Reviews 80-90’s

Dokken – Breaking The Chains

Jaar van Release: 1981

Label : Elektra Records

Voor een van de meer opvallende LA metalbands was het begin van Dokken nogal bescheiden in vergelijking met andere debuutalbums uit die tijd. Het is niet zozeer het gebrek aan richting of identiteit als wel het feit dat de bandleden gewoon beter zouden worden in het schrijven van memorabele nummers en misschien dat Jeff Pilson (die daarna heeft bijgedragen aan de meerderheid van de nummers van de band) er nog niet was. Muzikaal was de stijl van Dokken geworteld in de meer recente momenten van Judas Priest en Scorpions , evenals de originele Sunstrip-band Van Halen , waardoor ze een beetje zwaarder zijn dan de gemiddelde glamourband uit de eerste golf. Don Dokken’s zachte, stijgende vocalen, de voorliefde van de band voor vocale harmonieën en, afhankelijk van het perspectief, broeierig en saai of donkere en verfijnde liefdesgerelateerde teksten hebben de band nooit die belangrijke reputatie gegeven zoals Mötley Crüe.

De indruk die Breaking The Chains achterlaat, is de rauwe productie die zich op de een of andere manier meer thuis zou voelen in de Soundhouse dan in een Stripclub. Over het algemeen zijn de hook-driven nummers niet zo goed af op zo’n ruwe basis, maar er zijn toch een paar pareltjes te vinden. Met name het energieke openingsnummer, terecht nog steeds een must bij de live shows, deze kenmerkende riffs die je onmiddellijk vertellen dat je van de volgende drie minuten gaat genieten. De live opgenomen (niet dat er opmerkelijke verschillen in de productie zijn) “Paris Is Burning” eindigt het album op een soortgelijke snelle en succesvolle noot. Geen van de andere nummers zijn even goed, maar “Felony” en “Young Guns” komen in de buurt. Beide zijn meer relaxte, vocale, meer zelfverzekerde mid-tempo rockers die achteraf toekomstige klassiekers zoals “It’s Not Love” onthullen. Maar over het algemeen laat Breaking The Chains veel te wensen over. Het is op geen enkele manier een slechte plaat, maar het is een beetje verwarrend dat het alleen een beetje verfijning van dit album zou zijn.


 

Gary Moore – Victims Of The Future

Jaar van Release: 1983

Label : Virgin Records

Na het succes van de ‘Corridors of Power’ van voorgaande jaren, keerde Gary Moore in 1983 met zijn band terug met ‘Victims of the Future’, een album dat alle potentie heeft om niet alleen gelijk te zijn aan, maar ook om het vorige album te overtreffen.

Voortgaand in de hardrock / heavy metal-ader van ‘Corridors …’, zou ‘Victims …’ bijna exact dezelfde insteek gebruiken. Het album is een recht toe recht aan rock en roll en bevatten nummers zoals ‘Teenage Idol’ en ‘Hold On To Love’ maar ook meer de heavy nummers met een donkere ondertoon pseudo met het politiek geladen titelnummer en ‘Murder In The Skies’, een nummer over de Korean Air Lines-vlucht 007 wordt neergeschoten door de Sovjet-Unie. Bovendien bevatte ‘Victims …’ net als het vorige album het verplichte covernummer en dit keer zou het hoofdbestanddeel ‘Shapes of Things’ van The Yardbirds de Gary Moore-behandeling krijgen. Topper op de plaat is de ballad ‘Empty Rooms’, naast ‘Murder In The Skies’ die de show  stelen en een veelbetekenend beeld zou geven van wat Moore zijn latere carrière zou achtervolgen.

Met ‘Victims of the Future’ krijg je Gary Moore op zijn best, vooral op de eerste helft van het album, gevolgd door een nogal middelmatige kant twee, maar zelfs het gemiddelde is nog steeds redelijk goed. Helaas voor ‘Victims of the Future’ zou dit het hoogtepunt van Moore’s carrière als hardrock-artiest blijken te zijn en hoewel de Ierse legende dit album commercieel zou verslaan, zou hij nooit zijn creativiteit overtreffen.

 

 


Europe – Europe

Jaar van Release: 1983

Label : CBS

Ik wist dat Europa albums had voorafgaand aan The Final Countdown en eigenlijk trok het album Wings Of Tomorrow al de aandacht.  Het debuut neigt meer naar hardrock en metal. Europe lijkt slechts oppervlakkig op de band van “Carrie” en “Rock the Night”. Dit is  meer een metalalbum, en dat is verdomd goed.

De riff van ‘In the Future to Come’ zal een ieder verrassen, je verwacht een ballad, maar, deze snelle UFO / Priest-hybride heeft me zeker verrast. De stem van zanger Joey Tempest was niet de soulvolle krachtpatser die het later zou worden. De hardrock/metal is hier puur: geen franje, geen excessen, alleen een  stoomhammer ritme en een huilende leadzanger. Doe wat gitaarwerk van John Norum erbij  en je hebt iets om over te praten. Zijn solo doet misschien wat denken aan Thin Lizzy.

 “Farewell” is rechttoe rechtaan heavy metal, Het nummer knalt en het refrein is voor mij gedenkwaardig genoeg. Dan verandert ‘Seven Doors Hotel’ de scène met een beklijvende piano-opening. De speed metal riffs en jammerende Norum zijn terug. Norum laat zijn Les Paul huilen zoals Joey bij de microfoon doet. Hoewel er wat neoklassieke finesse is in sommige muziek, hoor ik  hier en daar ook een beetje Thin Lizzy. Voor mij het meest favoriete nummer van het album.

 Een ander favoriet nummer is “The King Will Return”. De teksten zijn nog niet erg goed. Dit zachtere nummer is nog steeds behoorlijk episch en is een mooie afwisseling op de plaat. Kant één werd gesloten door het Norum instrumentale nummer “Boyazont”.

De tweede kant is begonnen door “Children of this Time”, wat veel weg heeft van nummers als “In the Future to Come”. Dan, voor een onderbreking, heeft “Words of Wisdom” een akoestisch inslag. Dat maakt het nog niet tot een ballad. Het is een beetje langzamer in tempo, maar de drums raken nog steeds als hamers. “Paradize Bay”  is een van de sterkste stukken van het album. Het is een meedogenloze stormram met een refrein dat verwijst naar de grootsheid van Europa in de toekomst. Norum’s solo lijkt chaotisch, maar heerlijk. “Memories” sluit het album vervolgens op een hectische toon.

Dit album is zelf geproduceerd en klinkt als zodanig erg rauw. Niet alle bands, die in het begin van hun carrière zelf produceerden, slaagden erin om even goede resultaten te behalen als die van Europe .


 

Joshua – The Hand Is Quicker Than The Eye

Jaar van Release: 1983

Label : Enigma Records

 

Joshua is een christelijke metalband die in 1980 werd opgericht.  De band heeft zich opnieuw gevormd onder drie namen  Joshua, M Pire en Joshua Perahia – maar bleef zich concentreren op gitarist Joshua Perahia. Ondanks dat ze gevestigd zijn in Los Angeles, Californië, zijn ze vooral bekend buiten de Verenigde Staten.

De eerste release van de band was getiteld The Hand Is “Quicker Than The Eye”, wat verwijst naar Perahia’s gitaarvaardigheden en songwriting. De single “November Is Going Away”, uitgebracht door Enigma Records in 1983, was de grootste hit van de band en bereikte de nummer 1-status in Japan. Frontman Perahia had in 1983 een religieuze ervaring bij een bijbelstudie van Hal Lindsey, en bekeerde zich tot het protestantse christendom vanaf zijn Grieks-orthodoxe opvoeding.  Deze schijf is een uitstekend werk van de band en bevat melodieuze AOR/Hard Rock, dat de belangrijkste inspiratiebronnen in Journey ziet, maar dan in een meer gitaar ge-oriënterende versie en zeker meer neigend naar hardrock.

Het is jammer dat de uitstekende gitarist, Joshua Perahia (een virtuoos die zeker niet onderdoet voor zijn bekendste collega’s), zich nooit in de schijnwerpers heeft kunnen zetten. Ondanks goede kritieken en lovende recensies. Daarnaast heeft hij een schare goede muzikanten om zich heen weten te verzamelen, die de sound goed ondersteunt, met een zeer geloofwaardige en nooit voorspelbare zanger. We hebben het hier over het album dat opnieuw is uitgebracht in 2001, de oorspronkelijke versie is eigenlijk een EP bestaande uit 6 nummers. Bij de heruitgave zijn er nog eens 2 nummers toegevoegd. Persoonlijke favorieten van het album zijn: “November Is Going Away”, “Let’s Breakaway” en “Broken Dream”.

 


Queensrÿche – The Warning

Jaar van release: 1984

Label: EMI Records

Voor 1984 waren er al bands die progressieve rock combineerden met hard rock, zoals Queen en Rush. Ook experimenteerden diverse heavy metal acts in individuele nummers met een progressieve songstructuur. The Warning is echter het eerste album dat van begin tot eind kan worden aangemerkt als progressieve metal, doordat invloeden van Britse heavy metal acts als Judas Priest en Iron Maiden worden gecombineerd met complexe songstructuren, afwijkende tempowisselingen en een futuristische, apocalyptische rode draad die de teksten van de songs met elkaar verbindt.Het magnum opus is de afsluiter Roads To Madness, die bijna tien minuten in beslag neemt. De muziek begint dreigend en beklemmend, terwijl Geoff Tate op fantastische wijze zingt over het pad naar krankzinnigheid. Een symfonie-orkest zorgt voor extra sfeer. Na zeven minuten komt het nummer uiteindelijk tot een opzwepende climax. Voor mij is dit één van de beste metalsongs ooit, die door Queensrÿche zelf slechts één keer is overtroffen (middels Suite Sister Mary van Operation: Mindcrime).Andere uitschieters zijn de serene power ballad No Sanctuary, het met een hemels outro gezegende En Force en de Japanse hitsingle Take Hold Of The Flame. NM 156 valt op door het gebruik van effecten en de tekstuele belichting van de gevaren van technologische vooruitgang. De produktie van dit album is wel wat mat en Geoff Tate zoekt nog iets te vaak de hoogste regionen op, maar elk nummer op The Warning is een winnaar.Met het titelloze mini-album uit 1983 spreidden de heren van Queensrÿche hun talent al ten toon, via krakers als Queen Of The Reich en The Lady Wore Black. Dankzij The Warning stootte de band definitief door naar de top, om daar flink wat jaren door te brengen. Met Operation: Mindcrime II is vorig jaar gelukkig weer een beetje van die glans teruggekeerd.


Stryper – The Yellow And Black Attack

Jaar van Release: 1984

Label : Enigma

Dit is het debuutalbum van Stryper, hoewel vrijwel al dit materiaal werd gebruikt op de Roxx Regime-demo kort voordat ze van naam veranderden (en outfits). De rauwe productie helpt dit soort klassieke op rock gebaseerde Metal tot leven te brengen, maar de sterke punten van dit specifieke album zijn de gitaarsolo’s en de zang. Het is in wezen een goede solide plaat die daarnaast twee wat zoetsappige ballads bevat. Het enige dat je moet onthouden, is dat de ballad (My Love I’ll Always Show) niet aanwezig was op de originele versie van het album, dus de nu gangbare versie van ‘Yellow and Black Attack’ heeft een opvallend poppier benadering.

Qua geluid is de productie hoog in deze periode, maar niet zo over de top als op ‘In God We Trust’. De gitaren hebben een wrede crunch dankzij de twee BC Rich gitaren gebruikt door zowel Michael Sweet en Oz Fox. De bas is hoorbaar, met een vleugje vervorming, en de drums doorsnijden alles. Zanger Michael Sweet geeft echt een uitzonderlijke prestatie. Hij slaat elke noot die elke andere gerenommeerde Metal-zanger nauwelijks kan raken en daarnaast heeft hij zijn eigen bombastische stijl.

Het openingsnummer ‘Loud n’ Clear ‘, het nummer culmineert in een moordende tweelinggitaarsolo (een duidelijke eerbetoon aan Judas Priest – een van de groep zelf -belichaamde inspiraties) en eindigt met een twin-gitaar riff waarmee je naar Iron Maiden kan refereren. Het verschil is natuurlijk dat de high-end van beide riffs eigenlijk wordt gespeeld door zanger / gitarist Michael Sweet – indrukwekkend. En het volgende nummer, From Wrong To Right’, heeft een erg sterk hoofdgedeelte. Het album verliest geen stoom tot het einde, op uitzondering van de ballads. Gelukkig worden ze opgebroken door sommige rockers – ‘Co’Mon Rock’, ‘You Know What to Do’ en ‘Loving You’, waarvan de laatste gemakkelijk de meest complexe dubbele gitaarsolo van het hele album is, en wel het hoogtepunt isvan het album.

Al met al is dit eigenlijk een geweldig album voor fans van klassieke vroege jaren 80 Metal in de trant van Judas Priest en Iron Maiden.  Als je de best mogelijke versie wilt, pak dan de originele vinyl versie zonder bonustracks op, of sla ze gewoon over.


LEATHERWOLF – Leatherwolf I (Endangered Species)

Jaar van Release: 1984

Label : Island Records

Leatherwolf is samen met Dio, Crimson Glory en vele anderen een van de vele prachtige power metalbands die uit de jaren 80 zijn voortgekomen. Deze band had twee albums met een eigen titel uitgebracht, wat voor veel verwarring zorgde. Om deze verwarring te voorkomen, noem ik het hun album uit 1984 vanwege de releasedatum. Desalniettemin levert dit titelloze album, uitgebracht onder het Island label, een aantal van de beste power metal uit de jaren 80. Terug naar het eerste album Endangered Species, deze is te benoemen als vrij eenvoudig thrash. De beste vijf nummers – “Spiter”, “Endangered Species”, “Kill and Kill Again”, “Leatherwolf” en “Season of the Witch” zijn nummers die eigenlijk van hun eerste ep komen. Met het nummer “Season of the Witch” en het titelnummer zetten ze heavy/trash achtig materiaal neer, maar aanzienlijk ingewikkelder dan alles wat Overkill en Savatage deden in die tijd

“Tonight’s the Night”, “Off the Track”, “Vagrant” en b-side ’83 demotrack, “The Hook”, zijn slechts iets minder begaafde nummers, deze zijn nummers zijn later toegevoegd bij de totstandkoming van de cd. Na deze cd kiest de band definitief naar het melodieuze metal kant te verkiezen boven de trash.


Heart – Heart

Jaar van Release: 1985

Label : Capitol

In 1985 maakte Heart een dramatische comeback, gevoed door een al even dramatische wijziging van hun traditionele geluid. Een succesvolle hard rock band aan het einde van de jaren zeventig, de groep was in het begin van de jaren tachtig bijna van het gezicht van populaire muziek gevallen voordat ze besloten om een ​​transitie te maken naar meer mainstream pop / rock. Het resultaat was hun titelloze plaat, Heart , die deze Amerikaanse groep zijn grootste commerciële succes bracht, vijfmaal de status van platina bereikte.

 Onder leiding van de zussen uit Seattle, hoofdvocalist Ann Wilson en gitarist Ann Wilson , vond Heart onmiddellijk succes met hun debuutalbum Dreamboat Annie uit 1976 en de opvolger Little Queen het jaar erop. Sommige juridische verwikkelingen tussen vroege labels zorgden er echter voor dat de groep wat commercieel momentum verloor voordat ze tegen het einde van 1978 terugkeerde met de dubbel platina verkopende Dog and Butterfly . Na een trio van mindere releases in de vroege jaren 1980, verhuisde de groep naar Capitol Records en besloot om hun imago en hun muziek te verfraaien.

 Heart was het tweede album met de ritmesectie van bassist Mark Andes en drummer Denny Carmassi , na hun respectievelijke debuut op de Passionworks in 1983. Het album werd geproduceerd door Ron Nevison en maakte ook gebruik van verschillende externe muzikanten en songwritingteams om een ​​groot deel van het materiaal te schrijven en op te nemen in een gezamenlijke inspanning om het popmuziekpubliek te bereiken. Daarbij liet de groep de akoestische en volksgeluiden die in veel van hun vroege werk aanwezig waren, vrijwel geheel links liggen. Met het nummer “These Dreams” weten ze in amerika een nummer 1 hit te scoren.

Hoogtepunten op het album: These Dreams, If Looks Could Kill, The Wolf en All Eyes


 

Dio – Sacred Heart

Jaar van Release: 1985

Label : Warner Bros

Wanneer Ronnie James Dio onthulde dat het derde album van zijn groep, Sacred Heart , op 15 augustus 1985, zal verschijnen,  was het bijna precies 10 jaar geleden sinds de eerste spotlight van de zanger als ster van de frontman van Ritchie Blackmore ’s Rainbow . Naast een paar succesvolle jaren Black Sabbath. Begon Dio’s solotour inclusief eigen band met mix van Rainbow en Black Sabbath.

De albums Holy Diver en The Last In Line zijn tegenwoordig echte klassiekers en de zanger had met deze twee albums goud in handen. Ze bevestigden de status van de zanger tussen heavy metal’s ’80s elite, compleet met gouden albums, polls van tijdschriftlezers en talloze andere onderscheidingen voor de toenmalige 43-jarige Dio, die onmiskenbaar een rol speelde.

Sacred Heart , dat voortborduurde op de succesvolle formule van de afgelopen jaren. De opener is “King of Rock and Roll” en  daarna het majestueuze titelnummer – dat vervolgens een boost kreeg met radiovriendelijke hooks en melodieën die nog niet eerder waren gehoord, het maken van ware singles met deuntjes zoals ‘Rock’ n ‘Roll Children’ en ‘Hungry for Heaven’ deden het goed.

En hoewel albumuitspattingen als “Another Lie”, “Just Another Day” en “Shoot, Shoot”, die toch minder melodieus, maar eerder gedreven door snelheid zijn, bracht dit toch de nodige variatie.  Hoe wel deze composities niet allen de kwaliteit van het debuut album haalden, werden ze toch gesteund door Dio’s terugkerende, winnende team bestaande uit gitarist Vivian Campbell , bassist Jimmy Bain, drummer Vinny Appice en toetsenist Claude Schnell.

Hierna volgende een wereldwijde marathontour van 13 maanden en meer dan 100 shows. Ze gingen spelen als Hoofdact, ondersteund door openers als Rough Cutt, Yngwie Malmsteen en  Keel. Ze verbaasden de fans met een arena-sized extravaganza die nog steeds legendarisch is voor Dio’s nachtelijke steekspel met een special effects-draak, met de liefdevolle bijnaam Denzel.

Temidden van dit alles raken Dio, Campbell en Bain, betrokken bij het historische speerpunt zijn Hear ’n Aid liefdadigheidsproject. Dit trok beroemdheden uit alle uithoeken van de heavy metal firmament om deel te nemen aan een album en single rond hun nummer “Stars

 En toch, bijna als een weerspiegeling van de fantasy / avontuurlijke teksten van Dio, lag echt gevaar precies onder de oppervlakte van Sacred Heart. Te beginnen met Vivian Campbell’s verrassing, halverwege de tour, toen hij werd vervangen door Craig Goldy. In de loop van de jaren gaf Ronnie vaak de schuld aan het ontslag wegens een gebrek aan betrokkenheid bij Vivian, terwijl de gitarist reageerde op ontevredenheid over de zakelijke regelingen van de band (veel van hen werden begeleid door Dio’s vrouw en manager Wendy). Bain zou later zeggen dat Dio een grote fout heeft gemaakt door Campbell te ontslaan.

Maar wat de echte reden ook was, de magische chemie van Dio leek zeker verstoord te zijn na het vertrek van Campbell.


White Lion – Fight to Survive

Jaar van Release: 1985

Label : Music For Nations

Toen ik opgroeide in de jaren tachtig, kwamen er veel nieuwe bands uit die we vrij snel hebben gevonden. In die tijd was ik de man die rocktijdschriften kocht en zo begon de ontdekking naar nieuwe bands.

Ik had een White Lion-interview in het tijdschrift Aardschok gelezen en het onthulde iets dat ik nog niet wist: “Pride” was niet het eerste White Lion-album! Ze hadden een eerdere, onafhankelijke (en zeldzame) plaat gemaakt genaamd Fight to Survive waarvan we het bestaan ​​niet wisten. Ben toen op zoek gegaan naar het album.

De opener is “Broken Heart”, dat in ’91 opnieuw werd opgenomen voor “Mane Attraction”. Misschien is deze vroege versie, zonder toetsenborden, de beste van de twee. Hoe dan ook, dit was toen al een hit. Het refrein is prachtig en hoewel het ballady-coupletten heeft, heeft het ook genoeg ballen om de vuist in de lucht te pompen. “Cherokee” is er weer een met een geweldig refrein. De songwriting hier is niet perfect of gepolijst. Het heeft wat onhandige momenten, maar het had zeker iets. Helaas is het titelnummer een afstreksel van Van Halen, en jammer genoeg niet bijster origineel. De teksten over schilden en zwaarden zijn misplaatst op een album met een nummer als “Broken Heart”. Vito Bratta laat zijn potentie zien met een knipoog naar Eddie Van Halen in de solo, maar hij moest echt nog evolueren naar de gitarist die hij werd.

“Where Do We Run” pikt een van de albumthema’s op: geweldige refreinen (en gitaarsolo’s). Maar “In the City” heeft niet veel te bieden: het is een echt slap nummer. De opener van kant twee “All the Fallen Men” is veel beter en klinkt als een Dokken-single. Dit nummer is een hoogtepunt. De ritmesectie van James LoMenzo en Greg D’Angelo had samen al een goede groove opgebouwd. De teksten van Mike Tramp zijn niet diepgaand (en zouden dat ook nooit zijn), maar hij probeert het.

“All Burn in Hell” is ook nog niet een nummer waar de kwaliteiten van af druipen. “Kid of 1000 Faces” is een nummer zonder refrein. “El Salvadore” opent met een echt gaaf duo tussen klassieke gitaar en elektrische gitaar. Dit heeft in ieder geval een origineel geluid, of in ieder geval voor 1985. En het nummer zelf? Nog een geweldig refrein dat smeekt om een ​​goed nummer, een gedenkwaardige riff – alles! White Lion was erg goed in het schrijven van songfragmenten. Ten slotte is de op piano gebaseerde ballad ‘Road to Valhalla’ een niet geheel overtuigende ‘serieuze’ ballad. De platte vocalen of de mindere productie van Mike Tramp helpen de zaak niet veel.

Fight To Survive heeft een paar geweldige nummers en verschillende briljante fragmenten. Als ze het hadden aangescherpt en er vijf als EP hadden uitgebracht, zou het waarschijnlijk een topper zijn geweest.


VandenBerg – Alibi

Jaar van Release: 1985

Label : ATCO

Alibi is het derde studioalbum van de Nederlandse hardrockband Vandenberg , uitgebracht in 1985 op Atco Records . Net als zijn voorganger werd het album-artwork gemaakt door gitarist Adrian Vandenberg zelf. het album ALIBI roept bij velen en zelfs bij de band zelf gemengde gevoelens op.

Vandenberg verzuipt in de regerende glam metal soep. Er staan een aantal goede nummers tussen en de productie is misschien helemaal up-to-date ( waar date staat voor 1985) maar er is nog maar weinig ruimte voor sterk drumwerk (had ook een elektronische drumbeat onder gezet worden) of mooie basloopjes van Kemper. Ook de solo’s lijken wat uitgekleed en dit alles ten faveure van de koortjes en powervolle refreinen.

vooral de kritiek over geproduceerd is vaak gehoord.
ik geef toe dat de plaat wel behoorlijk gepolijst klinkt en veelvuldig werd aangevuld met synthezisers, maar toch is het ondanks dat wel de meest heavy plaat van deze band geworden.
het bluesy achtige wat de eerdere 2 platen nog hadden,  is op deze plaat dan ook wel verdwenen en misschien net datgene waardoor mensen er nogal verschillend over denken/dachten.

 Om er toch een paar nummers uit te lichten, het album begint met het titelnummer All The Way met een nogal amerikaans radio intro, maar verder een geweldige song. Pedal To The Metal is het volgende nummer, deze pakt wat steviger uit, maar net iets minder als het vorige nummer.

Een ballad mag natuurlijk ook niet ontbreken en met Once In A Lifemtime weten ze niet een nummer als Burning Heart of Different Worlds te evenaren, maar daarintegen is het een degelijk rocknummer.  Met de uptemponummers Voodoo en Dressed To Kill wordt kant A afgesloten, nummer liggen in het verlengende muzikaal gezien van elkaar. Kant B opent aardig met Fighting Against The World en is een kwalitatief goed nummer. Hierna gevolgd door een wat gezapige ballad How Long.  Het intronummer Prelude Mortale leidt ons naar het geweldige titelnummer Alibi, één van de hoogtepunten van het album. Het album wordt afgesloten met het instrumentale Kamikaze, waarop gitartist Adje Vandenberg nog even zijn gitaarkunsten mag vertonen

 Eigenlijk geweldige nummers die veel meer succes hadden verdiend. Het is inderdaad wel erg gericht op de Amerikaanse markt. Waar albums in deze stijl destijds met miljoenen per week van over de toonbank gingen. Hou je daar niet van, dan kan ik me voorstellen dat je dit album weinig aan vind.

 


Gary Moore – Run For Cover

Jaar van Release: 1985

Label : 10 Records

Onlangs ben ik ingegaan op de dingen van Gary Moore, niet op de bluesy-stuff na het Still Got The Blues- tijdperk, maar eerder op het pre- Still Got The Blues- tijdperk, het tijdperk waar veel van Gary Moore bluesfans niet van op de hoogte zijn, maar bevatten toch zo veel mooie verborgen schatten en de moeite waard om te luisteren. Zoals vele hardrockers, metalheads en natuurlijk gitaarliefhebbers dat deden.

Er zijn veel geweldige Gary Moore’s albums, maar ik zal beginnen met mijn persoonlijke favoriet, Run For Cover , een leuk en toch zwaar album dat toen in 1985 werd uitgebracht. Dit album werd ook beschouwd als het doorbraakalbum van Moore en bevat een van zijn meest bekende single’s, Out In The Fields

De track begon met het titelnummer, Run For Cover, met synth riffs en natuurlijk power chord riffs ala hardrock en heavy metal songs in de europese stijl.

Terug naar de titeltrack, deze track is echt een geweldige opener, het heeft elementen die een geweldige ponsende riffs en solo’s. Gary Moore verborgen juweeltje dat je in zijn latere werken niet echt kunt terugvinden.

Het volgende nummer is Reach for the sky, wat een leuk nummer is, maar niet zo geweldig als de vorige, meer een opvuller.

Het derde nummer krijg mijn aandacht opnieuw, het begint met dreigende drums en krachtige riffs, de tekst vertelt ons over een man die getraind was om soldaat te worden in de oorlog. En om onbekende redenen hield ik altijd van politiek of oorlogsgerelateerd thema in de lyrics. Hoewel dit nummer begon met zware riffs, in het midden, breekt het uit in een aantal langzame maar toch zachte stukken en een paar smaakvolle balladezang, het handelsmerk van Gary Moore, maar wat echt de hoogtepunten is, is de outro solo , wanneer de stemming terug een zwaar met een snel tempo wordt ingezet.

Het volgende nummer is een van Gary Moore’s klassieke deuntje, Empty Rooms. Zoals je weet is het een mid-tempo ballad, gedomineerd door keyboard riffs, zolang het rauw is en niet overgeproduceerd, en als je spreekt over Gary Moore classic, is een melodieuze solo onweerstaanbaar, of het nu kort is of de lange. Het liedje eindigt met de oude truc, een fadeout.

Het volgende nummer dat echt mijn aandacht trok, is het 6e nummer, Out in The Fields. En ja, het klinkt als één, zelfs de alleenstaande basriffs in het eerste couplet, samen met de zanglijnen. Het refrein is behoorlijk pakkend en mooi, wat laat zien dat Gary Moore een groot potentieel had bij zwaardere songs. Maar de opwinding is nog niet voorbij, na de brug hoor je een van de meest verbluffende studiosolo ooit opgenomen door de machtige Gary Moore. Het is een vrij korte, maar het is gewoon snel, cool en nog belangrijker, effectief.

Nothing to Lose is het volgende, sommige gitaarinvullingen die hij hier bracht zijn episch. Het nummer is deels toch een blues georiënteerd.

We gaan naar Once in a Lifetime. Dit nummer is eigenlijk de meest commerciële van het albums. Het klinkt pakkend, maar nog steeds, wederom legt Moore ook hier een heerlijke melodische solo in. Hij is echt een genie in het maken van die melodieuze solo’s!

Het negende nummer is All Messed Up, dat is weer een geweldige straight-up en had een 80’s feel, rocker song. In dit nummer domineert de gitaar echt.

Het laatste nummer, Listen To Your Heartbeart, is weer een mooie ballad, maar veel minder beroemd dan Empty Rooms. Maar het betekent niet dat dit nummer saai is. Moore levert al met al een geweldig album af en de doorbraak is een feit.


Tesla – Mechanical Resonance

Jaar van Release: 1986

Label : Geffen

Mechanical Resonance is het debuutalbum uit 1986 van hard rockkwintet Tesla.

Afkomstig uit Sacramento, Californië, ontstond de groep uit de vroege jaren tachtig band, genaamd City Kidd, gevormd door gitarist Frank Hannon- bassist Brian Wheat . Later voegden zanger Jeff Keith , gitarist Tommy Skeoch en drummer Troy Luccketta zich bij de groep, die aan populariteit won in het midden van de jaren tachtig, wat leidde tot een platencontract met het Geffen- label.

Tijdens het opnemen van dit debuut met producers Steve Thompson en Michael Barbiero besloten de bandleden hun naam te veranderen ter ere van uitvinder en ingenieur Nikola Tesla en de titel Mechanical Resonance komt van een van de experimenten van de wetenschapper. Gedurende deze tijd begon de groep ook hun geluid in een ‘eigen’-richting te migreren.

