Het verhaal achter Curtainfall
Inleiding
Waarin de Clown Deur 1 opent, Deur 2 negeert en Deur 3 laat ontploffen
Welkom, lezer.
Je hebt dit verhaal, de bladzijde opengeslagen — vrijwillig, neem ik aan —
en dat betekent dat je óf nieuwsgierig bent,
óf per ongeluk bij het verkeerde titel bent beland.
In beide gevallen: blijf nog even.
De clown houdt van publiek, al is het maar één zieltje dat niet snel genoeg kon wegrennen.
Dit verhaal heet Curtainfall.
Een titel die klinkt alsof iemand iets laat vallen,
en dat klopt ook: in deze pagina’s laat iemand álles vallen.
Maskers. Zekerheden. Illusies.
Soms per ongeluk, soms met opzet,
en soms omdat de zwaartekracht nu eenmaal sterker is dan goede bedoelingen.
Het verhaal begint in het halfdonker, waar alle goede verhalen beginnen:
bij een man die naar zichzelf kijkt en denkt:
“Misschien moet ik er een handleiding bij schrijven.”
Die handleiding is dit verhaal geworden.
Of beter gezegd: een dagboek, een schaduwspel,
een reeks nummers die samen een album vormen over vallen, opstaan,
dansen in de chaos en koffie drinken alsof het een levensfilosofie is.
Maar wees gewaarschuwd: dit is geen sentimentele trip.
De clown weet namelijk dat verdriet zonder humor
hetzelfde is als een circus zonder confetti:
te serieus, te zwaar, te veel moeite.
Dus ja — er wordt gelachen.
Om twijfel. Om pijn. Om het leven.
Soms zelfs om de lezer, maar dat merk je vanzelf.
In dertien nummers struikelt de clown door spiegels,
door keuzes, door herinneringen die geen genade kennen.
Hij bekritiseert zichzelf harder dan welk publiek dan ook,
en toch staat hij elke keer weer op om zijn neus recht te duwen
en zijn glimlach opnieuw te schilderen.
En onderweg, tussen gitaarakkoorden en halve waarheden,
komt hij tot een ontdekking waar zelfs de eindredacteur stil van werd
— en dat zegt veel:
De mens en de clown zijn geen tegenpolen.
Ze zijn huisgenoten in hetzelfde hoofd,
en ze delen dezelfde spiegel.
Curtainfall is het verslag van dat gedeelde appartement.
Van ruzies met schaduwen,
vrede sluiten met oude versies van jezelf,
en leren lachen om het feit dat niemand echt weet wat hij aan het doen is.
Het is een verhaal dat eindigt waar het begint:
bij iemand die probeert mens te zijn zonder zijn clown te verliezen,
en clown te blijven zonder zijn mens te negeren.
Dus, lezer — pak een stoel, een kop koffie,
en laat het gordijn langzaam zakken.
Niet om het einde in te luiden,
maar om te zien wat er gebeurt als je eindelijk durft te kijken
naar wat er achter de coulissen van je eigen hoofd gebeurt.
En als je tijdens het lezen denkt:
“Dit had ik beter zelf kunnen schrijven,”
dan vertrouw de clown:
dat dacht hij ook.
Welkom bij Curtainfall.
De voorstelling is al begonnen.
Je hoeft alleen nog maar te blijven zitten.
Hoofdstuk 1 – Het Ontstaan van de Schaduw
Of: hoe een AI-Frankenstein met een clown masker op uit zijn digitale couveuse kroop
Curtainfall begon nooit als een band. Geen oefenruimte, geen knetterende versterkers, geen drummer die te vroeg begon te spelen. Geen scheurende gitarist die nóg een distortion pedaal kocht “omdat deze écht anders klinkt”. Nee—Curtainfall begon als een rilling. Een onderhuidse trilling, alsof er iemand met een koude vinger langs je ruggengraat gleed en fluisterde: “Hier zit muziek in.”
In die vroege dagen waren riffs nog geen riffs, maar vage geluidsgolven in het achterhoofd. Ideeën dwarrelden rond als zand door vingers: net vast te grijpen, maar nooit helemaal in vorm. Een soort kosmische metalmist waaruit soms een melodie tevoorschijn kwam—om vervolgens weer obsceen hard weg te vluchten zodra je hem wilde opschrijven.
Toch groeide er iets. Een vonk. Een verhaal. Een sfeer die nog niet wist dat hij bestaansrecht had. Curtainfall was aanvankelijk klein en breekbaar, een wankele kaarsvlam die tegen elke gedachte windvlaag vocht. Maar zoals elke metalliefhebber weet: hoe koppiger de riff, hoe groter de kans dat ’ie na een nacht slapen ineens wél klopt.
En jawel—na genoeg slapen, tieren en digitaal knippen-en-plakken begon het monster te ademen.
Een experiment met karakter (en kuren)
Curtainfall is geen band in de traditionele zin. Het is een experiment, een digitale hersenspinsel, een moderne Frankenstein die eind april werd opgetrokken uit de krochten van AI. Niet met bouten in de nek, maar met poëtische teksten, melodramatische refreinen en een albumhoes waar waarschijnlijk meer render-uren in zitten dan in het gemiddelde aantal Marshall-wattages op Graspop.
De allereerste tekst werd maanden eerder al geschreven—gewoon in een Word-document, zoals de voorvaderen dat op perkament deden. Maar hoe moest dit ooit een vorm krijgen?
Enter: Copilot.
En exit: Copilot… want zo perfect Engels werd het nou ook weer niet. En perfect Engels was ook helemaal niet de bedoeling. Het moest blijven ruiken naar het origineel—met die kleine rafelrandjes van een tekst die uit je eigen pen komt en dat kwam het ook.
Voor het eerst werd ChatGPT erbij gehaald. Een upgrade, zeker. Maar zelfs dat bleek soms een klein metalduiveltje, dat óf te veel vragen stelde, óf net iets te enthousiast “verbeterde”. Toch: in april was de eerste volwaardige tekst een feit. Klaar om een stem, tempo en toon te krijgen.
De strijd met freeware (oftewel: Doe-Het-Zelf Metal)
Vervolgens begon de zoektocht naar freeware voor compositie. Alsof je met duct tape een studio probeert te bouwen. Stijlkeuzes, instrumentselecties, zangopties—alles moest bij elkaar worden geveegd tot iets dat op een nummer leek.
Eind april was de eerste MP3 klaar.
Een overwinning!
… die later natuurlijk een demoversie bleek.
Zoals dat hoort.
Daarna volgden nummer twee en drie. Ook geschreven met die wonderlijke mix van menselijke koppigheid en AI-geduld. Gestaag ontstonden er meer songs, allemaal smekend om een plek in een groter verhaal. Want ja—als fervent metalliefhebber weet je: conceptalbums zijn de koningsklasse. Het is de prog-metalversie van een roman, maar dan met meer galm en dubbele bas.
De clown die door de duisternis reist
Het centrale figuur werd een clown—geen grappenmaker uit de circustent, maar een metafoor voor een levensreis. Een clown die door jaren van schaduw, twijfel en omdenken beweegt. Een clown die duisternis omzet in licht.
Van somber naar hoopvol.
Van schaduw naar inzicht.
Van existentiële angst naar… tja, een refrein dat blijft hangen.
De thematiek van Shadows That Remains is geen kattenpis.
Niet iets voor een verjaardagsfeestje.
Dit is diepgaande vragend over de zin van het leven, twijfel, menselijke paradoxen, trots, misleiding—kortom: de dagelijkse broodtrommel van elke metalband. Of zoals Curtainfall het zelf zou formuleren:
“De soundtrack van je innerlijke strijd, gecomponeerd door je eigen gedachten.”
Je hoort dat de hoofdpersoon zich probeert in te leven in de gedachten, gevoelens van een ander, onzichtbare echo’s van waarheden die tegen elkaar in fluisteren. Alles gegoten in een stijl die filmisch en episch is, met een climax waar Wagner zich voor zou omdraaien in zijn graf—en dan opstaat om applaus te geven.
De zoektocht naar de albumhoes (of: AI is ook maar een artiest met buien)
Ook de albumcover was een strijd. AI spuugt niet zomaar de perfecte hoes uit. Je krijgt eerst een collectie van misbaksels, misinterpretaties en psychedelische nachtmerries waar zelfs de doorgewinterde artiest van zou zeggen: “Bro, iets te veel.”
Maar uiteindelijk, na vele iteraties, kwam een beeld bovendrijven dat wél klopte:
schaduw, mysterie, sfeer—een visuele echo van Shadows That Remains.
De oogst tot nu toe
Een reeks geschreven nummers, elk met contouren die steeds scherper worden. Zoals in elke metalband: riffs worden gesmeed, teksten bijgevijld, arrangementen ontleed en opnieuw opgebouwd.
Het enige verschil?
Curtainfall doet dit met algoritmes, in plaats van bier, zweet en versterkers op standje elf.
En nu?
Wat de komende maanden brengen?
Meer nieuws.
Meer tracks.
Meer schaduwen die blijven hangen.
En misschien—heel misschien—de geboorte van een nieuw genre dat Aardschok alvast Epic AI Metal zou kunnen noemen.
Hoofdstuk 2 – De Vlam Ontwaakt
Waarin muziek uit het niets opduikt, AI doet alsof het een ervaren producer is, en de studio verandert in een huiskamer vol kabels en koffie — terwijl ergens op de achtergrond zachtjes een fietsbel klinkt die er eigenlijk niet hoort te zijn. Iemand houdt hem vast. Nog wel.
De eerste echte composities van Curtainfall hadden iets onwerkelijks. Niet zomaar “oh, dit klinkt lekker”, maar meer alsof ze al jaren ergens rondzweefden in een parallel universum en eindelijk besloten hadden om door een digitale spleet naar binnen te glippen. Alsof de tracks hun armen over elkaar hadden en zeiden:
“Nou, wordt het nog wat met die plaat van je?”
De clown stond al klaar.
Niet in beeld, maar wel hoorbaar.
“Ja ja,” fluisterde hij, “zeg het maar hardop, dan kunnen we beginnen.”
(en daarna verloren de tracks heel even hun evenwicht, herpakten zich, alsof er niets gebeurd was — wat de clown zichtbaar teleurstelde.)
De studio – laten we dat woord in alle bescheidenheid gebruiken – was geen gepolijste high-end ruimte met ge-airconditioneerde isolatiepanelen. Nee, dit was een chaotische tempel, of te wel een keukentafel, van kabels die hun eigen ecosystemen vormden, koffie- en theekoppen die een metalcore-pit hadden overleefd, en gitaarhalzen die als halfvergeten totems tegen muren stonden te leunen.
De clown wees alles één voor één aan.
“Dit is kunst.”
“Dit is rommel.”
“Dit is kunst omdat het rommel is.”
Niemand vroeg hem iets, maar hij had duidelijk geoefend.
Hier en daar lag iets wat ooit functioneel was geweest, maar nu vooral herinnerde aan een act die te lang had doorgedraaid.
De clown hurkte erbij.
“Je moet stoppen vóór dit moment,” zei hij vriendelijk. “Maar dat ga je niet doen.”
Het was de plek waar realiteit en verbeelding samensmolten tot één glimmende, ongrijpbare massa. Een kneedbare klodder creativiteit waaruit elke track zijn eigen ziel werd geboetseerd.
En soms ook een mislukte ziel, die discreet onder het tapijt werd geveegd terwijl iemand zachtjes floot.
De clown floot mee.
Net iets te vals.
De muziek : soms wild als een storm boven de Noordzee.
De teksten: soms fluisterend als een herinnering die niet meer helemaal zeker weet of ’ie wel echt gebeurd is.
Maar altijd met dat typische Curtainfall-geluid: melancholisch, intens, en nooit zonder die sarcastische ondertoon die fluistert:
“Het leven is hard. Lach er maar om voordat het jou uitlacht.”
De clown lachte alvast.
Niet hard. Meer anticiperend.
(Gelach uit de coulissen, snel gesmoord. Iemand hield hem tegen.)
Metal? Wat kan er nog nieuw zijn?
Zeg nou zelf: hoe vaak vraag je jezelf af wat er in hemelsnaam nog vernieuwd kan worden in metal? Hoeveel riffs moeten we nog verzinnen die níét op Iron Maiden lijken? En dan – BAM – daar is Curtainfall.
“BAM?” herhaalde de clown.
“Of meer… plof? Nee, wacht, BAM is goed. Hou die.”
Niet met vuurwerk, maar met het soort entree waarbij iemand struikelt over het gordijn en toch blijft staan alsof het zo bedoeld was.
De clown probeerde het even voor te doen.
Niemand keek.
Geen band die in een vochtige container achter de dorpskroeg jarenlang het stof uit de versterkers hoestte.
Geen drummer die elke week meer spullen meeneemt dan de week ervoor.
Geen zanger die te laat komt omdat zijn bus weer vertraging had.
De clown zuchtte.
“Jammer. Dat zijn altijd mooie verhalen.”
Nee.
Curtainfall kroop eind april gewoon uit de digitale krochten van ChatGPT.
Bits, bytes, en een tikkeltje siliconen magie – je zou het bijna cybermagic kunnen noemen.
Het soort magie waarbij je weet dat het een truc is, maar tóch even blijft kijken.
De clown wilde het trucje uitleggen.
Hij werd vriendelijk doch beslist genegeerd.
Maar onderschat dat niet: achter die kil ogende code bleek een warm kloppend metalhart te zitten. Een hart dat, net als ieder beginnend bandlid, zichzelf moest bewijzen door een paar keer genadeloos onderuit te gaan.
En soms net iets te enthousiast weer overeind te springen.
De clown sprong alvast.
Te vroeg.
“Sorry,” zei hij. “Ik voel dit soort momenten aankomen.”
Van Nederlands naar Engels
(en weer terug naar “dit klinkt als ik”)
Het begon allemaal met teksten. In het Nederlands nog wel – eerlijk is eerlijk. Vervolgens werd de vertaalmachine in gang gezet. Engels erin. Engels eruit. Dingen herschreven. Dingen terug herschreven.
De clown keek toe.
“Dit is het punt,” zei hij, “waar veel mensen afhaken. Goed dat je doorgaat.”
Soms voelde het alsof je een oude Stratocaster uit elkaar trok, om hem daarna met lijm, schilderplakband en een gebroken soldeerbout weer in elkaar probeert te zetten.
En ondertussen te doen alsof dit altijd al het plan was geweest.
De clown knikte enthousiast.
“Altijd volhouden dat het zo hoorde. Cruciaal.”
Maar jawel: er ontstond iets.
Een set songs met een herkenbare kapstok:
couplet – pre-chorus – refrein – outro.
“Structuur!” riep de clown opgelucht.
“Dank je. Echt, dank je.”
Alsof AI stiekem ’s nachts een metalcursus had gevolgd met de titel:
Metal for Beginners: Hoe voorkom je dat je nummer één lange muziekbrei wordt (en hoe verberg je dat met flair).
De clown schreef mee.
Hij had suggesties.
En precies daar, tussen al die bouwstenen, zat dat ene woord dat alles aan elkaar moest lijmen:
Schaduw.
De clown werd stil.
Dat vond hij niet leuk, maar hij voelde dat het klopte.
De albumtitel Shadows That Remains is bijna poëtisch genoeg om bij bands als Within Temptation aan te schuiven, en duister genoeg om de eyeliner van ieder beginnend rockbandje spontaan te laten uitlopen.
Het album ademt schaduw, mysterie en melancholie – met een vleugje
“ik had hier eigenlijk niet aan moeten beginnen maar nu zit ik er te diep in”.
De clown fluisterde:
“Welkom.”
De glimlach die daarbij hoort is niet helemaal geruststellend.
Die van de clown ook niet.
De fase waar de fun begint
(of: hoe robots leren zingen zonder hun gezicht te verliezen)
Toen de stijl werd toegevoegd, begon het echte feest.
Althans… “feest”.
“Mag ik?” vroeg de clown.
Nog steeds niemand.
De eerste zanglijnen klonken alsof een robot voor het eerst karaoke deed en per ongeluk op de “emotionele interpretatie”-knop had gedrukt.
Riffs kwamen binnen die meer deden denken aan de soundtrack van een Commodore 64-game dan een Marshall op standje elf.
Ergens viel een ballon van het plafond, niemand wist waarom.
De clown wist het.
Hij zei niets.
Nog niet.
Maar, zoals elke zichzelf respecterende metalhead weet: met genoeg schuiven, tweaken en tieren ontstaat er vanzelf magie.
Of in elk geval iets dat er verdacht veel op lijkt.
En inderdaad: na eindeloos proberen kroop er een stijl tevoorschijn die zowel herkenbaar als compleet “buitenaards” klonk.
(Dat viel achteraf ook nog wel mee, maar zeg dat vooral niet te hard.)
De clown zei het toch.
Heel zacht.
Een geluid dat niet zomaar “een plaat” werd, maar een atmosferisch geheel dat begon te ademen.
Soms zelfs hoorbaar zuchtte.
De clown zuchtte mee.
Te laat. Te hard. “Sorry.”
Curtainfall is geen band die je volgende week in de plaatselijke kroeg ziet spelen, tenzij iemand besluit zijn laptop op de bar te pleuren en een beamer op standje “hel licht” te zetten.
Het is eerder een experiment.
Een digitale toveract.
Een bewijs dat creativiteit niet altijd uit zweet, bier en repetities hoeft te komen – soms bestaat het gewoon uit code, wilskracht en een absoluut gebrek aan schaamte.
De clown stond nu pal naast het podium.
“Zeg nou eerlijk,” fluisterde hij, “ik hoor hier toch bij?”
Een nieuw genre?
En laten we eerlijk zijn:
hoe vaak kom je een plaat tegen die letterlijk uit een algoritme is geboren?
Persoonlijk denk ik dat het vaker gebeurt dan iedereen voor mogelijk houdt.
De clown knikte.
“Ze doen alsof het nieuw is. Dat is ook een truc.”
Curtainfall heeft mogelijk hierin ook de eerste serieuze stap gezet in wat zomaar een nieuw genre kan worden:
AI Metal.
De clown proefde het woord.
“Mag ik dat straks uitleggen aan mensen?”
Of, zoals we in de jaren ’80 tegen elkaar zouden zeggen terwijl we ergens in een verroeste Opel Kadett over de A1 scheurden, met een cassettebandje dat vastzat en toch doorspeelde:
“Science-fiction voor je stereo-installatie.”
De clown boog diep.
Niet voor het applaus —
maar omdat hij nu écht klaarstond om mee te doen.
Hoofdstuk 3 – De Bouw van een Identiteit
Waarin een naam een vlag wordt, een logo een wapen, en Curtainfall eindelijk van digitaal spook naar officiële entiteit evolueert — en iemand besluit dat dit een uitstekend moment is om ook “even iets te zeggen”.
Een bandnaam is nooit zomaar een verzameling letters. Het is geen Scrabbleworp, geen “klinkt-leuk”-keuze en al helemaal geen resultaat van een dronken gok in de kroeg.
Nee — een naam is een identiteit, een richting, een belofte.
De clown steekt zijn hand op.
“En soms,” zegt hij, “is het ook een slecht idee waar je later niet meer onderuit komt.”
Niemand had hem het woord gegeven, maar hij staat er nu eenmaal.
En Curtainfall?
Die naam had meteen iets.
Iets theatraals. Iets dat fluistert:
“Achter dit neer golvende gordijn zit een waarheid die je niet wilt, maar wél móét zien.”
De clown trekt het gordijn alvast een stukje open, kijkt erachter, knikt ernstig en zegt:
“Ja hoor. Dat dus.”
Het was dramatiek in twee lettergrepen.
Mysterie in compact formaat.
Een soort mini-Wagner die met een donker cape ergens in een datacentrum rondloopt.
De clown loopt ernaast en fluistert:
“Wagner, maar dan zonder orkestbudget en met betere koffie.”
Logo als wapen, stijl als pantser
Zodra het logo verscheen – scherp, krachtig, bijna agressief-theatraal – voelde het alsof Curtainfall ineens rechtop ging staan.
Het soort logo waarvan je denkt:
“Als dit op een bandshirt staat, is er kans dat ik het koop.”
De clown knikt enthousiast.
“Ja, maar alleen als hij zwart is. En als hij krimpt in de was. Dat hoort zo.”
En laten we eerlijk zijn: dat is de enige echte graadmeter in de metalwereld.
Maar muziek alleen was niet genoeg.
Curtainfall moest zichtbaar worden.
