Rainbow – Ritchie Blackmore’s Rainbow

Jaar van release: 1975
Label: Polydor Records 

In 1974 besloot Ritchie Blackmore te vertrekken bij Deep Purple. Hij hield blijkbaar niet van het nieuwe geluid van de band, en was teleurgesteld van de band nieuwste album Stormbringer. Na het verlaten van de band, keek Blackmore uit naar het maken van een solo-album. Hij ontmoette de toenmalige onbekende Ronnie James Dio, en samen met de voormalige bandleden van Dio's (Elf), nam hij het eerste album op. Intentie achter het album was om neo-klassieke Metal te combineren met mystieke teksten. Dio was gewoon de man voor de job, het schrijven van teksten voor het hele album, zoals het middeleeuwse 'The Temple Of The King' en 'Sixteen Century Greensleeves'. 

Het album begint met 'The Man On The Silver Mountain', dat is duidelijk een van de hoogtepunten van het album. Dit nummer volgt, (of moet ik zeggen leads?) de klassieke Rainbow structuur catchy en bluesy. De ingrediënten worden als samengebracht tot een klassiek album : Blackmore’s geweldige gitaar riffs vergezeld van Dio's krachtige zang en zijn mystieke teksten. De rest van de band huppelt achter het twee tal aan. Dezelfde structuur gaat op voor het grootste deel van het album, met 'Snake Charmer' en 'Selfportrait' zijn twee bijzonder goede semi ballads, vooral in de jaren 70 waar met de intrede van de hardrock vooral alleen hard werd gespeeld. Het maakt het album dan ook tot een gevariëerd album.
Dio bewijst dat hij een ballad net zo goed als een Hardrock stukje kan zingen. 'Catch The Rainbow' is een langzame ballad, met grote teksten, en hoewel de akkoorden eenvoudig zijn en met de duur van 6 minuten niet in verveling geraakt.
Maar dan is er 'The Temple Of The King', ook eigenlijk een (semi) ballad, en naar mijn mening het beste nummer van het album. De teksten zijn geweldig, en Dio prestatie is van wereldniveau. Zowel de melodie en de akkoorden zijn zo simpel, maar zo mooi - en de solo is net zo goed. De productie is in handen van Martin Birch, deze heeft zeker bij gedragen om het geluid op de juiste wijze te vertalen, naar de uiteindelijke Rainbow sound. 

Ritchie Blackmore's Rainbow is een van de hoekstenen van Heavy Metal. Rainbow was een van de meest invloedrijke bands van de tijd, samen met Deep Purple. Deze band introduceerde hiermee in de wereld een van de beste vocalist, die  ooit geleefd heeft.



 Rainbow - Rising /Long Live Rock 'N Roll

 
Jaar van release: 1976/1978
Label: Polydor Records

Kant B van Rainbow’s Rising is onovertroffen. Stargazer is de ultieme power metal song. Ronnie James Dio’s machtige stem, Ritchie Blackmore’s slepende riffs en Cozy Powell’s donderslagen smelten samen tot een bombastisch geluid dat een 11 registreert op de schaal van Richter. Tony Carey’s keyboards voegen een hypnotiserend element toe, ondersteund door het Münchener Philharmonisch Orkest. De lange, neo-klassieke gitaarsolo is van eenzame klasse en het verhaal, over een tovenaar die een stenen toren laat bouwen, is ongekend episch.

Het snelle A Light In The Black is eveneens ruim acht minuten lang, vervolgt het verhaal uit Stargazer en is een voorloper van speed metal. De solosectie in het midden, waarin keyboards en gitaar schitteren, duurt maar liefst drieëneenhalve minuut. Tesamen vormen deze twee songs een blauwdruk die vele power en speed metal bands heeft geïnspireerd, zonder dat het origineel ooit is geëvenaard.

De vier songs op kant A zijn weliswaar goed, maar voorkomen toch, samen met de korte speelduur van ruim een half uur, dat ik de maximale score geef aan dit album. Een futuristische keyboard-solo opent het sterke Tarot Woman, dat dicht in de buurt komt van de grootsheid van de twee songs op kant B. Enig minpuntje van dit nummer is het wat eenvoudige refrein, waarin de regel “I don’t know” vier keer achter elkaar wordt herhaald.

Run With The Wolf is een typische Dio-kraker, terwijl de single Starstruck een pakkende rocker is over een vervelende groupie. De minste compositie is het korte Do You Close Your Eyes. Het gitaarspel van Blackmore en de zang van de kleine man met de grote longinhoud zouden echter een bewerking van het verzamelde werk van Vader Abraham nog interessant maken. 

In 1978 brengt Rainbow hun laatste album uit met de vermaarde zanger Ronnie James Dio. Muzikaal gezien was het hoogtepunt al bereikt met de vorige twee albums "Ritchie Blackmore's Rainbow" en "Rising".  Maar op het album "Long Live Rock 'N Roll staan ook een paar monumentale nummers. Inmiddels heeft de band al een behoorlijke schare fans opgebouwd, mede hierdoor werd in 1977 het live album "On Stage" op de markt gebracht.

 Zo werd het nummer "Kill The King" al ten gehore gebracht op het live-album en krijgen we hier het studio-exemplaar voorgeschoteld. Het nummer heeft hierdoor een veel voller geluid gekregen. Een ander prominent nummer is het titelnummer "Long Live Rock 'N Roll", dat ook nog jaren later te horen is bij menig concert van DIO. Het nummer "L.A. Connection" is het nummer waarvoor de band heeft gekozen om deze als single weg te zetten en daar is zelfs een videoshoot van genomen. Het beste nummer van het album is het misterieuze opgebouwde "Gates Of Babylon" met magistraal gitaarwerk van Ritchie Blackmore die met donkere en orchestraal gitaarspel veel afwisseling brengt en  met bijna 7 minuten het een na langste nummer. Het langste nummer "Rainbow Eyes" is een zeer rustig balladesque nummer waar Dio's stem tot zijn volle recht komt. 



Teaser - Teaser

Jaar van Release: 1978
Label: Vertigo

Eerste semi-professionele hardrock-band van de Nederlandse stergitarist Adje Vandenberg, die daarnaast sessies doet met o.a. boogie woogie-pianist Jaap Dekker. Voordien heeft hij deel uitgemaakt van de formatie Mother of Pearl en Darling, waarmee hij een single maakt, "Guitar Man". Teaser is een niet onaardige imitatie van Bad Company. Op de enige muzikale werkje die de groep maakt, komt Adje met gelijksoortige, heavy rhythm & blues-nummers aan en weet Jos Veldhuizende zang van Paul Rodgers aardig te benaderen. De produktie is nogal povertjes te noemen. Na 3 jaar in het clubcircuit te hebben rondgezworven wordt uiteindelijk de band opgeheven.  Jaren later wordt het album opnieuw uitgebracht waarop de single "Oh Teresa" zowel in de oorspronkelijke glorie alswel in een nieuwe mix te beluisteren valt. Verder hoogtepunten op het album zijn "Don't Try To Change Me", "Ride On The Train" en "Don't Break My Heart". Voor verstokte Vandenberg fans een must. Vooral uit dit album is te beluisteren waar de roots liggen van onze Nederlandse topgitarist. Dit album is dan vooral blues georienteerd, met een heavy gitaarsound. Op latere Whitesnake albums zoals "Restless Heart" en zijn project "Manic Eden" zijn deze invloeden dan ook zeer herkenbaar.



Black Sabbath - Heaven and Hell

Jaar van Release: 1980
Label: Vertigo 

Na zes uitstekende albums kregen drank- en drugsproblemen de overhand bij Black Sabbath. De volgende en laatste twee albums met Ozzy Osbourne (‘Technical Ecstacy’ en ‘Never Say Die’) konden niet tippen aan de illustere voorgangers en tot overmaat van ramp werd de band tijdens een tournee door eigen land avond na avond weggeblazen door een destijds nog jeugdig en springlevend Van Halen. Na het vertrek van Ozzy Osbourne eind jaren zeventig gaven de overige leden de moed niet op. Iommi, Butler en Ward recruteerden ex-Elf en Rainbow zanger Ronnie James Dio en namen met hem de geweldige plaat ‘Heaven and Hell’op. Dat album was er mede voor verantwoordelijk dat 1980 de boeken inging als beste hardrockjaar ooit.
‘Heaven and Hell’ is zo’n album waarvoor de Engelsen een prachtige uitdrukking hebben: “All killers, no fillers.” Die vier woorden vatten eigenlijk het album samen want het album kent louter geweldige nummers. ‘Neon Knights’ opent het album energiek en maakt meteen duidelijk dat Black Sabbath een leven na Ozzy heeft. Sterker nog, met Ozzy klonken ze nooit zo energiek. Een indruk die nog eens wordt bevestigd met ‘Lady Evil. Daar tussenin zit het meesterwerkje ‘Children Of The Sea’ waarop Dio zijn klasse onderstreept. Het titelnummer is gebaseerd op een van de meest klassieke riffs die ooit uit de Iommi kwam. ‘Die Young’ laat opnieuw een bruisende, herboren band horen. Het midtempo nummer ‘Walk Away’ en het epische ‘Lonely Is The Word’ besluiten het album op grootste en waardige wijze.




Michael Schenker Group - The Michael Schenker Group

Jaar van Release : 1980
Label : CHRYSALIS

 Schorpions, UFO en de jaren zeventig achterlatend, verwelkomt de Duitse gitarist Michael Schenker de jaren 1980 door een solocarrière aan te gaan met een zelfbenoemde band.

Michael Schenker voelde zich jarenlang bijzonder ongelukkig in UFO. Middenin een Amerikaanse tournee verdween de Duitse gitaargod van de aardbodem, maar in 1980 kwam hij heavy & clean terug met zijn eigen Michael Schenker Group. Een ijzersterke melodieuze hardrockformatie, wier titelloze debuut recht in de roos schoot. Bijna dertig jaar na dato zijn hun eerste albums uitstekend geremasterd opnieuw uitgebracht. Met name het laag heeft meer ballen en de drums (op het debuut een excellerende Simon Phillips.

De gitaar van Schenker is zeer aanwezig en energiek zonder ooit in dezelfde baanbrekende klasse te zitten als de groten van die tijd, zoals Blackmore, Van Halen, Iommi en de Maiden-tweeling. Gary Barden op zang heeft een goed bereik en voorziet de nummers hierdaar van een beetje irritante emotie, maar hij klinkt altijd gespannen.

De drums, bas en keyboard spel werden na het eerste album vervangen, ondanks de aanwezigheid van talent als Simon Phillips en Don Airy, om te worden vervangen door meer bekende namen als Cozy Powell en Paul Raymond. Het maakt echt niet veel uit: de drums, bas en toetsenborden komen nooit uit de diepe achtergrond van beide albums.

Armed And Ready en het instrumentale Into The Arena zijn de twee beste nummers van de partij. Er zijn verschillende andere solide nummers te vinden, waaronder Cry For The Nation , Lost Horizons , On And On , Let Sleeping Dogs Lie , and But I Want More . Achteraf gezien is dit waarschijnlijk het beste album dat de gitarist heeft afgeleverd. Het lijkt erop dat hij op geen enkel album de juiste muzikanten weet te vinden. Er zijn dan ook legio muzikanten en zangers die de man heeft versleten.  Niemand is wereldschokkend, maar ze creëren wel een respectabele erfenis. Michael Schenker was misschien geen metal-pionier, maar met zijn vliegende V was hij een graag geziene bijdrager.




Black Sabbath - Mob Rules

Jaar van Release: 1981
Label: Vertigo

 Op 16 mei 2010 overleed de kleine man met de grote stem inderdaad in de vroege ochtend (plaatselijke tijd), kort na zonsopkomst. Het regende al enige tijd in de harten van veel metalfans, na de bekendmaking dat hij getroffen was door een vreselijke ziekte. Op deze trieste zondag verdween definitief alle hoop op het alom gewenste herstel. Ondanks zijn goddelijke stemgeluid en duivelse composities, bleek ook Dio uiteindelijk een sterfelijk wezen te zijn.

Eén van mijn vroegste jeugdherinneringen is een vrolijke kikker die uit volle borst Love Is All zingt. De getekende videoclip van de nummer 1 hit uit 1975 staat voor altijd in mijn geheugen gegrift en wakkerde op driejarige leeftijd mijn blijvende interesse in muziek aan. Aangezien de single onder de artiestennaam Roger Glover And Guests verscheen, heb ik jarenlang gedacht dat het nummer gezongen werd door ene Roger Glover. Wist ik veel dat dat de bassist van Deep Purple (en een succesvolle platenproducent) was. In de jaren tachtig maakte ik echter kennis met het werk van Rainbow, Black Sabbath en Dio, om zo de waarheid te ontdekken.

Niet alleen was Ronnie James Dio de artiestennaam van de zanger die me ooit (vermomd als kikker) aanstak met het muziekvirus, maar deze geweldenaar bleek zich bovendien te hebben ontwikkeld tot de beste metalzanger die er tot dusver op aarde heeft rondgelopen. Minstens zes albums waarop hij de longen uit zijn lijf schreeuwt, behoren mijns inziens in de platenkast van elke metalfan te staan: Rainbow’s Rising en Long Live Rock ‘N’ Roll, Black Sabbath’s Heaven And Hell en Mob Rules, en Dio’s Holy Diver en The Last In Line. Tussen 1976 en 1984 veranderde alles wat de beste man aanraakte in goud. Daarbij is de kans groot dat als je deze albums aanschaft en beluistert, je daarna ook alle andere platen die hij uitbracht in je bezit wilt hebben.

Laten we de klassieker Mob Rules eens onder de loep nemen, om te bepalen wat er nou zo bijzonder was aan het werk van Ronnie James Dio. Opener Turn Up The Night is meteen een goed voorbeeld. Weliswaar is het een lekkere up-tempo rocker met puike riffs van grootmeester Tony Iommi, maar met een doorsnee vocalist was het toch een vrij doorsnee nummer geweest. De zanglijnen en machtige strot van Dio tillen het nummer echter naar grote hoogte. Op jonge leeftijd speelde de tenger gebouwde Ronnie op diverse blaasinstrumenten, en naar eigen zeggen dankt hij daar zijn opzienbarend krachtige stemgeluid aan. Ook bij het tweede nummer, de mid-tempo kraker Voodoo, blijkt weer dat zijn zang vaak het verschil maakt tussen goed en geweldig.

Het daaropvolgende The Sign Of The Southern Cross laat daarentegen zien dat niet alleen Dio’s vocale prestaties, maar tevens zijn compositorische kwaliteiten hem tot een legende hebben gemaakt. Eind jaren zeventig was Black Sabbath op sterven na dood en konden gitarist Iommi en bassist Geezer Butler met hun schrijfsels nauwelijks nog een deuk in een pakje boter slaan. Na de komst van Dio als opvolger van Ozzy Osbourne leverde Sabbath echter opeens weer twee klassieke albums af. De conclusie is dan ook dat Dio als songwriter in die jaren op zijn hoogtepunt was aanbeland en Sabbath een geweldige creatieve impuls heeft gegeven.

Het epische doom-meesterwerk The Sign Of The Southern Cross is daar een lichtend voorbeeld van. Ook het magistraal opgebouwde Falling Off The Edge Of The World en de meezinger The Mob Rules behoren tot het beste van het beste wat heavy metal te bieden heeft. De overige songs zijn misschien iets minder imposant, maar nog altijd bijzonder smakelijk. 



Iron Maiden - The Number Of The Beast

Jaar van release: 1982
Label: EMI Records

Gek genoeg was er nog geen review online van misschien niet het beste, maar in ieder geval het belangrijkste album uit de carriere van heavy metal band Iron Maiden. Het belangrijkste, omdat met The Number Of The Beast de definitieve doorbraak kwam voor de band, mede onder invloed van voormalig Samson zanger Bruce Dickinson. Met dit album ging Maiden de succesvolste periode uit haar geschiedenis in, de basis voor albums als Powerslave en het legendarische Live After Death waren gelegd.8 Nummers op deze cd, waarvan er 3 nog bijna elk concert worden gespeeld. De opener, Invaders, behoort niet tot dit rijtje, maar is daarom nog geen slecht nummer. Een goede opener, waarbij de toenmalige fans meteen al goed kennis konden maken met de stem van Bruce, die danig van die van Paul Di'Anno verschilde.
Het tweede nummer is volgens mij de beste van de cd, zo niet het beste nummer dat Iron Maiden ooit gemaakt heeft. In Children Of The Damned rekent Bruce glashard af met Paul, wat een uithalen, wat een emotie, geniaal gewoon. Muziekaal zit dit nummer ook tip top in orde, de gitaarsolo aan het einde hoe dan ook het mooiste stukje muziek dat ik me kan voorstellen, en nogmaals, wat Bruce presteert is ongekend. Na dit nummer gehoord te hebben weet je weer wie de metal regeerd, Iron fucking Maiden.
I'm not a number, I'm a free man! The Prisoner is ook al zo'n nummer dat lekker loopt, en goed in je hoofd blijft hangen. Vooral de drums in dit nummer zijn leuk, luister maar eens goed.

Met 22 Accacia Avenue gaat het verhaal over Charlotte the Harlot, de prostituee die we in het gelijknamige nummer al op het eerste album leerden kennen, verder. Een typisch 'The Number Of The Beast' nummer, dat mooi in de lijn van het album past. Net als Charlotte the Harlot doet het wat vrolijker aan dan de meeste andere Maiden-nummers, ook al heeft de bas van Steve in dit nummer een grotere rol dan in het eerste deel van het verhaal.
Nadat Bruce een stukje heeft voorgelezen uit de bijbel begint de knallen van dit album, de grootste klassieker van de band. The Number Of The Beast, voila. Ratelende bas, afwisselende gitaren, lyrics die in die tijd nog shockerend waren, kortom, wat wil je nog meer. Het is niet voor niks dat dit nummer op elk concert nog wordt gespeeld.
De ene knaller volgt de andere op. Run To The Hills dus. Een catchy refrein en een krachtig zingende Bruce, dit nummer kan zich zonder problemen meten met nummers als The Number Of The Beast, The Trooper en 2 Minutes To Midnight.
Gangland is naar mijn mening een heel erg ondergewadeerd nummer. Het begint al met de drum-intro en de binnenkomst van de gitaren. Gewoonweg gaaf, heel erg gaaf. Het is het enige nummer op de cd waar Steve Harris niet aan mee heeft geschreven, het is gemaakt door gitarist Adrian Smith en toenmalig drummer Clive Burr, en dat verschil hoor je. Het nummer is meer gitaar- en drumgericht dan de rest van de cd, een leuke afwisseling.Het laatste, maar zeker niet slechtse, nummer is ook een klassieker. Wie kent Hallowed Be Thy Name immers niet? Je zou het het eerste epische nummer van de band kunnen noemen, het wisselt harde, snelle stukken af met rustige en langzame, stukken, om dan razendsnel te eindigen. De muziek vertolkt de gevoelens van de ter dood veroordeelde hoofdpersoon bijna letterlijk. Another masterpiece brought by Steve Harris.

Conclusie: heersch. Als je dit album niet hebt: koop het, en noem jezelf anders geen metalfan. De klassieker der klassiekers.



Dio – Holy Diver

Jaar van Release: 1983
Label: Vertigo 

 Dio's invloed in de heavy metal scene is enorm geweest. Met maar liefst drie klassieke LP's, en zijn eerste grote optreden met Ritchie Blackmore's Rainbow, met wie hij drie albums opnam, met als hoogtepunt Rising, uitgebracht in 1976. Daarna vertrok hin naar Black Sabbath, nadat ze had Ozzy Osbourne hadden ontslagen. Hier maakt hij de klassieker Heaven and Hell in 1980.  In 1983 brak Ronnie met Sabbath om zijn eigen band Dio te vormen. Met de toenmalige onbekende Iers gitarist Vivian Campbell, voormalig Rainbow bandmate Jimmy Bain en Sabbat drummer Vinny Appice. Het in 1983 gemaakte Holy Diver is dan in het DIO tijdperk dan ook heden ten dage een klassierker. De kleine zanger had geleerd van zijn ervaringen met Rainbow en Black Sabbath, maar in beide groepen, was hij niet de belangrijkste creatieve kracht achter de band.  Holy Diver is de potentie, die Dio altijd al getoond had, volledig los gelaten: het werd een blauwdruk voor vele hardrockgroepen, die hierdoor sterk zijn beïnvloed. Dio heeft altijd dezelfde ethiek gehouden gedurende zijn carrière. Het maakte ook dat Holy Diver nooit werd overtroffen, deze plaat staat op eenzame hoogte. 

Het belangrijkste verkoop argument over Dio is, natuurlijk, Ronnie James Dio, die met gemak zijn uiterst krachtige stem (die hij hield in een geweldige vorm tot aan zijn dood, in tegenstelling tot bijna elk van zijn tijd genoten). De zanger was ook erg gelukkig in zijn keuze met gitarist Vivian Campbell, wiens creativiteit en talent een sterke drijf veer was. Na Dio zelf, heeft Campbell  het meest bijgedragen aan het songwriting, de nummers zijn consequent sterke en gevarieerd. De twee beste nummers op het album zijn volledig van de hand Ronnie James Dio. Het epische titel nummer verlangt meer zangprestaties dan ide andere nummers op het album. Het mystieke intro is natuurlijk een ander handelsmerk en Campbell's solo met tempowisselingen in het nummer zijn zeer smaakvol. De andere tijdloze klassieker is geen andere dan Don't Talk to Strangers.  Rainbow in the Dark is een ander Dio classic, hoewel de  zanger eigenlijk dit nummer niet heeft willen opnemen op het album.  De opening keyboards (gespeeld door Dio) zijn eigenlijk heel catchy, maar nog steeds onmiddellijke herkenbaar. 

