie vertelde hij me dat men binnen Vengeance ietwat bevreesd was dat de nieuwe (en come-back) plaat ‘Back In The Ring’ wat aan de oubollige kant zou zijn. Nou, om daar dan bij deze meteen even mee af te rekenen, zo klinkt de plaat dus beslist niet!!! Toegegeven, de hardrock die Vengeance na al die jaren nog steeds maakt is natuurlijk met de beste wil van de wereld niet origineel of vernieuwend te noemen. Maar dat heeft de band ook helemaal niet nodig, zeker niet als je de boel zo fris en sprankelend aan het zilveren schijfje weet toe te vertrouwen.
Fris en sprankelend? Jazeker beste lezers, de band klinkt alsof er een stelletje jonge honden voor het eerst de studio ingelopen zijn, en het enthousiasme druipt er werkelijk vanaf, wat vooral duidelijk wordt door de werkelijk uitstekende zangpartijen van Leon. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat ik hem in de jaren 80 meer waardeerde als feestbeest en gangmaker dan als zanger, maar de beste man is voor mijn gevoel steeds beter gaan zingen naar mate de jaren vorderde, wat vooral tot uiting kwam op een plaat als ‘Ayreon – The Final Experiment’, waarop Leon een glansrol vervulde. Maar vlak de instrumentalisten ook niet uit, want er staat voor bijna 300 jaar aan ervaring op het hoesje. Basbeest Barend Courbois (die man moet je echt een keer zien soleren) vormt samen met drummer Hans in ’t Zandt de ritmesectie, en de gitaarpartijen worden zeer adequaat verzorgd door Peter ‘Slash’ Bourbon. Naast deze heren die de kern van de band vormen was er natuurlijk ook ruimte voor wat gasten, want als je al zo lang meedraait in het rock ’n roll wereldje dan maak je wel wat vrienden hier en daar. Michael Voss (bekend van onder andere Mad Max) kwam even langs voor van achtergrondzang, gitaar –en keyboardpartijen, net zoals ex-Warlock drummer Michael Erich die een partijtje meetrommelde op ‘Rip It Off’. Accept veteraan Wolf Hoffmann pielt wat mee op ‘Mind Over Matter’, Matt Sinner (waar heeft die niet gezeten) doet mee aan de koortjes en zelfs Arjen Lucassen kwam even op de koffie om meteen maar de lead partijen van ‘Captain Moonlight’ in te spelen.
Met de bezetting is dus niks mis, en dat geld grotendeels ook voor het songmateriaal. Het album klinkt niet alleen erg fris, maar ook prima uitgebalanceerd. Het aantal up-tempo nummers staat in prima verhouding met het minder snelle, edoch gestaag doorbeukende werk. Als ik dan toch uitschieters zou moeten noemen dan zijn ‘Back In The Ring’, ‘No Mercy’, ‘Bad Attitude’ en het werkelijk prachtige ‘Captain Moonlight’ hier wel de plaatselijke favorieten. De rest van het materiaal doet er niet veel voor onder, met uitzondering van ‘Cowboy Song’, wat nog het meeste weg heeft van een derderangs glamrock deuntje met een ronduit bespottelijke tekst. Ik verwacht echt geen literair verantwoorde diepgravendheid in rock hoor, maar een refreintje dat bestaat uit het zingen van “Ajaajippiejippiejee” vind ik redelijk infantiel.
Kortom, Vengeance is weer helemaal terug, en al heeft de band buiten Leon en de naam om niet veel meer te maken met de band die in 1984 zijn eerste plaatje maakte ben ik er in ieder geval erg content mee. Liefhebbers van recht-voor-zijn-raap hardrock zonder flauwekul zullen het ongetwijfeld met mij eens zijn.

 


House Of Lords - World Upside Down

Jaar van release: 2006
Label: Frontier Records

House Of Lords is terug en hoe! Vergeet hun vorige plaat ‘The Power And The Myth’, want ‘World Upside Down’ is het enige echte vervolg op de derde studio-CD ‘Demons Down’. Velen zullen zich echter afvragen of dit nog wel House Of Lords is, want buiten zanger James Christian en keyboardspeler Greg Giuffria is de volledige line-up gewijzigd. De unieke strot van James Christian is echter altijd al het uithangbord geweest van deze band en ik vind het dan ook volledig terecht dat de plaat onder de House Of Lords naam is uitgebracht. Van de nieuwkomers valt vooral gitarist Jimi Bell op, want hij strooit driftig met geweldige riffs en prachtig opgebouwde solos. Het ietwat gewijzigde bandgeluid zorgt er ook voor dat hij de ruimte krijgt om te excelleren, want het geluid van House Of Lords is wat meer gitaargeorienteerd dan vroegen. Daar waar op de oude platen de keyboards overheersten, is die rol nu weggelegd voor de gitaar zonder overigens afbreuk te doen aan het typische arena rock geluid van de band.
Volgend traditioneel recept wordt er geopend met een intro ‘Mask Of Eternity’ alvorens de eerste kraker ‘These Are The Times’ zich aandient, één van de hardere songs en tevens één van de betere nummers van de CD. Enkele andere stevige songs die zeer de moeite waard zijn, zijn ‘I’m Free’ en ‘My Generation’. Een House Of Lords CD zonder ballads is incompleet en met ‘Field Of Shattered Dreams’, ‘All The Pieces Falling’ en vooral ‘Your Eyes’ worden we in die categorie ook aardig verwend. Kortom, ‘World Upside Down’ brengt House Of Lords weer helemaal terug in de eredivisie van de melodieuze hardrock en hiermee revancheert de band zich helemaal ten opzichte van het zwakke ‘The Power And The Myth’. Deze Lord (Of Metal) voelt zich prima thuis in het House Of Lords van James Christian en consorten.