De opener “EZ Come EZ Go” is voorzien van een staccato basweergave van Wheat met een vaste drum beat en een zinderende gitaarlead om het album te openen. Het begint al snel in een quasi-melodramatische omgeving met Keith’s stem en hartslag-achtige bass-bonzen. “Cumin ‘Atcha Live” begint met een andere dramatische gitaar lead-in waarbij de algehele sfeer vergelijkbaar is met de klassieke Van Halen met een vrolijke jam.

 “Gettin ‘Better” is het beste nummer aan de eerste kant en het begint met een mooie vingervlugge zachte intro waarin Hannons delicate spel en Keith’s soulvolle zang schitteren. Het breekt dan in een door riff aangedreven rocker met een thematisch gezang voor de rest van het nummer. “2 Late 4 Love” begint met een tromgeroffel van Luccketta samen met wat gitaareffecten, maar kabbelt dan door in een hedendaags rocknummer. “Rock Me to the Top” is mede-geschreven door Skeoch en het contrast in stijl is muzikaal duidelijk met zijn iets donkerdere texturen. “We’re No Good Together” is de eerste power ballad van het album en is slow-dance ready met een langzame beat en bluesy rockgitaarakkoorden. Halverwege neemt het nummer een aangenaam verrassende sonische draai en wordt het een opwindende, vrolijke bluesrock jam voor de duur.

 Het hart van het album is de eerste drie nummers op kant twee, te beginnen met hun populaire volkslied, “Modern Day Cowboy”. Compositorisch gezien is dit grondiger dan wat dan ook op het album met overal akoestische en elektrische texturen, donkere beelden en een geweldige melodielijnen. “Changes” begint met een klassiek piano-intro voordat een schokkerige gitaarriff het juiste dramatische nummer introduceert. Dit is een emotioneel geladen nummer. De enige cover van het album is “Little Suzi”, een deskundige akoestische / elektrische aanpassing uit de vroege jaren tachtig door Ph.D. Het begint met een echt cool akoestisch folk intro, terwijl het nummer later een methodische maar krachtige drive heeft van meerdere texturen die allemaal bij elkaar worden gehouden met Wheat’s bass

“Love Me” is een pure riff-gedreven rocker met Keith’s zang die over de muziek en beats zweeft, in een stijl die klinkt alsof het een heel grote hit van een paar jaar eerder had kunnen zijn. De brugsectie voegt een verrassing toe met sommige talkbox terwijl de latere lead een mooie mix van geharmoniseerde gitaren heeft. Om het album af te ronden, heeft “Cover Queen” een enigszins interessant arrangement, terwijl het slotnummer “Before My Eyes” een doomy en dramatische intro heeft waarbij de talenten van de groep de ruimte krijgen​​ en er genoeg ruimte over blijft voor instrumentale sfeer.

Mechanical Resonance bereikte de Top 40 van de Amerikaanse albumcharts en was tegen het einde van het decennium gecertificeerd als platina. Tesla zou nog succesvoller worden met hun volgende album, Great Radio Controversy , maar nog steeds houdt dit debuut in dat opzicht dat ze Mechanical Resonance Live in augustus 2016 hebben uitgebracht.


Van Halen – 5150

Jaar van Release: 1986

Label : Warner Brothers

Met de uitzondering van AC / DC is het moeilijk om een ​​voorbeeld te vinden van een gevestigde rockband met een enkele, cd harismatische leadzanger die nog succesvoller wordt zodra die zanger wordt vervangen. Na het bittere vertrek van David Lee Roth in het begin van 1985, was Van Halen een tijdje dobberend op zee, terwijl ze actief naar Roth’s vervanging zochten. Hun platenmaatschappij, Warner Brothers , wilde niet dat ze doorgaan met dezelfde naam, met het gevoel dat het de succesvolle formule zou kunnen verstoren. Verder hoopten veel oude fans op verzoening en verwerpen ze elke serieuze kans op hervorming met een nieuwe zanger.

Helaas was de breuk tussen Roth en de rest van de band veel te diep en met Roth, die publiekelijk de band dood verklaarde en grootse plannen maakte voor een solo-carriëre was de band vastbesloten om verder te gaan zonder hem. Na een tijdje het idee te hebben genoten van het gebruik van meerdere zangers op hun volgende album, besloot Van Halen dat ze een permanent bandlid wilden om hen te ondersteunen. In 1986 neemt Sammy Hagar, al een gevestigde rockster, als leadzanger van de band Montrose en als soloartiest, het besluit om zich te vervoegen bij Van Halen.

Verder was Hagar ook een bekwame gitarist, die Eddie Van Halen vrijmaakte om zich verder te ontwikkelen op de keyboards, zoals hij was begonnen met het vorige album, 1984 (MCMLXXXIV). De band scoorde een aantal grote hits met keyboard-gestuurde nummers op dat album en die trend zou zeker doorgaan met 5150 .

Een andere factor die leidde tot het nieuwe geluid van 5150 was de afwezigheid van producer Ted Templeton, die alle voorgaande zes albums van de band had geproduceerd. Dit gaf de mogelijkheid om de productie zelf in handen te nemen, geleid door Eddie Van Halen met de hulp van Mick Jones en Donn Landee . Dit productieteam heeft zich gedistancieerd van het traditionele ‘live’-geluid van vorige albums en naar een meer jaren 80-geluid, met name voor de drie keyboardgestuurde nummers, die elk enorme hits zouden worden.

Twee van deze hits gebruikten het lange snarengeluid dat Eddie Van Halen had gevestigd op het vorige album. “Dreams” is hier het hoogtepunt, met Hagar’s vocale bereik. “Love Walks In” bevat Hagar op leadgitaar en toont een aantal uitstekende achtergrondharmonieën van Eddie Van Halen en bassist Michael Anthony.

Het meest uniek klinkende en innovatieve van deze keyboard songs is “Why Can not This Be Love”, waarbij Van Halen een wild klinkend gesynthetiseerd klavichord gebruikt voor de hoofdriff, terwijl Hagar wat ondersteuning biedt voor ritmegitaar. Als de eerste single die in de lente van 1986 door de band werd uitgebracht, introduceerde dit nummer opnieuw de band met een frisse en unieke sound die vooral goed werd ontvangen. Niet iedereen was echter onder de indruk van het nieuwe geluid, omdat veel oude fans zich vervreemd voelden door de dubbele ommezwaai om Roth te vervangen en verder weg te gaan van het gitaargeluid van de begindagen van de groep. Al snel zouden deze fans de naam “Van Hagar” aannemen voor deze nieuwe formatie, dus om het onthutsend te voorkomen dit te erkennen als een voortzetting van die eerdere band.

5150 bevat een stevige handvol nummers die in de stijl van sommigen van het vroege werk van de band zouden zijn ingepast, waaronder de nummers ‘Summer Nights’, ‘The Best of Both Worlds’ en de openingsnummer ‘Good Enough’ van het album. Echter, geen van deze komt echt op het niveau van de betere gitaargestuurde songs van het verleden. Een uitzondering hierop is het opvallende titelnummer “5150”, een vrolijke jam met een aanstekelijke melodie die de talenten van zowel Eddie Van Halen als zijn oudere broer, drummer Alex Van Halen, benadrukt.

Van Halen scoorde flink met 5150 , een prestatie die diende om hun beslissing om verder te gaan met een nieuwe frontman en bijgewerkte sound te valideren. De band zou deze formule met vergelijkbaar succes blijven gebruiken, omdat alle vier hun albums uit het Hagar-tijdperk de top van de albumcharts bereikten, die zich uitstrekten tot ver in de vroege jaren negentig.

 


Triumph – Sports Of Kings

Jaar van Release: 1986

Label : MCA

Op het eerste gezicht leek The Sport of Kings de ingrediënten te hebben van een klassiek Triumph- album. Het soort dat een balans bood tussen avontuurlijke progressieve rock en in-your-face hardrock, zoals het handelsmerk van de band was geworden op platina-verkopende platen als Just a Game, Allied Forces en Never Surrender. Door de release van hun achtste studioalbum, The Sport of Kings , in 1986, worstelde Triumph om door de deprimerende hardrock beerput van het midden van de jaren 80 te navigeren, een periode waarin serieus muzikaal vakmanschap, songwriting-avontuur en individualiteit zelf onder vuur kwamen te liggen.

Zoals de fans van de band ontdekten toen ze de plaat eenmaal hoorden, was The Sport of Kings toch iets anders. Uitgebracht op 11 september 1986, Triumph’s achtste studioalbum van zanger en gitarist Rik Emmett, zanger en drummer Gil Moore en bassist en toetsenist Mike Levine. Ze lieten zich namelijk verleiden voor commerciële radiotrends en zakelijke druk.

Inmenging op het label resulteerde in een naast een aantal goede nummers: “Tears in the Rain” en “Somebody’s Out There” ook met het pijnlijk cliché “Hooked on You”, dat minder gemeen had met vintage Triumph dan AOR-bands uit de jaren 80 zoals Journey en Foreigner . Je merkt dat de groep met het album “The Sport of Kings”, dat de groep op zoek was naar zowel een hit als een nieuwe identiteit door onbedoeld een duik te nemen in het genre van Journey en Foreigner handelsmerk van strakke AOR. Om eerlijk te zijn, de nummers zoals “What Rules My Heart” en “Play with Fire” slaagden erin om een ​​bepaald gevoel van klasse te herstellen en doet denken aan de gloriedagen van Triumph.Evenzo, hoewel commercieel georiënteerd metals opener ‘Tears in the Rain’, de Top 40-single ‘Somebody’s Out There’ en het verrassend cynische ‘Don’t Love Anybody Else But Me’, met zijn akoestische en harmonieuze leadgitaren geïnspireerd door Boston (en misschien wel het beste refrein van het album), hadden  zekerhun momenten. Misschien waren de algemene onverschilligheid en ongemotiveerde optredens van de band een directe weerspiegeling van de druk om te verkopen, verkopen, verkopen opgelegd door hun platenmaatschappij. “The Sport of Kings” was meer een AOR-album geworden. Voor de echte Triumph fans waarschijnlijk een teleurstelling, maar voor de gelouterde AOR fan, was dit een prima album.


White Sister – Fashion By Passion

Jaar van Release: 1986

Label : Revolver FM

Geprezen als de natuurlijke opvolgers van ANGEL bij de release van het gelijknamige debuutalbum in 1984, maakte de Los Angeles Hard Rock-outfit WHITE SISTER zelfs gebruik van de diensten van ex-ANGEL-toetsenist Gregg Giuffria in de rol van producent bij het debuut. The White Sister (naam geïnspireerd op een gelijknamig nummer van Toto) werd opgericht in 1980 oorspronkelijk onder de naam Sister, vocalist / toetsenist Garry Brandon, gitarist Rick Chadock, zanger / bassist Dennis Churchill-Dries en drummer Gus Moratinos. In 1981 werd dit vervangen door nieuwe drummer Richard Wright.

 WHITE SISTER ’s geweldige ” Fashion By Passion “, een album dat nooit een moderne remastering heeft gekregen. Dat is niet nodig, want de sound is na al die jaren nog steeds modern.

 Na hun uitstekende titelloze debuut en een reeks overdreven positieve recensies, kreeg White Sister een rol in de soundtrack van de film Killer Party uit 1986 met het nummer ‘April’ (hierna toegevoegd in dit tweede album Fashion By Passion) voordat Garri Brandon de band verlaat.

 Met deze tweede poging “Fashion By Passion” weet de groep een mooie mix van

gitaren (voornamelijk) en synthesizers te doen samensmelten, de teksten zijn pure melodramatische AOR.

Fashion By Passion werd geboren in 1986. De meeste toetsenborden op het album werden gespeeld door Joel Goldsmith. De plaat bevatte, naast de herinterpretatie van de Beatles “Ticket to Ride”, twee andere nummers van onvervulde Angel kennelijk verleend door Giuffria, gecomponeerd door het trio Fredericksen / Meadows / Phillips, of “Troubleshooter” en “Lonely Teardrops” . Het album werd uitgebracht in Europa voor het Britse onafhankelijke label FM Revolver

 Binnen dit fijne kader kan ik slechts één probleem ontdekken; de productieresultaten zijn zo glad dat ze veel fans van melodieuze rock misschien zelfs afschrikken! En voor “glad” lees slimheid en inventiviteit gecombineerd met vlijmscherpe riffs … Pomp Rock, in feite, tot het maximum.

Meer dan zes maanden te laat dan gepland, voornamelijk vanwege fikse ruzies over incidentele zaken zoals afgewezen artwork en studiomix resultaten, ziet het vervolg op White Sister’s fel getipte en kritisch gelikte debuut LP (1984) eindelijk het licht. De band intact blijft behoorlijk intact. Nou, vrijwel: Garri Brandon is vervangen door de nieuwe toetsenist David Vincent voor de optredens.


Yngwie J. Malmsteen – Trilogy

Jaar van Release: 1986

Label: Polydor

Het was een tijd geleden dat ik naar dit album had geluisterd. De eerste akkoorden van “You Don’t Remember, I’ll Never Forget” Ik denk bij mezelf aan de titel inderdaad een zeer slimme titel. De muziek trekt me automatisch aan. Het klinkt erg neo-klassiek met een stevige rockrand. Herkenbaar is het gitaargeluid in Malmsteens kenmerkende stijl gespeeld om een Fender Stratocaster met scalloped neck sound waarop hij zijn carrière heeft gebouwd.

Het eerste nummer, blijft een geweldig nummer. De zang van zanger Mark Boals is krachtig en past goed bij het gitaargeweld. Dit is het eerste album voor Boals en het feit dat zeven van de negen nummers zang bevatten, is ook opvallend. Yngwie is niet alleen goed in het componeren van muziek, maar ook in het schrijven van memorabele vocale zanglijnen. Op de twee eerdere releases ( Rising Force uit 1984  en Marching Out uit 1985 ) van Malmsteen was zanger Jeff Scott Soto nog te horen, waarbij deze albums  veel meer instrumentaal waren.

Het volgende nummer “Liar” stelt niet teleur. Het volgt dezelfde formule met een geweldig aanstekelijk refrein met uitmuntend muzikaal vakmanschap. Onderliggend aan deze tracks is het keyboardspel van Jens Johansson. In sommige opzichten doet zijn keyboardspel me denken aan iets uit de 18e eeuw. Drummer Anders Johansson drijft de beat door met zeer snel voetenwerk op de contrabas. “Queen In Love” is een gedenkwaardige versie die erg middeleeuws klinkt, wat goed past, gezien de hoes van het album waarin Malmsteen een driekoppige draak afweert met zijn gitaar.

“Crying” is de eerste instrumentale van de twee. Opvallend is het zeer lichte klassieke akoestische spel van Malmsteen in het eerste deel van dit nummer. De bas, ook gedaan door Malmsteen, is meer overheersend dan op de vorige tracks. De volgende nummers “Fury”, “Fire” en “Magic Mirror” zijn allemaal in dezelfde geest. Deze nummers volgen hetzelfde formaat en de richting van de Trilogy . “Fury” en “Fire” zijn misschien wel de meest pop metal tracks op het album. “Dark Ages” is een ander middeleeuws nummer dat overeenkomt met het albumhoes. Er is zeker een thema dat door het hele album heen loopt. “Dark Ages” is een wat langzamer nummer, maar is geen ballade. Het album sluit af met het tweede en laatste instrumentale nummer “Trilogy Suite Op. 5 ”waar  Malmsteen zijn liefde voor klassieke muziek laat zien en de voorliefde van de componisten Bach of Beethoven laat horen.

Voor fans van de stijl van razendsnel gespeelde neoklassieke metal is dit album een ​​aanrader.

 


Queensryche – Rage for Order

Jaar van Release: 1986

Label : EMI Records

Queensryche springt regelmatig van het ene genre naar het andere en staat nooit bekend als het type band dat hun muziek consistent houdt van album tot album. Hoewel hun albums over het algemeen genrespecifiek blijven (zoals het glam-metal geluid van Empire en Operation: Mindcrime’s)  progressieve metal sound), elk album brengt iets anders. Met hun 1986 release van Rage for Order ; Een samensmelting van de pakkende zang van Def Leppard , het ritme van Dream Theater voor 4: 4 timing en de neiging van Slayer om verbaal misbruik te maken van hun microfoons, Rage for Order  nam elementen uit alles wat rock en metal is van de jaren 1980. Rage for Order promootte Queensryche in één hand van “de jongens die opengaan voor Iron Maiden” tot een van de echt mainstream progressieve metalbands van de tijd, zoals blijkt uit de meer dan een half miljoen verkopen.

Het album begint met “Walk In the Shadows”, een gitaar-zwaar nummer beladen met schreeuwen en vocale harmonieën. Het nummer geeft metalfans een andere kijk op moderne metal. Naarmate het album vordert, krijgen fans van easy-listening rock ook hun deel van de taart via nummers als “I Dream In Infra Red” en “The Whisper”. Nummers als “Gonna Get Close To You” en “Screaming In Digital” brengen een paar krachtige avant-garde-achtige breaks op het album door elektronica, georkestreerde muziek en gillende gitaren te combineren.

Ondanks het kennelijke onvermogen van Queensryche om het hele album consistent te blijven, is één ding dat nooit verandert hun vermogen om beide gitaristen volledig te benutten. Hoewel ze misschien niet meteen opvallen in sommige van de tragere nummers op het album, is elk nummer de ergste nachtmerrie van een aspirant-gitarist. In verschillende delen van het album konden de gitaarpartijen door grote hoeveelheden hoge en zelfs geharmoniseerde akkoorden overal als onorthodox worden gezien door muziekliefhebbers overal. De creativiteit die de gitaristen op tafel hebben gebracht, is werkelijk uitstekend.

De vocalen op het album zijn de meest “metal” die je ooit uit de mond van leadzanger Geoff Tate hoort. De veranderende octaven en power-screams, is dit echt het meest agressieve werk van Tate als je puur kijkt naar de stijl.

Met een enkele, meer dan een half miljoen recordverkopen en een plaats op de hitlijsten is Rage for Order een fascinerende rock- en metalalbum geworden. Een mix van glam metal, progressieve metal en hard rock die het album uniek houden en luisteraars verrast houden door een geheel andere invloedbron die bij elke draai in de schrijfstijl van het album te vinden is. Door harde maar toch melodieuze zang en progressieve, complexe gitaren is Rage for Order echt een van de meest unieke rockalbums van zijn tijd.


Crimson Glory – Crimson Glory

Jaar van Release: 1986

Label : Roadrunner

In de jaren tachtig was heavy metal erg onderhevig aan de kant van de mainstream (afgezien van hair metal natuurlijk) als inferieur. Ze zagen het als een bepaalde vorm van muziek die alleen maar ongefundeerde en hersenloze bombastische ruis was die draait om seks, drugs en rock ’n roll, samen met geweld en satanisme, evenals heel veel andere vulgaire en kwade lyrische zaken. Dit gaat elke stereotiepe beschuldiging tegen. Wat is heavy metal (of rockmuziek in het algemeen) zonder dat hoe dan ook. Je moet wat kracht hebben in muziek zoals deze, ongeacht de stemming of het technische niveau ervan. Het staat niet eens ter discussie.

Er zijn een viertal aandachtspunten op deze release. Een daarvan is het openingsnummer, “Valhalla”. Deze geeft een net onder de maat, somber gevoel en wordt vergezeld door een venijnige solo en een aantal aangename zangpartijen. Het refrein is vrij eenvoudig, maar het is goed om naar te luisteren. Vooral wanneer je houdt van de meerlagige zang. Nog een van de hoogtepunten is het extreem pakkende nummer, “Angels of War”, met nog een geweldige solo en aanstekelijk refrein. Je kunt behoorlijk wat Iron Maiden-achtige melodieën horen op dit nummer, evenals de sterke nadruk op het twin-gitaar geluid. Een ander hoogtepunt is het slotnummer, “Lost Reflection”. Dit is een behoorlijk mooi akoestisch stuk dat gewoon is opgebouwd rond twee akkoorden en een aantal teksten die net zo donker, somber en griezelig zijn als ze deprimerend zijn.

Het volgende nummer dat opvalt, is het snelste nummer, “Mayday”, Met teksten over een ruimteveer disfunctie geeft dit nummer je geen enkel moment om te ontspannen na de intro. Daarnaast zijn er nog een 2 tal nummers, die verschillen van de rest van het album. Een daarvan is “Queen of the Masquerade”, wat meer “rock n ‘roll” is dan de rest van de muziek op het album en het heeft wat meer grimmige vocalen van Midnight en doet denken aan hardrock uit de jaren zeventig, zoals Rainbow en het vroege AC / DC. Als laatste  is “Dragon Lady”, het nummer dat wat  lijkt op up-tempo Iron Maiden, met pakkende, groovende riffs. Zeer aangenaam nummer dat je laat zien waartoe deze band in staat is.


Heart – Bad Animals

Jaar van Release: 1987

Label : Capitol

Op 6 juni 1987 werd het album Bad Animals van de Amerikaanse rockband Heart uitgebracht via Capitol Records (het tweede van de band op dit label). Bad Animals was de negende langspeler van de band en de opvolger van de langspeelplaat Heart uit 1985. De minder stevige en meer melodieuze muziekstijl van dat album werd op Bad Animals doorgetrokken. Zeer terecht, want het was een zeer succesvol album voor de band, want naast een Grammy Award-nominatie werd nummer twee op de Billboard 200 albumlijst bereikt. Op Bad Animals staat de grote hit Alone, die in veel landen in de top tien terechtkwam en zelfs de nummer 1-positie bereikte in onder meer de Verenigde Staten en Canada.

Heart werd in 1973 opgericht door de zussen Nancy (gitaar, zang, blond) en Ann (zang, donkerharig) Wilson uit Seattle; de band was de voortzetting van White Heart, waarin geen van de zussen zat. Omdat een van de roadies, Mike Fisher (broer van gitarist Roger Fisher en toenmalig vriendje van Ann), zijn dienstplicht wilde ontlopen (de Vietnamoorlog was nog in alle hevigheid bezig), vertrokken alle band- en crewleden naar het noordelijk gelegen Canadese Vancouver. Omdat Heart hiervandaan opereerde werd vaak aangenomen dat het om een Canadese band ging. In Canada begon dan ook het succes van de band, met hitsingles als Magic Man, Crazy On You en Barracuda en debuutalbum Dreamboat Annie (1975) en opvolger Little Queen (1977), die ook allemaal internationaal succesvol waren, zoals in een groot deel van Europa.

Vanaf 1978 beperkte het succes zich voornamelijk tot de VS en Canada. Na een vrij rigoureuze bezettingswisseling halverwege de jaren tachtig werd de muziekstijl melodieuzer, rustiger en minder heavy (zeg maar: powerballads), waarna er weer succes kwam vanaf het eerdergenoemde album Heart, met daarop de hitsingle These Dreams die in 1986 de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijst bereikte; op dit album nog vier hits: What About Love, Never, Nothin’ At All en If Looks Could Kill. In deze periode was MTV nog een muziekzender, die veel ‘hair metal’ bands programmeerde, bands met typische 80’s kapsels (Whitesnake, Twisted Sister, Poison, etc.), een rage waar ook de bandleden van Heart aan meededen.

De opnames voor Bad Animals werden tussen januari en mei 1987 gemaakt in maar liefst vier Amerikaanse studio’s: One On One Recording Studios in Hollywood, Rumbo Recorders in Canoga Park, Los Angeles, Can-Am Studios in Tarzana, Los Angeles en The Power Station in New York City. Het album werd, evenals voorganger Heart, geproduceerd door Ron Nevison, die al naam had gemaakt als producer en opnametechnicus van onder meer Thin Lizzy, The Who, UFO, Survivor, Jefferson Starship, Michael Schenker Group en Ozzy Osbourne. Nevison verzorgde ook de opnametechniek (samen met vier assistenten, een per studio) en de mixage.

De bezetting van Heart op Bad Animals bestond uit: Ann Wilson (lead en achtergrond zang), Nancy Wilson (gitaar, keyboards, achtergrond en lead zang), Howard Leese (gitaar, keyboards, achtergrond zang), Mark Andes (basgitaar) en Denny Carmassi (drums). Ze werden bij de opnames bijgestaan door Mike Moran, Holly Knight en Duane Hitchings (keyboards), Tom Kelly (backing vocals), Efrain Toro (percussie) en Tom Salisbury (strijkersarrangementen).

Slechts vier van de tien songs zijn door bandleden geschreven, waar dat er op Heart nog vijf waren. Overigens: in de beginjaren werden vrijwel alle songs door de bandleden geschreven. Kant A van de vinylversie opent met Who Will You Run To, geschreven door hitschrijfster Diane Warren, gevolgd door Alone (Tom Kelly en Billy Steinberg), There’s The Girl (Holly Knight en Nancy Wilson), I Want You So Bad (Tom Kelly en Billy Steinberg) en Wait For An Answer (Lisa Dalbello). Kant B: Bad Animals (Ann Wilson, Nancy Wilson, Denny Carmassi, Mark Andes, Howard Leese en Sterling), You Ain’t So Tough (Steve Kipner en Peter Beckett), Strangers Of The Heart (Duane Hitchings, Sue Shifrin en Andes), Easy Target (Ann Wilson, Nancy Wilson en Sue Ennis) en afsluiter RSVP (Ann Wilson, Nancy Wilson en Sue Ennis). De totale speelduur is 40:48; de songvolgorde op de cd is identiek als hierboven vermeld.

Van het album werden vier singles getrokken: als eerste Alone / Barracuda (live), die op 16 mei uitkwam en een nummer 1-hit werd in Canada (in alle drie verschillende singles-lijsten) en de Billboard Hot 100 in de VS. Bij ons werd nummer zes op de Top 40 bereikt. Het succes van deze single heeft ongetwijfeld meegewerkt aan het grote succes van het album. De tweede single Who Will You Run To / Magic Man (live) werd op 15 augustus uitgebracht en bereikte nummer zeven op de Billboard Hot 100. Single nummer drie was There’s The Girl / Bad Animals en kwam op 7 november uit. Deze single bereikte nummer twaalf in de VS. De vierde en laatste single I Want You So Bad / Easy Target kwam op 20 februari 1988 uit en bereikte net de top 50 in de VS, want nummer 49.

Bad Animals werd uitgebracht op vinyl, muziekcassette en op cd, in 1987 al razend populair in een groot deel van de wereld. De Japanse vinylversie bevatte een 7” single die Live In Japan ’86 was getiteld. In Argentinië en andere Spaanstalige landen werd de lp uitgebracht onder de titel Animales Perversos (Bad Animals). In de VS werd nummer twee op de Billboard 200 albumlijst bereikt, in Canada nummer drie en in Groot-Brittannië nummer zeven. In ons land was nummer negen de hoogste notering. ‎In de VS werden ruim drie miljoen exemplaren verkocht, wat de band in 1992 drie platina-onderscheidingen opleverde. In Canada (1993) zelfs vier platina platen voor de verkoop van ruim 400.000. In het Verenigd Koninkrijk (1998) een keer platina voor ruim 300.000 stuks.


White Lion – Pride

Jaar van Release: 1987

Label : Atlantic Records

De schoonheid van Pride ligt niet alleen in de geweldige muzikale uitvoeringen op het album, maar ook in de nummers zelf. Elke rockfan uit de jaren ’80 is bekend met singles “Wait” en “Tell Me” met thema’s gebaseerd op de strijd van jonge liefde die al populair werd gemaakt door bands als Bon Jovi maar de derde single “When the Children Cry” was hierop een uitzondering. Waar typisch bands uit de jaren 80 vasthielden aan een formule van een stroperige liefdesballade voor een tweede single, redde White Lion de zachte ballad voor hun derde single en het was verre van een teder liefdeslied. Met zijn donkere thema gevuld met een oproep aan de jongeren om de wereld te redden van oorlog en haat, bewees ‘When The Children Cry’ White Lion een band te zijn met meer dan alleen luide gitaren en looks. De serieuze thema’s van strijd en overleving zijn overwegend op het album met nummers als “All Join Hands” en “Lady Of The Valley.” Maar ondanks enkele donkere onderwerpen zit Pride boordevol pakkende melodieën.

 Aftrap met de woeste gitaargestuurde “Hungry” (een titel perfect om een ​​album van een band genaamd White Lion af te trappen), steekt de band onmiddellijk klauwen en slagtanden op volle kracht uit met een vier minuten durende mix van kracht, melodie, zang lange zang en een gitaarsolo.

“Lonely Nights” introduceert de band het verhaal, waar de band een talent vertoont voor het presenteren van levensechte motieven die aansluiten bij het publiek. Deze scherpe vaardigheid zouden weer verschijnen in de tweede single “Tell Me” en tot op zekere hoogte in de eerste single van het album “Wait”. De enige variant hierop kan “Sweet Little Loving” zijn, een aanstekelijk nummer dat deels verhaal / deels een leuke rocker is.

 Niemand zingt zoals Tramp , en hoewel de gitaarstijl aanvankelijk misschien is beïnvloed door Eddie Van Halen , neemt het gevoel van Bratta het in een andere richting. Je kunt elke getalenteerde gitarist meenemen en hem op het podium zetten en de klus wordt misschien gedaan, maar slechts één persoon kan het gevoel geven hoe het helemaal zou moeten.

 Terwijl de wereld de echte White Lion misschien nooit meer op het podium ziet komen, is het nog steeds gezegend met de voortdurende muzikale erfenis van Mike Tramp .

 


Gary Moore – Wild Frontier

Jaar van Release: 1987

Label : Ten

Sterk album die inderdaad de tand des tijds niet helemaal heeft overleeft. Dit komt met name door het gebruik van een drumcomputer, en als je weet hoe die klonken in de jaren ’80…..

In tegenstelling tot zijn eerdere, wat meer recht toe – recht aan hardrockplaten, komt Moore hier met een aantal sfeervolle, melancholische songs. Dat zal voor een groot deel hebben gelegen aan de dood van zijn maat Phil Lynott het jaar daarvoor. Wat begint dit album overdonderend met Over The Hills And Far Away, deze beland zelfs nog in de Nederlandse hitparada en Wild frontier.