De zwakke broeder op de plaat is het nummer Invisible, maar een dergelijke kleine misstap kan worden vergeven. Holy Diver is een tijdloos klassieke metaalplaat  gemaakt door een man die heeft kunnen terugkijken op een lange en succesvolle carrière in de muziek. Ronnie James Dio is enig in zijn soort. Een ware must voor een hardrock liefhebber deze mag niet in de collectie ontbreken.



Iron Maiden - Piece Of Mind

Jaar van release:  1983
Label: EMI Records

Met Piece Of Mind uit 1983 begon de periode van Iron Maiden's meest stabiele line-up (die zo'n 6 jaar duurde en 4 studioalbums en 1 live album opleverde), en volgens velen ook de beste line-up. Drummer Clive Burr verliet de band na de Beast On The Road tour in 1982 om persoonlijke redenen, en zijn vervanger werd gevonden in Trust-drummer Nicko McBrain.

Nieuw bandlid McBrain moest op het album natuurlijk gelijk bewijzen een waardige opvolger van Burr te zijn. Gelijk bij het eerste nummer, Where Eagles Dare (gebaseerd op het boek van Alistair MacLean, waarvan ook een film met Clint Eastwood is gemaakt), laat Nicko horen wat hij kan. Een lekker vlot nummer, waarin ook de geweldige zang van Bruce Dickinson goed naar voren komt.

Revelations is het enige nummer op het album wat door Bruce Dickinson alleen geschreven is. Het tempo ligt niet al te hoog, behalve in de instrumentale delen, maar het is gewoon een heel lekker nummer. Waar het nummer precies over gaat is me na al die jaren eigenlijk nog een raadsel.

Het album bevat ook een paar nummers over oorlog. Die With Your Boots On en The Trooper zijn beide klassiekers, waarin goed te horen is waarom Maiden zo populair was: een lekker tempo, lekkere riffs, en heerlijke gitaarsolos. The Trooper is blijkbaar ook een favoriet van de band, want het is het enige nummer van het album wat na al die jaren nog altijd live gespeeld wordt.

Een van de beste nummers op het album is Still Life. Het begint, na de onverstaanbare intro (die overigens achterstevoren is), heel rustig, heel gevoelig. Maar na een couplet komen de gitaren en drums er bij, en bouwt het op naar het refrein. Fantastische muziek, vergezeld door de fantastische zang van Bruce. Het album sluit af met To Tame A Land, wat gebaseerd is op het boek Dune van Frank Herbert, maar waarvoor ze niet de toestemming kregen om de naam te gebruiken. Dit nummer opent ook rustig, met een paar prachtig stukjes gitaarwerk. Dan gaat het verder in een enigzins galopperend ritme, met tussen de coupletten weer erg lekkere gitaren. Na een rustiger stuk volgt nog een prachtig instrumentaal stuk van een minuut of 3, wat het album afsluit.

Jammergenoeg bevat het album ook 3 hele simpele, standaard nummers. Flight Of Icarus is nog de beste van de drie, maar is eigenlijk ook maar een middelmatig nummer. De andere twee nummers zijn Sun And Steel en Quest For Fire. Beide zijn simpele recht-toe-recht-aan rockers, waarvan Quest For Fire echter nogal belachelijke text heeft. Ok er zijn tal van slechtere nummers, maar vergeleken bij juweeltjes als Revelations, Still Life en To Tame A Land zijn deze nummers toch echt van mindere kwaliteit.

Ook de albumcover is natuurlijk van fantastische kwaliteit, zoals op de meeste Maiden albums het geval is. Natuurlijk was de cover getekend door Derek Riggs, die voor deze gelegenheid een kaalgeschoren Eddie in een dwangbuis stopte. De albumtitel is natuurlijk een woordgrap, maar de cover laat zien dat Eddie's hersenpan gelicht is, om waarschijnlijk een deel van zijn hersens weg te halen.



 

Vandenberg – Heading For A Storm

Jaar van Release: 1983

Label : ATCO

Heading For A Storm verscheen een jaar na het zeer succesvolle debuutalbum Vandenberg. Op die plaat staat de megahit Burning Heart en mede door dat nummer werd Vandenberg als voorprogramma gevraagd voor topbands als Kiss en Ozzy Osbourne. Het tweede album blijkt helaas niet zo aan te slaan als het debuut, maar toch bevat Heading For A Storm wel degelijk een aantal zeer goede hardrocknummers. Net zoals op het debuut zijn alle liedjes weer geschreven door Adje Vandenberg en opnieuw werd het album weer geproduceerd door Stuart Epps in de legendarische Jimmy Page-studio’s.

 Heading For A Storm opent met Friday Night en Welcome To The Club. Beide waren potentiёle hitnummers. Waarom dat toch niet lukte, blijft een mysterie, maar het had waarschijnlijk met de verandering in muziekstijl te maken. De semiballade Different Worlds was gelukkig voor de band wel een bescheiden hit en werd vooral gezien als de opvolger van het zo succesvolle Burning Heart.

 Heading For A Storm stelde met een 169ste plaats in de Amerikaanse hitparade nogal teleur en het derde album Alibi deed het nog slechter. Toch blijft Vandenbergs tweede album meer dan de moeite waard, zeker al door de toch weer imponerende gitaarsolo’s van Adje. Ook de surrealistische hoes van het album, geschilderd door de gitarist zelf, is opmerkelijk. En was muzikaal gezien een stap verder dan het debuut. Een pracht plaat, maar had de pech, dat het grote publiek, meer nummers ala Burning Heart op het oog had. Wanneer je de nummers opnieuw luistert zou de plaat toch meer credits moeten hebben dan het debuut. Al met al een album waar de echte Vandenberg sound nog te horen is. En heden ten dage een echte, misschien wel een vergeten klassieker mag worden genoemd.




Queensrÿche - Queensrÿche

Jaar van Release : 1983

Label : EMI

Oorspronkelijk opgenomen toen de groep nog steeds bekend stond als The Mob, dient Queensryche's debuut-EP als een van de meest conventionele en toch definitieve uitspraken van de band. De vier nummers hebben meer te zeggen dan de volledige lengte van de band en drukken tegelijkertijd hun invloeden uit, terwijl ze verwijzen naar de schaduw die ze over de prog-muziekscene zouden werpen.

 Gezien het feit dat de band nog grotendeels op hun Iron Maiden en Ronnie James Dio invloeden reed, is het niet zo verrassend dat deze EP hun meest metalgeoriënteerde release tot nu toe is. De songwriting is rechtlijnig, de gitaren opereren op agressievere tempo's, de zang is net zo charismatisch als hoog, en de productie-opdracht is ook hun grittiest.

Maar zelfs in hun vroegste dagen had de band verschillende nuances die ze boven de meeste traditionele metal vestigde. Je zult hier geen epics zien maar tracks zoals de onsterfelijke "Queen Of The Reich" bieden een zekere mate van structurele complexiteit, terwijl "The Lady Wore Black"  met een aantal toeters en bellen, die ervoor zorgen dat het niet je typische power ballad wordt. De geraffineerde sound van de band werd ook stevig bevestigd door hun debuut, waardoor ze hun tijdgenoten in Fates Warning en Savatage twee stappen voor waren.

De zang van Geoff Tate wat Queensryche echt onderscheidt van de rest in het genre. Hij biedt veel afwisseling en controle bij zijn vocale prestatie, met zijn jammerkreten en meesterlijke overgangen van laag naar hoog op bijvoorbeeld 'The Lady Wore Black'.

Hoewel het is overschaduwd door de beste (en de slechtste) toekomstige afleveringen, laat de debuut-EP van Queensryche zien dat de band sterk begint. Ondanks dat er slechts vier nummers worden getoond, zijn er een paar klassieke nummers aan boord en zwaardere metalfans zullen dit wellicht een ideaal startpunt vinden als ze niet al over de verplichte Mindcrime beschikken. Hoe dan ook, het is gewoon meer bewijs dat 1983 een verdomd goed jaar was ...



Dio –The Last in Line

Jaar van Release: 1984
Label: Vertigo

The Last in line is het tweede studio-album van Ronnie James Dio, volgens velen de beste zanger die er heeft rondgelopen. Het is een waardige opvolger van Holy Diver. Het album is mysterieus en catchy.  Het is een mix van Rainbow en Black Sabbath, waarbij dit album iets meer naar de Sabbath kant neigt.  De stem van Dio blaast zoals gewoonlijk de hele band weg,  maar er moet gezegd worden dat Dio in de jonge Ier Vivian Campbell een schitterende gitarist in zijn gelederen heeft.  De ritme sectie wordt degelijk ingevuld door drummer Vinnie Appice (ex-Black Sabbath) en bassist Jimmy Bain (ex-Rainbow) .  De kleine man met de grote longen blijft een mysterie, en dat is precies wat hij wil. De plaat wordt als stuk op gevoerd , zoals dat ook bij een opera gebeurd. Politiek verantwoorde teksten hoef je van Dio niet te verwachten. Dio blijft over het algemeen hangen in verhalen over draken, princessen of te wel donkere en dramatische “sprookjes”.  Opener “We Rock”  is een van de klassiekers, die bijna op elke Dio optreden wel te horen was. Maar ook nummers als “One Night in the City”, “Mystery” en “Egypt” zijn van het zelfde niveau.




Deep Purple – Perfect Stranger

Jaar van release: 1984
Label : Polydor

 In 1984 kwam Deep Purple voor het eerst sinds negen jaar weer terug op de markt met een comeback-album in de vorm van Perfect Strangers. Niet de originele line-up, maar de tweede generatie van de Britse rockband hervond de mogelijkheid om samen te werken en het album mocht er muzikaal ook helemaal zijn. Tijd dus voor een herpersing, zo dachten ze bij Wax Cathedral Records…Dat is overigens niet gegarandeerd met comeback-albums. De geschiedenis biedt hier voorbeelden te over, die het niet waard zijn om hier op te sommen. Maar voor het eerst sinds Who Do We Think We Are uit 1973 waren het Ritchie Blackmore, Roger Glover, Ian Gillan, Jon Lord en Ian Paice die indertijd als Deep Purple Mark II bekendstonden en hier het muzikale stokje weer oppikten onder dezelfde bandnaam. De rockliefhebber weet dan meteen dat er enorm veel talent is samengebonden, want de vijf heren waren dan ook verbonden aaan de bands Rainbow, Black Sabbath, Whitesnakeen de band van Gary Moore. En hoewel het album indertijd niet erg positief werd ontvangen door de pers, leverde Perfect Strangers Deep Purple wel een uitverkochte toer op.De muziek was echter zo slecht nog niet. Hoewel de zang van Ian inderdaad wat gladjes klinkt moet het album het vooral hebben van de spetterende riffs en uithalen waarmee Blackmore in de loop van de jaren zo’n grote schare fans heeft weten te vergaren. Er wordt wel geëxperimenteerd met synthesizer en zelfs een sample, maar het betere rockwerk dat de fans weer blij wist te maken schuilen toch in tracks als Knocking On Your Back DoorUnder The GunMean Streak (lekkere riff!) en de titeltrack of A Gypsy’s Kiss zijn hoogtepunten en zelfs typerend voor het tijdperk. Vrij stevige rock voor die tijd, met veel melodie en een wat prominente plaats voor gitaar en percussie. 



Iron Maiden - Powerslave

Jaar van release: 1984
Label: EMI Records

Een album dat grote indruk op me maakte was Powerslave, het 2e album van de succesvolle line-up' (Bruce Dickinson, Dave Murray, Adrian Smith, Steve Harris en Nicko McBrain) van Iron Maiden. Ik geef toe dat niet de meeste nummers heel goed zijn, zoals op bijvoorbeeld Piece Of Mindof Seventh Son of a Seventh Son, maar de goede nummers die op het album staan, zijn dan ook wel heel goed.

Aces High (Harris) dat over The Battle of Britain gaat, is een van de snelste nummers uit Maiden's repertoire, en is slechts op twee tours live gespeeld (World Slavery Tour: 1984/1985 en op de Ed Hunter Tour: 1999). Het nummer heeft een cool begin en eind (gitaarharmonieën), maar de solo's in het midden en het refrein zijn ook vrij goed.

2 Minutes To Midnight (Smith / Dickinson) is een favoriet van de band zelf, aangezien het op elke tour (sinds Powerlave uiteraard) gespeeld is. Ik heb het nummer zo vaak gehoord, dat het mooie er voor mij nu wel af is, maar het is best een interessant nummer qua opbouw en het zit goed in elkaar.

Losfer Words (Big 'Orra) (Harris) is een instrumentaal nummer, dat alleen op de World Slavery Tour gespeeld werd. Het is wat minder interessant dan de oudere instrumentale nummers van de eerste twee platen.

Flash Of The Blade (Dickinson) begint met enkel een gitaar, waarna de rest snel invalt. Bruce zingt vrij hoog in het refrein. Het nummer is vrij simpel, alleen later in het instrumentale stuk gebeurt er vrij veel. Op een gegeven moment zijn er zelfs 4 verschillende leadgitaren, dat wel een apart effect geeft. Het is nooit live gespeeld net als de volgende twee nummers.

The Duellists (Harris) is een van de meest onderschatte (en onbekendste?) Maiden nummers. Het heeft een vrij catchy refrein en ook de coupletten zijn goed; goede riffs en vooral goede basgitaar en drums. Nicko McBrain (drums) en Steve Harris (bas) lijken wel één persoon op dit album, want ze voelen elkaar heel goed aan: perfecte ritme-tandem! Het beste gedeelte komt echter na het tweede refrein. Veel harmonieën en solo's. Het duurt vrij lang, maar het verveelt geen moment. Ik vind het zelfs een van de beste instrumentale Maiden gedeeltes ooit gemaakt. Ik vraag me af waarom het nooit live gespeeld is. Ik weet dat Steve (en waarschijnlijk ook de rest van de band) andere nummers beter vonden, maar ik denk ook dat Bruce dit nummer niet live kan zingen. Het refrein heeft namelijk een paar zeer hoge zangstukken.

Back In The Village (Smith/Dickinson) vind ik samen metLosfer Words en Flash Of The Blade horen bij de mindere nummers. Het is net als Aces High heel snel en heeft ook gave solo's, maar de rest van de stukken zijn minder interessant.

Powerslave (Dickinson) is een nummer, waarbij het moeilijk voor te stellen is dat het allemaal door Bruce geschreven is. Ook in het midden een lang instrumentaal stuk, zowel rustig als snel, vol met harmonieën en solo's. Het was een van de hoogtepunten van de World Slavery Tour setlist. Eddie (in de vorm van een mummie) kwam tijdens dit nummer op, Bruce droeg een masker en stond achter een levensgrote vlam te zingen, hoog boven het podium. Het is zonder meer een van de beste nummers van het album en is na deze tour alleen nog gespeeld op tijdens de Ed Hunter Tour (1999). Door Bruce werd het ook nog in zijn solo-carriere gespeeld tijdens de Accident of Birth Tour (1997) en The Chemical Wedding Tour (1998).

Het beste nummer wordt voor het laatst bewaard. Rime Of The Ancient Mariner (Harris) is tevens het langste nummer (bijna 14 minuten) door Maiden gemaakt. Het werd gespeeld tijdens de World Slavery Tour (1984/1985) en tijdens Somewhere On Tour (1986/1987). Het nummer is gebaseerd op een gedicht van Samuel Taylor Coleridge. Een marinier komt op een vervloekt spookschip terecht op zee, maakt allerlei verschrikkelijke dingen mee en is gedoemd het verhaal zijn hele leven te vertellen aan iedereen die hij tegenkomt. Een prachtige afsluiter van een heel mooi album. 



Europe - Wings of Tomorrow

Jaar van release: 1984
Label : Epic

 In veel opzichten is Wings of Tomorrow het perfecte album voor Europe. Op dit album weet de groep metalachtig hardrock te combineren met keyboardpartijen. Net als het eerste Europe-album zit het vol met harde rockers, een ballad en een instrumentaal nummer.

Met het zelfde idee zijn ze wederom van start gegaan met dit verschil, dat de groep de toetsen prominenter heeft laten klinken dan op het debuut. Het album is hierdoor veel toegankelijker geworden voor een groot publiek.

De opener "Stormwind" is een geweldig hard rock / metal deuntje, met een gedenkwaardig refrein, riff, plus een lastige solo van virtuoos John Norum. Het tweede nummer is het ruige "Scream of Anger", waarin Norum zich eltaleert als bijzonder gitarist en via zijn pendalen met een zwaar vervormde riff voor de dag komt. Tempest schreef dit lied met Yngwie Malmsteen-bassist Marcel Jacob. Die we later weer terug horen met oud Malmsteen zanger Jeff Scott Soto bij Talisman. 

Het bekendste nummer op het album is "Open Your Heart", dat in een latere line-up van de band opnieuw werd opgenomomen, voor het onderschatte album Out of This World . Ik geef de voorkeur aan de opnieuw opgenomen versie, omdat deze een extra gitaarpartij bevat, erg cool en aanstekelijk, onmiddellijk na de akoestische intro. De originele versie is nog steeds een geweldig nummer, een power ballad.

"Treated Bad Again", neemt ons meer terug naar het “metal” genre. Dan, zoals op het debuutalbum, beëindigt John Norum, kant 1 met een instrumentaal. Deze wordt "Aphasia" genoemd, wat verwijst naar een medische aandoening waardoor patiënten niet kunnen spreken. Snap je? 

Het vervolg opent met een geweldige metalriff op het titelnummer van het album. Het is een geweldige riff die mooi contrasteert met Joey's zachte stem. "Wasted Time" klinkt in eerste instantie als de eerder genoemde Yngwie, alleen vanwege de riff. "Lyin 'Eyes" is van het zelfde laken het pak.

 Dit alles zet het podium voor het voorlaatste nummer, en misschien wel de beste ballade die Europe ooit heeft opgenomen: "Dreamer". Het is een piano power ballad, zonder de sacharine overload aan nummers zoals "Carrie". Deze is gewoon een klassieke ballad, net zoals je zou vinden op het eerste Europa-album, maar een beetje verfijnd.

Wings of Tomorrow sluit af met het roekeloze tempo van "Dance the Night Away", dat niets lijkt op wat de titel aangeeft. Het is een eenvoudig hardrocknummer en veel solo's

Ik weet niet of iemand het enorme succes van het volgende album, The Final Countdown , had kunnen voorspellen. Maar het succes kwam en deze vroege albums zijn een aandenken aan een tijd voordat Joey Tempest 'hits' schreef.



FM - Indiscreet

Jaar van release: 1986
Label : Frontiers Records

Pure klasse verloochent zich niet! Dat statement wordt wederom bevestigd door het feit dat het opnieuw opgenomen materiaal van de dertig jaar geleden verschenen debuutplaat ‘Indiscreet’ van de Britse A.O.R.-formatie FM anno 2016 nog steeds net zo fris en energiek klinkt als in de jaren tachtig. Door velen wordt dit in 1986 verschenen album gezien als echte A.O.R.-klassieker en, feit blijft dat de naam van FM meteen gevestigd werd. Het song materiaal was van een ongekende schoonheid en bood met name zanger Steve Overland de gelegenheid om zijn niet geringe vocale kunnen te tonen. Nummers als ‘That Girl’, ‘I Belong To The Night’ en ‘Frozen Heart’ om er maar een paar te noemen zijn tijdloze songs, die heden ten dage nog net zo sterk klinken als dertig jaar geleden. Alle tracks zijn compleet opnieuw opgenomen en dat staat garant voor een modern klinkende productie, wat alleen maar ten goede komt aan het luisterplezier. Voor deze heruitgave heeft men een zevental bonus-nummers toegevoegd, waaronder het nieuwe ‘Running On Empty’. Dit bonusmateriaal is, samen met de sterk verbeterde geluidskwaliteit, dan ook de reden waarom eenieder die het originele album nog niet in zijn bezit heeft deze  re-release alsnog in huis moet halen. Zoals gezegd, pure klasse!



Joshua – Surrender

Jaar van release: 1985
Label : Polydor

Joshua’s tweede release in 1985 Surrender heeft een interessante geschiedenis. Opgenomen in navolging van het debuut uit 1983 ‘The Hand Is Quicker Than The Eye’ , het album kwam oorspronkelijk uit op Polydor Records en bevatte de line-up van leadzanger Jeff Fenholt, gitarist Joshua Perahia, gitarist / vocalist Ken Tamplin, toetsenist Patrick Bradley , bassist Loren Robinson en drummer Jo Galletta. Surrender werd later opnieuw uitgegeven in 1992 door Ocean Records met het bonusnummer "Show Me The Way" (met gastoptreden van Robyn Kyle Basauri - van Red Sea). Teleurgesteld met de productie van de originele versie van Surrender , werd het album nu gemixed en opgebouwd, door oprichter Joshua Perahia. De drums en de ritmegitaar werden uiteindelijk vervangen terwijl de achtergrondzang ook opnieuw moest worden gedaan. Veel van de gitaarsolo's werden ook opnieuw opgenomen. Negen jaar gingen voorbij voordat Surrender in 2001 opnieuw werd uitgegeven, op M & K Sound en met nieuw artwork en tenslotte opnieuw in 2008.