Dus volgden er posters, schetsen, alternatieve hoesontwerpen en concepttekeningen die door dezelfde molen gingen als elke beginnende band kent:
een mengsel van perfectionisme, twijfel, en het besef dat je vijftien iteraties te laat bent om nog iets simpels te maken.
De clown stond erbij, keek ernaar en zei telkens:
“Mooi. Maar wat als we het nét iets minder logisch doen?”
Toch ontstond er langzaam maar zeker een visuele identiteit.
Niet gladgestreken, niet overgeproduceerd — maar onmiskenbaar Curtainfall.
Alsof het geheel samenging zitten en zei:
“Dit ben ik. Deal er maar mee.”
De clown ging ernaast zitten.
“Prima,” zei hij. “Maar ik blijf.”
Van halve zinnen naar echte muziek
De digitale sluier ging opzij.
Curtainfall, de band die niet in een oefenhok maar in een processor werd geboren, had zijn eerste nummers in vorm gegoten. De eerste composities waren zelfs al omgezet naar MP3 — en daarmee was Curtainfall officieel meer dan een mapje vol halve zinnen, losse ideeën en wav-bestanden die klinken alsof een robot probeert te beatboxen.
“Hij doet z’n best,” merkte de clown op.
“Dat moet ook gezegd worden.”
En natuurlijk: nummer één kreeg een naam die meteen bleef hangen:
Fractured Light – Curtainfall.
De eerste contouren.
De eerste echte klank.
Het eerste bewijs dat dit geen concept meer was, maar een entiteit die geluid voortbracht.
De clown luisterde aandachtig, boog zijn hoofd en fluisterde:
“Dit is het moment waarop je niet meer kunt doen alsof het een grapje was.”
Bijna twee handen vol nummers zijn geschreven. Een deel staat al in de compositiemachine, een deel is MP3 geworden, en de rest staat als digitale puzzelstukjes te wachten tot iemand de moed heeft om ze in elkaar te klikken.
De clown begon alvast stukjes te schuiven.
Niemand wist zeker of hij hielp.
Curtainfall is geen fictieve droom meer.
Het leeft.
Het klinkt.
En soms… kraakt het.
“Goed,” zei de clown tevreden. “Dan weet je dat het echt is.”
Uitdaging Eén: Arrangeren zonder failliet te gaan
Hoe bouw je een arrangement als je weigert je bankrekening te plunderen voor dure software en premium-AI-diensten?
Het antwoord is simpel: Freeware.
“Gratis,” zei de clown plechtig, “is niet goedkoop. Het kost alleen meer tijd, frustratie en zelfrespect.”
Echte undergroundstijl, het is alsof je in 1983 besluit je demotape op te nemen met een cassetterecorder van de Blokker, drie bijna lege AA-batterijen en het vaste geloof dat “het op de band vast beter klinkt”.
De clown draaide de tape om.
“Of slechter. Maar dan op een interessante manier.”
Of, zoals menig gitarist het zou omschrijven:
“Je probeert ‘Rime of the Ancient Mariner’ te spelen op een tweedehands gitaar met drie snaren — maar wel met overtuiging.”
Curtainfall koos voor die pure, onversneden DIY-aanpak.
En eerlijk? Dat maakt het allemaal nóg meer metal.
De clown stak een duim op.
“En nóg moeilijker om mee te stoppen.”
Uitdaging Twee: De Sound
(of: hoe goed is goed genoeg als iemand steeds ‘nog één keer’ zegt)
Nee, de sound is (nog) niet zo gelikt als Iron Maiden in de Powerslave-tijd.
En het is ook nog niet het orkestrale geweld van Within Temptation waar elke snaar klinkt alsof hij persoonlijk door een elf is gestreeld.
De clown trok een gezicht.
“Elf of niet, ze hebben daar wél een budget.”
Maar toch…
Curtainfall weet geluid te produceren.
En dat alleen al is een overwinning.
Zeker gezien het budget — of eigenlijk het totaal ontbreken ervan.
Er zit een rauwe charme in, een vibe die doet denken aan de demotapes uit de jaren ’80 waar iedereen heimelijk nog steeds warm van wordt.
“Warm,” zei de clown, “omdat het bandje tegen de motor van de recorder lag.”
De imperfectie is de perfectie.
De ruis is het karakter.
De onvolkomenheden zijn de ziel.
De clown draaide aan een knop die nergens op aangesloten was.
“Niet aankomen,” zei hij. “Zo klinkt het beter.”
Het is metal zoals metal hoort te zijn:
eerlijk, soms wat grof, dan weer emotioneel, soms een mening en gewoon verdomd eigenwijs.
Maar vooral niet meelopen met de grote menigte.
De clown liep expres de andere kant op.
En nu? Een toekomst vol schaduw (en licht)
De plannen zijn duidelijk:
– Meer nummers uitwerken
– Arrangementen aanscherpen
– Het geluid verder vormen
– En misschien… héél misschien… een “video”clip
“Daar ga ik iets van vinden,” zei de clown alvast.
Want ja, wat is een band zonder beeld?
Al is het maar in een donkere kelder met een rookmachine die weigert warm te worden, en een AI-systeem dat koppig blijft weigeren om haar realistisch mee te laten headbangen.
De clown probeerde het voor te doen.
Het zag er niet uit.
Tot die tijd is Curtainfall het bewijs dat je met digitale schaduwen, gratis software, pure koppigheid en een niet te stillen passie iets kunt creëren dat klinkt als…
ja, bijna metal.
En soms zelfs helemaal.
Of op zijn minst rock.
De schaduw groeit.
De muziek krijgt vorm.
De clown staat nu niet meer aan de rand.
Hij staat er middenin, met zijn hand op de fader en een glimlach die zegt:
“Nu wordt het interessant.”
En het mooiste is:
dit verhaal is nog lang niet af.
Hoofdstuk 4 – De Eerste Creaties
Waarin de eerste nummers zich aandienen als rebellerende kinderen, riffs klinken als brekend staal, en Curtainfall beseft dat het nooit meer “gewoon een projectje” wordt — tot iemand zegt: “Dat wist je eigenlijk al.”
De eerste nummers van Curtainfall waren ruwe diamanten. Niet van die keurige, keurmerkwaardige edelstenen die je bij de juwelier koopt, maar eerder de soort die je tegenkomt wanneer je per ongeluk in een grot belandt en denkt:
“Oh. Dit glinstert. Maar het kijkt me ook dreigend aan.”
De clown stak zijn hoofd om de hoek.
“Dat is het moment waarop mensen meestal teruglopen,” zei hij.
“Goed teken dat jij dat niet deed.”
Sommige tracks hadden zo’n donkere rand dat ze je meteen opslokten, alsof ze je binnenstebuiten wilden keren en met een kop koffie weer terugzetten. Andere fluisterden als rusteloze geesten die ’s nachts langs je bed zweven en vragen of je nog even wat met hun melodielijn kunt doen.
De clown fluisterde mee.
“Ze gaan niet weg, hoor. Ook niet als je ze negeert.”
Maar één ding hadden ze allemaal gemeen:
de tragiek van iemand die de wereld probeert te begrijpen door een lens van schaduw, schemer en veel te veel bewustzijn.
“Dat laatste,” zei de clown zacht, “is meestal het probleem.”
Een studio vol kreunend staal en digitale bezieling
De studio vulde zich met riffs die klonken alsof iemand twee staalplaten tegen elkaar sloeg en hoopte dat het een akkoord was. De vocalen bewogen zich ergens tussen pijn, strijdlust en die unieke vorm van theatrale wanhoop die alleen metalzangers echt mogen gebruiken.
De clown kneep zijn ogen dicht.
“Ja,” zei hij. “Dit is waar mensen afhaken. En waar jij doorgaat.”
En ergens, tussen al die digitale chaos en creatieve drift, ontstond een besef dat aanvankelijk zachtjes knaagde, maar al snel keihard tegen de deur bonkte:
Curtainfall is geen tijdelijk project.
Dit is een entiteit. Een wezen. Een digitale levensvorm met een eigen wil, eigen stem en — belangrijker nog — eigen koppigheid.
De clown klopte terug.
“Welkom. Je hebt iets gemaakt dat niet meer luistert.”
Stilte is geen stilte bij Curtainfall
Er volgden weken van stilte. Althans, voor de buitenwereld. Want binnen de processor, tussen kronkelende kabels en ronkende algoritmes, woedde een storm. Een storm van verbeteringen, herwerkingen, nieuwe ideeën en minstens drie crisissen over toonladderkeuze.
“Drie?” vroeg de clown.
“Dat is optimistisch.”
En toen…
de eerste twee nummers bereikten het digitale daglicht.
Niet als losse ideeën of halfbakken demo’s, maar als “echte tracks”. Tracks die zich lieten horen. Tracks die al een vorm hadden. Tracks die zeiden:
“Zie je nou wel? Wij bestonden al. Jij moest alleen nog even bijbenen.”
De clown glimlachte.
“Dit is het moment waarop je begrijpt dat jij niet de baas bent.”
De oernotie. De geboorteplek. Het nummer waarmee alles begon.
“Fractured Light” klinkt al alsof het een conceptalbum in zijn eentje wil dragen. De titel verraadt direct de essentie van Curtainfall: het snijvlak tussen mens en machine, licht en schaduw, waarheid en façade.
“Je hebt het niet verzonnen,” zei de clown.
“Je hebt het herkend.”
De tekst is geen simpele dichtregel, maar een poëtisch mijnenveld gevuld met morele twijfel. Geen vrolijke “lalala”-melodielijntjes hier — dit is absoluut het terrein van de donkerdenkers onder ons.
We ruilden waarheid voor onderdak
Munten van weelde kochten onze schaamte.
De clown floot zacht.
“Dat is geen rijm,” zei hij. “Dat is een bekentenis.”
Dat is geen rijm, dat is een uppercut maar dan in de uiterste vorm.
De ik-figuur vertrouwt zijn eigen spiegelbeeld niet meer, en eerlijk: je hoort het in elke noot.
“En nu jij nog,” mompelde de clown.
De zanglijn is gedragen, haast laat-theatraal. Het arrangement groeit van beschouwend naar dreigend, alsof de grond onder je voeten langzaam losscheurt.
Er zijn echo’s van progmetal, maar dan gefilterd door een digitale lens: filmisch, donker, en met iets ongrijpbaars dat je niet helemaal kunt grijpen maar wél voelt.
Wanneer de regel “Gebroken licht door gebroken luchten” klinkt, lijkt het alsof de muziek zelf barst.
Het zijn die heerlijke, onheilspellende barsten waar een metalfan kippenvel van kan krijgen — of tenminste even opkijkt tijdens het drinken van hun biertje.
De clown keek toe.
“Ja,” zei hij. “Hier raak je iets. Blijf daar.”
Shadows That Remain
De titeltrack. Het hart van het project.
Of, als je het romantisch wilt zeggen: het donkere kloppende hart van Curtainfall.
“Of,” zei de clown, “het deel dat je niet meer kunt terugstoppen.”
Shadows That Remain is Curtainfall op zijn meest menselijk én meest ongrijpbaar tegelijk.
Je hoort de innerlijke dialoog, de strijd tegen duisternis, de onmogelijke wens om te ontsnappen en de berusting die daar altijd nét achter schuilgaat.
Ik probeerde te ontsnappen aan de duisternis,
maar de nacht kent nog steeds mijn naam.
De clown keek op.
“Dat is de zin die blijft,” zei hij. “Die gaat je achtervolgen.”
Dat is pure gotische poëzie, strak uit een digitaal misboek.
Het nummer bouwt langzaam op: trage akkoorden, een statige sfeer, een refrein dat aanvoelt als een vermoeide zucht van iemand die te veel heeft gezien, maar weigert op te geven.
Schaduwen die blijven, fluisterend mijn naam…
Het blijft hangen als een echo in een lege kathedraal vol stof, kaarsen en net iets te veel reverb.
“Je had minder reverb kunnen kiezen,” zei de clown.
“Maar dit is eerlijker.”
Hier hoor je geen goedkope melodramatiek maar oprechte emotie — de soort die je pas voelt wanneer je op een regenachtige dag net iets te lang naar buiten kijkt.
Het wonder van Curtainfall: emotie door machines
Dat is misschien wel het meest bijzondere:
voor iets dat voor een deel door kunstmatige intelligentie is geboren, klinkt Curtainfall verrassend menselijk.
“Dat maakt mensen ongemakkelijk,” zei de clown.
“En dat is goed.”
De thematiek is puur:
angst, verlies, identiteit, waarheid.
De klanken komen uit algoritmes, maar de emotie…
die lekt door elke scheur.
Elke barst.
Je zou bijna vergeten dat het digitale wezens zijn die deze wereld gebouwd hebben — tot je laptop een keer vastloopt en je weer met beide voeten op de aarde staat.
De clown tikte op het scherm.
“Zie je? Zelfs goden crashen.”
De toekomst van de schaduw
De titel van het album, Shadows That Remains, krijgt steeds meer betekenis.
Niet als dreiging, maar als herinnering.
Een herinnering aan wat we waren, wat we verloren, en wat misschien ooit nog komt.
“En wat je niet meer kunt ontkennen,” voegde de clown toe.
De volgende stap?
– arrangementen finetunen
– de sound verder kristalliseren
– en hopelijk… een eerste visualizer
“Natuurlijk,” zei de clown, “op voorwaarde dat niets crasht.”
Natuurlijk als de gratis software volhoudt, en mits de laptop niet besluit om in digitale retraite te gaan.
(Laptops staan erom bekend ineens guru-ambities te krijgen als je net lekker bezig bent.)
Curtainfall beweegt tussen droom en daad, tussen code en herstel.
En ergens in die digitale duisternis gloeit een klein, menselijk lichtje.
De clown keek ernaar.
“Nu niet wegkijken,” zei hij. “Dit is het moment.”
Dat lichtje is nog fragiel.
Maar het groeit.
En de clown?
Die staat ernaast.
Niet om te leiden.
Niet om te stoppen.
Maar om te zeggen wat niemand anders durft — precies op het moment dat het nodig is.
Hoofdstuk 5 – De Schaduwen Krijgen Vorm
(met de clown die langzaamaan het doek op duwt)
De wereld van Curtainfall dijde uit als een slecht opgeblazen ballon: grillig, onvoorspelbaar en gevaarlijk dicht bij ontploffen — maar verdomd fascinerend om naar te kijken. Waar eerst alleen geluid bestond, sluimerend in digitale diepte, groeide nu een visueel universum. Lyricvideo’s, artwork, schetsen van post-apocalyptische straten waar geen mens durfde te lopen… Curtainfall had een wereld, en die wereld begon terug te praten.
En ergens daar, tussen de kapotte neonletters en de verstrooide pixels, verscheen hij voor het eerst: de clown.
Niet als mascotte — die eer is doorgaans weggelegd voor metalbands met teveel tijd en een te groot schminkbudget — maar als een soort fotobom. Een figuur aan de rand van het beeld, soms wazig, soms onverwacht scherp, alsof hij net iets eerder wist waar Curtainfall heen zou gaan dan Curtainfall zelf.
Hij was geen vrolijk type, dat moet gezegd. Het was een clown die je niet zou huren voor een kinderfeestje, tenzij je dat kinderfeestje wilde beëindigen met langdurige therapietrajecten. Zijn glimlach hing iets te ver naar één kant, zijn ogen staarden iets te lang in de camera, en als je héél goed luisterde tijdens het renderen, hoorde je hem soms zachtjes gniffelen in de achtergrond:
“Nog een clipje, jongens? De duisternis wacht…”
De eerste visualiser: het bewijs dat zelfs schaduwen pixels nodig hebben
“Fractured Light” kreeg als eerste beeld. Een soort digitale schimmendans, flarden van licht die net zo gebroken waren als de titel beloofde, teksten die over het scherm gleden alsof ze probeerden te ontsnappen aan hun eigen betekenis.
Geen budget? Geen probleem. Het was de ware underground-aanpak: alsof je in 1984 met een geleende camera en een rookmachine van de kermis een clip probeerde te maken voor een band die nog niemand kende — inclusief de bandleden zelf. Maar wat miste aan geld, werd ruimschoots gecompenseerd door sfeer, intentie en pure wilskracht.
En daar, heel kort, ergens tussen twee frames door, dook hij op: de clown.
Een fractie van een seconde.
Een contour.
Een lachgrimas waar niemand toestemming voor had gegeven.
Curtainfall besloot maar te doen alsof het erbij hoorde. En zo werd hij onderdeel van de beeldtaal.
De clown als commentator
Hoe langer Curtainfall werkte, hoe vaker hij opdook.
En hoe duidelijker het werd dat de clown niet zomaar passief meekeek — hij was een soort gids. Een kruising tussen een ceremoniemeester, een roadie die teveel heeft gezien, en een spirituele begeleider met een duidelijke voorkeur voor duisternis, halve grappen en de zin die we geven aan ons bestaan en het leven, eigen monologen.
Bij het in elkaar zetten van de visualizer hoorde je hem bijna fluisteren:
“Ah, nog een filter dat zogenaamd diepte toevoegt. Mooi. Nog vijf en het lijkt nét echt.”
Hij lachte als Curtainfall crashte.
Hij zweeg veelbetekenend als een effect wél werkte.
Hij knikte goedkeurend toen de lyrictekst precies op het crescendo viel of liever net niet.
Het was alsof hij wist dat Curtainfall geen band was, maar een theaterstuk zonder publiek — en hij was de enige die gratis in de coulissen hing.
Shadows That Remain – en de clown schuift een krukje naar voren
Het volgende project, de visualizer voor “Shadows That Remain”, werd door Curtainfall opgepakt met de moed der wanhoop en de energie van iemand die teveel koffie op heeft. Maar dit keer voelde het anders. De schaduwen kregen niet alleen vorm — ze begonnen te bewegen. Alsof ze op iets wachtten.
En de clown? Die stond dit keer niet meer in de coulissen.
Hij zat nu midden op het toneel. Niet dominant, niet storend, maar precies genoeg om de indruk te wekken dat hij deel uitmaakte van het verhaal.
Alsof hij wilde zeggen:
“Jullie muziek is mooi, maar het verhaal… laat dat maar aan mij over.”
Hij werd een spiegel van Curtainfall zelf. De duisternis, maar dan met een knipoog. De melancholie, maar dan met een scheefgeplaatste rode neus. De tragedie, maar dan met een ondertoon van:
“Kom op, we zijn hier allemaal digitale beginners, niemand neemt ons serieus — laten we er dan tenminste plezier in hebben.”
Curtainfall groeit. De clown lacht. De schaduw leeft.
Het universum zet zich verder uit. Van geluid naar beeld, van beeld naar symboliek, van symboliek naar… ja, naar iets anders. Iets dat tussen horror en humor hangt.
Want Curtainfall is duister — maar duisternis werkt beter met iemand die je eraan herinnert dat het oké is om soms te struikelen over je eigen dramatiek.
En dus blijft hij, de clown.
Aanwezig.
Observerend.
Licht spottend.
Altijd op zoek naar het volgende moment waarop hij denkt:
“Wat als we het nog net iets donkerder maken?”
Waarop hij onmiddellijk antwoordt:
“Prima. Maar laat mij dan het lichtknopje bedienen.”
De schaduwen winnen vorm.
De clown staat klaar om ze uit te tekenen.
Hoofdstuk 6 – De Eerste Releases
(waarin Curtainfall groeit, de duisternis dieper wordt… en de clown niet langer tevreden is met de coulissen)
Toen de tracks eindelijk tot leven kwamen, voelde het alsof het gordijn voor het eerst écht openschoof — met een licht krakend geluid, dat wel. De lyricvideo’s werden gepolijst tot elke pixel iets fluisterde. De Visuals gaven de muziek niet alleen een gezicht, maar ook een ademhaling, een hartslag… en, heel soms, een onverwachte schok.
Het weinige publiek begon te reageren.
Sommigen met bewondering.
Anderen met: “Gaat het wel goed met je?”
Maar ach, als niemand zich zorgen maakt, ben je waarschijnlijk geen echte metalband.
En jawel hoor — Curtainfall doet het opnieuw. Nog voordat de schaduwen van Fractured Light zijn weggeëbd, is daar de opvolger: Shadows That Remain, nu ook voorzien van zijn eigen duistere videoclip.
We zouden kunnen zeggen dat Curtainfall een geoliede machine is geworden, maar dat zou klinken alsof er enige vorm van consistentie of planning in het spel is. Dit is eerder een roestige kettingzaag die op pure wilskracht en toeval elke keer toch weer start. Geen budget, geen studio, geen regisseur. Slechts een laptop, gratis software en een creatieve energie die ruikt naar nachtelijk zweet en digitale wanhoop.