Op het nummer The Loner (wat een Super instrumentaal)  laat de gitarist nog maar even zien uit wat voor een hout hij is gesneden geweldig. Jammer ook van de slappe cover Friday On My Mind. Maar door het blikken jaren ’80-geluid hoor ik nog steeds een geïnspireerde muzikant. Maar de laatse 3 nummers maken wel heel veel goed. Strangers in the darkness, een goede Ballad en ja Thunder Rising. Met zo’n titel kan je ook niets anders verwachten dan een snel rockend nummer wat maar niet ophoudt..heerlijk.
Johnny Boy is een mooi slot en eerbetoon aan Phil Lynott.
het album bevat een vleugje ierse folk, wat ik wel kan waarderen. Helaas vind ik het album in zijn geheel een beetje onsamenhangend.

Hoe veel beter de sound had kunnen zijn blijkt uit de registratie van deze tour, opgenomen in Zweden, met oa Eric Singer (KISS, Black Sabbath, Alice Cooper) op drums.


Emergency – Martial Law

Jaar van Release: 1987

Label : Ariola

De geschiedenis van Nederlandse rockers EMERGENCY gaat terug tot 1985, toen Jos Antonissen (bas) en Frans Limonard (gitaar), Coen Van Hoof (keyboards) benaderden over het vormen van een nieuwe band. Tegen april 1986 werd EMERGENCY geboren, en met de hulp van voormalig PICTURE-manager Henk van Antwerpen landde ex-PICTURE-frontman Pete Lovell op zang. De groep verstevigde de songwriting en sloot snel een platencontract om te werken aan hun debuutalbum, Martial Law, met producer Erwin Musper (ZINATRA, DEF LEPPARD, etc.) in ML Studio en Wisseloord Studios in 1987.

Bij de release in 1989 ontving Martial Law persvergelijkingen met acts als BON JOVI en EUROPE, maar je zou zelfs overeenkomsten kunnen noemen met wat een band als SURVIVOR rond die tijd deed: goede, stevige hardrock met “pop” gevoeligheden; merkbare invloeden teruggevoerd naar de jaren ’70; een ’80s-centric prominente rol van keyboards, met hier dan invloeden van heavy metal. Maar ondanks zijn enorme potentieel en enige positieve aandacht van de Nederlandse radio, slaagden Martial Law’s twee singles er niet in om door te breken, schrijven voor het volgende album liep daarom ook vast en de leden van EMERGENCY gingen hun eigen weg …

Hoogtepunten op het album: Maybe It’s Love, Across The Desert Sands, All Runnin’ Wild en Reaching Out.


 

Phenomena – Dream Runner

Jaar van Release: 1987

Label : Arista

Drie jaar na hun warm ontvangen debuutalbum, was het Phenomena-project terug, hoewel deze keer de broers Galley terugkwamen met een grotendeels andere groep muzikanten. Van het debuut verscheen Glenn Hughes opnieuw, maar dit keer alleen met vocalen op drie van de tracks, waarbij John Wetton (Asia), Ray Gillen (Black Sabbath / Badlands) en Max Bacon (GTR) de resterende zeven voor hun rekening namen, terwijl de baswerkzaamheden opnieuw waren behandeld door Neil Murray. Naast Mel Galley op gitaar maakte John Thomas een tweede optreden, hoewel met Murray een deel van de onderschatte Japanse metalband Vow Wow, ook hun gitarist Kyoji Yamamoto meedeed. De drummer Toshihiro Nimmi van die band verleende ook de nodige spandiensten en de rest van de drumpartijen werden overgenomen door Michael Sturgis. De resultaten waren een strakkere set nummers, gegeven de melodieuze rock-touch van Galley en net als bij de heruitgave van het debuut, helpt de sympathieke remix hier echt om dit album te laten ademen op een manier die het origineel misschien niet deed.

“Stop” opent met Gillen die de microfoon bemand en met zijn melodieuze gehuil dat van voren leidt, had dit nummer gemakkelijk van het Europese Final Countdown- album kunnen komen. Hughes heeft de controle over “Surrender”, hoewel het gevoel van de muziek trouw blijft aan het toetsenbordgeluid van Leif Johansen een constante en prominente aanwezigheid op dit album. Iets wat ook geldt voor de ballad  “Did It For Love”, die de enige en uitstekende bijdrage van Wetton is aan het geheel. Hier, en misschien begrijpelijk, verplaatsen we continenten, met meer een Asia-gevoel dan een Europe-gevoel.”Hearts On Fire” biedt een van de grootste meezingers van het album. Met Max  Bacon volgt “Jukebox” dat een meer Amerikaans AOR-gevoel geeft, de opdringerige gitaren van Yamamoto. En Bacon’s tweede bijdrage, de atmosferische “It Must Be Love” heeft bijna het gevoel van een Styx-achtige ballad, omdat het druipt van emotie en leuke kleine geluidseffecten. Persoonlijk is het echter de veel gemiste Gillen die echt schittert, “No Retreat, No Surrender”, “Move-You Lose!” En “Emotion Mama”, niet alleen perfect voor zijn rijke bluesy tonen, maar ook ter illustratie van de breedte van zijn register aan zangcapaciteiten .


Petra – This Means War!

Jaar van Release: 1987

Label: Starsong

Petra begon zich met dit album in een meer arena-rockrichting te bewegen, wat meteen te zien is aan de opening, het titelnummer, en het werkt goed, zelfs als het schrijven van het nummer soms een beetje repetitief en beperkt is. Terwijl de teksten, vaak gericht op de strijd tussen God en Satan, een mooie vertolking, die we niet altijd vinden in christelijke muziek.

Met dit album luidde Petra een nieuw tijdperk in voor een van de meest duurzame franchises in de christelijke rock. De flamboyante Greg X. Volz had de band enkele jaren geleid, maar hij vertrok na 1985 na het album “Beat the System” om een ​​solocarrière te starten. De vacature werd twee jaar later vervuld door John Schlitt, en het verschil was aanzienlijk. Terwijl Volz altijd comfortabeler klonk met meer hedendaagse pop, bezat Schlitt een bonafide hardrockstem, een krachtige krijsende teneur in de geest van Aerosmith ’s Steven Tyler of Quiet Riot ’s Kevin DuBrow . Schlitt gaf Petra een welkome verademing, net toen de band begon te vervagen naar de achtergrond van de drukke hedendaagse christelijke muziekindustrie. Het terugkerende militaire motief van “This Means War!”, een vernieuwde poging tot een rock & roll-update van de “Onward Christian Soldiers”, hierbij zou je kunnen denken, dat de band de indruk wil wekken dat de band hun oude slogan ” Petra Means Rock” opnieuw had ontdekt. Maar een nadere luisterervaring onthult dat deze indruk enigszins illusoir was. De zang van Schlitt is agressiever dan die van Volz , maar de nummers en productie op “This Means War!” zijn eigenlijk niet zo verschillend als de  poprock-gebaseerde “Beat the System”. Er zijn veel elektrische gitaren, maar ze dienen over het algemeen alleen als een eenvoudige versterking van de keyboardpartijen die de muziek blijven aansturen. Ondanks het feit dat de leadgitarist van de band, Bob Hartman alle nummers schrijft, zijn er vrijwel geen elektrische gitaarjams en het tempo van het drummen van Louie Weaver is gereserveerd en voorzichtig. “This Means War!”, is misschien bedoeld als bewijs dat de band nog steeds zou kunnen rocken, maar het enige wat het echt bewijst, is dat het mogelijk is om rockmuziek te spelen zonder enig risico en dus volledig binnen de lijntjes. Hoogtepunten zijn “This Means War”, “He Came, He Saw, He Conquered”, “Kenaniah” en “You Are My Rock”. Vooral de eerste twee genoemde nummers kunnen je op het verkeerde pad brengen, dit zijn de meest harde nummers van het album en laat vooral zien, dat de stem van Schlitt hierbij goed van pas komt. Jammer dat het bij deze twee bijdragen blijft anders was dit ongetwijfeld een klassieker geworden.


Fates Warning – Perfect Symmetry

Jaar van Release: 1987

Label : Metal Blade

‘Perfect Symmetry’ was de definitieve stap van de band naar het prog metal gebied, waar ze voorheen toch richting heavy metal leunden.

 het album zoals we het kennen, dus inclusief publieksfavoriet ‘Through Different Eyes’.

Afhankelijk van je smaak, zou ik twee conclusies kunnen bedenken die je zou hebben na het luisteren naar Perfect Symmetry . De eerste zou zijn dat het nieuwe geluid van Fates Warning. Gitaarduo Jim Matheos en Frank Aresti demonstreren meer akoestische passages en laten hun riff-gedreven aanpak varen. Het drumwerk komt minder onorthodox uit dan wat dan ook in een van de eerdere werken van Fates Warning.

De tweede conclusie die ik kon bedenken zou zijn dat dit de stijl ” prog metal ” meer op zijn plaats is. Je zou gewoon bepaalde nummers zoals deze niet meer op een van hun volgende albums horen. Ray Alder is in vocaal opzicht niet veel veranderd, maar kreeg deze keer meer controle en gaf het materiaal de hoeveelheid boost die het nodig had. ” Part of the Machine ” begint met zijn fabrieksachtige sfeer waarin Alder schreeuwt als een angstige man die niet kan ontsnappen uit de mechanische woestenijen waar hij in ronddoolde. De gitaren zijn nog steeds nadrukkelijk aanwezig, ook al zijn ze ver weg de eerdere stijl van de band en het nummer vordert op een nogal onvoorspelbare manier. Het beste voor het laatst bewaren, ” Nothing Left Say Say ” eindigt het album op een hoog niveau en combineert ongeveer alles wat de band grondig had laten zien op dit album.

Uit acht deuntjes blijkt slechts één een gemiste kans te zijn. ” At Fate’s Hand ” begint als een relaxte ballade, maar eindigt als een te ambitieus en overrompelend instrumentaal slotsalvo, waarbij het vroege Dream Theatre tot op zekere hoogte wordt herinnerd. Toch is een halfvuller geen probleem, vooral omdat de rest van het materiaal dit gemakkelijk compenseerd. De half sombere / half stijgende ” Static Acts ” en het schokkerige prog’n roll-plezier van ” The Arena ” maken zo’n zwakker nummer zeker goed.


Bonfire – Fireworks

Jaar van Release: 1987

Label : BMG

Dit is een van de beste melodieuze hardrockalbums gemaakt. Fans van Scorpions, Dokken, Bon Jovi, etc., zullen van dit album genieten. Daarmee heb ik de spanning bedorven en de recensie waarschijnlijk al verpest.

Na Bonfire’s debuut Don’t Touch The Light , dat niet zozeer een debuut was als een naamsverandering, leek de band echt te verbeteren. Ondanks dat drummer Dominik Hulshorst werd ontslagen. En tijdens de productie werd vervangen door Ken Mary van Fifth Angel , klonk Bonfire strakker en levendiger dan ooit. De dubbele gitaaraanval van Hans Ziller en Horst Maier is even effectief als elk duo uit die periode en biedt fantastische riffs, uitstekende melodieën. Wat je krijgt met Fireworks is misschien wel een van de beste combinaties van heavy en melodie uit het glamrock-tijdperk.

Waarom werden landgenoten van de Scorpions gekatapulteerd naar roem en fortuin en lukt het niet met Bonfire ? Het is absoluut niet te wijten aan gebrek aan talent of enig ander merkbaar nadeel. Wat je hoort is precies hoe de jaren 80 AOR zou moeten zijn. Ready 4 Reaction is de perfecte inleiding, met die direct besmettelijke openingsriff. De stem van Claus Lessman is helder en krachtig, met een zeer unieke maar passende toon. Het is opmerkelijk dat, net als Def Leppard , alle bandleden backing vocals bijdragen. Na die sterke opener zijn er geen dieptepunten te vinden. Never Mind , Sleeping All Alone (een cover van Surgin ) en de enorm gecharmeerde American Nights koppen de grote rockers, terwijl Give It A Try een geweldige ballad serveert. Bedwelmende, vuist-pompende riffs domineren Champion , met nog een meezingkoor.

Productie? Uitstekend. Enorme, aanstekelijke refreinen? Natuurlijk. Solo’s van “gitaarheld” blinken? Overal. Vocals? Perfect. Elk vakje dat moet worden aangevinkt, is. Fireworks, zo zou men kunnen beweren, was de Hysteria van Bonfire. Veel fans zijn het erover eens dat Point Blank het volgende jaar bijna net zo goed was, maar ik geloof dat dit het hoogtepunt van de band is. Als je nog geen exemplaar hebt, is de remaster van 2009 de moeite waard om op te pakken voor het verbeterde geluid, niet zozeer voor de extra live tracks.


Night Ranger – Big Life

Jaar van Release: 1987

Label : RCA Records

Night Ranger is een Amerikaanse rockband uit San Francisco, opgericht in 1979, die in de jaren tachtig aan populariteit won met een reeks albums en singles. De eerste vijf albums van de band hebben wereldwijd meer dan 10 miljoen exemplaren verkocht  en hebben in totaal 17 miljoen albums verkocht. Het kwintet is vooral bekend om de powerballad ” Sister Christian “, die in juni 1984 op nummer 5 piekte.

Nadat hun succes eind jaren tachtig was afgenomen, splitste de band zich in 1989

Big Life, het vierde studioalbum van Night Ranger, verschijnt op 25 februari 1987 en is vooral bekend vanwege de single The Secret Of My Success, geschreven voor de gelijknamige film met Michael J. Fox in de hoofdrol. Helaas voor Night Ranger flopte de single gigantisch, hoewel de video heel vaak te zien was op MTV. Hearts Away, gecomponeerd door Blades, was de tweede single en deze piekte slechts op plek 90 in de Hot 100 chart. Het aardige nummer Colour Your Smile, ook een Blades-compositie, haalde de hitparade helaas niet.

Big Life bevatte een redelijk volwassen Blades-Keagy-songwriting, waaronder de genuanceerde fanfavoriet “Rain Comes Crashing Down”, geïnspireerd op een stormachtige middag in Californië. “Carry On”, gezongen door Keagy, deed het meest denken aan de klassieke Night Ranger

 Big Life is toch een typisch Night Ranger-album met veel mooie melodieën en lekkere meezingnummers. Helaas werd Night Ranger nu geconfronteerd met hevige concurrentie van glamrockbands zoals Bon Jovi en Poison , terwijl de algehele smaak begon te verschuiven naar “bad boy” -groepen zoals Guns N ‘Roses . Bovendien beschouwden sommige Night Ranger-fans de Hollywood- flirten van de band als bewijs van “uitverkoop”, wat wordt weerspiegeld in een lichte daling van de albumverkoop voor Big Life .


Dio – Dream Evil

Jaar van release : 1987

Label: Vertigo

Dio, de legende die hij is in de Rock and Metal-scènes, heeft geen introductie nodig, en dit is zijn vierde solo-album, Dream Evil genaamd. Dit was het eerste album zonder gitaarvirtuoos Vivian Campbell die onze favoriete metaldwerg ondersteunde, en hier werd Craig Goldie voor het eerst in de schijnwerpers gezet en die zelf niet veel aan de sound veranderd ten opzichte van Campbell. Fans van de vorige Dio-albums (en zelfs zijn werk met Rainbow en Black Sabbath) zullen hier niet teleurgesteld over zijn, omdat het meer dezelfde rockachtige, melodieuze Heavy Metal is die de metalwereld van Ronnie James Dio gewend was te zijn. . Zijn legendarische stem is ook hier in goede vorm en hij wordt ondersteund door geweldig gitaarwerk en stevig drumwerk dat dit een zeer “levend” album maakt. Het biedt niet echt iets nieuws voor de standaard Dio sound base, maar dat is niet waar Dio in de jaren 80 over ging. Dio bleek ook dit maal in staat een album af te leveren voorzien van stevige Heavy Metal om op te headbangen.

Het materiaal is hier nog steeds erg  Metal/hard rockachtig, met een duidelijke  aanwezigheid van sythersizers, wat vocale gelaagdheid en een mooie, relaxte soort van groove, maar dat neemt niet weg dat de riffs hier gewoon regeren. ‘Night People’, het griezelige, sfeervolle titelnummer, het anthemische ‘Sunset Superman’ album met de titel ‘All the Fools Sailed Away’, met zijn epische ondertoon en opbouw, het groovy ‘Overlove’, dat hier de beste gitaarsolo laat horen, en de uitstekende, pakkende “When a Woman Cries”, die het album eindigt met een stijlvol Hard Rock-orgel en een geweldige riff. Er is geen excuus om deze niet te waarderen als je in het minst een fan bent van Heavy Metal. Verplichte aanschaf voor een Dio fan.


LEATHERWOLF – Leatherwolf II

Jaar van Release: 1988

Label : Island Records

Ik zag Leatherwolf voor het eerst in de aardschok/metal hammer uit 1988. Hun gimmick was de “drievoudige bijlaanval” met hun gitaren. Hun zanger, Michael Olivieri, verdubbelde op gitaar, zodat tijdens die tweelingharmonie-solo’s de ritmegitaar niet zou wegvallen. Ja, ik weet het, dat klinkt niet veel, nu Maiden drie fulltime lead-gitaristen heeft. In die tijd was het genoeg om me geïnteresseerd genoeg te krijgen om hierna te luisteren. Ik zag de video voor ‘The Calling’ en was direct overtuigd.

 Leatherwolf begint met een aantal zoete akoestiek: “Rise Or Fall” komt snel op gang. Genghis Khan” (Iron Maiden) -stijl riffs. Daarna verandert nog een keer en het nummer gaat in hoge versnelling met dikke achtergrondzang, tijdwisselingen en gitaarharmonieën. De eerder genoemde ‘The Calling’ was de anthemische eerste single. Hoewel het een beetje vroeg is voor een balld, is “Share a Dream” de volgende. De meeste metalliefhebbers zullen waarschijnlijk geen probleem hebben om deze ballad over te slaan. Ik vind het niet erg, maar het is een enorme verandering van tempo.

 Eerst denk je misschien dat ‘Cry Out’ weer een ballad is, maar als het intro voorbij is, weet je genoeg komt het stevige Leatherwolf weer om de hoek kijken. Kant twee wordt geïntroduceerd door “Gypsies And Thieves”. Net als de albumopener is het complex met veel veranderingen en snelle delen. Goed om weer op het goede spoor te komen. Leatherwolf is tenslotte een metalband, geen Bon Jovi!

‘Princess Of Love’ is geen ballad, maar het is behoorlijk zwaar en gothic. Nog een winnaar in mijn boeken. ‘Magical Eyes’ is een van de weinige saaie nummers op de plaat. Het is zwaar, maar inferieur van kwaliteit voor een nummer als “Rise Or Fall”. “Rule The Night” een metalnumer met schreeuwbare refreinen verzilveren het album. Leatherwolf dreigt een of twee keer van de rails te lopen, maar het centreert zichzelf altijd voordat het te laat is.

 


Toto –  Seventh One

Jaar van Release: 1988

Label : Columbia Records

Met de ietwat misleidende titel The Seventh One verscheen op 1 maart 1988 een van de meest succesvolle platen uit de carrière van hitmachine Toto. In Nederland stond de achtste lp van de band, met hits als Stop Loving You en Pamela, liefst zeven weken op nummer 1 in de albumlijst.

De titel The Seventh One is natuurlijk geen onbegrijpelijke keuze, want Toto’s soundtrack voor de David Lynch-film Dune (1984) was geen regulier studioalbum en leek weinig op het overige werk van de band. De film flopte en net zoals de twee studioalbums na Toto IV (1982) had ook de grotendeels instrumentale soundtrack – niet geheel verrassend – weinig commercieel succes.

Na het vertrek van Bobby Kimball – die te horen was op de met Grammy’s overladen albumklassieker Toto IV (1982) – bleef de band van leadzanger wisselen. Op Isolation (1984) was Kimballs vervanger Fergie Frederiksen en voor Fahrenheit (1986) werd Joseph Williams aan Toto toegevoegd. De verkoop van beide platen viel tegen na het monstersucces van Toto IV, maar gelukkig betekende The Seventh One de nodige comeback. Althans, buiten Amerika en Engeland…

Het album was dan ook een stuk beter dan de twee voorgangers. Williams bleef aan als leadzanger, maar ook gitaarheld Steve Lukather nam de vocalen voor zijn rekening in enkele tracks (These Chains en de zoete maar fijne ballad Anna). Williams’ stemgeluid paste perfect bij een onvergetelijke hit als Pamela, vreemd genoeg de enige top 40-hit van de plaat in de V.S.

In Nederland werden ook de meezinger Stop Loving You (met Jon Anderson van Yes als achtergrondzanger) en Mushanga dikke hits. Laatstgenoemde is een knap gecomponeerd en gespeeld prachtlied dat bewijst dat Toto veel meer in huis heeft dan de vele haters van de band denken. Ook niet-hits als Home Of The Brave en A Thousand Years behoren tot de hoogtepunten.


Survivor – Too Hot To Sleep

Jaar van Release: 1988

Label : Scotti Bros.

Dit album was de laatste release van de band, tijdens hun meest succesvolle periode. Het was helaas ook een nogal over het hoofd gezien juweeltje. De band heeft voor dit album hun sound een beetje veranderd. Terwijl hun keyboard zware geluid zorgde voor enorme hitalbums met Vital Signs en When Seconds Count, wordt de aanwezigheid van dat keyboardgeluid meer dan normaal naar de achtergrond geduwd ten gunste van een meer agressief gitaargeluid. Hoewel het album nog steeds onder de AOR-vlag zou vallen, is dit zeker een meer gitaarrockgeoriënteerde richting voor het materiaal.

En het is een goed, nee, geweldig album. Het openingsnummer op Too Hot To Sleep , “She’s A Star”, is een hoogstandje met een rokend hete gitaarlijn door het hele nummer. Het nummer “Desperate Dreams” en “Didn’t Know It Was Love” zijn mijn persoonlijke favorieten.

De band werd een driedelig, omdat ze sessiespelers gebruikten voor hun ritmesectie. Zanger Jimi Jamison was nog krachtiger met een flinke dosis gruis toegevoegd aan de mix. Frankie Sullivan was in staat om veel meer te shredden op de gitaar en hoewel de keyboards van Jim Peterik niet zo prominent waren als vroeger, was hij nog steeds verantwoordelijk voor veel van de daadwerkelijke songwriting.

In werkelijkheid staat er geen enkel slecht nummer op het album. Survivor heeft deze laatste zucht van grootsheid misschien plat zien vallen bij het grote publiek, maar degenen onder ons die hardcore fans waren en blijven, kennen de waarheid, dit album is werkelijk schitterend.


Stryper – In God We Trust

Jaar van Release: 1988

Label : Enigma

Het wereldwijde succes van To Hell With the Devil bracht Stryper ongekende faam … en druk. Dubbele druk voor deze jongens, die een antwoord moesten geven aan overheersers van slechtverdienende platenmaatschappijen en opdringerige religieuze groeperingen. Voeg aan die mix het feit dat 1987 het jaar van de glamrock is  en het zou geen verrassing moeten zijn dat we op In God We Trust, we de Stryper te zien krijgen die op safe speelt door de formule te volgen die hen had gebracht op het huidige succes. Artistiek gezien is het een vasthoudpatroon, een die zelfs voor tieners ent metal liefhebbers zoals die tijd was goed te pruimen is: We spreken hier bijna van het uitvoeren van een recept zoals het bakken van een taart, of te wel de Stryper Pie.

Hoe bakken we een Stryper Pie.

1. Begin met een aansturende melodie die de albumtitel herhaalt in het refrein, steeds weer opnieuw.

2. Volg met twee radio-vriendelijke singles boordevol pakkende hooks en riffs.

3. Vertraag de zaken voor een tranentrekkende ballade waar de meisjes in kunnen zwijmelen terwijl ze aanstekers vasthouden.

4. Beëindig de eerste helft met wat speed-metal, om hun fans eraan te herinneren dat ze hun roots niet zijn vergeten.

5. Ga door met de tweede helft van de taart met een publiek’s genoegzame  singalong om in concerten te gebruiken.

6. Gooi nog een paar minder pakkende deuntjes in om als b-kant te worden gebruikt.

7. Herhaal stap # 3.

8. Herhaal stap # 4.

In God We Trust was zo’n play-by-play kopie van hun laatste album, samen met een probleem dat elke andere pop metal band destijds teisterde: overproductie. Stryper had altijd hun melodische en harmonische aanwijzingen van bands als Queen en Styx in hun muziek meegenomen, maar deze keer gingen ze voor de dag met het multitrack gelaagdheid en de overstemde vierstemmige harmonieën. Het resultaat was hier, net als bij iedereen, pure vraatzucht: een te glad, zielloos geluid. Ja, iedereen was er mee bezig, en iedereen maakte slordige albums. Het leek op een gemeenschappelijke zelfmoord zo opgeblazen, dat er maar één album nodig was om voorgoed alleen maar heavy metal in de culturele afgrond te duwen.

 Dat album was natuurlijk Nirvana’s Nevermind , hoewel het eigenlijk iedereen had kunnen zijn. Tegen het einde van de jaren 80 was de commerciële rockradio uit het oog verloren, wat  betreft de rockmuziek (in al zijn incarnaties, zoals metal)  wat nog relevant maakte voor het publiek. Het lot van Stryper was niet anders, en hoewel het album goud werd en ze nog een wereldtournee in arenaformaat kregen, leek het hun laatste ronde qua roem.

Wat interessant is aan In We Trust achteraf is dat het eigenlijk behoorlijk fatsoenlijke deuntjes heeft, beter dan hun voorganger. Negeer de overproductie die aanwezig is op het album en je zult beseffen dat Always There For You en Keep the Fire Burning veel sterkere muziekstukken zijn dan Calling On You en Free . Je vraagt ​​je af hoe ze op een veel meer uitgeklede plaat zouden hebben geklonken, verstoken van alle glitter en flits. Misschien is het een idee om het album anno 2019 nog een keer op te nemen, zoals Stryper nu wel weet wat er nodig is om een juiste productie neer te zetten.

Kant A is sterker, wanneer je de nummers stuks voor stuk bekijkt, dan op To Hell With the Devil ’s eerste kant. Kant 2 kent twee wat mindere nummers namelijk: The Writing’s on the Wall en Come to the Everlife , hoewel ik de band de credits moet geven om vast te houden aan hun openlijk christelijke boodschap in het licht van het commerciële sterrendom. Krankzinnig of niet, deze jongens hebben hun ziel niet verkocht aan de duivel voor een of andere roem en fortuin, dat is zeker. Hoeveel andere bands kunnen hetzelfde claimen?

In de uiteindelijke Stryper-analyse is In God We Trust meer een product van de machine, maar het laat zien dat de band nog steeds talent had. Het is een waardig voorbeeld van wat er gebeurde met de heavy metal- en popcultuur van Amerika – aan het eind van de jaren 80, en een leuke nostalgische reis terug naar de dagen van de glamrock.

 


Europe – Out Of This World

Jaar van Release: 1988

Label : Epic

Out of This World was het vervolgalbum van de band op het succesvolle album The Final Countdown , maar het kwam niet overeen met het succes van zijn voorganger. Out of This World is het vierde studioalbum van de Zweedse rockband Europe . Het album werd uitgebracht op 9 augustus 1988 via Epic Records en was een commercieel succes dat wereldwijd meer dan 3 miljoen eenheden verkocht, met een piek op nummer 19 op de Amerikaanse Billboard 200- kaart en wereldwijd hoge posities bereikte . Het werd opgenomen in Olympic Studios en Townhouse Studios , Londen , Engeland . Out of This World is het eerste Europa-album met de voormalige Easy Action- en Noice- gitarist Kee Marcello .

 Bij de release in augustus 1988 bereikte Out of This World een piek op nummer 19 op de albumkaart van Billboard 200 . Het album is het best verkochte album van Europe in Zwitserland. Out of This World behaalde de platinastatus in de Verenigde Staten, de platinastatus in Zwitserland en het goud in Canada.

Out of This World bevatte de hitsingles ” Superstitious “, ” Open Your Heart ” en “Let the Good Times Rock”, die allemaal begeleidende muziekvideo’s hadden . “Superstitious” werd uitgebracht in de herfst van 1988 en werd misschien wel het meest herkenbare nummer van de band van het album. De muziekvideo werd veelvuldig uitgezonden op MTV.

Dit is gepolijste hardrock waarvan de ruige randjes zijn afgeschuurd. Leadzanger Joey Tempest draagt ​​de melodieën, terwijl Kee Marcello veel leuke gitaarsolo’s biedt.  Niet alle recensies over dit album zijn lovend en wordt vergeleken het met “een aanstootgevend poprock-uitje”, op zoek naar geld en ernstig verwijderd uit elke vorm van hardrock scherpzinnigheid.


Bloodgood – Rock In A Hard Place

Jaar van Release: 1988

Label : Frontline

Het klopt dat elk van de Bloodgood-albums uit de jaren tachtig unieke eigenschappen heeft waardoor ze zich onderscheiden in het religieuze circuit. Elk Bloodgood album heeft zo zijn fans, maar velen vinden dat “Rock In A Hard Place” uit 1988 de meest commerciële was.

Met dit album is er zeker een meer toegankelijke houding m.b.t. melodieuze metal en commerciële hardrock dan de muziek, die zie hiervoor maakte. Opener “Shakin ‘It” is zo’n stuk, een opvallende boogie-achtige hard rocknummer. In het oude straatje ligt meer het nummer “Heaven On Earth”. Deze vertoont versnelde riffs en non-stop hooks.  David Zaffario’s kan hier zijn behendige solo-vaardigheden laten gelden.

Met “Never Be The Same” is  Bloodgood  meer op de commerciële hardrock tour. “The Presence” brengt de commerciële aspecten naar het volgende niveau, maar is beter doordacht en bovengemiddeld van kwaliteit op dit album

“Seven” is het nummer waarbij de stijlen van metal en hardrock goed worden gecombineerd en een van de hoogte punten van het album.