Kort omschreven de stijl van Joshua is, is de jaren tachtig beïnvloed melodieuze metal en hard rockstijl. Fans van Stryper, Holy Soldier, Angelica, Shout, Guardian, Whitecross en Bloodgood zullen hier hun weg wel weten te vinden

Het project van gitarist Joshua Perahia heeft dan ook verschillende aspecten samengevoegd. Up-tempo albumopener "Surrender" vertegenwoordigt een van die nummers die een enorme hit hadden kunnen zijn als het de juiste push kreeg (het verdient het om op deze dag te worden gehoord op de klassieke rockradio). Het nummer herbergt alle kwaliteiten die de tachtiger jaren metal zou moeten bezitten.

Daarna het gitaargedreven "Rockin 'The World", het radiovriendelijk "Show Me The Way" en "Loveshock" (waarin een leuk gebruik van achtergrondzang is gemaakt) ). De mid tempo-harde rock van "Heart Full Of Soul". De treffende titel 'Heart Full Of Soul', met zijn mid-tempo gevoeligheden, vertraagt ​​het tempo een beetje. Het nummer vestigt een gruizige hardrockomgeving, een edgy ritmegitaar die zijn gewichtige coupletgedeelten ondersteunt en een refrein op de relaxte - maar aangrijpende - kant van de dingen. Ik geniet ervan hoe 'Heart Full Of Soul' vaart krijgt in een instrumentaal stuk dat wordt ondersteund door een scheurende gitaarsolo. (een zeer goede cover)

 "Your Love Is Gone" begint met een symfonisch vleugje toetsenborden die plaatsmaakt voor een voorwaartse mix van ritmegitaar. Het nummer vervolgt met een vaste mid-tempo en bouwt geleidelijk aan tot een hoogtepunt voor een waardig refrein dat wordt ondersteund met achtergrondzang. Zoals de titel aangeeft, is 'Your Love Is Gone' een lied van verloren liefde.

De volgende gebalancerende mid tempo-hard rocknummers mogen ook niet onopgemerkt blijven, de nummers  "Back To The Rock" en "Hold On" (Geweldig gitaarwerk op deze twee).

 Jeff Fenholt was, zoals velen van jullie weten, de eerste acteur die de leidende rol speelde in Jezus Christus Superstar op Broadway (naast een korte periode bij Black Sabbath, waarvan de details, nou ja, vaag zijn). Vocaal zet Fenholt een geweldige prestatie neer, gekenmerkt door kracht en passie.

Joshua Perahia, zoals velen van jullie ook weten, bewijst evengoed in staat te zijn op gitaar zijn mannetje te staan. Burn! Magazine verklaarde hem ooit de 's werelds snelste gitarist' - en terecht!). Het is altijd mijn mening geweest dat Surrender enkele van de beste composities uit zijn carrière bevat. Dit wordt het beste weergegeven op de intense solo die te vinden zijn op de titeltrack van het album. Daar naast  zijn "Back to the Rock" en "Hold On", twee nummers die, bij gebrek aan betere woorden, allemaal "shred fests" zijn.


Dokken – Under Lock And Key

Jaar van release: 1987
Label: 
Elektra

De release van Dokken's Elektra Records uit 1985, Under Lock And Key , maakte de band niet tot een begrip in het hardrockwereldje, dat gebeurde pas een paar jaar later met de video "Dream Warriors". Het luidde een periode in dat er rekening diende te worden gehouden met de vier rasartiessten. Hun vorige album Tooth and Nail en hun vervolginspanning Back for the Attack zagen allebei enorm commercieel succes. Under Lock and Key is het beste en meest consistente album van de band. Dit was de klassieke line-up van Don Dokken (zang), George Lynch (gitaar), Jeff Pilson (bas) en Mick Brown (drums) op het hoogtepunt van hun creatieve kracht. Er is geen enkele misstap op dit album en er is iets voor elke soort fan. 

Het eerste nummer, "Unchain The Night", opent met een synthgong en schone akoestische arpeggio's, maar begint al snel in de versnelling te komen met Lynch's kenmerkende, maar toch duidelijk vervormde gitaargeluid. De soepele zang van Don Dokken heeft precies de juiste hoeveelheid kracht. Het is een fantastische album-opener.

 'The Hunter', de eerste single van het album, bereikte zijn hoogtepunt op nummer 25 in de Mainstream Rock-hitlijsten van Billboard. Het is een klassiek Dokken-lied, dat gaat over liefde zoeken en verliezen. Dit nummer heeft een mooie groovy sound geleid door de ritmesectie van Mick Brown en Jeff Pilson. Lynch draait nog een geweldige gitaarsolo in elkaar en Don zingt gepassioneerd, zoals hij dat kan.

 Het middelpunt van het album en mogelijk het meest populaire nummer van Dokken is het nummer 'In My Dreams'. Te beginnen met een Def Leppard-achtige bandkoortje waarbij iedereen het refrein zingt. Het is een van de slechts drie Dokken-nummers die op de Billboard Hot 100-lijst, voor de volledigheid zijn de andere twee nummers "Alone Again" en "Burning Like A Flame.




Deep Purple – House Of Blue Light

Jaar van Release : 1987

Label : Polydor 

Door de jaren heen ging Deep Purple door een hele reeks van line-up veranderingen waarbij alleen drummer Ian Paice in alle fasen bij de band bleef. In feite zijn er zoveel verschillende versies van de band dat er een labelsysteem (MarkI, Mark II, Mark III, enz.) Is opgezet, met de meeste rockhistorici het erover eens dat de line-up 'Mark II' de krachtigste en meest effectieve was. significant. Deze Mark II-line-up zelf had drie verschillende fasen, de eerste tijdens de populairste periode van de band 1969-1973, en de laatste voor een enkel studioalbum in 1993. Tussendoor had de Mark II-line-up een belangrijke 'reünie'-periode van 1984 tot 1988. The House of Blue Light kwam precies in het hart van deze renaissanceperiode voor de band, en voegde een sterke dosis classic rock-legitimiteit toe aan een gebied dat wordt gedomineerd door moderne trends en haarbanden.

Na het verrassingssucces van de Perfect Stranger uit 1984, raakte de band in moeilijkheden bij het opnemen van het vervolgalbum, waarbij veel ervan opnieuw werd opgenomen na onbevredigende eerste pogingen. Bassist Roger Glover had een groot deel van de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig als producer gewerkt en begon deze service aan de band te bieden nadat de line-up van Mark II was herenigd. Hij koos een extern theater in Noord-Vermont om het album op te nemen met behulp van een mobiele opname-eenheid om de juiste atmosfeer voor het creatieve proces te vinden. Toch worstelde de band om te geleren tijdens opname en productie en enkele eerdere persoonlijke kloven begonnen weer op te duiken.

 Toen het album begin 1987 werd uitgebracht, waren er verschillende versies tussen LP / cassette en CD-releases waarbij de CD-versie enkele uitbreidingen aan songlengtes bood. Merkwaardig genoeg, toen het album werd geremasterd voor verdere digitale publicatie, werden de kortere LP-versies van de nummers bewaard voor toekomstige luisteraars.

Aan de eerste kant van The House of Blue Light lijkt de band een gezamenlijke inspanning te leveren om een ​​rock-hit uit de jaren '80 te maken en velen hebben deze nummers vergeleken met die van de Rainbow-band van gitarist Ritchie Blackmore , die een levensduur had tussen de twee belangrijkste Mark II-runs. Dit geldt vooral voor het springerige nummer "Call Of the Wild", een toegankelijke keyboardgestuurde melodie met verfijnde vocale hooks. 'Mad Dog' en 'Black and White' zetten deze trend voort als vrolijke, ongecompliceerde tachtiger jaren rockers die eerlijk gezegd konden worden gedaan door tientallen bands die minder getalenteerd zijn dan Deep Purple.

 Een nummer dat opvalt is 'The Unwritten Law', dat intens, door een drum gedreven en dramatisch is. Zanger Ian Gillan luistert terug naar zijn dynamische jongere jaren met vocale improvisatie terwijl Paice de dag draagt ​​en voegt verder bewijs toe dat hij een van de meest ondergewaardeerde drummers van rock n roll is. De opener "Bad Attitude" van het album bevat toetsenist Jon Lord en zijn kenmerkende geluid van het spelen van een Hammond-orgel via een Marshall-stapel tot een van de coolste rocktonen.

De tweede kant van het album is eigenlijk veel interessanter. Na de intense, door riff aangedreven opener "Hard Lovin; Woman "komt de uitstekende "Spanisch Archer ", met een surrealistische oosterse smaak geleverd door Blackmore. Met alle leden speler en zang met een intense, roekeloze overgave, is dit lied een bonafide klassieker voor elk tijdperk van Deep Purple. 'Strangeways' volgt als een lyrisch gedreven chape op de maatschappij, wat toch leuk en onderhoudend is.

De bluesy "Mitzi DuPree" is een van de meer unieke nummers op elk Deep Purple-album terwijl Gillen de luisteraar begeleidt door een letterlijk verhaal over een exotische vrouw boven een taverne-achtige piano van Lord en cool bass van Glover.

Hoewel het album uiteindelijk een commerciële teleurstelling was. de muziek van The House of Blue Light heeft de tand des tijds goed doorstaan. Deep Purple behield zijn dynamiek tot 1988 met het succesvolle livealbum Nobody's Perfect , voordat persoonlijke kwesties ertoe leidden dat Gillan de band weer verliet voor een korte periode.



Stryper – Soldiers Under Command

Jaar van Release: 1985
Label: Enigma 

Hoewel "The Yellow And Black Attack" al een behoorlijke schare fans trok. Met het album "Soldiers Under Command" zette Stryper zich met dit album commercieel op de kaart. Het album bereikte al snel de gouden status in Amerika.  De intense pop-metal met nummers als "The Rock That Makes Me Roll" en "Surrender" werden naaste de christelijke aanhangers, maar ook zeker door de niet-christelijke muziekliefhebber gewaardeerd. Ook de meeste recensies waren lovend en trokken hiermee menig metalfan over de streep. Met de nodige aandacht kreeg de groep ook steeds meer airplay bij de radiozenders en Stryper werd een grote hit op MTV, zonder overigens af te zien van de christelijke boodschap.  Ook in Midden Amerika en Japan krijgt de groep voet aan wal. Het duurt nog even voordat Europa, Stryper te zien krijgt. De Europese doorbraak is pas na het  volgende album "To Hell With the Devil". Alleen zal dit niet de grote vormen aannemen, zoals in Amerika.  Ironisch genoeg, is lead zanger Michael Sweet beïnvloedt door Rob Halford van Judas Priest. Stryper en Judas Priest hebben daarintegen weinig gemeen tekstueel gezien. Voor het eerst waagt de groep, naast de hardrocknummers zich aan ballads. "First Love" en "Together As One", goede ballads, maar in de metalwereld vaak bestempeld als veel te zoet en te veel gericht op de commercie. "Together As One" wordt uitgebracht als eerste single van de groep, gevolgd door "Reach Out" een nummer dat meer lijkt op de oorspronkelijke Stryper sound.De overige nummers kunnen worden aangeduid als stevige uptempo nummers met de nodige variatie en tempowisselingen. Mede door dit album krijgt de christelijk rockscene een breder publiek en wordt voor andere bands ook makkelijker een deal en airplay te krijgen. Christelijke hardrock oftewel White Metal is hiermee op de kaart gezet. 



Marillion - Misplaced Childhood

Jaar van Release: 1985
Label: EMI

Met hun tweede album “Fugazi” had Marillion zichzelf al grotendeels weten los te weken van het Genesis-etiket dat de band met het debuutalbum “Script For A Jester’s Tear” door meedogenloze recensenten had opgeplakt gekregen, maar pas bij het derde album komt de stijl die Marillion grote bekendheid heeft gebracht volledig tot uiting. Natuurlijk is “Misplaced Childhood” vooral bekend als drager van de twee hitsingles Kayleigh en Lavender, maar het album is meer dan alleen dat. Typerend voor “Misplaced Childhood” is evenwel dat Marillion-fans niet eenduidig zijn over de aard van de plaat: daar waar de ene beweert dat deze plaat het beste product is van de band met de flegmatieke Schot Fish in de gelederen, zijn er evenveel fans die dit album het dieptepunt van de Fish-periode van Marillion duiden. Hoe dan ook, dit album is zonder meer het best verkochte album van de Britse band, wat uiteraard met name te danken is aan Kayleigh, wat nog steeds één van de meest de ether ingeslingerde rockballads is.”Misplaced Childhood” is gebaseerd op een concept dat Fish na een heftige uitstap met drugs opgetekend had. Literair geïnteresseerd dat ik ben kan ik zeker waardering opbrengen voor de poëtische waarde van sommige van de teksten, maar meer nog word ik gegrepen door de deprimerende melancholiek die Fish hier oproept. Duistere teksten moeten de vervallenheid van de tijd weergeven, waarbij tragedie hoogtij viert:

Dit is een verwijzing naar de troostende eigenschap die bepaalde geestesverruimende middelen hadden voor Fish.

Seks is ook een van de belangrijke punten van Fish’s elegie, hij bezingt jonge meisjes die hun maagdelijkheid verliezen, deernes die gedoemd zijn verkracht te worden en bovenal de verloren liefde van de hoofdpersoon, de schijnbare eeuwige liefde die slechts de zoveelste desillusie blijkt. Het concept van de plaat is in feite een terugblik van een succesvolle artiest op zijn leven, waarbij alles wat ooit mooi scheen te zijn in zijn latere leven, oppervlakkig blijkt. Dit is in hoge mate een blauwdruk van de beste mans eigen leven in die tijd: hij voelde zich opgesloten door de pers, zijn relatie was op de klippen gelopen, het leven van de rockster bleek minder opwindend dan gedacht. Hij blikt terug naar zijn jeugd en hier speelt een Schots nationalisme op, zoals blijkt in het nummer Heart Of Lothian. Overigens zijn niet alle teksten van even hoog niveau, sommige teksten zijn zelfs ronduit abominabel, zoals in Lavender: “Lavenders green dilly dilly lavenders blue, when you love me dilly dilly I will love you”…

Uiteraard kan een plaat van Marillion niet besproken worden zonder referentie aan het artwork, dat op “Misplaced Childhood” wederom van de airbrush van Mark Wilkinson komt, die dan ook al de hoezen van “Script For A Jester’s Tear” en “Fugazi” op zijn geweten heeft. Op de hoes vinden we in de eerste plaats bepaalde recursieve elementen, zoals de nar van “Script For A Jester’s Tear” en de kameleon die mede de hoes van “Fugazi” siert. Verder vinden we bepaalde elementen die ontleend zijn aan de teksten van Fish, zoals voorop het jongetje in circusuniform met een ekster op zijn arm. Dit diertje komt achterop nogmaals voor, inclusief de regenboog waarin de trippende voorman het beestje waarnam in zijn visioen.

Het album is feitelijk één lange compositie, opgedeeld in een tweetal langere nummers, een aantal nummers dat globaal tussen de vier en zes minuten klokt en een aantal korte nummertjes. Muzikaal gezien blijkt op dit album dat de band verkozen heeft een wat meer pop-georiënteerdere richting te volgen, waarvan nummers als Kayleigh en Lavender getuige zijn. Gebleven echter zijn elementen als het kenmerkende jaren ‘80 synthesizergeluid van toetsenist Mark Kelly, de jankende, slepende gitaarsolo’s van Steve Rothery en natuurlijk de overheersende, typerende zang van de Schotse geweldenaar Fish, die zoals steeds sterk doet denken aan het expressief theatrale en emotionele van iconen als Peter Hammill (Van Der Graaf Generator) en uiteraard Peter Gabriel (Genesis). Daar de tien nummers van het concept in elkaar overlopen heeft de muziek iets bezwerends, waarbij bepaalde muzikale thema’s binnen een nummer bijna tot in den treure herhaald worden, zoals in het korte Waterhole (Expresso Bongo), waarin een bepaald toetsenthema en een specifiek gitaarriffje samen met de snauwerige zang van Fish verworden tot iets haast maniakaals. Bepaalde andere stukken doen mij stiekem aan Pink Floyd denken, zoals bijvoorbeeld het eerste stuk van Blind Curve enkele elementen kent, zoals de slepende gitaar, die mij doen denken aan “Wish You Were Here”. Ook doet de snauwerige zang van bepaalde nummers mij herinneren aan bepaalde stukken van “The Wall” en bij het laatste nummer,White Feather, vinden we Fish gesteund door een scanderend achtergrondkoor, waarbij door mijn hoofd de frase ‘Tear Down The Wall…’ dreunt. Als we dan vervolgens naar het concept van “The Wall” kijken, zien we dat de vergelijking niet alleen muzikaal op zijn plaats is…Ondanks bepaalde leentjebuur-elementen zijn de nummers toch fraai opgebouwd. Door het zweverige gebruik van toetsen wordt er een soort etherische sfeer opgewekt, waardoor dit album altijd lekker wegluistert zonder saai te worden.Mij spreekt hoe dan ook dit album wel zeer aan, hoewel sommige stukken mij de haren ten berge doen rijzen in negatieve zin. Feit blijft wel dat voor mij aan juist de sterk aanwezige jaren ‘80 sfeer dit album veel van zijn waarde ontleent. Duidelijk moge ook zijn dat dit album hoe dan ook nog een doorgangsstadium is naar het volgende album, “Clutching At Straws“, waarbij de kenmerkende elementen voor dit album nog verder doorgetrokken zijn. Ondanks de controversiële aard van dit album en dat het niet op alle fronten even sterk blijkt, is het mijns inziens een van de betere Marillion-platen en verdient het zeer zeker zijn plaats in de canon van Marillion.



Iron Maiden - Live After Death

Jaar van release: 1985
Label: EMI Records

Iron Maiden - Live After DeathIn 1985 kwam het eerste volledige live album uit van Iron Maiden, genaamd Live After Death. Het album is opgenomen in de Long Beach Arena in Los Angeles en de Hammersmith Odeon in London tijdens de World Slavery Tour in 1984 en 1985, en bevat alle bekende nummers van Iron Maiden van voor 1985.

Het album begint met een speech van Winston Churchill uit de 2e wereldoorlog, waarna de band losbarst met Aces High. Wat direct opvalt is het goede spel, goede geluid, en vooral de waanzinnig goeie stem van Bruce Dickinson. 2 Minutes To Midnight, ook al van het Powerslave album, volgt, en wordt ook al subliem uitgevoerd. Dan volgen 3 nummers van Piece Of Mind, namelijk The Trooper, Revelations en Flight Of Icarus. Van deze laatste kan de studioversie me nog altijd niet zo boeien, maar de live versie is zeker een stuk beter. Revelations, wat volgens mij sinds die tournee niet meer live gespeeld is, blijft voor mij een hoogtepunt van het album. 

Ook het lange Rime Of The Ancient Mariner doet het bij het publiek goed, en het is een schande dat ze dat nummer tegenwoordig niet meer spelen, want van begin tot eind klinkt het op Live After Death echt subliem. Geen noot laat de band liggen in dit bijna 14 minuten durende nummer. Natuurlijk ontbreken de nummers van The Number Of The Beast niet. Hallowed Be Thy Name, Run To The Hills en het titelnummer van dat album komen allemaal voorbij, net iets harder gespeeld dan de studioversies. 

Tijdens het nummer Iron Maiden probeert Bruce het publiek wat mee te krijgen, maar zo te horen lukt dat nog niet zo goed. Beter gaat het hem af tijdens Running Free, waarin hij lekker op het publiek inspeelt. Het nummer duurt dan ook gelijk een paar minuten langer dan normaal. Hierin kan je horen dat het opgenomen is tijdens de laatste dag dat de band in Los Angeles speelde, op 17 maart 1985. 

De tweede cd bevat opnames uit de Hammersmith Odeon in London uit 1984. Deze cd was kant 4 van de originele dubbel lp versie, die op de eerste cd uitvoering niet aanwezig was. Gelukkig bevat de geremasterde re-release uit 1998 wel deze nummers, want ook hierop staan voortreffelijke uitvoeringen van Iron Maiden klassiekers. Het begint met Wrathchild, het enige nummer op het album wat van het Killers album komt. Tegenwoordig spelen ze het nog, en is iedereen het wel beu om te horen, maar de versie op dit album zal me niet snel vervelen. 

Ook de overige nummers op de tweede cd vervelen niet snel. Hierop staan nummers die later niet meer zovaak gespeeld zouden worden, namelijk 22 Acacia Avenue, Children Of The Damned, Die With Your Boots On en Phantom Of The Opera. Deze laatste vind ik zelf met Bruce beter klinken dan de originele versie met Paul Di'Anno. 22 Acacia Avenue is een stuk sneller en harder dan de normale uitvoering, waardoor ook deze live versie mijn voorkeur heeft. Zoals op heel het album speelt de band ook deze nummers feilloos. Op de remastered re-release staan ook nog een paar videoclips (2 Minutes To Midnight, Powerslave), wat fotos, band informatie en geluidsfragmenten. Niet dat je dat veel zal bekijken, maar toch zeker leuk om eens door te nemen. Live After Death is volgens velen een van de beste live albums ooit, en ik moet zeggen dat ik maar weinig albums gehoord heb die er bij in de buurt komen. 