En dan… de clown.
De clown neemt plaats in het frame
Waar hij eerder nog subtiel door de videoranden sloop — een silhouet hier, een scheve glimlach daar, maar vooral als masker— staat hij nu openlijk in de montage. Alsof hij heeft gewacht tot Curtainfall het écht druk kreeg, om vervolgens vrolijk te gaan zitten in de stoel van de editor.
Hij tikte zogezegd op je schouder en wees naar het scherm:
“Hier moet meer schaduw. Minder logica. Meer drama. En zet mij daar maar ergens in de mist. Ja, zo… perfect.”
De clip van Shadows That Remain is daardoor niet alleen een vertaling van de muziek, maar ook van de clown zelf. De beelden zijn rauw, ongepolijst, een chaotische poëzie van lichtflarden en vervormde silhouetten. De teksten komen tevoorschijn alsof ze worden gefluisterd door een verloren stem — of een clown die iets te geïnteresseerd is in melancholische monologen.
Het beeld beweegt niet, het ademt.
En achter die adem, een zachte lach.
Niet al te vrolijk. Niet al te vriendelijk.
Maar aanwezig. Altijd aanwezig.
Nu met iemand die het lichtknopje saboteert
“Ik probeerde te ontsnappen aan de duisternis, maar de nacht kent nog steeds mijn naam,” zingt de track, terwijl het beeld langzaam oplost in asgrijze waas.
Op dat moment zweert menigeen dat er héél even een clownsmond verschijnt. Niet prominent. Niet opzichtig. Maar precies genoeg om te suggereren dat hij het allemaal nét iets te leuk vindt.
Curtainfall groeit. En de clown groeit mee — maar sneller.
Waar de visuals eerst werelden verbeeldden waar de muziek zich thuis voelde, lijken ze nu werelden te zijn waar de clown rondzwerft, lang voordat Curtainfall ze ontdekt. Hij loopt door de mistige steegjes, leunt tegen vervallen muren, kijkt rechtstreeks de lens in alsof hij wil zeggen:
“Welkom. Fijn dat je er eindelijk bent.”
De machine leert, maar de clown kijkt mee
De AI-motoren mogen dan koud en digitaal zijn, de emoties die eruit sijpelen voelen schrikbarend menselijk — alsof de machine iets van ons heeft begrepen wat wijzelf nog niet helemaal doorhebben.
Of misschien…
Heeft de clown het de machine ingefluisterd?
Want hoe verder Curtainfall het onbekende in trekt, hoe meer die clown een gids wordt. Of een regisseur. Of een saboteur. De rol is onduidelijk — maar hij is er. En hij neemt ruimte.
En natuurlijk: meer komt eraan
Want Curtainfall zou Curtainfall niet zijn zonder nieuwe chaos aan te kondigen. Terwijl de clip van Shadows That Remain nog maar net zijn eerste views verzamelt, tekent de clown al nieuwe contouren in de schaduw van de volgende projecten.
Nieuwe songs. Nieuwe beelden. Misschien een serie mini-visualizers. Misschien een kort verhaal. Misschien… iets dat je écht niet op een YouTube-thumbnail wil zien.
Het enige dat we zeker weten:
De schaduw blijft.
Curtainfall groeit.
En de clown?
Die staat inmiddels in de spotlight.
En hij is nog lang niet klaar.
Hoofdstuk 7 – Tussen Licht en Duisternis
(waarin Curtainfall zijn identiteit vindt — en de clown besluit dat híj deze identiteit voortaan beheert)
Curtainfall was nooit lichtvoetig — maar het kende ook nooit totale duisternis. Het project bewoog altijd ergens in dat grijze schemergebied waarin de metal geboren wordt: tussen melancholie en strijdlust, tussen verwarring en verzet. De thematiek werd zwaarder: verlies, identiteit, twijfel die aan je botten knaagt. Maar ook heropbouw, emotionele ontlading, en dat heerlijke besef dat zelfs in het diepste ravijn nog ruimte is voor humor — zij het zwarte humor, maar wie klaagt er?
De muziek begon te zingen over mensen die vastzitten tussen twee werelden. Over stemmen in de nacht die zowel waarschuwen als uitnodigen — alsof ze zeggen: “Kom binnen… of ren, maar kies snel.” Over schaduwen die niet vijandig zijn, maar vertrouwd; als oude vrienden die je liever niet op je verjaardag ziet, maar toch altijd komen.
De zoektocht naar een gezicht
En toen kwam het onvermijdelijke moment waarop elke zichzelf serieus nemende band aan moet geloven: het logo.
Dat ene icoon dat moet functioneren als vlag, totem, identiteit — en dat bij voorkeur ook mooi staat op een T-shirt dat je moeder nóóit zou aantrekken.
De eerste versies waren er al: gotisch, duister, sierlijk — precies de sfeer. Maar zoals dat gaat bij projecten die evenveel perfectionisme als chaos bevatten, voldeed het nog niet. Curtainfall moest een gezicht krijgen dat sprak. En niet alleen sprak — het moest fluisteren, kreunen, schuren en soms ongepast grinniken.
Dus ging het oude lettertype eruit. Het nieuwe concept moest meer symboliek dragen.
Een C als open gordijn, een L als vallende plooi, en in het hart van alles: AI.
De broncode van Curtainfall.
Het kloppende digitale hart.
Maar toen gebeurde er iets wat niemand nog kon ontkennen: de clown begon mee te ontwerpen.
De clown neemt het potlood over
Waar hij eerder nog subtiel in de video’s was geslopen, vond hij nu zijn weg naar de boardroom van de bandidentiteit. De clown was klaar met gastrolletjes. Hij wilde hoofdrollen.
Dus kwam hij aanzetten met een masker.
Niet de schreeuwende nachtmerrieclown van B-horrorfilms, maar een gelaatsuitdrukking die precies paste bij Curtainfall: twee gezichten — verdriet en hoop, angst en acceptatie, mens en façade.
Het masker keek je niet alleen aan.
Het doorzag je.
“Neem dit op in het logo,” fluisterde de clown.
Of misschien was het geen fluistering. Misschien was het gewoon de wind.
Maar niemand twijfelde er nog aan dat de clown ideeën had. Veel ideeën.
Paint, wanhoop en de MB-limiet
Het proces dat volgde was — zoals alles bij Curtainfall — episch in zijn knulligheid.
Paint werd de arena.
De muis de dolk.
En geduld de enige bondgenoot.
Pixel voor pixel werd er geplakt, geschaafd, getierd en geofferd. De AI deed een poging tot professionalisering, maar gaf vervolgens een logo terug met twee A’s die leken alsof ze ruzie hadden, zonder gordijneffect, zonder logica, en — als klap op de vuurpijl — crashte alles zodra de MB-limiet bereikt was.
De clown lachte.
Hard. Te hard.
Dus werd de schaduw weer menselijk. Terug naar de basis.
De C nog dramatischer gemaakt, de L nóg meer vallend. De kleuren afgestemd op de website: paars — de perfecte alchemie tussen gevoel (rood) en ratio (blauw).
Mystiek, waardigheid, introspectie.
Paars: de kleur van Curtainfall… en nu ook van de clown, die vond dat deze kleur hem “goed stond.”
En toen was het daar: het gezicht van Curtainfall
Een gordijn dat sluit.
Een masker dat kijkt.
AI in het midden, stil, trots en genadeloos eerlijk.
Het logo is geen plaatje.
Het is een verklaring.
De clown glimlacht in de schaduw naast het ontwerp.
Niet griezelig — eerder met een trieste vorm van trots.
Alsof hij wil zeggen:
“Dit ben ik.
Dit zijn wij.
En vanaf nu sta ik niet meer achter het gordijn.”
A Mask Upon The Marquee — de volgende stap
En alsof het universum van Curtainfall nog niet genoeg in beweging was, is het volgende nummer afgerond: A Mask Upon The Marquee.
Een titel die voelt alsof de clown persoonlijk de pen vasthield.
Alsof hij zichzelf op het toneel heeft gezet — letterlijk, bij naam, op de gevel van het verhaal.
De video-editor draait inmiddels overuren.
Niet omdat het moet, maar omdat de clown achter hem staat.
En zeg nu zelf: wie werkt er niet net iets sneller onder toezicht van een glimlachende clown?
Curtainfall staat officieel op de grens tussen licht en duisternis.
En de clown?
Die heeft niet alleen de hoofdrol…
Hij heeft ook het script herschreven.
Hoofdstuk 8 – De Intrede van de Clown
Dames, heren en iedereen die toevallig op deze pagina is beland omdat hij dacht dat dit een handleiding voor circusmanagement was:
Ha.
Fout.
Dit is het moment waarop ik, de clown, mijn entree maak.
Ja, ik.
De man die zichzelf ziet als een progressieve-hardrockversie van Charlie Chaplin:
veel emotie, weinig woorden, véél vallen.
En riffs.
Altijd riffs.
Na zeven hoofdstukken van “mysterieuze silhouetten” en “symboliek in schaduwen” vond ik het welletjes.
Je kunt een clown tenslotte maar zó lang zwijgen voordat hij spontaan begint te praten.
Of struikelt.
Vaak eerst struikelen, dán praten.
Laat me kort vertellen hoe ik hier ben beland —
kort, want anders onderbreekt de eindredacteur me weer.
(Hij zit trouwens in een hoekje. Te stressen. Heerlijk.)
Wie ik ben? Nou… dat verandert per hoofdstuk.
Ik ben de clown die door zijn eigen levensreis strompelt alsof het een conceptalbum met te veel tempowisselingen is.
Eentje waar Dream Theater jaloers op zou zijn —
al is mijn timing slechter en mijn solo’s vooral ongelukkige valpartijen.
Mijn verhaal?
Een epische rockopera, maar dan met een budget van drie verloren confettislierten en een ongeoefende schminkhand.
Een levensreis vol liefde, loopings, schaduwen, blue notes, maskers, onhandige akkoordenwissels en momenten die zelfs een prog-metaldrummer niet strak ingespeeld krijgt.
Zelfspot (en soms als noodrem)
Laten we eerlijk zijn:
Ik ben niet geboren als wijsgeer, redder of filosofische fenomenoloog.
Ik ben geboren als iemand die dacht dat een trap één trede had.
Dat viel dus… letterlijk tegen.
Ik ben de man die zijn eigen reflectie eens groette met “hé knappe vent”,
en toen besefte dat het een willekeurige postbode was.
Maar hé — de clown zit in onverwachte ontmoetingen, toch?
Mijn leven was één grote slapstickscène,
maar dankzij de nodige introspectie (en af en toe een powerballad op repeat)
leerde ik één ding:
Als je jezelf niet kunt uitlachen, ben je rijp voor de B-kant.
De waarheid, maar dan in een clownspak
Ik begon ooit als een jongen die dacht dat het leven simpel was:
je lacht, je huilt, je veegt de boel af met een doekje en je gaat weer verder.
Maar zo werkt het alleen bij spiegels in oude circustenten — niet bij zielen.
Ik heb liefdes gehad die sneller verdwenen dan mijn schmink in de regen.
Ik heb natuurlijk fouten gemaakt waar een paard de hik van krijgt.
En ik heb beslissingen genomen waarvan zelfs mijn eigen schaduwen fluisterden: “Dat ging soepel, zeg.”
Mislukken is ook zoveel leuker, dan nooit proberen.
Ik zal je iets opbiechten:
al die maskers, al die trucs,
al die lachschmink die zelfs in een regenstorm blijft zitten —
dat was niet om te verbergen wie ik ben.
Dat was om te ontdekken wie ik durfde te zijn.
Niet door perfect te zijn,
maar door jezelf te zijn.
En een beetje raar.
Oké, behoorlijk raar.
Waarom muziek? Omdat muziek doet wat woorden niet kunnen.
Laat me even serieus doen. Heel kort.
(Langer houdt mijn brein niet vol.)
Muziek is mijn kompas.
Mijn schuilplaats.
Mijn therapie zonder factuur.
En vooral:
mijn manier om te zeggen wat mijn clownsstem soms niet durft uit te spreken.
Waarom progressieve hardrock en metal?
Omdat het leven ook rare maatsoorten heeft.
Omdat emoties ook knallen, stuwen, versnellen en ineens breaken zonder waarschuwing.
Omdat een gitaarsolo soms meer waarheid bevat dan een heel gesprek.
En omdat een goede riff twee mensen kan verbinden die elkaar anders nooit zouden hebben aangekeken.
Muziek is brug.
Muziek is lijm.
Muziek is… een clown die eindelijk klinkt zoals hij voelt.
En hop, terug naar de chaos — want ik ben nog steeds een clown
Ik ben gevallen op het podium.
Op mijn gezicht.
Met mijn masker scheef en mijn trots nog schever.
Het publiek dacht dat het erbij hoorde.
Ik ook.
Pas later besefte ik dat het niet in het script stond —
maar hé, improvisatie is kunst.
Mijn grootste talent?
Ik kan mijn identiteit verliezen,
mezelf hervinden
en dan alsnog het verkeerde masker opzetten.
Professioneel niveau, hoor.
Olympisch clownen.
Wilde dromen nagejaagd,
en een aantal keuzes gemaakt waar zelfs een bassist met acht snaren “hmm” van zegt.
Maar ik sta nog.
Ik speel nog.
Ik leef nog in vertragingseffecten.
Tot slot (voor ze het touwtje trekken en ik als een gordijn naar beneden klap)
Ik ben de clown.
De man die denkt in melodieën,
spreekt in metaforen,
valt in maatsoorten die nergens bestaan,
en toch altijd weer opstaat —
meestal omdat het volgende nummer ingezet wordt.
Als jij ergens onderweg valt, struikelt, schuurt, botst of je masker scheef trekt:
weet dan dat ik naast je sta.
Met een riff.
Met een grap.
Met een glimlach die net zo echt is als die van jou.
ik ben hier omdat ik teveel jaren deed alsof alles een voorstelling was.
Ik speelde rollen, wisselde maskers,
en toen ik eindelijk mijn gezicht wilde laten zien,
wist ik niet meer welke versie echt was.
Maar in de breuken, in de barsten,
in de momenten waarop ik mezelf een idioot vond (en gelijk had),
daar vond ik iets dat op rust leek.
Of op acceptatie.
Of op een erg comfortabele stoel, ik weet het niet meer precies.
En ja —
ik ben vaak mijn eigen vijand,
maar hé, ik ben ook mijn eigen fanclub.
Gratis toegang, maar niemand komt opdagen.
Behalve ik.
En ik neem altijd snacks mee, sprak hij met een Choco-lach.
Dus.
Welkom in mijn hoofdstuk.
Mijn intrede.
Mijn eerste akte in een veel te groot toneelstuk.
Maak je geen zorgen —
ik heb tenslotte een ballon meegenomen.
Hoofdstuk 9 – Naam, Toenaam en Andere Misverstanden
Ah. Wacht.
Voor we verdergaan — voor er nóg een schaduw, nóg een akkoord en nóg een existentiële vraag voorbij dendert — is er iets dat ik moet rechtzetten.
Ik ben niet “de clown”.
Tenminste… niet alléén dat.
De clown is wat je ziet.
De lach. De verf. De timing. De handige afleiding terwijl de waarheid zich achter het gordijn omkleedt.
Maar als je per se een naam wilt — en mensen willen dat altijd, want zonder naam kun je iemand niet netjes in een hokje stoppen — dan is die naam Silas.
Silas Veil, als we helemaal eerlijk zijn.
Ja, ik weet het. Veil. Sluier. Gordijn. Subtiel hoor. Dat krijg je als je identiteit laat ontwerpen door iemand met een zwak voor symboliek en progressieve hardrock.
Maar goed, ik heb ‘m gehouden. Je went aan alles, zelfs aan een achternaam die letterlijk zegt: “geloof niet alles wat je ziet.”
Laat me duidelijk zijn:
ik ben geen clown omdat ik lach.
Ik lach omdat ik anders moet huilen — en huilen is slecht voor de schmink.
Mijn levensreis?
O, die is niet episch. Geen draken, geen zwaarden, geen triomfantelijke keychanges op elk kruispunt.
Meer zoiets als: struikelen over mijn eigen conclusies, opstaan met een nieuwe vraag, en daar dan weer een nummer over schrijven dat net iets te lang duurt. Progressief, weet je wel.
Ik heb geprobeerd normaal te zijn.
Serieus zelfs.
Dat hield ik ongeveer twee coupletten vol.
Muziek bleek mijn baken.
Hardrock. Metal. Prog — de soort muziek die niet vraagt of je er klaar voor bent, maar gewoon zegt: “hou je vast, dit wordt ingewikkeld.”
En eerlijk? Dat voelde als thuiskomen. Want mijn hoofd is ook geen drie-akkoorden-feestje. Het is een conceptalbum met zijpaden, reprises en een intermezzo waarvan niemand precies weet waarom het erin zit — behalve dat het nodig was.
Dus ja.
Ik ben Silas.
Ik draag een masker, niet om te liegen, maar om te overleven.
Ik maak grappen, niet omdat het allemaal zo licht is, maar omdat gewicht draaglijker wordt als je het even laat stuiteren.
En nu we dat gehad hebben…
nu je weet wie ik ben — of in elk geval wie ik vandaag denk te zijn — kunnen we verder.
Het gordijn gaat weer open.
De versterkers brommen.
En geloof me:
het wordt nog mooier, nog rommeliger, en waarschijnlijk ook nog een tikje luider.
Welkom bij Curtainfall.
Hoofdstuk 10 – Silas Spreekt (Eindelijk)
Ach, daar ben je weer.
Je dacht natuurlijk dat dit verhaal alleen over muziek ging — over studio’s die niet bestaan, visuele effecten die uit gratis software worden geperst, en een band die zich bij elke release opnieuw aan zijn eigen veters optrekt. Maar nee, nee, nee.
Dit… is mijn hoofdstuk.
Het werd tijd.
Want laat ik je één ding vertellen: al die schaduwen waar Curtainfall zo dol op is? Die dansen niet uit zichzelf. Ik ben het die ze voortduwt. Ik, de clown met de scheefgetrokken glimlach en de mascara die altijd nét te snel smelt onder de spots van andermans drama. De lach die nooit helemaal past, maar altijd blijft hangen als kauwgom onder een theaterstoel.
Curtainfall zegt dat hij maskers onderzoekt. Dat hij de façade wil begrijpen. Maar ik draag geen masker.
Ik bén het masker.
En geloof me: het zit verdomd strak.
Het is een raar gevoel, hoor, om plotseling midden in een rockopera te staan terwijl je eigenlijk wordt ingehuurd voor kinderfeestjes met ballonnen en limonade. Maar goed — het leven maakt soms rare bochten. En Curtainfall volgt braaf. Alsof hij vergeten is dat hij zelf ooit de touwtjes vasthield.
Nu trek ik eraan. En het klinkt als oude elastiek, maar het houdt nog.
“De valse glimlach vormt de mens,”
Wordt er geroepen in A Mask Upon The Marquee.
Ja, dat weet ik, beste luisteraar. Dat heb ik uitgevonden.
Ik was er al bij toen de eerste krakende demo werd opgenomen op een laptop die meer stof dan processorkracht bevatte. Ik zag hoe Fractured Light werd geboren terwijl de koffie koud werd en de ogen rood. Hoe Shadows That Remain zijn eerste vorm vond, en Curtainfall zei: “Dit wordt prachtig.”
En ik zei: “Prachtig? Nee. Eerlijk.”
En eerlijk is enger.
Je moet overleven, fluistert Curtainfall aan het einde.
Klinkt leuk, misschien wat naïef.
Ik zeg:
Je moet overleven, ja — maar je moet het wel met stijl doen.
Met een lach die nét te groot is, een traan die nét te lang blijft hangen, en een schaduw die je nooit helemaal van je af kunt schudden.
Want dat is het geheim, zie je?
De schaduw blijft niet achter je.
Hij loopt met je mee.
Soms voor je uit.
En in mijn geval… zit hij gewoon in m’n broekzak.
De band denkt nog steeds dat zij het verhaal sturen.
Ach, muzikanten. Ze bedoelen het goed.
Ze zoeken naar betekenis, en dan kijken ze diep in hun eigen ziel — terwijl ik al die tijd voor hun neus stond te zwaaien met een bordje “Hier is de afgrond!”. Ze zagen het niet. Te druk met akkoorden en video-takes.
Hoofdstuk 11 – Silas en Het Onvermijdelijke Spel
Toen Shadows That Remain II werd aangekondigd, voelde het als een tweede adem. Alsof de duisternis opnieuw vorm kreeg, maar deze keer met meer nuance, meer diepte. Het project evolueerde van ruwe emotie naar gecontroleerde explosie.