 


Vanden Plas - Christ O

Jaar van release: 2006
Label: InsideOut Music

Finger lickin’ good. Ik kan het geweldige nieuwe album van Vanden Plas niet anders omschrijven. “Vanden Plas, is dat een Nederlands bandje?” Neen! Vanden Plas is dé Dream Theater van Duitsland. Tussen dit zevende werkje en het laatste “Beyond Daylight” gaapt een kloof van vier jaar. In deze lange periode heeft zanger Andy Kuntz met “Abydos” (2004) wel een uitstekende soloplaat gemaakt en hebben de muzikanten meegewerkt aan tal van theaterproducties. The Devil has the best Tunes. Maar met dit “Christ O” bewijst God dat hij ook nog wat achter de hand heeft zitten.Hij speelt als troef namelijk negen schitterende progressieve metalsongs uit. (Veer)krachtige gitaarriffs, een excellerende ritmesectie, supertheatrale toetspartijen (dat schnabbelwerk bij het theater laat zijn sporen na), geniale snelle solo’s van maestro Stephan Lill, een veertig koppig klassiek koor en een Andy Kuntz in topvorm. Maar het meest geweldige aspect van Vanden Plas is dat ze het gegeven “herkenbare composities” altijd op de eerste plaats zetten. En hierin verschillen ze met tal van andere progressieve bands die hun muziek te mathematisch en zielloos behandelen. “Christ O”, “Postcard To God”, “Shadow I Am” zijn vlotte composities met refreinen/zanglijnen/muzikale thema’s/gitaarsolo’s die na meerdere luisterbeurten niet meer uit je hoofd te branden zijn. Is het niet schitterend als je ontwaakt met het refrein van “Wish You Were Here” in je hoofd? Met “Fireroses Dance” staat er ook één van de mooist ballades van de laatste jaren op het album. Én om dit magnum opus nog beter te maken wordt er af gesloten met een prachtige versie van “Gethsemane” uit de rockopera Jesus Christ Superstar.



Seventh Wonder - Waiting In The Wings

Jaar van release: 2006
Label: Escape

Door de bomen het bos niet kunnen zien, kent u die uitdrukking? Inderdaad geleend van dominee Gremdaat (alias Paul Haenen). Bij het beluisteren van de tweede CD van Seventh Wonder kwam die zin in me op. Want deze band is weer zo’n band uit Zweden waar niet veel mis mee is, eigenlijk helemaal niets. Met Tommy Hansen achter de knoppen zit het qua bandgeluid altijd wel goed, hij weet goed raad met de melodieuze maar zeker bombastische progmetal van de band. De totale sound is helder, meerlagig en vol. Goede zaak. Maar er zijn wel meer bands, heel veel meer zelfs die deze kenmerken dragen. Het zou mijns inziens zonde zijn wanneer een album als ‘Waiting In The Wings’ zo’n boom in het bos zou worden want dit is een van de betere albums in dat almaar expanderende bestand van melodieuze progrock en metal bands.
Een van de meest in het oor springende prestaties op dit album zijn die van zanger Tommy Karevik die op het debuut nog niet van de partij was. Hij is een echte belofte, zijn stem heeft namelijk Èn iets eigens maar ook iets wat me bekend in de oren klinkt. Net als een Jorn Lande dat heeft. Verder is toetsenist Andreas Soderin vrij belangrijk in het geluidsplaatje, door zijn heldere spel kunnen drums, gitaar en bas allemaal goed hun eigen weg vinden en we kunnen dan spreken van een transparant maar solide geheel. Geef als je aan de iets melodieuzere kant van de progmetal kant staat Seventh Wonder maar eens een kans zou ik zeggen.




Daughtry – Daughtry

Jaar van release: 2006
Label: RCA Records

Daughtry, rockband uit 'McLeansville, staat North Carolina, V.S.', is een rockband opgericht door leadzanger & gitarist Chris Daughtry. Het debuutalbum van Daughtry, wat dezelfde naam draagt, is viervoudig platina en het snelstverkopende debuutalbum van een rockband in de VS ooit. Het album werd uitgebracht in november 2006, stond al snel op #1 in de 'Billboard 200' en er werden meer dan 4 miljoen exemplaren van verkocht. Het album bevatte maar liefst vier 'Top 20-hits' in de 'Billboard Hot 100', waaronder de nummers ''It's Not Over'' & ''Home'' die in de top 5 belandden van die hitlijst.

Het debuutalbum van de band werd geproduceerd door 'Howard Benson' en werd uitgebracht door 'RCA Records' op 21 november 2006. Chris maakte zelf ook deel uit van het produceren ervan. Hij heeft namelijk, behalve de twee songs ''Feels Like Tonight'' & ''What About Now'', alles zelf (mee)geschreven. Het was meteen al een groot succes. Dat begon met de eerste single ''It's Not Over'', die eerst uitgebracht zou worden in september maar voor het eerst pas op de radio te horen was op 6 december 2006. Al snel kondigde bandlid Jeremy Brady aan dat hij de band ging verlaten. Brian Craddock werd zijn vervanger, die Chris Daughtry daarvoor al kende van de band Absent Element, waar beiden ooit lid van waren.

Na het succes van ''It's Not Over'' werd de tweede single ''Home'' gereleased. Deze single kwam, een aantal weken voor de officiële radio-release, binnen op #83 in de hitlijst 'Billboard Hot 100'. Uiteindelijk steeg de single nog naar de vijfde plek. Ook was de song de officiële aftrap voor het zesde seizoen van 'American Idol'.
De derde single van het album 'Daughtry' was het nummer ''What I Want''. Gitarist 'Slash', bekend van Guns 'N Roses, heeft in dat nummer de leadgitaar op zich genomen. De song werd gereleased op 23 april 2007. Het nummer bereikte nummer 6 in de 'Rock Charts', en is zelfs in het spel 'Guitar Hero: On Tour' voor de 'Nintendo DS' beschikbaar om mee te spelen.