Met “She’s Gone”  wordt het album vertegenwoordigt door een excellente dramatische ballad en mijns inziens de favoriet van het album. Aan de gereserveerde kant is “The World Keeps Movin ‘Around”, met  melodieuze hardrock op basis van akoestische- en  ritmegitaar, die het nummer tot een up-tempo nummer maken, maar niet weet te raken.

Het nummer  “What Have I Done?” is het slotnummer, maar het nummer kan jammer genoeg geen potten breken. Al met al een album, die net boven een voldoende uitkomt, waarvan je enkele nummers vaker zult draaien, maar het merendeel van de nummers zal je links laat liggen.


Van Halen – OU812

Jaar van Release: 1988

Label : Warner Bros.

OU812 door Van HalenNa het succes van het eerste # 1-album van de groep, 5150 (evenals de gigantische tour die daarop volgde), scoorde Van Halen vergelijkbaar succes met de daaropvolgende OU812 in 1988. Dit waren de eerste twee albums met leadzanger Sammy Hagar (de “Van Hagar” -tijdperk) en het eerste waar Hagar begon als een volwaardig en gelijkwaardig lid van de groep en zijn invloed werd weerspiegeld in de diversiteit en nieuwe richting van de muziek. Niets van het materiaal voor dit album is geschreven voorafgaand aan de opnamesessies in de 5150 studio’s die eigendom zijn van de band en dit leidde tot een meer geïmproviseerde evolutie van het materiaal, waardoor OU812 de laatste hoogwaardige output van de groep was.

Het album bevatte ook geen officieel productiekrediet omdat de band vond dat er niemand was die met een verkocht idee naar binnen ging en een sonische visie aan iedereen dicteerde. Onofficieel produceerden ingenieur Donn Landee en de band de plaat, de achtste overall voor Van Halen. Het werk aan het album begon in september 1987 en duurde ongeveer zeven maanden, met opnames die slechts enkele weken voor de internationale release van het album plaatsvonden. Terwijl Hagar sommige elementen van het bandgeluid in nieuwe richtingen bracht, keerde gitarist Eddie Van Halen terug naar de vorm van het eerste werk van de band, terwijl hij keyboards bleef kopen als een tweede instrument voor bepaalde radiovriendelijke nummers.

De unieke titel van het album ontstond toen Hagar een bestelwagen op de snelweg zag met het serienummer “OU812”. Het vinden van deze humoristische toen hardop uitgesproken, zei hij tegen de band en ze besloten om de titel te wijzigen in de 11 ste uur van de eerder geplande “Been”, die niemand echt dat alles veel toch.

Het nogal ongemakkelijke synthritme van “Mine All Mine” begint het album. De pure jaren tachtig-soundtrack-achtige vibe bevat wel een beetje een off-beat randje van Alex Van Halen en een goede leadgitaar van Eddie Van Halen, maar het oubollige einde maakt het een parodie op zichzelf. “When It’s Love” is de eerste klassieker van het album met een geweldige lange synth-intro voordat hij doorbreekt in een Van Halen-riff uit 1984. Hagar’s refreinmelodie is hier het echte hoogtepunt, samen met een uitstekend slotgedeelte dat met intensiteit opbouwt. “When It’s Love” bereikte de Top 10 en was het populairste nummer van dat album.

Na het zwakste moment van het album, “AFU (Naturally Wired)”, komt “Cabo Wabo”, wat op het eerste gezicht een brochure is voor de Mexicaanse badplaats. Dat gezegd hebbende, dit is nog steeds een behoorlijk vermakelijk nummer met een goede riff en geharmoniseerde vocalen van bassist Michael Anthony . Hagar schittert vocaal op deze uitgebreide track, bedacht het concept van het nummer en vertaalde dit later in een premium tequila-merk dat later een belangrijk twistpunt werd tussen hem en de broers Van Halen. “Source of Infection” maakt de eerste kant af en werd later door de bandleden afgedaan als een “graplied” met teksten die verwijzen naar een gezondheidsangst.

Iets totaal unieks voor de band, “Feels So Good” is zwaar gesynthetiseerd maar baant zich een weg door vele interessante secties in een atypisch arrangement. De unieke drumbeat van Alex Van Halen begeleidt dit popnummer, waarvan Hagar zei dat het ontwikkeld was ” Genesis- stijl”. “Finish What Ya Started” is weer een van de meer unieke nummers in de Van Halen-collectie met een combinatie van geplukt elektrisch en strummer-akoestisch. Het nummer werd voortgebracht op Eddie’s Malibu-balkon toen hij op een ochtend om 02.00 uur met Hagar jamde met twee akoestische gitaren.

“Black and Blue” bevat een langzame riff die totaal Eddie Van Halen is en ordinaire teksten geïnspireerd door groupies tijdens de 5150- tour en werd een van de meest populaire radiosongs van het album. “Sucker In a 3 Piece” is het zwakste punt van de fijne tweede kant, die zich een weg lijkt te banen door de eerste anderhalve minuut, voordat hij genoegen neemt met de dan loze teksten en standaard melodieën van het eigenlijke nummer. De afsluiter “A Apolitical Blues” werd oorspronkelijk opgenomen door Little Feat en geschreven door Lowell George . Dit is pure blues, compleet met piano en twee bluesachtige gitaren en was een van de zeldzame covers tijdens Hagars stint bij de band.

OU812 was het tweede van vier opeenvolgende nummer één albums van Van Halen met Sammy Hagar aan het roer, dat zich uitstrekt tot halverwege de jaren negentig.

 


Zinatra – Zinatra/The Great Escape

Jaar van Release: 1988/1989

Label : Phonogram

Zinatra is een uit Nederlands-Limburg afkomstige hardrock band, die voornamelijk bekend is geworden als eerste band van toetsenist Robby Valentine.

In 1987 richten Joss Mennen (zang), Gino Rerimassie (gitaar), Sebastiaan Floris (gitaar), Ronald J. Lieberton (bas) en Ed Rokx (drums) een rockband op die is geïnspireerd door bands als Bon Jovi en Europe. Zij noemen hun muziekstijl happy metal als tegenhanger van muziekstromingen als black metal, deathmetal en thrashmetal. Hun eerste demo resulteert in een contract met Phonogram. Van de maatschappij krijgt de band anderhalf jaar de tijd om in de stille uren in de Wisseloord Studio’s te werken aan hun debuutalbum. Het album wordt geproduceerd door Erwin Musper en ze krijgen hulp in de personen van Phil Collen (gitarist van Def Leppard) en Arnie Treffers (beter bekend van Long Tall Ernie and the Shakers). Arnie schreef een aantal songs onder het pseudoniem van KELLY, tevens speelt hij mee op de LP Zinatra en The Great Escape. Zinatra is een idee van Arnie Treffers en Ron Lieberton. Het in 1988 verschenen debuutalbum wordt uitgebracht op Compact cassette in een LP-achtige doos. De band richt zich op de jeugd en door het uitbrengen op cassette kan de prijs laag worden gehouden. De platenmaatschappij ziet in Zinatra een grote toekomst en betaalt (naar geruchten) fors om de band op te laten treden als voorprogramma tijdens David Lee Roth’s Europese tournee. Hun single “Love Or Loneliness” weet de top 40 te bereiken. En ze zijn “live” te zien bij Countdown. De overige nummers liggen in het zelfde straatje, vrolijk poppy “hard” rock nummers, die lekker in het gehoor liggen.

In 1989 wordt begonnen met de opnamen van hun tweede album, The Great Escape. Tussen de opnames door treedt de groep op in China, Thailand en Zuid-Amerika waar de melodieuze rock goed ontvangen wordt. In Nederland heeft de band minder succes, onder andere omdat Zinatra niet optreedt in clubs en dus niet zo vaak live te zien is.

Tijdens de opnamen voor The Great Escape wordt in 1990 de tweede gitarist, Sebastiaan Floris, vervangen door Robby Valentine. De toetsenist neemt veel van de composities voor zijn rekening. Een aantal nummers wordt geschreven door de Amerikaan Paul Laine (van de band Danger Danger). Mede hierdoor maakt het album een volwassener indruk dan de voorganger, maar wederom is het album in Nederland geen succes terwijl in verre landen de groep populair is. De single There She Was bereikt in Nederland alleen de tipparade. In tegenstelling tot hun debuut, heeft de toetspartijen meer de bovenhand gekregen. Naar mijn mening was het beter geweest de band met twee gitaristen voort te laten bestaan en een prominentere rol voor de gitaren weg te leggen. Nummers zijn goed, maar waren dan rauwer geworden en niet zo gepolijst.

 In 1991 verlaat Robby Valentine de band om zich op zijn solocarrière te richten. Vanwege de tegenvallende platenverkoop, verbreekt Phonogram het contract met Zinatra.

 In 1992 geeft Zinatra op het Cheese Mania festival een afscheidsoptreden. De zanger, Jos Mennen, vervolgt zijn loopbaan bij een band onder zijn eigen naam, Mennen.

 


Blue Murder – Blue Murder

Jaar van Release: 1989

Label : Geffen

John Sykes (Tygers van Pan Tang, Thin Lizzy, Whitesnake, Blue Murder, Sykes), de man achter de succesvolle Whitesnake 1987 zelfgeschreven CD, een enorm internationaal succes, met alleen al in de VS meer dan zes miljoen exemplaren verkocht,  heeft nooit mogen proeven van het succes en van zijn prestatie. David Coverdale ontsloeg de hele band die betrokken was bij het opnameproces en verving het door een nieuwe entourage van bandleden en nam ze mee op tournee ter ondersteuning van het album.

Op de hielen van het succes van het gelijknamige album van Whitesnake, nam Sykes de teugels van zijn lot in zijn handen. Hij keerde terug naar Engeland, waar zijn moeder en stiefvader een studio hebben in Blackpool. Na talloze jamsessies maakte Sykes de demo voor Blue Murder, wat leidde tot ondertekening bij Geffen. Sykes vormde de legendarische band Blue Murder, met Carmon Appice (Vanilla Fudge, King Kobra) en Tony Franklin (The Firm, Whitesnake).

Sykes ‘zoektocht naar een vocalist leidde hem naar Ray Gillian (Badlands, Black Sabbath).Deze bleek niet beschikbaar, na vele audities hij niemand vinden die volgens hem paste bij de weg en sound, waar hij naar toe wilde.Sykes besloot zijn zoektocht naar een vocalist te schrappen en de vocale taken zelf te regelen.

Het album dat Sykes, Appice en Franklin opnamen, was niet minder dan spectaculair. Terwijl hij zijn gitaar een stap verder deed dan zijn werk met Whitesnake, produceerde Sykes edgy, vloeiende en explosieve gitaarritmes. Zijn solowerk op het album is ontzagwekkend. Niemand kan de legato frasering en vibrato van John Sykes missen.

De verrassing voor ons allemaal was de stem. Niemand verwachtte dat Sykes zich zou onderscheiden als een leadzanger. Onder vermelding van Coverdale, Glenn Hughes en Phil Lynott als invloeden, Sykes merkte dat hij de handel leerde van twee van de beste zangers van de rock. Zijn dikke Britse accent geeft zijn zang een zachte, sensuele uitstraling. Phil stond niet meer in de schaduw van Phil Lynott of David Coverdale, Sykes stond als alleenstaande zanger op eigen benen.

Het fretloze basspel van Tony Franklin benadrukte de basgitaar als instrument. Weg was het rechttoe rechtaan spelen van bassisten uit het genre die moesten worden vervangen door vloeiende, rollende geluiden die de luisteraars niet kenden. Het openingsnummer is een goed voorbeeld van het unieke geluid en de unieke stijl van Franklin.

Met een CV dat dateert uit de late jaren 60, heeft Appice de basis gelegd voor zwaar drumwerk. Zijn unieke stijl vormde de achtergrond van de muziek Blue Murder. Zijn vullingen en rollen zijn bot verpletterend. Appice’s spel legt de basis voor de basgrooves van Franklin en het gitaarbeheersing van Sykes.

De lyrische inhoud van de CD kocht beelden van viezigheid, zigeuners, piraten, avonturen op volle zee, romantische intermezzo’s, farao’s en de mystieke jacht op schatten. De energie van de liedjes en het algehele geluid droeg de luisteraar op een reis van 52 minuten van avontuur, liefde en heldenmoed.

Bottom Line: elk nummer klettert! Het is zo jammer dat de huidige mainstream-muziekindustrie feeds produceert (degenen die naar mainstreammuziek luisteren), niet-originele, niet-getalenteerde en ongeïnspireerde muziek. John Sykes verdient erkenning als een getalenteerde muzikant. Zijn releases met Whitesnake, Blue Murder, Sykes, Thin Lizzy en Tygers of Pang tonen hem meer dan dat hij een klasse apart is.


 

White Lion – Big Game

Jaar van Release: 1989

Label: Atlantic

In 1989, na het multi-platina succes van Pride en een lange wereldtournee, was de druk groot en ging de band regelrecht de studio in, waar ze in zeer korte tijd “Big Game” schreven en opnamen. Het album schittert nog steeds met creativiteit en enthousiasme.

White Lion speelt hardrock en hun liedjes zijn gevarieerd in zowel muzikale als lyrische inhoud. Onderwerpen variëren van politieke en wereldkwesties tot liefde en feesten. Meestal nemen de teksten een serieuze invalshoek. De geniale gitarist Vito Bratta en de expressieve stem van Mike Tramp zijn de twee meest directe ingrediënten die de band onderscheiden van de rest. Greg D’Angelo op drums en James Lomenzo op bas leveren een strakke ritmesectie en werken als een solide ruggengraat.

 Het gitaarwerk van Vito Bratta verdient een speciale vermelding. Zijn spel voelt natuurlijk aan en hij bezorgt de nummers een kracht die niet vaak wordt gehoord. Verspreid over de nummers zijn een overvloed aan coole licks die de muziek een verrassingselement geven. “Living On The Edge” en “Don’t Say It’s Over”, zijn daarvan belangrijke voorbeelden.

 “Goin ‘Home Tonight” opent het album en heeft een onmiskenbare vrolijke sfeer die je zeker in een goed humeur zal brengen. Het gitaarwerk is echt verleidelijk en gevarieerd met veel kleine details in elk couplet. De stem van Mike Tramp is gevuld met een verlangen dat het nummer een sterkere impact geeft.

White Lion blonk altijd uit in hun ballades en “Broken Home” is een van hun beste. Het is een ongelooflijk emotioneel lied. Ik hou van het sombere bruggedeelte in de eerste twee verzen en de gitaarsolo, die wanhopig gilt.

Het lijkt erop dat elk album van White Lion een break-up nummer heeft.  “Don’t Say It’s Over”, is een van mijn favoriete nummers. Het briljante refrein, waar de herhaalde titelregel een speciale, intense drive aan het nummer toevoegt, zachtjes naar voren geschoven door de gecontroleerde gitaarriff.  De “zoete” harmonie doet de rest.

De pakkende “Little Fighter” (ter nagedachtenis aan The Rainbow Warrior) voelt vrolijk aan en wordt gedragen door geïnspireerd gitaarwerk. Het is een nummer dat op verschillende niveaus werkt.

 “If My Mind Is Evil” neemt een donkere wending, met een zware riff en een vocale uitvoering van Mike die boos en intens is. Door de tijd heen is dit nummer enorm gegroeid en behoort het momenteel tot mijn favorieten.

Als er maar één woord was om “Living On The Edge” te beschrijven, zou het in de jaren 80 cool moeten zijn. Het nummer staat als een huis en het is onmogelijk om stil te zitten als het refrein inzet. Oh, en luister gewoon naar die gitaarsolo.

Minder interessante nummers zijn de nogal statische “Dirty Woman” , “Let’s Get Crazy” en “Baby Be Mine”. “Dirty Woman” begint met prachtig gitaarwerk, gebaseerd op een geweldige riff, maar de rest van het nummer boeit me niet op dezelfde manier.

“Cry For Freedom” is ook een hoogtepunt van het album en een van mijn absolute favoriete nummers van White Lion. Het nummer heeft een etherische sfeer terwijl de eerste woorden worden gezongen. Het is een van die momenten waarop je een duidelijk beeld in je hoofd krijgt. De pulserende gitaartonen en het lichte drumwerk houden deze sfeer intact tijdens het nummer. Een effectief en krachtig einde van het album.

 Een thema loopt door veel van de teksten over sterk zijn, vechten voor waar je in gelooft, voorbij aan leugens en bedrog, kijken en het vinden van de innerlijke kracht om het juiste te doen. Het maakt niet uit of Mike Tramp zingt over liefde, echtscheiding, apartheid, gezonken schepen, het milieu, tv-predikers of het gewoon waarmaken, er is een sfeer van eerlijkheid die charmant is.

 


Gary Moore – After The War

Jaar van release: 1989

Label : Virgin Records 

Een jaar later maakte hij zijn succesvolle overstap naar de blues, maar After The War was nog een ouderwetse hardrockplaat van Gary Moore. Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat deze met sterren bezaaide lp uitkwam.

After The War sloot een periode af die bij veel Gary Moore-fans meer geliefd is dan het latere blueswerk van de Ierse gitaargeselaar. Na zijn gevarieerde album Back On The Streets (1978) en een periode bij Thin Lizzy maakte hij in de jaren tachtig namelijk een reeks ijzersterke hardrockplaten, met lp’s als Victims Of The Future (1983), Run For Cover (1985) en Wild Frontier (1987).

Na de release van deze (voorlopig) laatste hardrockplaat oogstte Moore een heleboel succes met een heel ander genre op Still Got The Blues (1990), maar ook het hoogtepunt van After The War is een bluesnummer. Het instrumentale The Messiah Will Come Again is oorspronkelijk van de door Moore en vele andere gitaristen bewonderde Roy Buchanan, en behoort in deze coverversie tot de beste solo’s die de Ier ooit heeft laten horen. Een andere uitschieter is het epische, aan Phil Lynott opgedragen Blood Of Emeralds.

Op het album speelt een aantal beroemde hardrockers mee: Neil Carter was weer van de partij op toetsen en schreef mee aan sommige nummers, de van o.a. Rainbow bekende Bob Daisley speelde bas en niemand minder dan Cozy Powell schitterde op drums. Verder vermeldde de hoes beroemde namen als Thin Lizzy-drummer Brian Downey, bassist Laurence Cottle (die in hetzelfde jaar met Powell deel uitmaakte van Black Sabbath) en huidig Deep Purple-toetsenist Don Airey.

Opvallend was ook de gastbijdrage van Ozzy Osbourne in Speak For Yourself en het felle Led Clones, waarin de draak gestoken wordt met Led Zeppelin-‘klonen’ als Kingdom Come. Interessant is dat Ozzy Moore ooit tevergeefs had benaderd om de gitarist van zijn band te worden, waarna ‘The Prince Of Darkness’ geen goed woord overhad voor zijn bijna-bandlid. Kennelijk is het daarna toch goed gekomen tussen de twee.  Na het overlijden van Moore in 2011 reageerde Osbourne met het volgende bericht: “Ik had de eer om met Gary het lied Led Clones op te nemen voor zijn album After The War. Het dekt de lading niet om te zeggen dat zijn dood een tragisch verlies is. We zijn een geweldige vriend en een fenomenaal muzikant kwijt.”


Rush – Presto

Jaar van release: 1989

Label : Atlantic Records 

Het dertiende studioalbum van Rush, Presto, is nou niet direct het bekendste en meeste gewaardeerde album van het Canadese progressieve rocktrio. Bij echte adepten staat de plaat echter vaak hoog in de lijst van beste Rush-albums en dat komt vooral door de fantastische tracks The Pass, Show Don’t Tell en Superconductor.

Presto was het eerste album van Rush bij de nieuwe platenmaatschappij Atlantic Records en werd geproduceerd door niemand minder dan Rupert Hine (Saga, Stevie Nicks, Tina Turner). Er verschenen maar liefst vier singles (Show Don’t Tell, The Pass, Superconductor, Presto) en deze kwamen allemaal in de Amerikaanse hitlijsten terecht. Show Don’t Tell haalde zelfs de eerste plaats in de Amerikaanse mainstream rock-lijst.

De muziek op Presto veranderde weer t.o.v. de vorige albums, want de synthesizers worden enigszins taboe en de basic rocksound van de band (drums, gitaar, basgitaar en zang) is weer terug. Het hoogtepunt van Presto is zonder twijfel The Pass, een van de beste Rush-tracks aller tijden. Het is een zeer emotionele song die handelt over de toenemende zelfmoord onder teenagers in de jaren tachtig. Drummer Neil Pearts standpunt is zeer duidelijk: hij vernietigt de mythe dat zelfmoord een heroïsch einde is van een tragisch leven. De echte tragedie volgens Peart is de pijn en het verdriet van de nabestaanden; zelfmoord is een laffe daad en niets meer dan dat: “No hero in your tragedy, no daring in your escape, no salutes for your surrender, nothing noble in your fate, Christ, what have you done?”

De openingstrack van het album, Show Don’t Tell, is de meest succesvolle single van de plaat en bevat memorabele ritmische wendingen die zo typisch zijn voor Rush. Superconductor, een stevige rocksong, werd een hitje en handelt over de muziekindustrie, terwijl de vierde single, de titeltrack, een rustiger melodieus nummer is, dat gedragen wordt door de mooie akoestische gitaren van Alex Lifeson.

Presto haalde de 16e plaats in de Amerikaanse Billboard Album Top 200 en ook de gouden status (500.000). In Canada scoorde Presto platina (100.000) en in Engeland zilver (60.000). Tijdens de Presto-tour speelde Rush, ‘maar’ vijf tracks van het album (War Paint, Scars, Superconductor, Show Don’t Tell en The Pass) en dat zegt misschien veel over hoe Lee, Lifeson en Peart zelf over Presto dachten….


Whitesnake-Slip Of The Tongue

Jaar van release: 1989

Label : Geffen Records 

Het had zo mooi kunnen zijn: na het grote succes van het Whitenake-album 1987 ging ‘onze eigen’ Adrian Vandenberg aan de slag met zanger David Coverdale voor materiaal voor de opvolger. Maar helaas, de gitarist raakte geblesseerd aan zijn pols en werd vervangen door de Amerikaanse virtuoos Steve Vai. Het resultaat Slip Of The Tongue werd echter een betere plaat dan sommige mensen ons willen doen geloven.

Adje Vandenberg had met frontman Coverdale alle songs voor het achtste Whitesnake-album geschreven, met uitzondering van de re-take van Fool For Your Loving. De Nederlandse gitaarheld had al de solo gespeeld in de uiterst succesvolle heropname Here I Go Again, afkomstig van het vorige album Whitesnake (ook simpelweg bekend als 1987), dus het lag voor de hand dat hij nu ook een heel album mocht inspelen bij de populaire cockrockband.

Dat liep toch anders. In een interview met metalblad Aardschok vertelde Vandenberg enkele jaren geleden dat zijn polsblessure een gevolg was van een auto-ongeluk waar hij in 1981 bij betrokken was. Naar eigen zeggen liep hij een whiplash op. Doordat er een zenuw bekneld zat, ging hij onbewust op een andere manier gitaarspelen en kreeg de rocker steeds meer last van zijn pols. Tegen de tijd dat Slip Of The Tongue opgenomen moest worden, was het zo erg geworden dat hij vervangen moest worden.

De keuze viel op Steve Vai en dat was natuurlijk ook niet bepaald een kluns op de gitaar. De maffe Amerikaan werd getraind door Joe Satriani, kreeg begin jaren tachtig zijn eerste belangrijke klus als ‘stunt guitarist’ in de band van Frank Zappa, speelde heel even bij hardrockformatie Alcatrazz (met Rainbow-zanger Graham Bonnet) en brak door dankzij zijn wervelende spel in de soloband van David Lee Roth. Iemand met zo’n CV past een uitbundige hardrockband als Whitesnake als gegoten, zou je zeggen…

Ondanks zeer acceptabele verkoopresultaten werd Slip Of The Tongue gezien als een teleurstelling na het behoorlijk goede album uit 1987. Niet alleen omdat het songmateriaal minder sterk zou zijn, maar ook omdat Vai’s gitaarstijl niet bij de vertrouwde bluesy Whitesnake-sound past. Voor dat laatste valt inderdaad wat te zeggen: de solo’s zijn dan nog zo virtuoos en spectaculair (en in technisch opzicht veel uitdagender dan wat Vandenberg doorgaans laat horen), Vai paste toch een heel stuk beter bij de sound van David Lee Roth.

Dat gezegd hebbende, Slip Of The Tongue bevat wel degelijk ijzersterke songs. De titeltrack, de semi-ballad Now You’re Gone, het heavy Judgment Day en de prachtige afsluiter Sailing Ships hadden makkelijk op de voorganger kunnen staan, terwijl de nieuwe versie van Fool For Your Loving een hitje werd in Amerika. Naast Coverdale en Vai zijn op deze plaat verder nog bassist Rudy Sarzo en drummer Tommy Aldridge te horen, terwijl onder anderen Glenn Hughes en Don Airey gastrollen vervullen. De productie was mede in handen van Mike Clink, bekend van zijn werk met Guns N’ Roses op o.a. het knallende debuut Appetite For Destruction.

Overigens was Adje Vandenberg wel gewoon van de partij tijdens de tournee ter promotie van Slip Of The Tongue. Hij deelde de gitaarpartijen toen met Vai, die kort daarna zijn vernieuwende soloplaat Passion & Warfare uitbracht. Dat het resultaat tijdens de tour vaak spectaculair was, spreekt eigenlijk voor zich.


 

Eyes – Eyes/Windows Of The Soul

Jaar van Release: 1990/1993

Label : Curb Records

In 1988 opgericht door drummer Aldy Damian (ex- L.A. Rocks) samen met  zanger Jeff Scott Soto (ex-Yngwie Malmsteen) en gitarist Steven Dougherty. Zoals wel vaker het geval is met bands uit Los Angeles kan enige bluf hen niet ontzegd worden. Dalmian en co. lanceren direkt het bericht al zou men een grote deal te hebben met een platenmaatschappij, maar uiteindelijk verschijnt de door Spencer Proffer geproduceerde debuut-cd  twee jaar later bij Curb Records. De release bevat een cd vol westcoast rock waar op dat moment er legio van zijn.  Met “Callin’ All Girls” en “Every Single Minute” opent het album sterk. Hierna volgt er een prima cover “Don’t Turn Around”, hierna gevolgd door het zwakker “Miss Demeanor”. Topper van de plaat is ongetwijfeld het nummer “Young And Innocent” een echte AOR klassieker. Met “Walkin’ Fire” en “Wired For Love” lijkt het erop dat deze lijn wordt doorgetrokken. Met “Nobody Said It Was Easy” wordt er nog een goede ballad toegevoegd, maar daarna volgen er nog 3 zwakke broeders op het album, namelijk “Can’t Get Enough”, “Start Livin’” en “Somebody 2 Love”. Mede door het uitblijven van het succes besluit Jeff Scott Soto het bijltje erbij neer te gooien. Halverwege ’92 wordt deze vakante positie overgenomen door Mark Weitz en is het wachten op de tweede cd.

Echter is de verrassing groot wanneer in 1993 bij de studio opnames Jeff Scott Soto toch weer terug is. Toch weer een uitstekende CD van Jeff Scott Soto & Eyes, maar met een beetje meer wat we willen classificeren als het “AOR” -geluid dan de meer harde rock-stijl van de zelftitel-CD. Meer zacht en gepolijst dan het debuut, maar dat is geen slechte zaak. Het heeft ook die drie magische woorden “Jeff Scott Soto”. Dit was een van mijn eerste “Jeff” -albums. Wat betreft dit album, het is bijna perfect. Epische ballads, stijgende zang en een echt goed gevoel. Mogelijk een van Jeffs ‘beste. Absoluut een must voor elke JSS-fan.

Eerlijk gezegd “Cheyenne” is een van de betere en had ook op het debuut niet misstaan. En zeker, er zijn een paar nummers op “Windows Of The Soul” die worden herhaald vanaf de titelloze CD, maar ze werken nog steeds redelijk goed binnen de grenzen van deze andere CD. En de nieuwe nummers (ja, inclusief “Cheyenne”) maken deze CD de moeite van het oppakken waard. Plus, deze versie van “Nobody Said It Was Easy” heeft een mooie uitgebreide piano-intro en JSS klinkt echt geweldig over de hele schijf. De nummers “City Nights” en “Love Lies” steken mijnsinziens hierna er boven uit.

Dit is een van de echte klassiekers in het AOR-genre en het verbaast me dat niet veel mensen het lijken te kennen. Jeff klonk goed op dit album.

 


Bruce Dickinson – Tattooed Millionaire

Jaar van release: 1990

Label: EMI Records

Bruce Dickinson – Tattooed MillionaireTattooed Millionaire is het eerste solo-album van Iron Maiden zanger Bruce Dickinson. Dit album is opgenomen nog voor de zanger werd ingeruild door Blaze Bayley, namelijk in de periode die tussen Seventh Son en No Prayer For The Dying inzat.

De aanleiding om dit album te schrijven was het nummer Bring Your Daughter To The Slaughter, wat oorspronkelijk door Bruce alleen (dus zonder meneer Harris) is geschreven als soundtrack voor de film Nighmare On Elmstreet. Toen Steve Harris het nummer hoorde vond hij het zo goed dat hij het op het album No Prayer zette, na het een en ander te hebben aangepast.

Voor de mensen die de 2-cd versie van The Best Of van Bruce hebben: er zit een door Bruce geschreven sprookjes-parodie in wat gaat over het voorval met dit nummer, over een jaloerse prins die een lied afpakt van een rondtrekkende troubadour.Het eerste nummer, Son Of A Gun, zet door een afwisselend tempo en hoge uithalen van Bruce meteen een lekkere sfeer neer voor de rest van het krap 45 minuten durende album. Die sfeer wordt versterkt door het vrolijke Tattooed Millionaire, waarin Bruce probeert duidelijk te maken dat geld niet gelukkig maakt en aan hem niet is besteed.