Stryper – To Hell With The Devil

Jaar van Release: 1986
Label: Enigma 

Meestal associëren mensen heavy metal met een soort van duivelse oorsprong. Tot  in 1983  een band uit Californië besluit, die mentaliteit te veranderen. Oorspronkelijk genoemd Roxx Regime, werd deze band opgericht om hun christelijke geloof en daarbij hun muziek ten gehore te brengen. Vandaar de naam Stryper, Salvation Through Redemption Yielding Peace Encouragement and Righteousness.
De meest populaire album met de meeste hits tot nu toe was "To Hell With the Devil" uitgebracht in oktober 1986. De voorloper in 1984 "The Yellow And Black Attack", deze EP, gaf al een voorproefje. Het eerste volledige album "Soldiers Under Command", gaf de band aanzien in de Metal wereld, muzikaal gezien wat steviger en iets minder toegankelijk dan "To Hell With the Devil", maar een echte klassieker. Met "To Hell With the Devil" werd een album neergezet, die voor een breder publiek is gemaakt. Dit was tevens het eerste christelijke hardrockalbum, die in de schappen bij de Walmart en Kmart lag. Elk nummer op het album is goed geschreven en  echte hardrocknummers met uitzondering van de twee power ballads "All of Me " en "Honestley" die beschikken over prachtige zang van zanger Michael Sweet en keyboardpartijen.

Het begint met de onheilspellende instrumentale "Abyss" dat overvloeid in het titelnummer "To Hell With The Devil" en de teksten spreken voor zich met een duidelijke christelijkeboodschap, geen teksten met dubbele bodem, maar recht voor z'n raap. Het volgende nummer si "Call on You", gevolgd door "Free",  De nummers"The Way" en "Rock The World" zijn  favorieten met de energieke sound en de harmonieuze zang, geven nogmaals de kwaliteiten aan die de muzikanten bezitten. Daarbij ontzagwekkende gitaarsolo's  van Oz Fox en Michael Sweet, met daarbij de stevige ritmesessie van Robert Sweet op drums en Timothy Gaines op bas complementeren het album. 




Boston – Third Stage

Jaar van Release: 1986
Label: 
MCA

Iedereen kent waarschijnlijk More Than A Feeling, de wereldhit van de Amerikaanse rockband Boston. Dat nummer is te vinden op het debuutalbum. ‘Slechts’ tien jaar later verschijnt het zeer goede en succesvolle Third Stage.

Third Stage is opgenomen in de Hideaway Studio van ‘Mr. Boston’ Tom Scholz en het duurde maar liefst zes jaar voordat het album eindelijk in kannen en kruiken was. Het is de eerste lp van de band die werd uitgebracht op het label MCA en tevens het eerste album waarop elektronische drums te horen zijn en waarop Scholz zijn Rockman-gitaarprocessor introduceerde.

Boston bestaat op Third Stage eigenlijk alleen maar uit Brad Delp (zang) en Tom Scholz (gitaar, orgel, piano, basgitaar, drums en percussie). Bijna alle nummers zijn door Scholz geschreven; uitgezonderd het zeer korte A New World. Third Stage bevat geen orkestrale geluiden en geen synthesizers. De songs zijn over het algemeen ook melancholischer en ‘zwaarder’ dan op de eerste twee Boston-albums.

De tien nummers op Third Stage zijn muzikaal gezien zeer goed, helaas zijn de teksten wel wat minder en misschien zelfs een beetje simplistisch. Het eerste lied dat Scholz voor de plaat schreef was Amanda. Hij componeerde deze melodieuze powerballad al in 1980! Het is het openingsnummer van Third Stage en het werd Bostons eerste en enige nummer 1-hit in Amerika. Amanda is een schitterende ballad en was de eerste officiële single van de groep sinds 1978.

Andere singles van Third Stage zijn Cool The Engines, We’re Ready, Can’tcha Say en Hollyann, maar deze waren lang niet zo succesvol als Amanda. Het eerstgenoemde nummer piekte op 4, We’re Ready op 2, Can’tcha Say (You Believe In Me) op 7 en Hollyann haalde de hitparade niet eens.

Third Stage was een zeer succesvol album en klom naar de nummer 1-positie in de Billboard 200-charts, waar het maar liefst vier weken verbleef. Ook in Canada piekte de lp op nummer 1, maar in Nederland kwam Third Stage helaas niet verder dan plaats 15. Het zou trouwens acht jaar duren voordat het vierde Boston-album Walk On zou verschijnen.

Third Stage is een klassiek rockalbum met als muzikale hoogtepunten Amanda, Cool The Engines, I Think I Like It en Hollyann, maar waarschijnlijk is het debuut van Boston (1976) muzikaal gezien, met klasse nummers als More Than A Feeling, Peace Of Mind en Foreplay/Long Time, toch nog iets beter.



Iron Maiden - Somewhere in Time

Jaar van release: 1986
Label: EMI Records
 
Iron Maiden heeft met deze CD geprobeerd wat futuristischer over te komen. In de teksten vind je dat niet terug; ze gaan eerder terug in de tijd (Alexander the Great, Wasted Years, Deja Vu). De teksten zijn zoals we verwachten van Iron Maiden; episch en pakkend. Het is een echt Harris-album, al zijn de singles door Smith geschreven (en dat is te horen aan een andere stijl).
De zang is goed, erg goed, Bruce kan tevreden zijn. De solo’s zijn ontzettend goed gecomponeerd en gespeeld. Adrian Smith neemt het grootste aantal solo’s voor zijn rekening, maar ik vind de solo’s van Dave Murray wel eens stuk beter. De bas klinkt echt zoals we gewend zijn van Harris; ratelend en supersnel. De drums zijn levendig, maar vallen niet op.
Caught Somewhere in Time is een goed nummer, maar valt niet op in vergelijking met de rest van de CD. Wasted years is echt een prachtnummer, nadeel is alleen dat het nummer vrij kort is. Sea of Madness is het enige nummer op de CD wat ik eigenlijk niet erg mooi vind, het doet me gewoon niets. Jammer, maar welke CD heeft nou niet zo’n nummer (behalve …The Best of…)?
Heaven Can Wait is prachtig gezongen en er zitten echt prachtige solo’s in. The Loneliness of the Long Distance Runner begint met een prachtige intro, het is dan ook echt een aanrader om de tabs van dit nummer op te zoeken. De tekst is iets minder sterk, maar aan gitaargeweld ontbreekt er niets!
Stranger in a Strange Land is tekstueel erg goed, prachtige solo’s, goede zang, mooie bas en knap drumwerk. Deja Vu is een nummer wat snel vergeten wordt vanwege het skippen naar het volgende nummer (Alexander the Great) en dat is jammer. Het nummer is qua tekst niet opmerkelijk, maar het nummer is als geheel erg mooi en ook hier zitten er weer geweldige solo’s in. Alexander the Great is een nummer wat in de soort van Rime of the Ancient Mariner etc. thuishoort. De tekst is puur Harris, het gitaarwerk is wonderschoon, mooie bas, goede (maar weinig) zang en mooie drums.
Eigenlijk kan je deze CD niet met woorden beschrijven (al heb ik geprobeerd het zo goed mogenlijk te doen). Pas als je deze CD beluisterd hebt zal je begrijpen wat ik bedoel. Dit is een CD voor liefhebbers van klasse-metal!




Europe - The Final Countdown

Jaar van release: 1986
Label: Epic

The Final Countdown is het derde studio album van de Zweedse hardrock band Europe . Uitgebracht op 26 mei 1986 door Epic Records , het album was een groot commercieel succes verkoop van meer dan 3 miljoen exemplaren in de Verenigde Staten alleen al, met een piek op nummer 8 op de Amerikaanse Billboard 200 chart en het bereiken van een hoge posities in hitlijsten over de hele wereld.  Het werd opgenomen in Powerplay Studios in Zürich , Soundtrade Studios in Stockholm , Mastersound Studio's in Atlanta en Fantasy Studios in Berkeley .

Vijf singles werden uitgebracht van het album: " The Final Countdown "," Love Chaser "," Rock the Night ',' Carrie en Cherokee ". Acht van de tien nummers op het album waren te zien in de 2007 komedie film Hot Rod .

De opname van het album begon in september 1985 bij de Powerplay Studios in Zürich , Zwitserland . Op voorstel van hun platenmaatschappij Epic Records heeft de band besloten om te werken met de Amerikaanse producer Kevin Elson , die had gewerkt met bands als Journey en Lynyrd Skynyrd .  Oorspronkelijk had de band  Scorpions producer Dieter Dierks benaderd en Bon Jovi producer Bruce Fairbairn om het album te produceren, maar uiteindelijk besloten ze om in zee te gaan met Elson. 

Het album werd gemixt maart 1986 bij Fantasie Studios , Berkeley.  Gitarist John Norum was niet tevreden met het resultaat, beweerde dat de keyboards het ritme van de gitaren in de eindmix hadden overstemd. 

" Rock the Night "en" Ninja "waren de eerste nummers geschreven voor het album en "Rock the Night" werd uitgebracht als single in Zweden in 1985.

Het nummer " The Final Countdown "was gebaseerd op een oude toetsenbord riff die Tempest ergens in 1981-1982 had gecomponeerd, op een Korg Polysix toetsenbord die hij had geleend van Michaeli. In 1985 bassist John Levén suggereerde dat Tempest een lied moest schrijven op basis van die riff.  De teksten zijn geïnspireerd door David Bowie's lied "Space Oddity"."Cherokee" was het laatste lied geschreven voor het album, geschreven slechts een week voordat de band ging naar Zwitserland om te beginnen met het opnemen van het album. Tempest zei dat hij zich heeft laten inspireren door de geschiedenis van de indianen om het lied te schrijven. "Love Chaser" werd alleen als single uitgebracht in Japan, en was op de soundtrack voor de film Pride One. "Rock the Night" werd uitgebracht als de wereldwijde follow-up single van de "The Final Countdown".  Oorspronkelijk was de band nooit van plan om het nummer vrij te geven als single, en sommige leden wilden liever  "Rock the Night" als eerste single. "The Final Countdown" is geschreven als openingsnummer voor concerten, en ze had nooit gedacht dat het een hit te worden. Maar wanneer hun platenmaatschappij Epic Records de band onder druk zet, wordt hierin meegegaan. Het betekende voor de band de definitieve doorbraak.



 

Helloween - Keeper Of The Seven Keys Part I & II

Jaar van release: 1987/1988
Label: Noise Records

Michael Kiske is zo’n zanger die je verafschuwt of aanbidt. Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Zelf vind ik Kiske’s hoge, kinderlijke stemgeluid een waar genot. De eerste twee albums die Helloween met hem heeft gemaakt, zijn in mijn oren dan ook met afstand de beste uit hun oeuvre. Met Kai Hansen als zanger bracht de Duitse formatie in 1985 weliswaar twee alleraardigste en invloedrijke speed metal releases uit (het titelloze mini-album en de eerste langspeler Walls Of Jericho), maar op het moment dat Kiske zich bij het originele viertal aansloot, ontstond de unieke samensmelting die pas echt metalhistorie zou schrijven.

Oorspronkelijk zouden de beide Keeper Of The Seven Keys albums één geheel vormen, maar het label zag een dubbelalbum niet zitten. Daarom verscheen medio 1987 de uit een intro, outro en zes volledige songs bestaande Part I. Het songaantal lijkt misschien een beetje karig, maar de plaat haalt desondanks een (destijds) acceptabele lengte van 37 minuten en de kwaliteit van de nummers is ronduit fenomenaal. Het met een verfrissend positieve boodschap gevulde trio I’m Alive, A Little Time en Future World, alsmede het apocalyptische Twilight Of The Gods, vormen tezamen een blauwdruk voor (Europese) power metal. Laten we eerlijk zijn, deze songs (en vooral Future World) zijn zó goed dat ze op slag negentig procent van alle navolgende Duitse power metal oubollig laten klinken en overbodig maken, inclusief een flink aantal latere composities van Helloween zelf.

Met A Tale That Wasn’t Right bevat dit album tevens een prachtige ballad, die wel wat wegheeft van een typisch Duitse schlager, en voorbestemd lijkt om door een vol stadion te worden meegezongen. Al zie ik mezelf bij het meeblèren wel gedwongen om een paar octaven lager te gaan zitten dan Kiske. Het absolute hoogtepunt van deze langspeler is echter de ruim dertien minuten lange epic Halloween. Dit is simpelweg één van de beste metalsongs aller tijden, die andere tijdloze epics als Rime Of The Ancient Mariner (Iron Maiden), Child In Time (Deep Purple) en July Morning (Uriah Heep) naar de kroon steekt. Naast de fantastische riffs, solo’s, breaks en zangpartijen die Halloween bevat, geeft het nummer de sfeer van de Amerikaanse feestdag simpelweg perfect weer, met een zinderende mix van horror, (kinder)humor en een stukje magie.Dankzij publieksfavorieten als Dr. Stein, I Want Out en Rise And Fall is Part II eveneens onmisbaar in de verzameling van elke metalfan die het stemgeluid van Michael Kiske kan waarderen (of tenminste verdragen). Keeper Of The Seven Keys Part I blijft voor mij echter Helloweens ultieme hoogtepunt, en één van de beste en belangrijkste albums uit de metalgeschiedenis.



Def Leppard - Hysteria

Jaar van release: 1987
Label: (Mercury / Universal)

Toen Def Leppard's Hysteria uitkwam in augustus 1987, hingen onze monden wagenwijd open bij de eerste keer dat we deze LP beluisterden. Wat deze vijf mannen in heel veel studiotijd in de Wisseloordstudio's in Hilversum en een handvol andere studio's samen met Mutt Lange opgenomen hadden grensde voor ons gevoel aan het ongelofelijke. Een maatstaf voor moderne hardrock, dat was het geworden, zo oordeelden wij snotapen: de lat werd hier heel, héél hoog gelegd. We verbaasden ons over de magistrale stereo-effecten die door de hele plaat verweven zaten en de manier waarop Def Leppard een oplossing gevonden had voor het probleem Rick Allen, die door een auto-ongeluk een arm miste. Ondanks de dikke productie bleven de ballades "Love Bites" en het titelnummer overeind. Een magistrale mix van popelementen in hardrock ingebed, dat was het. De zestien miljoen keer dat Hysteria over de toonbank ging, dat was niet meer dan logisch en verdiend..

Het is nu meer dan twintig jaar geleden dat Hysteria verscheen. Genoeg reden om deze plaat nog eens opnieuw uit te brengen in een Deluxe Edition. De productie hierbij nog eens onder handen nemen, dat was als vanzelfsprekend niet nodig. Maar ik moet wel bekennen dat ik me eens achter de oren krabde bij het opnieuw beluisteren. Was dit het nu? Ik ben natuurlijk ook twintig jaar ouder geworden en heb niet stil gezeten qua verbreden van muzikale horizonten. En dan laat ik even in het midden of mijn smaak beter geworden is. Ik kan me nog wel voorstellen dat ik dit als dertienjarige puber dit heel, héél erg gaaf gevonden heb, maar ik kan me niet inbeelden dat als deze cd nu uit zou komen, ik nog steeds stijl achterover zou slaan van de effecten in "Gods of War" of "Rocket". Daarvoor is er teveel veranderd en doorontwikkeld sinds 1987. Toch denk ik dat iemand die tegenwoordig nog veel hardrock, AOR of hoe je het ook wilt noemen luistert en nog nooit een nummer van Hysteria gehoord heeft wel onder de indruk zal zijn, want super verjaard klinkt het nou ook weer niet.



Whitesnake - 1987

Jaar van release: 1987
Label: (EMI) 
Tijdens de opnames van het nieuwe album loopt het echter totaal mis. Coverdale kan de zangpartijen wegens ziekte niet inspelen en na geruchten over wanbetalingen zit Coverdale met een deel opnames maar geen muzikanten. Om het album af te maken roept Coverdale de hulp van Don Airey en Aynsley Dunbar in. Voor een heropname van 'Here I go again' huurt Coverdale de ritmesectie van Heart en de Nederlandse gitarist Ad van den Berg speelt de gitaarsolo in. Als het album klaar is, zit Coverdale zonder muzikanten. John Sykes die voor het grootste gedeelte het album heeft geschreven, heeft ondertussen de band verlaten wegens onderlinge strubbelingen. Hij zal zijn eigen band Blue Murder oprichten, die qua sound veel weg heeft van het 1987 materiaal. Het album heeft ook geen titel en zal onder de naam 1987 (het verschijningsjaar) bekend worden. Om het album te promoten en onder de invloed van MTV moet Coverdale een videoclip uitbrengen. Coverdale ronselt Vandenberg, Vivian Campbell (ex-Dio), Rudy Sarzo (ex-Ozzy Osbourne) en Tommy Aldridge (eveneens ex-Ozzy Osbourne) bijeen voor de opnames van de videoclips. Met een Brit, een Amerikaan, een Cubaan, een Ier en een Nederlander moet ook een van de meest internationale hardrockbands op de planken staan. Het album is een groot commercieel succes wat mede te danken is aan die videoclips met de verschijning van fotomodel en actrice Tawny Kitaen. Tijdens de opnamen van de clips bloeit een romance op tussen haar en Coverdale en later zullen zij ook trouwen. Naast harde rocknummers staan er ook rustige rockballads op het album en meerdere singles bereiken hoge plaatsen in de verschillende hitlijsten, tot de hoogste plaats in de USA met de single Here I go again (een heropname van een door Marsden gepend nummer). In dezelfde bezetting als gebruikt voor de videoclips treedt de band ook op. 




Dokken – Back For The Attack

Jaar van release: 1987
Label: 
Elektra

In 1987 uitgebracht Dokken hun 4de album "Back For The Attack" hun meest succesvolle album tot nu toe. Zoals je zou verwachten is dit een normaal Dokken album als het gaat om het geluid, maar met name de composities zijn in totaal beter als de vorige albums. Op de vorige albums waren er altijd wel een paar uitschieters. Dit album heeft een constant hoog niveau.

Dokken had veel succes in de jaren '80  en zou uitgroeien tot een van de de grootste bands van de jaren 80 hair metal beweging. Zoals elke Dokken fan zou moeten weten een echt Dokken album bestaat uit de composities van zanger/gitarist Don Dokken en natuurlijk de herkenbare stijl van George Lynch, Dokken’s meester gitarist. Zoals altijd gaf hij de fans wat ze wilden horen, luister maar eens naar het instrumentale nummer  "Mr Scary",zoals Lynch scheurt hij met zijn gitaar door het nummer van vier en halve minuut. Op nummers als: "Kiss Of Death", "Standing In The Shadows", "Heaven Sent", "Night By Night" en "Dream Warriors" laat Lynch wederom zijn gitaarkunsten met verbluffend gitaarsolo’s horen.  Een lied dat opvalt is "Dream Warriors" het is dit nummer dat hielp het album om succesvol te worden door in "Nightmare On Elm Street 3 de titeltrack van de gelijknamige film te worden.  

Tekstueel en vocaal zijn verbazingwekkende en was dit het hoogtepunt van zanger Don Dokken. Op de nummers "Kiss Of Death" en "Standing In The Shadows" weet hij de hoge noten weer beter te raken als ten tijde van "Lightning Strikes Again" van het "Breaking The Chains" album. Op het nummer "Night By Night" wordt maar eens weer aangetoond, hoe mooi goede achtergrondzang kan klinken. Dit album laat zien hoe groot een band als Dokken  was en eigenlijk nog steeds kan zijn. Het is jammer dat door de jaren heen de band spanningen, tussen Dokken en Lynch dit heeft geleidt, dat de band in een impasse raakte. Lynch verlaat de band dan ook na dit album de band. Met zijn band Lynch Mob, probeert hij het Dokken succes te evenaren. Don Dokken gaat solo met gerenomeerde bandleden, maar hier blijft het succes ook uit. En besluit Dokken weer nieuw leven in te blazen.


Crimson Glory - Transcendence  

Jaar van release: 1988
Label: Roadrunner Records

John Patrick Jr. McDonald, de legendarische zanger die onder de naam 'Midnight' de eerste drie albums van Crimson Glory inzong. Hij is er niet meer na een leven vol dieptepunten en drank. Net nu hij langzamerhand de draad weer oppakte om zijn solo carrière nieuw leven in te blazen. Midnight stierf midden in de nacht van 8 juli 2009 en daar mogen we met z'n allen toch wel even stil bij staan.

Hoe roerig zijn leven ook was en hoe grillig zijn persoonlijkheid ook geweest mag zijn, hij laat een grootse muzikale erfenis achter. Het titelloze debuut van Crimson Glory was een schot in de roos, maar Transcendence uit 1988 bleek de ware klassieker. Een album dat vandaag de dag nog altijd vele liefhebbers in vervoering brengt. Grotendeels is dat te danken aan de stem van de destijds gemaskerde zanger. Als geen ander weet hij ook nu nog de rillingen over de rug te laten lopen. Zo heeft de opening van Painted Skies een aantal zanglijnen die gerust als magisch betiteld mogen worden. Met veel gevoel en emotie baant de zanger zich een weg door de prachtige compositie.