Hun vierde single ''Over You'' werd officieel gereleased op 24 juli 2007. Daughtry liet het nummer echter voor het eerst horen tijdens een live-optreden in de tv-show 'Good Morning America'. De vijfde single van het album, ''Crashed'', werd op meerdere rockzenders gereleased op 10 september 2007. ''Feels Like Tonight'', de zesde en laatste single, werd gereleased op 8 januari 2008. Dit is dus ongeveer een jaar nadat hun debuutalbum officieel werd gereleased. Op 24 april 2008 kreeg Daughtry 4 keer Platinum uitgereikt wegens het grote succes van al hun singles. Ook werden ze in 2008 genomineerd voor 4 Grammy Awards: Beste pop-act/optreden van een duo of groep met zang; Het beste Rockalbum; Het beste rocknummer, en beste rock-act/optreden van een duo of groep met zang. Volgens 'Billboard' had Daughtry, met hun zes singles, 20 nummer 1 hits over de hele wereld.
Dit was voor Daughtry genoeg reden om een 'Deluxe Edition' uit te brengen. Het album 'Daughtry - Deluxe Edition' kwam uit op 9 september 2009. Deze bevatte uiteraard de originele CD en nog een DVD. Op de CD stonden 4 bonustracks waaronder akoestische versies van ''What About Now'', ''It's Not Over'' en ''Home''. Ook stond er een cover van ''Feels Like The First Time'' van de band 'Foreigner' op de CD. Op de DVD stonden alle vijf videoclips die naar aanleiding van het album gemaakt werden. Ook stonden er nog nooit vertoonde live-beelden op en nog exclusieve beelden van achter de schermen.Wat meteen opvalt bij het luisteren van de nieuwe cd van Daughtry is de rauwe stem en de hier en daar ietwat ruige gitaarpartijen. Het maakt het tot een duidelijk rockalbum. Samen met zijn band, die hij pas zeer recent oprichtte, heeft hij een aardige cd afgeleverd vol rocknummers die bij deze tijd passen. Chris Daughtry, de naamgever van de band, is zeker iemand om in de toekomst rekening mee te houden binnen het rockgenre. Dat heeft het beluisteren van deze cd wel duidelijk gemaakt.Dat je met het opzetten van de cd de neiging tot lekker meeschreeuwen niet kunt onderdrukken spreekt alleen maar in het voordeel van het album. Dit betekent dat de nummers uitnodigen tot deze oeremotie. Nummers als Crashed moeten wel gewoon worden meegeblèrd, dat kan niet anders. Wat het album juist ook weer bijzonder maakt is dat er ook wat minder ruige rock op staat zoals het nummer Feels Like Tonight. Het is altijd erg prettig om zo halverwege een wat ruige cd even een pauze te kunnen nemen en op adem te komen. Dit heeft Daughtry erg goed begrepen en hij geeft de luisteraar waar hij om vraagt.Als je naar de teksten op de cd luistert, valt direct op dat Chris toch ook maar een emotioneel mannetje is, want centraal thema is toch wel 'de liefde'. Het nummer Over You gaat over Chris' geliefde die hem liet vallen - ja, ook een persoonlijke tintje kan de zanger meegeven aan zijn nummers. Dit maakt dat de ruige en rauwe rock ook zijn gevoelige kant heeft. Een perfecte combinatie.Als je het bekijkt in het 'grotere geheel' van de rockgeschiedenis is dit album niet spectaculair misschien, maar als debuut-cd mag hij er zeker wezen en is het een album dat toch wel 4 sterren waard is. Het is een gedegen stukje werk van Daughtry en gewoon een heel prettige cd om naar te luisteren, zeker voor de rockliefhebber die ook zijn gevoelige kant eens wil laten zien.



 Leatherwolf -  "New" World Asylum

Jaar van release: 2006
Label: Massacre Records

Leatherwolf is eindelijk eens echt terug. In 1999 kwamen ze na 10 jaar afwezigheid nog met de live-cd Wide Open op de proppen. Daar nemen wij heavy metal-freaks geen genoegen mee natuurlijk. Na massale protesten en demonstraties in thuisland de Verenigde Staten is het de band eindelijk doorgedrongen dat er nieuw plaatwerk werd verwacht. Dat het niet meer de originele band is, daar nemen we dan maar genoegen mee. Uiteindelijk zijn het de gitaristen Geoff Gayer & Carey Howe en drummer Dean Roberts die zijn overgebleven en klassiekers als Leatherwolf(1984) en Leatherwolf(1987) hebben ingespeeld.

Qua zangers heeft Leatherwolf altijd al een probleem gehad ze bij de band te houden. Dus dat ze met Wade Black (Seven Witches, Crimson Glory) een nieuwe hebben, is niet zo erg (integendeel, geweldige zanger!). Alleen konden de oude zangers ook nog een flink potje gitaar spelen en dat kan Wade dan weer niet. De typische "triple axe guitar-attack" waar de band vooral bekend door is geworden, lijkt dus aangetast. Maar op de nieuwe cd World Asylum is daar niks van te merken. De muziek zit vol met driedubbele gitaarlijnen waar Iron Maiden nog een puntje aan kan zuigen. Het lijkt me duidelijk dat er live zeker nog een derde gitarist zal komen opdraven. Er wordt over het hele album gretig gestrooid met gitaarsolo's.

Nog geen jaar naar het verschijnen wordt World Asylum opnieuw opgenomen nu met de oorspronkelijke zanger Olivieri, de plaat wordt omgedoopt tot "New World Asylum" en veegt hiermee de vloer aan met het orgineel.  Het plaatje bevat gewoon tien vette US power metal-tracks, op hoog tempo gespeeld, die het beluisteren meer dan waard zijn. Ik raad iedereen aan eens het geniale Behind The Gun aan te horen.



Saga - Trust

Jaar van release: 2006
Label: Inside Out Records

Heb je dat ook wel eens… dat je ergens komt en dat je onmiddellijk het gevoel krijgt op je plek te zijn? Geloof me, dat is een hele aparte ervaring!Zo is het ook met het nieuwe plekje dat de Canadese band Saga, die ik al vanaf het prille begin volg, geschapen heeft. Als een kamer die je verwachtingsvol binnenloopt, door een ander ingericht, maar die aanvoelt alsof het helemaal jouw wereld is. Noem het déjà vu of wat je wilt, maar het gevoel zal altijd te omschrijven zijn als WERELDS!

Neem gerust plaats op de bank, beetje een progressieve vormgeving of niet? Maar het voelt wel vertrouwd aan, ik zie het aan je ogen. Saga heeft altijd sterk geleund op een zeer sterke ritmische ondergrond. De groep zakte met de vorige zilveren schijf (gevuld met een aantal alleszins redelijke composities) op één punt wat door het ijs met de inzet van een trommelaar (Christian Simpson), die het specifiek te leveren drumwerk niet kon produceren. Een geval van niet de juiste man op de juiste plek, want het staat buiten kijf dat Saga een unieke band is met een dito geluid. Met “Trust” zijn de slagen weer mooi geïntegreerd in het totaalgeluid dankzij Brian Doerner, die uit de melodieuze rockhoek komt (Helix) en hij blijkt een gouden greep. Niet dat Steve Negus ooit te vervangen is, maar die was uiteraard vergroeid met de band. Daarnaast besliste het vijftal dat het weer helemaal retro mag deze keer en dat betekent dat er weer heel wat progressieve elementen in de muziek verweven zijn.