Het iets rustigere Born In 58 heeft een lekker ritme wat perfect bij de teksten past, gewoon een meesterlijk lopend nummer. Het daaropvolgende Hell On Wheels kon ik de eerste paar keren dat ik het hoorde niet echt waarderen, het is een beetje een saai nummer, alleen het einde is wel leuk. Bruce immiteert daarin het geluid van een motor..een Harley schat ik zo :)Gypsy Road is een nummer waar ik geen woorden aan ga vuil maken. Dit nummer moet je gewoon horen om te weten dat het een onwijs goed nummer is, dit is mijn favoriet van het album.

Daarna volgt weer een nummer een lekker ritme, zoals we dat nu al van Bruce gewend zijn geraakt. De zin ‘gonna blow your midships, gonna dive tonight’ is iets wat nog regelmatig zomaar zonder reden bij me bovenkomt. Nummertje 7 is een cover van David Bowie. Ik heb het origineel niet gehoord, maar ik schat de kans dat Bowie’s versie van All The Young Dude’s beter is dan die van Bruce heel klein. Net als Gypsy Road een nummer dat je moet voelen. Maarehh..what the fuck is een boogaloo dude??? 

Met het nummer Licking The Gun gaat Bruce weer over op een lekker ritme, met eentekst die me wel aanstaat. ‘We smoked stuff in ’69, now its different, it’s crime. Kids today don’t understand, kids today need a guiding hand’ pompiedomdiedomdiedom :p

Het voorlaatste nummer Zulu Lulu is vergelijkbaar met Tattooed Millionaire alleen dan nog een tikkie vrolijker, een regelrechte meezinger die ik wel eens live zou willen horen.Bruce stuurt ons naar huis met een song over een straat die wel in amsetrdam moet liggen, drugs, hoeren, dood, het is allemaal aanwezig in No Lies. Het einde van het nummer lijkt eerst een beetje afgeraffeld, maar dan komt er nog een vervolg aan, iets wat het aan het eind van de cd goed doet. 

Al met al een meesterlijke cd waar Bruce trots op mag zijn. De muziek lijkt totaal niet op die die Bruce met Maiden maakte, hij heeft slecht 10 nummers nodig om een eigen stijl neer te zetten. Iets wat Bruce uniek maakt.


 

House Of Lords – Sahara

Jaar van Release : 1990

Label : BMG Records

House of Lords heeft een indrukwekkend debuut uitgebracht maar heeft helaas niet veel exemplaren verkocht. Toen het tweede album in 1990 op de markt kwam, was hun gitarist Lanny Cordola weg en was hij de nieuwe gitarist Michael Guy. Hoewel Guy wordt gecrediteerd op gitaar, is het album in werkelijkheid opgenomen met Doug Aldrich en een aantal gastmuzikanten.

Het is een ander klinkend House Of Lords. Het openingsnummer “Shoot” heeft geput uit de bronnen van zowel Led Zeppelin als Motley Crue. ‘Chains of Love’ is Coverdale-like, met zanger James Christian, maar zonder Coverdale’s sluwe knikjes en knipogen.

De akoestische cover “Can not Find My Way Home” (Blind Faith) is vrij getrouw aan het originele minus de falsetto, en zou een van de betere power ballads van een rockband in 1990 moeten zijn. House of Lords trekt van leer op “Heart on the Line”, dat klinkt als een titel voor een ballade. Dit is echter een tempo killer. “Laydown Staydown” dit is meer sleeze-rock.

Een veel indrukwekkender nummer opent kant twee, “Sahara”. Dit is progressieve hardrock, met drummer Ken Mary die een tribale drumeffect laat zien dat zijn tijd ver vooruit was in 1990.  De ballad “It Is not Love”, niet alleen de titel, maar het muzikale gedeelte herinnert aan Dokken. Er zit hier een fijne solo om je tanden in te zetten.

De lead single was een andere power ballad, “Remember My Name”, die de band niet heeft geschreven.  Met “American Babylon” barst het vuur weer los. Het navolgende “Kiss of Fire” gaat nog een tikkeltje verder. De klasse van de muzikanten straalt van het album en daarom genieten de leden van House Of Lords altijd nog aanzien.



Alias – Alias

Jaar van Release: 1990

Label : Capitol Records.

In de vroege jaren negentig werden verschillende albums uitgebracht van bands die nooit het sterrendom zouden bereiken dat ze verdienden, waarbij de albums nooit het aantal fans bereikten. Dankzij de verschuiving in het muzikale landschap die van kracht was.

Het debuutalbum van de Canadese band Alias was er een dat, hoewel zeker niet onbekend, groter had moeten zijn. Het album werd goud toen het in 1990 werd uitgebracht en bevatte drie singles, de powerballad ‘More Than Words Can Say’ die nummer 2 bereikte in de hitlijsten in de VS en nummer 1 in hun thuisland. ‘Waiting For Love’ en ‘Haunted Heart’ waren de andere twee uitgebrachte singles die nummer 13 en nummer 18 op de hitlijsten bereikten.

De band bestond uit artiesten die al bekend waren in de muziekwereld. Freddy Curci en Steve DeMarchi die beiden eerder in de band Sheriff zaten, die ons in 1983 het nummer ‘When I’m With You’ gaf van hun enige zelfgetitelde plaat. De andere drie leden van de band, Roger Fisher, Steve Fossen en Mike DeRosier, waren allemaal oprichters van de fenomenale band Heart .

Curci heeft een fantastische en heldere stem en klinkt volkomen fantastisch op de gehele plaat. De nummers zijn uitstekend en gewoon prachtige AOR-juweeltjes. De band is een getalenteerde groep artiesten en ze klinken geweldig op nummer zoals je mag verwachten met de namen die op de plaat zijn vermeld.

Hoewel ze nooit een massale aanhang hebben gehad, zoals andere AOR-bands Foreigner en Survivor, hield Alias nog steeds stand, produceerde ze een geweldige plaat met een aantal ongelooflijke nummers, maar helaas blijft de plaat nog steeds enigszins van een onontdekte parel voor velen.

Alias keerde in 2009 terug met hun tweede album, ‘Never Say Never’, een album dat werd opgenomen in 1992 maar nooit werd uitgebracht vanwege de opkomst van het grunge-tijdperk. Het was een behoorlijke inspanning maar bereikt nooit echt de kracht van het debuut.

Een sterke release met een aantal geweldige vocalen en een aantal prachtige nummers, dit is een must voor fans van de melodieuze rock- en AOR-scene uit de vroege jaren 1990.


Queensrÿche – Empire

Jaar van release: 1990

Label: EMI Records

Wat te doen als je net het perfecte album gemaakt hebt? Voor die vraag zag ons gezelschap uit Seattle zich gesteld na “Operation: Mindcrime” (OM), tot op de dag van vandaag waarschijnlijk het meest geslaagde voorbeeld van een progmetalen conceptalbum. Gelukkig hebben ze niet geprobeerd het succes met iets vergelijkbaars te evenaren, want bij dergelijke pogingen is de kans op mislukking toch wel erg groot.

Zo had een recensie van het uit 1990 stammende vierde volledige album van Queensrÿche tot begin 2006 kunnen beginnen. En toen was hij daar toch: “Operation: Mindcrime II”. Alle vrees ten spijt, lijkt de consensus toch wel te zijn dat die opvolger beter was dan van opvolgers in het algemeen en in het bijzonder het Queensrÿche van kort voor en kort na de millenniumwisseling verwacht kon worden. We gaan nu echter wél terug in de tijd naar 1990, toen er van dat alles nog geen sprake was.

In een bijzonder weinig spectaculair progjaar (het meest tot de verbeelding spreken nog “Amarok” van oudgediende Mike Oldfield, het solodebuut van Fish en het debuut van de zware jongens van Psychotic Waltz) komt Queensrÿche met een plaat die, slechts bezien in het licht van zijn illustere voorganger, makkelijk uitnodigt tot weeklagen over een commerciële val voor het grote publiek. Ofschoon ook ik “OM” boven “Empire” verkies, moet toch aangetekend worden dat het met die commerciële val nogal meevalt. Wél leverde “Empire” Queensrÿche in Nederland hun enige hit op met de fakkelballade Silent Lucidity, een gevoelig liedje met een behoorlijke gitaarsolo waar, met dank aan de radio, de meeste charme onderhand wel een beetje af is. Voor het overige kan de muziek gezien worden als het verlengde van muziek van vóór “OM” (Queen Of The ReichWalk In The Shadows), maar als je de liedjes uit hun concept trekt óók van tracks van die voorganger zelf (Breaking The SilenceI Don’t Believe In Love). Zelfs een ballade van toch bijna het kaliber Silent Lucidity hebben de heren in het verleden al eens vertoond (Take Hold Of The Flame).

Wellicht kan de controverse ook deels verklaard worden doordat “Empire” uitkwam ná de grote hitsuccessen van bands als Bon JoviEurope en Def Leppard, waardoor de gelijkenissen met dergelijke bands ineens wat meer opvielen. “Rage For Order” was er met zijn 1986-datering evenmin ver vooraan, maar zat op zijn minst toch nog wel in de frontlinie. Openingsnummer Best I Can zou als steen des aanstoots kunnen fungeren met zijn no-nonsense gitaarriff, de alomtegenwoordige keyboards, de zelfbewuste tekst en het refrein dat misschien even een momentje aan Kiss doet denken. Toch ben ik jaren na de kennismaking nog zeer onder de indruk van het gitaarwerk in dit nummer en de fadeout alleen al laat voor mij alle eerder in deze alinea genoemde bands achter zich. Steen des aanstoots of niet, voor mij staat het beste nummer op deze plaat vooraan.

Songs als The Thin LineJet City WomanAnother Rainy Night en One And Only vormen de grootste gemene deler van het album: voor de popmetalhoek toch wat te donker, voor veel progluisteraars toch wat rechttoe rechtaan, kortom vooral geschikt voor wie zich niet te zeer door hokjes laat belemmeren. Ook hier weer zijn met name gitarist Chris DeGarmo en drummer Scott Rockenfield verantwoordelijk voor de typische Queensrÿche-schwung die de songs net dat beetje extra geeft.

In de wat tragere ritmen staat naast het titelnummer vooral het lome Della Brown vooraan. Het is een lang uitgesponnen en enigszins bluesy nummer dat een stevig contrast vormt met de heldere couplet-refrein-couplet-refrein-…-nummers die eraan vooraf gingen. De gitaarsolo die het nummer afsluit is onvergetelijk. De meest ‘in-your-face’ intro’s van de plaat horen bij de nummers die het al gememoreerde Silent Lucidity inklemmen: Resistance en Hand On Heart. Buiten de intro is de laatste toch de meer memorabele van de twee, niet in de laatste plaats door (is-ie weer) Rockenfields boeiende drumpartijen. Met afsluiter Anybody Listening ten slotte voegen de heren nog een halve power ballade toe aan het repertoire. Mooi van opzet, mooi van spel en mooi geplaatst. Wat wil een mens nog meer?

“Empire” is een typisch Queensrÿche-album en meer dan tenminste enig volgend album is het ook een kind van zijn tijd. Sterke songs, sterke muzikanten, de som der delen evenaart beslist die van de roemruchte voorganger. Het geheel blijft er echter iets bij achter, maar ook niet meer dan íets.


 

Dio – Lock Up The Wolves

Jaar van Release: 1990

Label : Vertigo

 

Het 5e studioalbum Lock Up The Wolves van de band – gecreëerd in 1990 – is een van de beste (niet de beste en niet sterretjes, denk je ..) die Dio ooit heeft gemaakt. En ik zeg een van de beste omdat ze de moed hadden om een ​​iets andere weg te nemen. En niet alleen doorgaan met het afvuren  van de zelfde pijlen, maar het afwijken van het gebaande pad. Om dit kwaliteitsniveau te bereiken was geen sinecure, de lat lag heel hoog. Dit in vergelijking met de zeer succesvolle platen die ze al eerder produceerden zoals Dream Evil , Sacred Heart, Last In Line en Holy Diver .

Voor alle duidelijkheid, bij Lock Up the Wolves was Vinnie Appice niet bij het gehele opname proces betrokken . Hij kwam weer bij de band voor enkele latere producties na nog wat intermezzo’s met andere bands. Hij droeg echter bij als co-componist op het nummer Born on the Sun. En niet op de volledige productie zoals oorspronkelijk gepland leek. Als gevolg hiervan werd het album gerealiseerd met een compleet nieuwe crew. Ronnie was dus de enig overgeblevene van de oorspronkelijke band.

Interessant is dat ze een zeer jonge, maar zeer getalenteerde gitarist, Rowen Robertson , werd ingehuurd. Interessant is dat zijn ambtstermijn bij Dio relatief kort was. Lock up the Wolves was uiteindelijk het enige album dat met hem werd uitgebracht en waar hij direct betrokken bij was. Er was een tweede album in voorbereiding, dat nooit het levenslicht zag vanwege de reünie van Ronnie met Black Sabbath in 1991.

Het album levert een helder en direct deuntje, samen met Ronnie’s onverwoestbare (en altijd verbluffende) stembereik. Maar veel ervan is wat langzamer en dromeriger van stijl. Of meer bluesy als je wilt. Langzamer betekent echter niet minder krachtig. Ik hou van de zware langzame beat die vele delen van dit album doordringt. Afgewisseld met een paar snellere deuntjes die teruggaan naar hun glorie jaren uit ’80’s.

Dus in grote lijnen is het niet de echte Dio- stijl, tot aan Lock up the Wolves was het vooral de omschrijving snel en furieuze Heavy Metal. En eerlijk gezegd moesten ze op de een of andere manier  een verandering toepassen. Dus, niet helemaal wegvluchten van hun eigen ware stijl, maar het is meer het vermijden om verder te gaan in dezelfde geest als voorheen.  En ik geef toe: om tot deze conclusie te komen kostte het me wat tijd. En – eigenlijk – veel tijd doorgebracht om het te leren waarderen..

 De eerste drie nummers – Wild One , Born on the Sun en Hey Angel zijn goede, solide Dio- gerechten. Goed nummers en gemakkelijk verteerbaar. Daarna gaat met Between Two Hearts het tempo omlaag met deze tranentrekken het is net geen ballad, maar nog steeds een nummer met een krachtige beat. Het soort van langdradig Lock up the Wolves (de titel) is op zichzelf al opmerkelijk. En een beetje hypnotiserend in stijl. Samen met Evil on Queen Street doet dit nummer me bijna denken aan iets dat ook zou hebben gepast bij Deep Purple of dit komt misschien dat op dit album de toetspartijen zijn voorzien door Jens Johansson..

 Natuurlijk  bij de autisten beginnen nu te schuimbekken. Te langzaam, niet Dio – wat dan ook. Maar weet je wat, dit is helemaal niet slecht. Zelfs als de stijl niet hetzelfde is als veel van wat eerder kwam. Walk on Water is weer een geweldig Dio nummer. Snel en furieus, precies zoals we het willen. Hierbij komt drummer Simon Wright goed uit de verf.

 Tot slot, Lock up the Wolves is een van de progressievere platen die deze band heeft gemaakt.

Dus deze plaat krijgt een goede beoordeling van mij. Omdat dit toch goed is en ze het lef hadden om vooruitstrevend te zijn.


Damn Yankees-Damn Yankees

Jaar van release: 1990

Label : Warner Bros Records 

Het Amerikaanse rockkwartet Damn Yankees (schitterende naam trouwens) werd ‘natuurlijk’ ook meteen weer bestempeld als een zogenaamde supergroep. De band bestond namelijk uit niemand minder dan: Tommy Shaw (Styx), Jack Blades (Night Ranger), Ted Nugent (wie kent de Motorcity Madman niet?) en de enigszins onbekende drummer Michael Cartellone.

Voor Ted Nugent, wiens solocarrière niet echt lekker meer liep, was Damn Yankees een godsgeschenk, hoewel de Nuge qua muziekstijl eigenlijk te ruig was voor de zachtere AOR van Shaw en Blades. Het debuutalbum, geproduceerd door Ron Nevison, was vooral in Amerika zeer populair en dat kwam natuurlijk door de wel zeer gepolijste, traditionele, melodieuze gitaarpop/rock-sound van dit album. Bovendien waren eigenlijk alle tien songs zeer radiovriendelijk en daarom werden maar liefst vijf nummers als single uitgebracht.

Alle tracks zijn geschreven door Blades, Shaw en Nugent, en vooral de invloeden van bands als Styx en Night Ranger zijn volop aanwezig. De leadvocalen worden afgewisseld tussen Shaw en Blades en tijdens High Enough, een van de hits van het album, zingen deze heren een duet. High Enough, een powerballad pur sang, was de meest succesvolle song van het album en piekte op nummer 3 in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Andere singles van het album, Coming Of Age, Runaway, Bad Reputation en Come Again waren toch duidelijk minder succesvol.

Het toch wel ‘zoete’ AOR-gehalte van de meeste songs was zeker voor Nugentfans een doorn in het oog (lees: oor), want deze vonden het album niet hard genoeg en misten vooral de agressieve en langere gitaarsolo’s van Nugent. Ook de teksten waren nogal eenzijdig en simpel: “Can you take me high enough, to fly me over yesterday, can you take me high enough, it’s never over” (uit High Enough) en verhoogden het luisterplezier niet echt.

Al luisterend naar het album kwam de vraag op: is dit pop/rock, is het arenarock of is het toch hardrock? Het antwoord mag iedereen die dit album koestert of vervelend vindt zelf geven. Feit blijft wel dat op het simpele Piledriver na deze drie heren wel wisten hoe je een goede, degelijke rocksong moest schrijven. Helaas was Damn Yankees geen lang leven beschoren, want na de opvolger Don’t Tread hielden de heren het voor gezien!


Iron Maiden – No Prayer For The Dying

Jaar van release: 1990

Label: EMI Records 

Iron Maiden – No Prayer For The Dying. De jaren ’90 brachten voor Iron Maiden aardig wat veranderingen. Adrian Smith besloot voor de opnames van No Prayer For The Dying de band te verlaten, omdat hij een andere richting op wilde dan de rest van de band. Zijn vervanger werd gevonden in Janick Gers, een oude vriend van Bruce, waarmee Bruce ook al gewerkt had op zijn solo-album Tattooed Millionaire. Maar dat was niet de enige verandering. De grootste verandering was het geluid. De heren wilden back-to-basic: enigszins terug naar hoe ze op de eerste albums klonken. En dat is waar ze de fout in gegaan zijn.

Het album opent met wat simpele, recht door zee metal nummers in de vorm van Tailgunner en 1e single Holy Smoke. Beide zijn wel aardig, maar niet meer dan dat. Jammer genoeg staan er teveel matige nummers op het album, die allemaal net iets te simpel zijn. Hoe Bring Your Daughter… …To The Slaughter ooit op nummer 1 in de Engelse hitparade heeft kunnen komen is mij een vraag, want het is bij lange na niet het beste nummer op het album. Het kan echter wel slechter dan dat nummer, want Hooks In You is nog erger. De nummers zijn te simpel, en het lijkt erop dat de inspiratie enigzins op was. 

Een ander probleem met het album is de zang van Bruce Dickinson. Hij klonk geweldig op voorganger Seventh Son, maar op No Prayer For The Dying lijkt hij last van zijn keel te hebben. Hij klinkt erg rauw, en de hoge tonen klinken ook niet zoals ze horen. Zou het vele touren in de jaren ’80 toch zijn tol geeïst hebben? 

Gelukkig staan er ook een paar erg mooie nummers op het album, die de score nog iets opkrikken. Het titelnummer begint rustig, maar op de helft van het nummer bouwt het snel op naar een veel steviger nummer. Run Silent Run Deep doet enigszins terugdenken aan de Piece Of Mind/Powerslave tijd., en afsluiter Mother Russia probeert een epic te zijn, a la Alexander The Great en To Tame A Land, maar kan toch net niet daaraan tippen. Het is echter wel een van de beste nummers op het album. 

Doordat er slechts een paar redelijk goede nummers opstaan is dit samen met opvolger Fear Of The Dark toch wel een van de slechtste Iron Maiden albums. Zelfs de voorkant, waarop Eddie wederom terugkomt uit de dood om je bij je strot te pakken, kan daar niks aan veranderen. En ook al klinkt de geremasterde versie uit 1998 iets beter, het blijft een erg matig album.


Guns N’ Roses – Use Your Illusion I en II

Jaar van Release: 1991

Label : Geffen

Na het fantastische, zeer succesvolle debuutalbum Appetite For Destruction (1987) was het zeker niet gemakkelijk voor Guns N’ Roses om met een even zo goed, of nog beter, vervolgalbum (GN’R Lies niet meegerekend) op de proppen te komen. Toch is dat met de twee zeer goed rockplaten Use Your Illusion I en II wel gelukt. Misschien was het echter beter geweest om van de twee delen één album te maken met daarop de beste songs van beide platen. Wellicht was Use Your lllusion dan, net zoals Appetite For Destruction, een waar meesterwerk geweest…

 Use Your Illusion I en II betekenen een verandering in de sound van Guns N’ Roses, want de songs op deze twee albums vertonen een meer volwassen aanpak en er worden invloeden van blues, klassieke muziek, heavy metal, punk, rock en klassieke rock ‘n’ roll in de muziek verwerkt. Nieuwe drummer Matt Sorum (ex-The Cult) zorgde voor een ander drumgeluid en ook het feit dat op een aantal nummers de leadvocalen niet door Axl werden verzorgd had invloed op de sound.  Zo zingt Izzy Stradlin op Dust N’ Bones, You Ain’t The First, Double Talkin’ Jive en 14 Years en verzorgt Duff McKagan de zang tijdens So Fine.

Use Your Illusion I bevat zestien nummers en heeft een speelduur van maar liefst 76 minuten! De teksten zijn zeer direct, controversieel, provocerend en agressief te noemen; neem bijvoorbeeld een citaat uit Bad Obsession: “I call my mother, she’s just a cunt now” en de toon is gezet. Andere opvallende, veelzeggende titels zijn o.a. Right Next Door To Hell, Back Off Bitch en Don’t Damn Me.

Muzikale hoogtepunten van Use Your Illusion I zijn Coma, het langste nummer van het album, The Garden (met een geweldige slide-solo van Slash en vocale assistentie van Alice Cooper), Back Off Bitch (een heerlijke agressieve up tempo Guns-rocker) en de openingstrack Right Next Door To Hell, een uptempo, bijna punkrock-achtige song. De bekendste nummers zijn natuurlijk het melodramatische en zeer succesvolle November Rain, dat wat mij betreft net iets te lang duurt, de powerballad Don’t Cry (zeer succesvol als single) en de Wings-cover, tevens tweede single van het album, Live And Let Die.

Don’t Cry (met Shannon Hoon van Blind Melon als backing vocalist), Estranged en November Rain vormen een zogenaamde muzikale trilogie, gebaseerd op een kort verhaal van Del James getiteld Without You. De single Don’t Cry haalde in Ierland de eerste plaats, maar piekte in Amerika slechts op 10 en in Engeland op 8; November Rain deed het als single iets beter, met een derde plaats in Amerika en een vierde in Engeland. Live And Let Die deed het als single niet zo goed met een 20ste plek.

Use Your Illusion II is muzikaal gezien nog beter dan I, want vooral songs als Civil War, de cover van Knockin’ On Heaven’s Door, Get In The Ring, Locomotive, Estranged en You Could Be Mine behoren tot de beste Guns N’ Roses-nummers ooit! Tekstueel verschilt UYI II ook nogal van I, want de teksten van o.a. Civil War, Knockin On Heaven’s Door en Get In The Ring op 2 zijn nogal politiek getint.

 In de openingssong Civil War is de oude drummer Steven Adler nog te bewonderen en dit nummer is een van de muzikale hoogtepunten van Use Your Illusion II: geweldige zang van Axl, heerlijke gitaarriffs en solo’s van Slash en een zeer goede tekst: “What is so civil about war anyway?”, vraagt Axl op het einde. Ook bekend is het fantastische, agressieve You Could Be Mine. Dit nummer was de eerste single van Use Your Illusion II en het nummer, gecomponeerd door Rose en Stradlin, werd uitgebracht als soundtrack voor de film Terminator 2: Judgment Day. You Could Be Mine gaat trouwens over de mislukte relatie van Stradlin en zijn vriendin. De single was vooral in Engeland succesvol, met een derde plaats in de hitparade.

Get In The Ring is een ander hoogstandje van Use Your Illusion II, met heerlijk gitaarwerk  van Slash. Estranged, gecomponeerd door Rose, is na Civil War muzikaal gezien het beste nummer, want vooral de gitaarmelodieën en solo’s van Slash bezorgen kippenvel.

 


Crimson Glory – Strange and Beautiful

Jaar van Release: 1991

Label : Roadrunner

Het is 1991. Je bent op vakantie en je ziet de nieuwe cd van Crimson Glory liggen en deze neem je natuurlijk mee. Je moest het nieuwe album van Crimson Glory kopen en je besloot om “play” te drukken en eindelijk krijg je het  voor het eerst te horen.

Het is niets zoals je verwachtte. Er is hier geen heavy / power / prog metal. Er is tribal-drumwerk van een nieuwe Indiase gozer die iedereen een goed ritme geeft door etnisch en los te klinken. Er zijn gospelvocalen, riffs van Jon Drenning, die eruit lijken te zijn gehaald uit de bovenste lade van Led Zeppelin. Zelfs Midnight doet je denken aan Robert Plant in zijn topdagen. De bas is zeer hoorbaar en groovy; soms klinkt het als de bassist Vlo van Red Hot Chili Peppers ! En, ten slotte, de keyboardpartijen, Jon Lord zou trots zijn, en dit zegt alles.

 Wanneer het album beluisterd is, kun je niet zeggen of je het leuk vindt of niet. Is dit dezelfde band die Crimson Glory en Transcendence heeft gemaakt ? Zijn ze uitverkocht? Je moet opnieuw luisteren. Je drukt nogmaals op “play” en deze keer open je het boekje. De teksten zijn obscuur en ze praten over lust en liefde, behalve “Starchamber”, die een sample uit 2001 is. Gedurende het grootste deel van het album heb je zin om te dansen … wat is er aan de hand? Dit moet Crimson Glory zijn. Je kijkt nog of de muzikanten echt wel dezelfde zijn. Hierin zijn geen onoverkoombare verschillen.

Nog een paar luisterbeurten, ga je het album meer en meer waarderen. Je had gehoopt op een Transcendence deel II, maar de heren zijn een andere weg ingeslagen. De verwachting is anders en dan ga je toch in eerste instantie anders luisteren en dat is allemaal logisch. Het is de soundtrack van de ervaring die je had kunnen hebben in de jungle. De goedkope ballads waardoor je je schuldig voelt omdat je ervan geniet, klinkt alsof ze zijn geschreven voor dat meisje met de donkere huid dat je hebt ontmoet. Dit is compleet anders dan de Crimson Glory die je vroeger kende. Om het te waarderen, moet je je geest openen.



Van Halen –  For Unlawful Carnal Knowledge

Jaar van Release: 1991

Label : Warner Bros

Op 18 juni 1991 wordt het album For Unlawful Carnal Knowledge van de Amerikaanse rockband Van Halen uitgebracht op het Warner Brothers-label. Het album is vooral bekend om de bewust provocerende afgekorte titel: F.U.C.K. Het is het negende studioalbum van de band en het derde met zanger Sammy Hagar en tevens de opvolger van OU812 uit 1988. De plaat werd zowel op cd als op vinyl als op cassette uitgebracht.

De albumtitel kun je vertalen als ‘voor onrechtmatige vleselijke (of wulpse, geile, wellustige) kennis’ en schijnt volgens meerdere bronnen uit de Middeleeuwen afkomstig te zijn en doorgaans werd dan de afkorting fuck gebruikt, i.p.v. de volledige uitdrukking. Sammy Hagar schijnt de titel bedacht te hebben om een bewust provocerende titel te gebruiken. De tournee die de band na de release ondernam kreeg de naam F.U.C.K. ‘n’ Live mee.

De opnames voor het album werden tussen maart 1990 en april 1991 in de eigen 5150 Studio in Studio City, San Fernando Valley, Los Angeles, California, gemaakt. De productie werd gedaan door Andy Johns, Ted Templeman en Van Halen zelf. Omdat Sammy Hagar niet zo graag met Johns werkte, werd Templeman weer gevraagd, waarna deze de rest van de productie deed. Templeman was ook de producer van de eerste zes Van Halen-albums en van Sammy’s eerste soloplaat.

De muziek op F.U.C.K. gaat weer terug naar het vertrouwde gitaar-georiënteerde heavy werk van de band; op de voorganger waren het vooral synthesizers die domineerden. Op dit album zijn de meeste toetsenpartijen die van de piano. Alle elf songs op het 52:02 minuten durende album zijn geschreven door Eddie van Halen, Sammy Hagar, Michael Anthony en Alex van Halen. Zij zijn ook de muzikanten op de plaat, er doet slechts één sessiemuzikant mee: Steve Lukather, maar hij speelt géén gitaar. Hij verzorgt de backing vocals in de song Top Of The World.

Op het album staan de volgende songs: de opener is Poundcake, gevolgd door Judgement Day, Spanked, Runaround, Pleasure Dome, In ‘n’ Out, Man On A Mission, The Dream Is Over, Right Now, de korte instrumental 316 en afsluiter Top Of The World. De recensies waren niet echt positief te noemen. De songs die er kwalitatief uitspringen zijn Poundcake, Right Now en Top Of The World, de rest is volgens velen maar middelmatig. Maar liefst zes van de songs werden op single uitgebracht: Poundcake, Right Now, Runaround, Top Of The World, Man On A Mission en The Dream Is Over. Op de Amerikaanse Album Rock Tracks lijst behaalden de eerste vier de eerste en tweede plaats, de anderen scoorden iets minder.