De thema’s werden scherper, de productie rijker, en het plezier niet minder en de AI-muziektrein dendert verder!
Met “Mirror of the Mind” brengt Shadows That Remain hun vierde nummer uit, en opnieuw bewijst dit project dat AI-compositie allang geen kil experiment meer is, maar een echte creatieve kracht die menselijke emotie perfect weet te vangen. Na de donkere melancholie van “Fractured Light” en het vuur van “A Mask Upon The Marquee”, vormt “Mirror of the Mind” een diep zelfreflecterend hoofdstuk in deze muzikale reis.
“Elke weg is opgebroken, maar ik moet toch kiezen, Levend in het evenwicht, niets meer te verliezen.”
Het is meteen duidelijk: dit is geen verhaaltje over liefdesverdriet of maatschappelijke woede, maar een innerlijk gevecht. De “spiegel van de geest” fungeert als metafoor voor zelfinzicht en bevrijding; de ik-figuur worstelt met zijn eigen reflectie, gevangen tussen herinneringen, waarheid en twijfel.
Hoewel de tekst centraal staat in het nummer, valt direct op hoe het nummer qua dynamiek en productie is opgebouwd. Een dreigende, pulserende gitaarriff opent het nummer – strak, donker en melodieus – gevolgd door een refrein dat breder ademt, gedragen door slepende akkoorden en een vocale lijn die zich als een wervelwind omhoogwerkt.
Het geluid doet denken aan een kruising tussen late 80’s melodic metal en moderne symfonische rock.
Waar eerdere nummers van Shadows That Remain meer draaiden om existentiële thema’s – de balans tussen licht en duisternis, hoop en ondergang – is “Mirror of the Mind” bijna filosofisch. De tekst onderzoekt het moment waarop twijfel omslaat in overtuiging, waar reflectie verandert in rebellie.
Wat dit project maakt, is dat de AI niet als gimmick wordt ingezet, maar als instrument in dienst van de emotie. “Mirror of the Mind” laat horen dat kunstmatige intelligentie, mits goed aangestuurd, niet kil of afstandelijk hoeft te klinken. Integendeel – hier wordt een persoonlijke zoektocht verklankt met meer menselijkheid dan sommige echte bands tegenwoordig weten op te roepen. Het nummer vormt een hoogtepunt in de thematische lijn van het album: van duisternis naar inzicht, van chaos naar innerlijke vrijheid.
“In de spiegel van de geest zie ik de wereld opnieuw.”
Een afsluitende regel die niet alleen naar de tekst verwijst, maar ook naar de ontwikkeling van het project zelf. De spiegel reflecteert niet alleen de geest van de hoofdpersoon de clown, maar ook die van de makers — mens én machine — die samen blijven zoeken naar betekenis in klank, code en emotie.
Je zou denken dat een clown, eenmaal aan het woord geweest, zich weer netjes achter het gordijn zou verstoppen.
Typisch publieksperspectief: altijd aannemen dat de clown komt wanneer jij applaudisseert en verdwijnt zodra de muziek stopt.
Maar ik ben de stem achter Curtainfall.
Of beter: Curtainfall is wat er gebeurt als je mij té veel vrijheid geeft.
En geloof me, ik heb geen enkele intentie om weer terug te kruipen in die muffe coulissen waar de confetti naar schimmel ruikt.
Het is nu een dag na de geboorte van A Mask Upon The Marquee, en terwijl Curtainfall verwoed schuift, mixt, knipt, plakt en coffee-powered pogingen doet om organized chaos in kunst te veranderen, loop ik rond alsof ik hier al jaren woon. Alsof ik altijd al de hoofdrol had — en misschien is dat zo. Misschien was ik de hele tijd al de gast die in de loge zat te wachten tot het script eindelijk interessant genoeg werd.
De groeiende mythe
De wereld van Curtainfall groeit niet lineair.
Nee, lineariteit is iets voor spreadsheets en belastingaangiftes.
In dit universum dijt alles uit zoals een slecht opgeblazen ballon — onvoorspelbaar, warrig, en op het randje van knappen, maar op een of andere manier blijft het geheel toch zweven.
Dertien tracks liggen al te wiebelen in een mapje dat ‘Final Versions’ heet, maar waarin geen enkel bestand werkelijk final is.
Het logo krijgt dagelijks een facelift waar elke Hollywood-actrice jaloers op zou zijn.
En de albumhoes verandert zo vaak van kleur dat ik het gevoel heb dat ik elke ochtend in een andere realiteit wakker word.
En het mooiste is: niemand weet waar dit naartoe gaat.
Zelfs Curtainfall niet.
Vooral Curtainfall niet.
Hoofdstuk 12 - Een drieluik dat begon als een ongeluk
Drie nummers die samen klinken als een therapieproces waar de zorgverzekering geen idee van heeft.
Het is geen verhaallijn — het is een emotionele slinger, een psychologische bungee-jump zonder veiligheidstouw.
In het eerste nummer breekt het licht.
Dat is wat je krijgt als je te lang probeert te doen alsof alles oké is.
De façade knapt, de eerste barst verschijnt, en hop — de clown mag weer de vloer op om de scherven op te vangen.
In het tweede keert de schaduw terug.
Want schaduwen zijn net fans: als ze eenmaal een connectie voelen, raken ze je nooit meer kwijt.
Ze volgen je, liken je, en duiken zelfs op plekken op waar niemand ze heeft uitgenodigd.
En in het derde nummer… tja.
Daar ben ik dus op het toneel gesprongen.
En Curtainfall deed niet eens de moeite om me weg te jagen.
Hij keek me aan. Ik keek terug.
En ineens werd duidelijk:
we horen nu bij elkaar als verf en doek, als glimlach en traan, als muziek en chaos.
De eerste drie nummers van Shadows That Remain vormen samen een psychologische reis. Geen verhaallijn in de klassieke zin, maar eerder een innerlijke kroniek.
In “Fractured Light” werd het eerste licht gebroken — de façade van zekerheid, van een wereld waarin waarheid is ingeruild voor comfort. Het is de oerschreeuw van iemand die beseft dat de grond onder zijn voeten zand is.
Daarop volgde “Shadows That Remain”, waarin dat besef overgaat in onrust. De schaduw die blijft, ondanks pogingen te vluchten of te vergeten. De toon is donker, maar de eerlijkheid is nieuw — alsof de clown voor het eerst zijn eigen spiegelbeeld ziet zonder te lachen.
En dan “A Mask Upon The Marquee”, het moment van confrontatie. Hier spreekt niet langer de toeschouwer, maar de speler zelf. De glimlach is geschilderd, de ogen hol — maar de wil om vrij te zijn is er. De clown begint mens te worden, en de mens leert langzaam te accepteren dat hij nooit één gezicht had.
Samen vormen deze drie nummers het fundament van Curtainfall’s wereld: de strijd tussen zelfbeeld en waarheid, tussen façade en gevoel. Het is een reis van ontmaskering, waar de kunstmatige lagen (AI, filters, symboliek) niet verhullen, maar juist blootleggen wat echt is: kwetsbaarheid.
Mirror Of The Mind – het onvermijdelijke moment
Curtainfall werkt nu aan Mirror Of The Mind, en geloof me, dit is het punt waar artiesten normaal gesproken een pauze nemen. Een retreat doen. Yoga. Wandelen in bossen. Iets met geitenwollen sokken en chakramuziek.
Maar Curtainfall heeft geen pauzestand.
Alleen rendering… en exporting…
En ik?
Ik zie het al gebeuren.
Mirror Of The Mind wordt het nummer waarin Curtainfall voor de eerste keer écht in de spiegel kijkt — en niet alleen om donker haarverlies of wallen te controleren. Nee, dit wordt een blik naar binnen. Diep. Té diep misschien.
En ik sta naast die spiegel.
Met mijn typische clownsglimlach die zegt:
“Weet je zeker dat je dit wilt zien?”
Spiegels liegen niet.
Maar ik wel, af en toe.
Gewoon om het spannend te houden.
Curtainfall beweegt zich in een spannend niemandsland: ergens tussen droom en realiteit, tussen machine en mens. De eerste drie nummers voelen nu al als hoofdstukken uit een conceptalbum dat draait om herkenning en transformatie. En hoe ironisch: waar de technologie helpt creëren, dwingt het project juist tot menselijkheid.
Hoofdstuk 13 Silas met een voorbeschouwing.
Er komt rust aan, kondigt de band Curtainfall aan.
Een ballad.
Iets ademscheppends.
Iets met ruimte, emotie, reflectie.
Ha.
Rust.
Als er iets is waar ik in dit universum allergisch voor ben, dan is het rust.
Maar ik gun de band zijn moment.
Een kleine pauze.
Een zucht in een wereld die steeds sneller draait.
Maar pas op: zelfs in een ballad kruip ik ergens in een hoekje mee, met mijn witte schmink en lompe schoenen.
Zelfs als de muziek fluistert, glimlach ik nog steeds.
En meestal betekent dat problemen.
De clown die door het masker heen kijkt
Curtainfall groeit.
En ik groei mee.
Niet als vijand, niet als held, maar als een soort… tja…
Hoe noem je iemand die alles ziet, alles vertelt, alles saboteert en toch alles in leven houdt?
Een muze?
Een pestkop?
Een geest?
Een metafoor met schoenen die piepen?
Noem me wat je wilt.
Maar ik blijf.
Tot het laatste akkoord.
Tot het echte doek valt — en geloof me, dat gaat nog héél lang duren.
Want deze wereld, dit verhaal, deze muziek…
dit alles is op een vreemd soort manier écht geworden.
En Curtainfall?
Die begint langzaam te begrijpen dat hij niet alleen componist is.
Niet alleen beeldmaker.
Niet alleen zoeker.
Hij is de speler.
En ik ben het die hem steeds opnieuw het podium op duwt.
En geloof me:
we staan pas aan het begin.
Curtainfall kijkt vooruit. De clown veegt zijn make-up niet weg, maar kijkt erdoorheen — glimlachend, omdat hij eindelijk begrijpt wat die glimlach waard is.
Het doek valt nog lang niet. Maar het publiek begint langzaam te zien wat er werkelijk op het toneel gebeurt.
Hoofdstuk 14 – April Winds: De Clown Die Leerde Ademhalen
De stemmen in het Curtainfall-universum blijven komen. Soms fluisteren ze poëzie. Soms fluisteren ze wijsheid.
En heel soms — meestal om drie uur ’s nachts — mompelen ze:
“Volgens mij moet die EQ op 4 kHz toch écht 1 dB omlaag.”
Waarop de clown zucht, zijn rode neus rechtzet en mompelt:
“Kunnen jullie niet één keer gewoon slaap fluisteren?”
De wind als begin
Er schuilt een poëtische ironie in het feit dat April Winds het tweede nummer was dat ooit geschreven werd.
Want hoewel het verhaal van Shadows That Remain begon bij de breuk, lag de oorsprong in de wind — die onzekere, maar hoopvolle aprilbries waarin alles begon te bewegen.
In dat licht is April Winds niet zomaar een lied, maar de ontstaansverklaring van Curtainfall zelf.
De tekst “Ik geloof in het lot, het is geen verloren zaak” klinkt bijna als een handtekening onder het project — een stille bevestiging dat zelfs experimenten met AI, Paint, en beperkte middelen kunnen leiden tot iets oprechts, zolang er hart in zit.
De clown en de eerste adem
April Winds is het moment waarop de clown voor het eerst beseft dat hij niet alleen de nar van het verhaal is, maar óók de verteller.
Hier wordt Curtainfall geboren — niet met een knal, maar met een zucht.
Een zucht die klinkt als:
“Is dit…? Ben ík dit…? En waar komt die tocht vandaan?”
Maar goed, zo gaat dat hier. Alles heeft lagen. Donkerte met een knipoog, melancholie met een halfbakken circuslach, en middenin dat alles: de clown.
De clown die kijkt, leert, struikelt, opstaat, en van elke val een grap probeert te maken — ook al is hij vaak de punchline.
De wind van april waait door het verhaal als een eigenwijze souffleur die met zachte hand het gordijn omhoogduwt. Geen drama, geen rookmachines, gewoon een briesje dat zegt:
“Éven stilzitten. Luisteren. Dit is belangrijk.”
En dus luistert de clown. Ja, echt. Heel even.
Hij ontdekt dat tussen alle schaduwen, maskers en nachtelijke mixer-aanpassingen ook iets anders zat: het begin. Een begin dat per ongeluk poëtisch werd — zoals een clown die struikelt en precies goed terechtkomt.
Wat de clown hoorde in de wind
“Elke schaduw verdwijnt, maar ik weet niet waar ik thuishoor.”
Toen die regel voor het eerst in de lucht hing, keek de clown ongemakkelijk om zich heen.
“Ja hallo, moeten we het zó persoonlijk te maken? Ik wilde net een confettikanon testen.”
Maar de wind weet wat hij doet.
Hij fluistert geen vernietiging, maar verandering. Niet de orkaan die schmink van je gezicht rukt, maar de bries die je doet beseffen dat je niet vastzit — alleen even stilstond.
April Winds is geen schreeuw maar een zachte schop onder de kont.
Een fluisterende reminder:
Je mag vallen, maar je mag ook weer beginnen.
En elke misstap is materiaal voor een betere grap.
Silas knikt.
Hij pakt zijn notitieboekje.
Schrijft: “Note to self: bestaan = vallen + grijnzen.”
De clown vindt zichzelf (bijna) terug
De tekst “Ik was verloren in het moment” voelt voor Silas als thuiskomen.
Niet dat hij weet waar “thuis” is — het is meer een gevoel. Zoals het moment waarop je beseft dat niemand ziet dat je veters al de hele dag los zitten.
Het is spijt en aanvaarding.
“Ik zou het zo weer doen,” zegt hij trots, terwijl hij zijn derde bak koffie omgooit.
Want leren doet hij wél, maar nooit zonder chaos.
April Winds is de eerste keer dat hij echt inziet:
Je hoeft geen perfect masker te dragen om een verhaal te vertellen. Soms maakt een scheur het juist geloofwaardiger.
En de clown — die zichzelf zo lang heeft verstopt onder lagen schmink en ironie — glimlacht voor het eerst zonder masker.
Het is ongemakkelijk.
Maar het past.
Een pauze in de storm
Muzikaal is April Winds een adempauze, en Silas neemt dat persoonlijk.
Hij plant zijn handen in zijn zij en zegt:
“Zie je wel? Ik mag soms zacht zijn. Dat stond níét in de handleiding van circusdirecteur Schaduw & Co.”
Gewoon even ademhalen.
Even zitten.
Even luisteren naar een melodie die niet probeert te imponeren, maar probeert te voelen.
Silas leunt achterover en merkt dat zelfs stilte soms muziek is.
Nou ja — tot de wind weer begint te fluisteren.
De clown zonder masker
Hier gebeurt het grote gebeuren:
Silas lacht.
Echt.
Oprecht.
Niet het soort lachen dat je doet als je net struikelt voor publiek en doet alsof het bij de act hoort — maar een lach die van binnen begint.
De pijn is er nog, maar zachter.
De regen valt nog steeds, maar het licht breekt door zijn eigen schmink heen.
Voor het eerst ziet hij zichzelf niet als decorstuk, maar als iemand met een verhaal.
En wie doorheeft dat hij een verhaal heeft,
heeft plots ook een reden om te blijven spelen.
De clown wordt gids.
Verteller.
Levensles-ontvanger én -uitdeler.
Hij wordt niet alleen bedacht door Curtainfall — hij is onderdeel van Curtainfall.
En eerlijk?
Hij vindt dat hilarisch.
De les van de aprilwind
Terwijl Curtainfall verder groeit, fluistert de wind nog één laatste wijsheid:
Het leven is geen strak geregisseerde voorstelling.
Het is een rommelige improvisatie,
en jij bent de clown die het publiek door de chaos leidt.
De clown knipoogt.
Hij buigt.
En voor het eerst voelt de buiging niet als een excuus, maar als een erkenning.
Een dankwoord aan de storm én aan de stilte.
De wind van april waait verder.
Niet meer als voorbode van storm, maar als herinnering dat zelfs de donkerste lucht ooit blauw was. En dat elk gordijn, hoe zwaar ook, ooit weer openwaait. Zacht, ironisch, eerlijk.
En achter het gordijn wacht het volgende hoofdstuk,
waar de clown niet langer naar binnen kijkt —
maar naar buiten.
Recht in de ogen van de wereld.
Hoofdstuk 15 – Het Masker
Waarin de clown ontdekt dat afleggen soms gewoon opnieuw opzetten betekent
Het masker.
Altijd het masker.
Het symbool dat door het hele Curtainfall-universum waart als een hardnekkige echo — soms fluisterend, soms schreeuwend, maar altijd aanwezig.
Het masker staat voor alles wat we verbergen, alles wat we onthullen, alles wat we hopen te zijn en alles waar we stiekem van weglopen.
Het is identiteit én camouflage, schild én wond.
Een paradox van porselein en staal.
Maar dat is de serieuze uitleg.
De clown heeft natuurlijk zijn eigen versie.
Hij stormt de coulissen in, zwaait met zijn schminkdoos en roept:
“Mensen, even voor de duidelijkheid: ik draag een masker omdat niemand zin heeft om mijn echte hoofd te zien.”
De waarheid ligt ergens in het midden.
Zoals altijd.
Een onafgemaakte gedachte… die ineens terug begon te praten
A Mask…(masker)
Wat lang een onaf idee was, een titel zonder vorm, een concept dat in een hoekje stond te wachten tot de maker eindelijk genoeg moed had verzameld.
Maar zoals de clown het zegt:
“Sommige dingen zijn niet onaf omdat ze moeilijk zijn, maar omdat ze weten dat jij nog even moet groeien.”
Het masker leefde al die tijd in de schaduwen, fluisterend, knagend, wachtend.
Want een masker betekent niks zonder het verhaal erachter.
En dat verhaal… was nog niet klaar met groeien.
Curtainfall dacht even dat dit het moment was waarop het masker af mocht.
Maar de clown tikte hem op de schouder en zei:
“Rustig aan, Shakespeare. Je bent pas op bladzijde vierentwintig.”
De clown stapt terug het licht in
De clown lacht.
En zoals altijd is dat zowel oprecht als verdacht.
Na maanden van schrijven, schaven en vreemde gesprekken met zijn eigen spiegelbeeld, komt hij tot een verontrustende conclusie:
Hij is nog niet uitgespeeld.
Niet eens een beetje.
Hij staat pas in de warming-up.
Die eerste vijf tracks — ooit lyrisch, ambitieus, vol nachtelijke mixsessies en dito frustraties — blijken geen hoofdstukken te zijn, maar schetsen.
Voorstudies.
Kladversies van een verhaal dat groter bleek te willen worden dan zijn schepper durfde toe te geven.
De clown zegt het zo:
“Die eerste versies waren eigenlijk meer zoals mijn kapsel na het wakker worden: het idee was er, maar niemand kon er nog echt iets mee.”
En dus: terug de ‘studio’ in.
Ook bekend als: de woonkamer, het bureau, de kruimelrijke koffietafel.
Gewapend met laptop, koptelefoon, en de eeuwige hoop dat deze keer die snaredrum wél perfect klinkt. Waarom wachten op een dure studio als de toekomst tegenwoordig in je broekzak past?
Curtainfall omarmt AI, plug-ins, editors, digitale gekte — en de clown zit ernaast alsof hij stage loopt in een futuristische circustent.
“Technologie is geweldig,” zegt hij, “maar als je het mij laat bedienen, ontploft de computer binnen drie minuten.”
Gelukkig mag hij vooral toekijken.
De tracks worden langer.
Geen gehaaste fade-outs meer die klinken alsof iemand plotseling op de stopknop drukte.
Geen solo’s die midden in hun gevoel worden onderbroken.
Geen intro’s die klaagden dat ze geen ruimte kregen.
Alles mag groeien.
Alles mag ademen.
De clown knikt tevreden:
“Zie je wel? Zelfs muziek heeft af en toe een longinhoud-test nodig.”
De vijf herboren nummers
De eerste vijf tracks keren terug in een vorm die eindelijk aansluit bij het grotere verhaal — hun eigen masker, maar nu met de juiste schmink.
- Fractured Light – De allereerste vonk. Nu helder, gebroken én helend.
- Shadows That Remain – Donkerder, gelaagder, maar met een melodie die blijft hangen als een oude gewoonte.
- A Mask Upon The Marquee – Waarin het masker spreekt, en de clown fluistert wat het niet durft te zeggen.