Mooi, die glazen kast met ornamenten. Zal ik er eens een pronkstukje uit halen? My Friend, de akoestische ballade gezongen door Jim Gilmour met een heerlijke houtblazerssectie. Back To The Shadows, het tweede nummer op de cd, laat in de intro tijden van weleer klinken. Hier ontmoeten we de typisch vragende en verhalende stijl van Michael Sadler’s zang alsof je rechtstreeks toegang hebt tot de overwegingen die de zanger maakt. Wat mag je trouwens verwachten van een band die haar eigen genre heeft geschapen, maar bij gebrek aan omschrijving volgens de geleerden in de Artrock hoek zou vallen? Degelijkheid misschien? Dan word je op je wenken bediend door openingstrack That’s As Far As I’ll Go, dat up-tempo genot biedt doorvlochten met het moderne en vervormde toetsengeluid van Gilmour. Wat is dat toch een inventieve man en hij heeft volgens mij een beste schop in zijn kont gehad, want hij staat de sterren van de hemel te spelen. Maar het is sowieso opvallend met welk een tomeloze energie iedere individuele muzikant zijn ding doet. Wat moet je bijvoorbeeld in vredesnaam nog zeggen over de unieke Ian Crichton? Er zijn collega gitaristen die gaan voor mooie, exact kloppende solo’s, maar deze man gaat voor de ‘Hitchcock-benadering’, wat minstens zoveel suspense oplevert als een doorsnee film van genoemd regisseur. Nee, de sound van de man is op zeker niet te kopiëren. Luister maar eens naar de solo van het weergaloze I’m OK en je weet wat ik bedoel. Het titelnummer is bijna stadionrock te noemen. De passie waaiert over bijna de hele collectie van songs, alleen Time To Play, niets meer dan simpele blues met daarover rapachtige zang, is voor mij een zoutloze gang van dit exclusieve diner, dat vijftig minuten mag duren.

Verder moet ik bij Ice In The Rain, voorzien van wederom een ijzersterke riff, constateren dat de mannen op de drempel van briljant staan, waarop met name Sadler excelleert. Leeftijd schijnt hem niet te deren als ik zo naar hem luister. Een kippenvelopwekkende Marillion-achtige keyboard solo (dit ter vergelijk, want immers Saga stond al eerder op de progkaart) laat me vaak terugkeren naar dit nummer. Footsteps In The Hall stapt de ontvangstkamer binnen van een weer hele andere wereld, maar het blijft vertrouwd, met zijn aanstekelijk refrein en neoprogressieve solo. Saga’s mix van AOR, Pop en Progressieve Rock blijft me aanspreken. Als eerste single is gekozen voor It’s Your Life, niet mijn meest favoriete compositie van de in een fenomenale hoes gehulde cd, maar erg catchy. Let even op, de eerste persing is in digipack met een dvd (die de ‘making of’ bevat).

Pas op! Deze zeventiende Saga (studio)schijf knuffelt je haast bewusteloos. Ja, je kunt dan roepen I’m OK, maar als deze engel je omhelst en in je wegkruipt, dan ontstaan er wilde dromen en eindeloze zuchten. Schoonheid op z’n mooist met een dynamische productie. Ach, natuurlijk ben ik zo melancholisch als de neten. Wilde al een tijdje terug naar “Worlds Apart”, dolgraag afzakken naar wereldplaten als “Silent Knight” of “Images At Twilight” en daar worden vlagen van ten gehore gebracht! Je ontsnapt niet gauw aan mijn enthousiasme in dit epistel… Maar écht, je moet deze keer zeker toeslaan, ook als je de laatste platen van het gezelschap hebt laten liggen. Trust me, dit is weer een ouderwets gezellig samenzijn.



Arena - Ten Years On 1995 - 2005

Jaar van release: 2006
Label: Verglas


Een verzamelalbum. Niets meer en niets minder. Voor Arena geldt het laatste want de band staat al jaren garant voor goede, charmante en vermakelijke Engelse symfo/prog rock. Ooit geboren in de kroeg (waar de beste bands worden opgericht) ontwikkelde deze band van ex-Marillion drummer Mick Pointer zich tot een van de vaandeldragers van het Engelse geluid, zonder zichzelf krampachtig als zodanig te presenteren.
‘Songs From The Lion’s Cage’ was het debuut en de band werd destijds als zeer belovend beschouwd. Dat heeft men ook waar kunnen maken al heb ik het gevoel dat er nog wel meer uitgehaald had kunnen worden. Dat heeft dan misschien aan line-up wisselingen gelegen, wie zal het zeggen? Het meest recente album ‘Pepper’s Ghost’ is misschien wel het beste wat de band maakte dus er zit nog steeds ontwikkeling in. Wellicht gaat ‘Ten Years On 1995-2005’ met groter succes helpen want de CD biedt een fraai overzicht en dwarsdoorsnede uit de discografie. Niet twijfelen als je Arena wil leren kennen, gewoon aanschaffen.

 


Talisman - 7

Jaar van release: 2006
Label: Frontier Records

Talisman is al jaren een vaste waarde in de melodieuze en A.O.R. rock scene en daar zal met de release van deze ‘7’ geen verandering in gaan komen. Het verassende van de eerste twee platen (‘Talisman’ uit 1990 en ‘Genesis’ uit 1993) is er een beetje af, maar ook op hun zevende (hoe verrassend…) studio-plaat levert Talisman top kwaliteit. Zanger Jeff Scott Soto is door de jaren heen altijd al actief geweest in diverse projecten/bands, maar is nu gestrikt als nieuwe zanger van de Amerikaanse formatie Journey en ik ben benieuwd of dit geen desastreuze gevolgen zal gaan hebben voor Talisman. De verwachte Europese tour is door Jeff’s betrokkenheid bij Journey in ieder geval al gecancelled, dus dat belooft niet veel goeds.
Op deze ‘7’ vinden we dus niets verrassends, maar een zeer aangename mix van overwegend gemakkelijk in het gehoor liggende rockers en ballads, waarbij een zeer voorname rol is weggelegd voor zanger Jeff Scott Soto en gitarist Fredrik Akeson. In een aantal nummers zoals bijvoorbeeld ‘Succumb 2 My Desire’ dringen ook de funk roots van met name Jeff door, overigens zonder dat dit storend wordt. Het niveau ligt vrij hoog en is gelijkmatig en dus zijn er geen echte uitschieters zowel naar de positieve als negatieve kant te vinden. Als je de eerdere platen van Talisman kon waarderen, kun je ook dit nieuwste werkstuk met een gerust hart aan je collectie toevertrouwen.