Het album kwam in de VS op nummer één van de Billboard albumlijst binnen en bleef daar drie weken staan. In 1991 ontving Van Halen een Grammy Award voor het album in de categorie Best Hard Rock Album. Voor de verkoop van drie miljoen exemplaren kreeg de band drie keer platina. In Canada ook platina, voor de verkoop van 100.000 exemplaren, terwijl in het Verenigd Koninkrijk een zilveren plaat (60.000 exemplaren) werd ‘gewonnen’. In ons land werd nummer 22 op de albumlijst bereikt; daarin stond F.U.C.K. twaalf weken.



Angelica – Rock Stock & Barrel

Jaar van Release: 1991

Label : Intense Records.

Rock Stock & Barrel is Angelica’s 3e album en een van de 1e religieuze bandjes die via Ecovata werd besteld, vanwege recensies, zonder het vooraf te hebben geluisterd. Was aanvankelijk om een ​​of andere reden teleurgesteld in deze release. Vond dat de gitaartoon zwak was in vergelijking met andere vergelijkbare bands en dat de productie te glad was, luister maar naar Walkin ‘In Faith hun eerdere album .

Snel vooruitspoelen 1 jaar later & opnieuw geluisterd. Hoewel de gladde productie begon ik het album beter te waarderen. Wat mij betreft heeft dit een betere, meer gevarieerde songwriting dan Walkin ‘In Faith (iets dat dat album een ​​stuk beter maakte), en heeft het een interessantere zanger in Drew Bacca. Drew heeft veel meer persoonlijkheid & overtuiging in zijn zang dan Jerome Mazza ooit deed, wat deze nummers op zijn beurt meer kleur geeft.

Toch is dit een redelijk album, geen topper. Favoriete nummers zijn “The Fire Inside”, “Cover Me” met zijn akoestische intro en bluesy getinte, “Home Sweet Heaven” met zijn interessante riff, “Keep Pushin ‘On” met zijn hoge energie en “Rhyme and Reason” met zijn geweldige groove. Natuurlijk zou geen Angelica-album compleet zijn, zonder dat Dennis Cameron de kans krijgt om een ​​beetje te shredden, en we krijgen dat in “Bumble Boob Groove”, een gitaarinterpretatie van het klassieke stuk ” Flight of the Bumblebee “, evenals een instrumentaal versie van “Oh, Canada”


Badlands – Voodoo Highway

Jaar van Release: 1991

Label : Atlantic Records.

Badlands was een van de meest onderschatte bands van de late jaren ’80 en de vroege jaren ’90. Ik beschouw hun eerste album als een klassieker in zowel stijl als inhoud. Het was een solide hardrock-aanbod, met alles van rechtuit hair metal (“Dreams In The Dark”) tot Zeppelin- geïnspireerde bluesriffs (“Winter’s Call” en “Devil’s Stomp”). Jake E. Lee stelde een geweldige line-up samen, inclusief drummer Eric Singer ( KISS , Alice Cooper ) en de in Toronto geboren Greg Chaisson op bas, die later kort bij Lee ’s draaideur van personages in Red Dragon Cartel zou komen . Voor Voodoo Highway zou Singer op drums worden vervangen door Jeff Martin , die eerder speelde met George Lynch en Michael Schenker . Waarschijnlijk was de beste pick-up van de bende de voormalige Black Sabbath- leadzanger Ray Gillen .

Het debuutalbum van Badlands raakte # 57 op de Billboard Hot 100. Respectabel, maar de platenmaatschappij (Atlantic Records) dacht dat ze het beter konden doen. Onder een reeks van interne strijd, stelde Atlantic in 1990 voor dat Jake E. Lee samen schreef met Desmond Child , de hitmachine die verantwoordelijk was voor enkele van de grootste successen uit de late jaren 80 door KISS , Bon Jovi , Areosmith , Alice Cooper , Ratt , enz. enzovoort. De inbreng van Child werd afgewezen door de band, en Badlands concentreerde zich in plaats daarvan op een op blues gebaseerd hardrockalbum. Kort nadat de Voodoo Highway- tour was voltooid, liet Atlantic Badlands vallen vanwege slechte recordverkopen en een slechte relatie tussen bandleden. In december 1993 stierf Ray Gillen aan complicaties als gevolg van aids.

Maar hoe zit het met Voodoo Highway ? Iedereen die nog een single “Dreams In The Dark” verwacht, zal ernstig teleurgesteld zijn. Het valt me ​​op dat Voodoo Highway een logische ontwikkeling is voor een band die wil uitbreiden op “Winter’s Call” of “Dancing On The Edge”. Het is vakkundig geschreven en uitstekend uitgevoerd. “Soul Stealer” en “Love Don’t Mean A Thing” gaan meer in die trend, maar minder in het gehoor liggend. ering als schrijver en performer.

Het album wordt afgewisseld met korte nummers zoals het Amerikaanse stuk ‘Voodoo Highway’, het akoestische ‘Joe’s Blues’ en het soulvolle ‘In A Dream’. Sommigen noemen dit misschien opvulmateriaal. Ze fungeren als achtergrond voor grotere dingen die komen gaan en bepalen de toon voor het hele album. Zonder “Joe’s Blues” zou de openingsriff van “Soul Stealer” niet het nummer zijn die het is.

Vind dat zelfs de cover van James Taylor “Fire And Rain”  een van de hoogtepunten op het album is.

Je zou je heel erg vergissen als je aanneemt dat Red Dragon Cartel het toppunt is van de carrière van Jake E. Lee . Integendeel. Voodoo Highway gaat verder dan de hair metal om terug te gooien naar Led Zeppelin en hardrock uit de jaren 70. Het album werd serieus over het hoofd gezien in 1991, en nu vind ik hetzelfde album “te koop” via Amazon.com voor meer dan $ 300!


Tesla – Psychotic Supper

Jaar van Release: 1991

Label : Island

Psychotic Supper van Tesla van de stortvloed aan “hairbands” die de rockscène eind jaren tachtig bevolkten, was Tesla misschien wel de meest getalenteerde en interessantste. De band componeerde nummers die dieper en minder formeel waren en een iets betere dynamiek hadden dan de klonen van Poison of Mötley Crüe. Tegen de tijd dat de band begon aan de opnames van het derde studioalbum, Psychotic Supper in 1991, leken ze klaar om naar het topniveau van populaire rockbands aan te gaan. Hun vorige studioalbum, Great Radio Controversy in 1989, was al een fantastisch album met enkele hits in de hitparade en werd ook als een topalbum door menig criticus beschouwd. Dit werd gevolgd door de live Five Man Acoustical Jam , die de band op de hoogte bracht van de stijgende trend van het uitvoeren van uitgeklede versies van zwaardere songs in een intieme setting. Met die opstelling wilde de band het met deze release dit verder uitbouwen.

 Maar Psychotic Supper leed zwaar onder de tijd en plaats in de rock-and-roll-scene. Het werd uitgebracht binnen 30 dagen na twee van de meest invloedrijke albums van het decennium dat uit de grunge-scène van Seattle komt – Pearl Jam’s Ten en Nirvana’s Nevermind , die allebei een fenomeen zouden worden in de komende jaren. Om de tegenslag te verzachten, werd het album van Tesla ook uitgebracht binnen 30 dagen lang verwachte albums van gevestigde artiesten: Metallica’s titelloze (zwarte) album en Guns n Rose’s duo-realease van Use Your Illusion I en Use Your Illusion II

Het album bevat een meer uitgeklede productiemethode (dan in de jaren tachtig wordt toegepast) en een paar overdubs om het een sfeer van legitimiteit en live feel weer te geven. Het is de bluesachtige, akoestisch getinte benadering van de band op zijn hoogtepunt, met slechts een vleugje genotzucht die misschien het geluid in een jaar van radicale verandering in rock n ‘roll verder heeft’ gedateerd ‘.

“Call It What You Want” is een van de meest opvallende songs waarbij het humeurige en melodieuze intro verandert in een opwindend, vrolijk thema met dynamische zang en sonisch aangename gitaaraccenten. Hun thema moet eigenlijk  ‘Edison’s Medicine’ zijn geweest, dat het verhaal vertelt over de beroemde uitvinder Thomas Edison en zijn minder bekende (maar even briljante) rivaal Nikola Tesla, de naamgenoot van de band.

“Song and Emotion” is een bijna bluesy vertolking op gepickte elektrische leiding door de soulvolle zang van Keith. Het nummer werkt langzaam naar binnen voordat het in een zwaarder ritme explodeert, terwijl het toch zijn oorspronkelijke gevoel behoudt. “Governmentpersonel” is een pure akoestische, die nauwelijks een minuut duurt, maar nog steeds erg vermakelijk is. De zeer suggestieve “Toke About It” maakt gebruik van Van Halen-achtige showmanship-rock .

“What You Give” is het meest memorabele volkslied van Psychotic Supper , vooral vanwege het samenspel tussen Frank Hannon op akoestisch en Tommy Skeoch op elektrische gitaren. Het lied zelf is een filosofisch onderzoek naar relaties die opzettelijk langzaam ontwikkelen om de vocale prestaties te accentueren, evenals de eigen fijne opstelling.

Enkele van de zwaardere materialen op het album zijn onder meer het rijdende, accentzware en toepasselijk getitelde ‘Do not De-Rock Me’ en het standaardvoordeel ‘Had Enough’ met enkele bluesy-edged leadgitaren.

Tesla past nooit helemaal in een specifieke doos voor zover het genre gaat, en helaas heeft dit de band er niet van weerhouden in retrospectieve kritiek terecht te komen. In de late jaren tachtig liepen ze een stap voor op de (wat toen werd beschouwd) “heavy metal” scène en in de vroege jaren negentig waren ze niet melodramatisch genoeg om te profiteren van de grunge of alternatieve golven die de rockwereld overspoelden. Psychotic Supper was in feite de “laatste toer” van de band. Na hun volgende album, Bust a Nut in 1994, begon de band aan een zes jaar durende “hiatus” om de eeuw te sluiten, die bijna het einde van het productieve deel van hun run op roem beëindigde.


 

Europe – Prisoner in Paradise

Jaar van Release: 1991

Label : Epic

De echte diehard fans zullen het een goed album vinden, en toegegeven dat er een paar goede nummers op staan. Tegen die tijd was Europe echter zijn identiteit kwijt. Ze streefden nu openlijk naar een commercieel Amerikaans geluid, en dat is te zien. De finesse van het oude Europe was nu alleen hoorbaar op een handvol nummers.

Altijd een zwak gehad voor Europe en kon niet wachten op het vijfde album. Drie jaar in de wacht, toen Prisoners of Paradise eindelijk uitkwam. Geproduceerd door Beau Hill (een van mijn minst favoriete producers aller tijden, verpest bijna elke band waarmee hij samenwerkte. Europe beloofde een “zwaarder” album, en in zekere zin heeft dit meer gitaren. Zwaar is echter niet het woord dat ik zou hebben gekozen. Het album is overgeproduceerd, overgepolijst en gekunsteld. Op een paar opmerkelijke uitzonderingen na vallen de riffs niet op en verdrinken de nummers gewoon in een moeras dankzij de productie van Hill.

‘All Or Nothing’ (mede geschreven door Eric Martin van Mr. Big), het openingsnummer, is hier een goed voorbeeld van. Ja, natuurlijk, het is gebaseerd op gitaren in plaats van toetsen. Dit is echter een popnummer! Nummer twee, “Halfway to Heaven”, mede geschreven door Jim Vallance klinkt precies als Roxette. “I’ll Cry For You” is een overgeproduceerde ballad. Geen wonder dat de band hun latere akoestische weergave ervan prefereerde. “Little Bit Of Loving” is gewoon een slecht nummer, te Amerikaans klinkend voor deze band, niet waardig voor de naam Europe. ‘Talk To Me’ is niet slecht, en ‘The Seventh Sign’ is op zijn minst zwaarder, maar geen bijzonder memorabel nummer.

 Dat eindigde op een van het originele album. Kant twee begon met het eerste echt goede nummer, “Prisoners in Paradise”. Dit ballad-achtige volkslied is nog steeds overgeproduceerd, maar het ademt tenminste en is onweerstaanbaar aanstekelijk.

“Bad Blood” is slecht. “Homeland” is niet slecht, en zou kunnen passen op het vorige album Out Of This World . Het is een fatsoenlijk nummer, en de teksten klinken in ieder geval oprecht en niet gekunsteld. Dit wordt echter gevolgd door het absoluut slechtste nummer “Got Your Mind In The Gutter”. We zijn bijna aan het einde en “Til My Heart Beats Down Your Door”, hoewel een beetje te zacht, maar geeft de burger weer goede moed.

Europe had in ieder geval de klasse om één klassiek geweldig nummer te schrijven en het album daarmee af te sluiten: “Girl From Lebanon”. Het groeit, maar niet op een manier zoals de rest van het album. Het refrein is onweerstaanbaar. Het is een geweldig nummer en eindigt het album toch nog goed.


Black Sabbath – Dehumanizer

Jaar van release: 1992

Label : EMI 

Black Sabbath vierde grote successen met Ozzy Osbourne en Ronnie James Dio achter de microfoon. Na het vertrek van Dio tijdens het mixen van het live album ‘Live Evil’ werd na een rumoerige periode met eerst Glenn Hughes, daarna de getalenteerde Amerikaan Ray Gillen en uiteindelijk Tony Martin als nieuwe zanger. Met hem maakte Black Sabbath een aantal kwalitatief goede platen, maar succes bleef uit. Begin jaren negentig haalden Iommi en Butler daarom Dio terug en nam met hem ‘Dehumanizer’ op. Het werd een hele behoorlijke plaat met uitschieters in het meesterlijk gezongen ‘Master Of Insanity’, het werkelijk loodzware ‘Buried Alive’, ‘I’ en ‘Too Late’. Het album oogstte matige kritieken en flopte volledig. De redenen waren legio: in 1992 werden hardrock bands uit de jaren zeventig gezien als lompe dinosaurussen, heerste grunge en hadden de muziekmedia vooral oog voor de titanenstrijd tussen Metallica en Guns N’ Roses. De hernieuwde samenwerking met Dio duurde slechts één album en zou pas zestien jaar later weer worden voortgezet onder de naam Heaven & Hell nadat Ozzy in een schimmige juridische strijd de rechten op de naam Black Sabbath had verworven.

Toegegeven, met uitzondering van ‘Master Of Insanity’ staan er geen krakers op van het niveau zoals die op ‘Heaven & Hell’ of ‘Mob Rules’ stonden, maar de hoekige riffs en de zang van Dio zijn toch heel behoorlijk. Een herwaardering van dit album lijkt op zijn plaats. Nu Dio tussen zes planken ligt, lijkt die kans uiterst reëel.


 

Damn Yankees – Don’t Tread

Jaar van Release: 1992

Label : Warner Bros

Na het zegevierende dubbele platina-debuut vervolgde Damn Yankees hun reis met “Don’t Tread”. Hoewel niet zo succesvol als hun eerste album, wordt deze tweede release nog steeds beschouwd als een geweldig vervolgalbum, dat een platina oplevert en verschillende hits heeft voortgebracht, waaronder de ballads “Where You Goin ‘Now” en “Silence Is Broken”.

“Don’t Tread On Me” is waarschijnlijk voor velen het meest favoriete nummer van het album, dat een energieke rock uitvoering op gang bracht en het nummer genoot van een uitgebreide belangstelling tijdens de Olympische Spelen van Barcelona in 1992. Ik herinner me nog steeds dat ik “Where You Goin’ Now” hoorde voor de eerste keer op de radio. En haastte me naar de winkel om dit album te kopen, en na bijna 20 jaar klonk het nooit oud en bleef het een goed nostalgisch geheugen terugbrengen. “Silence Is Broken” is een andere melodische rockballad met een ongelooflijk goede harmonieën. “Firefly” is hot als de hel en schiet hoog op met de dodelijke vocale lagen. “Someone To Believe” is als een alternatieve geripte versie van “Coming Home”, alleen deze keer is het zwaarder.

Ik moet toegeven dat dit hele album het superieure debuut niet kan verslaan, en ondanks de slechte cover en een paar zwakke nummers, heb ik nog steeds “Don’t Tread” gemarkeerd als een sterk album uit de jaren 90.


Bride – Snakes In The Playground

Jaar van Release: 1992

Label : Starsong

‘Rattlesnake’, het eerste nummer van de release van Bride uit 1992, Snakes In The Playground . Toen ik deze plaat voor het eerst hoorde, hield ik van bands als Petra, Whiteheart en Stryper. Met alle respect voor die bands was Bride op een andere leest geschoeid.

Snakes In The Playground had iets dat de meeste christelijke rockplaten op dat moment niet hadden – agressie. De hele zaak was agressief. De muziek, de teksten en de hoge toon van Dale Thompson waren agressief. En dat is een van de dingen die deze plaat zo bijzonder maken.

Muzikaal staat het album vol met geweldige gitaarriffs waar elke band trots op zou zijn – seculier of christelijk. Er is ook een overvloed aan verzengende gitaarsolo’s verzorgd door Troy Thompson. Het is recht toe recht aan rock n ‘roll. Bride was niet bang om gevoelige onderwerpen aan te nemen en deed dat met een botte eerlijkheid en realisme die destijds voor veel luisteraars van christelijke muziek nieuw was. “Picture Perfect” schetst een beeld van de neerwaartse spiraal van een jong meisje en bevat de grafische lijn over abortus. En in “Don’t Use Me” geeft Dale Thompson een even grafisch verhaal over drugsmisbruik en de gevolgen ervan, en wijst naar Jezus als de enige uitweg uit dergelijke omstandigheden. In ‘Love, Money’ nemen ze het onderwerp immigratie aan, zelfs jaren voordat het zo’n hot politiek probleem werd.

Het slechtste nummer dat ik zou zeggen is “Somethings Never Change”, omdat het behoorlijk saai is en niets te bieden heeft. We krijgen twee prachtige ballades namelijk ‘I miss the rain’ die verschilt niet van die 80’s powerballads en het gaat meer in de lijn van Bon Jovi en Poison. ‘Goodbye’ is de andere ballade en het is piano georiënteerd zoals ‘Home Sweet Home’ van Motley Crue, maar deze heeft alleen piano. De vocale melodieën zijn goed uitgevoerd, gezien het feit dat ze tot nu toe geen ballads hebben gehad op hun 4 vorige albums. Een ander ding dat je zal opvallen is dat ze begonnen te experimenteren met veel meer geluiden en instrumenten net als Guns ’N Roses op het album Use Your Illusion I en II. Zoals bovengenoemd zijn er een paar nummers die er uitspringen, voor de rest is het vrij middelmatig voor mij.


Def Leppard – Adrenalize

Jaar van Release: 1992

Label : Mercury

1992 en het muzikale landschap is veranderd! Ik hoef niet uitgebreid uit te leggen, maar de gebruikelijke muzikale rockgenre vaart een andere koers. In de jaren 80 toen er grote deals werden gesloten om dat “hard” rock in is, trekt ook een aantal muzikanten\bands aan, die alleen maar een graantje willen meepicken. Hierdoor raakte de markt oververzadigd.

De band uit begin jaren 80, met een sublieme voorganger in Hysteria, krijgt een dubbele moeilijke opgave, want de grote koning van de riffs, de heer Steve Clark, stierf in januari 1991! Voor mij en sommige anderen, deed ook de kwaliteit van de liedjes! Dus als mijn geheugen mij correct is, werden vijf nummers op Adrenalize samen geschreven door Clark Dat was eigenlijk achteraf het teken geweest, maar hier nu zijn we jaren later en je eindelijk ontdekt hoe belangrijk Clark voor Leppard was.

 “Let’s Get Rocked” – OK, ik moet toegeven. Toen dit werd uitgebracht als de eerste single, vond ik dit nog niet zo gek, maar ook geen topnummer als single uit te brengen. Het is vrij duidelijk dat dit een voortzetting is van Hysteria en dat hebben velen van de bands dit gedaan. De drums met dank aan Allen hebben het grote percussiegeluid en Phil Collen flitst met diverse gitaar solo’s en een man, dat is waar Steve Clark wordt gemist. Terwijl Clark de echte gitaarslinger was, speelde hij niet zo veel dezelfde gitaarlijnen als Collen, maar meer firtuoos – meer impact zou je kunnen zeggen.

 “Heaven Is” – Leppard weet dat het allemaal om airplay en videoplay gaat en dat is wat ‘Heaven Is.’ De ‘Heaven Is’ is een rechttoe rechtaan rocknummer.

“Make Love Like A Man. De vibe van het deuntje is goed met het gebruik van de percussieve beats van Allen.

 “Tonight” – Dit is ook een goed nummer. Natuurlijk, het is typisch Lep- voer, maar het is een goed gemengd stuk melodieuze rock met zowel akoestische als elektrische gitaren.

“White Lightning” Dit is een grote explosie van tribute rock voor hun gevallen kameraad! Episch bouwliedje beginnend met een solo en als Joe en jongens meer van dit soort hadden gedaan op Adrenalize , dan zou ik er helemaal voor zijn geweest!

“Stand Up (Kick Love Into Motion) moet bekennen dat het achteraf een best goed geschreven nummer is.

“Personal Property” een behoorlijk fatsoenlijke rocker op de oude Leppard stijl.

 “Have You Ever Needed Someone So Bad” een nieuw geluid smeden met de schrijfstijl op Hysteria, maar hier proberen ze het te dupliceren en te verslaan, Te voor de hand liggend … niet erg origineel.

 “I Wanna Touch” na het vorige nummer niet een nummer die meteen aanslaat.

“Tear It Down” een beetje recht toe recht aan nummer ala Ac/dc, dit is toch iets beter dan de nummers 8 en 9 op de plaat.

Tot slot, interessant verslag als je op de historische feiten terugkijkt met de tragische gebeurtenis in je hoofd van je bandlid, die overlijdt, wanneer je midden in het schrijfproces zit van het album. Half geschreven met Clark en de andere helft niet! We moeten gewoon vooruit. Tot voor kort had ik niet echt naar dit album geluisterd. Het is alsof je tegen iemand aan stoot die je al lang niet meer hebt gezien en je wordt ingehaald en gaat dan verder. Dat is wat Adrenalize voor mij is!


 

1st Avenue – Tears And Triumph

Jaar van Release: 1992

Label :  Indisc

Debuutalbum van deze Nederlandse AOR band.

Voor de geschiedenis van deze Nederlandse AOR-band moeten we teruggaan naar het jaar 1987. Keyboard speler Robert Kempe (later bekend als Robby Valentine) had net de band verlaten en besloot om een AOR-project te starten. Op zoek naar een geschikte zanger stuurde hij een demo met een aantal van zijn nieuwe liedjes naar Peter Struijk (alais Peter Strykes), die de nodige ervaring opgedaan had in bands als Horizon, Vandenberg en Avalon. Toen hij een moeilijke tijd achter de rug had, was Struijk niet zo enthousiast om in het begin bij Kempe aan te sluiten, maar de kwaliteit van het materiaal haalde hem over. Vanaf dat moment ging het behoorlijk snel voor 1st Avenue, met gitarist Gil Lopez, bassist Arko Bommer en drummer Nop Ton hiermee is de line-up compleet. Er was veel chemie tussen Kempe en Struijk en in een periode van slechts drie maanden werden meer dan twintig nummers geschreven.

Een tweede try-out (in januari 1988) was van doorslaggevend belang voor de nieuwe band. Producer Okkie Huysdens behoorde tot de aanwezigen en stelde voor om drie liedjes op te nemen door Rob & Ferdi Bolland. Als zeer succesvolle muzikanten zelf, werden de Bolland broers ook bekend als producers en muziekuitgevers. Met hun hulp, was 1st Avenue in staat om een deal te ondertekenen voor twee albums met het Indisc label kort hierna.

Hierna gaat het fout tussen Struijk en Kempe en moesten ze op zoek naar een vervanger deze wordt gevonden in toetsenist Joby Bosboom.

Zodra dat line-up probleem werd opgelost, begon een lange periode van schrijven, opnemen en selecteren van materiaal voor het debuut album. Na vier jaar was het debuutalbum “Tears and Triumph” eindelijk klaar voor release in april 1992. Met de singles “Heaven in your Arms” en “Once in A Million Years” (twee uitstekende ballads), werd het album gepresteerd.


 

Casanova – Casanova

Jaar van Release: 1992

Label : Tribunal Records

Tribunal Records heeft op 13 april een releasedatum vastgesteld voor de heruitgave van het 1990-titelloze debuutalbum van de Duitse hardrockband CASANOVA .

Hoewel CASANOVA misschien geen begrip is geworden in de hardrockscene van de jaren 90, was het niet vanwege een gebrek aan geweldige nummers en drive om te slagen.

De wortels van CASANOVA begonnen in zulke klassieke en gewaardeerde Duitse hardrock / heavy metal bands zoals MAD MAX en WARLOCK .

Gevormd in 1990 toen WARLOCK- superproducent Henry Staroste Michael Voss en Michael Eurich samenbracht , verkocht CASANOVA ’s debuutalbum uiteindelijk 170.000 exemplaren.

“Casanova” is al jaren uitverkocht en is tot nu toe nooit in de Verenigde Staten uitgebracht. Met de voorraad die in de loop der jaren is afgenomen, is de prijs voor het verkrijgen van een origineel exemplaar van “Casanova” omhooggeschoten naar prijzen boven de $ 100. Dus omdat het 20-jarig jubileum van de band is, heeft Tribunal besloten om een ​​nieuwe luxe editie van het album te presenteren die niet alleen geremasterde audio, maar zeven bonusnummers bevat.

Het album begint sterk met het nummer Don’t Talk About Love, een lekkere melodieuze hardrocksong. In het zelfde straatje liggen de nummers Burning Love en  Living A Lie. Met The Girl Is Mine is de eerste compositie die wat tegenvalt, qua melodie en zang en heeft niet veel om handen. Met Rome Burns krijgen we een akoestisch niemendalletje. Met Love Lies keert de groep weer terug in lijn als het openings nummer, een lekkere hardrocknummer in de trant van het oude Bon Jovi. Dan volgen er drie mindere tracks, Bang Bang, Sticky Sweet en  Back To The Wall, daarna sluit de band met  Ride The Wings Of Freedom, Hollywood Angels en Heaven Can Wait gelukkig weer af zoals ze zijn begonnen. Over het algemeen een lekkere meebruller in het genre melodieuze hardrock/AOR.


Aerosmith – Get A Grip

Jaar van release: 1993

Label: Geffen 

Het duurde vier jaar voordat Aerosmith op 20 april 1993 met de opvolger van het succesalbum Pump kwam, maar het resultaat was het wachten meer dan waard. Get A Grip, met de beroemde uierpiercing op de cover, werd het eerste nummer 1-album van de band in Amerika en bracht een reeks hitsingles voort.In 1986 blies de nieuwe versie van Walk This Way door Aerosmith en Run-D.M.C. de carrière van de hardrockers nieuw leven in, nadat deze in de loop van de jaren tachtig een beetje was ingezakt. De band maakte de twee uiterst succesvolle albums Permanent Vacation (1987) en Pump (1989), waarvan hitsingles als Dude (Looks Like A Lady) en Love In An Elevator getrokken werden.De bandleden namen een kleine pauze voordat ze in 1992 met de opnames van Get A Grip begonnen. Voor het schrijven en uitvoeren van de tracks had Aerosmith een groot aantal beroemdheden aangetrokken. Zo schreven behalve Steven Tyler en Joe Perry onder anderen Jim Vallance (bekend van vele Bryan Adams-hits), Tommy Shaw van Styx en Desmond Child mee aan de tracks. Megaster Lenny Kravitz was niet alleen co-auteur van het nummer Line Up, maar was er zelf ook in te horen. Eagles-ster Don Henley zong mee in de hit Amazing. Behalve dat schitterende lied hadden ook Cryin’, Eat The Rich, Livin’ On The Edge en Crazy veel succes in de charts, mede dankzij de memorabele videoclips. Voor drie van deze video’s werd de net ontdekte jonge schoonheid Alicia Silverstone gecast.Ondanks het succes van de singles biedt Get A Grip meer dan alleen hits. De titeltrack en Shut Up And Dance zijn bijvoorbeeld niet te missen rocksongs en Joe Perry staat even in de spotlight in het door hem gezongen en geschreven Walk On Down. Overigens opent het album met een vierentwintig seconden durend intro, waarin een knipoog naar Run-D.M.C.’s versie van Walk This Way zit. Get A Grip sluit af met de wat overbodige korte bluesy instrumental Boogie Man.Een album van het niveau Toys In The Attic (1975) of Rocks (1976) heeft Aerosmith nooit meer gemaakt. Toch is Get A Grip een sterke rockplaat vol klassiekers, waarvan Livin’ On The Edge onze favoriet is.  Het was ook het laatste reguliere album op het label Geffen. De band nam wederom vier jaar de tijd voor de opvolger Nine Lives, uitgebracht door Columbia Records. Wel verscheen in 1994 nog de compilatie Big Ones, met enkele nieuwe tracks en het beste van Permanent Vacation, Pump en Get A Grip verzameld. Ook al zijn die drie platen allemaal sterk genoeg, stiekem is Big Ones de beste Aerosmith-cd die de band in zijn meest commerciële periode heeft uitgebracht.

 


Rush-Counterparts

Jaar van release: 1993

Label : Atlantic Records 

Counterparts is het vijftiende studio album van het Canadese supertrio Rush en het kwam op 19 oktober 1993 op de markt.

Counterparts wordt door sommige fans en critici gezien als het beste Rush-album van de jaren negentig. Succesvol was het album in ieder geval, want in Amerika behaalde de plaat de tweede plaats in de Billboard 200 en moest het alleen Pearl Jam’s Vs. voor zich dulden. Counterparts is in tegenstelling tot de vorige twee albums Roll The Bones (1991) en Presto (1989) weer een echt gitaaralbum. De sound op Counterparts, geproduceerd door Peter Collins, is weer heavy, rocky en back to basics Rush materiaal: dus: gitaar, basgitaar, drums en zang. Tooningenieur Kevin Shirley heeft bij Counterparts ook een behoorlijke duit in het zakje gedaan waardoor Alex, Geddy en Neil weer klinken zoals vanouds.