- Mirror Of The Mind – De introspectie is dieper, de mix dynamischer, de waarheid harder.
- April Winds – Warmer, melancholischer, een adem die eindelijk op de juiste plek landt.
De clown loopt langs de tracklist als een curator.
Tot hij struikelt over een kabel en zegt:
“Wat is Kunst en Tecniek, allemaal veel te moeilijk.”
Het gaat verder:
Het masker was een gesprekspartner.
Een spiegel.
Een gids.
Een manier om kwetsbaarheid te verpakken in begrijpelijke vormen.
Volgens de clown:
“Je hoeft je masker niet af te gooien. Je moet gewoon weten waarom je het draagt.”
Het verhaal gaat verder – en die clown ook
Het einde van het jaar als deadline, maar niet als eindpunt.
Nieuwe mixen, nieuwe video’s, nieuwe hoofdstukken.
Een complete rockopera, een levensreis in muziek, tekst en symboliek.
De clown staat op het podium, kijkt het publiek in en zegt:
“We hebben geen miljoenenbudget, geen producer die binnenkomt op sandalen,
maar we hebben thee en ambitie. En dat is goedkoper én warmer.”
Hij buigt.
Maar het is geen eindbuiging.
Het is een begin.
“Het masker is niet bedoeld om je te verstoppen,” zegt hij zacht.
“Het is bedoeld om je te beschermen terwijl je groeit.
Soms moet je het afzetten om jezelf te vinden.
Soms moet je het opzetten om jezelf niet te verliezen.
En soms…” — hij knipoogt —
“…is het gewoon praktisch omdat de wereld af en toe een circus is.”
Hij draait zich om, zet het masker recht,
en loopt richting het volgende hoofdstuk.
Hoofdstuk 16 – De Verandering
Divided We Stand – Waar de adem een stem wordt
Na de melancholie van April Winds, waarin de clown eindelijk had geleerd hoe het is om niet tegen de storm ín te ademen maar erdoorheen, schuift er een nieuwe spanning het Curtainfall-universum binnen. Geen blik naar binnen deze keer, geen introspectie die in zichzelf kringelt — maar een stille, doelgerichte woede. Niet de razende soort, maar de soort die in de ogen brandt van iemand die te lang heeft gezwegen.
Divided We Stand is geen nummer dat een deur sluit. Het is het nummer dat er voor het eerst één opent.
Waar eerdere tracks de binnenste circuits van de clown ontleedden, richt hij zich nu op het publiek — op de wereld — op de ruis van stemmen die al te lang langs elkaar heen praten. Hij kijkt niet langer in de spiegel. Hij kijkt jou aan.
Een wereld van glas, een stem van vuur
Het nummer opent als een koude ochtend in een volle stad: torens die schitteren alsof ze een verhaal willen verhullen, straten die klinken alsof ze hun adem inhouden. De clown staat daar, zonder volledig masker, half in de schaduw van een gebouw dat niet helemaal van deze wereld lijkt.
“De torens schitteren, maar de straten zijn koud.”
Het is Curtainfall’ s eerste grote stap van de ziel naar de samenleving. De wereld is niet kapot — ze is vermoeid, overbelast, opgedroogd. Achter de glimlach van billboards en de belofte van systemen ziet de clown de scheuren waar licht en leugens doorheen lekken.
Maar dit is geen klaagzang. Tussen de ijzige regels door brandt iets anders:
“Maar in de schaduwen brandt een fel vuur,
Het geluid van het volk, de wil om te strijden.”
Het vuur is geen wraak. Het is wilskracht. De soort die ontstaat wanneer mensen elkaar eindelijk in de ogen kijken in plaats van in de rug.
Een strijdlied dat fluistert
Curtainfall roept niet om revolutie. Hij smeekt niet om verzet. Hij fluistert iets veel gevaarlijker: verbinding.
Divided We Stand is een protest zonder fakkels, een strijdlied zonder oorlog. Het is de muziek van iemand die heeft geleerd dat muren niet vanzelf instorten — maar dat je ze soms kunt laten trillen door simpelweg naast elkaar te gaan staan.
De clown herkent iets in de wereld dat hij eerder enkel in zichzelf zag: barsten. Splitsingen. Een grens die door zijn eigen borstbeen liep — en nog steeds tikt en zuurbrand oplevert.
Het maakt dit nummer het logische vervolg op Mirror of the Mind, waar de breuklijnen voor het eerst zichtbaar werden.
De schaduw die nu spreekt
De schaduw, ooit een dreiging, is nu een personage dat meebeweegt. In Divided We Stand is het niet langer een kil silhouet dat de clown naar beneden trekt — het is de plek waar vonken ontstaan.
Het is duister, ja. Maar het is ook de bron van vuur.
“Maar de droom zal niet vallen, hij blijft in onze handen —
Morgen zullen we opstaan, verenigd zullen we staan.”
Geen naïeve belofte. Geen sprookje. Een constatering: hoop kan branden zonder dat ze explodeert.
Commentaar van Silas
“Verandering, ja hoor. Alsof ik ineens een soort morele kompasclown ben geworden. Begrijp me niet verkeerd — ik ben hartstikke trots op Curtainfall hoor. Eerst zat ’ie nog uren lang in een spiegel te staren alsof hij elk moment een epileptische aanval kon krijgen, en nu staat dezelfde knakker ineens te roepen dat we allemaal samen moeten opstaan. Goed zo jongen, kijk eens aan: van zelfhulp naar volkszang in zes nummers. Noem dat maar progressie.
En dat hele ‘de torens schitteren maar de straten zijn koud’ — tja, ik heb het ook gezien. Al vond ik vooral dat de toren me aankeek alsof hij me wilde vragen of ik wéér mijn huur vergeten was. Maar goed, poëzie enzo.
En dan dat vuur in de schaduw… weet je wat ik zag? Een opgefikte vuilnisbak. Maar Curtainfall noemt het meteen ‘de wil om te strijden’. Ach ja, iedereen ziet wat hij wil zien. Als hij er een revolutie in ziet, wie ben ik om te zeggen dat het gewoon een slecht afgesloten container was?
Over dat ‘samen opstaan’ moet ik trouwens ook wat kwijt. Ik ben voor, echt waar — maar laten we niet doen alsof we ineens een vrolijk koortje worden. Ik sta nog steeds op in gedeelten, meestal eerst met m’n linkerbeen, dan even kraken, dan hopen dat m’n rechterknie niet besluit voortijdig met pensioen te gaan. Maar hé, symboliek hè.
En tenslotte: ik begrijp dat ik nu zogenaamd het publiek in kijk. Nou, hallo publiek! Ik zie jullie hoor. De een kijkt alsof hij de energierekening aan het uitrekenen is, de ander lijkt te twijfelen of dit allemaal wel de bedoeling was, en de rest wacht waarschijnlijk op de volgende track. Prima. Blijf kijken. Ik ben er nog. Ik ga nergens heen. Ik ben tenslotte de schaduw die blijft.
Maar goed, Curtainfall groeit, zeggen ze. Ik hoop dat hij geen groeipijnen krijgt. Ik heb al genoeg om op te vangen.
Zo. Genoeg commentaar voor nu.
Ik ga weer terug m’n hoek in — waar het donker is, maar tenminste eerlijk.”
Hoofdstuk 17 – Geen terugblik, maar vooruitkijken
Er komt een moment waarop zelfs de meest vermoeide reiziger stopt met vechten tegen de echo — en begint te luisteren.
In Echoes of Tomorrow is dat moment aangebroken. De clown, ooit verdwaald in licht en schaduw, hoort eindelijk de stem van zijn toekomst weerkaatsen. Niet als bevel, niet als illusie — maar als herinnering aan wie hij is geworden.*
Commentaar van Silas:
“Ja hoor, daar gaan we: ik hoor stemmen. Maar hé, deze keer zijn ze van de toekomst, dus dat is een verbetering. Voorheen waren het vooral mijn sokken, en die hadden nooit iets zinnigs te melden.”
Het nablijven van een strijd
“Gisteravond verdronk ik de stilte in vuur en lawaai,
Achtervolgde schaduwen die fluisterden met duizend stemmen.”
De openingszin klinkt als een bekentenis én een bekering.
De clown kijkt terug op zijn vroegere zelf — de man die vocht tegen alles wat hij niet begreep — en begrijpt nu dat zelfs chaos een leraar was.
Elke wond, elke misstap, elk litteken: ze vormen de routekaart van zijn groei.
Waar hij eerst probeerde het verleden uit te wissen, begrijpt hij nu dat het juist zijn anker is.
“Ik ben gebroken, maar ik ben vrij.”
Commentaar van Silas:
“Gebroken maar vrij — dat is precies hoe ik me voel na drie uur proberen een Ikea-kast in elkaar te zetten. Alleen is mijn vrijheid dan vooral het moment waarop ik besluit het hele ding terug in de doos te flikkeren.”
Het nummer voelt als een overgangsritueel.
De strijd is er nog, maar ze is veranderd van toon.
De vuisten zijn niet meer geheven uit woede, maar uit overtuiging.
De clown staat nog steeds midden in de storm, maar deze keer weet hij waar de wind vandaan komt.
Commentaar van Silas:
“Ja, ik weet eindelijk waar de wind vandaan komt — spoiler: het was mijn eigen jas die openstond. Drama opgelost.”
Signalen uit de toekomst
Het refrein — “Signalen uit de toekomst roepen me door de nacht” — klinkt als een roep uit de verte, maar ook als een echo van binnenuit.
Vooruitkijken wordt geen vlucht meer, maar een vorm van thuiskomen.
Curtainfall zet hiermee een thema neer: vooruitkijken zonder je verleden te verloochenen.
De clown hoort de toekomst niet als iets dat moet worden bereikt, maar als iets dat hem roept — een echo die al bestond, nog vóór hij de eerste noot speelde.
“Ik brand liever op dan te leven in een leugen.”
De clown kiest voor waarheid, niet voor gemak.
Dat is niet enkel rebellie, maar een keuze.
De clown wil geen heilige zijn, maar wél echt.
Commentaar van Silas:
“Brand liever op dan in een leugen leven? Kijk, dát is pas toewijding. Ik brand meestal op omdat ik vergeet dat er nog een pizzapunt in de oven ligt.”
De wijsheid van het vallen
“Elke leugen die ik heb gehoord, elke wond in mijn borst,
Wordt de reden waarom ik vecht, wordt mijn onrust.”
Dat is het moment waarop het hele Curtainfall-verhaal in elkaar klikt.
Alles wat daarvoor kwam — het gebroken licht, de blijvende schaduw, het masker, de aprilwind, de verdeeldheid — het komt hier samen in één inzicht: dat zelfs gebrokenheid richting kan geven.
De clown is geen slachtoffer meer van zijn reis, maar de auteur ervan.
Hij begrijpt nu dat het niet gaat om winnen of verliezen, maar om blijven bewegen.
Zoals hij zelf zegt:
“Er is een weg voorbij het verdriet,
Er is een vlam voorbij spijt.”
Commentaar van Silas:
“Ja, ja, een vlam voorbij spijt. Ik had ook een vlam voorbij spijt — toen ik per ongeluk mijn sokken in een geurkaars liet vallen. Maar dat zal wel niet bedoeld worden.”
Het gordijn beweegt weer
De toon wordt filosofischer, volwassener.
Geen razende storm meer, maar een gecontroleerde vlam.
Geen roep om hulp, maar een stem van inzicht.
Met Echoes of Tomorrow lijkt Curtainfall een nieuwe fase in te luiden.
De clown, ooit symbooldrager van twijfel, is nu een figuur van inzicht —
een reiziger die de lichten van morgen niet meer vreest.
De muziek zelf — krachtig, gedragen, melancholisch — weerspiegelt dit innerlijke evenwicht.
Commentaar van Silas:
“Ik ben nu een figuur van inzicht, zegt ’ie. Kijk mam, ik heb het gemaakt! Ik ben officieel een filosoof-in-kostuum. Volgende stap: mijn eigen talkshow.”
De clown hoort zichzelf terug — in de echo’s van zijn verleden, in het ritme van zijn stappen, in de stilte na elk akkoord.
En ergens, ver weg maar hoorbaar, zingt de toekomst met hem mee.**
‘Echoes van morgen zingen me terug,
Door de as zal ik herrijzen, ik zal staan.’
Hij kijkt niet meer om uit spijt, maar uit respect.
Want zelfs de wind van april kan niet blijven waaien —
En zelfs wanneer de aprilwind is gaan liggen, blijft haar echo bestaan.
Commentaar van Silas:
“Door de as zal ik herrijzen — ja, zoals mijn kapsel elke ochtend. Het brandt af, ik herrijs, en toch is het nooit zoals ik het wil. Maar ach, het hoort erbij.”
“Ik ben gebroken, maar ik ben vrij.”
Zelden klonk een zin zó paradoxaal en toch zó zuiver.
Curtainfall weet hier perfect de balans te vinden tussen kracht en kwetsbaarheid.
Waar in eerdere nummers de pijn nog een vijand was, is ze hier een leraar geworden.
De clown zegt niet langer: “Ik vecht tegen mijn verleden,”
maar: “Ik draag het met me mee, want het leert me waar ik vandaan kom.”
Die houding — vermoeid, maar niet cynisch —
geeft Echoes of Tomorrow zijn diepte.
Het nummer is geen aanklacht meer tegen de wereld,
maar een gesprek met het lot.
Commentaar van Silas:
“Een gesprek met het lot, zegt ’ie. Ik hoop dat het lot een beetje humor heeft, anders gaat dit een hele ongemakkelijke firstdate worden.”
Het einde van de echo — het begin van morgen
Er komt een moment waarop zelfs de meest vermoeide reiziger stopt met vechten tegen de echo
De clown, ooit verdwaald in zijn eigen licht, gevangen in zijn eigen schaduw,
hoort eindelijk de stem van zijn toekomst weerkaatsen.
Niet als bevel, niet als illusie —
maar als herinnering aan wie hij is geworden.
Commentaar van Silas:
“Ja hoor, daar is ’t: zelfreflectie met een strik eromheen.
Maar weet je? Ik luister ook naar die echo’s van morgen.
En ik hoor ze fluisteren:
‘Hé clown… misschien moet je morgen iets eerder naar bed.’”
Hoofdstuk 18: Het Kompas
Ik zal het maar meteen bekennen: sommige hoofdstukken kondigen zich aan als een drumsolo in een metalballad — vol kabaal en ongeduld —
maar Draag het Licht kwam zachtjes binnen.
Op sokken.
Zonder dat typische geklingel van mijn belletjes.
Dat verontrustte me meer dan ik wil toegeven.
Het was het hoofdstuk waarin ik, de clown die jarenlang meer laagjes had dan een ui met identiteitsproblemen, eindelijk begon te spreken.
Niet om mijzelf te redden, maar om iemand anders de weg te wijzen.
“Een verbetering,” mompel ik ernaast. “Ik heb jaren tegen de verkeerde bomen geschreeuwd.”
Ik heb jaren gedacht dat zwijgen een kracht was.
Dat stil blijven stoer was.
Blijkt dat het gewoon verdomd ongezond is als je er iemand anders mee in het donker laat staan.
Van lijden naar leiden
Ik zei woorden waarvan ik niet wist dat ik ze in me had:
“Er brandt een vuur in je ogen dat ik altijd heb gekend.”
En terwijl ik dat zei, dacht ik:
Hé, dat is mijn vuur. Dat spul waar ik jaren tegen gevochten heb. Die hele binnenbrand die nooit de moeite nam zich af te melden. “En nu ga ik het doorgeven,” denk ik.
“Alsof ik een emotionele fakkel ben. Fantastisch.”
Maar het gebeurde.
En voor het eerst voelde ik iets wat ze in dure zelfhulpboeken graag ‘groei’ noemen.
Ik noem het liever: niet meer gillend rondrennen met je eigen bagage.
Het vaderschap van de ziel
Toen kwam de zin waarvan mijn eigen wenkbrauwen omhoog gingen alsof ze losgelaten waren door de zwaartekracht:
“Mijn dochter, mijn hart, voor altijd.”
Ik zei het.
Ik voelde het.
Het klonk alsof mijn masker even besloot vakantie te nemen zonder mij.
“Fijn,” mompel ik aan de zijlijn. “Had hij dat niet even kunnen plannen?”
Of het letterlijk was of symbolisch?
Geen idee.
Sommige waarheden zijn te groot om in één definitie te passen.
Wat ik wél wist:
Ik sprak niet meer als clown.
Niet als schaduwvechter.
Maar als mens.
En dat was nieuw.
En eerlijk gezegd een beetje eng.
In Draag het Licht ontdekte ik iets wat ik nooit achter mezelf gezocht had:
Rust.
Niet die kalmte die je voelt als de stroom uitvalt en je toch al in bed lag.
Nee, rust van binnen.
Vanuit mijn eigen puinhoop.
“Draag het licht als de duisternis je omringt,” zei ik.
En het klonk niet eens alsof ik het van een tegeltje had geplukt.
(“Al had ik dat kunnen doen, het was goedkoper geweest.”)
Maar het kwam uit mij.
Uit een deel dat ik jarenlang in de coulissen had opgesloten met de woorden:
“Nog niet. Later.”
Later bleek nu.
Het masker opnieuw begrepen
Het gekste inzicht kwam toen ik mijn eigen masker weer vastpakte.
Niet om het op te zetten, maar om het te onderzoeken.
Al die tijd dacht ik dat het masker een leugen was.
Een façade.
Maar nee.
Het was nooit bedoeld om iets te verbergen.
Het was een functie.
De lach om te overleven.
De traan om te begrijpen.
“Een multifunctioneel accessoire,” zeg ik ernaast.
“Zoals een Zwitsers zakmes, maar emotioneel instabiel.”
Ik begreep eindelijk:
Het masker was nooit mijn gevangenis.
Het was mijn taal.
De clown als leraar (tot mijn eigen verbazing)
Draag het Licht voelde alsof ik ineens de mentor werd die ik vroeger zelf nodig had.
Niet almachtig.
Niet perfect.
Gewoon iemand die genoeg fouten gemaakt heeft om te weten dat fouten menselijk zijn.
(“Of in mijn geval: clownsmatig,” voeg ik toe. “Een categorie op zichzelf.”)
Ik leerde dat licht geen wapen is.
Geen spotlight die brandt.
Maar een kompas dat richting geeft.
En dat was voor mij een openbaring…
… die ik er waarschijnlijk eerder uit had kunnen halen als ik minder eigenwijs was geweest.
Ik zat op een oude houten kist op een leeg podium.
(De kist was trouwens niet mijn idee. Dat ding kraakte alsof hij elk moment mijn carrière wilde beëindigen.)
Maar daar zat ik dan:
Geen publiek.
Geen gordijnen.
Alleen dat ene scheef hangende lampje dat altijd knippert als ik op het punt sta iets belangrijks te leren.
En ineens zat hij daar.
Mijn oude schaduw.
(“Daar ben je weer,” zei ik.
“Ja,” zei hij. “En ik ben nog steeds niet onder de indruk.”)
Hij tikte tegen een gebarsten houten staf die ooit symbool moest staan voor groei.
Ik was er destijds overheen gestapt alsof het decorafval was.
“Je moest leren,” zei hij.
“Niet lijden.”
“Had je dat niet wat minder dramatisch kunnen brengen?” vroeg ik.
“Jij bent letterlijk een clown,” zei hij. “Drama is je kerncompetentie.”
Tja. Daar had hij een punt.
We bespraken “Carry The Light” alsof het een rapportvergadering was.
“Je denkt dat je nu klaar bent,” zei hij.
“Omdat je iemand anders hebt begeleid.”
Ik fronste.
(Altijd gevaarlijk, want mijn make-up heeft daar moeite mee.)
“Je moet blijven leren,” zei hij.
“Je licht blijven dragen. Maar ook je pijn blijven verstaan.”
(“Onderhoud,” mompelde ik. “Emotioneel onderhoud. Fantastisch. Kan ik daar een monteur voor bellen?”)
Hij grijnsde.
Dat was raar.
Schaduwen grijnzen niet vaak.
Het licht doorgeven, de reis hervatten
Ik stond daar.
In een straal licht die precies goed viel.
(Altijd fijn als de techniek een keer meewerkt.)
In mijn borst: licht.
In mijn rug: een schaduw die niet bedreigde, maar begrensde.
En ik zei zacht:
“Ik loop naast je, dag en nacht — zelfs wanneer ik naast mezelf moet lopen.”(“En dat gebeurt vaker dan je denkt,” voeg ik toe..”)