Shooting Star - Circles 

Jaar van release: 2006
Label: Frontiers

 Het is alweer een behoorlijk aantal jaren geleden dat de Amerikaanse band Shooting Star hun laatste (overigens zeer goede) studio-plaat ‘Leap Of Faith’ uitbrachten, maar deze ‘Circles’ is dat lange wachten meer dan waard geweest. De band heeft een nieuwe zanger in de persoon van de welbekende Kevin Chalfant (The Storm, The Vu, Two Fires) en dit heeft de band veel goeds gedaan. Het lijkt of Kevin als jaren bij de band zit, zo natuurlijk past zijn stijl bij het song materiaal van Shooting Star. Verder lijkt de grondlegger van de band Van McLain zijn tweede jeugd gevonden te hebben want het venijn dat hij in zijn riffs en vele solos legt is hartverwarmend.
Shooting Star is altijd al goed geweest in het neerpennen van memorabele melodieuze rock nummers en dat is op deze plaat niet anders. Ik durf zelfs te stellen dat het song materiaal dat men hier presenteert tot het sterkste behoort dat de band ooit heeft opgenomen. Opener ‘Runaway’ laat meteen horen wat de band in huis heeft: een zeer aanstekelijke melodie, lekker vet gitaarwerk met een prima solo en fantastische vocalen. Ook het prima ‘Trouble In Paradise’, de razende rocker ‘Everybody’s Crazy’ en de ballads ‘George’s Song’ en ‘Temptation’ zijn niet te versmaden.
Als ik dan toch een minpuntje aan moet wijzen, dan is dat de ietwat dunne drumsound maar dit is slechts een detail. Shooting Star laat met deze ‘Circles’ horen dat men weer helemaal terug is (nu maar hopen dat ze Kevin Chalfant kunnen behouden) aan het melodieuze rockfront. Toppertje!



Slamer - Nowhere Land 

Jaar van release: 2006
Label: Frontiers

Voor de echte melodieuze rock liefhebbers behoeft de naam Mike Slamer geen enkele introductie meer. Mike was reeds in de zeventiger jaren actief met de band City Boy, maar maakte pas echt naam door zijn betrokkenheid met bands als Streets, Steelhouse Lane en Seventh Key. Vooral de beide Steelhouse Lane platen (‘Metallic Blue’ en ‘Slaves Of The New World’) zijn pareltjes in het A.O.R.-genre en zouden in de platenkast van elke zichzelf respecterende A.O.R.-fan moeten staan.
Mike’s nieuwste project (?) is een samenwerkingsverband met wereldzanger Terry Brock (bekend van onder andere Strangeways, The Sign en Seventh Key) en is simpelweg genaamd Slamer. Wie een voortzetting van de pure Steelhouse Lane en Seventh Key sound verwacht, wordt hier slechts gedeeltelijk in tegemoet gekomen. De muziek van Slamer bevat namelijk veel meer progressieve invloeden dan beide eerder genoemde bands. Natuurlijk zijn er songs te vinden die zo op een Steelhouse Lane plaat hadden kunnen staan zoals ‘Strength To Carry On’, ‘Runaway’, ‘Jaded’ en het zeer catchy ‘Not In Love’, maar op nummers zoals opener ‘Nowhere Land’ en ‘Higher Ground’ bijvoorbeeld vinden we wat breder uitgesponnen progressieve themas. Deze combinatie van stijlen levert een zeer avontuurlijk en overtuigend album op. Verder is de vocale prestatie van Terry Brock zoals verwacht groots en is het schitterende gevarieerde gitaarspel van Mike Slamer een lust voor het oor. De heldere productie die dit soort releases nodig heeft is door Mike zelf ook prima verzorgd. 



Circle II Circle - Burden Of Truth

Jaar van release: 2006
Label: AFM Records

Daar waar Jon Oliva’s nieuwste plaat mij ietwat tegenvalt, is de derde CD van Zak Stevens’ band Circle II Circle mij heel erg positief bevallen. Op de eerste twee platen klonk de band nog een beetje als een bleke kopie van Savatage, maar op deze ‘Burden Of Truth’ is duidelijk gekozen voor een andere richting. Niet vreemd natuurlijk als je bedenkt dat alle songs op de beide eerste platen geschreven werden door Zak Stevens in samenwerking met Chris Caffery en Jon Oliva en dat het song materiaal op de nieuwe plaat door de Circle II Circle band is verzorgd. Dit heeft geresulteerd in een zeer gesmaakte mix van power metal nummers met epische invloeden.
Luister maar eens naar tracks als ‘Revelations’, ‘The Black’ en ‘Sentenced’ bijvoorbeeld, allen voorbeelden van geweldige epische power metal tracks met schitterende vocalen van Zak en zeer memorabele catchy refreinen. De riffs en solos van het gitaristen-duo Andrew Lee en Evan Christopher zijn zeer goed gedoseerd en staan volledig in dienst van de prima nummers. Ondanks het feit dat ik Jon Oliva een zeer warm hart toedraag, moge het duidelijk zijn dat Zak Stevens op dit moment de beste papieren heeft van de twee. Kandidaat voor mijn jaarlijstje, dat is duidelijk!



Michael Schenker Group - Tales Of Rock N’ Roll - 25 Years Of Celebration

Jaar van release: 2006
Label: Armageddon Music

Michael Schenker heeft veel gemeen met Richie Blackmore. Net zoals de voormalige Deep Purple-gitarist schrijft/schreef (doorhalen wat volgens U niet klopt) hij geniale riffs, leads en solo’s bij de vleet én is hij een ongelofelijk vervelend mannetje. Michael denkt namelijk dat hij God is, kan geen enkele tour tot een goed einde brengen, drijft elke muzikant gek en is heel erg onvoorspelbaar. Hij stuwde de legendarische rockband UFO naar een ongekende muzikale hoogte, maar die band wil niets meer met hem te maken hebben. Dat zegt genoeg. Maar ach. Genoeg geroddeld. Laten we ons in deze tweede paragraaf maar eens concentreren op het prachtige werk dat Michael ons heeft afgeleverd. Op minderjarige leeftijd speelde hij al bij UFO en stond hij samen met zijn broer Rudolph op het podium bij The Scorpions. Hij leverde daarna onder de bandnaam MSG (Michael Schenker Group) tussen 1980 en 1984 enkele van de beste hardrockplaten ooit af, maar daarna liep het mis. De productiviteit bleef hoog, maar voor elk nieuw geniaal nummertje dat hij componeerde, schreef hij ook vijf misbaksels.