De teksten zijn natuurlijk weer allemaal van drummer Neil Peart, behalve Between Sun & Moon, dat Pye Dubois als co-schrijver heeft. De teksten van de nummers op Counterparts zijn allemaal redelijk donker, somber, emotioneel en melancholisch; luister maar eens goed naar The Speed Of Love (een emotioneel liefdesnummer) of Between Sun & Moon, een track over de zoektocht naar de betekenis van alles? Stick It Out was de eerste nogal heavy single van het album en dit geweldige nummer waarin Neil zegt dat iedereen zijn nek moet uitsteken en kansen moet benutten, stond maar liefst vier weken op de eerste positie in de mainstream rock hitparade in Amerika.

Animate, de openingstrack van Counterparts werd ook als single uitgebracht en behoort nog steeds tot de livefavorieten van veel diehard Rush fans (zoals ondergetekende). Nobody’s Hero was ook een hitje voor Rush en de tekst van Neil is heel sprekend, want volgens hem zijn niet onze beroemdheden helden (“Not the champion player, who plays the perfect game, not the glamour boy, who loves to sell his name”) maar normale mensen die een zogenaamde heldendaad verrichten, maar die daarvoor geen erkenning krijgen. De tekst gaat ook over aids en HIV en over de moord op een meisje in de woonplaats van Neil.

Het instrumentale Leave That Thing Alone kreeg een Grammy-nominatie voor beste instrumentale track en dat Rush ook humor heeft wordt bewezen in Double Agent, want dat is volgens zanger/bassist Geddy Lee “one of the goofiest songs we have ever written, it’s an interesting piece of lunacy”.

 


 

Blue Murder – Nothin ‘But Trouble

Jaar van Release: 1993

Label : Geffen

Nothin ‘But Trouble is het tweede en laatste studioalbum van Blue Murder, uitgebracht in 1993. John Sykes was het enige bandlid dat overbleef van het legendarische debuut uit 1989.

 Blue Murder was een supergroep die de wereld in 1989 veroverde. Na zijn ballingschap vanuit Whitesnake, waren alle ogen gericht op gitaarvirtuoos John Sykes, wiens eerdere credits ook werk met Thin Lizzy en de Tygers van Pan Tang omvatten. Mensen stonden te popelen om te horen wat Sykes vervolgens zou gaan doen, en hij bewees het op een grote manier, zich verenigend met bassist Tony Franklin (The Firm) en drummer Carmine Appice (Vanilla Fudge, King Kobra) om de supergroep Blue Murder te vormen. Sykes verzorgde de vocale taken in de nieuwe groep. Hun debuutalbum was een fenomenale release aan dit album kun je meteen horen dat Sykes mede het fundament was van 1987 album van Whitesnake.

Op dit album zijn Franklin en Appice  vervangen door bassist Marco Mendoza (later van Whitesnake en Lynch Mob) en drummer Tommy O’Steen, hoewel Franklin en Appice nog steeds op de meerderheid van de nummers op deze tweede plaat verantwoordelijk zijn.

Het eerste album van Blue Murder behoort gemakkelijk tot een van de favoriete albums uit die tijd.

Oké, eerst het slechte nieuws; deze release is niet zo goed als het eerste Blue Murder-album. Gelukkig is dat zo ongeveer het enige negatieve dat ik te zeggen heb over Nothin ‘But Trouble . Dit is een zeer solide album op zichzelf, dat laat zien waarom John Sykes een van de meest crimineel onderschatte rock- en metalgitaristen ter wereld blijft.

Wat heeft het tweede album van Blue Murder precies inhoudelijk te bieden? Heel veel eigenlijk! Opening Cut “We All Fall Down” is een van de snelste, zwaarste en moeilijkste Blue Murder-nummers, waardoor het een uitgelezen manier is om deze release af te trappen. De versnellingen schakelen volledig op het tweede nummer, dat een cover is van de oude Small Faces-standaard, ‘Itchycoo Park’. Dit is een covernummer dat redelijk trouw blijft aan het origineel, maar ook een paar hardrock-invloeden meebrengt, met behoud van dingen uniek en interessant. Tracks als ‘Runaway’ laten zien dat de band die fijne lijn tussen ballad en rocker binnen hetzelfde nummer prachtig kan verkopen. “I’m On Fire” is het enige nummer waarop het belangrijkste vocale nummer van Kelly Keeling intact blijft, en dit is een geweldige bluesy hardrocker die niet zou misstaan ​​op een van zijn Baton Rouge-platen. In de loop van deze release krijg je nummers die muzikaal divers zijn. Sommige werken beter dan de andere en zijn meer unieke Blue Murder-nummers, maar er is geen enkele zwakke broeder op de hele CD. Laatste nummer “She Knows” is een akoestisch gedreven nummer dat het nummer in stijl afsluit.

Nothin ‘But Trouble is een uitstekende release, zelfs al haalt het niet helemaal dezelfde hoogten van het iconische debuutplaat uit 1989. John Sykes en zijn bedrijf serveren nog een aantal uitstekende nummers, en je zult snel meer bewijs zien van hoe getalenteerd en onderschat een muzikant die hij is door hier naar alles te luisteren. Als je geen Blue Murder hebt, haal dan eerst het debuutalbum. Maar zodra je dat hebt, wil je niet aarzelen om de ondergewaardeerde follow-up aan je verzameling toe te voegen. Een juweeltje dat het niet verdient om vergeten te worden!

 


Meatloaf – Bat Out Of Hell II: Back Into Hell

Jaar van Release : 1993

Label : Roadrunner

Het tweede deel van het in 1977 uitgebrachte debuutalbum ‘Bat Out Of Hell’ kreeg als hoofdtitel ‘Back Into Hell’ mee maar borduurt gewoon verder op het ‘Bat Out Of Hell’ concept. En warempel, wederom lift het succes van het album mee op een megahit. ‘I Would Do Anything For Love (But I Won’t Do That)’ met ook weer duozang, deze keer is het zangeres Lorraine Crosby maar ook deze keer treedt die niet op in de begeleidende videoclip, dat is de actrice Dana Patrick. Het geeft goed aan hoezeer het theatrale element is doorgedrongen in de Meat Loaf aanpak. De video’s zijn halve speelfilms geworden en Jim Steinman’s bombastische voorliefde is meer dan ooit aanwezig. De combinatie van Marvin Lee Aday’s krachtige maar gevoelige stem en de grootse dramatiek bleek nog steeds zeer goed te werken. Op ‘Wasted Youth’ hoor je Steinman zelf een soort gedicht voordragen maar wel in zijn stijl. Over the top, sentimenteel en tegen het kitsch aan maar wel zeer passend dus. De muziek werd al wat steviger wat ook door de verder ontwikkelde studiotechnieken mogelijk werd. Andere hits van dit album zijn ‘Objects In The Rear View Mirror May Appear Closer Than They Are’ en ‘Rock ’n Roll Dreams Come Through’. Met ‘Welcome To The Neighborhood’ het opvolgende album kon Meat Loaf, de zanger, deze keer het succes nog wel even volhouden en de carrière liep eindelijk wel eens redelijk soepel door. Met af en toe een album en live tours bleef Meat Loaf in beeld al werden de tussenliggende periodes steeds langer. In 2004 kwam ook Meat Loaf met het inmiddels niet meer zo originele idee om met een orkest de nummers van de twee ‘Bat Out Of Hell’ albums te gaan uitvoeren.

 


 

James Christian – Rude Awakening

Jaar van Release: 1993

Label : Now & Then Records

Het is 1993 en James Christian, zanger van House Of Lords brengt zijn eerste solo album uit. Dit album was in het eerste handjevol releases van Now & Then Records en wordt nu opnieuw uitgebracht als onderdeel van hun vijfde verjaardag – nu als Frontiers Records & Now & Then Productions .

Iedereen die nog geen exemplaar van het geweldige en eerste solo-album van James heeft gekocht, moet dat nu doen.

James is onder meer de leadzanger geweest van Jasper Wrath, Eyes en House Of Lords .

House Of Lords is waar de zanger naam maakte en Rude Awakening past bij de stijl van die albums. Hoewel dit album nooit de productiekwaliteit van de albums van House Of Lords heeft geëvenaard, zijn de nummers op zijn zachtst gezegd zeker behorende tot grote arenarock en  klasse AOR.

Zijn soloalbum is ook een beetje zachter dan HOL, een meer AOR-mix van mid-tempo AOR-anthems zoals Pleasure And Pain, Brighter Day, Labor Of Love en Mother Night. Met de  unplugged ballads als Katie en Where Does Love Go When It’s Gone en de krachtballad Love Should’ve Brought You Home.

Voor de goede orde zijn er ook een paar House of Lords- stijl rockers in Don’t Start Me Up, The Warden (een vervolg op Demon’s Down), de feel good rocker Best Girl en Cold Day In Hell. Voor de House Of Lords fan, kan dit album dan ook bijna blind worden aangeschaft.


Dio – Strange Highways

Jaar van Release: 1993

Label : Vertigo

Dio’s  ‘Strange Highways’  kwam uit eind 1993, op een moment dat de belangstelling voor heavy metal op zijn best minimaal was na de ‘Grunge’- en alternatieve aanval die het muzikale landschap tegen het midden van de jaren negentig had veranderd. Laten we jaren later eens kijken naar dit “verloren” Dio album. Dit is het eerste album nadat Dio in 1992 een voor de tweede keer een uitstapje had gemaakt naar Black Sabbath. We hopen natuurlijk deze invloeden terug te vinden op het Dio vervolg.

We kunnen gerust stellen dat dit album  beslist niet in de Dio-reeks van klassiekers als Heaven and Hell van Black Sabbath en de solo-inspanning ‘Holy Diver’ uit de jaren ’80 van de vorige eeuw weerstaat.

Het eerste dat je waarschijnlijk opvalt aan “Strange Highways” is dat het geluid veel griller en gemener is vergeleken met eerdere Dio-inspanningen. Heavy Metal was erg veranderd sinds het vorige album van Dio, 1990’s “Lock up the Wolves”. De belangrijkste verandering voor Dio op dit album is de nieuwe gitarist “Tracy G” in de hoofdrol. “Tracy G” gaf een veel zwaardere toon dan de vorige gitarist “Craig Goldy”. Andere wijzigingen in de line-up beïnvloedden de band van dat moment,  met Jeff Pilson op bas. Als oudgediende naast Dio drummer Vinny Appice de veteraan van “Black Sabbath”. Laten we eens kijken naar een aantal specifieke hoogtepunten en dieptepunten.

“Blood From A Stone” is een klassiek Dio-nummer; het bevat de kenmerken van het Dio-geluid. Gierende gitaren rijden langs de stijgende en aangedreven vocalen die altijd een gevoel van drama en onheilspellende gevoelens meegeven. Het basspel is hier vooral van belang, en lijkt volledig in overeenstemming te zijn met Appice achter de drumkit. De bassist “Jeff Pilson” is dan ook absoluut een van de meest onderschatte bassisten in de rockwereld en dit album bevat meesterlijk baswerk. “Hollywood Black” lijkt een waarschuwend verhaal over het leven in Los Angeles en de bijbehorende zoektocht naar roem die zovelen hebben. Het gitaarspel is niet echt een hoogtepunt van dit nummer; de gitaarsolo laat echt de technische beperkingen zien van de toenmalige gitarist “Tracy G”. Het album vertraagt ​​voor het titelnummer, “Strange Highways”. Het lied is erg Sabbatachtig; en het zou op de “Dehumanizer” van  Black Sabbath niet hebben misstaan. Nummer heeft niet het juiste niveau, terwijl “Tracy G” een capabale gitarist is, mist hij de echt bijtende zwoelheid en technische eigenschappen van eerdere Dio-collaboraties, zoals Ritchie Blackmore (Rainbow) en natuurlijk Tony Iommi (Black Sabbath, Heaven and Hell). “Bring Down The Rain” verlicht de spanning enigszins ;. het nummer is niet zo zwaar ontstemd en sludgy zoals veel andere nummers op het album. Echter; Dio’s zang lijkt door te gaan met de agressiviteit die het album domineert. Goed nummer. “Jesus Mary And The Holy Ghost” is een snel en groovy gestuurd nummer. Naast de gedateerde effecten op Dio’s zang, is het nummer een mooie toevoeging aan de Dio-catalogus. Dio is altijd comfortabeler met teksten over religie, mythologie en fantasie. “Give Her The Gun” is eigenlijk een van de beste  nummers van dit album; Dio’s zang is hier echt uitmuntend en laat de ongerepte elasticiteit zien die we allemaal van hem verwachten.

Het album heeft zeker enkele mindere momenten. “Here’s To You” klinkt bijna als Def Leppard op punten met zijn meezingstempo.en. De ultra masochistische “Pain” is waarschijnlijk het meest agressieve nummer dat Dio ooit als soloartiest heeft opgenomen. Het nummer is naar mijn mening echt een stap in de verkeerde richting. Bovendien lijken de bas en de gitaar te vechten voor dominantie van het lied; en eigenlijk solo beide instrumenten vaak tegelijkertijd. Dio’s vocale prestatie op dit nummer klinken vervormd in vergelijking met de meestal zijdeachtige vloeiende tonen die we van hem verwachten. “Firehead” gaat over een of andere moordenaar die mensen levend lijkt te verbranden. Het nummer is totaal vreemd voor Dio; en het is niet erg sterk in elke betekenis van het woord. het resultaat is een zeer duister en onduidelijk geluid. Slechtste nummer op het album zonder pardon. Het volgende nummer getiteld “Evilution” doet weer denken aan het album “Dehumanizer” van Black Sabbath.  Ook tekstueel houd het niet over. Het gebruik van samples is erg misplaatst voor Dio.  “One Foot In The Grave” mist een echte stoot; hoewel het een interessant refrein heeft dat wel wat energie en opwinding geeft. De gitaarsolo klinkt hier hetzelfde als op andere nummers; en laat zien dat het grootste probleem van Tracy G is, zijn gebrek aan creativiteit is.

“Strange Highways” is beslist niet “het” Dio album. Echter; het levert wel wat waardevol materiaal op. Het grootste probleem met dit album is de aanpak van het album. Mensen luisteren naar Dio om te horen over draken, ridders, religie en tienerangst. De meeste van die onderwerpen worden hier genegeerd en hij lijkt niet echt te geloven wat hij hier zingt. Er is een reden dat dit album grotendeels is vergeten; het probeerde iets anders dan wat mensen van Dio verwachtten en het werkte niet echt. Alleen voor fans van Dio.


 

Boston – Walk On

Jaar van Release: 1994

Label : MCA

Maarliefst zeven jaar na “Third Stage” kwam Boston met “Walk On”. Van het oude Boston was alleen Tom Scholz nog over maar hij was ook verantwoordelijk voor het zo herkenbare gitaargeluid. “Walk On” klinkt vooral qua gitaren weer op en top, qua drums is het dit keer wat magerder maar ook qua hooks en melodieën. “Walk On” is absoluut niet slecht maar in 1994 liep eigenlijk niemand echt weg met deze plaat en dat is redelijk terecht. Het album is niets bijzonders en al helemaal geen klassieker. Vreemd is wel dat over een tijd van 18 jaar de band slechts 4 albums heeft afgeleverd die gek genoeg niet eens heel veel van elkaar verschillen terwijl in 18 jaar in de muziekwereld toch het één en ander is veranderd. Feit blijft “Walk On” is niet slecht maar voor Boston begrippen toch een tegenvaller. Uiteindelijk zou Third Stage de commerciële piek van Boston blijken te zijn. Walk On is eigenlijk een slap aftreksel van het voorgaande en Boston zou dat geluid nooit meer evenaren. Het album begint nog wel vol goede moed met openen “I Need Your Love”, dit is tevens het beste nummer van het album. Daarna scoren de meeste nummers wel een voldoende, zoals “Magdalene” en “What’s Your Name. Met uitzondering van de nummers “Walk On” en “Walk On Some More”, deze halen het niveau wat naar beneden. Wanneer je fan bent van de Boston klassiekers, kun je deze album gerust naast je laten liggen. Ben je een fervent Boston fan, die maling heeft aan verandering kun je het met een gerust hart aanschaffen.

 

 


Dream Theater-Awake

Jaar van release: 1994

Label : East West Records 

Aan Awake de lastige eer om het succes van Images And Words te evenaren. Tot ieders genoegen lukt dat en hiermee zet Dream Theater zich definitief op de kaart. Hoewel er geen hit op staat, zoals Pull Me Under, zijn fans verguld met de duistere, wat rauwere sound. Petrucci’s gitaarpartijen zijn in stereo gemixt en dat zorgt voor een rijke luisterervaring. Het album opent met een paar puntige nummers. Vooral 6:00 (Six O’Clock) heeft een vrij toegankelijk karakter en een lekkere groove dankzij de stuwende drumpartijen van Mike Portnoy. Met het daarop volgende Caught In A Web introduceert Petrucci de zevensnarige gitaar in Dream Theater-wereld, die uiteindelijk een vaste rol zal krijgen in de band. Het middenstuk van de plaat bestaat uit enkele nummers die aan elkaar verbonden zijn met muzikale thema’s. Het instrumentale Erotomania (een vingeroefening die uitgroeit tot volwaardig nummer), het epische Voices (met een van de weinige geïmproviseerde gitaarsolo’s van Petrucci) en het akoestische The Silent Man (een van de simpelste composities uit Dream Theaters carrière) vormen samen A Man Beside Itself en is met verschillende muzikale thema’s aan elkaar gebonden. The Mirror en Lie, beide met zevensnarige gitaar gespeeld, vormen samen een combo. The Mirror gaat over Portnoy’s alcoholverslaving. Later zal blijken dat het een voorbeschouwing is op de zogenoemde ‘AA-saga’ of ‘Twelve Step Suite’, een vijftal nummers verspreid over vijf albums die alle twaalf stappen behandelen van het Alcoholics Anonymous-programma, dat in het leven is geroepen om alcoholisten te laten afkicken. Een echt buitenbeentje op de plaat is Space-Dye Vest, een angstaanjagend mooie pianoballad met samples die een totaal andere sfeer uitstraalt dan alles wat Dream Theater eerder heeft laten horen. Het blijkt de zwanenzang van toetsenist Kevin Moore. Hij is de technische muziekstijl zat en is inmiddels zo in zichzelf gekeerd, dat hij maar één uitweg ziet en de band verlaat. Een enorme aderlating voor de band, die naast een geweldig componist en sfeerbepaler ook een van zijn beste tekstschrijvers verliest. Dream Theater zal nooit meer hetzelfde klinken zonder Moore, die op zijn beurt een solocarrière begint en onder de naam Chroma Key en OSI (waar Moore weer met Portnoy zal samenwerken) een hybride vormt tussen ambient en samples – en later ook metal. Als Portnoy had geweten dat Moore Dream Theater zou verlaten, was Space Dye Vest niet op het album gekomen. Maar dat zou zonde zijn geweest, omdat het zo’n mysterieus buitenbeentje is geworden dat zijn eigen leven is gaan leiden. Moore wil nooit meer over Dream Theater praten en komt zelfs niet aan het woord in de uitgebreide bandbiografie Lifting Shadows, geschreven door Rich Wilson.


 

Manic Eden – Manic Eden

Jaar van Release: 1994

Label : CNR

Manic Eden bestond uit ex-leden van Whitesnake en Little Ceaser. In 1994 richtte Van den Berg een nieuwe band op, Manic Eden, samen met de Rudy Sarzo (bassist) en Tommy Aldridge (drummer) van Whitesnake. Jammer genoeg beleeft het maar bij dit enige wapenfeit het album Manic Eden. Dit project kwam tot stand als gevolg van het besluit van David Coverdale, om begin jaren negentig om ruimte te maken voor zijn solo behoefte. De overige bandleden gingen niet bij de pakken neerzitten en de overige bandleden grepen deze mogelijkheid aan om een nieuwe band te gaan vormen.  Als zanger werd in eerste instantie James Christian aangetrokken, maar deze zou het niet lang volhouden en werd al voor de opnames ontslagen. Als vervanger werd Little Ceaser zanger Ron Young binnen gehaald. De muziek was al voor het grootste gedeelte al geschreven door Ad Vandenberg. Na de komst van Ron Young werden de composities afgemaakt en had deze hierin ook een bijdrage. Het album werd uiteindelijk uitgebracht op 24 Maart in 1994. Het album bevat melodieus blues georiënterende hardrock. Ook speelde hij mee op het bluesalbum van Paul Rodgers, vanaf het begin een enorme invloed van hem, een eerbetoon aan Muddy Waters. Na één album en een tournee door Frankrijk en Japan keerde Van den Berg weer terug naar Whitesnake.

 Eigentijds hardrockplaat van een gelegenheidsformatie, de hoes is wederom gemaakt door Adje Vandenberg, dit keer niet zoals op de Vandenberg albums, maar een abstracte schilderij.

Ik werd, vanaf de opener Can You Feel It, direct gegrepen door de back-to-basic sound van deze vier heren. De sound is groovy, bluesy, ruig en de spelvreugde is duidelijk hoorbaar. Het doet me niet echt denken aan Whitesnake, hooguit aan het oudere materiaal. Als ik het dan toch ergens mee zou moeten vergelijken, zou het met Bad Company, The Free of Thunder zijn.

 Ron Young kende ik nog niet, maar hij wist me wel direct te overtuigen met zijn veelzijdige, doorleefde zang. Ook de rest van de band is dik in orde, met ervaren muzikanten die hun vak verstaan. Niet zozeer vernieuwend, maar wel met verve uitgevoerd.

 De songs zijn stuk voor stuk dik in orde. Hoogtepunten voor mij zijn het melancholische Do Angels Die, het prachtige Dark Side of Grey en heerlijk voortsjoekerende Ride the Storm.

Jammer dat het project van Manic Eden slechts beperkt bleef tot deze plaat. Het had echter ook een positief effect, want Adje Vandenberg keerde terug bij Whitesnake om daar samen met David Coverdale een ijzersterke plaat te maken, die drie jaar later het levenslicht zou zien.


 

Bon Jovi – These Days

Jaar van Release: 1995

Label : Mercury

Het zesde studioalbum van Bon Jovi verschijnt drie jaar na het uiterst succesvolle Keep The Faith. These Days is een compleet ander Bon Jovi-album, want de teksten zijn nogal donker en ook maatschappijkritisch. Verder bevat het album een paar stevige nummers en natuurlijk de bekende ballads, maar toch was het album weer succesvol, vooral in Japan en Europa.

These Days is het eerste album zonder basgitarist Alec John Such, die op dit album trouwens vervangen wordt door Hugh McDonald, en werd geproduceerd door Peter Collins (Rush) in samenwerking met Sambora en Bon Jovi.

 These Days opent met de meest heavy track van het album Hey God en de zang van Jon Bon Jovi is hier fantastisch. De tekst is is nogal kritisch en misschien zelfs een beetje, voor Bon Jovi-songs ongebruikelijk, cynisch: “I know how busy you must be, but hey God, do you ever think about me? Hierna volgt een typische Bon Jovi-rocksong Something For The Pain, dat door het gitaarwerk van Sambora echter nogal bluesy klinkt. Daarna volgt de eerste ballad en tevens de grootste hit van dit album This Ain’t A Love Song. Ook de titelsong is een ballad en These Days was tevens jaren lang vaste prik op de setlist en is eigenlijk nog steeds een van de favoriete tracks van de diehard Bon Jovi-fans.

 Het bluesachtige Damned (met een superriff van Sambora) is ook weer een enigszins afwijkende song en dat wordt gevolgd door een ander hoogtepunt: My Guitar Lies Bleeding In My Arms; een prachtige song met een nogal depressieve tekst over verloren liefdes en de zinloosheid van het bestaan: “Each day you know you’re dying from the cradle to the grave. I get so numb sometimes, that I can’t feel the pain.” De melodieuze gitaarsolo’s van Sambora, de zang van Bon Jovi, de aangrijpende tekst en het kippenvelrefrein maken dit nummer tot een van de betere Bon Jovi-tracks. Het enige minpuntje op dit verder uitstekende rockalbum is het akoestische slotnummer Diamond Ring.

 Van het album werden maar liefst vijf singles uitgebracht: This Ain’t A Love Song, Something For The Pain, Lie To Me, These Days en Hey God. Maar de laatste twee songs haalden in Amerika de charts niet eens en ook Lie To Me (plaats 88) en Something For The Pain (plaats 76) deden het in Amerika commercieel gezien niet best.

 Het album deed het vooral in Japan zeer goed en debuteerde op plek een in de Oricon-hitparade en was destijds tevens het meest verkochte album door een niet-Japanse band. In Australië, Oostenrijk, Canada, Nederland, Finland, Duitsland, Ierland, Portugal en ook Engeland behaalde These Days de eerste plaats in de album hitparade! Maar in Amerika kon These Days geen potten breken en ook de pers was behoorlijk kritisch.


Dream Theater – A Change Of Seasons

Jaar van release: 1995

Label : East West Records 

Het blijft niet lang stil rond Dream Theater. Een krap jaar na Awake verschijnt A Change Of Seasons. Dit epische nummer van dik 23 minuten zou origineel onderdeel zijn van Images And Words, maar werd te lang bevonden door de platenmaatschappij.

Een oudere versie circuleert al een aantal jaren rond op bootlegs. Met een iets aangepaste tekst en compositie wordt met de studioversie van dit nummer meteen de nieuwe toetsenist Derek Sherinian geïntroduceerd, die in feite niet meer doet dan het inspelen van de door Kevin Moore geschreven partijen. De tekst van dit nummer gaat over de dood van Mike Portnoy’s moeder en de term ‘carpe diem’ (‘seize the day’), ontnomen uit de film Dead Poets Society, wordt een Dream Theater-handelsmerk.

De rest van het album bestaat uit een aantal live-covers en een medley van artiesten als Elton John, Led Zeppelin, Pink Floyd, Deep Purple en Kansas. Voor de mensen die meetellen: dit album wordt niet als officieel studioalbum meegerekend.


Van Halen-Balance

Jaar van release: 1995

Label : Warner Bros Records 

Ten tijde van de opnames van Balance, het tiende studioalbum van Van Halen, rommelde het nogal binnen de band. Sammy Hagar en Eddie Van Halen hadden constant ruzie en dit leidde er uiteindelijk toe dat Balance het laatste album met de zanger werd. Muzikaal en ook commercieel gezien behoort Balance tot een van de betere Van Halen-albums en dat komt vooral door de zeer goede, gepassioneerde zang van Hagar en de heerlijke solo’s van Eddie Van Halen.

Van Balance werden alleen al in Amerika meer dan drie miljoen exemplaren verkocht en dat leverde het album een triple platina-status op. Er werden maar liefst vijf nummers van het album als single uitgebracht en de meest succesvolle zijn natuurlijk Don’t Tell Me (What Love Can Do) en Can’t Stop Lovin’ You. Het laatstgenoemde nummer was de derde single van Balance en is een hommage aan I Can’t Stop Loving You van Ray Charles, want Hagar zingt in de tekst: “Hey Ray what you said is true…”. De andere zeer succesvolle single Don’t Tell Me is een behoorlijk stevige track met een zeer pakkend meezingrefrein en de tekst gaat o.a. over de zelfmoord van Kurt Cobain: “Is it right to take the easy way…I see the damage done, yeah oh Lord,  I heard the shotgun”. Amsterdam werd ook als single uitgebracht en het nummer is waarschijnlijk gebaseerd op een bezoek van Hagar aan onze hoofdstad. De tekst, vooral “Wham, Bam, Amsterdam” beviel Eddie echter niet omdat het refereerde aan het roken van stickies….

Balance bevat ook drie instrumentale nummers; Strung Out, een absolute vreemde eend in de bijt, waarin Eddie met een aantal voorwerpen op een piano slaat; Doin’Time bevat een drumsolo van Alex Van Halen en Baluchitherium (alleen op de cd-versie trouwens) schittert door vette gitaarsolo’s. Verdere hoogtepunten op Balance zijn: Not Enough, een typische Van Halen-ballad met piano en orkestrale ondersteuning, en After Shock, een snel en heavy nummer dat waarschijnlijk de beste gitaarsolo van het hele album bevat. Feelin’ is het langste en tevens beste nummer van Balance want dit is echt een klassieke Van Halen-song waarbij vooral de strot van Hagar supergoed is.

De hoes van Balance was trouwens nogal omstreden en er waren zelfs landen die weigerden de plaat te verkopen… Toch is Balance een must have in elke serieuze rockcollectie.


 

Rush – Test For Echo

Jaar van Release: 1996

Label : Atlantic

Test For Echo van Rush Rush evolueerde van de synth-doorweekte stijl van vorige albums met de release van 1996, Test for Echo . De muziekstijl die het Canadese trio aanreikt, luistert terug naar het hardrockgeluid van de eerste jaren van de groep, maar met een duidelijke verspreiding van lyrische thema’s.

Rush begon weg te gaan van de stijl van de jaren 80 met Presto en, in mindere mate, met hun albums uit de vroege jaren negentig, Roll the Bones en Counterparts , die beide werden geproduceerd door Rupert Hine. In elk van deze gevallen was het duidelijk dat de band probeerde een duidelijk en relevant geluid te smeden.

Hun zestiende studioalbum en de eerste na het twintigjarig jubileum van het trio, Test for Echo, werd geproduceerd in samenwerking met Peter Collins . Uitgebracht drie jaar na zijn voorganger, markeerde dit album de eerste keer dat zo’n lange kloof tussen studioalbums plaatsvond terwijl elk van de bandleden aan externe projecten begon. Gedurende deze tijd studeerde drummer Neal Peart met jazz-groot Freddie Gruber, wat leidde tot zijn radicale beslissing om vanaf dat moment in zijn carrière over te schakelen naar een meer traditionele grip.