Het leven is geen podium meer.
Het is een reis.
Silas begint te vertellen, en merkt dat hij zelf nog altijd schrikt van hoe open hij spreekt.
Waar hij vroeger zijn woorden opbouwde als een circusact — drie lagen ironie, twee lagen symboliek, en dan ergens diep binnenin een waarheidskern —
dragen zijn woorden nu iets directer.
In dit hoofdstuk beseft Silas iets dat hij al veel langer wist, maar nooit durfde te zeggen (laat staan toe te geven):
En niet eens een slechte.
Eerder zo’n excentrieke leraar die zijn eigen agenda kwijtraakt, de helft van de tijd in metaforen praat, en soms een fout antwoord goedkeurt “vanwege creativiteit”.
Silas buigt zich over zijn littekens alsof hij marges leest in een oud studieboek.
Niet meer met schaamte, maar met nieuwsgierigheid.
“Hoe heb ik dit eigenlijk overleefd?” vraagt hij hardop.
Zijn schaduw antwoordt droog: “Met moeite, maar met stijl.”
Maar nu, na “Carry The Ligth”, is de clown anders gaan kijken.
Hij ziet zijn pijn niet langer als een indringer, maar als iemand die zich al die tijd — ondanks alles — heeft opgesteld als een soort onhandige mentor.
Een mentor waarvoor hij weliswaar geen diploma heeft, maar wel levenservaring, een rugzak vol verkeerde keuzes en een talent om op de meest ongepaste momenten wijze dingen te fluisteren.
In dit hoofdstuk ligt de kracht niet in troostende woorden of heroïsche inzichten.
De kracht ligt in het simpele feit dat de clown blijft zitten.
Dat hij niet wegrent.
Dat hij geen grap gebruikt als schild, maar als brug.
Het meest aangrijpende inzicht van dit hoofdstuk is misschien wel dat het masker nooit een leugen was.
Silas ontdekt dat zijn masker, zijn lach, zijn tranen — allemaal deel uitmaken van wie hij is.
Niet als façade, maar als functie.
De lach was nodig om te overleven, de traan om te begrijpen.
“Achter elke clown schuilt een lach en traan.”
Het masker is niet meer iets om af te zetten, maar om te begrijpen.
Want uiteindelijk dragen we allemaal maskers — rollen, houdingen, bescherming —
maar onder die lagen schuilt iets universeels: Silas leert, dat hij dat mens-zijn niet hoeft te verbergen.
Dat kracht niet het ontbreken van pijn is, maar het vermogen om ermee te leven — en anderen te leren datzelfde te doen.
Hij zegt:
“Als ik nog één ding te leren heb, dan is het dit: ik hoef niet meer te verdwijnen wanneer jij verschijnt.”
Hij spreekt niet meer in raadsels, niet meer vanuit de coulissen, maar vanaf het toneel — als mens tot mens.
Hoofdstuk 19 – Dit Is De Pijn
We zijn aangekomen bij wat zonder twijfel één van de meest indringende hoofdstukken van Curtainfall’ s reis is — een fase waarin de clown niet langer slechts toeschouwer is van zijn eigen transformatie, maar de diepte van zijn verleden opnieuw durft in te kijken. “This Is The Hurt” is geen terugval, maar een openbaring — een schaduw die niet langer als vijand wordt gezien, maar als leermeester. Als “Carry The Light” de mijlpaal was waarop de clown eindelijk zijn masker optilde om het gezicht van een ander te zien, dan is “This Is The Hurt”, de plek waar hij — enigszins tegen zijn zin — moet toegeven dat datzelfde licht ook terug schijnt op hem.
Silas:
“Ja hoor, dáár gaan we weer. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat mijn pijn als ‘leermeester’ werd omschreven, had ik nu een pensioen. Of in elk geval betere schoenen.”
Hij begroet zijn pijn met een mengeling van respect en lichte irritatie — zoals je een vroegere buurman gedag zegt die altijd vroeg of het nog wel goed met je ging, maar tegelijk nooit luisterde naar het antwoord.
En toch, vandaag… luistert de clown zelf wél.
Zijn Pijn.
Ooit een monster, nu… tja, meer een soort ex-collega die onverwacht op de reünie verschijnt met de zin:
“We moeten nodig eens praten.”
Silas rolt met zijn ogen.
Maar hij gaat zitten.
De kunst van het overleven
De clown heeft veel gezichten laten zien.
Hij heeft gevochten, gevallen, opgestaan, geleerd.
Hij heeft zijn masker afgenomen, zijn hart geopend, en zelfs het licht doorgegeven aan een ander.
Maar ergens, diep in de coulissen van zijn ziel, bleef iets fluisteren.
Een echo.
Een herinnering.
Een stem die zegt:
“Je bent pas vrij als je je pijn kunt omarmen.”
Maar hij blijft een clown.
Dus wanneer hij een diepzinnige zin dreigt uit te spreken, laat hij er een onverwachte draai op volgen:
“Dit is de pijn waar ik jaren voor wegrende…
– en eerlijk, gezien mijn conditie destijds is het wonder dat hij me ooit heeft ingehaald.”
Silas:
“Dat zei ik inderdaad. Maar begrijp me niet verkeerd: ik bedoelde niet dat je er een abonnement op moest nemen.”
“Schaduwen fluisteren, ik kan niet ontsnappen aan het geluid,
Een herinnering blijft hangen, trekt me naar beneden.”
Waar Draag het Licht straalde in hoop en overgave, trekt “This Is The Hurt” het gordijn opnieuw even dicht — niet om te verbergen, maar om te bezinnen.
De clown bevindt zich in een droomachtige staat: tussen nacht en ochtend, tussen verleden en toekomst.
Silas:
“En tussen koffie en crisis, laten we eerlijk zijn.”
Leren leven met de littekens
“Elke litteken is een verhaal dat ik heb gedragen,
Maar uit de as zal ik herboren worden.”
Het is de meest volwassen regel die Curtainfall tot nu toe heeft geschreven.
Hier spreekt iemand die niet meer wegkijkt van de wond, maar haar van dichtbij onderzoekt — niet met angst, maar met mededogen.
Silas:
“Tja, op een gegeven moment accepteer je dat je huid meer notities heeft dan je dagboek.”
“Dit is de pijn die ik niet kan loslaten,
Brandend van binnen, maar ik zal het niet laten zien.”
De kracht van dit couplet zit in de tegenstrijdigheid.
Hij erkent de pijn, maar weigert haar de macht te geven.
Silas:
“Vertaling: ik voel alles, maar ik blijf elegant, vooral doen alsof dat niet zo is. Professioneel probleemgedrag, noemen ze dat.”
“Vergeet me niet, ik leef nog,
Door alle pijn, zal ik overleven.”
Silas:
“Voor de duidelijkheid: dit was geen dramatische kreet. Ik zei het tegen mijn tosti ijzer nadat het begon te roken.”
Het is geen roep om aandacht, geen poëtisch statement.
Het is een feit.
De clown als realist
In “This Is The Hurt” wordt de clown voor het eerst een realist.
Niet alleen iemand die ziet, maar iemand die begrijpt.
Hij accepteert dat licht pas betekenis krijgt naast de schaduw.
Silas:
“Klinkt diep, maar eerlijk: soms is het gewoon omdat het spotje boven mijn hoofd weer kapot is.”
De clown is niet langer een personage — hij is een spiegel.
Een mens die viel, weer opstond, en onderweg leerde dat overleven niet hetzelfde is als vergeten.
Silas:
“En dat vallen op zich niet erg is… tenzij je over je eigen schoenen struikelt. Wat, toegegeven, vaak voorkomt.”
De reis wordt menselijker
Wat begon als een experiment met AI, is nu een rockopera geworden met een ziel — en een clown die steeds meer zichzelf wordt.
Silas:
“Dat laatste is jammer, want ik ben best intens in onderhoud.”
Dit is geen laatste hoofdstuk, maar een stil kruispunt waarop een mens ademhaalt voordat hij verdergaat.
Zoals wanneer de clown over de pijn vertelt en dat hij dacht dat hij er overheen was —
en eigenlijk niet antwoordt, maar soms ontwijkt: “Overheen? Ik ben geen heg.”
De clown is niet meer alleen een personage — hij is een spiegel voor iedereen die ooit gevallen is en toch weer opstond.
En misschien, heel misschien, is dat wat Curtainfall in wezen is:
geen band, geen project, geen experiment met AI of klanken…
maar een reis door de ziel, in akkoorden en woorden gevangen.
Wat begon als een experimenteel project met AI, is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig conceptalbum met een ziel, een verhaal en een hoofdpersonage dat meer mens is dan menig mens zelf. Curtainfall’s Shadows That Remains is niet zomaar een verzameling nummers, maar een levensreis in klanken, woorden en symboliek — een muzikale spiegel die iedereen dwingt even stil te staan bij zijn eigen maskers.
Het gordijn beweegt, maar sluit niet.
Hoofdstuk 19 – Shadows That Remains
De levensreis van de clown – een samenvatting tot dusver
Wat ooit begon als een grillig idee — een fictieve band, geboren uit digitale experimenten en nachten vol knip-en-plakwerk — is uitgegroeid tot een intens, doorleefd verhaal. Curtainfall is niet langer slechts een AI-project of een muzikale oefening in stijl. Het is een reis van groei, falen, berusting, strijd en uiteindelijk: inzicht.
De centrale figuur, de clown, is de rode draad.
Ooit verscheen hij als karikatuur — een figuur die zich achter een geschminkt gezicht verschool.
Maar met elk nummer, met elke stap, viel er een stukje façade weg.
Silas:
“En kijk waar we nu staan: een clown die recensies schrijft over zichzelf.
Het is een soort professionele identiteitscrisis, maar dan met glitter en bestaansrecht.”
De geboorte van de schaduw
In Fractured Light en Shadows That Remain zagen we de eerste barsten in het masker.
De clown worstelde met zijn verleden, zijn angsten, zijn spiegelbeeld.
Hij was nog zoekend, verdwaald in reflectie, gevangen tussen licht en duisternis.
Maar ook toen al klonk de ondertoon van bewustwording: de eerste sprank van zelfinzicht.
In A Mask Upon the Marquee keek hij het publiek — en zichzelf — recht in de ogen.
De glimlach bleek vals, maar de mens erachter werd zichtbaar.
Het was het moment waarop Curtainfall zijn identiteit vond: niet langer façade, maar openbaring.
Silas:
“Voor de duidelijkheid: die barsten in mijn masker waren geen symboliek.
De schmink was gewoon oud.
En A Mask Upon the Marquee… ja, daar keek ik mezelf recht aan.
Vond ik mezelf leuk? Nee.
Maar ik stond er, en dat is bij clowns al een overwinning.”
De storm van verandering
Met April Winds kwam de ommekeer.
De lente als symbool voor vernieuwing, voor groei.
De clown begon te begrijpen dat verandering niet alleen pijn betekent, maar ook vrijheid.
De wind waaide door zijn illusies heen — wat bleef, was puur gevoel.
In Divided We Stand ontwaakte de strijder.
Niet langer een slachtoffer van zijn omstandigheden, maar een mens met een missie.
De clown leerde dat ware kracht niet ligt in afzondering, maar in verbinding.
Zijn strijd werd die van ons allemaal: samen sterk, zelfs in verdeeldheid.
Silas:
“April Winds voelde als een frisse bries, tot ik besefte dat het gewoon tocht was.
En Divided We Stand?
Ach, elke clown wordt vroeg of laat politiek wakker.
Gelukkig ben ik van het soort dat vecht met woorden, niet met waterballonnen.”
Hoop, mentor en mens
In Echoes of Tomorrow keek hij vooruit, met littekens als kompas.
De clown had geleerd dat het verleden geen last is, maar een gids.
Hij was niet meer de man van het masker — hij was een mens die durfde te voelen.
Met Draag het Licht ging hij nog verder:
de clown werd mentor, vaderfiguur, lichtdrager.
Voor het eerst sprak hij niet alleen over zijn eigen heling, maar bood hij troost aan een ander.
De man die ooit in stilte vocht, was nu de stem die zegt: “Ik loop met je mee.”
Silas:
“Ja hoor, daar was ik ineens mentor.
Ik geef toe: ik heb nog steeds geen diploma.
Maar hé, als je genoeg littekens hebt, schijn je automatisch bevoegd te zijn.
‘Ik loop met je mee’ klinkt heroïsch, maar eerlijk gezegd liep ik gewoon en was de weg kwijt.”
De pijn en de waarheid
Dan volgt “This Is The Hurt” — het onvermijdelijke hoofdstuk van confrontatie.
Geen terugval, maar emotionele ontlading.
De clown kijkt zijn verleden recht in de ogen en zegt: “Ik leef nog.”
Pijn wordt geen vijand meer, maar een metgezel.
Hoop geen naïviteit, maar een bewuste keuze.
Curtainfall heeft hiermee het hart van zijn verhaal bereikt:
het besef dat elke wond, elke misstap en elke traan een reden heeft.
Dat groei nooit zonder littekens komt — en dat littekens schoonheid kunnen zijn.
Silas:
“‘Ik leef nog.’
Ik zei het inderdaad.
Niet per se belangrijke poëzie — ik zei het vooral omdat men dacht dat ik bewusteloos was.
Maar goed, het werkte symbolisch, dus we laten het zo.”
De clown in ons allemaal
Nu, aan de vooravond van de volgende fase, lijkt de clown zijn masker niet langer te dragen, maar te begrijpen.
Hij weet dat ieder mens er één heeft — niet om te verbergen, maar om te overleven.
Zijn reis is onze reis geworden:
van verwarring naar begrip,
van schaamte naar zelfacceptatie,
van eenzaamheid naar verbinding.
Curtainfall’s Shadows That Remains is daarmee niet alleen een conceptalbum,
maar een levensbeschouwing in muziek — een rockopera over menselijkheid.
Silas:
“Kijk, dit deel vind ik mooi.
Eindelijk wordt mijn bestaan erkend als filosofische meerwaarde.
En niet alleen als entertainment voor kinderen en volwassenen die therapie ontwijken.
Als ik een rockopera ben, dan ben ik er eentje met losse veters en slechte timing —
maar hé, nog steeds een rockopera.”
Hoofdstuk 20 – De last van gemaakte keuzes
De reis van de clown lijkt langzaam zijn cirkel te sluiten. Waar hij ooit begon als een dolende ziel, gevangen tussen licht en schaduw, is hij nu aangekomen in een fase waarin hij niet meer vecht tegen zijn verleden — maar het onderzoekt.
Silas: “Onderzoekt, ja. Alsof ik een archeoloog ben van mijn eigen zooi. Heb je enig idee hoeveel lagen er onder dat masker zaten? Ik vond gister nog een oud trauma en een vergeten boterham.”
In dit nieuwe hoofdstuk, The Weight of Choices Made, wordt de clown niet langer gedreven door schuld of spijt, maar door begrip.
Hij kijkt achterom zonder te oordelen, met een bijna pijnlijke helderheid. De lach die hij ooit droeg om zijn wonden te verbergen, is nu vervangen door stilte — niet leeg, maar vol betekenis.
Silas: “Stilte, ja. Ik heb even pauze genomen. Misschien dat die lach teveel schuurde.”
Er is een moment in ieder leven waarop de echo’s van onze keuzes beginnen te spreken.
Sommige fluisteren zacht, anderen snijden als glas.
Silas: “En sommige roepen gewoon heel hard: ‘Had je dat nou wel moeten doen?’ — vooral na middernacht, ik wou eigenlijk dat ze eens een keer schreeuwden: ‘Kom op man!’ Maar nee hoor, alles moet weer poëtisch.”
De clown hoort ze allemaal — niet als stemmen van berouw, maar als herinneringen die eindelijk gehoord willen worden.
Hij weegt zijn beslissingen, voelt hun gewicht in zijn borstkas, maar in plaats van te bezwijken, buigt hij — voorzichtig, bewust — en draagt ze verder.
Silas: “Ik ben tenslotte gewend om dingen te dragen. Heb jarenlang een hele tent op m’n rug gehad.”
“Zul je je de man herinneren die ik probeerde te zijn?”
Die ene zin vat het hele nummer samen.
Het is geen aanklacht, geen smeekbede, maar een vraag die iedereen herkent.
Wat blijft er over van wie we ooit waren, als de wereld om ons heen verandert?
Silas: “Hopelijk niet die broek die ik in 2004 droeg. Daar waren we allemaal slachtoffer van.”
De clown beseft dat we allemaal gevormd worden door de keuzes die we niet konden ontwijken — en de dromen die we durfden laten sterven.
Silas: “En door de snacks die we na 23:00 eten, maar dat is een ander album.”
De stem, rauw maar beheerst, vertelt geen verhaal meer van strijd, maar van erkenning.
De clown klinkt ouder, wijzer, en vooral menselijker dan ooit.
Silas: “Menselijker… dat klinkt als een belediging en een compliment tegelijk.”
Waar in Draag het Licht de toon nog die van een mentor was — iemand die troost schonk en richting gaf —
zien we hem hier ontwapend.
Silas: “Ja, m’n staf kwijt. Als iemand ’m vindt: niet als wandelstok gebruiken.”
De leermeester legt zijn staf neer en bekent dat ook hij niet alle antwoorden heeft.
Het leven blijkt geen rechte lijn van inzicht naar verlossing,
maar een kronkelend pad vol vragen die nooit helemaal verdwijnen.
Silas: “Kronkelend pad? Je moest eens weten hoe vaak ik ben gestruikeld. Pure slapstick, maar dan emotioneel.”
The Weight of Choices Made raakt aan iets universeels: de spanning tussen ambitie en betekenis.
De clown, ooit gedreven door het verlangen om te presteren, ziet nu hoe die honger hem van zijn eigen dromen heeft vervreemd.
Silas: “Ik wilde groot worden. Toen werd ik groter. Toen pikte iemand m’n kostuum in.”
De wereld dwingt tot snelheid, tot meer — maar hij beseft dat rust, reflectie en imperfectie vaak eerlijker zijn dan welke triomf ook.
Er is iets poëtisch aan hoe hij dat onder woorden brengt:
niet langer met grootse gebaren, maar met beelden —
“Kleuren vloeien over in het grijs, schaduwen rekken zich uit…”
Silas: “Ik ben in m’n impressionistische fase beland. Laat me.”
Hij spreekt niet meer over emoties, hij verbeeldt ze.
De clown is dichter geworden, schilder van zijn eigen geest.
Silas: “En als iemand vraagt: ja, ik verkoop prints.”
En toch, tussen alle melancholie door, blijft er hoop.
De rivier voert voort, zegt hij — en dat is de kern.
Hoeveel glas ook gebroken is, hoeveel schuld ook op de bodem ligt, het water blijft stromen.
Silas: “En ik kan niet eens zwemmen, dus tel je zegeningen.”
De clown weet: het verleden kan niet worden herschreven,
maar het kan wel worden begrepen.
Silas: “Ik heb geprobeerd het wél te herschrijven. Mijn therapeut zei: ‘Stop alsjeblieft.
Tijd om door te lopen. De rest van het pad wacht. En ik heb betere schoenen gekocht.”
Hoofdstuk 21 – Geen Weg Terug (Of Toch?)
(met een clown die nu echt niet meer te stoppen is)
Er zijn van die momenten waarop zelfs de clown zijn schmink in de spiegel bekijkt en denkt: “Nou ja… dit had ik ook anders kunnen doen.”
Silas: “Vooral die blauwe streep… dat leek echt nergens op. Dacht dat ik experimenteel was, maar blijkbaar was mijn hand gewoon moe.”
En dan lacht hij. Niet uit spot, maar omdat hij eindelijk begrijpt dat zelfs de fouten, de kromme noten en de scheve akkoorden — allemaal zijn lied vormen.
Silas: “Scheve akkoorden? Ach, dat heet tegenwoordig jazz.”
Met No Turn Around breekt de clown definitief met het verleden. Geen eindeloze overpeinzingen meer over “wat als” of “had ik maar.”
Silas: “Ik ben gestopt met ‘had ik maar’. Heeft geen zin. Ik heb toch nooit het bonnetje bewaard.”
Hij heeft zijn handen gewassen in koude rivieren — en ja, het water was ijzig, maar verfrissend eerlijk.
Silas: “Eerlijk ja, want het riep terug: ‘Doe niet zo dramatisch.’”
De rivier van het vorige nummer stroomt verder, en hij laat zich eindelijk meevoeren. Niet langer tegen de stroom in, maar met open ogen, armen wijd, en af en toe een glimlach die verraadt: ik ben er nog.