Het masker op het gezicht lijkt te staan voor de twee uitersten van de zanger. De melancholische Midnight zoals in het tranentrekkend mooie Lonely en de felle agressieve tong zoals in het stevige Red Sharks. Het bereik is indrukwekkend en de muziek is dat eveneens. De spannende riffs en melodielijnen staan garant voor muzikale klassiekers die zich gemakkelijk kunnen meten met het beste werk van Queensrÿche en Heir Apparent. De progressieve power metal ademt een sfeer van mysterie en mystiek zoals steeds minder bands dat kunnen uitdragen. Dat element was misschien wel hetgeen waardoor Crimson Glory zich onderscheidde van talloze andere groepen.

Je hebt tegenwoordig goede platen, maar albums met een dergelijke magie zoals Crimson Glory en Transcendence hadden tref je maar weinig meer aan. De ietwat mechanisch klinkende drums vormen slechts een kleine smet op een weergaloos werkstuk, waarop één van de beste zangers uit de Amerikaanse metalmuziek ongekend uitblinkt. Het traantje dat ik wegpink als de laatste tonen van het titelnummer wegsterven is oprecht. Deze man komt nooit meer terug, maar de briljante muziek met zijn fabelachtige zang blijft.. 



Iron Maiden - Seventh Son of a Seventh Son

Jaar van release: 1988
Label: EMI Records

Maiden's 7e cd, misschien logisch als je de titel van het album bekijkt, want het getal '7' komt er twee keer in voor :-). Dit is het eerste concept album van maiden, en het 2e album dat gebruik maakt van synthesizers. Maar niks geen gepingen, want ze komen alleen maar ten goede van de muziek....

Ook in het intro komt het getal 7 steeds voor, en dan is het de beurt aan Moonchild om dit album te openen. Al direct is het weer 'een groot feest'. Het nummer begint met een lekkere rauwe zanglijn van Bruce, terwijl het refrein weer een hoog meezing-niveau heeft. Infinite dreams mag zich nummer 2 noemen. Het is een wat down/mid-tempo, maar ligt weer geweldig in de oren. Can I play with madness is een zeer catchy nummer, kort maar krachtig is denk ik de juiste omschrijving voor dit nummer. The evil that men do is een nummer dat inmiddels ook al tot de 'maiden-top' behoort. Een van de sterkste nummers ooit (van Maiden) met een geweldige sfeer erin. Het titelnummer is vrij lang, met afwisselende tempo's, en streeft qua stijl ook vrij ver vooruit. Fantastisch nummer! The prophecy is ook niet misselijk. Het vreemde 'the clairvoyant' is misschien even wennen, maar toch weet het na een paar maal luisteren steeds meer te boeien. De vreemde melodie-lijntjes zijn echt geweldig! En dan het afsluitende "Only the good die young", een echte meezinger (only the good die young... only the evil seem to live forever....), en dit nummer wordt weer op dezelfde wijze afgesloten als dat hij begon. En op dit album is echt hoorbaar dat de Gotebörg death metal bands hun gitaarriffs hier vandaan halen. Misschien is het nog niet duidelijk, maar dit is weer absolute topklasse. Wat mij betreft de allerbeste Maiden (samen met The Number of the beast). Bruce is op dit album het best bij stem, de instrumentenbeheersing, alhoewel dat altijd al zo is/was, is geweldig. Bovendien hangt er zo'n goede sfeer in, dat ik me niet voor kan stellen dat jij, als metalfan zijnde, deze CD niet goed vindt. 




Metallica - ...And Justice For All
 

Jaar van release: 1988
Label : Roadrunner Records 

Metallica - ...And Justice For All Na de dood van bassist Cliff Burton is dit het eerste volledige Metallica album. Hiervoor was een cover-EP uitgebracht genaamd: ‘The $5,98 EP: Garage Days Re-revisited’, deze diende om de nieuwe bassist, Jason Newsted, te laten wennen aan hoe het eraan toegaat in de band en om zo weer een hechte groep te creëren. Maar goed, het ging dus over ‘And Justice For All’. De albumcover wordt gesierd door een beeltenis van Lady Justice (ookwel liefkozend ‘Doris’ genoemd door de band). Het beeld is danig toegetakeld en wordt door bijeen gehouden door verankerde touwen. In de weegschalen liggen hoopjes dollarbiljetten, volgens verbitterde (ex) Metallica fans wijst dit op de eerste commerciële tekens van Metallica. Maar goed, dan zal ik nu het album zelf maar eens gaan bespreken. Het album begint met het nummer ‘Blackened’. Dit nummer begint met een zachte intro, maar daarna hakt Metallica weer flink op je speakers in.Dit is ook het eerste nummer dat Jason Newsted heeft geschreven (hierna zullen er overgens slechts 2 volgen), hij weerspiegeld zijn opzwepende stijl in dit heerlijke nummer. 

Daarna volgt het titelnummer ‘...And Justice For All’. Dit tamelijk lange nummer (9:44min) bestaat uit veel afwisseling en krachtige lyrics. In dit nummer komen uiteraard ook elementen van de cover terug in de lyrics, zoals “Lady justice has been raped” en “Pulling your strings”. Over het daarop volgende nummer ‘Eye Of The Beholder’ heb ik niet veel te vertellen, behalve dat het een lekker langzaam en heavy nummer is, een stijl die pas op dit album goed naar voren kwam. ‘One’ is een nummer dat elke metalfan ongetwijfeld kent (alhoewel vele niet-metalfan het ook wel kennen). Dit is een van de meest succesvolle nummers in de gehele carriëre van Metallica, het heeft zelfs 3 keer de eerste plaats van de top100 allertijden gesierd. Het nummer gaat over een soldaat die in de oorlog blind en doofstom is geworden en bovendien z’n armen en benen is verloren in de strijd, het nummer gaat dus over de gedachtegang van deze vreselijk toegetakelde oorlogsslachtoffer. Het nummer is geïnspireerd op de film ‘Johnny Got His Gun’, in de clip van het nummer zijn dan ook fragmenten van deze film terug te zien. 

Het volgende nummer ‘The Shortest Straw’ is geïnspireerd op een diepgaande emotionele gebeurtenis binnen de band, namelijk de dood van bassist Cliff Burton (-May he rest in peace-). Cliff en Kirk moesten namelijk op de bewuste avond strootje trekken om wie er op de achterste plaats in de bus mocht slapen. Enkele uren later verloor de buschauffeur de controle over het stuur en reed van de weg af, Cliff was op slag dood. De zang van James in dit nummer bevat dan ook veel woede. 

‘Harvester of Sorrow’ is een van mijn persoonlijke favorieten. Dit nummer klinkt als een gigantisch log monster dat elk moment dodelijk kan toeslaan.De gitaren in dit nummer klinken lekker zwaar en de zang is geweldig goed mee te zingen, een fantastisch nummer om live te horen/spelen dus.Het nummer ‘The Frayed Ends Of Sanity’ klinkt weer lekker bombastisch door zijn volle riff. Ook bevat ook dit nummer weer een lekkere jankende solo die lekker in Kirk’s fantastische stijl is uitgevoerd.Na dit alles volgt nog een prachtig instrumentaal nummer genaamd ‘To Live Is To Die’, dit is het laatste nummer waaraan Cliff heeft meegeschreven. Ook hier weer de kenmerkende strakke beukende riffs. Afgewisseld met een paar lekkere solo’s.Als laatste krijgen we dan nog een lekker snel nummer, namelijk ‘Dyers Eve’. Het bloedsnelle gitaarwerk beukt lekker door en ook drummer Lars Ulrich drumt ook weer alsof z’n leven ervan afhangt.Wederom een echt klassiek hardrock/heavy metal album. 



Queensrÿche - Operation: Mindcrime

Jaar van release: 1988
Label: EMI Records

Bestaat er een hard rock of heavy metal album dat de maximale score van 100 punten verdient? Is er een magnum opus dat je het gevoel geeft dat alles klopt, een plaat waarvan de muziek en teksten je van de eerste tot de laatste seconde in een opperste staat van vervoering brengen, zonder een moment van verslapping?

Zo’n album bestaat. Zodra ik Queensrÿche’s magistrale conceptalbum Operation: Mindcrime in zijn geheel beluister, luidt de onvermijdelijke conclusie dat deze langspeler volmaakt is. Geen akkoord, geen tekstregel, geen noot valt uit de toon. Het dramatische verhaal concurreert met dat van de beste films en wordt op spectaculaire wijze gebracht. Elke song is een meesterwerk. Terwijl bij andere conceptalbums de intro’s, geluidsfragmenten en intermezzo’s al snel gaan irriteren, dragen ze hier juist onnoemelijk bij aan de sfeer en zou ik ze niet kunnen missen. Het onvergetelijke duet tussen Geoff Tate en Pamela Moore in het lange, symfonische Suite Sister Mary is onovertroffen en vormt het hoogtepunt van een onwaarschijnlijk goede cd. Slechts één cijfer lijkt me hier op zijn plaats. Beter kan niet.In juni zal Queensrÿche een Europese toernee ondernemen die onder meer de Ancienne Belgique en het Bang Your Head festival aandoet. Daar zal het gezelschap een drie uur durende show verzorgen waarbij beide Operation: Mindcrime albums (wellicht voor de laatste maal) in zijn geheel zullen worden gespeeld.  Na twintig jaar krijgen de fans nog steeds geen genoeg van het album. Dat geldt evenzeer voor mij.

 



Kingdom Come - Kingdom Come

Jaar van release: 1988
Label: 
Polydor Records

Kingdom Come bracht hun goed ontvangen, titelloze debuutalbum in het begin van 1988 uit. Onder leiding van de in Duitsland geboren frontman Lenny Wolf, die voor het grote deel verantwoordelijk is voor het schrijven van meeste van het materiaal van het album, met daarnaast de manager van de groep Marty Wolff. Het hiermee ook de meest succesvolle plaat van de band. Na de eerste single van de band kreeg de band bijzonder veel aandacht, ruim voor de album release, Kingdom Come ging goud op dezelfde dag dat het album werd uitgebracht en verkreeg uiteindelijk de platina status in de Verenigde Staten, Duitsland en Canada en piekte op nummer 12 op de Amerikaanse album charts. Een deel van de aanvankelijke aantrekking (en latere kritiek) van de band was, dat hun audio gelijkenis met die van het klassieke tijdperk van Led Zeppelin.

Kingdom Come werd kort gevormd in 1987, ze vormden een vijfkoppige groep te beginnen lead gitarist Danny Stag. Hoewel Wolf ook gitaar speelt, werd besloten, dat hij louter  frontman zou zijn en wierf Rick Steier als tweede rhythm gitarist. James Kottak op drums en als bassist Johnny B. Frank.

Het album werd mede geproduceerd door Bob Rock, die een helder en stevige rock geluid neerzette. De opnames vonden plaats bij Little Mountain studio in Vancouver  en gemixd in de beroemde Electric Lady Studios in New York City. Er is weinig twijfel dat de Zeppelin-achtige sound  opzettelijk was, want er was een enorme honger naar een reünie van die band in de jaren 80.

Ondanks de over-the-top Zeppelin vergelijkingen, de belangrijkste riff voor de opener "Living Out of Touch" is meer Robin Trower, dan Jimmy Page. "Pushin 'Hard' is standaard eighties hair metal, zij het met enige goede dynamiek, zoals het midden gedeelte waar alles naar beneden komt behalve de langzame bas riff van Johnny B. Frank.

"What Love Can Be" is erg bluesy, langzaam en weloverwogen - een beetje zoals Zeppelin's "Tea For One", maar eigenlijk meer "Ride On" van AC / DC. Dit humeurige en donkere nummer bevat alle ingrediënten van een bovengemiddeld ballad. Het werd hiermee ook een behoorlijke hit voor de groep. "17" begint met een big-bang drum beat door James Kottak, die is bijna als een voorbeeld van Pearl Jam. De eerste helft wordt afgesloten met "The Shuffle", is een  leuk en vrolijk nummer.

Het lied dat verreweg naast hun single de meeste aandacht trok voor Kingdom Come was "Get It On". Dit nummer wordt gedreven door ongelooflijke dynamiek.  Wolf’s stem samen met een John-Paul-Jones-achtige bas en heldere duo gitaar riffs. Het bevat zelfs een John Bonham-achtige drum. Een echt Zeppelin cloon. Naar verluidt, ging er een cassette kopie van de mix van het lied naar een radiostation in Detroit, die begon het nummer af te spelen voor de officiële release van de band, dit gaf het sein voor de kettingreactie met de "Zeppelin reünie" geruchten.

Drummer Kottak en bassist Frank schreven gezamenlijk het nummer "Now Forever After 'en' Hideaway 'respectievelijk. Beide nummers zijn aangenaam genoeg, met name het eerste nummer.  Het nummer  "Shout It Out" is misschien dan nog het meest teleurstellend. Een  juweeltje wordt dan weer gevonden in  Stag's "Loving You". Het nummer is voorzien van fantastische arrangement en productietechnieken en reverb-effecten.

Naar aanleiding van de release en het bliksemsnelle succes van Kingdom Come in 1988, heeft de band ervoor gekozen om hun tourschema om te gooien en mee te doen aan "Monsters of Rock" tour met veel van de top hard rock / heavy metal acts van de dag. 





House of Lords - House of Lords

Jaar van Release: 1988

Label : Simmons Records

House of Lords maakte in 1988 in feite een geweldig debuut met Simmons Records. Niemand noemde hen een 'supergroep', maar de meeste leden waren gelouterde vakmuzikanten. House of Lords is geëvolueerd uit Giuffria, een vrij goede AOR-rockband met op toetsenGreg Giuffria. In feite zijn er verschillende songwritingcredits van de ex-Giuffria-zanger David Glen Isley, die aanwijzingen geeft voor het ontstaan ​​van deze CD. Echter hij zal de nummers niet inzingen.

Lanny Cordola speelde gitaar op de eerdere Giuffria-LP en zijn logische vervolg zou dan ook  House of Lords zijn. Bassist Chuck Wright had zijn sporen verdient bij Quiet Riot, waar hij later ook weer naar terugkeerde. Drummer Ken Mary kennen we van Alice Cooper. Alles wat ze nodig hadden was een zanger, en ze vonden daarbij na later bleek een groot talent in James Christian, die op vandaag de enige overgebleven en originele lid van House of Lords is. Ze tekenden bij het platenlabel van Gene Simmons en kregen de legendarische producer Andy Johns achter de mengtafel. Alle ingrediënten waren op hun plaats.

Het titelloze debuut, hoewel stijlvol, had waarschijnlijk net niet genoeg identiteit. Overal goede nummers, maar ook niets dat het House of Lords als iets unieks identificeerde. En dus is deze geweldige CD door de jaren heen grotendeels onbekend gebleven.

De zware opening van het toetsenbord op 'Pleasure Palace' heeft minder te maken met Bon Jovi en meer met de progressieve rockbands van de jaren '70 te maken. De productie is puur 80's, met de echo-drums en de moeilijk te horen bas. Andy Johns deed het beter dan de meeste producers in '88 hadden kunnen doen. James Christian komt over als een goed afgeronde zanger. Hij kan zingen in het rustigere timbre en hij is ook in staat om te schreeuwen..

"I Wanna Be Loved" was de eerste single / video, een makkelijke keuze als mid-tempo met een meezing-refrein. Backing-vocals vol in de mix en Lanny Cordola speelt een smaakvolle, zij het een standaard gitaarsolo. "Edge of Your Life" doet dienst als een keyboard-ballad. Het muzikaal vakmanschap is geweldig, maar de opvallende artiest is James Christian.

Met de voor de hand liggende inspiratie van de Van Halen-shuffle van weleer, "Lookin 'For Strange" spat het spelplezier er vanaf. De eerste kant van de band is "Love Do not Lie", nog een power ballad. Het werd ook bewerkt en geremixt door David Thoener voor een enkele release. Deze mix is ​​gebruikt voor de videoclip en is te vinden op heruitgave van de CD. De albumversie is de betere van de twee en is minder overgeproduceerd.

Rock and roll wordt hernomen met "Slip of the Tongue", een titel die David Coverdale een jaar later zou gebruiken. Hoog octaangehalte, volle kracht vooruit, dit is het House of Lords met een hoog shred gehalte. Het muzikaal vak spreekt voor zich en je kunt duidelijke Whitesnake- en Thin Lizzy-invloeden horen. Het snelle tempo zet  met "Hearts of the World" een geheel andere koers. Vanaf hier wordt het album meer progressief, dramatisch en bombastisch. "Hearts of the World" is AOR-perfectie uit de Giuffria school. "Under Blue Skies" volg dit maal met doedelzakken (!) En ELP-achtige klavierhoorns. Het is weer een dramatische, melodieuze winnaar met progressieve kwaliteiten. "Call My Name" is nog steeds een groots klinkend nummer.

Cordola krijgt de kans om een ​​beetje ( zij het een minuut) klassieke gitaarkunsten te laten vertonen als een intro van "Jalous Heart", het laatste van de 10 nummers. Dit is een typische sluitstuk voor een album: melodramatische teksten, powerhouse vocalen, een ware afsluiter.

House of Lords is een goed debuutalbum. Want wat House of Lords hier speelde, was behoorlijk opvallende hardrock, dat zeker meer waardering had verdiend, dan alleen bij een beperkt hardrock publiek.



Dream Theater - When Dream And Day Unite

Jaar van release: 1989
Label: Roadrunner 

‘Oei, is dit Dream Theater?’ was mijn eerste reactie na het beluisteren van deze CD. Ik kende de band toentertijd alleen van de opvolger ‘Images and Words’, een plaat die qua karakter meer naar de metal neigt. ‘When dream and day unite’ klinkt een stuk ouderwetser, het geluid is niet zoals we gewend zijn van DT, en wel het meest belangrijk: een andere zanger!

Charlie Dominici, de voorganger van de huidige zanger James LaBrie, verliet de band na meningsverschillen over de te voeren muzikale richting. De overige leden wilden graag iets meer gestroomlijnde nummers schrijven en meer metal in de muziek implementeren, waar Dominici het niet mee eens was. Ik moet zeggen dat LaBrie een betere zanger is dan Dominici, maar Charlie’s stem past perfect bij de sfeer van dit album. In het begin dacht ik ‘wat een piepstemmetje’, maar als je er eenmaal aan gewend bent klinkt het geweldig. Het geluid op deze plaat is zoals gezegd niet wat we gewend zijn van deze heren, dit is te wijten aan budgettaire problemen destijds, iets waar de band heden ten dage geen last meer van heeft…..

‘A fortune in lies’ klinkt als een echt Dream Theater nummer, en is een lekker opwarmertje voor wat nog komen gaat. Overwegend in een hoog tempo, met een lekker refrein en vloeiende tempowisselingen. Het tweede nummer klinkt als een jaren zeventig – vroeg jaren tachtig progrocknummer, met een meeslepend refrein dat mij doet verlangen naar die goede oude tijd. Heerlijk meezingbaar, maar wijkt qua stijl een beetje af van de rest van de nummers.

‘Ytse Jam’, het derde nummer, is een instrumentaaltje. Hard, complex, up-tempo, de heren etaleren hun muzikale kunnen op een fenomenale manier. Hier en daar doet het me denken aan een progressievere variant van Iron Maiden. Echt een heel lekker nummer. ‘The killing Hand’ is een compositie bestaand uit verschillende tekstuele en muzikale hoofdstukken die samen een verhaal vertellen, een voor Dreamtheater bekend recept. Geweldige instrumentale intermezzo’s, perfecte opbouw en wat een sfeer!

‘Light fuse and get away’ is een sterk nummer, zéér complex, met een swingend (!!) refrein en bruuske tempowisselingen. De instrumentbeheersing en timing verbazen mij keer op keer…. ‘The afterlife’ heeft een briljante onheilspellende riff die sferen oproept waar mijn metalminnend hartje sneller van gaat kloppen. Mede door de teksten wordt je even weggevoerd uit deze harde realiteit.

‘The ones who help to set the sun’ begint met een langgerekt instrumentaal intro en loopt uit in een epische song die zijn weerga niet kent. Wederom alle lof! Het laatste nummer, ‘Only a matter of time’, is een waardige afsluiter van dit briljante album. Alle muzikale registers worden opengetrokken en Dominici’s zang brengt mij kippevel.

Persoonlijk vindt ik dit één van de beste Dream Theater albums, al zullen velen het niet met mij eens zijn. De sfeer die deze muziek oproept brengt mij keer op keer in vervoering. Progmetalliefhebbers: als je dit album nog niet hebt, als de wiedeweerga kopen!



DRIVE SHE SAID - DRIVE SHE SAID

Jaar van release: 1989
Label: CBS

Geweldig debuut ... Het begin van een band die bestaat uit twee geweldige muzikanten, toetsenist Mark Mangold (American Tears, Touch, Valhalla, Mystic Healer, etc.) en Al Fritsch (Mystic Healer, Voodooland) levert een geweldige vocale inspanning, beide hebben een uitstekende reputatie in de muziekbusiness, dit leverde ons geweldige songs vol met een hartstochtelijke passie en een vleugje emotie van AOR-bands, maar met het verschil dat deze jongens precies wisten hoe ze gevoelens en sensaties konden bereiken.