Test for Echo begint afwijkend met een afwijkend akkoordenpatroon dat subtiel opbouwt voordat het uitbarst in een riff met klassieke rush-stijl. Stilistisch loopt dit nummer naadloos door meerdere herhalende secties, terwijl het thematisch een enigszins poëtisch commentaar op het leven is. Het nummer bereikte # 1 in de Billboard Hot Mainstream Rock Tracks-grafiek en bereikte bijna de Canadese Singles-kaart, waardoor “Test For Echo” Rush’s meest succesvolle single in ongeveer een decennium werd. De al even intense “Driven” begint met een hyper-spannend rif in een vreemde timing met een onderbreking van de akoestische gitaar van Alex Lifeson om tijdelijk de spanning te doorbreken. Tekstueel onderzoekt dit nummer de gevaren van overambitie.

“Half the World” is een andere filosofische rocker met geanimeerde en vermakelijke muziek overal. Hier biedt Geddy Lee enkele van zijn beste baswerk op het album, met Lifeson die een aantal fantastische elektrische en akoestische gitaarstructuren laat horen. “The Colour of Right” heeft een zwaar bluesrock-gevoel in de stijl van AC / DC met name door het intro, terwijl de rest van het nummer doordringt met mooie, vrolijke texturen, waardoor het een prima luisterbeurt is. Jammer van de betreurenswaardige eighties-achtige synths toevoeging. In het volgende nummer  ‘Time and Motion’ maken ze gelukkig genoeg gebruik van een gitaargerichte riffjam.

Hoewel het nog steeds een onderhoudende luisterbeurt is, wordt het album een ​​beetje onsamenhangend en ongelijk vanaf dit punt. ‘Dog Years’ is wellicht het dieptepunt van het album, terwijl ‘Virtualuality’ het meest grunge-centrische is met een aantal zeer gedateerde songteksten;

Het hoogtepunt van het latere deel van het album is “Resist”, dat begint met een gematigde piano en akoestische verzen, geaccentueerd met fijne bas en leadzang. Dit is een ware verandering van tempo voor het zware rockalbum en geeft het in het algemeen enige echte diepte. Na het bas-gedreven bijna instrumentale “Limbo” met enigszins komische elementen, sluit “Carve Away the Stone” dingen af ​​met de majestueuze elektrische gitaar van Lifeson en Peart’s lyrische thema over het verwijderen van obstakels in het leven.

Test for Echo bereikte de Top 5 op de albumcharts en werd gevolgd door een uitgebreide Noord-Amerikaanse tournee door Rush in 1997. Persoonlijk tragedie in het leven van Peart leidde echter tot een vijfjaarlijkse pauze van de groep in de volgende eeuw.


 Dio – Angry Machines

Jaar van Release: 1996

Label : Vertigo

Angry Machines wordt vaak gezien als de belichaming van de metal wanhoop in het midden van de jaren 90. Het is waarschijnlijk het meest obscure album dat Ronnie James Dio ooit heeft uitgebracht en wordt alleen herinnerd als een tijd waarin een van de grootste metal legendes werden gedwongen tot het achtervolgen van hedendaagse trends zonder een teken van heropleving in zicht. Angry Machines is op geen enkele manier een meesterwerk, maar het is zeker plezierig als iemand in de juiste nihilistische denkwijze verkeert.

De mix van doom en groove metal op Strange Highways uit 1993 was al een groot verschil met de dagen van Holy Diver. Angry Machines zet deze stijl logischerwijze voort met een diepere nadruk op de groovy kant, aangezien de zang van Dio op dit album niet zo uit de verf komt en Tracey G’s gitaarspel blijft toch de minste variatie bieden ten opzichte van zijn vorige collega’s. Er is ook een vleugje industriële invloed en er is  meer ruimte voor het onheilspellende toetsenwerk, vocale filters op liedjes als ‘Black’ en ‘Big Sister’, en het griezelige mechanische intermezzo op ‘Stay Out of my Mind’.

Maar wat Angry Machines werkelijk onderscheidt in de discografie van Dio, is de ogenschijnlijk bewuste poging om te voorkomen dat in navolging van Strange Highways en Black Sabbath’s  Dehumanizer dezelfde trend zal worden voortgezet. Het gaat wel verder qua doomy  geluid, maar nu zijn er industriële effecten aan toegevoegd, niet dat dit de plaat beter maakt. Met uitzondering van het traditionele snelle “Do not Tell the Kids”, is de houdbaarheid voor het grootste gedeelte van dit album veel meer gebaseerd op dissonantie en onconventionele structurering. Het levert ook interessante resultaten op, zoals “Hunter of the Heart”.  Maar bijvoorbeeld een nummer als “Double Monday”, waar dingen lijken te gebeuren zonder enig echt doel slaan de plank volledig mis.

Gelukkig betekent fatsoenlijk schrijven en goed muzikaal vakmanschap dat er nog steeds solide liedjes zijn. Ook de moeite waard is “This Is Your Life”, een pianoballad die de vorm compleet breekt en dingen op een verrassend ontroerende manier sluit. Het is tragisch dat het nummer pas is opgemerkt wordt na het ongelukkige overlijden van Dio, maar het is beter dan wanneer het volledig onopgemerkt was gebleven.

Hoewel de aanpassingen aan de stijl- en songwritingformule van Dio op Angry Machines het een enigszins onsamenhangende luisterervaring maken, is het niet rampzalig. De chemie van de band en de intentie om dingen op te schudden heeft jammer genoeg niet goed genoeg gewerkt. Het is geen album dat wordt ‘herontdekt’ of gerechtvaardigd wordt door de tijd, maar echte Dio diehard fans zullen dit album nog wel eens beluisteren.


Bruce Dickinson – Accident Of Birth

Jaar van Release: 1997

Label : CMC

Accident of Birth was het 4e soloalbum van Bruce Dickinson van Iron Maiden, uitgebracht op een moment dat zijn vervanger Blayze Bailey  bij Iron Maiden vergeefs poogt Dickinson te doen laten vergeten. In tegenstelling tot eerdere albums Tattooed Millionaire of Balls to Picasso, leek Dickinson qua stijl meer terug te gaan naar zijn metal roots met deze release in plaats van saaie radiorock. Gitarist Adrian Smith (op dat moment ook ex-Iron Maiden) wordt ook uitgenodigd bij de studiosessies aangevuld met zijn goede vriend en producer Roy Z.

“Freak” is een sterk openingsnummer met een groot, sturend groefritme van de gitaar  Het nummer heeft een paar details van de klassieke NWOBHM-melodie. De korte, psychedelische gitaren van “Toltec 7 Arrival” leiden naar meer jaren 90 groove metal in de vorm van “Starchildren. “Darkside of Aquarius” en “Road to Hell” zijn twee van de sterkere nummers op het album, deze nummers zouden zeker niet hebben mistaan op een Maiden album  in de midden jaren ’90. Zuiver metal met goede licks en uitstekende zang.

Voor de tweede helft van het album ben ik vooral verrast met de arena rock van de “Man of Sorrows”, dan volgt het boze titelnummer met een paar uitstekende, zij het korte, jammerende leadgitaren. De groovy “Welcome to the Pit” met zijn pakkende refrein en de stijlvolle “Ghost of Cain”. Andere nummers zoals ‘Arc of Space’ bevatten een aantal geweldige vocale uitvoeringen.

Samen met zijn opvolger The Chemical Weapon vertegenwoordigt dit het betere werk van Dickinson, en superieur aan het meeste van wat Maiden produceerde, zelfs toen Bruce een paar jaar later.

Hoogtepunten: Darkside of Aquarius, Road to Hell, Man of Sorrows, Ghost of Cain


 

Whitesnake – Restless Heart

Jaar van Release: 1997

Label : EMI

Dit album wijkt nogal af van voorgaand Whitesnake-werk, met name de succesvolle albums uit de jaren ’80. Adje Vandenberg speelt op Restless Heart gitaar en doet dat wederom niet onverdienstelijk. Dit is een uitstekend album geworden, vooral vanwege de uitmuntende zang van David Coverdale, zonder meer één van de beste vocalisten uit de rockwereld in die tijd. De songs op Restless Heart zijn zeer afwisselend en Coverdale legt met zijn flexibele zang veel gevoel, timbre in de songs.

Sommige songs hebben een bluesy karakter, terwijl mijn favorieten All In The Name Of Love, Restless Heart en Don’t Fade Away meer richting rock gaan. Heavy songs zul je op dit album zeker niet tegenkomen. Slechte songs ook niet. Restless Heart was een album dat Coverdale altijd al had willen maken en dat is hem absoluut goed gelukt.

 

Tegen de tijd dat Restless Heart werd onthuld, was het bijna acht jaar geleden dat Whitesnake een album had uitgebracht en in die tijd was het rock and roll-landschap veranderd. Donkere alternatieve muziek en grunge hebben dan de overhand. Te midden van al deze veranderingen brachten David Coverdale en Whitesnake Restless Heart uit . Dit zou waarschijnlijk ten minste gedeeltelijk kunnen verklaren waarom de Restless Heart- tour ondertiteld werd als een ” Farewell Tour “.

 

 Meteen vanaf het begin, is het duidelijk dat door de release van Restless Heart , Coverdale is overgegaan van zijn roots uit de jaren ’80 door het openen met het nummer “Don’t Fade Away”, een pop rock ballad. Het tweede nummer ‘All In The Name of Love’. Het geluid is een mix van de witte pop-soul uit de jaren 80 en 90, compleet met aanstekelijk refrein. Ver verwijderd van “Still Of The Night” en toch een deuntje dat de schijnwerpers verplaatst van de kracht van Coverdale ’s stem. Met het derde nummer (en titelnummer) ‘Restless Heart’ dat Coverdale teruggrijpt naar een versnelling waar hij zich sinds in Saints & Sinners niet meer op heeft geconcentreerd. Lekkere 80’s blues georiënteerde hardrock.

 

Afgezien van een paar slimme gitaarlikken in het titelnummer en de geringe afwezigheid van een beetje pond in de basdrum, neemt Coverdale gas terug met nummers als “Too Many Tears” ” Crying, “” You’re So Fine “en” Woman Trouble Blues “- allemaal nummers die op een ouderwetse Whitesnake manier zijn geschreven en een beetje in de weg zitten. Voor oude fans was dit een welkome verandering van tempo. Voor fans die zich halverwege de jaren 80 aan de band vasthielden, waarschijnlijk niet zo veel.

 

 Dit wil natuurlijk niet zeggen dat Restless Heart niets heeft voor fans van Whitesnake ’s meest wereldwijde populaire periode. Classic Whitesnake speelde halverwege de jaren ’80 een grote rol met re-creaties van nummers als “Fool For Your Loving”, “Crying In The Rain” en “Here I Go Again”. Naast die terugkeer naar een eerder Whitesnake- geluid, houdt Restless Heart vast aan een bluesrock- en -popformule die in de jaren ’80 populair werd gemaakt.

 


Vengeance – Back From Flight 19

Jaar van release: 1997

Label: CBS 

Het jaar 1997 markeerde de wederopstanding van Hollandse trots in bange dagen, Vengeance. Na zo’n vijf jaar eerder het bijltje er bij neergegooid te hebben, kroop het bloed waar het niet gaan kon, en regisseerden Leon Goewie en Arjen Lucassen de terugkeer van de band op het nationale podium.

De bezetting van de band die dit album gestalte heeft gegeven bevat, zoals bekend mag worden verondersteld, twee helaas veel te vroeg gestorven muzikanten: drummer Paul Thissen (2006) en zeer recentelijk Jan Somers. Zij werden, naast toetsenist Roland Bakker, bassist Barend Courbois en oudgediende Peer Verschuren, gerecruteerd om dit album met het nieuwe Vengeance op te nemen, met songmateriaal dat voor hen geschreven was door eveneens oudgediende Arjen Lucassen.

Een deel van het songmateriaal bleek al op de plank te liggen om dienst te doen op de eerste nog uit te brengen Ayreon-release. Lucassen greep de verdwijning van een vliegtuig in de Bermudadriehoek aan om als kapstok dienst te doen voor de titel en afsluitende nummer van dit album, dat zwaar ondergewaardeerd is gebleven. Na al die jaren is dit album één van mijn favorieten gebleken. Jazeker, ik ben bekend met de hoogstandjes We Have Ways To Make You Rock en Arabia; maar ik kan eenieder aanraden om anno 2011 eens goed te luisteren naar dit album.

Muzikaal was dit album zijn tijd ver vooruit en werd misschien juist daardoor ondergewaardeerd. Moderne en soms wat duistere klanken die we niet van Vengeance gewend waren, namen de plaats in van de frisse en fruitige party-rock waar de band bekend mee was geworden. Opener Planet Zilch opent dan inderdaad onwennig waarbij het vrolijke refrein toch refereert aan oude tijden. Maar vervolgens wordt de luisteraar overdonderd met een enorme brok power, met fantastisch gitaarwerk, pompende en beukende drums en bas, en een Goewie in topvorm. Goede voorbeelden hiervan zijn Dreamulator en Darkside Of The Brain. Totdat de traditionele ballad (Lonely Girl, een heerlijke melodramatische meedeiner) de boel weer sust.

De solo’s gieren je om de oren en gunnen de luisteraar amper rust, totdat Flight 19 begint met de afsluiting van het album, ingeluid door langdurig vliegtuiggeronk (handig, want live zeer bruikbaar; wie herinnert zich nog Goewie aan een lier met vliegenierskap in 013 te Tilburg?). Door de jaren heen is dit nummer echt een favoriet van me geworden door de geweldige opbouw, het superieure gitaarwerk en de fantastische eindschreeuw van Leon Goewie.

Laat dit album, zeker nu, geconfronteerd zijnde met het tragische overlijden van Jan Somers, en vijf jaar eerder Paul Thissen, een ode zijn aan deze ons zo jammerlijk ontvallen muzikanten, en een herbeleving en herwaardering van een fantastisch album wat mij in ieder geval tot in lengte van jaren zal blijven boeien.


 

Dream Theater – Falling Into Infinity

Jaar van release: 1997

Label : East West Records 

Falling Into Infinity is een veelbesproken album en zeker geen favoriet onder vele fans. Eerlijk gezegd snap ik niet waarom er zo veel op afgegeven wordt. Misschien heeft het te maken met het feit dat drummer Mike Portnoy zich er vaak negatief over heeft uitgesproken. Niet verwonderlijk, want het werd hem en de zijnen niet gemakkelijk gemaakt. De platenmaatschappij wilde een hit forceren. Daarvoor werd zelfs songwriter en producer Desmond Child (Aerosmith, Bon Jovi, Kiss) aangetrokken. Daarmee waren de poppen aan het dansen. Vooral Portnoy voelde zich op zijn toch al niet heel lange tenen getrapt. Het album heeft een wat meer poppy vibe dan de gemiddelde Dream Theater-plaat gekregen, maar dat is niet per se slecht. Vooral You Not Me, uiteindelijk het enige door Child bewerkte nummer, staat bij velen in de boeken als afgrijselijk. Maar dat valt best mee. Goed, de originele demo You Or Me klinkt veel meer als een authentieke Dream Theater-compositie, maar de hoofdmelodieën en riffs zijn zo gek nog niet, evenals de heldere baslijnen. Bovendien bevat dit album een paar nummers die nog steeds tot livefavorieten behoren. Hollow Years, geïnspireerd op Tears van Rush, is daar een van. Maar ook Peruvian Skies, dat op de podia vaak wordt uitgebreid met een jam die porties bevat van Metallica’s Enter Sandman, het rockende Lines In The Sand (met wereldse gitaarsolo) en het driedelige, betoverende Trial Of Tears, behoren tot het beste werk van de band. Het instrumentale Hell’s Kitchen – alweer zo’n sterke en sfeervolle track – was oorspronkelijk onderdeel van het zwakkere Burning My Soul maar werd op dit album apart opgenomen. Toch heel wat positiefs te melden over dit album dus! Alleen jammer dat Take Away My Pain, een afscheidsnummer van Petrucci voor zijn vader die de strijd met kanker verloor (zie ook Images And Words), wordt verprutst. Hoe kon zo’n mooie ballad na invloed van buitenaf resulteren in een ‘trip naar Disney Land’, zoals Portnoy het ooit heeft verwoord?


Fates Warning – A Pleasant Shade Of Gray

Jaar van release : 1997

Label : Metal

‘A Pleasant Shade Of Gray’ – oorspronkelijk uitgebracht in 1997 – kan algemeen beschouwd worden als het album waarop Fates Warning een progressieve richting uitging, met numerieke delen in plaats van songtitels en een conceptuele aanpak. Het album is eerder al eens terug uitgebracht, zoals je hier kunt lezen, maar nu doet men er nog een schepje bovenop. Het album is voor het eerst op vinyl verkrijgbaar.

Fates Warning’s epische A Pleasant Shade of Grey is een van die albums, die je vaker moet beluisteren. Zo verdeeld als de meeste Fates-fans voorbij Arch vs. Alder zijn, heeft dit album ook veel fans verdeeld. Het vergde een drastische verandering in hun geluid, meer progressief, dan ze eerder hadden gedaan, en menig fan vroeg zich af waarom ze deze richting opgingen. Als fan van de band sinds de release van Parallels , was ik meteen in trance door de nieuwe richting. Het had aanzienlijk complexe muzikale passages, briljante instrumentatie, angstaanjagende vocalen, en zelfs binnen deze complexiteit is er overal een eenvoudige melodische toon. Alder’s stem overstijgt alles wat hij eerder had gedaan, gepaard met het prachtige gitaarwerk van Jim Matheos, de tegendraadse ritme van drummer Mark Zonder, de pulserende bas van Joey Vera, en de verbluffende keyboardbeheersing van Kevin Moore. Misschien niet een album dat in het  Fates Warning oevre meteen naar voren springt, maar zet de cd nog maar eens op, het blijft een fantastisch schijfje.

 


Bruce Dickinson – The Chemical Wedding

Jaar van release: 1998

Label: Air Raid Records 

Bruce Dickinson – The Chemical WeddingHet is de voormalige zanger van Iron Maiden weer gelukt om een prachtige solo-album af te leveren. Samen met de gitarist Adrian Smith heeft Bruce een conceptalbum gemaakt. Ditmaal heeft Dickinson veel invloed gehad van de filosophische dichter William Blake.

De CD genaamd ‘the Chemical Wedding’ is niet echt een opvolger van ‘Accident of Birth’ te noemen, omdat de stijl en klanken totaal anders zijn. De lyrics zijn alchemisch-gericht en hebben meestal citaten uit eerdere werken van Blake. Dickinson zingt hier totaal anders dan bij Iron Maiden, wat betekent dat hij echt profiteert van zijn vrijheid bij het solo-gaan. Muzikaal gezien is deze uitgave van uitmuntende kwaliteit. Het album opent heavy met het nummer ‘King in Crimson’, en zakt wat af bij het nummer ‘Chemical Wedding’. ‘Gates of Urizen’ en ‘Jerusalem’ zijn de ballads die nodig zijn bij zo’n release. En ‘Machine Men’ en ‘The Alchemist’ zijn de echte, standaard heavy metal sounds waar Bruce Dickinson om bekend staat.Al bij al is ‘The Chemical Wedding’ -harder- dan de voorganger ‘Accident of Birth’. Bruce en Adrian hebben hun best gedaan met deze (laatste)solo-release.


 

Badlands – Dusk

Jaar van Release: 1998

Label : Z Records

Hier komt een rock ‘n’ hard album met de legendarische gitarist Jake E. Lee (ex Ozzy). Badlands, geïnspireerd door Van Halen en Nirvana, zou ook kunnen worden omschreven als een “70’s rocky-somber-grunge” album.

In navolging van de voorgaande albums “Badlands” en “Voodoo Highway” zijn dit de left overs van de periode na deze albums, nummers zijn in de periode van 1991 tot 1993 geschreven door Ray Gillen, die in 1993 overleed aan de gevolgen van aids.

Maar ik zal de vergelijking hier laten, omdat deze Dusk rustig en saai is. Van de eerste riff tot de laatste noot, alles is geschreven met hetzelfde ritme, hetzelfde geluid. Geen melodieën en er is geen enkel nummer om in gedachten te houden … het soort cd dat je bent vergeten als het eenmaal voorbij is. De zanger is goed, maar de manier waarop hij zingt doet me geloven dat hij geen enkel woord vertrouwt op wat hij zei.

Jake E. Lee probeert zijn best te doen, maar eerlijk gezegd zijn de solo’s van de gitaren zo pijnlijk, zonder inspiratie. Ik vraag me af of ze in drie seconden zijn geschreven. Ze klinken zoals zoveel andere rock ’n roll – bands en er is niets in hun geluid dat ze een beetje anders laat klinken. Er staan ​​een paar goede nummers op het album, maar dit is niet genoeg om deze Dusk te redden, ook al bestaan ​​er enkele interessante ideeën.

Het lijkt erop dat de nummers bij elkaar zijn gezocht of na een lange periode zijn opgedoken en in de studio snel zijn geproduceerd, om toch maar een album onder de naam van Badlands te kunnen uitbrengen. Het is dan jammer dat het bij lange na het niveau niet weet te halen van de vorige twee albums.

 


 

Transatlantic – smpte

Jaar van Release: 1999

Label : Inside Out

Ook al is de idee ontsproten uit het brein van Dream Theater drumbeest Mike Portnoy toch is het voornamelijk (ex-)Spock’s Beard zanger Neal Morse die de hoofdstempel drukt op het album ‘SMPTe’ van TRANSATLANTIC. Daar waar een project als Liquid Tension Experiment het meer van het technische kunnen moet hebben werd besloten om de melodie te laten primeren en het symfonische ideeëngoed van de jaren zeventig dik in de verf te zetten. Geruggensteund door Marillion bassist Pete Trewavas en Flower Kings gitarist Roine Stolt krijg je dus het kruim van de hedendaagse progwereld op één enkele plaat bijeen. Bij mijn weten is dat nooit voorheen gebeurd hoewel het natuurlijk interessant zou zijn geweest om op één enkele plaat leden van Yes, Genesis, Pink Floyd, Deep Purple en Jethro Tull naast of liever samen met elkaar te laten musiceren. ‘SMPTe’ opent met het half uur durende ‘All Of The Above’ dat in feite is opgebouwd uit zes diverse composities. Hierin laat Morse niet alleen zijn typische stemgeluid horen maar hij is tevens verantwoordelijk voor schitterende Hammond invullingen. Wat opvalt is het feit dat Portnoy zich eerder gedeisd houdt, dus totaal niet de technische octopus uit DT probeert na te apen. Neal Morse van zijn kant drukt de hevigste stempel op het product want niet alleen zijn de meeste composities van zijn hand maar naast het lenen van zijn unieke stem tekent Morse ook voor Hammond en piano. Roine Stolt komt dan weer in authentieke Steve Howe stijl uit de hoek en laat ook de Mellotron weergalmen als nooit tevoren. Het openingsnummer neemt niet minder dan een half uur van uw kostbare tijd in beslag doch dat is met plezier ‘inleveren’ ! Het nummer bevat dan ook massa’s invloeden en evolueert van Steve Howe naar blues om te eindigen in authentieke Donovan om zo een eigen ‘Close to the edge’ neer te zetten. Tijdens ‘We all need some light’ wordt de akoestische finesse van Roine geïllustreerd hetgeen betekent dat Portnoy zich weeral eens moet inhouden. Portnoy mag echter volop experimenteren tijdens het eerder ‘makke’ ‘Mystery Train’ dat toch wat het zwakke broertje van deze CD mag genoemd worden. Pure klassieke klasse hoor je doorheen ‘My New World’ welke door echte cello wordt ingezet. Als er één nummer dicht bij de Flower Kings aanleunt dan zal het dit pareltje wel zijn.  Qua stemgeluid komt hij dicht bij die van John Wetton geplaatst en ook nu wordt dat nog eens extra onderlijnd. Roine laat ons zowel pure rock als jazz horen hetgeen verfrissend werkt. De plaat wordt afgesloten middels de Procol Harum cover ‘In Held ’t Was In I’, een obscuur nummer dat blijkbaar bij én Portnoy én Stolt reeds jarenlang in de bovenste la mag vertoeven. Het is angstaanjagend hoe dicht de Hammond in de buurt komt van het origineel van Gary Brooker. Alleen tijdens dit nummer knalt het vuurwerk uit de polsen van Portnoy. Het is een waardige afsluiter van een zeer geslaagd initiatief. Fans van Dream Theater lees Mike Portnoy zullen daarom ook enigszins minder tevreden zijn.

 


Queensrÿche – Q2K

Jaar van release: 1999

Label: Atlantic Records 

De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer stelt in zijn magnum opus Wahrheit und Methode (1960) dat in een werkelijk gesprek tussen twee mensen, beide personen met een veranderde visie zullen eindigen. Om je gesprekspartner goed te willen begrijpen is de goede wil echter een vereiste, omdat een mens anders in zijn eigen horizon (visie) blijft steken. Stel je een verhitte discussie voor tussen een verstokte liberaal en een militante communist, waarbij beide personen hun eigen standpunten en visies verkondigen zonder zich te willen verplaatsen in het standpunt van de ander. Het resultaat is een hinderlijk over en weer gooien van statements, zonder dat er een verandering in de sprekers ontstaat. Zouden beide personen hun vooroordelen opzij zetten en luisteren naar wat de andere spreker te zeggen heeft en hierdoor hun eigen visie op een bepaalde manier veranderen, dan zou iets ontstaan wat Gadamer horizonversmelting noemt. De verandering begint op het moment dat jij het punt van een ander vanuit zijn visie begrijpt en er hierdoor een verrijking ontstaat in jouw mening: slechts dan heeft een gesprek echt zin gehad.

Dit is een nogal bombastisch begin voor een recensie, maar het voorbeeld is noodzakelijk om de discussie over Q2K in een bepaalde context te zetten. Samen met bijvoorbeeld Megadeth’s Risk, Virgin Steele’s Life Among The Ruins, Kreator’s Endorama en Metallica’s Load en Reload staat het album voor velen voor een vaarwel aan een muziekstijl waar zij zo van houden en het is daarom ook niet gek dat het zoveel kritiek over zich heen heeft gekregen. Laat me eerlijk zijn: ik begrijp de frustraties, maar heb het idee dat veel mensen ook weinig goede wil hebben om het album te begrijpen.

In het geval van Q2K is er niets meer te vinden van de heerlijke progressieve US power metal die Queensrÿche op klassiekers als The Warning, Operation: Mindcrime en Empire speelde. Geen hoge uithalen, geen twinsolo’s, geen maatschappijkritische teksten en een groot gemis aan Chris DeGarmo: deze zaken zorgden voor een complete vervreemding van deze eens zo grootse Amerikaanse band. De nieuwe stijl (die overigens met DeGarmo op Hear In The Now Frontier al begonnen was) klinkt weinig ‘metal’ en neigt meer naar het grunge genre, dat rond 1999 qua populariteit ook al afnemende was.

In de voetnoten van de heruitgave uit 2006 stelt Geoff Tate, dat als hij vandaag de dag terugluistert naar Q2K, hij een band hoort die hard bezig was zichzelf muzikaal te herdefiniëren in een zeer stressvolle tijd. De band kreeg namelijk met het vertrek van Chris namelijk een zware klap te verduren, terwijl het ook financieel gezien een stuk minder ging. Ondanks deze zaken is hij trots op wat Queensrÿche in deze zware periode bereikt heeft. Het kostte me even wat moeite, maar ik begrijp wat hij bedoelt en beluister het album nu heel anders dan ik eerst deed. Q2K bevat namelijk een aantal zeer sterke rocksongs die er zeker mogen zijn.

Opener Falling Down heeft bijvoorbeeld een heerlijke groove en een zeer aanstekelijk refrein, terwijl When The Rain Comes… een uitstekend emotioneel en toch krachtig nummer is. Breakdown heeft daarnaast een fantastische brug, waar we weer een glimp van de oude, melodieuzere Queensrÿche kunnen horen. Qua solo’s zijn er dan wel geen prachtige duo lead-partijen zoals vroeger te horen, maar de bluesy solo’s die er bijvoorbeeld op Liquid Sky of The Right Side Of My Mind te horen zijn, passen uitstekend bij de rauwe songs. Dit rauwe karakter bereikt men niet alleen met de ietwat simpele songstructuren, maar ook door de uitstekende productie en mix. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het jaren ’90 Rush album Test For Echo met een zwaar basgeluid, een zompige en volle gitaarsound en een basic drumgeluid.

Toch moet ik toegeven dat het album naar mijn mening met One Life en het in 2006 bijgevoegde Until There Was You ook enkele behoorlijk inspiratieloze rocksongs bevat. Als alle nummers op Q2K zo hadden geklonken, dan had ik er waarschijnlijk ook totaal niet van kunnen genieten, nu zijn de nummers slechts een kleine smet op een verder verbazingwekkend fris klinkend album. Tate klonk nergens op Hear In The Now Frontier zo gepassioneerd als hier op When The Rain Comes…, terwijl de songs zelf veel compacter en beter geschreven klinken dan op de voorganger het geval was.

Er is in het recenseren geen absolute waarheid over wat goede muziek is, er zijn slechts subjectieve uitspraken die we ontlenen aan heersende cultuur- en tijdsgebonden visies die door de jaren heen veranderen. Als ik zeg dat een album goed is, stel ik in feite dat ik het gerecenseerde album volgens de maatstaven van mijn horizon een status geef, die overeen zou moeten komen met wat andere mensen uit mijn directe omgeving (in dit geval de metalcultuur) goed zouden vinden. Ik zeg hiermee niet dat iedereen het album goed moet vinden, maar ik heb wel een lichte hoop dat men de discussie met Q2K opnieuw aan wil gaan.

Plaats het album eens buiten het progressieve metalvertoog en bekijk het nu, zo’n elf jaar na dato eens anders. Zijn de nummers op zichzelf echt zo slecht, of slechts in verhouding tot andere nummers? Zingt Tate vals of uitgeblust? Is de productie dan niet lekker stevig? Is het slecht, of was het gewoon een verkeerd album in een tijd dat we er niet op zaten te wachten? Nogmaals, ik verwacht niet dat iedereen het met me eens is, maar ik hoop wel deze recensie uiteindelijk tot een goed gesprek tussen lezer, schrijver en muzikant kan leiden.