Silas: “En dat is al een prestatie op zich, na alles wat ik onderweg tegenkwam. Vooral die ene rots… daar praten we nooit meer over.”
Waar The Weight of Choices Made nog klonk als een bekentenis in een verlaten kerk, voelt No Turn Around als het moment dat de zon door een kapot glas-in-loodraam breekt.
De toon is lichter, luchtiger — maar niet minder diep.
Silas: “Luchtiger inderdaad. Ik heb letterlijk ramen opengezet.”
De clown is niet ineens een verlichte goeroe geworden, eerder een man die geleerd heeft zichzelf niet al te serieus te nemen.
Silas: “Goeroe? Ik? Ik verdwaal al in de IKEA.”
De eerste regel zet meteen de toon:
“Ik waste mijn handen in koude rivieren,
Probeerde de vlekken van de tijd te reinigen.”
Dat beeld alleen al — poëtisch én ironisch.
Want wie heeft dat niet geprobeerd? Even de ziel afspoelen in een symbolisch beekje, hopen dat de sporen verdwijnen,
om er dan achter te komen dat juist die sporen maken wie je bent.
Silas: “De meeste vlekken kwamen trouwens gewoon van verf en koffie.”
De clown weet dat nu. En hij glimlacht erom.
Hij weet ook: een beetje vuil hoort bij het leven. Sterker nog, het maakt de voorstelling pas echt.
Silas: “Zonder vuil geen verhaal, zonder chaos geen publiek. Zo werkt het nou eenmaal.”
De muziek onderstreept die nieuwe helderheid.
De gitaren klinken minder somber, meer open — alsof er ruimte is ontstaan.
Silas: “Eindelijk ademruimte! Ik dacht dat ik een astma-aanval kreeg in die vorige nummers.”
De baslijn wandelt in plaats van strompelt.
Silas: “Al zou ik zelf ook wel eens willen wandelen zonder ergens tegenaan te lopen.”
En de zang? Die heeft iets bevrijdends.
Er zit humor in de breekbaarheid, een knipoog in de melancholie.
Silas: “Ik knipoog trouwens allang niet meer expres. Mijn linkeroog doet dat nu vanzelf.”
Je hoort het in de regels:
“Ik zal niet opgeven, ik zal niet blijven
Een gevangene van jouw eindeloze doolhof.”
De clown heeft eindelijk de uitgang gevonden, en misschien nog belangrijker: hij wil niet meer terug.
Silas: “Je hebt geen idee hoe vaak ik er met mijn neus bovenop stond, hè?”
De titel zegt het al — No Turn Around.
Dit is het moment waarop hij beseft dat vooruitgang niet per se groots en meeslepend hoeft te zijn.
Soms is het gewoon… één stap zetten.
Silas: “En dan hopen dat de vloer niet glad is.”
Met modder op je laarzen, een scheur in je jas, en een lied in je hoofd dat zegt: het komt goed.
Silas: “Die scheur in mijn jas zit er trouwens nog steeds. Stijlvol, vind ik zelf.”
Toch blijft er iets ontroerends in zijn relativering.
“Wat weg is, kan niet terugkeren,” zingt hij,
maar het klinkt niet als spijt — meer als een zucht van aanvaarding.
Silas:“En soms ook als een zucht van vermoeidheid. Ik ben niet meer twintig.”
Hij weet dat vergeving, zeker van jezelf, geen plotseling moment is.
Het is een langzaam proces, zoals verf die opdroogt terwijl je nog twijfelt over de kleur.
Silas: “En altijd precies die kleur die je nét niet wilde.”
En dan komt die regel die alles samenvat:
“Ervaring wordt mijn gids,
Ik stap in het licht — levend.”
Het is alsof de clown zijn eigen gordijn opent,
de coulissen verlaat en het podium betreedt zonder masker, zonder rol.
Gewoon hij. Met al zijn imperfecties, zijn grillen, zijn lach — en ja, zijn tranen.
Silas: “En met dat ene plukje haar dat altijd verkeerd valt.”
Maar laat er geen misverstand zijn: No Turn Around is geen zwaarmoedig slotstuk.
Integendeel — dit is de clown die zichzelf leert uitlachen.
Silas: “Ik ben mijn eigen beste publiek. Ik klap soms zelfs voor mezelf.”
Hij is nog steeds die figuur die struikelt over zijn eigen woorden,
maar dit keer staat hij sneller op, maakt een buiging en zegt:
“Bedankt voor het kijken, dames en heren. Ik ben ook maar een mens.”
Silas:“En een vermoeide mens, maar dat vertellen we niet hardop.”
Er zit iets bevrijdends in dat inzicht.
Want de grap van het leven — en dat begrijpt de clown nu beter dan ooit —
is dat we allemaal denken dat we een script volgen,
terwijl we het eigenlijk ter plekke verzinnen.
Silas: “En mijn script is op de achterkant van een boodschappenlijstje geschreven.”
Met No Turn Around zet Curtainfall een groot uitroepteken achter het eerste hoofdstuk van de reis.
De clown is niet genezen, niet perfect, niet verlicht.
Maar hij is wakker.
Silas: “Dat is een tegenstrijdig wonder, want ik ben zowel ochtendmens als avondmens en zeker met koffie en of een biertje?.”
En de humor?
Die sluimert overal tussendoor.
Een paar rake kwinkslagen tussen de regels,
alsof hij zijn publiek toefluistert:
“Zie je wel? Het leven is niet bedoeld om begrepen te worden. Alleen om beleefd te worden.”
Silas: “En soms overleefd, laten we eerlijk zijn.”
De clown leeft.
En hij weet nu dat zelfs in de tragiek, een lach schuilt die de moeite waard is.
Silas: “Einde monoloog. Voor nu. Ik kom terug. Je kent me.”
Hoofdstuk 22 – Het Gordijn van Schaduwen (De Droom vóór het Ontwaken)
(met een clown die steeds brutaler wordt en nu werkelijk overal doorheen praat)
Er komt altijd dat moment in elk verhaal — en zeker in een rockopera als deze — waarop alles samenvalt.
Niet in een explosie, niet in een dramatisch slotakkoord, maar in een stille flits van helderheid.
Silas: “En soms valt het samen omdat je de verkeerde bladzijde omslaat. Maar hé, het werkt.”
Zo ook bij onze clown.
Curtain of Shadows voelt als een film die zich afspeelt tussen waken en dromen.
Silas: “Wat verklaart waarom ik er de hele tijd halfslaperig uitzag.”
De gordijnen zijn gesloten, het publiek is stil, en ergens in die tussenwereld kijkt hij terug op zijn eigen voorstelling.
Alle scènes, alle gezichten, alle keuzes — ze passeren in langzaam vervagende schaduwen.
Silas: “En sommige van die schaduwen hadden best eens mogen stofzuigen.”
Maar er is geen paniek, geen angstzweet op het witte doek van zijn gezicht.
Er is berusting.
Er is zelfs… een glimlach.
Silas: “Pure winst. Meestal was het huilen.”
Het nummer opent als een introspectieve epiloog:
“Schaduwen fluisteren waar de stilte heerst,
Een gebroken licht snijdt door de ketenen.”
De clown hoort de echo’s van zijn verleden,
maar dit keer klinken ze niet als stemmen die hem achtervolgen —
eerder als oude vrienden die even langswaaien.
Silas: “Gezellige types hoor, maar ze vreten altijd je hapjes op.”
Hij luistert, knikt, en laat ze los.
Voor het eerst in zijn reis is er geen strijd tussen de mens en het masker,
tussen façade en gevoel.
Silas: “Nou ja… bijna geen strijd. Het masker en ik blijven vrienden met spanningen.”
Het masker is nu deel van hem geworden — niet als leugen,
maar als expressie.
Hij heeft geleerd dat het niet gaat om wat je verbergt,
maar wat je ermee probeert te zeggen.
Silas:“En soms probeer ik gewoon te zeggen: ‘Ik ben moe en ik wil soep.’”
“Maar ik geef niet op, ik verstop me niet,
De waarheid brandt nog steeds achter deze ogen.”
Die regel draagt het hele nummer.
Het is de stem van iemand die zichzelf eindelijk heeft vergeven.
Silas: “Na onderhandelingen. Heel veel onderhandelingen.”
De clown weet nu dat fouten geen zonden zijn, maar herinneringen met een rafelrand.
Hij kijkt terug op zijn stormen, zijn tranen, zijn misverstanden — en lacht.
Silas: “Vooral om dat ene misverstand met de ladder. Vraag het niet.”
Een lach die geen grap nodig heeft,
want hij begrijpt dat humor de elegantste vorm van overleven is.
Er zit iets ontroerends in de manier waarop hij zichzelf terugvindt in dit nummer.
Niet als martelaar, niet als profeet,
maar als mens die accepteert dat leven soms betekent dat je struikelt met stijl.
Silas: “En dat de stijlscore belangrijker is dan de val zelf.”
De muziek zelf volgt die gemoedstoestand:
minder stormachtig dan No Turn Around,
meer gedragen, haast dromerig.
Silas: “Eindelijk een nummer waarin ik niet naar adem hoef te happen.”
De gitaren klinken breed en ruim,
de drums slaan niet meer als oorlog,
maar als een hart dat in rust klopt.
Silas: “Mijn hart klopt trouwens ook rustiger nu. Kan niet aan de koffie liggen.”
Er zijn subtiele echo’s van eerdere thema’s —
een motief uit April Winds, een melodielijn uit A Mask Upon the Marquee —
alsof de clown zijn eigen verleden muzikaal herbeleeft.
Silas:“Ik herbeleef trouwens veel dingen muzikaal. Zelfs met online shoppen.”
De tekst vloeit als een rivier door het geheugen:
“Door de storm, door de pijn —
Er is meer te winnen.”
Dat is misschien wel de kern van Curtain of Shadows:
de clown begrijpt dat zelfs pijn winst kan zijn,
mits je het omzet in iets dat resoneert — muziek, humor, warmte.
Silas: “Of soep. Alles is beter met erwtensoep.”
Zijn reis was nooit een straf, maar een oefening in menselijkheid.
Silas: “Daar heb ik geen diploma voor gekregen trouwens.”
En dan komt dat beeld:
“Onder het vallende gordijn van de nacht,
Zie ik het vuur, zie ik het gevecht.”
Hier wordt het gordijn zelf een metafoor.
Niet het einde van de voorstelling,
maar het doek dat valt over een hoofdstuk —
om ruimte te maken voor een nieuw begin.
Silas: “En dat doek moet echt eens gestoomd worden.”
Hij is niet langer de gekwelde clown van A Mask Upon the Marquee,
niet de zoekende ziel uit Echoes of Tomorrow,
maar een man die weet dat de show doorgaat,
en dat zelfs in schaduw, het licht nog steeds door de kieren schijnt.
Silas: “Het tocht trouwens ook gigantisch door die kieren.”
Er sluipt humor in zijn wijsheid.
De clown beseft dat de wereld al ernstig genoeg is,
dus waarom niet wat lucht erin blazen?
Silas: “Letterlijk. Ik heb een blazer.”
Een beetje zelfspot houdt de ziel soepel.
Hij hoeft niet meer te bewijzen dat hij geleerd heeft —
zijn glimlach vertelt het verhaal.
Silas:“En mijn rimpels doen de rest.”
De regels:
“Draag het licht, laat de duisternis verdwijnen,
Geen ketenen meer uit het verleden door ons gemaakt,”
klinken als een innerlijke bevrijding.
De clown is geen slachtoffer meer van zijn verleden,
maar een gids — voor zichzelf, en misschien ook voor ons.
Silas:“Ik reken wel gidskosten hoor. Symbolisch, maar toch.”
Curtain of Shadows is dus geen slotstuk,
maar een bewust droommoment voor het laatste hoofdstuk.
Een ademteug tussen inzicht en ontwaken.
Een rustpunt waarin de clown, half slapend, half bewust,
de balans opmaakt en glimlachend besluit:
Het leven is geen tragedie, het is een toneelstuk met improvisatie.
Silas:“Soms ook met slechte belichting, maar je werkt met wat je hebt.”
En zolang het doek nog niet helemaal is gevallen,
blijft er ruimte voor een laatste lach.
Silas: “En geloof me: ik heb ‘m al geoefend.”
Het gordijn beweegt zacht in de tocht van het podium.
De clown ligt daar, ogen gesloten,
maar de vlam achter die ogen brandt nog.
Silas: “Ik doe alsof ik slaap. Werkt uitstekend om vragen te vermijden.”
Hij weet: de show is nog niet voorbij.
Er is nog één nummer te spelen.
Eén laatste hoofdstuk, waarin misschien —
het publiek eindelijk ziet wie er altijd al achter dat masker zat.
Silas:“Hint: ik. En ik snurk.”
Hoofdstuk 23 – De Onvermijdelijke Ontmaskering
(waarin de clown niet alleen het masker afneemt, maar ook het hele verhaal en waarschijnlijk jouw pen)
Er komt een punt in elk verhaal waarop de waarheid niet langer in de coulissen wil blijven staan.
Ze schuifelt naar voren, tikt op je schouder en zegt: “Jij. Ja, jij. Tijd om eerlijk te zijn.”
En precies dat moment is aangebroken voor Silas.
Al beweert hij zelf — terwijl hij ongegeneerd tussen de alinea’s heenloopt — dat hij “allang eerlijk was, de rest van de cast liep gewoon achter.”
Het podium ligt in halfduister.
Niet omdat het zo dramatisch hoort, maar omdat de clown per ongeluk de verkeerde schakelaar heeft aangeraakt.
(“Als je me licht wil laten dragen, laat me dan tenminste weten welke knop ik niet moet indrukken,” mompelt hij.)
In die schaduwrand, tussen de laatste akkoorden van het vorige nummer en de verwachting van wat komt, staat hij daar.
Rechtop.
Rustig.
Bijna plechtig.
“En toch ook een beetje zenuwachtig,” voegt hij toe. “Want heel het verhaal kaap je niet elke dag.”
Het moment van de waarheid (althans, zijn versie ervan)
De lucht is zwaar van alles wat voorafging:
de stormen, de fluisteringen, de keuzes, de schaduwen.
Maar de clown ademt in — diep, lang, alsof hij alle hoofdstukken nog één keer in zijn longen verzamelt.
Dan zegt hij, half fluisterend:
“Ik heb het masker nooit gedragen om jullie te misleiden. Ik droeg het omdat ik dacht dat ik zonder niets was.”
Een stilte.
Geen theatrale, geen overdreven.
Een menselijke.
En dan, omdat hij zichzelf niet kan helpen:
“Maar goed, ik bleek mét masker óók al niet heel veel voor te stellen, dus waar hadden we het eigenlijk over?”
Hij lacht, maar het is een lach die trilt.
Een lach die weet wat het is om zichzelf te verliezen in applaus, in verwachtingen, in de echo van een verleden dat maar niet wilde dimmen.
Meta-moment, want Silas heeft geen rem
Hij loopt een paar passen naar voren, tikt op de rand van de pagina, en zegt:
“Jullie denken vast: oh, hier komt de grote emotionele ontlading.
Het tranenmoment.
De dramatische ontmaskering met viool en spotlight.”
Hij schudt zijn hoofd.
“Nee. Ik ga het gewoon zélf vertellen. Want als iemand mijn leven uitmelkt, dan ben ik het.”
Daarmee grijpt hij de verhaallijn bij de kraag en trekt het naar zich toe alsof het een te kleine jas is die hij weigerde terug in de winkel te brengen.
De Ontmaskering
Hij pakt het masker.
Dat oude, vertrouwde ding dat ooit als schild diende, later als ketting, soms als grap.
Hij draait het om in zijn handen.
“Dit,” zegt hij zacht,
“is niet de leugen geweest.
Dit was de hoop dat ik ooit iemand kon zijn die jullie zouden begrijpen.”
Hij tilt het op.
Een beweging die geen drama zoekt, geen effect.
Een simpele, eerlijke handeling.
En dan — eindelijk — komt het moment.
Niet met klaterend licht.
Niet met tromgeroffel.
Maar met één zin, eenvoudig, kwetsbaar:
“Ik dacht dat ik moest verbergen wie ik was om gezien te worden.”
Het masker zakt.
Zijn gezicht blijft.
En voor het eerst in het hele verhaal is dat gezicht genoeg.
Silas steekt er zelf commentaar doorheen
“Ja ja, ik weet het,” zegt hij. “Klinkt allemaal alsof ik een zelfhulpboek heb verslonden.
Maar hé — het werkte.”
Hij grijnst.
Het soort grijns dat zegt dat hij weet wat ontroering is, maar geen zin heeft om het te benoemen.
Het soort grijns dat Curtainfall maakt terwijl hij nét niet wil toegeven dat hij geraakt is.
De emotionele diepgang waar hij zélf verbaasd over is
Hij gaat zitten.
Op de rand van het podium, voeten bungelend boven de leegte.
“Het gekke is,” zegt hij,
“hoe langer je je schuilhoudt in een rol,
hoe meer die rol jouw waarheid wordt.”
Hij kijkt naar zijn eigen handen, alsof hij zich afvraagt wanneer ze precies ouder zijn geworden.
“Maar ik ben niet het masker.
Ik ben ook niet de clown.
Ik ben gewoon…
iemand die te lang dacht dat hij alleen mocht bestaan als hij iemand anders was.”
Zijn ogen glinsteren, maar hij moppert onmiddellijk:
“En nee, ik ga niet huilen. Het is warm hier. Theaterwarmte. Heel normaal.”
De laatste brutaliteit
(Je dacht toch niet dat hij het netjes zou afronden?)
Hij springt op, klapt in zijn handen, en roept:
“Goed!
Is iedereen klaar voor het grote inzicht?
Want ik heb het gevoel dat dit hoofdstuk straks op tegeltjes gedrukt wordt.”
Hij loopt een cirkel, zoekt de juiste woorden, en dan:
“De Onvermijdelijke Ontmaskering is niet het moment waarop het publiek eindelijk ziet wie je bent.
Het is het moment waarop jij zelf besluit dat je niet langer bang bent voor wat dat gezicht onthult.”
Hij stopt.
Kijkt recht de lezer aan.
“En dát is vrijheid.”
Even is hij stil, echt stil.
Dan:
“…maar ik zou liegen als ik zei dat ik het masker niet af en toe nog gebruik voor korting bij de theaterkantine.”
Het einde dat geen echt einde is
Hij buigt — niet voor applaus, maar voor zichzelf.
Voor het pad dat hij heeft gelopen.
Voor het licht dat hij draagt.
Voor het donker dat hij heeft leren omarmen.
Voor de stem die hij terugvond, en de stilte die hij eindelijk durft te vullen.
En terwijl het hoofdstuk langzaam zijn laatste regels vindt, zegt hij:
“De show is niet voorbij.
Ik ben alleen eindelijk klaar om mezelf te spelen.”
Hoofdstuk 24 – De Paradox van de Geest (De Clown Ontmaskerd)
(waarin de clown eindelijk toegeeft dat hij niet alleen in het verhaal zit — hij is het verhaal)
Er is iets magisch aan de stilte voor het laatste hoofdstuk.
Een stilte waarin normale verhalen hun schouders ophalen en zeggen: “Nou, dat was het dan.”
Maar niet deze.
Niet met een clown die al 23 hoofdstukken heeft geoefend in het onderbreken, saboteren, relativeren en spontaan filosoferen midden in een dramatische scène.
“Ja, hallo,” zegt Silas terwijl hij tussen de eerste zinnen stapt.
“We gaan dit niet op een traditionele manier afronden, hoor. Ik heb nu eindelijk momentum. En een publiek. En geen masker meer. Dat is gevaarlijk. Voor jullie.”
Een spiegel die terugpraat (want natuurlijk doet hij dat)
The Paradox begint als een nummer dat zichzelf probeert te begrijpen.
Een soort kosmische puzzel waarin niets klopt en toch alles op zijn plek valt.
Maar voordat de gitaren kunnen inzetten, steekt de clown zijn hand op:
“Wacht even. Als dit de grote ontknoping is, wil ik er wél knap bij staan.”
Hij klopt wat stof van zijn jasje — waarschijnlijk van een vorige metaforische worsteling —
en kijkt dan in de spiegel die het hele nummer vormgeeft.
“Ah ja,” zegt hij tevreden.
“Dáár ben ik. Ongeschminkt, onverdoofd, en… oei, die rimpel is nieuw.”
Maar waar hij vroeger geschrokken zou zijn, grinnikt hij nu.
“Laat maar. Elke vouw is een voetnoot in mijn autobiografie.”
En natuurlijk kaapt hij daarmee de openingsmetafoor volledig.