 Het titelloze debuut van Drive, She Said uitgebracht in 1989. Het kaliber van muzikanten garandeert een hoogkwalitatief niveau met gitaarwerk van Saraya's Tony Rey en een gastoptreden van Balance and Meat Loaf gitarist Bob Kulick. Andere voorbeelden zijn ex-Dust, Rick Derribger en HSAS-bassist Kenny Aaronson, sessiedrummer Kenny Aaronoff (Two Fires, Lenita Erickson, IOMMI), Aldo Nova, die ook samen het nummer "Love Has No Pride" co-schreef, Benny Mardones en Fiona, de laatste co-auteur van "Hard Way Home".

 Er zijn veel top AOR nummers op dit album, beginnend bij de opener "If This Is Love", hun handelslied. Een perfecte staalkaart van klasse pure AOR met fantastische toetsen van maestro Mark Mangold en een perfecte kristalheldere vocale uitvoering van Al Fritsch. Het volgende nummer "Hard Way Home", een rechttoe rechtaan melodische rock met een “orge”lbasisachtige opzet, met geweldige hooks, geweldige toetsen en een gedenkwaardig catchy refrein, terwijl we op de backing-vocals Fiona horen. Een perfect nummer en een van mijn favoriete nummers van het album dat al meer dan 15 jaar in mijn hoofd zit. De Touch kastanje "Do not You Know" krijgt een make-over, AOR in de puurste vorm, terwijl "But For You" de eerste ballade is met een uitstekende uitvoering van Al Fritsch. Het eerste deel van het album sluit met 'Love Has No Pride', Een lied vol emotie en passie dat je absoluut zal raken. Het album vervolgt verder met 'Maybe It's Love', een krachtig nummer, met een geweldig openingskoor en perfecte toetsen op de achtergrond, grote achtergrondzang en een aanstekelijk refrein dat elke AOR-fan moet bevredigen. Een van de hoogtepunten van het album, gevolgd door een andere ballade "Hold On (Hands Around Your Heart)", een nummer met perfecte songwriting en een gevoelige melodie brengt me herinneringen terug van de middelbare school. Een adembenemend nummer met geweldige hooks, fantastische toetsen en een aanstekelijk refrein dat je het keer op keer zult zingen. "If I Told You" een nummer vol toetsen in "I Close My Eyes", de stijl is meer poppy met een geweldige intro herinnert me het jaren 80-discogeluid, maar met een krachtig en catchy refrein en de geweldige gitaren van Bob Kulick. "As She Touch Me" sluit het album af, een pure AOR-melodie, waarbij Mark zijn muzikale bekwaamheid voor eens te meer blootlegt met de gouden stem van Fritsch.

Drive, She Said wiegde zich onbeschaamd in pure AOR-territorium op een moment dat dat geluid overschaduwd werd door Hollywood-metal bands. Dit is een magisch album dat absoluut massaal zal zijn en verder niets hoeft te schrijven. Dit is hoe AOR zou moeten klinken! PERFECT en AANBEVOLEN !!!

 


Tesla – The Great Radio Controversy

Jaar van Release : 1989

Label : Geffen

De groep Tesla paste nooit helemaal in een definitieve genrevak die uiteindelijk de Noord-Californische band ervan weerhield hun kritieke of commerciële potentieel te bereiken. In de jaren tachtig waren ze een "hairband" die in die tijd een paar stappen vooruit was. In de jaren negentig waren ze te geconcentreerd en opgewekt om zich te laten meeslepen in de 'grunge'-golf. Tussendoor overbrugden ze de kloof met de Great Radio Controversy uit 1989, hun meest gerenommeerde album. Hoewel ze doorspekt zijn met meer dan haar aandeel in jaren tachtig "heavy metal" karikatuur, is er materiaal op dit album met soul en muzikaliteit dat in die tijd maar weinig nieuwe releases werden gemaakt van deze kwaliteit.

Gevormd in 1982 en oorspronkelijk Stad Kidd genoemd, de groep hernoemde zichzelf Tesla naar uitvinder en elektrotechnicus Nikola Tesla, tijdens de opname van hun eerste album, Mechanical Resonance . Het kenmerkende geluid van de band werd gesmeed door leadzanger Jeff Keith samen met gitaristen Frank Hannon en Tommy Skeoch .

The Great Radio Controversy , geproduceerd door het team van Steve Thompson en Michael Barbiero , bevat voornamelijk groots klinkende productiemethoden in lijn met pop-metal uit de jaren 80, maar reikt ook terug naar meer authentieke en aardse methoden. Het album werd geproduceerd in Bearsville Studio buiten Woodstock, NY, een studio die oorspronkelijk werd gebouwd door de manager van Bob Dylan.

Hoewel de nummers in het begin enigszins standaard zijn, verbetert het album naarmate het voortschrijdt. Gezamenlijk geschreven door bassist Brian Wheat , begint "Hang Tough" met zijn mechanische baspatroon voordat de dubbele gitaren binnenkomen voor een geharmoniseerde riff en later terugkeren voor een fatsoenlijke dubbele gitaarsolo. "Lady Luck" volgt met enkele rijke vocale harmonieën voordat "Heaven's Trail (No Way Out)" breekt met de rij-ritmegitaar van Skeoch. Een eenvoudig maar belonend nummer, deze derde is gesneden door bluesy breaks tussen de coupletten in.

"Be a Man" begint met een lange, bluesy slide-intro voordat de langzame riffs het nummer in de juiste context brengen. De pure rocker "Lazy Days, Crazy Nights" is een tandje hoger dan de meeste nummers op de vroege helft van het album, met een donker en vastberaden gevoel in het algemeen, samen met een fatsoenlijke vocale hook. Het album wordt steeds sterker met "Did It for the Money", dat creatief meandert voordat het zijn basis vindt, dat behoorlijk solide en sterk is. "Yesterdaze Gone" toont Tesla op hun zwaarste, bijna echte heavy metal in beat maar stevig in de arena rock vocaal, samen met een vrij wilde middensectie gitaarlead met harmonieën zo rijk dat het bijna klinkt als een synthesizer-envelop.

"The Way It Is" is mede-geschreven door drummer Troy Luccketta en is een van de hoogtepunten van zowel album als Tesla's carrière. Het humeurige akoestische intro en couplet maakt uiteindelijk plaats voor de sterke maar diepe refreinen. De bridge en de outro van het nummer brengen het nummer op een heel nieuw niveau, want de herhaling werkt goed met thema- en muzikale achtergrondgeluiden en de zang van Keith heeft absoluut hun hoogtepunt tijdens "The Way It Is"

 "Love Song" is bijna net zo indrukwekkend, misschien wel de beste powerballad ooit. Dit uni-directionele nummer wordt aangedreven door de prachtige gitaarmotieven van Hannon. Beginnend met een complexe akoestische intro voordat je op weg gaat naar de vrolijke getokkelde elektrische riff die het eigenlijke lied introduceert. Het nummer is compleet en melodieus tot het einde zonder een verspilde noot of moment. "Paradise" is een ander mooi nummer dat een droevige akoestische intro bevat voor een liefdeslied met een duidelijk ander gevoel dan het lied getiteld "Love Song". Keith's zang neemt het tempo aan, terwijl de muziek in het midden van de sectie laag blijft, voorafgaand aan een funk-beïnvloed alternatief gedeelte dat volgt. Het afsluitende nummer "Party's Over" probeert het album te eindigen met een rocklied, maar valt gewoon een beetje tekort.

 Great Radio Controversy bereikte de Top 20 van de Amerikaanse albumcharts en creëerde drie Top 40-hits op de Mainstream Rock-kaart. In 1990 handhaafde Tesla hun commerciële dynamiek met de live Five Man Acoustical Jam voordat hij het jaar daarop met Psychotic Supper terugkeerde naar de studio.


Signal - Loud & Clear 

Jaar van release: 1989 
Label : EMI

Krescendo Records heeft het gewaagd om de all-time klassieker 'Loud & Clear' van Signal opnieuw

uit te brengen, origineel stammend uit de roerige AOR periode 1989 toen grunge nog niet op de loer lag. Voor menige liefhebber zou deze heruitgave een uitkomende wens moeten zijn, want in dat net genoemde jaar was de plaat heel moeilijk verkrijgbaar in deze contreien. Om de zaken nog erger te maken, de band werd zelfs niet veel later door EMI schandalig op straat geschopt niet veel later. Exit Signal en 'Loud & Clear' bleef dus het enige studioalbum van deze band, al volgde elf jaar later nog een zeldzame live registratie opgenomen in 1990, simpelweg getiteld 'Live'. In de maand juli van het jaar 2000 gooide het Franse Axe Killer de cd nog eens op de markt maar vanaf heden is hij voor degene die hem nog toen niet aanschaft hebben (ik kan het me bijna niet voorstellen) alsnog te krijgen.

Zanger Mark Free was natuurlijk het middelpunt van dit viertal. Met zijn soul en passievolle vocalen is het werkelijk genieten vanaf opener 'Arms Of A Stranger' tot de allerlaatste noot van 'Run Into The Night'. Hij richtte hierna trouwens met Worldtrade leden de band Unruly Child op en concentreerde zich op zijn solotoer. Dat hij jaren later zijn naam in Marcie liet veranderen en zijn lijf liet ombouwen tot vrouw is een ander verhaal. Maar ook in een ander lichaam maakte hij in zijn/haar carrière nog een sterke plaat ('Tormented'). Ik wil de andere leden uiteraard niet te kort te doen. Zij waren zeker goed op dreef op dit album en mede dankzij hen is deze plaat, met daarop nummers geschreven door onder andere Eddie Schwartz, Bob Halligan, Van Stephenson en Curt Cuomo, onvergetelijk geworden. De productie en engineering was en is kraakhelder (Kevin Elson, die ook 'Departure' van Journey en 'The Final Countdown' van Europe deed)) zoals een AOR plaat moet klinken.Wat mij wel van het hart moet, is dat het vernieuwde boekje met nieuwe linernotes slechts een tweetal pics van Mark Free laat zien en een verhaal over zijn verdere levensloop, zonder verder veel aandacht te besteden aan de ander bandleden. Iets meer over Danny Jacob (gitaar), Erik Scott (bas) en Jan Uvena (drums) was wel op zijn plaats geweest.

Dit album hoort thuis in het rijtje topproducten uit het verleden waarin ook Icon's 'Night Of The Crime', Boulevard's 'Into The Street', Survivor's 'Vital Signs' en 'Last Of The Runaways' van Giant vallen. Dit mag in geen enkele platenkast ontbreken dus een essentiële aanschaf voor iedere AOR fan!

 


Leatherwolf – Street Ready

Jaar van release: 1989
Label: Island Records 

In de haast voor nieuwigheid, nieuwe releases, nieuwe bands, nieuwe genres (moeilijk om een ​​nieuwe metalstijl te vinden) blijven veel albums in de vergetenheid of bereiken niet het grote publiek.  Zo ook het album van Leatherwolf, dit is een manier om dit soort albums weer naar voren te halen, om misschien wel wat minder bekende bands in de spotlight te plaatsen die ze verdienen. Het is gewoon een manier om een van mijn favoriete albums te promoten. Vandaar het album  Street Ready . We hebben allemaal ups en downs in ons leven en sommige albums helpen ons om op te staan ​​en te vechten. Street Ready is daar een van. 


De line-up op Street Ready was: Michael Olivieri (zang / gitaar), Carey Howe (gitaar), Geoffrey Gayer (gitaar), Paul Carman (bas), Dean Roberts (drums). Deze heavy / power metal act van Los Angeles werd opgericht in 1981. Ze toeren in die tijd met Poison, Mötley Crüe, Great White, WASP . 


Leatherwolf volgde het pad van Queensrÿche . Als je de eerste Queensrÿche EP hebt - mijn favoriete Queensrÿche-album met Operation Mindcrime - en The Warning , heb je al een idee van Street Ready . Na het eerste mini-album in 1984 (demo?) Brachten ze in 1987 het tweede album uit, gemakkelijk Leatherwolf genaamd . De invloed van Queensrÿche en Fates Warning is glashelder op het titelloze album van 1987 (geproduceerd door Kevin Beamish). Street Ready werd ook geproduceerd door Beamish, maar dit derde album werd gemixt door Michael Wagener, wat het verschil maakt. Leatherwolf combineert drie gitaren en toetsenborden die hen onderscheidt van andere bands. In tegenstelling tot hun vorige twee zelfgeschreven albums klinkt Street Ready als een heavy / rock-arena, een soort studioalbum van Alive I ( Kiss ). Met zijn enorme geluid (voor die tijd) en zijn enorme productie (met name de zang en de gitaren) was Street Ready het nieuwe heavy-metal-geluid, het soort album dat schaduw op Iron Maiden zou brengen. Wie zei drie gitaren;)


 Ik ben tot de dag van vandaag verbaasd hoe deze tien nummers tellende melodieuze heavy metal-plaat als een spook voorbijging. Bombastische nummers als Wicked Ways, Street Ready, Too Much en Thunder rechtvaardigen alleen al het geld dat ze besteden voor het record. Het Mi-tempo-spoor zoals Hideaway of The Way I Feel regeert lang voordat Iced Earth Melancholie schreef. Lonely Road is een ander nummer dat de fantastische songwriting van Leatherwolf benadrukt


Het niet-succes van Street Ready - en Leatherwolf - blijft een raadsel voor mij. Dit album is perfect vanaf de eerste noot tot de laatste noot. Leatherwolf's songwriting is nog steeds veel beter te vergelijken met de nieuwste albums van Queensrÿche . Geluk speelt altijd een grote rol. Ik zeg graag dat geluk niet aan de kant van Leatherwolf was. Zoals eerder gezegd, had dit "ghost-album" in 1989 slechte verkopen en werd Leatherwolf van Island Records geweigerd. 




Skid Row - Skid Row

Jaar van release: 1989
Label: Atlantic Records 

Skid Row is een van de glamrockbands die te laat geboren is. De debuutplaat kwam pas uit aan het eind van de jaren 80 vlak voordat de scene onderlopen werd door de grunge-hype. Officieel is de band nooit uiteen geweest en momenteel draaien ze nu zelfs op volle touren, maar na alle roerige tijden bij deze een terugblik op het eerste album van de gloriedagen met Sebastian Bach nog achter de microfoon(Nee, niet die Duitse componist...).

Het titelloze debuut sloeg in als een bom, en met de excentrieke Bach aan boord, die veelvuldig in de media verscheen, werd de band als snel een fenomeen. Rockers als 'Youth gone wild' en de ballads 'I remember you' en '18 and life' werden hits en de groep tourde over de hele wereld.

De plaat opent met een paar standaard en nietszeggende rockers. Pas met de vierde track, Piece of Me begint het interessant te worden. Bach heeft duidelijk meer in zijn mars dan zijn ontelbare collega's. Een minpunt echter zijn de teksten. Titels als Rattlesnake shake en Can't Stand the Heartache zeggen genoeg over tekstuele inhoud én ook de muziek. Toch weten de ogenschijnlijk weinig interessante nummers goed te blijven hangen en dat is een prestatie opzich. Heerlijk is het om de dik aangezette backing vocals mee te schreeuwen. Alles wat deze band doet is een herhaling en dat ook nog eens compleet over the top. Maar voor diegenen die daar niet om malen is het een feest van herkenning.

Anno 2008 klinkt Skid Row aardig gedateerd. De productie alleen laat dit al duidelijk horen, maar toch kan deze plaat voor een zeer aangenaam avondje rock n' roll zorgen. Degenen die wel in zijn voor deze foute glamrockers kunnen gerust overgaan tot aanschaf. De echte klassieker maakte men echter twee jaar later met het veel minder gepolijste Slave to the grind.



Badlands – Badlands

Jaar van release: 1989
Label: Mercury Records

 Jake E Lee had al meer bereikt dan de meeste beginnende muzikanten. Na twee platina albums met Ozzy (Bark at the Moon, The Ultimate Sin).Als opvolger van de legendarisch gitarist Rhandy Roads. Echter er komt een onverwachte telegram, die aangeeft dat Jake niet langer meer deel uit maakt van de band van Ozzy Osbourne. Lee was al een begrip qua gitaarspel in de jaren 80. En kreeg de credits als maker van grootse gitaarriffs. Hij besluit het roer om te gooien en een eigen band te starten. 

Na agressief nastreven van de perfecte frontman voor een nieuw project, Lee selecteerde Ray Gillen als de man, en de twee vormden Badlands. In 1989 brachten ze dan  hun titelloze debuutalbum uit , die vol stond met klassieke riffs, solo's, en dat de  'ouderwetse rock n' roll spirit weergeeft.  Anders dan Ozzy, dit nieuwe monster had meer blues invloed, en minder distortion op de gitaar.
Van start tot finish, Badlands is een verfrissende plaat vol met riffs en memorabele refreinen De songstructuren zijn eenvoudig. De solo's zijn respectabel, maar meestal ook eenvoudig in de basis. Eerlijk gezegd, het is dicht bij alles wat men zou verwachten van een album van zijn soort. 

De productie is ook atypisch voor de tijd; de jaren 80 werden vaak gekenmerkt door overdreven, galmende drums; Badlands is precies het tegenovergestelde . Lee heeft daarn het talent voor het creëren van uitzonderlijke mainstream Rock solo's. De krachtige stem van Ray Alder past dan ook uitstekend bij het debuutalbum.

1989's Badlands is een voorbeeld van bluesy, Rock ’n Roll plaat met de juiste ingrediënten. Beter gezegd, het is bijzonder dat  Lee het album eenvoudig heeft laten klinken, maar toch een onderscheidend is in zijn soort. De inhoud zegt meer dan de verpakking. Een echte klassieker. 



Sacred Warrior - Wicked Generation

Jaar van release: 1990
Label: Intense Records

Wanneer white metal ter sprake komt, fronsen veel metalfans de wenkbrauwen. Bij hardheid hoort immers duisternis, dus God is uit den boze. Niet voor niets konden rockgroepen als Stryper en White Heart in de jaren tachtig rekenen op hoongelach als ze op een 'normaal' festival speelden. Mede door het prekerige karakter van zowel teksten als aankondigingen bleef de groep fans beperkt. Dat gold eveneens voor hardere groepen die destijds opdoken. Sacred Warrior is zo'n groep, maar ook thrashgezelschappen als Deliverance en Vengeance Rising zijn vanwege de christelijke inslag nooit echt doorgebroken.

Hoewel ook het tekstuele karakter van Sacred Warrior bij vlagen radicaal is en intolerant tegenover thema's als abortus, homoseksualiteit en euthanasie, is het jammer dat de band zelden in één adem met Queensrÿche en Fates Warning wordt genoemd. Want de progressieve US power metal van het gezelschap is net zo goed of bij vlagen zelfs beter. Bovendien hield Sacred Warrior in de jaren tachtig en begin negentig wél vast aan een muzikale basis van pure metal. In tegenstelling tot de alternatieve keuzes van Queensrÿche.

Het derde album Wicked Generation is het hoogtepunt van deze Amerikanen. Krachtig als het moet en op gezette tijden atmosferisch. Maar nooit zonder de basisbeginselen van metal uit het oor te verliezen. Bij Sacred Warrior hebben de gitaren het hoogste woord. De muziek loopt over van de vette riffs, solo's en progressieve snufjes. Alles is helder en met gezonde galm vastgelegd, waardoor de kracht continu uit de speakers knalt. Deze plaat doet songtechnisch wel wat aan het album Programmed van Lethal denken, al klinken de christenen over het algemeen wat technischer. Meer tempowisselingen en gestoei met vreemde maatsoorten vooral.

Al die elementen tezamen werken uitstekend. Songs alsNo Happy Endings en Are You Ready bulken van de kwaliteit. Of wat te denken van het met Vicious Rumors-achtige koortjes opgesierde Minister By Night. Het zijn nummers waarin de heer tekstueel voor de meeste input zorgt, maar storen doet dat niet. De band brengt de muziek met passie en plaatst de instrumentale en vocale aspecten op de voorgrond. Zanger Rey Parra heeft een ijzersterke strot die aan Geoff Tate doet denken, maar dan wel aan de Tate die The Warning en de debuut-ep inzong. Net zoals dat er deze plaat geen tenenkrommende opwekkingsliederen in een metaljasje worden gestoken, zoals Holy, Holy, Holy van het tweede album Master's Command.

Met een nieuw album in aantocht is het goed om nog eens terug te blikken op de spetterende verrichtingen van deze groep. Wie van sterk uitgevoerde en licht progressieve metal met hoge zang houdt, kan hier simpelweg niet omheen. Daarvoor was (en is) de band simpelweg te getalenteerd. Ook het oogverblindend lelijke hoesje kan daar niets aan veranderen. Dit is power metal zoals power metal hoort te klinken. Ook 23 jaar na dato.




Stryper - Against The Law

 Jaar van release: 1990
Label: Enigma

Op Against The Law liep de band weg van het glamrockimago en mierzoete songs waar het kwartet faam mee verwierf. Maar belangrijker nog, ze braken hun eigen wetten en liepen van het christelijke pad af. Dit resulteerde in gematigde reacties vanuit de voornamelijk religieuze fanschare wat leidde tot tegenvallende verkoopresultaten en indirect tot het vertrek van zanger Michael Sweet en niet veel later de opdoeking van de band.

