Under The Greasepaint – schrijven in de schaduw van het podium

Er is een moment in het maakproces van een album waarop je niets hebt en tegelijkertijd alles.

De titel ligt er.
Tien songtitels staan keurig onder elkaar.
Het album heeft zijn eerste  adem.
Maar de invulling… die sluipt binnen via hotelkamers, nachtelijke wandelingen en observaties die je overdag waarschijnlijk te dramatisch zou vinden.

Welkom in de fase waarin Under The Greasepaint langzaam zijn gezicht krijgt.

En zoals dat hoort bij Curtainfall gebeurt dat niet in een repetitieruimte met lauw bier en een te kleine asbak, maar tussen weekendtassen, autoritten en hotelramen die uitkijken op steden die nooit helemaal slapen.


De kapstok: Under The Greasepaint

De albumtitel is geen versiering.
Het is het skelet waaraan alles hangt.

Schmink – greasepaint – is in dit project geen theatraal detail maar een levenshouding.

Het is:

  • de façade die we dagelijks opzetten

  • de rol waarin we functioneren

  • de bescherming tegen de buitenwereld

En tegelijk het bewijs dat we ons verbergen terwijl we juist gezien willen worden.

Die paradox is de motor van het schrijven.


Antwerpen, Amsterdam en de kunst van het observeren

Sommige nummers ontstaan niet achter een scherm maar in beweging.

Een weekend Antwerpen leverde geen souvenirs op maar beelden:

  • reflecties in hotelramen

  • mensen die elkaar aankijken zonder elkaar te zien

  • neonlicht dat mooier lijkt dan het is

En ergens daar – tussen de stilte van een vreemde kamer en het besef dat niemand weet wie je bent – kreeg Exit Sign Flickering zijn eerste zinnen.

Als er één nummer is waarin schrijven, locatie en thematiek samenvielen, dan is het dit.

Het flikkerende nooduitgangbord als enige verbinding met de buitenwereld van het theater.

Niet stabiel.
Niet betrouwbaar.

Net als de artiest zelf op dat moment.

Het nummer verwoordt:

  • de drang om midden in de scène weg te lopen

  • het claustrofobische gevoel van het podium

  • de kortsluiting tussen rol en werkelijkheid

Het contrast tussen:

het felle podiumlicht
en
het onzekere groene schijnsel van de uitgang

is niet alleen visueel – het is emotioneel.

Vrijheid bestaat.
Maar je kunt er nog niet naartoe.


Geen verhaallijn – maar een thematische breuklijn

Waar Shadows That Remain een duidelijk verhaal/concept  had, kiest dit album bewust voor iets anders.

Geen lineair verhaal.
Geen vaste gids.

Dit is een verzameling momenten rond één centrale waarheid:

de dualiteit tussen de rol en de mens.

Elk nummer belicht een andere scheur in dat masker.


1. Het masker – introspectie in natte verf

In Paint Still Wet wordt misschien wel de kern van het album geraakt.

De transformatie is nooit af.
De verf droogt niet.

Wie ben je:

  • vóór het optreden

  • tijdens

  • daarna

Als die drie versies steeds meer door elkaar gaan lopen?

Het personage wordt geen kostuum meer.
Het wordt een tweede huid.

En dat is even fascinerend maar kan voor onrust zorgen.


2. De desillusie – het applaus als verdoving

Er zit een scherp randje in de nieuwe teksten.

Meer dan op het debuut.

Niet omdat het project cynischer is geworden, maar omdat het inzicht is gegroeid:

Het publiek wil de leugen.

You Wanted The Lie is daarin bijna confronterend eerlijk.
De waarheid is te complex. Te rommelig. Te menselijk.

Dus geven we ze de show.

En nemen we de stilte daarna voor lief.

Het applaus – ooit het doel – wordt hier iets vluchtigs.
Een verdovend middel dat te snel uitwerkt.


3. De eenzaamheid – de clown buiten zijn habitat

Het sterkste beeld van het album blijft:

Naast Antwerpen, deed Amsterdam daar nog een schep bovenop.

Een hotelkamer waarin de adrenaline van de dag langzaam uit je systeem zakt.
De stad buiten die doorgaat.
En jij die ineens voelt hoe leeg het wordt als de “show” voorbij is.

Daar werd de vermoeidheid van de performer geen idee meer, maar een lichamelijke ervaring.

The Clown Walks Home.

Geen spotlight.
Geen muziek.
Alleen schmink die je niet meteen afveegt omdat je nog niet weet wie je daaronder bent.

De clown in het café 
De clown in de regen.
De clown in een hotellift.

Dat beeld zegt alles over de vervreemding van de performer.

De vrolijkheid is een uniform geworden.

Het nummer beschrijft het contrast tussen de adrenaline van het podium en de oorverdovende stilte van een hotelkamer.
  • De Transitie: Het “lopen” naar huis (of naar het hotel) staat voor de fysieke inspanning om weer een mens te worden na een avond een in een andere wereld te zijn geweest.
Hoewel de stad Amsterdam buiten de muren bruist, versterkt dit juist het gevoel van cynisme in het nummer:
  • Anonieme Straten: De wandeling door de stad  onderstreept de vervreemding. Voor de voorbijganger is hij slechts een vreemd figuur; voor de performer is de stad een decor dat hij niet meer kan bespelen.
Het is het moment waarop het cynisme  omslaat in pure introspectie. Het stelt de vraag: Als de lach van het publiek wegsterft, wat blijft er dan van de man achter de lach over?

Schrijven zonder vangnet

Wat deze fase anders maakt dan het debuut is de manier van werken.

Toen was er een verhaal dat richting gaf.

Nu is er een thema dat vragen stelt.

Dat betekent:

  • zoeken

  • schrappen

  • opnieuw beginnen

En accepteren dat een nummer soms begint met één zin die in een hotelkamer op een telefoon wordt getypt.


De plaat wordt menselijker

Misschien is dat wel de grootste ontwikkeling.

Under The Greasepaint gaat minder over een personage en meer over een toestand.

Minder theater.
Meer huid.

Het digitale project dat Curtainfall nog steeds is, voelt tijdens het schrijven paradoxaal genoeg steeds lichamelijker:

vermoeidheid
stilte
twijfel
ontlading


Tot slot – de fase waarin alles mogelijk is

De titels liggen vast. Vier nummers zijn inmiddels al gegoten in beton.
De thematiek staat als een tent.

Maar de invulling leeft.

En dat is precies de magie van dit moment:

Het album bestaat al –
maar ook nog helemaal niet.

De schmink ligt klaar.
De spiegel hangt.

Nu alleen nog bepalen wie er straks in kijkt.

Reacties zijn gesloten.

Ondersteund door WordPress | Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