In 2005 realiseerde Michael zich dat het legendarische debuut van MSG alweer een kwarteeuw oud is, dus besloot hij maar weer eens een nieuwe plaat te schrijven. Het resultaat is toch weer wat wisselvallig geworden en van de negentien (!) nieuwe songs had hij er gerust negen kunnen schrappen als hij wat meer zelfkritiek zou hebben. De riffs klinken wel lekker fris, zijn solo’s zijn nog altijd bovengemiddeld avontuurlijk en het geheel is lekker afwisselend. Huidige MSG-zanger Jari Tiura heeft dertien hardrocksongs ingezongen en alle oud MSG-zangers (Kelly Keeling, Gary Barden, Graham Bonnet, Robin McAuley, Leif Sundin en Chris Logan) hebben ook zowaar een nummer voor hun rekening genomen. De composities zijn wel voorspelbaar, maar laten we toch maar blij zijn met dit degelijke schijfje dat toch een stuk interessanter is dan alweer een verzamelalbum of live-registratie.



Sunstorm - Sunstorm

Jaar van release: 2006
Label: Frontiers

Het originele idee voor het Sunstorm project ligt bij het uitwisselen van tapes. Een aantal jaren geleden, toen Perugino en De Riso (beiden van het Frontiers label) nog gewoon fans van de muziek waren, ruilden ze vaak cassettebandjes met elkaar. Op een dag gaf Mario aan Serafino een bandje met de opnames van het tweede, nog niet uitgebrachte, Joe Lynn Turner solo album.
Op deze cassette stonden schitterende songs die een logisch vervolg waren van de nummers op het debuut ‘Rescue You’ van de ex-Rainbow zanger. Jaren daarna, toen Frontiers Turner eindelijk had getekend, vroeg Serafino hoe dit nu precies zat met deze leftovers, en Turner belsoot om het stof maar eens van de oude opnames te vegen. Er werd een samenwerkingsverband met onder andere Jim Peterik geregeld (ex-Survivor ) en zo kwam het balletje aan het rollen. Het resultaat een pracht van een AOR release. Nummers als ‘Keep Tonight‘, ‘Fame And Fortune’ en ‘Heart Over Mind‘ wil ik van harte onder je aandacht brengen, maar de rest van het materiaal mag er zeker ook wezen. Met de hulp van bassist Dennis Ward (ex-Pink Cream), Chris Schmidt (drums), Uwe Reitenhauer (gitaar) en Jochen Weyer word hij uitstekend begeleidt. Kortom, een mooi plaatje om naar uit te zien voor iedere AOR fan.



Queensrÿche - Operation: Mindcrime II

Jaar van release: 2006
Label: Rhino Entertainment

Sommige dingen moet je laten voor wat ze zijn, en niet proberen het nog een keer te doen. George W. Bush had nooit aan de 2e golfoorlog moeten beginnen, de Wachowski broertjes hadden nooit The Matrix 2 en 3 moeten maken, en Queensrÿche had Operation: Mindcrime II beter een andere titel kunnen geven. Ok, het begint goed, want na een vrij grootse intro komt een van de eerste degelijke Queensrÿche nummers van de laatste tien jaar, namelijk I'm American. Lekker uptempo, waarmee de band laat zien nog altijd wel wat pit te hebben. Helaas is het daar op volgende One Foot In Hell een regelrecht misbaksel. Er zit geen lijn in het nummer, waardoor het nergens naar klinkt. De teleurstellingen blijven volgen. Het begin van The Hands is een mooie verwijzing naar deel 1, maar daarna wordt het een erg tam en erg saai nummer. Saai is ook Speed Of Light, want het komt ondanks de titel niet op gang. Pas bij de tweede helft van het album wordt het wat beter. Signs Say Go is dan weer een nummer wat aan de Queensrÿche van weleer doet denken, en Re-Arrange You doet ook wel smaken naar meer. Hierin laat de band tenminste weer horen dat er nog wel degelijke nummers geschreven kunnen worden. Ronnie James Dio is te horen in de rol van Doctor X, in het nummer The Chase, maar daar had toch wel wat meer in kunnen zitten. Geen slecht nummer, maar het spettert ook niet bepaald van het spreekwoordelijke doek af. Pamela Moore doet ook weer mee in enkele nummers als Sister Mary, maar haar bijdrage is wat wisselvallig. Soms past het goed, soms niet. Wel leuk trouwens dat ze weer terugkeert, want ze speelt toch een vrij belangrijke rol in het leven van hoofdrolspeler Nikki. Het album pakt overigens de draad twintig jaar na Operation: Mindcrime op, als Nikki wordt vrijgelaten. Qua verhaal is dit album misschien een vervolg, qua muziek niet helemaal. Ok, het eerder genoemde The Hands heeft de intro van Eyes Of A Stranger, en in A Junkie's Blues komen stukken uit Anarchy-X terug, maar diverse nummers leunen op de trage, dramatische, depressieve rock die de band de laatste jaren maakte. Eerlijk is eerlijk, Queensrÿche is wel goed in het schrijven van mooie deprimerende nummers, want afsluiter All The Promises had ook best op het mooie maar depressieve Promised Land-album kunnen staan. Het prog-element van vroeger komt hier en daar nog wel wat terug, en uptempo metal weet de band ook weer te maken in bijvoorbeeld A Murderer, maar het leeuwendeel van de nummers mist de pit van vroeger. Het is te makkelijk om het ontbreken van Chris DeGarmo hiervoor als reden aan te wijzen, maar helaas voor Queensrÿche was zijn aandeel in wat het origineel zo goed maakte erg groot. Zijn gitaarspel en schrijfkwaliteiten missen simpelweg. Jammer, maar helaas is het wel zo. Had dit album een andere titel gehad, en was het onderwerp niet het vervolg op het legendarische Operation: Mindcrime uit 1988, dan was het minder beschamend geweest voor de band. Dit album gaat in ieder geval de geschiedenis in als een matig vervolg op een geniaal album.