Na het verrassende The Yellow And Black Attack ('84) en het onovertroffen Soldiers Under Command ('85) bleef de band in herhaling vallen met het nog redelijk te pruimen To Hell With The Devil (‘86) en het eerder genoemde In God We Trust. Maar met Against The Law leverde de uit Los Angeles afkomstige band haar beste werk af. "I don't live for you ‘cause I'm against your laws" krijst Michael in de titel- en openingstrack, de toon is gezet. Harder, meer divers en verfrissender. Zowel tekstueel als muzikaal tapt de band hier uit een ander vaatje. De catchy melodieuze gitaarriffjes en zoete zanglijnen zijn hier verruild voor groovende, meer afwisselendere hardrockriffs en de zang is een stuk rauwer, de hoge zanglijnen zijn minder prominent aanwezig en meer dan eens weerklinkt er venijnig gekrijs waarvan je nekhaar overeind gaat staan.

 Meteen op de eerste track is het al menens. Een krijsende zanger hier, een interessant drumpatroon daar en een geweldige riff waar je alleen maar U tegen kan zeggen, wanneer de geniale solo er dan invalt kan het feest helemaal niet meer stuk. Michael Sweet weet bovendien de gevoelige christelijke snaar te raken door de bad boy van rock n' roll uit te hangen. Teksten over overspelige vrouwen (Two Time Woman) en zijn liefde voor rock (Rock The People) zetten aan tot serieus nadenken; is dit werkelijk het eens zo brave Stryper? Ja hoor, met het heerlijke uptempo Not That Kind Of Guy, de gewaagde Earth Wind And Fire-cover Shining Star en Ordinary Man lijkt het toch duidelijk. Met dit Stryper valt niet te spotten, dat zullen zelfs de met bijbels bekogelde fans van Dynamo moeten erkennen.

 De harmonieuze gitaartunes en zanglijnen hebben plaatsgemaakt voor recht toe recht aan riffs en felle uithalen. Het gitaarwerk rockt bovendien harder en is interessanter dan je op de rest van de gehele Stryperdiscografie zal aantreffen, en verrassend genoeg komt het niet zelden voor dat het slechts één gitaar is die de lakens uitdeelt. De tenenkrommende toetsenpartijen worden bovendien geheel achterwege gelaten. Hierdoor is zelfs de enige ballade, Lady, die Michael voor zijn vrouw schreef, een lust voor het oor. De enige keer dat het christelijke aspect wordt aangeroerd is in de hekkensluiter van het album. Rock The Hell Out Of You is tekstueel gezien de enige tastbare link naar eerdere orthodoxe teksten maar is daarnaast wel de hardste track ooit die de mannen opnamen. 

Het is erg betreurend dat zowel de fanatieke aanhangers als de mainstream Stryper niet meer steunden na het uitbrengen van dit juweeltje, want wie weet hoeveel moois deze groep nog had kunnen voortbrengen mocht deze plaat wel lovend zijn onthaalt. Het mocht niet zo zijn, met Against The Law nagelde de band zichzelf aan het kruis. De mannen zijn zoals vele eens succesvolle groepen weer bij elkaar maar het heilige vuur hebben ze nooit meer teruggevonden. Het viertal schrijft tegenwoordig liever hitparademateriaal en laat het daarbij na om gebruik te maken van de muzikale kwaliteiten die ze ooit machtig waren. Nee, één Bon Jovi op deze aarde is eigenlijk al teveel, daar hoeven we geen christelijke variant bij te hebben. Feit is dat ze met Against The Law in het prille begin van de jaren '90 een ongelooflijke piek bereikten waarvan vriend en vijand het niet verwachtte, en het destijds al helemaal niet oppikten. Eeuwig zonde, want deze plaat behoort eigenlijk thuis in elke platenkast van de doorgewinterde hardrockliefhebber.

 


 

Holy Soldier – Holy Soldier

Jaar van release: 1990
Label : A&M

 Het is jammer dat sommige bands nooit mainstream zijn geworden, omdat er veel goede bands in het genre waren. Binnen de christelijke markt waren er dan ook veel goede bands. Als het gaat om glam metal, zijn natuurlijk Stryper, Whitecross, Bloodgood, Barren Cross en enkele anderen de paradepaardjes van de scene. Maar er was een band die echt goede albums maakte (de eerste twee althans) en tot op de dag van vandaag geniet ik er heel veel van.

Het haar was er, de make-up was er, de superstrakke jeans was er, de kostuums waren daar en de zogenaamde macho-aantrekkende meisjes met prachtige poses in de hoes waren er. Dus, is er enig verschil met alle overvloed van andere bands die de glamour-metalscène in die tijd regeerden? Nou ja en nee.

Eerst en vooral: het probleem met deze band is dat ze uitkwamen in 1990 toen glammetal en heavy metal in het algemeen begon af ​​te nemen en / of tendensen te veranderen. De lichte benadering van hun muziek was misschien hun tweede zonde (klinkt ironisch in een christelijke band he!), Maar aangezien heavy metal zwaardere sferen bevat, klinkt dit absoluut te melodieus en valt dan tussen hardrock en metal of te wel tussen wal en schip.

Het tweede aspect dat genoemd moet worden is de zang, want de stem van Stephen Patrick is iets dat ik niet eerder heb gehoord. Het is vrij duidelijk dat hij heel erg in de stijl van die jaren 80 heavy metal zangers zingt, maar hij is geen Michael Sweet, Dale Thompson, Rob Halford of andere hoge zangers.

Met betrekking tot de nummers, ze zijn echt pakkend, met refreinen, die neigen tot meezingen en in sommige gevallen zijn deze zelfs krachtiger (niet zwaarder) dan die van bijvoorbeeld Motley Crue.

'Stranger' is een snelle track met geweldige zang, catchy refrein en een mooie riff, maar toch een krachtige opener voor een glamour-metalband.

'See no evil' 'volgt en het is een mid-tempo nummer, radiovriendelijk georiënteerd. Het is niet het topnummer, maar mist de punch. Ik zou zeggen dat het meer dan wat dan ook vocaal wordt gedreven.

Er zijn zoals je misschien zou verwachten de ballades, die niet mogen ontbreken in die tijd: 'The Pain Inside Of Me' & 'Eyes Of Innocence'. Hoewel de meeste bands ze als romantische liedjes zouden gebruiken, zingen deze jongens meer over introspectieve aspecten van het leven en niet noodzakelijk over een liefdesverhaal. Ze zijn gitaargestuurd, dus de toetsen zijn niet aanwezig, wat over het algemeen niet gebruikelijk is.

'Cry out for love' is een zware mid-tempo track met ballen. De hoofdriff en melodie is echt goed. 'Tear down the walls' is weer een snel nummer en met de nodige gitaarvullingen. Als een aanvullende opmerking werd dit album geproduceerd door David Zaffiro van Bloodgood, dus dit is waarom het duidelijk gitaar gedreven is. 'Love me' is een andere radio-georiënteerde track met een meezingbare en lichte sfeer, maar inderdaad een van de betere songs.

Mocht van de glamourtijden van weleer houden met referentie aan (Firehouse, Guardian, Slaughter, White Lion) , dan is dit iets voor jou. Als je van heavy metal houd, met een 'lichte' atmosfeer, meezingrefreinen, mooie flow en positieve berichten, dan kun je deze zonder enige spijt aanschaffen. 

 



Fates Warning – Parallels

Jaar van Release: 1991
Label: Metal Blade

Het album presenteerde Fates Warning die een wat toegankelijkere koers durfde te varen en daarmee definitief naam vestigde; ‘Parallels’ is de Fates Warning klassieker zoals ‘Images And Words’ dat voor Dream Theater is. Een band die onlosmakelijk verbonden is aan Fates Warning. Ze braken zo’n beetje tegelijk door maar het was toch de band van Portnoy en co die de grotere naam en faam maakte. Fates Warning was dan wel al langer bezig maar begon met een andere zanger als een soort Amerikaanse versie van Iron Maiden; meer metal dan prog gericht. De komst van zanger Ray Alder veranderde dat behoorlijk en op ‘Parallels’ vond men de perfecte balans.  De opener is het nummer Leave the Past behind, dit is pas een voorbode van wat ons nog te wachten staat, tekstueel gezien geen nimmendalletje, zoals gebruikelijk in de hedendaagse popmuziek. Met het tweede nummer Life in Still Water begint het album echt te knallen. De volgende powerballad is Eye to Eye, Ray Alder legt hier al zijn gevoel in, ook wederom bij dit nummer is de tekst geen doorsnee nummer, maar wederom een met inhoud. De live topper is  The Eleventh Hour dit nummer mag dan ook niet ontbreken bij elk Fates Warning concert en wordt dan ook luidkeels meegezongen.  Een ander hoogtepunt is het nummer Point of View, die tekstueel handelt over het hebben van een andere mening en dat een mening geen feit is, maar een ander inzicht. De andere nummers is eveneens van grote kwaliteit. We kunnen daadwerkelijk spreken van een echte Klassieker.

 



Bad English – Bad English &Backlash

Jaar van Release: 1989 &1991
Label: EMI

Eind jaren tachtig wordt de supergroep Bad English gevormd met leden die afkomstig zijn van Journey en The Baby's. Het eerste album zonder titel bracht vooral in Amerika veel succes met o.a. de single "When I See You Smile", een nummer 1 hit. Het album klinkt in mijn oren erg Amerikaans alsof de platenmaatschappij helemaal voorbij gaat aan de Europese markt. Vreemd, want John Waite's single succes van enkele jaren daarvoor : "Missing You" werd ook in Europa een hit.
Het nummer "Forget Me Not" is de tweede single, die ook de hitcharts weet te bereiken. Ook de rest van het album is bijna van  het zelfde hoge niveau. Een regelrechte AOR klassieker, die bij de fan van dit genre niet mag ontbreken.

 

Het tweede en tevens laatste schijfe van de groep is "Backlash" met het nummer "Time Stood Still"  is dit zo'n nummer dat regelmatig voorbij komt op alle classic-rock zenders en programma's als "arbeidsvitaminen". Een melodieuze pop-rock song met de onmiskenbare stem van John Waite was eigenlijk altijd een potentiële hit in de jaren 70 toen hij nog deel uitmaakte van "The Baby's". "Isn't It Time", "Everytime I Think Of You" en "Piece Of The Action" zijn daar bekende voorbeelden van. De oprichting van "Bad English", een mix van bandleden van The Baby's en Journey, leek dan ook veelbelovend.
Met "Backlash" borduurde men voort op het succes van de voorganger. Het grote verschil ligt echter in de kwaliteit van de songs op "Backlash".  De nummers blijven makkelijker hangen, de melodieën zijn pakkender. De singles "Time Stood Still", en "Straight To The Heart", maar ook "Savage Blue" en "So This Is Eden zijn uitstekende rock-pop songs. "The Time Alone With You" is zo'n album track waarbij je je afvraagt waarom dit geen grote hit is geweest. Deze rock-ballad heeft alles in zich wat je verwacht van dit genre. Waite's stem komt volledig tot zijn recht in dit soort nummers. Op "Rebel Say A Prayer" kun je prima mee schreeuwen, evenals "Pray For Rain". "Make Love Last" is de mindere van de ballads op "Backlash" maar is nog steeds aangenaam. Bad English was een kort leven beschoren. Bij het uitkomen van "Backlash" was de band al ter ziele.
 




Metallica - Metallica

Jaar van release: 1991
Label: Roadrunner
 
Een klassieker! Een wereldplaat! Metals beste moment ooit! Dergelijke uitspraken zijn wel vaker gehoord na het beluisteren of bespreken van dit supersucces. Hield Metallica met deze "millionseller" uitverkoop? Sommigen beweren van wel, anderen beweren dan weer van niet. Laten we het album eens analyseren, alvorens zomaar stellingen en statements neer te planten.
Het album begint kalm, maar onmeddellijk hangt er een onheilspellende dreiging in de lucht. De eerste noten van "Enter Sandman" bekruipen je zoals een wurgslang. Kalm, elegant, maar je weet dat er iets ongelooflijk krachtig gaat volgen. De riff die plots uit je speaker komt gecrasht, is vermorzelend. Wat opvalt is het volle, vette geluid dat de band heeft gekregen. Vergelijk maar eens met dat van "...And Justice for All". De drums beuken gewoon je oren van de bak, terwijl de gitaren klinken zoals lood. Dat zit dus allemaal lekker. Natuurlijk heeft dit nieuwe, rondstampende geluid enige consequenties. De muziek is niet meer zo snel als op bv. "Master of Puppets". Geen "Battery","Whiplash" of "Blackened" meer. De term trash-metal is muzikaal gezien niet meer toepasbaar op Metallica. Het vuur daarentegen is nog lang niet verloren. Luister naar "Sad but True" en hoor hoe zwaar en sterk de band klinkt. Nee, met het attitude zit alles goed.
Muzikaal valt op dat alles veel beter is uitgewerkt, met een oog voor detail zoals nooit voorheen. De percussie in "The Unforgiven", orkest in "Nothing else matters" en het sfeervolle middenstuk in "My friend of misery" zijn maar een greep uit de trommel. De belangrijkste vraag is natuurlijk, hoe zijn de songs. Zijn die, tien jaar na het uitbrengen van dit album, nog altijd zo sterk. Het antwoord hierop is :JA. Elke song staat als een huis, ze hebben de test des tijds perfect doorstaan. "Enter sandman", "Sad but true", "Wherever I may roam", "The god that failed", "Of wolf and man", etc..., ze staan er nog allemaal, tot de tanden gewapend, klaar om elke concurrentie te verscheuren.




Tyketto – Don’t Come Easy

Jaar van Release: 1991

Label : Geffen

In de jaren 80 (en begin jaren 90) waren er enkele geweldige debuutalbums uitgebracht en voor mij waren ze bijna volledig onderling afhankelijk van elkaar, maar allemaal op een of andere manier uniek waren. In werkelijkheid heeft geen van de bands die een geweldige debuut uitbrachten ooit het debuut weten te benaderen,hiervoor zijn vele redenen aan te voeren van wisselende line-ups, platenmaatschappijen die zich bemoeit met het proces.

 Tyketto's 'Do not Come Easy' is opnieuw uitgebracht, half vergeten klassiekers die het verdienen om het licht weer op hen te doen laten schijnen.

Waar begin je met een album dat je in de loop van de tijd talloze keren hebt gehoord, weet je elk woord, voel je elk melodie en heb je zulke geweldige herinneringen rond elk nummer. Het beoordelen van albums uit je jeugd is echter moeilijk, sommige herinneren aan de geweldige periode van toen.

Sommige van die albums zijn ook gewoon geweldig, ondanks de extra lagen van betekenis die ze eraan toeschrijven. Het album was alweer een Hard Rock-release van Geffen die een groot aantal Rock-artiesten had.

Terug naar het album, dat zelfs na al die jaren nog steeds het beste melodieuze Hard Rock-album van het tijdperk is. Opener 'Forever Young' is slechts een van die nummers die een generatie fans definiëren, was het een volkslied om je liefde voor Hard Rock en alles wat dat inhield te bevestigen.'Wings' het is gewoon een mooi nummer, een levensecht helderblauwe hemelachtige song of van te genieten.

 De nummers zelf opvallend consistent, rijk en zelfs gevarieerd, wat aangeeft waar de band vervolgens mee zou komen. 'Burning Down Inside' een van mijn favoriete nummers is nog steeds eigenlijk een voorbeeld van  branie en prachtige trapsgewijze refrein. 'Seasons'  is zoals 'Wings' een prachtig afwisselend nummer een echte AOR topper.'Standing Alone' (de derde single van het album) is de ballad die verder ingaat op je emotie, prachtig.  'Lay Your Body Down' ',  is misschien nog wel het nummer dat het dichts bij de ' Hair Metal'-scene komt.  'Walk on Fire' houdt de vrolijke stuwkracht verder vast. 'Nothing But Love' is het soort nummer dat op een ander album uit die periode zou hebben kunnen staan, en misschien daarom minder opvalt.Er is zelfs een vleugje blues voor 'Strip Me Down', dat rust op een mooie intro met harmonica, voordat het alle funky gitaarwerk uitbreekt. Het album wordt afgesloten met 'Sail Away', een nummer als 'Seasons' en 'Standing Alone' dat de subtiliteit van de band laat zien. Het is een leuke opmaat dichterbij, een verhaal van hoop en een van de vele tracks die onderstreept wat een geweldige zanger Danny Vaughn was en is.

Het belangrijkste is natuurlijk bij elk klassiek album  en de nummers is hoe doorstaan ze de tand des tijds. Voor een Rock-album uit die tijd is de productie ook opmerkelijk helder, de mix mooi gebalanceerd en Vaughns stem van hoog nieveau zonder dat de instrumenten overheersen. Het is een van mijn favoriete albums, en een van de weinige platen uit de late jaren 80 / begin jaren 90 met een predicaat AOR klassieker. Dit is Melodic Hard Rock op zijn best.



Dream Theater - Images And Words

Jaar van release: 1992
Label: Eastwest

De progressieve metal kreeg met de release van Dream Theater's twee album een enorme impuls. Het genre, dat symfonische klanken van Pink Floyd en Rush combineerde met de moderne metal van Metallica, was begin jaren negentig nog underground maar raakte met 'Images and Words' in één klap in de metalmainstream. De invloed van het album is tegenwoordig nog steeds groot en wordt eindeloos gekopieerd. Maar niks gaat er boven het origineel dat qua monumentale waarde tussen 'Operation: Mindcrime' en 'Master of Puppets' hoort te staan.

De ellende die de band na de release van 'When Dream and Day Unite' meemaakte zorgde voor de inspiratie voor een collectie songs die later gedeeltelijk op Images and Words terecht kwamen. Maar het meesterwerk 'A Change in Seasons' uit 1995 stamt ook al uit die periode. Het doet soms denken aan Pink Floyd die ook veel van hun klassieke songs in één sessie hebben geschreven. De periode van ellende eindigde met het vinden van de opvolger van zanger Charlie Dominici, een uit Canada klassiek geschoolde zanger James LaBrie. Het aantrekken van LaBrie bleek voor een omwenteling in de carrière van Dream Theater te zorgen.

Wat Images and Words een metalklassieker maakt is een combinatie van de absolute afwisseling van stijlen en dat alle nummers voltreffers zijn. Opener 'Pull me Under' laat de harde 'trashy' kant van de band zien waar James Labrie zich van zijn agressieve kant laat zien. Het nummer werd op singel uitgebracht en werd een kleine hit in Amerika. De cd vervolgt met de prachtige 'hardrock' ballad 'Another Day' die in tegenstelling tot iedereen's verwachting geen grote hit werd. De echte progressieve kant laat Dream Theater pas bij nummer drie zien met 'Take the Time', een 8 minuten durend avontuur met zeer ingewikkelde passages die de vijf rasmuzikanten moeiteloos uit hun pen hebben laten vloeien. De harmonieuze keyboard / gitaarsolo's zijn er om kippenvel van te krijgen. Men neemt weer wat gas terug met de tweede ballad 'Surrounded' die zo op Marillion's 'Misplaced Childhood' had kunnen staan.

Hoogtepunt van de cd is het epische 'Metropolis Part I: the Miracle and the Sleeper', een nummer waar het muzikale vakmanschap van 'Take The Time' nog eens in het kwadraat over doet. De solo van 5 minuten behoort tot een van de knapste solo's van de moderne rockmuziek. Het nummer is inmiddels uitgegroeid uit tot een van publieksfavorieten. Nummer zes, 'Under a Glass Moon', is een afwisselend hard en snel nummer met opnieuw vreemde maatwisselingen en moeilijke zanglijnen die nergens over the top en onluisterbaar blijken. Wait for Sleep is een piano & zang-ballad die als proloog van het afsluitende 'Learning to Live' dient. Bij dit laatste nummer zijn de Pink Floyd-invloeden weer goed te horen. Het rustige middenstuk doet denken aan het fraaie akoestische gedeelte van Innuendo van Queen. De vergelijking van gitarist John Petrucci met Brain May is hier dan ook een logische.

Images and Words verslaat op alle fronten elke willekeurige progressieve metal plaat met kinderlijk gemak. Waar Dream Theater op het debuut nog verzandde in technisch mislukte chaos, matige zang en een slechte productie, lijkt Images and Words ook op deze tereinen vooruitgang geboekt te hebben. Dit is gewoon het album van je dromen.