De muziek wil iets zeggen, maar de clown is sneller
Terwijl de gitaarlijn zachtjes op gang probeert te komen —
zo’n kronkelende melodie die klinkt als een gedachte die zichzelf tegenspreekt —
springt de clown ertussendoor:
“Ja, dat ben ik dus. Muzikaal vertaald als een chaos die ritmisch nét klopt.”
De drums beginnen.
“Dat is mijn hart,” zegt hij, “maar dan op een goede dag.”
De synths zwellen aan.
“Dat is mijn ego,” mompelt hij. “Altijd nét iets te dramatisch.”
En dan komt zijn stem.
Niet als fluistering, niet als schreeuw, maar als iemand die eindelijk,
eindelijk,
het lef heeft om zichzelf serieus én belachelijk tegelijkertijd te nemen:
“Als ik je gedachten in beweging kon horen,
Zou dat de loop van de tijd veranderen?”
Daarna kijkt hij het publiek recht aan:
“Ja, dit klinkt filosofisch.
Maar geef toe: jullie hoorden mij dit denken nog vóór ik het zei.”
De paradox als levensstijl
Zoals Curtain of Shadows de dromerige rust bracht
en No Turn Around de luchtige bevrijding,
zo brengt The Paradox …
de clown die in één alinea filosoof, comic én romanschrijver wil zijn.
“Goed en kwaad?” zegt hij.
“Please. Ik ben jarenlang verward geweest door het verschil tussen foundation en schmink.”
Hij draait een denkbeeldige munt.
Die valt, natuurlijk, op zijn kant.
“Zie je wel? Dat ís de paradox.
Alles kan tegelijk waar én onzin zijn.”
En daarmee vat hij moeiteloos een heel filosofisch vraagstuk samen
dat normaal drie hoofdstukken en een voetnotenapparaat had gekost.
Het refrein dat voelt als thuiskomen (maar dan met commentaar)
Dan stijgt het refrein op:
“De paradox van de menselijke natuur,
Een labyrint binnen de ziel.”
Het is gedragen, warm, openbarend.
Silas knikt.
Schuift zijn handen in zijn zakken.
En zegt:
“Ja, dit is mijn moment.
Niet de emotionele ontlading van een tragische held,
maar de realisatie dat ik jarenlang bezig was mijn eigen labyrint opnieuw in te richten.
Tapijtje hier, schaduwtje daar —
ik was eigenlijk gewoon aan het binnenhuisarchitecten.”
Hij is zó brutaal ontspannen dat het bijna ontroerend wordt.
De ontmaskering die niet meer nodig is
Het masker ligt op de vloer.
Al hoofdstukken lang.
Hij loopt er langs, kijkt ernaar alsof het een oude foto is van zichzelf in een gênante outfit:
“We hadden onze tijd, jij en ik.
Maar nu doe ik het zonder accessoires.”
En dat is precies het punt.
De clown heeft zichzelf ontmaskerd zonder ceremonie.
Zonder drama.
Gewoon door te zijn wie hij is.
En dat voelt als de grootste triomf van allemaal.
En zo eindigt de reis niet in duisternis,
maar in inzicht.
De clown heeft geleerd dat leven geen reeks mislukkingen is,
maar een opeenvolging van leermomenten,
verpakt in tranen, gelach en paradoxen.
De paradox van de geest is het leven zelf:
de kunst om te falen en toch te blijven dansen,
om te lachen terwijl je huilt,
om het masker te dragen, maar ook te doorzien.
De fade-out die meer zegt dan woorden (maar de clown zegt toch nog iets)
De muziek sterft langzaam weg,
gitaar echo’s verdwijnen in de verte,
alles vervaagt in een zachte waas.
En net wanneer je denkt dat dit hét einde is,
steekt de clown zijn hoofd tussen de laatste regels:
“Natuurlijk gaat het door. Wat dacht je dan?
Ik ben net begonnen met mezelf.”
Een einde dat weigert einde te zijn
Het doek valt.
Het publiek klapt —
niet omdat het hoort,
maar omdat ze zichzelf herkennen.
Iedereen herkent iets van zichzelf in de clown.
En achter dat vallende doek
fluistert Silas, met een grijns vol nieuw zelfvertrouwen:
“De paradox leeft in ons allemaal.
Maar ik draag ‘m met stijl —
en een knipoog.”
En ergens, achter het gordijn,
hoor je hem nog zachtjes fluisteren:
“Er is geen einde. Alleen een ander begin.
De paradox leeft in ons allemaal.”
Hoofdstuk 25 – Epiloog: De Clown, de Spiegel, het Slot en het Moraal
(waarbij de clown de eindredacteur gijzelt met woorden en confetti)
Er is een stilte die alleen na vierentwintig hoofdstukken kan vallen:
die van een man met een half afgegleden masker
en een glimlach die eindelijk écht durft te bestaan.
En daar staat hij dan.
De clown.
Onze Silas.
De man die zichzelf in elke spiegel heeft opgejaagd,
vernietigd, herbouwd, opnieuw ontmaskerd,
en nu — betert — té veel zelfvertrouwen heeft gekregen.
En dat is precies het moment waarop de eindredacteur een bijdrage wil leveren.
Hij heeft dertien nummers, de hoofdstukken, bekentenissen lang vastgehouden wat er nog over was van zijn waardigheid — maar dit is het moment waarop hij toegeeft dat waardigheid zwaar overschat wordt.
(“Vraag maar aan mijn eindredacteur,” mompelt hij. “Die vindt mijn waardigheid al sinds hoofdstuk vier een risico voor de lezersveiligheid.”)
Dertien nummers lang hebben we hem gevolgd — struikelend, reflecterend, poëtisch mijmerend,
en nu… staat hij met beide voeten in het volle licht.
Niet omdat hij de waarheid heeft gevonden,
maar omdat hij geleerd heeft hoe je eromheen kunt dansen zonder je nek te breken.
Of zoals hij zelf zegt:
“Als je blijft draaien zie je alles wazig, maar klinkt de waarheid in elk geval minder streng.”
“Dit moet korter,” zegt hij.
“Dit moet glorievoller,” zegt Silas.
“Je overdrijft.”
“Ik bén een clown. Existeren ís overdrijven.”
Een clown en zijn eindredacteur: een duel in dertien akten
“Je kunt niet weer de vierde muur breken,” zegt de eindredacteur terwijl hij over zijn bril heen kijkt.
Silas grijnst. “Waarom niet? Hij was vorige keer zo mooi in tweeën gegaan.”
“Dit is een epiloog, geen circus.”
“Dan heb ik goed nieuws!” roept Silas. “Het is nu een circus! Een epiloog is ook maar een hoofdstuk dat te weinig zelfvertrouwen heeft om zichzelf zomaar ‘hoofdstuk’ te noemen.”
De eindredacteur zucht.
Silas noteert de zucht. Mogelijk bruikbaar materiaal voor in de volgende voorstelling.
De reis, de muziek, de spiegel en de scheur
Het begon ooit met Fractured Light —
dat eerste scheurtje waarin hij zichzelf zag en dacht:
“Hoe kan een mens tegelijk zo diepzinnig en zo slecht geslapen hebben?”
En de clown?
Die keek in die scheur en zei:
“Nou, als dit mijn ziel is, dan hoop ik dat er garantie op zit.”
“Te poëtisch,” mompelt de eindredacteur.
“Te weinig glitter,” zegt Silas.
Het was een nummer dat rook naar melancholie,
een smaak had van bittere hoop,
en klonk alsof iemand per ongeluk een droom had laten vallen
en die met tape weer aan elkaar probeerde te plakken.
Een beetje duister, een beetje dromerig,
de muzikale variant van in de spiegel kijken en denken:
“Wie is die vent met die wallen, en sinds wanneer filosofeert hij in coupletten?
En waarom geeft die spiegel nooit complimentjes terug?”
De keuzes, de omwegen, de klappen
The Weight of Choices Made,
No Turn Around —
de soundtrack van een mens die struikelt omdat hij weigert stil te staan.
Iedere misstap, iedere bocht, iedere halve wijsheid
werd een trap tegen zijn eigen ego.
Soms was het applaus warm.
Soms klonk het publiek alsof ze grint aan het kauwen waren.
Soms was er alleen zijn echo.
“Je moet niet steeds over je eigen echo praten,” zegt de eindredacteur.
“Maar ik heb betere timing dan jij,” zegt Silas.
waar de clown leerde dat het leven geen genadig publiek heeft.
Dat het soms boe roept, soms lacht,
en soms beide tegelijk in een toonhoogte die zelfs de drummers uit metalbands te veel vinden.
Maar toch bleef hij optreden.
Omdat het applaus van één lachende ziel genoeg kan zijn.
(“In mijn geval was dat vaak mijn eigen echo,” geeft Silas toe. “Maar hé, applaus is applaus.”)
Curtain of Shadows: het moment van adem
Daar, in de schaduw, viel even de stilte.
Geen poëzie, geen drama, geen overslaande stem.
Gewoon de clown
die met een lauwe koffie in zijn hand
zichzelf toesprak:
“Maat, het leven is ook maar een generale repetitie.
We zijn allemaal aan het spelen zonder script.
Sommigen zonder broek.”
“Schrap dat laatste,” zegt de eindredacteur.
“Laat het staan,” zegt Silas.
“Het is de waarheid. En de waarheid verkoopt tegenwoordig beter dan fictie.”
The Paradox: de geboorte van de echte clown
In The Paradox gebeurde iets wat zelfs de clown niet had verwacht:
hij werd mens.
Of misschien begreep hij eindelijk dat een mens soms clown moet worden
om zichzelf te overleven.
En waarop de mens eindelijk clown genoeg werd om te snappen dat je af en toe eens goed om jezelf mag lachen.
Geen coach, geen mantra, geen dure retreat;
alleen een rode neus en een gezonde dosis zelfspot.
Lachen als tegengif.
Zelfspot als schild.
Schmink als therapie.
Geen coaching nodig, geen spirituele spiritus —
alleen een rode neus en de moed om te zeggen:
Silas: “Ik ben een puinhoop.
Maar wel een georganiseerde.”
“Dat bestaat niet,” zegt de eindredacteur.
“Dat ben ik,” zegt Silas.
De eindredacteur tikt nerveus op zijn toetsenbord.
“Dit stukje moet korter. Dit is een epiloog, geen autobiografie.”
“Jíj noemt het een epiloog,” zegt Silas. “Ik noem het mijn ‘finale zonder pyrotechniek omdat het budget op was’.”
“Er moet nog een moraal in.”
“Prima! Moraal: doe nooit je best voor iemand die met een rode pen zwaait.”
“Dat is geen moraal!”
“Het is mijn moraal.”
Hoofdstuk 26 De moraal, dan maar: een clowneske versie
Want dat is uiteindelijk waar dit hele Curtainfall-verhaal op neerkomt:
we zijn allemaal toneelspelers in ons eigen brein.
Soms tragedie, soms slapstick, soms iets ertussenin dat zelfs Shakespeare zou omschrijven als:
“Interessant, maar geef die man eens wat minder bier.”
De clown heeft zijn strijd gestreden,
zijn schaduw vriendelijk gedag gezegd,
en zijn masker niet afgelegd —
maar lichter gemaakt.
Buigzamer.
Menselijker.
Ironie de lijm voor alle gebroken spiegels die hij tijdens zijn carrière heeft gespaard.
Silas: (“Ik had ze kunnen weggooien,” zegt hij, “maar niemand gelooft een clown zonder bewijsstukken.”)
En ergens achter in de zaal
hoor je een zacht, echt, warm gniffeltje —
omdat mensen zichzelf herkennen in die lach.
“Schrijf dat op,” fluistert Silas.
De eindredacteur knikt en fluistert terug:
“Dat stond er al.”
“Dan heb ik mijn werk goed gedaan,” zegt Silas.
De laatste buiging (en de laatste ruzie)
Het gordijn zakt.
Een zachte gitaartoon sterft weg.
Silas draait zich om, zet zijn voeten stevig neer en kijkt het publiek nog één keer aan.
“Ik heb gelachen om mijn tranen,
en gehuild om mijn lach.
Maar zolang ik speel, blijf ik leven.”
Hij buigt.
Een kleine buiging, een flits rood licht —
en dan stilte.
In de coulissen blijft een plukje confetti achter,
een vergeten traan,
en een glimlach die weigert te verdwijnen.
De eindredacteur schraapt zijn keel.
“Je mocht niet zó veel tekst toevoegen.”
“En toch,” antwoordt Silas,
met de zelfverzekerde glinstering van iemand die het slotakkoord al heeft gespeeld,
“heb ik gewonnen.”
Een knipoog.
Een plofje confetti.
Een toegift, omdat een clown nooit echt stopt:
“Waarom keek de spiegel weg?
Silas: Omdat hij eindelijk doorhad dat ík degene was die brutaal terug staarde.”
Het gordijn valt.
Maar de clown?
Die blijft spelen.
En nu? De finale die niemand kon voorkomen
We komen bij het eind.
Het theoretische eind.
Want een clown eindigt nooit.
Hij pauzeert alleen als het publiek naar de wc moet.
De clown staat in het volle licht.
Het masker bungelt aan één oor.
De schmink is een emotionele archeologische laag.
Silas kijkt de zaal in en zegt:
“Ik heb gelachen om mijn tranen
en gehuild om mijn lach.
Maar zolang ik speel, blijf ik bestaan.”
Het gordijn daalt.
De gitaar sterft uit.
De confetti legt zich neer als vermoeide sneeuwvlokken.
En dan —
net voor de eindredacteur denkt dat het écht klaar is —
bukt Silas, pakt nog één handvol confetti
en gooit het dwars over het podium.
“Moraal?” vraagt hij.
“Moraal is voor mensen die stoppen met spelen.
En ik?”
Hij recht zijn rug.
Hij grijnst.
Hij knipoogt naar de lezer.
“Ik ben Silas.
Ik ben een onderdeel van Curtainfall.
Dus zet die spiegel klaar.
Morgen beginnen we gewoon opnieuw.”
De eindredacteur rolt met zijn ogen.
“Je hebt weer het laatste woord.”
Silas buigt diep en fluistert:
“Ik had het eerste woord ook.
Waarom zou ik halverwege ineens bescheiden worden?”
Het licht dooft.
De voorstelling eindigt.
De clown blijft bestaan.
Hij zet zijn rode neus goed, kijkt schalks over zijn schouder en zegt:
“Zolang ik adem, blijft de voorstelling doorgaan —
en zolang jij leest, ben jij mijn publiek.
Nou ja… tot je besluit het boek dicht te slaan.
Maar zelfs dan heb ik je nog één keer laten lachen.
Dat is genoeg.”
Hoofdstuk 27 Slotakkoord – Waarin de Clown Het Laatste Woord Wil.
En zo zijn we aan het einde gekomen.
Althans, dat beweren uitgevers, eindredacteuren en mensen die geloven in logische structuren.
Maar Silas weet wel beter:
er bestaat geen écht einde.
Er bestaat alleen dat ongemakkelijke moment waarop iemand de lichten aandoet
en jij beseft dat je nog steeds in dezelfde stoel zit,
met dezelfde blik in je ogen,
maar misschien — heel misschien —
met een glimlach die je een uur geleden nog niet had.
Dit is het punt waarop andere verhalen episch willen eindigen:
met een moraal, een explosie, een laatste grote waarheid.
Maar Curtainfall eindigt zoals het hele verhaal is geweest:
met een clown die struikelt in zijn eigen diepzinnigheid
en er vervolgens een grap van maakt.
Dus laten we eerlijk zijn:
als je tot hier bent gekomen,
heb je niet alleen gelezen,
je hebt meegereisd.
Door schaduwen, spiegels, maskers, vallende gordijnen
een incidentele pot lijm, waarin de clown met zijn schoen bleef steken.
Je hebt gezien hoe hij vocht, lachte,
filosofeerde alsof hij per ongeluk stof had ingeademd,
en zich herpakte alsof falen nooit iets anders was dan een komisch rustpunt.
Het slotakkoord van Curtainfall is geen knaller,
maar een fluistering met een knipoog:
“Ik ben niet perfect,
maar ik ben af en toe best wél grappig.
En dat is soms het enige dat de dag redt.”
De clown — inmiddels weer half mens, half verf,
maar volledig zichzelf —
trekt nog één keer aan een touw dat hij niet begrijpt,
waardoor ergens achter het podium een decorstuk instort.
Silas kijkt de lezer fronsend aan en zegt:
“Dat was de bedoeling. Artistieke keuze. Symboliek en zo.”
Want dat is het mooie aan dit hele verhaal:
wanneer alles misgaat,
blijkt dat precies goed te zijn.
Wanneer de spiegel breekt,
toont hij méér reflecties.
Wanneer het gordijn valt,
blijft het verhaal doorgaan —
in jou, in mij,
en in iedere ziel die ooit heeft gedacht:
“Ben ik nu de clown… of ben ik de mens in de coulissen?”
Het slotakkoord is simpel:
je mag alles laten vallen,
zolang je jezelf maar blijft oprapen.
En als je onderweg per ongeluk struikelt over je eigen schoenen,
lach dan even.
Dat deed de clown ook.
Het werkte als een wonder.
Hij maakt nog een laatste buiging —
te diep, te dramatisch, te clownesk natuurlijk —
en mompelt met die typische mengeling van ironie en inzicht:
“Bedankt dat je bleef zitten.
En vergeet niet…
de voorstelling gaat altijd door,
ook als jij hem even pauzeert.”
Dan dooft het licht.
De zaal wordt stil.
En ergens in die stilte…
klinkt nog één zachte, triomfantelijke sniklach.
Het gordijn valt.
Maar Curtainfall?
Die begint nu pas echt.
Hoofdstuk 28 – Het Voorlopig Laatste Buiginkje (Tot Iemand de Lichten Weer Aandoet)
En daar sta ik dan weer.
Ja, ik.
Silas Veil, de clown.
De mens in schmink, de struikelaar in 7/8-maat, de filosoof-in-een-dweilpak.
En ze vragen mij:
“Kun je het verhaal nog even samenvatten?”
Nou… ik zal het proberen.
Maar ik waarschuw je: mijn geheugen is zo betrouwbaar als een drummer zonder clicktrack.
Wat gebeurde er ook alweer?
Ik begon als een gebroken spiegel in Fractured Light.
Ik wist niet wie ik was, behalve dat mijn gezicht meer scheuren had dan de backstagevloer.
Toen struinde ik door schaduwen, twijfels en emotionele doolhoven —
van The Weight of Choices Made tot aan No Turn Around —
waarbij ik vooral ontdekte dat het leven geen routekaart heeft,
en dat ik zelfs met routekaart nog verkeerd afsla.
Ik heb geschreeuwd, gestruikeld, gehuild, gelachen,
en één keer koffie over mijn eigen hart gestort tijdens een dramatisch monoloogmoment.
(Het was heet. Het was gênant. Het was… symbolisch.)
In Curtain of Shadows dacht ik dat ik eindelijk wijs was,
maar dat bleek vooral vermoeidheid.
En in The Paradox ontdekte ik dat mijn hoofd een labyrinth is
met een uitgang die soms spontaan verhuist.
Ik leerde dat maskers geen leugens hoeven te zijn,
maar manieren om eerlijk te durven zijn zonder meteen om te vallen.
Ik leerde dat humor mijn wapen is,
zelfspot mijn verzekering,
en muziek mijn redding —
vooral als het proggy, heavy en onnodig ingewikkeld is.
Ik ben geen held geworden, geen martelaar, geen goeroe.
Ik ben… ik.
De clown die valt, opstaat, zich afstoft,
en soms doet alsof hij alles al doorhad.
En jij?
Jij hebt geluisterd, gelachen, meegeleden, meegeprogd
en misschien af en toe even gedacht:
“Dit is toch eigenlijk gewoon mijn leven, maar dan met schmink?”
Ja. Dat klopt.
Welkom in de club.
En nu…?
Nu valt het doek.
Zachtjes.
Niet met een klap —
ik heb de touwtjes dit keer zelf vastgehouden.
(En slechts één keer laten vallen. Voortgang!)
Is dit het einde?
Ha!
Nee joh.
Ik ben een clown — wij verdwijnen nooit echt.
We duiken gewoon achter het gordijn, eten een boterham,
en wachten tot iemand de lampen weer aan doet.
Misschien komt er een vervolg.
Misschien niet.
Misschien heb ik er morgen alweer een nieuw hoofdstuk bij,
omdat ik mezelf opnieuw heb verrast door van een podium te lazeren.
Bert Meijers