Planet Alliance - Planet Alliance 

Jaar van release: 2006
Label: Metal Heaven

 Ik word weer eventjes verwend. Hier hebben we een nieuw plaatje met de geweldige stem van Mike Anderson van Cloudscape gecombineerd met een rits muzikale sterren uit dezelfde regionen als waar hij vandaan komt. Pas twee jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met de krachtige stem van deze Mike en ik was toen ook gelijk zeer onder de indruk van wat deze man presteerde. Ik wist dan ook gelijk dat ik de band Cloudscape niet uit het oog zou verliezen en dat ik graag zou volgen wat deze mannen nog meer van plan waren. Nog geen jaar later werd ik al getrakteerd op een tweede werkje (‘Crimson Skies’) van deze Zweedse band en bewees dat de groep het juiste pad was ingeslagen en zou blijven volgen.
Op dit moment ben ik vol verwachting aan het wachten op een derde meesterwerkje van Cloudscape maar met de plaat van Planet Alliance die nu in mijn speler zit kan ik alvast nog meer genieten van de stem en de schrijfkwaliteiten van Meneer Andersson. Hij heeft namelijk samen met sterproducer Anders ‘Theo’ Theander een groepje welbekende en vooral Scandinavische gasten weten te strikken om samen met hem een nieuw plaatje vol te spelen. De lijst is imponerend, wat denk je bijvoorbeeld van bassist Magnus Rosen en drummer Anders Johansson van Hammerfall. Van Last Tribe zien we drummer Jaime Salazar en gitarist/keyboardspeler Magnus Karlsson. Daarnaast gitarist Janne Stark van Locomotive Breath en Overdrive, Carl- Johan Grimark, gitarist van Narnia en Rob Rock en Freak Kitchen gitarist Matthias Eklundh die de positie van lead gitarist meekrijgt en last but not least Bob Daisley die we van Black Sabbath en Ozzy kennen op de bas.
Met zijn allen zijn ze verantwoordelijk voor alle prachtige ingrediënten die je in de elf waanzinnige melodieuze maar krachtige nummers kunt beleven. Voor elke muzikant die hier meedoet is genoeg ruimte om hun kunstjes ongestoord te kunnen uitoefenen. De muziek is dan ook verrassend divers en goedgevuld. Het is allemaal ontzettend heavy en zwaar maar blijft zeer zeker heel melodieus. De hoogtepunten zijn nummertje een ‘The Real You’, het laatste nummer ‘Digging Your Own Grave’ (Evergrey fans opgepast, je zult hier momenten van jullie lievelingsgroep in vinden) en alles wat daar zo tussen komt. Heb je door wat ik hier probeer te zeggen?

 


Evanescence - The Open Door

Jaar van release: 2006
Label: Wind-Up Records

Dat een gitarist een band verlaat gebeurt dagelijks. Dat iemands relatie ten einde komt ook. Dat de nieuwe gitarist van de band, die ook nog eens een belangrijke bijdrage levert aan de muziek, een beroerte krijgt, je verwikkeld bent in een rechtszaak, je bassist opstapt én daarbij ook de eerste twee narigheden meemaakt, gaat je echter niet in je koude kleren zitten. Het overkwam Amy Lee, zangeres van Evanescence. Vandaar ook dat het liefst drieënhalf jaar duurde voordat er een opvolger kwam op het megasucces Fallen.

Nadat Fallen uitkwam is het snel gegaan met de groep uit Little Rock, Arkansas. Dat album verkocht liefst 14 miljoen exemplaren wereldwijd. Het derde album (debuutalbum Origin zal bij veel fans niet tot de collectie behoren aangezien er slechts 2500 exemplaren van zijn uitgebracht) heet The Open Door en die titel is een verwijzing naar de vrijheid die Lee geniet nu voormalig gitarist Ben Moody haar niet langer beperkt in haar muzikale ontwikkelingen. Terry Balsamo is de naam van Moody's vervanger en de man van de beroerte. Hij maakt alweer drie jaar deel uit van Evanescence, maar naast de live-dvd Anywhere But Home is dit het eerste wapenfeit met hem in de gelederen. Het karakter van The Open Door is aanzienlijk donkerder dan Fallen. Natuurlijk, er staan weer een paar pop-rock songs op die het goed zullen doen in de hitparades, maar over het algemeen is deze plaat minder makkelijk te verteren dan zijn voorganger. De basis in vrijwel alle nummers wordt gelegd door simpele gitaarriffs. Toch is het gitaarwerk een stuk interessanter en minder voor de hand liggend dan op Fallen het geval was.

Als we het over Lee zelf hebben kunnen we twee dingen concluderen: ze zingt gevarieerder en haar teksten zijn persoonlijker dan ooit. Waar ze eerst vooral schreef over algemene zaken wat betreft de liefde, zijn de teksten nu direct te linken aan recente en minder recente gebeurtenissen in haar leven. Zo doet ze in Call Me When You’re Sober zonder enige geheimzinnigheid een boekje open over haar verbroken relatie met Seether zanger Shaun Morgan en het zwaar emotionele Like You gaat over het verlies van haar driejarige zusje, toen ze zelf zes was. The Open Door komt duidelijk een stuk minder commercieel over dan Fallen en zal daarom wellicht eerst een aantal maal gedraaid moeten worden voordat het kwartje valt. Is dat eenmaal gebeurd dan zal blijken dat dit ook weer een plaat is waar veel luisterplezier aan beleefd zal worden.