Iron Maiden - Fear Of The Dark
 
Jaar van release: 1992
Label: EMI Records
 
Ik weet niet precies wat het is, maar Fear of The Darken voorganger No Prayer for the Dying worden als de mindere Maiden cd's gezien met Bruce op zang. Nu vond ik No Prayer for the Dying zelf een geweldig album met een heerlijk rauwe street sfeer, maar het mocht niet baten. Het album flopte enigszins, maar toch ging de band door op hun eigen wijze.Bruce trok op No Prayer.. al eens een hele ruige strot op e
n dat rauwe stemgeluid keert meerdere malen terug op deze plaat. In het openingsnummer Be Quick or be deadzet Bruce echter zo'n keel op dat je even niet weet wat je hoort. Melodieuze zangstukken vermengd hij met een uiterst rauwe krijsende zangstem. Hoewel het nummer niet voor iedereen is weggelegd, behoort het wel tot de betere nummers op het album. Soms spookt de naam van het album Killers nog wel eens door mijn hoofd.
From here to Eternity is op zich een redelijk nummer met name door de galmende productie, maar het refrein klinkt ietwat goedkoop. Maar prachtige gitaarsolo's, de heerlijk ronkende basgitaar van Steve Harris maken het weer gedeeltelijk goed. Overigens zet ik bij enkele zangstukken mijn vraagtekens.
Het volgende nummer Afraid to Shoot Strangers komt over als een rustige ballad met lekkere zang van Bruce, maar verandert na verloop van tijd in een lekker pakkende rock song. Het nummer behoort zeker tot één der klassiekers, al vond ik de latere live versies met Blaze Bayley stiekem beter.
Fear is the Key is gewoon een slecht nummer met een zeer matige opbouw. Het gebrek aan goede zanglijnen na het veelbelovende begin werkt tevens niet echt mee.Childhood's End is zo'n typische maiden song met opbouwende spanning en redelijk wat tempowisselingen. Echter moet wel worden toegegeven dat het allemaal niet geweldig klinkt waardoor het door kan als een goede filler.
Wasting Love herbergt echt een ietwat andere stijl dan we van Maiden gewend zijn. Een pakkende rocksong met balladeske stukken erin. Eigenlijk wel één van de beste nummers op het album.
Nadat men in The Fugitive weer iets terugkeert naar het basis geluid zoals men op No Prayer.. probeerde gaat het pakkende Chains of Misery van start. Geweldig gitaarspel en heerlijke breaks plus natuurlijk de wel heel erg goeie zang van Bruce. Die opbouwende gitaarmelodie bezorgt me keer op keer kippenvel en de solo's zijn genietbaar. Het refrein is helaas tenenkrommend, waardoor een dubbel gevoel af en toe wel optreedt.
Aan The Apparition wil ik eigenlijk niet teveel woorden vuil maken. De tekst is geweldig, maar het nummer is eentonig en kent geen spectaculaire uitbarstingen. Het ontzettend gave Judas be my guide maakt alles weer goed en het is jammer dat het nummer niet zo lang duurt want na de spetterende gitaarsolo en wonderschone maideneske melodieën smacht je naar meer, geloof me.
Als het rockige Weekend warrior voorbij is dan volgt er een fantastisch nummer dat bij vele maiden fans favoriet is. Vooral na de legendarische live uitvoeringen die ervan zijn gemaakt. Het titelnummer opent rustig met kippenvel zanglijnen en rustig gitaarspel, maar barst dan los in alle glorie en echt het klinkt fantastisch. De majesteuze bijna onmenselijk goede solo in de song is zó ontzettend goed , dat dit gewoon één van DE maiden songs is uit de gehele collectie.
Neem daarbij de mooie hoes die deze keer is verzorgd door Melvyn Grant, de heldere mix verzorgt door Martin Birch en band opperhoofd Steve Harris en de typische maiden teksten. Dan heb je een redelijk goede plaat. De zang kent echt fantastische hoogtepunten, maar ook wat dieptepunten en soms is het echt te horen dat Bruce zich niet meer helemaal thuisvoelde in de band. Maar dat daargelaten is dit een vrij goede plaat die deels terugkeert naar de jaren '80 stijl van Iron Maiden en toch ook weer die nieuwe vreemde elementen van albums alsSomewhere in Time en Seventh Son of a Seventh Sonkent. Wat mij betreft een goede maiden plaat , komt niet echt dichterbij de krakers uit de jaren 80 , maar toch onmisbaar voor de fans.



Bon Jovi – Keep The Faith

Jaar van release: 1992
Label: 
Mercury Records 

Keep the Faith is het vijfde studio album van de Amerikaanse rockband Bon Jovi . Uitgebracht op 3 november 1992 door Mercury Records. Het album werd geproduceerd door Bob Rock en werd opgenomen in de Little Mountain Sound Studios in Vancouver , Canada . Keep the Faith staat voor het begin van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Bon Jovi, het markeren van een verandering van zowel beeld als geluid van de band.  Met het afstappen van hun vroege glam metal roots, de heerste in de voorgaande albums, met een meer "rock n roll" gedreven groove, werd het nieuwe geluid van Bon Jovi geïntroduceerd. Het album wendde zichaf  van zware drums en wilde gitaarsolo's, maar in plaats daarvan een nieuwe geluidi, die bestond uit piano ballads en lange epische gitaarsolo's. Dit is tevens het laatste album met de originele bassist Alec John Such , vóór zijn ontslag uit de band in 1994.

Jon Bon Jovi ’s eerste nummer van het album "Bed Of Roses" is geschreven in een hotelkamer in Los Angeles . Hij bracht een piano naar zijn kamer, dat in het hotel gebruikt werd  voor bruiloften. Dit is een persoonlijk nummer, die weergeeft hoe hij zich blootgesteld voelde, aan de problemen in die tijd.

"Dry County" is een nummer met het verhaal van zijn reis met de motor met beelden die hij in kleine steden zag, waar veel jongens al te vroeg in een bar hingen, die hun leven met drinken weggooiden, omdat ze de kans op een baan niet kregen.

Richie Sambora zei dat "Keep The Faith erkent hoe zwaar de jaren negentig zijn en probeert om een positieve boodschap in deze moeilijke tijden aan te moedigen." I Believe "is een voorbeeld hiervan. Het vernietigt de mythe van afgoderij. De boodschap is dat mensen moeten geloven in zichzelf, geen beelden die ze zien op tv ".

"If I Where Your Mother" gaat over een man, die obsessief is, over zijn relatie met zijn vriendin. Het is het hardste nummer op de plaat.

In These Arms was het laatste nummer dat ze schreef voor het album. Bob Rock duwde ze om nog een nummer te schrijven en het was het enige nummer op het album dat werd geschreven door Jon Bon Jovi, David Bryan en Richie Sambora.

Zes singles werden uitgebracht van Keep The Faith tussen november 1992 en april 1994, met vier singles uitgegeven in de Verenigde Staten, en twee anderen vrijgegeven alleen buiten de Verenigde Staten. Het album's eerste single, " Keep The Faith ", werd uitgebracht op oktober 1992 een maand voor het album. " Bed of Roses 'werd uitgebracht als de tweede single. I Believe "werd alleen uitgebracht in Europa en Australië. In april 1994 werd de laatste single-album uitgebracht alleen in Europa en Australië. "Dry County.


Fates Warning - Inside Out

Jaar van release: 1994
Label: Metal Blade

In 1994 kocht ik voor 39,95 gulden het net verschenen Inside Out vanFates Warning. Een aanslag op mijn met folders bij elkaar geschraapte budget, maar van de kennismaking met Fates Warning, de band die mij door een vriend was aangeraden, heb ik nooit spijt gehad.

Inside Out was destijds eigenlijk het laatste “band”-album van Fates Warning. Na deze plaat verdwenen bassist Joe Dibiase en gitarist Frank Aresti en werd de band volledig het muzikale vehikel van gitarist Jim Matheos. Ray Alder is tot op heden gebleven en drummer Mark Zonder is een aantal jaar geleden vertrokken. Het laatste studioalbum van Fates Warning is uit 2004 en sindsdien moeten de liefhebbers het doen met liveoptredens, heruitgaven en side-projects als OSIArch/Matheos ofRedemption.Ook de heruitgave, gelijk die van Awaken The Guardian, No Exit, Perfect Symmetry en Parallels, bestaat uit het reguliere album, demo's en live nummers en als we mazzel hebben wat amateuristisch beeldmateriaal. Over dat laatste materiaal dat ook op de heruitgave van Inside Out te vinden is kan ik geen oordeel vellen; mijn promo bestaat slechts uit de eerste twee schijven.

Op de eerste cd staat Inside Out. Hier is, in tegenstelling tot wat de promosheet mij wil doen geloven, niet aan gesleuteld. Het geluid is dus nog steeds een beetje mat, maar voldoet. Het album kenmerkt zich door de focus op een goede song, net als voorganger Parallels, het commerciële hoogtepunt van de band. En goede nummers staan er ook afdoende op.Outside Looking In, Shelter Me, Face The Fear, Pale Fire. Ze hebben in die 18 jaar niets aan kracht ingeboet. Een fraai amalgaan van technisch vernuft en een sterke compositie. Hoogtepunt is natuurlijk het afsluitende en heden ten dage nog regelmatig gespeelde Monument.

Op de tweede cd treffen we liveopnamen en demomateriaal aan. Interessant voor de fan, minder voor de oppervlakkige luisteraar. Wel moet gezegd worden dat met name het livemateriaal erg goed klinkt. Opvallend hoe krachtig en zuiver de stem van Ray Alder daar nog is. Dat hebben we laatste jaren live en op plaat (hier bijvoorbeeld) wel anders gehoord. Metal Blade doet voorkomen dat het nummer Circles niet eerder is uitgebracht, maar dat is niet helemaal waar. Deze samenvoeging van de nummers Shelter Me enThe Strand verscheen al op de verzamelaar Chasing Time uit 1995 via... Metal Blade

Toch weer een verplichte aanschaf voor fans van Fates Warning. Voor progressieve rock/metalliefhebbers die Inside Out nog niet in huis hebben een mooie kans om het album met een behoorlijke lading extra's te bemachtigen. En nu maar hopen dat de heren Alder en Matheos de geest krijgen om eindelijk weer eens aan nieuw Fates Warning-materiaal te gaan werken. Deze band is te goed om te teren op oude roem.


Journey -Trial By Fire

Jaar van Release : 1996

Label : Columbia

 Voor de meest fervente fans van Journey is het album ' Trial By Fire' uit 1996 misschien het beste te omschrijven als een laatste schuldige duik in de hoogtijdagen van de groep van het vorige decennium. Met dat in gedachten is het echt een schande dat de muziek hier terugkeert naar de eighties sound van de groep in plaats van de veruit superieure late seventies sound. In elk geval was dit de eerste keer in een dozijn jaar dat de vijfdelige line-up die Journey zijn grootste succes bracht en samenkwam om een ​​album te maken.

Na het fenomenale succes van de Escape and Frontiers van 1981 samen met de daaropvolgende grote tournees, plande de band een lange periode vrij. Hoofdvocalist Steve Perry bracht zijn debuut soloalbum uit, terwijl gitarist Neal Schon deelnam aan de kortstondige 'supergroep' HSAS, vooropgezet door Sammy Hagar. Tijdens de opnames van hun volgende album, Raised On Radio in 1986, volgde opschudding toen bassist Ross Valory en drummer Steve Smith werden afgezet vanwege "muzikale en professionele verschillen". Hoewel dat album een ​​commercieel succes was, ging Perry een onbepaalde pauze in, waardoor de groep enkele jaren in de problemen bleef.

Begin jaren negentig trad toetsenist Jonathan Cain toe tot Schon, Valory en Smith voor een reeks tributeconcerten. Dit leidde indirect tot de vroege jaren 80 reeks van Perry, Schon, Cain, Valory en Smith hereniging in 1995 en het opnemen van dit nieuwe album met producer Kevin Shirley in 1996, waarmee het het eerste nieuwe Journey album werd in 10 jaar.

De kernleden van de groep van Perry, Schon en Cain schreven het grootste deel van de nummers op Trial by Fire. Een van de weinige uitzonderingen is de opening "Message Of Love", die mede werd geschreven door tekstschrijver John Bettis . Het nummer zwelt op met een aantal achterwaarts gemaskerde voices voor een krachtige, beat-driven, prima, zij het ultra-gewone popsong. Dit is een interessant licht knipoogje naar de 1983-hit "Separate Ways" net voor de lead-gitaar van Schon. "One More" begint met een filmachtig snarenarrangement van David Campbell voordat het in Valory's basgestuurde ritme binnendringt om Perry's interessante en enigszins donkere vocale melodie te begeleiden. "When You Love A Woman" is een klassieke Journey ballad met rockende piano, strategische gitaartonen en soulvolle / romantische vocalen. Het nummer bereikte de top van de Billboard Hot Adult Contemporary-hitlijst en werd ook een Top 10-hit op de Amerikaanse hitlijsten, de laatste hit van de groep tot nu toe.

Op "Forever In Blue" wordt de couplettenmuziek gedreven door een schokkerig gitaarspel met enkele fijne snare-klikken van Smith. Per zijn kant wordt Perry een beetje zielig gespannen terwijl het nummer doorgaat, wat een beetje toevoegt van authenticiteit van het geluid. Schon levert een wah-wah gesmolten bluesgitaar tussen elke coupletregel van 'Castles Burning', samen met een latere eenvoudige maar opwindende, piepende roterende riff over de brug om het nummer naar een hoger sonische niveau te brengen. Dit geeft de beste volgorde op het album met "Do Not Be Down On Me Baby", klaargelegd als een klassieke soulballade met een eenvoudige, draaiende pianofrase begeleid door Perry's stijgende leadvocals en "Still She Cries" met mooi gekozen gitaarmotieven in intro zet voor de stemming vestigt zich met vaste ritmes door deze ballade.

 

Helaas zijn er veel overtollige nummers voorbij dit punt. "Colors of the Spirit" gebruikt wereldmuziek geïnspireerde geluiden door zijn lange, jungle-achtige intro, voordat hij helaas terugkeert naar standaardlettertypen voor het eigenlijke nummer. "When I Think Of You" is misschien wel het dieptepunt van het album als een ongeïnspireerde ballade, terwijl "Easy to Fall" pas later werkt met een goed, bluesy / jazzgitaarwerk van Schon. "Can not Tame the Lion" is een puur rocknummer dat nog steeds vrolijk en rockend klinkt, voordat de sfeer opnieuw wordt neergehaald met de ballade "It's Just The Rain". Het titelnummer, "Trial By Fire", zorgt voor welkome opluchting door dit punt van het Goliath-lengte album, aangezien Smith een aantal vreemde beats levert bij Valory's gave bas en Schon's jazzy gitaar voor een algeheel fijne sfeer, terwijl de "verborgen" "Baby I ben een Leavin 'You' heeft een zware Caribische invloed met muzikale opbloei en een mooie, lichte manier om het album te voltooien.

Trial By Fire bereikte # 3 op de albumcharts en Journey leek terug in de top van commerciële vorm toen ze zich voorbereidden op een volgende tournee. Echter, Perry raakte gewond tijdens een wandeling, waardoor hij niet langer dan een jaar kon optreden. Tegen 1998 waren zowel Perry en Smith uit de groep en ging Journey verder als een patchworkband naar de nieuwe eeuw.



Shadow Gallery - Tyranny

Jaar van release: 1998
Label: Magna Carta Records 

Ik heb deze band nu zeker alweer drie jaar geleden ontdekt via een mp3'tje op een progressive metal website. Dus uiteindelijk besloot ik op zoek te gaan naar een cd van deze band. Het is nog altijd een wonder dat ik die gevonden heb want ze zijn niet dik gezaaid in Nederland en zeker niet dat stuk outback dat we Twente noemen maar ik had hem toch en het is tijd voor een review.

 Vergeleken met het vorige album (Carved in Stone) is Tyranny een stukje harder geworden, men heeft gekozen voor een sterkere nadruk op de gitaren en het thema van het album gaat dit keer nie over fantasiewerelden maar het speelt zich hier en nu af. Veel actuele onderwerpen worden aan de kaak gesteld zoals het vercommersialiseren van oorlogvoering, direct al in de eerste twee nummers.

Het album gaat verder met het verhaal van een jongeman, de rol vertolkt door zanger Mike Baker, die een vrouw ontmoet 'Out of Nowhere' (track 3) die hem intrigeert en waar hij uiteindelijk verliefd op wordt, zij vertelt hem van een complot georganiseerd door 'de regering' om de bevolking te controleren een stukje tekst uit Mystery, de track die ik het eerst had:

Where are you anyway,

Those things you say seem so damn far from real,
But I can tell you this,
I've seen things for myself that don't seem right,
I have always been an honest man,
I believe that the system works for you,
And for me, but no,
You say it's just for show,
And we've all been way to busy,
Or to spoiled to even care who's got the wheel.

Het verhaal gaat verder, de hoofdpersoon raakt meer en meer betrokken bij het complot en wil de vrouw ontmoeten, dit spint zich uit over een paar tracks totdat we opeens de vrouwen tegenkomen in een duet. Helaas het meest zoetsappige nummer op de cd maar wel perfect voor de setting.

De vrouw die zingt op Spoken Words, (track 10) is geen lid van Shadow Gallery en het is hun enige nummer tot nu toe met een vrouwelijke stem. Spoken Words zelf is de ultieme verwoording van de liefde en aantrekkingskracht die de twee bindt en ze spreken af om na het hele complot-gebeuren elkaar weer te ontmoeten.

Na dit kippenvelnummer komt de werkelijke uitsmijter van de cd, New World Order (track 11) is een track die vooral vocaal een meesterwerk genoemd mag worden. Baker verzorgt zowel de stem van de aanklager, de agenten van de regering en zijn eigen karakter en doet dit perfect. Het geheel is een samenspel van het verhoor van de hoofdpersoon nadat hij opgepakt is. Een klein stukje van het nummer:

The Point you fail to see is,
The simple beauty of our subtle mind control,
Brainwashing media is all we need to set the boundaries.

Daarna, hoe kan het ook anders, weet de hoofdpersoon te ontsnappen naar een veraf gelegen plek alwaar hij kerstmis alleen door moet brengen, maar er is hoop zo blijkt uit het laatste nummer en wie weet...wordt het verhaal nog voortgezet.

Wat betreft de verzorging van de cd, die is prima. Het boekje is niet echt speciaal, een leuk printje zeker niet dik en eigenlijk met als enige spoiler een stukje e-mail van de twee geliefden aan elkaar iets dat voor de echte fan te gek is maar niet iets dat je direct al bij de allereerste keer luisteren waardeert.

De productie is echter wel perfect, zeker ook omdat dit album maar in een paar weken! opgenomen is. Volgens de band was dit het album dat het minst leuk om op te nemen was omdat ze zo onder druk gezet werden door RoadRunner maar het is wel perfect geworden. Elke keer dat ik het luister, en dat aantal ligt zeker boven de 1000 onderhand, hoor ik nog weer nieuwe dingen. Er is bijvoorbeeld heel zacht het geluid van een modem door 'Mystery' gemixt en er zijn meer van zulke dingen.

Het is jammer dat de Progressive Metal scene in verhouding zo klein is want hier wordt zeker goede muziek gemaakt. Namen als Rush en Dream Theater worden ook direct in verband gebracht met dit genre en het is op zijn minst vreemd dat Shadow Gallery nog niet doorgebroken is want goed zijn ze zeker! Het feit dat deze band nog nooit getourd heeft draagt daar helaas wel aan bij, op de mailinglist van de band waar ik mijzelf lid van mag noemen steekt regelmatig dat onderwerp de kop op maar men weet eigenlijk niet precies hoe men beginnen moet. De band komt uit Pensyllvania, USA dus een Europese tour zou wel helemaal out of the question zijn. 



Dream Theater – Metropolis PT2: Scenes From A Memory

Jaar van release: 1999
Label : YTSE Yam Records 

Na het album Falling Into Infinity (1997) was het tijd voor Dream Theater om het muzikale roer om te gooien. En dat gebeurde: Derek Sherinian (hij hing blijkbaar te veel de ‘rockster’ uit?) werd ontslagen en Jordan Rudess – die al bij het Liquid Tension Experiment met Mike Portnoy en John Petrucci had gewerkt – werd zijn vervanger.

Dream Theater besloot om een conceptalbum te maken. Een gewaagde missie, zeker voor een progmetalband. Maar uiteindelijk bleek dat een goede zet, want van Metropolis PT2:Scenes From A Memory werden maar liefst meer dan 500.000 exemplaren verkocht! Het nummer Metropolis Part 1 staat op Images And Words (1992) en eigenlijk wilde Dream Theater gewoon een nummer met de titel Metropolis PT2 uitbrengen, maar het werd dus een heel album.Muzikaal gezien is Metropolis PT2 een prachtplaat die vooral gekenmerkt wordt door diversiteit, duizelingwekkende tempowisselingen en adembenemende, snelle gitaar- en keyboardsolo’s. Zeer positief en opvallend is ook dat op dit album de tracks in dienst staan van het album en dat komt de muziek en de afwisseling zeer ten goede. Het maakt Metropolis PT 2 tot een van de beste Dream Theater-albums.

Vooral nummers als het bombastische Home, het bijna onnavolgbare instrumentale The Dance Of Eternity en de twee prachtige ballads Through Her Eyes en The Spirit Carries On maken dit album tot een progressief metaljuweeltje. De afwisseling tussen de ballads en de typische progmetal van Dream Theater werkt op dit album meer dan uitstekend. Helaas zijn de teksten nogal rommelig en is aan het verhaal – een liefdesdriehoek tussen een vrouw en twee mannen – geen touw vast te knopen.

Maar dat is dan ook het enige minpuntje van deze prachtige plaat, die overigens geproduceerd werd door Portnoy, Petrucci en niemand minder dan Kevin Shirley. De platenmaatschappij was natuurlijk niet zo blij met Metropolis PT2, omdat het absoluut geen commerciële plaat was, maar het commentaar van Portnoy daarop was: “Fuck radio!, Fuck the record company!, Fuck producers!” Duidelijke taal, toch?