Survivor - Reach

Jaar van release: 2006
Label: Frontiers

Eindelijk, eindelijk is er dan een opvolger voor de sublieme ‘Too Hot To Sleep’ CD uit 1989. Het lange wachten (maar liefst zestien jaar!) wordt dan uiteindelijk toch beloond met het uitbrengen van de nieuwe Survivor plaat ‘Reach’. Frontiers schijnt er trouwens een handje van te hebben op grootheden uit het verleden weer opnieuw tot leven te wekken, want een tijdje geleden heeft men Journey ook op eenzelfde wijze weer in het voetlicht geplaatst, maar dit terzijde.
Ik was heel erg benieuwd of het Survivor van vandaag het uitzonderlijk hoge niveau van vroeger zou kunnen evenaren, of misschien zelfs overtreffen. Vooral had ik hier sterke twijfels over omdat Jim Peterik geen deelgenoot uitmaakte van de Survivor anno 2006 en helaas zijn mijn twijfels bewaarheid geworden. Dat wil absoluut niet zeggen dat ‘Reach’ een slechte plaat is, verre van dat zelfs, maar het niveau van een ‘Too Hot To Sleep’ of een ‘Vital Signs’ wordt zeker niet gehaald.
De kern van de band wordt gevormd door old-timer Frankie Sullivan (gitaar, en jammer genoeg soms ook op zang!) en zanger Jimi Jamison, aangevuld met drummer Mark Droubay, bassist Barry Dunaway en keyboardspeler Chris Grove. Het schijnt dat er op ‘Reach’ materiaal te vinden is dat reeds in de jaren negentig geschreven is en het zou me niets verbazen als beide openingsnummers hiertoe behoren want zowel titelnummer ‘Reach’ als het navolgende ‘Fire Makes Steel’ zijn nummers die wel kunnen concurreren met de Survivor toppers uit de tachtiger jaren. Jammer genoeg zakt het niveau in met ‘Nevertheless’, waarop Frankie Sullivan besloten heeft de vocalen voor zijn rekening te nemen. Niets ten nadele van de heer Sullivan, maar ik begrijp niet goed waarom hij hiertoe besloten heeft als je met Jimi Jamison één van de beste A.O.R.-zanger uit de business in je band hebt zitten. Gelukkig staat Jimi weer achter de microfoon bij de volgende tracks ‘Seconds Away’ en ‘One More Chance’, maar deze twee nummers missen dan weer het sprankelende van beide openers. Het wordt weer beter bij ‘Gimme The Word’, waarop de band laat horen dat ze het rocken nog niet verleerd zijn. Van de overige zes nummers bevallen me het wederom door Sullivan gezongen ‘Talkin’ ‘Bout Love’ (zou met Jamison achter de microfoon ongetwijfeld nog beter geklonken hebben) en het up-tempo ‘Don’t Give Up’ het beste, de overige vier songs zijn aardig maar niet meer dan dat (het afsluitende ‘Home’ vind ik zelfs Survivor-onwaardig!).
Ondanks het feit dat deze ‘Reach’ zeker niet het niveau heeft van de jaren tachtig releases van Survivor, ben ik toch zeer te spreken over dit come-back album en hoop ik van ganzer harte dat het niet bij een eenmalige gebeurtenis blijft!



Delain - Lucidity

Jaar van release: 2006 
Label: Roadrunner Records 

Nog voordat het album Mother Earth van Within Temptation een hit werd, had toetsenist Martijn Westerholt de band al wegens ziekte verlaten. Nu, een half decennium later, heeft Westerholt samen met voormalig To Elysium-zangeres Charlotte Wessels een groots project opgezet dat de naam Delain heeft meegekregen.

Dankzij zijn connecties in de muziekwereld was het voor Westerholt geen probleem om wat gastbijdrages te regelen. Desondanks is het lijstje muzikanten die meewerkten aan Lucidity bijzonder indrukwekkend. Sharon den Adel (Within Temptation), Liv Kristine (Leaves’ Eyes), Marko Hietala (Nightwish) en Ad Sluyter (Epica) zijn de bekendste namen, maar ook (ex-)leden van God Dethroned, Orphanage en Satyrian zijn op het album terug te horen.

De muziek dan. Het moge duidelijk zijn dat Lucidity dankzij de inbreng van eerdergenoemde namen een gevarieerde plaat is geworden. Toch kun je stellen dat zoete gothic-rock met een dikke metalen rand (in de trant van Within Temptation en Leaves’ Eyes) de hoofdmoot vormt. Het aandeel van Westerholt zelf is ook niet gering. Zijn symfonische keyboardklanken zijn namelijk nadrukkelijk aanwezig. Daarnaast is het de jeugdige Wessels die de meeste nummers van popachtige vocalen heeft voorzien, al dan niet bijgestaan door één van de gastmuzikanten, die doen wat je van hun gewend bent.

Met de hulp van zoveel grote muzikanten is het haast niet mogelijk om een wanprestatie te leveren. Dat is dan ook absoluut niet het geval. Lucidity, dat uitkomt op Roadrunner Records, is een prachtplaat geworden en is verplichte kost voor iedereen die één of meerdere albums van de in deze review genoemde bands in huis heeft. Een aanrader dus.



Phenomena - Psycho Fantasy 

 Jaar van release: 2006
Label: Escape Music

De vierde cd van Phenomena is de eerste cd die ik in 2006 mag bespreken. Helaas is het geen hoogvlieger geworden. De opzet van dit album is gelijk aan die van voorgangers ‘Phenomena’, ‘Phenomena II – Dream Runner’ en ‘Phenomena III – Innervisions’, een concept album waarop verschillende zangers een bijdrage leveren.
Gastzanger van het eerste uur Glenn Hughes is weer van de partij en levert op ‘Sunrise’, ‘Touch My Life’, ‘Higher’ en ‘How Do You Feel’ de vocale topprestaties die we van hem verwachten. Ook voormalig Black Sabbath zanger Tony Martin doet een duit in het zakje en blinkt uit in ‘Killing For The Thrill’, een logge stamper die aan Manowar en zijn oude band doet denken. Andere deelnemers aan het project zijn zanger Keith Murell (Mama’s Boys), zangeres Lee Small en gitaristen Mel Galley (ex Whitesnake) en JJ Marsh (uit Glenn Hughes zijn begeleidingsband). De goede vocale prestaties kunnen echter niet verbloemen dat het songmateriaal behoorlijk doorsnee is. Een nummer als ’60 Seconds’ is zelfs ronduit saai. Medio jaren tachtig zou Tom Galley, de motor achter dit project, met ‘Psycho Fantasy’ ongetwijfeld een zeer goede indruk mee hebben gemaakt, maar ruim twintig jaar later gaat die vlieger niet meer op. Het is degelijke, maar zeer voorspelbare hardrock die weliswaar niemand zal teleurstellen, maar ook bij niemand het bloed sneller zal doen stromen.